Makita DTM52 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Makita DTM52 (80 pagina’s), behorend tot de categorie Multitool. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 63 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Makita DTM52 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/80
DTM52
EN
Cordless Multi ToolINSTRUCTION MANUAL4
FR
MANUEL D’INSTRUCTIONS11
DE
Akku-Multifunktions-
Werkzeug
BETRIEBSANLEITUNG19
IT
Utensile multifunzione a
batteria
ISTRUZIONI PER L’USO27
NL
AccumultitoolGEBRUIKSAANWIJZING35
ES
Multitool Inalámbrica
MANUAL DE
INSTRUCCIONES
43
PT
Multicortadora Oscilante a
Bateria
MANUAL DE INSTRUÇÕES51
DA
Akku-multimaskineBRUGSANVISNING58
EL
65
TR
KULLANMA KILAVUZU73

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Makita
Categorie: Multitool
Model: DTM52
Kleur van het product: Black, Blue, Silver
Gewicht: 2000 g
Stroombron: Batterij/Accu
Accu/Batterij voltage: 18 V
Input vermogen: - W
Uitgangsvermogen: 370 W
Geluidsdrukniveau: 76 dB
Ingebouwd licht: Ja
Aanpasbare snelheid: Ja
Geluidsniveau onzekerheid: 3 dB
Trillingsniveau (schuren): 2.5 m/s²
Stationair aantal schuurbewegingen (min): 10000 OPM
Stationair aantal schuurbewegingen (max): 20000 OPM
Multi-tool applicatie: Sanding, Sawing, Scraping
Soft start: Ja
Type motor: Borstelloos
Oscillatiehoek: 3.6 °
Accessoires wisselen zonder gereedschap: Ja
Trillingsniveau (invalzaagblad): 2.5 m/s²
Trillingsniveau onzekerheid (invalzaagblad): 1.5 m/s²
Trillingsniveau (segmentzaagblad): 2.5 m/s²
Trillingsniveau onzekerheid (segmentzaagblad): 1.5 m/s²
Trillingsniveau (schrapen): 2.5 m/s²
Trillingsniveau onzekerheid (schrapen): 1.5 m/s²

Handleiding Makita DTM52 – volledige tekst

35 NEDERLANDSNEDERLANDS (Originele instructies)TECHNISCHE GEGEVENSModel: DTM52Oscillaties per minuut 10. 000 - 20. 000 min-1Uitslaghoek links/rechts 1,8° (3,6° totaal)Totale lengte met BL1820B 305 mmmet BL1860B 322 mmNettogewicht 1,7 - 2,0 kgNominale spanning 18 V gelijkstroom• In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaandetechnische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen. • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. • Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste com-binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel.

Toepasselijke accu’s en ladersAccu BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860BLader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF /DC18SH•Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruikvan enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Toepasselijk werktuigGebruik een werktuig van het type dat past op ditgereedschap, zoals aangegeven in de volgende tabel. OISSTARLOCK PLUSSTARLOCKSTARLOCK MAXDoeleinden van gebruikDit gereedschap is bestemd voor het zagen en snijdenin hout, plastic, gipsplaten, non-ferrometalen en som-mige montagematerialen (zoals spijkers en nieten). Hetis tevens bedoeld voor het werken met zachte wand-tegels en het droog schuren en afkrabben van kleineoppervlakken.

De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemetenvolgens EN62841-1:Toepassing: Snijden met het invalzaagbladGeluidsdrukniveau (LpA): 72 dB (A)Onzekerheid (K): 3 dB (A)Het geluidsniveau kan tijdens gebruik hoger wordendan 80 dB (A). De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemetenvolgens EN62841-1:Toepassing: Snijden met het segmentzaagbladGeluidsdrukniveau (LpA): 76 dB (A)Onzekerheid (K): 3 dB (A)Het geluidsniveau kan tijdens gebruik hoger wordendan 80 dB (A). De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemetenvolgens EN62841-1:Toepassing: AfschrapenGeluidsdrukniveau (LpA): 71 dB (A)Onzekerheid (K): 3 dB (A)Het geluidsniveau kan tijdens gebruik hoger wordendan 80 dB (A).

36 NEDERLANDSOPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme-thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed-schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor eenbeoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij-dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.

WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig-heidsmaatregelen worden getro?en ter bescher-ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak-tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha-keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).

TrillingDe totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoalsvastgesteld volgens EN62841-2-4:Toepassing: SchurenTrillingsemissie (ah): 2,5 m/s2 of lagerOnzekerheid (K): 1,5 m/s2De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoalsvastgesteld volgens EN62841-1:Toepassing: Snijden met het invalzaagbladTrillingsemissie (ah): 2,5 m/s2 of lagerOnzekerheid (K): 1,5 m/s2De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoalsvastgesteld volgens EN62841-1:Toepassing: Snijden met het segmentzaagbladTrillingsemissie (ah): 2,5 m/s2 of lagerOnzekerheid (K): 1,5 m/s2De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoalsvastgesteld volgens EN62841-1:Toepassing: AfschrapenTrillingsemissie (ah): 2,5 m/s2 of lagerOnzekerheid (K): 1,5 m/s2OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijngemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver-gelijken met andere gereedschappen.

OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar-de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor eenbeoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij-dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig-heidsmaatregelen worden getro?en ter bescher-ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak-tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha-keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).

EG-verklaring van conformiteitAlleen voor Europese landenDe EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd alsBijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR-SCHUWINGENAlgemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschapWAARSCHUWING: Lees alle veiligheids-waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder-staande aanwijzingen naleeft, kan dat resulteren inbrand, elektrische schokken en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor-schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidsvoorschriften voor een accumultitool1.

37 NEDERLANDS2. Houd elektrisch gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde handgrepen wanneer de kans bestaat dat het werktuig in aanraking komt met verborgen bedrading. Als een draad dieonder stroom staat wordt ingesneden, kunnen de metalen delen van het elektrisch gereedschap ook onder stroom komen te staan en kunt u een gevaarlijke schok krijgen. 3. Gebruik klemmen of dergelijke voorzieningen om uw werkstuk aan een stabiele ondergrond vast te klemmen. Een werkstuk dat u in de handhoudt of tegen uw lichaam aan drukt, kan al te vrijelijk bewegen en onhoudbaar worden. 4.  Draag altijd een veiligheidsbril of stofbril. Een gewone bril of zonnebril biedt NIET de nodige veiligheid. 5. Houd het gereedschap stevig vast. 6. Let vooral op dat het werktuig bij inschakelen nog niet in aanraking komt met uw werkstuk. 7. Kom met uw handen niet te dicht bij bewe-gende onderdelen. 8.

Laat het gereedschap niet ingeschakeld ach-ter. Schakel het gereedschap alleen in wanneer u het stevig vasthoudt. 9.  Schakel eerst het gereedschap uit en wacht tot het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen, voordat u het zaagblad van het werkstuk haalt. 10. Raak het werktuig of het bewerkte deel van uw werkstuk niet onmiddellijk na het werk aan; deze delen kunnen bijzonder heet worden en u zou zich kunnen branden. 11. Laat het gereedschap niet onnodig lang draaien in onbelaste toestand. 12. Gebruik altijd het juiste stofmasker of ademha-lingsapparaat voor het materiaal en de toepas-sing waar u aan werkt. 13. Bepaalde materialen kunnen giftige chemica-liën bevatten. Vermijd dan het contact met uw huid en zorg dat u geen stof inademt. Volg de veiligheidsvoorschriften van de fabrikant van het materiaal. 14.

Bij gebruik van dit gereedschap voor het schu-ren van bepaalde materialen, verf en houtsoor-ten, kunt u worden blootgesteld aan stof dat uw gezondheid kan schaden. Gebruik een geschikt stofmasker of ademhalingsapparaat. 17. Controleer of er geen barsten of scheuren in het blok zijn voordat u gaat werken. Barsten of breuken zouden kunnen leiden tot lichamelijk letsel. 18. Gebruik geen accessoires die niet speciek ontworpen en goedgekeurd zijn door de fabri-kant van dit gereedschap. Ook al past een accessoire wel op uw elektrisch gereedschap, dan nog staat dit niet altijd garant voor een veilige werking. 19.  Draag persoonlijke-beschermingsmiddelen. Afhankelijk van de toepassing dient u ook een spatscherm, veiligheidsbril of stofbril te dragen. Draag naar vereist ook oorbescher-mers, werkhandschoenen en een werkschort dat bescherming biedt tegen rondvliegende spaanders of scherp gruis.

