Marynen CMF Cycle Handleiding
Pagina's 26 Nederlands Wasmachine
Bekijk de handleiding van Marynen CMF Cycle gratis online of download de PDF. 77 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Marynen |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | CMF Cycle |
Handleiding Marynen CMF Cycle – volledige tekst
Inhoud2Aanwijzingen m. b. t. de veiligheid 3Afvalverwerking 4Milieutips 4Technische gegevens 4Installatie5●Transportbeveiliging 5●Plaatsen 5●Montage op een voetstuk 6●Watertoevoer 6●Waterafvoer 6●Elektrische aansluiting 7Uw nieuwe wasautomaat 8●Beschrijving van de machine 8●Wasmiddellade 8Gebruik 9●Bedieningspaneel 9●Beschrijving van de bedieningselementen 9-10●Adviezen en tips voor het wassen 11Was niet te lang opsparen 11Sorteren 11Temperaturen 11Hoeveel wasgoed in de trommel. 11Vóór u het wasgoed in de trommel doet 12Welke wasmiddelen gebruiken.
13Traditionele poeder-wasmiddelen 13Vloeibare wasmiddelen 13Geconcentreerde poeder-wasmiddelen 13Wasverzachter 13Waterontharder 13●Een was doen 14-15Internationale behandelingsetiketten16Programmatabel17-18Onderhoud19●De buitenkant 19●De deur 19●De wasmiddellade 19●Het toevoerfilter 19●De afvoerpomp 19●Waterafvoer in noodgevallen 20●Voorzorgsmaatregelen bij vorst 20Eenvoudige storingen21-22Klantenservice 23Garantievoorwaarden 23-25Enkele paragrafen in deze gebruiksaanwijzing zijn voorzien van symbolen die de volgende betekenishebben:Met de waarschuwingsdriehoek geven wij aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid ofvoor het functioneren van de machine. Let goed op deze aanwijzingen. Bij dit symbool vindt u aanvullende informatie m. b. t. bediening en praktisch gebruik van hetapparaat. Dit symbool staat en milieuvriendelijk gebruik van het apparaat.
Onze bijdrage aan het beschermen van het milieu: wij maken gebruik van kringlooppapier. Geachte klant,Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door. Lees vooral de aanwijzingen m. b. t. de veiligheid op de eerste pagina’s van deze gebruiksaanwijzing. Bewaarde gebruiksaanwijzing goed, zodat u nog eens iets kunt nalezen en geef hem door aan een eventuele volgendeeigenaar van het apparaat.
3Aanwijzingen m. b. t. de veiligheidInstallatie●Alle delen die tot de transportbeveiliging behorenmoeten beslist zijn verwijderd, alvorens hetapparaat in gebruik te nemen. Ernstige schadeaan het apparaat of andere zaken kan het gevolgzijn van het niet of niet geheel verwijderen van detransportbeveiliging. ●Een eventueel noodzakelijke wijziging aan deelektrische huisinstallatie ten behoeve van deinstallatie van dit apparaat, mag uitsluitend dooreen daartoe bevoegd persoon uitgevoerdworden. ●Een eventueel noodzakelijke wijziging van dewatertoe- en/of afvoervoorzieningen ten behoevevan de installatie van dit apparaat mag uitsluitenddoor een daartoe bevoegd persoon uitgevoerdworden. ●Overtuig u ervan dat het apparaat na deinstallatie of het verplaatsen niet op hetaansluitsnoer staat. Gebruik●Was geen artikelen in de wasautomaat die hierniet voor geschikt zijn.
Raadpleeg hettextielonderhoudsetiket. ●Overlaad het apparaat niet. Raadpleeg debetreffende adviezen in de gebruiksaanwijzing. ●Met vluchtige stoffen, zoals spiritus, benzine,terpentine en dergelijke, gereinigde artikelenmogen niet in de wasautomaat. Indien zulkereinigingsmiddelen gebruikt werden om voortijdsvlekken te verwijderen, dan moet met het wassenin de wasautomaat gewacht worden tot hetartikel volledig uitgedampt is. ●Was kleine artikelen, zoals babysokjes, ceintuursen dergelijke in een sloop. Zulke kleine artikelenkunnen tussen de trommel en de kuip slippen. ●Overtuig u ervan dat, vóór u een kledingstuk in dewasautomaat doet, de borst- en broekzakkenleeg zijn, ritssluitingen zijn gesloten en eventueelloshangende knopen verwijderd of eerstaangenaaid zijn. Was geen rafelig of gescheurdgoed; herstel het voortijds. Verwijder voortijdsverf-, inkt-, roest- en grasvlekken.
●Objecten zoals flippo’s, munten, veiligheids-spelden, naalden, spijkers, schroeven en andereharde of scherpe materialen behoren niet in dewasautomaat; zij kunnen aanzienlijke schadeveroorzaken. ●Wees dosering kan schade aan het wasgoedtoebrengen. Raadpleeg de instructies van defabrikant van de wasverzachter. ●Kijk, vóór u de vuldeur (voorlader) opent, altijdeerst of het water weggepompt is. Indien dat niethet geval is, laat de machine dan eerst het waterafpompen. Raadpleeg in twijfelgeval degebruiksaanwijzing. ●Laat de vuldeur (voorlader) op een kier staanindien het apparaat niet gebruikt wordt. Dat isbeter voor de rubbermanchet en u voorkomt hetontstaan van een muffe lucht. ●Schakel na het gebruik altijd de stroomtoevoer uitdoor, afhankelijk van de wijze van installatie, destekker uit het stopcontact te nemen of debadkamertrekschakelaar op de UlT-stand teschakelen.