Een afdoende oog-bescherming moet in staat zijn om tijdens het werkrondvliegende spaanders of scherp gruis tegen te houden. Het stofmasker of ademhalingsapparaat moet alle vrijkomende deeltjes uit de lucht die uinademt te lteren. Langdurige blootstelling aanhard lawaai kan uw gehoor aantasten. 20. Houd omstanders op veilige afstand tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap. Iedereen die uw werkterrein betreedt, moet beschermende kleding dragen. Er zoudensplinters van uw werkstuk of van een afgebro-ken accessoire kunnen rondvliegen, met kans op verwondingen, ook buiten uw onmiddellijkewerkomgeving. 21. Leg het elektrisch gereedschap altijd pas neer nadat het werktuig volledig tot stilstand is gekomen. Als het werktuig nog draait, kan het deondergrond aangrijpen en het elektrisch gereed-schap uit uw handen trekken. 22. Loop niet met het elektrisch gereedschap terwijl het nog draait.

Gebruik het elektrisch gereedschap niet in de buurt van licht ontvlambare materialen. Alser vonken overspringen, zou er brand kunnenontstaan. 24.  Gebruik geen werktuigen waarvoor koeling met vloeistof vereist is. Het gebruik van water ofeen andere koelvloeistof kan leiden tot een elektri-sche schok, met gevaar voor elektrocutie. 25. Zorg altijd dat het gereedschap is uitgescha-keld en de stekker uit het stopcontact is getrokken of de accu is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. 26. Zorg ook altijd dat u stevig op een solide bodem staat. Let bij het werken op hoge plaatsen op dat er zich niemand recht onder u bevindt. 27. Verzeker u er vóór aanvang van de werkzaam-heden van dat er geen voorwerpen, zoals elektriciteits-, gas- en waterleidingen, verbor-gen zitten in het werkstuk. Anders kan dit eenelektrische schok, een lekstroom of een gaslek veroorzaken.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre?ende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij-zing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

38 NEDERLANDSBelangrijke veiligheidsinstructies voor een accu1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen. 2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitteof een explosie. 3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand-wonden en zelfs een ontplo?ng veroorzaken. 4.  Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken. 5. Voorkom kortsluiting van de accu:(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal.

(2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij-kers, munten e. d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand-wonden, en zelfs defecten. 6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger. 7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo?en in het vuur. 8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in, snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke hande-lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitteof een explosie. 9.  Gebruik nooit een beschadigde accu. 10.

Als voorbereiding van het artikel dat wordtgetransporteerd is het noodzakelijk een expert ophet gebied van gevaarlijke sto?en te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationaleregelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanigworden verpakt dat deze niet kan bewegen in deverpakking. 11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften. 12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-schappen die door Makita zijn aanbevolen. Alsde accu’s worden aangebracht in niet-compatibelegereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui-tensporige warmteontwikkeling, een explosie oflekkage van elektrolyt. 13.

Als u het gereedschap gedurende een lange tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd. 14.  Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-den waardoor brandwonden of koude brand-wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu. 15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken. 16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Dit kan leiden tot slechte prestaties of een defect van het gereedschap of de accu. 17. Behalve indien gebruik van het gereedschap is toegestaan in de buurt van hoogspannings-leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding.

Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu. 18. Houd de accu uit de buurt van kinderen. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s.

Het gebruik van niet-originele accu’s, ofaccu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accuontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor-zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makitaop het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens-duur van de accu1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen. 2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu. 3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden. 4.  Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u hem vanaf het gereedschap of de lader. 5. Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.

39 NEDERLANDSBESCHRIJVING VAN DE FUNCTIESLET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De resterende acculading controlerenAlleen voor accu’s met indicatorlampjes► Fig. 1: 1. Indicatorlampjes 2. TestknopDruk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden. Indicatorlampjes Resterende acculadingBrandt Uit Knippert75% tot 100%50% tot 75%25% tot 50%0% tot 25%Laad de accu op. Er kan eenstoring zijnopgetreden in de accu. OPMERKING:Afhankelijk van de gebruiksomstandighe-den en de omgevingstemperatuur, is het mogelijk dat de aan-gegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator-lampje knippert wanneer het accubeveiligingssys-teem in werking is getreden.