Draai na het gebruik altijd dewatertoevoerkraan dicht. Algemene veiligheid●Tracht, in geval van een storing of defect, ditapparaat niet zelf te repareren. Reparaties diedoor niet-deskundige personen uitgevoerdworden, kunnen tot schade of letsel leiden. Raadpleeg ELECTROLUX Service. ●Netsnoer nooit aan het snoer uit het stopcontacttrekken, maar aan de stekker. Deze aanwijzingen zijn bedoeld voor uw en andermans veiligheid. U wordt geacht ze gelezen te hebben,alvorens u het apparaat installeert en/of in gebruik neemt. Veiligheid van kinderen●Kinderen zien de gevaren niet die ontstaan doorondeskundige omgang met elektrischeapparaten. Zorg daarom voor het nodige toezichtals de machine aanstaat en laat kinderen niet metde machine spelen - ze zouden zichzelf of anderekinderen in de machine kunnen opsluiten.
4Milieutips●Normaal verontreinigd wasgoed hoeft u niet voorte wassen. Zo bespaart u wasmiddel, water entijd (en u ontziet het milieu).●De wasautomaat werkt het zuinigst met een volletrommel.●Door een geschikte voorbehandeling kunnenvlekken en lichte verontreinigingen verwijderdworden. Dan kunt u op een lagere temperatuurwassen.●Doseer het wasmiddel altijd volgens deaanwijzingen van de wasmiddelenfabrikant.VerpakkingsmateriaalAlle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn niet milieu-onvriendelijk en kunnen zonder gevaar bij het afvalworden gezet.De kunststoffen kunnen hergebruikt worden enhebben de volgende aanduidingen:>PEPSPP
5InstallatieTransportbeveiligingWij adviseren u de verwijderde delen te bewaren; ingeval van verhuizing moeten ze wederomaangebracht worden. U gaat als volgt te werk:1. Schroef met een sleutel de twee ondersteschroeven aan de achterkant van de machine los. 2. Verwijder de twee afstandshulzen. 3. Leg de machine voorzichtig op z’n achterkant;zodanig dat de slangen niet kunnen beschadigen. 4. Verwijder het polystyrene vulblok uit de onderkantvan de machine en maak de 2 plastic zakken aande voorkant van het apparaat los. 5. Trek de linker plastic zak voorzichtig naar rechtsen dan naar beneden om hem te verwijderen. 6. Trek de rechter plastic zak voorzichtig naar linksen dan naar boven om hem te verwijderen. P1127P1126P1124231P0018P0001P1129Het is beslist noodzakelijk dat u detransportbeveiligingen verwijdert voor u demachine in gebruik neemt. 7.
Zet de machine rechtop en verwijder de bovensteschroef uit de achterwand. Verwijder debetreffende huls. 8. Dicht de gaten af met de doppen die bij degebruiksaanwijzing verpakt zijn. PlaatsenPlaats de machine op een vlakke, harde vloer. Laateen houten vloer met een 5 cm dikkehardhoutenplaat versterken, over ten minste tweedraagbalken. De verstevigingsplaat moet aan allekanten enkele centimeters buiten de machinesteken. Indien de machine op een bovenverdieping geplaatstwordt, neem dan zodanige maatregelen dat bij eeneventuele lekkage het water niet naar de verdiepingeronder kan lekken. Raadpleeg uw leverancier/installateur. Zorg ervoor dat de machine niet tegen de muur ofandere keukenmeubels kan leunen. Wij gaan er van uit dat de waterkraan, deafvoermogelijkheid en de elektriciteitsvoorzieningzich binnen het bereik van de machineslangen enhet aansluitsnoer bevinden.
Als dat niet zo is, danadviseren wij u uw installateur de kraan en/of deafvoer en/of het stopcontact te laten verplaatsen. Stel de machine waterpas op. Dat doet u doormiddel van het in- of uitdraaien van de verstelbarevoetjes.
6Montage op een voetstuk Afmetingen:hoogte: 30 cm. breedte: 60 cm. diepte: 60 cmDeze machine kan worden geïnstalleerd op eenstalen voetstuk met lade zodat u hem makkelijkerkunt vullen en leeghalen. Informeer bij uw vakhandelaar naar het geschiktevoetstuk. WatertoevoerDraai de wartel van de meegeleverde toevoerslangstevig op de 3/4" schroefdraad van de kraan. Gebruik alleen nieuwe slangen voor dewatertoevoer. Het andere eind van de toevoerslang, aan demachinekant, kan naar alle richtingen wordenverdraaid. Wartel iets losdraaien, haakse bochtverdraaien en wartel weer stevig vastdraaien. De toevoerslang mag niet verlengd worden. Mochtde slang te kort zijn en wilt u de kraan niet latenverplaatsen, koop dan een langere, complete,hogedrukslang die speciaal voor dit doel gemaakt is.
Als de aansluiting op nieuwe leidingen of opleidingen, die lange tijd niet zijn gebruikt, wordtgemaakt, is het raadzaam het water enige tijd telaten lopen alvorens de wasautomaat aan te sluiten. P0021P1088P1216Hierdoor wordt voorkomen, dat zand, roest e. d. hetfilter in de toevoerslang verstoppen. WaterafvoerDe bocht, aan het eind van de afvoerslang, kunt u opdrie manieren plaatsen:Over de rand van een wasbak. U moet er dan voorzorgen dat de bocht niet, door het snel uitstromende water, van de rand kan schieten. Bijvoorbeeld door de bocht met een touwtje aan dekraan of aan een haak in de muur op te hangen. In een aftakking van de wasbakafvoer. Dieaftakking moet boven de sifon (stankafsluiter) zittenen zodanig dat de bocht van de slang zich op tenminste 60 cm van de vloer bevindt. In een afvoerpijp.
Wij adviseren een standpijp van65 cm hoogte; in ieder geval niet lager dan 60 cm enniet hoger dan 90 cm. Het eind van de afvoerslang moet altijd belucht zijn,dat wil zeggen dat de binnendiameter van de pijpgroter moet zijn dan de buitendiameter van hetslangeind. U mag de afvoerslang verlengen tot een maximaletotale lengte van 400 cm.
Gebruik een verlengslangvan ten minste dezelfde binnendiameter als deoriginele slang en gebruik een koppeling die Hetstabilisatie-controlesysteem zorgt voorvoor dat doelbestemd is. De afvoerslang mag niet geknikt zijn. Voor een goede werking van de machine moet deafvoerslang worden vastgehaakt op de steun diezich bovenaan de achterzijde van het apparaatbevindt. P1118P0022.
7Elektrische aansluitingDe machine is voor 220-230V / 50Hz gemaakt.De machine is voorzien van een drie-aderigaansluitsnoer en stekker met randaarde.De stekker mag u uitsluitend plaatsen in eenstopcontact met randaarde; de machine dientdeugdelijk geaard te zijn.Het aansluitsnoer mag u niet verlengen. Indien hetsnoer te kort blijkt te zijn, laat uw installateur dan ofeen langer snoer aan de machine monteren of hetstopcontact verplaatsen.Het gebruik van een verlengsnoer of kabelhaspel isniet toegestaan.In bad- of doucheruimten moet doorgaans eenzogeheten vaste aansluiting gemaakt worden;raadpleeg uw installateur.
Sluit de machine aan op een geaard stopcontact.De fabrikant is niet aansprakelijk voorschade of letsel, ontstaan door het nietvoldoen aan bovenstaande veiligheids-voorschriften.Het aansluitsnoer mag uitsluitend door deELECTROLUX Service vervangen worden.Het aansluitsnoer moet gemakkelijk te bereikenzijn nadat de machine geïnstalleerd is.
8Beschrijving van de machine 1 Wasmiddellade2 Bedieningspaneel3 Deurgreep4 Afvoerpomp5 Verstelbare voetjesVLEKKENEXTRAKORTSTART/PAUZEEXTRASPOELEN95° + VOORWAS40° BONTE WASPOMPENCENTRIFUGERENUIT50° SYNTHETICASPOELENWASVER-ZACHTEN60°SNELWAS 30°40° FIJNE WASSTRIJKVRIJ 40°BONTE WAS 30°WITTE WAS 60°E8 H4 H2 HEINDEHOOFDWASKORTSTART-UITSTEL12 HHANDWAS 30°WOL40°12345ELECTRONIC 1300rpmDeze nieuwe wasautomaat voldoet aan alle eisenvoor een moderne behandeling van uw wasgoed,met besparing van water, stroom en wasmiddel.Doordat de wasautomaten de laatste jaren steedszuiniger zijn geworden met energie, is de wastijdlanger geworden. U zult echter merken dat hetwasresultaat optimaal is.● De programmakiezer zorgt at; hiermee wordenzowel het programma als de temperatuurgekozen.● Starttijdkeuze: u kunt de start van hetprogramma 2 tot max. 12 uur uitstellen (bijv.
totde voordeeluren).● De automatische sopafkoeling op 60° C in hetwitte was-programma voor het afpompenvoorkomt dat kunststof afvoerbuizen vervormen.● Het speciale wolprogramma behandelt wollengoed uiterst voorzichtig.● Het stabilisatie-controlesysteem zorgt voorstabiliteit en rustige loop.● De spaarklep zorgt ervoor dat het wasmiddelgeheel wordt gebruikt en reduceert hetwaterverbruik; zo wordt energie bespaard.Uw nieuwe wasautomaatWasmiddelladeVoorwasmiddel, vlekkenzoutHoofdwasmiddelWasverzachterP1140
9GebruikBedieningspaneelKeuzetoetsenAfhankelijk van het programma kunnen verschillendefuncties met elkaar gecombineerd worden. Deze moeten worden gekozen nadat hetprogramma is ingesteld en voordat toetsSTART/PAUZE wordt ingedrukt. Als een toets wordt ingedrukt, gaat het betreffendelampje branden. Als de toets nogmaals wordtingedrukt, gaat het lampje uit. Als het lampje ca. 2 seconden knippert en er wordtook een geluidssignaal gegeven, betekent dat dateen onjuiste keuze is gemaakt. 1 Toets KORTEXTRA KORTU hebt de keus uit twee functies:●●KORT: verkorte hoofdwas voor lichtverontreinigd wasgoed (witte, bonte was ensynthetica). ●EXTRA KORT: voor wasgoed dat niet erg vuilis of om textiel op te frissen (witte, bonte was,synthetica en fijne was). Het lampje dat overeenkomt met de gekozenstand, gaat branden. KORT en EXTRA KORT kunnen niet bijinstelling 60E gekozen worden.
De tijdsduurwordt aangepast aan het soort textiel en degekozen temperatuur. Max. belading voor witteen bonte was 3,5 kg. Belangrijk. Wanneer u gelijktijdig op de toetsen KORT/EXTRAKORT en STARTUITSTEL drukt, schakelt u hetgeluidssignaal uit dat te horen is bij het instellen vanhet programma, aan het einde van de wascyclus enals een onjuiste keuze is gemaakt. Door weer op deze 2 toetsen te drukken wordt hetgeluidssignaal weer ingeschakeld. 2 Toets VLEKKENVoor het behandelen van sterk verontreinigdwasgoed of van wasgoed met vlekken metvlekkenzout (verlengde hoofdwas met inspoeling vanvlekkenzout op het juiste moment, kan niet bij temperaturen beneden 40°C gekozen worden). Dezefunctie kan voor witte, bonte was en syntheticagekozen worden (niet mogelijk bij 95°+VOORWAS). 3 Toets EXTRA SPOELEN In alle programma’s mogelijk behalve bij WOL enHANDWAS. De machine voert 2 extra spoelgangenuit.
4 Toets START/PAUZENadat u het gewenste programma en de optiesgekozen heeft, drukt u op deze toets om hetwasprogramma te starten. Het lampje boven detoets stopt met knipperen en blijft nu continubranden. Als de functie STARTUITSTEL gekozen is,begint nu het terugtellen. Het lopende programma wordt onderbroken als uweer op de toets drukt. Het lampje boven de toetsgaat knipperen. Om het programma verder af tewerken drukt u opnieuw op toets Start/Pauze. 5 Toets STARTUITSTELMet deze toets kan de programmastart 2 tot 12 uurworden uitgesteld. Zo kunt u bijv. in de voordeelurenwassen. Het lampje, dat overeenkomt met de gekozen tijd,brandt. Deze toets moet worden ingedrukt voordat utoets START/PAUZE indrukt.