Gereedschap-/accubeveiligingssysteemHet gereedschap is voorzien van een gereedschap-/accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto-matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stop-pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld:Overbelastings-waarschuwingsfunctieDe overbelastingswaarschuwingsfunctie kan in werking tredenals de stroomsterkte aanzienlijk toeneemt als gevolg van bedie-ningen zoals het uitoefenen van te veel druk op het werkstuk. De overbelastingswaarschuwingsfunctie verlaagt de oscil-latiesnelheid en vergroot de amplitude van de trillingen. Haal in dat geval het werktuig van het werkstuk af zodatde oscillatiesnelheid weer toeneemt. Hervat de bedie-ning met een geschikte belasting.

OverbelastingsbeveiligingWanneer het gereedschap/de accu wordt bediend opeen manier waarop een abnormaal hoge stroomsterktewordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch.

Wanneer dat gebeurt, schakelt u het gereedschapuit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap oververhit raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten. OververhittingsbeveiligingWanneer het gereedschap/de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat in deze situatie hetgereedschap/de accu afkoelen voordat u het gereed-schap weer inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladenAls de acculading onvoldoende is, stopt het gereed-schap automatisch. In dit het geval verwijdert u de accuvanaf het gereedschap en laadt u de accu op. BeveiligingsvergrendelingsfunctieWanneer het beveiligingssysteem herhaaldelijk in wer-king treedt, wordt het gereedschap vergrendeld. In deze situatie start het gereedschap niet meer, ookniet wanneer het gereedschap wordt in- en uitgescha-keld.

Om de beveiligingsvergrendeling op te he?en,verwijdert u de accu, plaatst u deze in de acculader enwacht u tot het opladen is voltooid. De trekkerschakelaar gebruikenLET OP: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, dient u er zeker van te zijn dat het gereedschap is uitgeschakeld. ► Fig. 2: 1. SchuifschakelaarOm het gereedschap te starten, schuift u de schuifscha-kelaar in de stand “I (AAN)”. Om het gereedschap te stoppen, schuift u de schuif-schakelaar in de stand “O (UIT)”. Instellen van het draaislagtempo► Fig. 3: 1. InstelknopHet draaislagtempo is instelbaar. Om het draaislag-tempo in te stellen, draait u de instelknop in een stand van 1 tot 6. Hoe hoger de cijferwaarde, hoe hoger hetdraaislagtempo. Stel de instelknop in op een cijfer-waarde die geschikt is voor uw werkstuk.

OPMERKING: De instelknop kan niet direct worden teruggedraaid van 1 naar 6 of doorgedraaid van 6 naar 1. Als u de instelknop forceert, kan het gereed-schap worden beschadigd. Wanneer u de stand vande instelknop verandert, draait u deze door alle tus-senliggende nummers heen.

40 NEDERLANDSDe lamp op de voorkant gebruikenLET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. Schuif de schuifschakelaar naar de stand “I” (aan) om delamp op de voorkant in te schakelen. De lamp blijft bran-den zolang de schakelaar in de stand “I” (aan) staat. De lamp op de voorkant gaat uit 10 seconden nadat de schuifschakelaar naar de stand “O” (uit) is geschoven. ► Fig. 4: 1. Lamp op de voorkantOPMERKING: Wanneer de oververhittingsbeveiligingof de beveiligingsvergrendelingsfunctie in werking isgetreden, knippert de lamp op de voorkant gedurende ongeveer 1 minuut. Raadpleeg het tekstdeel over het gereedschap-/accubeveiligingssysteem. Elektronische functiesHet gereedschap is uitgerust met elektronische functies voor een eenvoudige bediening. Constant-toerentalregelingDe toerentalregelfunctie zorgt voor een constant draai-slagtempo, ongeacht de belastingsomstandigheden.