10Om de starttijd te annuleren nadat toetsSTART/PAUZE ingedrukt is, gaat u als volgt te werk:●Druk op START/PAUZE-toets. ●Druk een keer op toets STARTUITSTEL: hetlampje, dat overeenkomt met de gekozen tijd,gaat uit. ●Druk opnieuw op toets START/PAUZE. Belangrijk. ●Om de starttijd te wijzigen moet u eerst hetwasprogramma weer kiezen. ●De deur is gedurende het startuitstel vergrendeld. Tijdens deze periode kunt u wasgoed toevoegen:druk op toets START/PAUZE, de deur kangeopend worden. Voeg het wasgoed toe, sluit dedeur en druk weer op toets START/PAUZE. Het startuitstel kan niet voor de programma’sPOMPEN en CENTRIFUGEREN gekozen worden. 6 Indicatie van het programmaverloopOp het moment dat u de uitgestelde starttijd kiest,gaat het lampje, dat overeenkomt met de gekozentijd, branden. Na indrukken van toets START/PAUZEbegint de machine in stappen van uren terug tetellen.
●HOOFDWAS: als het lampje brandt, betekent datdat de machine in bedrijf is. ●EINDE = einde cyclusAls lampje EINDE knippert, betekent dat dat er eenstoring in de machine opgetreden is:- 4x aan en uit = deur open- 2x aan en uit = storing bij de waterafvoer- 1x aan en uit = storing bij de watertoevoerTegelijkertijd klint een geluidssignaal. Raadpleeg hoofdstuk “Eenvoudige storingen” omhet defect op te heffen. 4 H2 H8 HHOOFDWASEINDE7 ProgrammakiezerDeze knop is in sectoren verdeeld:●Witte en bonte was● Synthetica● Fijne was● Handwas● Wol●Extra programma's0/UIT Programma annuleren/Machine uitschakelen. De programmakiezer kan zowel naar rechts als naarlinks gedraaid worden. Symbolen op de programmakiezer●60°E = Energie besparenAan het einde van het programma moet deprogrammakiezer op O gedraaid worden. Let op.
Als de programmakiezer tijdens de uitvoering vaneen wasprogramma op een ander programma wordtgezet, gaan de lampjes van het programmaverloopknipperen. De machine zal het zojuist gekozenprogramma niet uitvoeren.
1140°C: vrijwel alle textielsoorten kunnen op 40°Cgewassen worden. U kiest deze temperatuur ten eerste als dit op hetwasetiket aangegeven wordt, bijvoorbeeld voordonkergekleurd textiel, fijne was en wol. Daarnaast kiest u 40°C als het wasgoed zo weinigvuil is dat het met een lage temperatuur ook nogschoon wordt. 30°C: voor lichtgekleurde bonte was. Voor bijzonderteer wasgoed is het programma HANDWAS 30°Cgeschikt. Wij adviseren u zich altijd aan de etiket-temperatuurte houden. Hoeveel wasgoed in de trommel. Wilt u optimale resultaten bereiken, dan adviserenwij u, naast het kiezen van het juiste programma,ook de maximaal toegestane belading van detrommel niet te overschrijden. Wasgoed droog wegen voor u het in de trommeldoet, is erg omslachtig, dus helpen wij u op eenandere manier op weg:●Volle belading (maar niet proppen) voor katoen enlinnen.
●Halfvolle of iets meer dan halfvolle belading voorsterke synthetica en mengsels. Ook zogehetenkreukherstellende stoffen vallen onder synthetica. ●Een derde van de trommel voor fijne was enmachine-wasbare wol. In onderstaande tabel geven wij u een indruk watwasgoed, bestaande uit katoen en linnen, ongeveerweegt. Adviezen en tips voor het wassenWas niet te lang opsparenIn de eerste plaats adviseren wij u wasgoed niet al telang op te sparen, in ieder geval niet als het vochtigis want het gaat dan schimmelen en veroorzaakt eenmuffe geur. Men zegt ook wel dat «het weer er in gekomen is»;weervlekken krijgt u er niet meer uit. SorterenNeemt u vooral even de tijd om de in dit boekjeafgedrukte kaart voor de behandelingssymbolenaandachtig te lezen. Een streep onder de tobbe betekent dat u hetartikel niet met de krachtige katoenprogramma’smag wassen.
Het wolwasprogramma van deze wasautomaat werddoor Woolmark goedgekeurd, op voorwaarde dat dekleding gewassen wordt overeenkomstig deinstructies op het kledingetiket en die van deproducent van deze wasautomaat. LicentienummerM9604. Voor alle andere wolsoorten en mengsels is hetprogramma HANDWAS geschikt. TemperaturenIn principe kiest u voor een bepaalde wasbeurt desoptemperatuur niet hoger dan het gevoeligste stukwasgoed nog kan verdragen. 95°C: voor wit of kookecht gekleurd katoen enlinnen, zoals beddengoed, tafellakens, theedoeken,handdoeken, zakdoeken en ondergoed. Gemakshalve wordt deze groep vaak witte wasgenoemd. 60°C: voor normaal verontreinigde witte was en voorlichtgekleurde bonte was. 50°C: voor witte en lichtgekleurde synthetica.
Behandel voortijds vlekken die er in de wasautomaatmoeilijk of in het geheel niet uit zullen gaan:Was- en kaarsvet. Zoveel mogelijk met een bot mesvoorzichtig afschrapen. Tussen twee papierenzakdoekjes de overgebleven was met de warmestrijkbout er uit strijken. Niet te heet bij synthetischestoffen. Inkt en ballpoint: Deppen met spiritus. De kleur vande stof kan aangetast worden door zowel de inkt alsde spiritus. Weer- en schroeivlekken. Bleken met eenverdunde oplossing van bleekwater. Roest. Verwijderen met citroenzuur of een speciaalbehandelingsmiddel. Eerst koud spoelen en daarnawassen. Geen wasmiddel met bleekmiddelgebruiken. Kauwgom. Wegwrijven met ijsblokjes. Restantverwijderen met nagellak-remover. Pas op metremover bij synthetische stoffen. Verf. Geef de vlek geen kans om op te drogen.
Gras. Met spiritus vochtig maken en met eenzeepoplossing deppen. Als de kleur of de stof ertegen kan, nableken met bleekwater. Chocolade, thee, wijn, koffie en vruchtensap. Voorweken in warm water met een biologischvoorweekmiddel. Als het nodig is en de kleur of destof er tegen kan, nableken met bleekwater. Vuile kragen of manchetten. Aanstrijken met zeepof een speciaal daarvoor bedoelde spray of pasta. Dan gewoon wassen. Bloed. Verse vlekken met lauw water uitspoelen. Oude vlekken voorweken met een biologischvoorweekmiddel. Transpiratie- en deodorantvlekken. Verse vlekkenmet sodawater deppen. Oude vlekken met azijn ofspiritus deppen. Hars. Met een speciale vlekkenoplosser behandelen. Sterke stoffen, zoals katoen en linnen, metterpentine, wasbenzine of spiritus behandelen.
Het gebruik van verdampende middelen, zoalsterpentine, wasbenzine, spiritus, thinner, aceton endergelijke is gevaarlijk; niet roken en geen open vuurgebruiken. Doe het karweitje buiten en laat het kledingstuk eerstuitdampen voor u het in de wasautomaat of dedroogautomaat doet. De fabrikant van uw wasautomaat is nietaansprakelijk voor schade of letsel ontstaan door hetgebruik van gevaarlijke stoffen. LET OPObjecten zoals flippo’s, munten,veiligheidsspelden, schroeven en andereharde materialen behoren niet in dewasautomaat; zij kunnen aanzienlijke schadeveroorzaken. Was bh’s met beugels altijd in een wasnetjeen alleen op programma HANDWAS.
13HardheidFranseschaalHoud u aan de aanwijzingen van de fabrikant van dewasverzachter, maar de hoeveelheid wasverzachtermag nooit hoger dan het filternet in het doseervakjeof de maximum aanduiding komen. Erg dikke vloeistof voortijds met wat waterverdunnen. WaterontharderWater is «harder» naarmate er meer calcium enmagnesium in voorkomt. In Nederland wordt dehardheid aangegeven in «DH» (Duitse graden). Op deverpakking van het wasmiddel vindt u, in drie globalezones verdeeld, hoeveel wasmiddel u moet doseren. U ziet dat dat meer is naarmate de hardheid hoger is. Bereik1234zachtgemiddeldhardzeer hard00-0708-1415-21meer dan 210-1516-2526-37meer dan 37DuitseschaalWaterhardheidWelke wasmiddelen gebruiken. Een gouden regel is: gebruik altijd machine-wasmiddelen, dus nooit handwasmiddel of zeep inde machine.
Een nauwelijks minder belangrijke regel is: probeergewoon uit welk wasmiddel u het beste bevalt. Houd u aanvankelijk aan de doseringen die defabrikant van het wasmiddel op z'n verpakkingaangeeft en let daarbij op de waterhardheid (kunt uopvragen bij het waterleidingbedrijf). Het is demoeite waard om daarna uit te proberen of bijminder doseren uw wasgoed ook nog voldoendeschoon wordt. In ieder geval kunt u bij een kleinwasje aanzienlijk minder doseren. Er zijn totaal-wasmiddelen voor witte of bonte was,bleekvrije wasmiddelen voor bonte was, specialefijnwasmiddelen, machine-wolwasmiddelen enbiologische voorwas- of voorweekmiddelen. Traditionele poeder-wasmiddelenDeze wasmiddelen doet u in de vakjes voor devoorwas en voor de hoofdwas.
Vloeibare wasmiddelenGebruikt u een vloeibaar wasmiddel, dan mag u dat,mits u geen programma met VLEKKEN-functie doet,direct in het vakje voor het hoofdwasmiddelgieten. Wel meteen daarna de machine starten. Vloeibare wasmiddelen zijn zeer geschikt voor lagewastemperaturen, dus 30°C en 40°C. Voor hogeretemperaturen, 60°C tot 95°C, adviseren wij u eenpoedervormig wasmiddel te gebruiken.
Geconcentreerde poeder-wasmiddelen(ULTRA’s, MICRO’s en dergelijke)Geconcentreerde wasmiddelen kunt u op dezelfdemanier als vloeibare wasmiddelen doseren. Uiteraard past u de hoeveelheid aan, omdat u vandeze wasmiddelen minder nodig hebt. WasverzachterTijdens de laatste spoelgang doseert de machineautomatisch een hoeveelheid vloeibarewasverzachter. U hoeft geen wasverzachter tegebruiken maar dit kan soms toch wenselijk zijn. Bijvoorbeeld als u katoen binnenshuis droogt: hetwasgoed voelt dan minder stug aan. Of als usynthetisch wasgoed in de machine droogt: hetwordt dan niet statisch (knetteren, kleven). Kalk slaat uit het water neer op zowel het wasgoedals op machinedelen. Bekend is onder andere hetstug worden van wasgoed en het verkalken van hetverwarmingselement. Om dat te voorkomen doet de wasmiddelfabrikanteen kalkbindende stof in het wasmiddel. Voorheenwas dat fosfaat.
Tegenwoordig, om redenen vanmilieutechnische aard, een fosfaatvervanger. Het wasmiddel bestaat echter uit vele ingrediënten. Gaat u meer doseren, dan doet u dat feitelijk slechtsom meer kalkbindende stoffen aan het water toe tevoegen. Automatisch doseert u dan eigenlijk te veel van aldie andere actieve stoffen. U kunt dat verhelpendoor minder wasmiddel te doseren en het verschilopvangen door een onthardingsmiddel, zoalsCalgon, mee te doseren. Houd u aan deaanwijzingen van de fabrikant van hetonthardingsmiddel.
14Een was doenGiet vóór het in gebruik nemen 2 liter water in hetvakje van de wasmiddellade om de spaarklep teactiveren. Voer dan een wasgang zonder wasgoeduit, opdat vetresten (die bij de fabricage zijnontstaan) uit de wastrommel en de kuip wordenverwijderd. Programma: bonte was 95°C, met eenhalve maatbeker wasmiddel.1. Wasgoed in de machine doenOpen de vuldeur. Doe de stukken wasgoed één Hetstabilisatie-controlesysteem zorgt voorvoor één in detrommel. Haal opgevouwen wasgoed eerst uit elkaar.Sluit de vuldeur; druk hem goed in het slot.2. Wasmiddel doserenTrek de wasmiddellade uit het bedieningspaneel tothij niet verder kan.Meet de gewenste hoeveelheid wasmiddel in eenmaatbekertje af en giet het in het vakje voor hethoofdwasmiddel .Als u 95°+VOORWAS of een programma metVLEKKEN-functie kiest, vlekkenzout in vak doseren.3.
Wasverzachter doserenGiet, indien gewenst, wasverzachter in het daarvoorbestemde vakje .Overschrijd het niveau MAX niet.4. Gewenste programma kiezenDraai de programmakiezer op het gewensteprogramma.Het lampje van toets START/PAUZE gaat knipperen.95° + VOORWAS40° BONTE WASPOMPENCENTRIFUGERENUIT50° SYNTHETICASPOELENWASVER-ZACHTEN60°SNELWAS 30°40° FIJNE WASSTRIJKVRIJ 40°BONTE WAS 30°WITTE WAS 60°EHANDWAS 30°WOL40°P1174P11755. Eventueel extra functies kiezenHet betreffende controlelampje gaat branden.6. Functie STARTUITSTEL kiezenVoordat u het programma start, als u de machineop een ander tijdstip wilt laten beginnen, drukt u opde toets STARTUITSTEL totdat het lampje datovereenkomt met de gekozen tijd, brandt.7.
Het programma startenDruk op toets START/PAUZE: het betreffende lampjestopt met knipperen, lampje HOOFDWAS brandt.Het programma start.Als u gekozen heeft voor startiutstel, begint demachine het terugtellen.START/PAUZE8 H4 H2 HEINDEHOOFDWASSTARTUITSTEL12 HVLEKKENEXTRAKORTEXTRASPOELENKORT
158. Wijzigen van een optie of een lopendprogrammaHet programma kan gewijzigd worden zolang u nogniet op toets START/PAUZE gedrukt heeft. Optie wijzigen: U kunt een optie wijzigen voordat het programmadeze heeft uitgevoerd. Als het programma al gestart is, moet u toetsSTART/PAUZE indrukken. Lopend programma wijzigen: Draai de programmakiezer op stand “O” en dan ophet gewenste programma. Het water in de kuipwordt niet weggepompt. Start het nieuweprogramma door op toets START/PAUZE tedrukken. 9. Onderbreken van het programmaDruk op toets START/PAUZE, het betreffende lampjeknippert. Om het programma verder af te werkendrukt u opnieuw op toets START/PAUZE. 10. Annuleren van het programmaDraai de programmakiezer op stand “O” voor hetannuleren van een ingesteld programma. U kunt nu een ander programma kiezen. 11.
Openen van de deur tijdens eenlopend programmaDe deur kan geopend worden, nadat u de machinein PAUZE gezet hebt, mits:●de machine het water niet boven 55°C aan hetverwarmen is●het waterniveau niet hoog is●de trommel niet in beweging isAls dit niet het geval is, kan de deur geopendworden. Indien de deur niet geopend kan worden (zie boven)en dit absoluut noodzakelijk is, schakelt u demachine uit door de programmakiezer op stand “O”te draaien. Na ongeveer 3 minuten kunt u de deur openen. Denk om het waterniveau en soptemperatuur. U kunt nu het programma weer kiezen enopnieuw op toets START/PAUZE drukken, om hetprogramma verder af te werken. 12. Einde van het programmaDe machine stopt automatisch en klint een eengeluidssignaal. U moet het water afpompen voordat u de deur kuntopenen. Draai de programmakiezer op stand “O” endan op programma POMPEN of CENTRIFUGEREN.
overhemden,blouses, ondergoedSynthetica50°30°40°40°Textiel vankreukherstellendgemaakte katoen,weefsels gemengd metkatoen, synthetischeweefselsVoor bijzonder teerwasgoed met “Handwas”etiket Voor alle fijne textiel,bijvoorbeeld vitragesWOL Wolwasprogramma voortextiel met het wolmerk ende aanduiding “krimpvrij”of “wasmachine veilig”HandwasEXTRA KORTEXTRA SPOELENFijne was1 kg0,3559802 kg 0,3403040°30°Synthetische weefsels,blouses, no-ironoverhemdenLicht verontreinigdwasgoed, behalve wol StrijkvrijKORT/EXTRA KORTVLEKKENEXTRA SPOELENSnelwasWol Witte was+ VOORWAS95°Wit wasgoed, bijvoorbeeldwerkkleding die normaalverontreinigd is,beddengoed, tafellakens enondergoed, handdoekenKORT/EXTRA KORTEXTRA SPOELEN6 kg1,14 49 145Witte wasSPAAR-programma60°EWit wasgoed dat slechtslicht verontreinigd is, bijv.kort gebruikt beddengoedVLEKKENEXTRA SPOELENKORT/EXTRA KORTVLEKKENEXTRA SPOELENKORT/ EXTRA KORTVLEKKEN (alleen 40°)EXTRA SPOELENKORT/EXTRA KORTVLEKKENEXTRA SPOELENENERGIE BESPARENVoor licht tot normaal verontreinigde witte was kan het spaarprogramma 60°E gebruikt worden: er wordt eengoed wasresultaat behaald en energie bespaard.Het programma 60°E is het referentie programma voor de gegevens op het verbruiksetiket, volgens EEG-norm92/75.* De verbruikswaarden zijn richtlijnen en hangen af van soort en hoeveelheid wasgoed, van de temperatuur vanhet leidingwater en van de omgevingstemperatuur.
19Onderhoud1. De buitenkantDe buitenkant van de machine kunt u, naar behoefte,reinigen met een vochtige doek en een neutraalhuishoudschoonmaakmiddel. Moderneschoonmaakmiddelen drogen doorgaans streeploosop.Nalappen met schoon water en daarna droogzemen.Belangrijk: Gebruik nooit spiritus, terpentine endergelijke oplosmiddelen.2. De deurRegelmatig controleren of zich aanslag of vreemdevoorwerpen in de rubber manchet achter de deurbevinden.3. De wasmiddelladeWasmiddelen en wasverzachter koeken na verloopvan tijd aan.Maak de wasmiddellade af en toe schoon onder destromende kraan. U kunt daartoe de lade geheel uitde machine nemen door op de pal links achterin tedrukken.De bovenkant van het vakje voor de wasverzachterkunt u voor het schoonmaken verwijderen.P1143P1142P1050Ook in de behuizing van de wasmiddellade kan zichop den duur wasmiddel verzamelen.
Maak debinnenkant met een oude tandenborstel schoon.Plaats de lade terug in z'n behuizing en laat demachine, zonder wasgoed, een spoelgang doen.4. Het toevoerfilter Wanneer u merkt dat de machine langer over hetwater innemen gaat doen, verdient het aanbevelingom het toevoerfilter te controleren op verstopping.Daartoe draait u eerst de kraan dicht en vervolgensdraait u de slangwartel van de kraan af.Reinig het filter met een borsteltje.Draai de wartel weer stevig op de kraan.5. De afvoerpompDe afvoerpomp moet regelmatig wordengecontroleerd en vooral als● de machine niet pompt en/of centrifugeert● de machine tijdens het pompen een ongewoongeluid maakt dat wordt veroorzaakt doorvoorwerpen als veiligheidsspelden, munten e.d.die de pomp blokkeren.P1090P0038
206. Waterafvoer in noodgevallenAls het water niet wordt weggepompt gaat u alsvolgt te werk om de machine te legen:● Trek de stekker uit het stopcontact. ● Draai de waterkraan dicht. ● Wacht, indien nodig, tot het water is afgekoeld. ● Open het pompdeurtje. ● Zet een bak op de vloer en leg het einde van denoodaftapslang in de bak. Verwijder de dop. Hetwater moet door de zwaartekracht in de bak lopen. Als de bak vol is, zet u de dop weer op de slang. Herhaal de procedure tot er geen water meeruitkomt. ● Maak de pomp eventueel schoon zoals eerderbeschreven. ● Zet de dop weer op de noodaftapslang en plaatsde slang terug. ● Draai het pompdeksel vast en sluit het deurtje. 7. Voorzorgsmaatregelen bijvorstIndien de wasautomaat wordt blootgesteld aantemperaturen onder 0°C moeten enkelevoorzorgsmaatregelen worden getroffen. ● Trek de stekker uit het stopcontact.
● Draai de waterkraan dicht en draai dewatertoevoerslang van de kraan los. ● Zet een bak op de vloer, leg het uiteinde van denoodaftapslang en van de toevoerslang in de baken laat het water uit de machine lopen. ● Schroef de watertoevoerslang weer op de kraan,zet de dop weer op de noodaftapslang en plaatsde slang terug. Het water dat in de leidingen is achtergebleven,wordt op deze manier afgevoerd en hiermee wordtvoorkomen dat er ijsvorming optreedt die demachine kan beschadigen. Controleer, wanneer u de wasautomaat opnieuw wiltgebruiken, of de omgevingstemperatuur hoger dan0°C is. Belangrijk. Elke keer dat u m. b. v. de noodaftapslang wateraftapt, moet u 2 liter water in het vak voorhoofdwasmiddel in de wasmiddellade gieten en danprogramma POMPEN instellen. Hierdoor wordt despaarklep geactiveerd en wordt voorkomen dat bijde volgende wasbeurt wasmiddel ongebruiktachterblijft.
Ga als volgt te werk:● Trek de stekker uit het stopcontact. ● Wacht, indien nodig, tot het water is afgekoeld. ● Open het pompdeurtje. ● Zet een bak op de vloer om evt. water op tevangen.
● Trek de noodaftapslang uit zijn plaats, leg hem inhet bakje en verwijder de dop. ● Als er geen water meer uitkomt, draai dan het pompdeksel los. ● Verwijder vreemde voorwerpen uit hetschoepenrad van de pomp door hem te draaien. ● Zet de dop weer op de noodaftapslang en plaatsde slang terug. ● Draai het pompdeksel volledig vast. ● Sluit het pompdeurtje. P1117P1115P1114.
●Een van de toevoerslangwartels lekt. U zietnauwelijks dat er water langs de slang loopt;voelt u dus even of de slang nat is. ●Afvoerslang beschadigd. ●Is de wasmiddellade schoon. ●Is de noodaftapslang gesloten. Tijdens de fabricage van deze wasautomaat zijn vele controles uitgevoerd. Als er echter een storing optreedt,lees dan eerst onderstaande aanwijzingen voordat u contact opneemt met onze service-afdeling. Tijdens de werking van het apparaat kan het gebeuren dat lampje EINDE knippert en een geluidssignaal klinkt:4x aan en uit = deur open2x aan en uit = storing bij de waterafvoer1x aan en uit = storing bij de watertoevoerNadat u eventuele oorzaken verwijderd heeft, drukt u op toets START/PAUZE om het onderbroken programmate hervatten. Indien u de storing niet zelf kunt opheffen, neem dan contact op met onze service-afdeling.
22●Het elektronische stabilisatie-controlesysteem is inwerking getreden. Het wasgoed wordt, doordat dedraairichting van de trommel gewijzigd wordt,losgemaakt, beter verdeeld en er wordt opnieuwmet centrifugeren begonnen. Dit kan herhaaldelijkhet geval zijn, totdat de onbalans opgeheven is enhet centrifugeren definitief afgewerkt kan worden. Indien het wasgoed na 10 minuten niet losgemaaktis, wordt het niet gecentrifugeerd. In dit geval moetu zelf het wasgoed beter in de trommel verdelenen het centrifugeprogramma kiezen. ●Het centrifugeren begint traag ofhet wasgoed wordt nietgecentrifugeerd:●De machine heeft een modern aandrijfsysteem,dat in vergelijking met oudere wasautomaten eenafwijkend geluid maakt. Het nieuweaandrijfsysteem maakt de trage aanloop bijcentrifugeren mogelijk. Hierdoor wordt destabiliteit verbeterd.
●De machine maakt eenongewoon geluid:● Het wasresultaat is niet alsgewoonlijk:●Misschien hebt u te weinig of te veel wasmiddelgedoseerd. Onderdosering leidt tot vergrauwing van hetwasgoed en tot kalkaanslag in het apparaat. Nauwkeuriger doseren. ●Hebt u bijzondere vlekken voorbehandeld. ●Hebt u het juiste programma en de juistetemperatuur gekozen. ●Is de machine overbeladen. ● Na beëindiging van hetprogramma zijn op het wasgoedwitte wasmiddelresten te zien:●Hierbij gaat het meestal om onoplosbarebestanddelen van moderne wasmiddelen. Ze zijnniet het gevolg van een onvoldoende spoeleffect. Mogelijke oplossingen: uitborstelen ofuitschudden, evt. ook het wasgoed binnenstebuiten wassen. Storingen Mogelijke oorzaken● Na de laatste spoelgang is nogschuim zichtbaar:●Moderne wasmiddelen kunnen ook in het laatstespoelwater nog schuim veroorzaken, wat echtergeen invloed op het spoelresultaat heeft.
23Als u vragen hebt waar deze gebruiksaanwijzing geen antwoord op geeft, kunt u de volgende afdelingenraadplegen:Service-informatielijn (0172) 468 300 (voor bezoek servicetechnicus en onderdelen) www. electrolux. nlConsumentenbelangen (0172) 468 172(voor algemene, product- of gebruiksinformatie) www. electrolux. nlBelangrijk. Houd bij het opgeven van een storing altijd modelaanduiding, productnummer en serienummer van uwapparaat bij de hand. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat (aan de binnenkant van hetfilterdeurtje en op de achterzijde van het apparaat) en kunt u het beste hieronder noteren. Modelaanduiding. Productnummer. Serienummer. Bereid het gesprek altijd goed voor. Zo vergemakkelijkt u de diagnose en de beslissing of bezoek van eenservicetechnicus nodig is. Geef zo nauwkeurig mogelijk op:- Hoe doet de storing zich voor.
- Onder welke omstandigheden treedt de storing op. - Wordt in het display een foutmelding aangegeven. Aan de hand van deze informatie kan onze service-afdeling de juiste voorbereidingen treffen, zodat hetapparaat bij het eerste bezoek van de servicetechnicus weer hersteld kan worden. Op deze manier hoeft uslechts één maal thuis te blijven. Als u toch voor één van de in deze gebruiksaanwijzing vermelde storingen of vanwege foutieve bediening onzeservice-afdeling inschakelt, wordt dit bezoek ook tijdens de garantietermijn niet door onze garantiebepalingengedekt. Onze producten worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geproduceerd. Desondanks kan hetvoorkomen dat er een defect optreedt. Onze servicedienst zal dit op verzoek herstellen, zowel binnen alsbuiten de garantietermijn. De levensduur van het product wordt daardoor niet negatief beïnvloed.
Voor dit product verlenen wij garantie volgens onderstaande voorwaarden:1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de voorwaarden 2 tot en met 15 gebreken aan het productdie zich openbaren binnen 24 maanden vanaf de datum van levering aan de eindgebruiker. In geval vanprofessioneel of daarmee gelijk te stellen gebruik is de garantie beperkt tot 12 maanden. Voortweedehands producten geldt eveneens een termijn van 12 maanden. 2. De garantieprestatie houdt in dat het product kosteloos wordt teruggebracht in de toestand die het hadvoor het defect optrad. Gebrekkige onderdelen worden hersteld of vervangen. Kosteloos vervangenonderdelen worden ons eigendom. 3. Het gebrek moet terstond gemeld worden om mogelijke verdere schade te voorkomen. Degarantieaanspraak vervalt indien het gebrek niet binnen twee maanden na vaststelling is gemeld. 4.
Voor een beroep op garantie dient het aankoopbewijs met aankoop- en/of leveringsdatum te wordenoverlegd. Bij ontbreken daarvan dient ander overtuigend bewijs te worden overlegd. 5. De garantie heeft geen betrekking op schade aan kwetsbare onderdelen, zoals (vitrokeramisch) glas,kunststof, rubber, die ontstaan is door onzorgvuldig gebruik. Klanten service Garantievoorwaarden.
246. De garantie heeft geen betrekking op kleine afwijkingen van de gestelde kwaliteit die voor de waarde endeugdelijkheid van het product onbeduidend zijn. 7. De garantie geldt evenmin voor schade veroorzaakt door:a. chemische en elektrochemische inwerking van water,b. abnormale milieuomstandigheden in het algemeen,c. voor het product oneigenlijke bedrijfsomstandigheden,d. contact met agressieve stoffen. 8. De garantie heeft geen betrekking op gebreken door transportschade die buiten onze verantwoordelijkheidis ontstaan, niet-vakkundige installatie of montage, verkeerd gebruik, gebrekkig onderhoud, of het niet inacht nemen van de gebruiks- of montageaanwijzingen. 9.
Het recht op garantie vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door herstelling of ingrepen doorderden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of wanneer het product voorzien werd van toebehoren ofonderdelen die niet origineel zijn en daardoor een defect veroorzaken. 10. Producten die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden overhandigd aan of gezonden naaronze servicedienst. Herstelling ter plaatse kan slechts worden gevraagd voor grote of ingebouwdeproducten. 11. Indien het product zodanig is ingebouwd, ondergebouwd, opgehangen of geplaatst dat de benodigde tijdvoor het in- en uitbouwen samen meer dan 30 minuten bedraagt, worden de hierdoor ontstane extrakosten aan de gebruiker in rekening gebracht. Schade die ontstaat door abnormale in- of uitbouw komtten laste van de gebruiker. 12.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Marynen CMF Cycle stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Marynen
Alle Marynen Wasmachine handleidingen