Zachte-startfunctieDe zachte-startfunctie voorkomt abrupt schoksgewijs inschakelen. Beveiliging tegen onopzettelijk herstartenBij het aanbrengen van de accu in het gereedschapterwijl de schuifschakelaar in de stand “I” (aan) staat,start het gereedschap niet. Om het gereedschap te starten schuift u de schuifscha-kelaar eerst naar de stand “O” (uit) en vervolgens naarde stand “I” (aan). MONTAGEDe accu aanbrengen en verwijderenLET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu nietstevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippenen het gereedschap of de accu beschadigen, of kanpersoonlijk letsel worden veroorzaakt. ► Fig. 5: 1. Rood deel 2. Knop 3.

Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uitmet de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijnplaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereed-schap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is deaccu niet geheel vergrendeld. LET OP:Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u ditniet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP:Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kanworden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren.

Het werktuig aanbrengen of verwijderenOptioneel accessoireWAARSCHUWING: Pas op dat u het werk-tuig niet ondersteboven aanbrengt. Als u hetwerktuig ondersteboven plaatst, kan dat het gereed-schap beschadigen en soms zelfs ernstig letselveroorzaken. LET OP:Verwijder het stof en smeer de bewegende delen van de vergrendelhendel regelmatig. Anders kanhet stof zich ophopen in het bewegende deel van de vergren-delhendel en de soepele beweging ervan hinderen. LET OP: Wees voorzichtig bij het sluiten van de vergrendelhendel. Houd het gereedschap stevig vast bij het aan-brengen of verwijderen van het werktuig. Plaats uw hand niet rond de oorspronkelijke stand van de vergrendelhendel. De vergrendelhendel kan plotseling sluiten waardoor uw vinger bekneld raakt. ► Fig. 6KENNISGEVING: Monteer het werktuig in de juiste richting, die het best voldoet voor uw werk-zaamheden.

Het werktuig kan worden gemonteerd in enkele standen, met 30 graden er tussen. KENNISGEVING: Start het gereedschap niet terwijl de vergrendelhendel open gaat. Het gereed-schap kan worden beschadigd. 1. Open de vergrendelhendel volledig tot u een klik hoort. Verwijder de bevestigingsbout.

Wanneer de vergrendelhendel volledig geopend is, blijft devergrendelhendel in zijn stand staan, ook als u uw hand loslaat. ► Fig. 7: 1. Vergrendelhendel 2. Bevestigingsbout2.  Plaats een werktuig (optioneel accessoire) op degereedschapsens. Steek daarna de bevestigingsbouterin tot deze stopt. ► Fig. 8: 1. Bevestigingsbout 2. Werktuig 3. Gereedschapsens 4. Werktuig (schuurblok)3.  Zet de vergrendelhendel terug in zijn oorspronke-lijke stand. Verzeker u er altijd van dat het werktuig stevig op zijnplaats wordt gehouden. ► Fig. 9: 1. VergrendelhendelOm het werktuig te verwijderen, volgt u de proceduresvoor het aanbrengen in omgekeerde volgorde.

41 NEDERLANDSLET OP: Bij het verwijderen van het werk-tuig mag u het werktuig of het werkstuk niet onmiddellijk na gebruik aanraken. Deze kunnen bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken. Het werktuig voor schuren gebruikenBij gebruik van het werktuig voor schuren, bevestigt uhet werktuig zodanig op het schuurblok dat het in derichting van het schuurblok ligt. Het schuurblok heeft een klittenbandbevestigingssysteem waardoorhet schuurpapier snel en eenvoudig kan worden aangebracht. Aangezien in het schuurpapier gaten zitten voor stofafzui-ging, brengt u het schuurpapier zodanig aan dat de gaten inhet schuurpapier samenvallen met die in het schuurblok. ► Fig. 10: 1. SchuurpapierOm het schuurpapier te verwijderen, trekt u het uiteindeomhoog en pelt u het los.

BEDIENINGWAARSCHUWING: Kom vóór en tijdens het werken met het gereedschap niet met uw handen of uw gezicht in de buurt van het werktuig. LET OP: Zorg dat het gereedschap niet al te zwaar belast wordt, want daardoor kan de motor van het gereedschap blokkeren en afslaan. LET OP: Bedien het gereedschap niet door de accu tegen het gereedschap te duwen. KENNISGEVING:Als u het gereedschap met grotekracht of buitensporige druk bedient, kan de overbe-lastingswaarschuwing in werking treden waarna de amplitude van de trillingen wordt vergroot. Haal in dat geval het werktuig van het werkstuk af zodat de oscillatiesnelheid weer toeneemt. Hervat debediening met een geschikte belasting. Snijden, zagen en schurenKENNISGEVING: Beweeg het gereedschap niet met kracht in een richting (zijwaarts bijvoorbeeld) waarin het werktuig geen snijvlak heeft. Dat zou het gereedschap kunnen beschadigen.

Met name wanneer het gereedschap wordt gebruiktmet een lang zaagblad (bijvoorbeeld een invalzaag-blad), kan door een te grote druk uit te oefenen hetzaagblad verbuigen waardoor niet alleen de e?ciën-tie wordt verlaagd, maar ook het beveiligingssysteemin werking kan treden. ► Fig. 11Plaats het werktuig op uw werkstuk. Beweeg dan het gereedschap naar voren, zodanig datdit de beweging van het werktuig niet vertraagt. OPMERKING: Vóór het snijden is het aanbevolen hetdraaislagtempo in te stellen op 4 - 6. OPMERKING: Bij een juiste voortgangssnelheid vanhet gereedschap wordt het zaagsel soepel uitgewor-pen. Dit bevordert een e?ciënte werking. OPMERKING: De ronde zaag wordt aanbevolen voorhet zagen in een lange, rechte lijn. SchurenKENNISGEVING: Schuurpapier dat al voor metaal is gebruikt mag u niet meer voor hout gebruiken.

KENNISGEVING: Gebruik geen versleten schuurpapier of schuurpapier zonder korrel. Plaats het schuurpapier op het werkstuk. ► Fig. 12OPMERKING: Wij adviseren vóór gebruik eengeschikt draaislagtempo te bepalen door bij wijze vantest een proefwerkstuk te schuren. OPMERKING: Wij adviseren u de korrelgrootte vanhet schuurpapier niet te veranderen totdat u klaar bent met het schuren van het volledige oppervlak vanhet werkstuk. Door tussentijds de korrelgrootte vanhet schuurpapier te veranderen, kan een onregelma-tige afwerking ontstaan. Stofmondstuk voor schurenOptioneel accessoireLET OP: Gebruik het stofzuigaansluitstuk niet wanneer u metaal schuurt. Als vonken en hetemetaaldeeltjes worden opgezogen, ontstaat rook enontbranding. Het stofmondstuk aanbrengen1.  Verwijder de bevestigingsbout en het werktuig. 2.

 Plaats het stofmondstuk met de vergrendelingenuitgelijnd met de inkepingen op het gereedschap. Schuif het stofmondstuk erop zoals aangegeven in deafbeelding. ► Fig. 13: 1. Stofmondstuk 2. Vergrendeling 3. Inkeping3.  Breng het schuurblok en de bevestigingsbout aan. 4.

 Sluit de slang van de stofzuiger aan op hetstofzuigaansluitstuk. ► Fig. 14Het stofmondstuk verwijderen1.  Om het stofmondstuk te verwijderen, verwijdert ueerst de bevestigingsbout en het schuurblok. 2. Duw de vergrendelingen open met uw vingers, zoals aangegeven in de afbeelding, en schuif het stof-mondstuk vervolgens van het gereedschap af. ► Fig. 15: 1. Vergrendeling.

42 NEDERLANDSONDERHOUDLET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie.KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID vanhet gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij eenerkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, enaltijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen.OPTIONELE ACCESSOIRESLET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires ofhulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke let-sel.

Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitendvoor hun bestemde doel.Wenst u meer bijzonderheden over deze acces-soires, neem dan contact op met het plaatselijkeMakita-servicecentrum.• Segmentzaagblad• Rond zaagblad• Invalzaagblad• Schraper (onbuigzaam)• Schraper (buigzaam)• Gekarteld segmentzaagblad• Universeel voegenmes• HM verwijderaar• HM segmentzaagblad• HM schuurplaat• Diamant-segmentzaagblad• Schuurblok• Schuurpapier-delta (rood/wit/zwart)• Kunstvacht-delta (midden/grof/zonder korrel)• Polijstvilt-delta• Stofzuigaansluitstuk• Originele Makita accu’s en acculadersOPMERKING: Sommige items op de lijst kunnenzijn inbegrepen in de doos van het gereedschap alsstandaard toebehoren. Deze kunnen van land tot landverschillen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Makita DTM52 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden