Makita DRT52 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Makita DRT52 (88 pagina’s), behorend tot de categorie Freesmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen. Heb je een vraag over Makita DRT52 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Makita |
| Categorie: | Freesmachine |
| Model: | DRT52 |
Handleiding Makita DRT52 – volledige tekst
45 NEDERLANDSNEDERLANDS (Originele instructies)TECHNISCHE GEGEVENSModel: DRT52Capaciteit van spankop 6 mm of 1/4″Nullasttoerental 30. 000 min-1Totale hoogte (met BL1860B) 220 mmNominale spanning 18 V gelijkspanningNettogewicht 1,3 - 1,6 kg• In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen. • De technische gegevens van de accu kunnen van land tot land verschillen. • Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste com-binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel.
Toepasselijke accu’s en ladersAccu BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860BLader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC• Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. GebruiksdoeleindenHet gereedschap is bedoeld voor het trimmen van de randen van laminaatplaten en soortgelijke materialen.
GeluidsniveauDe typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-2-17:Geluidsdrukniveau (LpA): 81 dB (A)Geluidsvermogenniveau (LWA): 89 dB (A)Onzekerheid (K): 3 dB (A)OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme-thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed-schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming.
WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij-dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig-heidsmaatregelen worden getro?en ter bescher-ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak-tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha-keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
TrillingDe totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-2-17:Gebruikstoepassing: onbelast draaienTrillingsemissie (ah): 2,5 m/s2 of lagerOnzekerheid (K): 1,5 m/s2OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver-gelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar-de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.
46 NEDERLANDSWAARSCHUWING: De trillingsemissie tij-dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig-heidsmaatregelen worden getro?en ter bescher-ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkom-standigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedu-rende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteitAlleen voor Europese landenDe verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegd in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.
VEILIGHEIDSWAAR-SCHUWINGENAlgemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschapWAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar-schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni-sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor-schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accukantenfrees1. Gebruik klemmen of andere bevestigingsmid-delen om het werkstuk op een stabiel platform te bevestigen en te ondersteunen.
Als u het werkstuk in uw hand of tegen uw lichaam geklemd houdt, is het onvoldoende stabiel en kunt u de controle erover verliezen. 2. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde oppervlakken omdat het snijgarnituur met verborgen bedrading in aanraking kan komen.
Wanneer onder spanning staande draden worden geraakt, zullen de niet-ge-isoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebrui-ker een elektrische schok kan krijgen. 3. Gebruik uitsluitend een kantenfreesbit met een nominaal toerental dat minstens gelijk is aan het maximumtoerental vermeld op het gereed-schap. Als het gereedschap een variabel-toe-rentalregelfunctie heeft, stelt u het toerental van het gereedschap lager in dan het nominale toerental van het kantenfreesbit. 4. De schacht van het kantenfreesbit moet over-eenkomen met de aanwezige spankop. 5. Draag gehoorbescherming tijdens langdurig gebruik. 6. Behandel de kantenfreesbits zeer voorzichtig. 7. Controleer het kantenfreesbit vóór gebruik nauw-keurig op barsten of beschadigingen. Vervang een gebarsten of beschadigd kantenfreesbit onmiddellijk. 8. Voorkom dat u spijkers raakt.
Inspecteer het werkstuk op spijkers en verwijder deze zo nodig voordat u ermee begint te werken. 9. Houd het gereedschap stevig vast. 10. Houd uw handen uit de buurt van draaiende delen. 11. Zorg ervoor dat het kantenfreesbit het werk-stuk niet raakt voordat u het gereedschap hebt ingeschakeld. 12. Laat het gereedschap een tijdje draaien voordat u het op het werkstuk gebruikt. Controleer op trillingen of schommelingen die op een verkeerd gemonteerd kantenfreesbit kunnen wijzen. 13. Let goed op de draairichting van het kanten-freesbit en de voortgangsrichting. 14. Laat het gereedschap niet onnodig ingescha-keld. Bedien het gereedschap alleen terwijl u het vasthoudt. 15. Schakel het gereedschap uit en wacht altijd tot het kantenfreesbit volledig tot stilstand is gekomen voordat u het gereedschap uit het werkstuk verwijdert. 16. Raak het kantenfreesbit niet onmiddellijk na gebruik aan.
Het kan bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken. 17. Smeer niet zonder na te denken thinner, benzine, olie en dergelijke op de voet van het gereedschap.
Deze middelen kunnen scheuren in de voet van het gereedschap veroorzaken. 18. Gebruik kantenfreesbits met de correcte scha-chtdiameter die geschikt zijn voor de maxi-mumsnelheid van het gereedschap. 19. Sommige materialen bevatten chemische sto?en die giftig kunnen zijn. Wees voorzichtig dat u geen stof inademt en het stof niet op uw huid komt. Volg de veiligheidsinstructies van de leverancier van het materiaal op. 20. Draag altijd een stofmasker/ademhalingsap-paraat dat geschikt is voor het materiaal en de toepassing waarmee u werkt. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre?ende gereedschap altijd strikt in acht.
47 NEDERLANDSBelangrijke veiligheidsinstructies voor een accu1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen. 2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie. 3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand-wonden en zelfs een ontplo?ng veroorzaken. 4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken. 5. Voorkom kortsluiting van de accu:(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal.
(2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij-kers, munten e. d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand-wonden, en zelfs defecten. 6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger. 7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo?en in het vuur. 8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in, snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke hande-lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie. 9. Gebruik nooit een beschadigde accu. 10.
Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke sto?en te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking. 11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften. 12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui-tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt. 13.
Als u het gereedschap gedurende een lange tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd. 14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-den waardoor brandwonden of koude brand-wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu. 15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken. 16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar-door brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan. 17.
Behalve indien gebruik van het gereedschap is toegestaan in de buurt van hoogspannings-leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu. 18. Houd de accu uit de buurt van kinderen. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s.
Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor-zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens-duur van de accu1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen. 2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu. 3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden. 4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u hem vanaf het gereedschap of de lader. 5. Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.
48 NEDERLANDSBESCHRIJVING VAN DE FUNCTIESLET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitge-schakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderenLET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kun-nen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt. Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereedschap tot u een klikge-luid hoort.
Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangege-ven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld. Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap. ► Fig. 1: 1. Rood deel 2. Knop 3. AccuLET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controlerenAlleen voor accu’s met indicatorlampjesDruk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden. ► Fig. 2: 1. Indicatorlampjes 2.
OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstan-digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge-lijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator-lampje knippert wanneer het accubeveiligingssys-teem in werking is getreden. Gereedschap-/accubeveiligingssysteemHet gereedschap is voorzien van een gereedschap-/accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto-matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stop-pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld:OverbelastingsbeveiligingAls de accu wordt gebruikt op een manier die ertoe leidt dat een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrok-ken, stopt het gereedschap automatisch zonder enige aanduiding.
In dat geval schakelt u het gereedschap uit en stopt u met het gebruik dat er toe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om weer te starten. OververhittingsbeveiligingWanneer het gereedschap/de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. In die situatie laat u het gereedschap eerst afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt. OPMERKING: Wanneer het gereedschap oververhit is, knippert de lamp. Beveiliging tegen te ver ontladenAls de acculading onvoldoende is, stopt het gereed-schap automatisch. In dit het geval verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. Beveiliging tegen andere oorzakenHet beveiligingssysteem is ook ontworpen voor andere oorzaken die het gereedschap kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat het gereedschap automatisch stopt.
Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te he?en, wanneer het gereedschap tijdelijk is onderbro-ken of tijdens het gebruik is gestopt. 1. Schakel het gereedschap uit en schakel het daarna weer in om het opnieuw te starten. 2.
49 NEDERLANDSDe trekkerschakelaar gebruikenOm het gereedschap in te schakelen, drukt u op de vergrendel-ontgrendelknop. Het gereedschap wordt op standby gezet. Om het gereedschap te starten, drukt u in standby op de aan-uitknop. Om het gereedschap te stoppen, drukt u nogmaals op de aan-uitknop. Het gereedschap wordt op standby gezet. Om het gereedschap uit te schakelen, drukt u in standby op de vergrendel-ontgrendelknop. ► Fig. 3: 1. Vergrendel-ontgrendelknop 2. Aan-uitknop 3. IndicatorlampjeOPMERKING: Als het gereedschap gedurende 10 seconden op standby blijft staan zonder bediend te worden, wordt het gereedschap automatisch uitge-schakeld en gaat het indicatorlampje uit. OPMERKING: U kunt het gereedschap ook stoppen en uitschakelen, door tijdens gebruik op de vergren-del-ontgrendelknop te drukken.
Elektronische functiesHet gereedschap is uitgerust met elektronische functies voor een eenvoudige bediening. IndicatorlampjeHet indicatorlampje brandt groen wanneer het gereed-schap standby staat. ► Fig. 4: 1. IndicatorlampjeKENNISGEVING: Wanneer het gereedschap oververhit is, knippert het indicatorlampje. Laat het gereedschap afkoelen voordat u het weer gebruikt. Zachte startDe functie zachte-start minimaliseert de startschok en laat het gereedschap geleidelijk starten. Het uitstekende deel van het kantenfreesbit afstellenOm het uitstekende deel van het bit af te stellen, draait u de vingerschroef los en beweegt u de voet van het gereedschap naar wens omhoog of omlaag door de stelschroef te draaien. Na het afstellen, draait u de vin-gerschroef stevig vast om de voet van het gereedschap vast te zetten. ► Fig. 5: 1. Voet van het gereedschap 2. Schaalverdeling 3.
Uitstekend deel van het bit 4. Vingerschroef 5. StelschroefMONTAGELET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren.
Een kantenfreesbit aanbrengen en verwijderenLET OP: Draai de spankopmoer niet vast zon-der dat een kantenfreesbit is aangebracht omdat anders de spankegel kan breken. LET OP: Gebruik uitsluitend de sleutels die bij het gereedschap werden geleverd. Steek het kantenfreesbit helemaal in de spankegel en draai de spankopmoer stevig vast met behulp van de twee sleutels. Om het bit te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. ► Fig. 6: 1. Losdraaien 2. Vastdraaien 3. VasthoudenDe spankegel vervangenLET OP: Gebruik de juiste maat spankegel voor het kantenfreesbit dat u wilt gebruiken. LET OP: Draai de spankopmoer niet vast zon-der dat een kantenfreesbit is aangebracht omdat anders de spankegel kan breken. 1. Draai de spankopmoer los en verwijder deze. 2. Vervang de aanwezige spankegel door de gewenste spankegel. 3. Breng de spankopmoer weer aan. ► Fig. 7: 1.
Spankegel 2. SpankopmoerDe kantenfreesvoet aanbrengen en verwijderen1. Draai de vingerschroef van de kantenfreesvoet los, en steek daarna het gereedschap in de kanten-freesvoet door de tandheugel op het gereedschap uit te lijnen met het tandwiel op de kantenfreesvoet. 2. Draai de vingerschroef vast. ► Fig. 8: 1. Vingerschroef 2. Tandheugel 3. TandwielOm de voet van het gereedschap te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde.
50 NEDERLANDSBEDIENINGLET OP: Houd het gereedschap altijd met één hand stevig vast aan de behuizing. Raak het meta-len deel niet aan. 1. Plaats de voet van het gereedschap op het werk-stuk dat u wilt frezen, zonder dat het kantenfreesbit het werkstuk raakt. 2. Schakel het gereedschap in en wacht totdat het kantenfreesbit op volle snelheid draait. 3. Beweeg het gereedschap voorwaarts over het oppervlak van het werkstuk en houd daarbij de voet van het gereedschap vlak op het oppervlak van het werkstuk terwijl u het gereedschap voorwaarts beweegt totdat het frezen klaar is. ► Fig. 9Bij het frezen van de rand van het werkstuk moet het oppervlak van het werkstuk zich aan de linkerkant van het kantenfreesbit bevinden, gezien in de voortgangsrichting. ► Fig. 10: 1. Werkstuk 2. Draairichting van het bit 3. Aanzicht vanaf de bovenkant van het gereedschap 4.
VoortgangsrichtingAls u de langsgeleider of de trimgeleider gebruikt, zorgt u ervoor dat u deze langs de rechterkant houdt, gezien in de voortgangsrichting. Hierdoor blijft deze gelijklopen met de zijkant van het werkstuk. ► Fig. 11: 1. Voortgangsrichting 2. Draairichting van het bit 3. Werkstuk 4. LangsgeleiderOPMERKING: Als u het gereedschap te snel voor-waarts beweegt, kan de snede van slechte kwaliteit zijn, of het kantenfreesbit of de motor worden bescha-digd. Als u het gereedschap te langzaam voorwaarts beweegt, kan hierdoor de snede verbranden en lelijk worden. De juiste voortgangssnelheid is afhankelijk van de bitgrootte, het soort werkstuk en de freesdiepte. Alvorens in het eigenlijke werkstuk te werken, maakt u eerst een proefsnede in een stuk afvalhout om de geschikte voortgangssnelheid te bepalen.
U kunt ook de instelling van het kantenfreesbit contro-leren door de proefsnede op te meten. MalgeleiderIn de malgeleider zit een gat waar het kantenfreesbit doorheen steekt, waardoor het mogelijk wordt om de kantenfrees te gebruiken met malpatronen. ► Fig. 121.
Draai de klemschroef los en verwijder vervolgens de geleiderhouder en de krullenvanger. ► Fig. 13: 1. Klemschroef 2. Geleiderhouder 3. Krullenvanger2. Draai de schroeven los en verwijder de voetbescherming. ► Fig. 14: 1. Voetbescherming 2. Schroeven3. Plaats de malgeleider op de voet van het gereed-schap en breng de voetbescherming weer aan. Zet vervolgens de voetbescherming vast door de schroeven vast te draaien. 4. Bevestig de mal op het werkstuk. Plaats het gereedschap op de mal en beweeg het gereedschap terwijl de malgeleider langs de zijkant van de mal glijdt. ► Fig. 15: 1. Kantenfreesbit 2. Voet van het gereedschap 3. Voetbescherming 4. Mal 5. Werkstuk 6. MalgeleiderOPMERKING: Het werkstuk wordt gefreesd op een iets andere grootte dan de mal. Zorg voor de afstand (X) tussen het kantenfreesbit en de buitenrand van de malgeleider.
De afstand (X) kan worden berekend met behulp van de volgende vergelijking:Afstand (X) = (buitendiameter van de malgeleider - diameter van het kantenfreesbit) / 2LangsgeleiderDe langsgeleider wordt gebruikt bij het rechtuit frezen van een schuine kant. ► Fig. 161. Bevestig de geleideplaat aan de langsgeleider met behulp van de bout en de vleugelmoer. ► Fig. 17: 1. Bout 2. Geleideplaat 3. Langsgeleider 4. Vleugelmoer2. Verwijder de geleiderhouder en de krullenvanger en bevestig daarna de langsgeleider met behulp van de klemschroef. ► Fig. 18: 1. Klemschroef 2. Langsgeleider 3. Vleugelmoer 4. Voet van het gereedschap3. Draai de vleugelmoer van de langsgeleider los en stel de afstand in tussen het kantenfreesbit en de langs-geleider. Draai op de gewenste afstand de vleugelmoer stevig vast. 4.
Beweeg tijdens het frezen het gereedschap met de langsgeleider strak langs de zijkant van het werkstuk. TrimgeleiderTrimmen, gebogen lijnen frezen in neerhout voor meu-bels en dergelijke kunnen gemakkelijk worden gedaan met de trimgeleider. Het geleiderwiel rolt langs de gebo-gen freeslijn en zorgt zo voor een gave snede. ► Fig. 191.
Bevestig de krullenvanger in de groef in de voet van het gereedschap. 2. Breng de trimgeleider en geleiderhouder aan op de voet met behulp van de klemschroef (A). 3. Draai de klemschroef (B) los en stel de afstand in tussen het kantenfreesbit en de trimgeleider door de stelschroef los te draaien (1 mm per omwenteling). Op de gewenste afstand, draai de klemschroef (B) vast om de trimgeleider op zijn plaats vast te zetten. ► Fig. 20: 1. Stelschroef 2. Geleiderhouder 3. Trimgeleider 4. Krullenvanger4. Beweeg tijdens het frezen het gereedschap zoda-nig dat het geleiderwiel langs de zijkant van het werk-stuk rolt. ► Fig. 21: 1. Werkstuk 2. Kantenfreesbit 3. Geleiderwiel.
51 NEDERLANDSBEDIENING VAN OPTIONELE ACCESSOIRESVerstelbare freesvoetOptioneel accessoireDe verstelbare freesvoet is handig om schuine kanten te frezen. De verstelbare freesvoet aanbrengen en verwijderen1. Draai de vingerschroef van de verstelbare frees-voet los, en steek daarna het gereedschap in de ver-stelbare freesvoet door de tandheugel op het gereed-schap uit te lijnen met het tandwiel op de verstelbare freesvoet. 2. Draai de vingerschroef vast. ► Fig. 22: 1. Vingerschroef 2. Tandheugel 3. TandwielOm de voet van het gereedschap te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. De kantenfreesschoen aanbrengen (nadat deze vanaf de verstelbare freesvoet is verwijderd)Gebruik de bouten, vleugelmoeren en platte ringen om de kantenfreesschoen aan te brengen, zoals aangege-ven in de afbeelding. ► Fig. 23: 1. Vleugelmoer 2.
Platte ring (buitendiame-ter 12 mm) 3. Voet van het gereedschap 4. Kantenfreesschoen 5. Platte ring (buiten-diameter 14 mm) 6. BoutOPMERKING: De kantenfreesschoen is in de fabriek aangebracht op de verstelbare freesvoet. Het uitstekende deel van het kantenfreesbit afstellenOm het uitstekende deel van het bit af te stellen, draait u de vingerschroef los en beweegt u de voet van het gereedschap naar wens omhoog of omlaag door de stelschroef te draaien. Na het afstellen, draait u de vin-gerschroef stevig vast om de voet van het gereedschap vast te zetten. ► Fig. 24: 1. Voet van het gereedschap 2. Schaalverdeling 3. Uitstekend deel van het bit 4. Vingerschroef 5. StelschroefDe hoek van de voet van het gereedschap afstellenDraai de vleugelbouten los en stel de hoek van de voet van het gereedschap af (5° per schaalverdeling) om de gewenste freeshoek te verkrijgen. ► Fig. 25: 1. Vleugelbout 2.
Voet van het gereedschapDe mate van afschuining instellenLET OP: Schakel het gereedschap uit, draai de spankopmoer op het gereedschap om er zeker van te zijn dat het kantenfreesbit vrij kan draaien en deze de voet van het gereedschap of de kan-tenfreesschoen op geen enkel moment raakt. Om de mate van afschuining in te stellen, draait u de vleugelmoeren los en stelt u de kantenfreesschoen af. Bediening1. Plaats de voet van het gereedschap op het werk-stuk dat u wilt frezen, zonder dat het kantenfreesbit het werkstuk raakt. 2. Schakel het gereedschap in en wacht totdat het kantenfreesbit op volle snelheid draait. 3. Beweeg het gereedschap achterwaarts over het oppervlak van het werkstuk en houd daarbij de voet van het gereedschap en de kantenfreesschoen vlak op het oppervlak van het werkstuk terwijl u het gereedschap voorwaarts beweegt totdat het frezen klaar is. ► Fig. 26: 1.
Kantenfreesschoen 2. Voet van het gereedschapBij het frezen van de rand van het werkstuk moet het oppervlak van het werkstuk zich aan de onder-kant van het kantenfreesbit bevinden, gezien in de voortgangsrichting. ► Fig. 27: 1. Werkstuk 2. Draairichting van het bit 3. Aanzicht vanaf de bovenkant van het gereedschap 4. VoortgangsrichtingAls u de kantenfreesschoen, langsgeleider of trimgelei-der gebruikt, zorgt u ervoor dat u deze langs de rech-terkant houdt, gezien in de voortgangsrichting. Hierdoor blijft deze gelijklopen met de zijkant van het werkstuk. ► Fig. 28: 1. Voortgangsrichting 2. Draairichting van het bit 3. Werkstuk 4. LangsgeleiderOPMERKING: Als u het gereedschap te snel voor-waarts beweegt, kan de snede van slechte kwaliteit zijn, of het kantenfreesbit of de motor worden bescha-digd.
52 NEDERLANDSMalgeleiderIn de malgeleider zit een gat waar het kantenfreesbit doorheen steekt, waardoor het mogelijk wordt om de kantenfrees te gebruiken met malpatronen. ► Fig. 291. Verwijder de verstelbare freesvoet vanaf het gereedschap en verwijder de kantenfreesschoen vanaf de verstelbare freesvoet. ► Fig. 302. Draai de vleugelbouten los en zet de voet van het gereedschap horizontaal vast. Draai de twee schroeven op de voet van het gereedschap los met behulp van een schroevendraaier. ► Fig. 31: 1. Schroeven 2. Vleugelbout 3. Voet van het gereedschap 4. Schroevendraaier3. Plaats de malgeleider op de voet van het gereed-schap. Er zijn vier bolvormige gedeelten op de malge-leider. Zet twee van de vier bolvormige gedeelten vast met behulp van de twee schroeven. Breng de voet van het gereedschap aan op het gereedschap. ► Fig. 32: 1. Voet van het gereedschap 2. Bolvormige gedeelten 3.
Malgeleider 4. Schroeven4. Bevestig de mal op het werkstuk. Plaats het gereedschap op de mal en beweeg het gereedschap terwijl de malgeleider langs de zijkant van de mal glijdt. ► Fig. 33: 1. Kantenfreesbit 2. Voet van het gereed-schap 3. Mal 4. Werkstuk 5. MalgeleiderOPMERKING: Het werkstuk wordt gefreesd op een iets andere grootte dan de mal. Zorg voor de afstand (X) tussen het kantenfreesbit en de buitenrand van de malgeleider. De afstand (X) kan worden berekend met behulp van de volgende vergelijking:Afstand (X) = (buitendiameter van de malgeleider - diameter van het kantenfreesbit) / 2LangsgeleiderDe langsgeleider wordt gebruikt bij het rechtuit frezen van een schuine kant. ► Fig. 341. Bevestig de geleideplaat aan de langsgeleider met behulp van de bout en de vleugelmoer. ► Fig. 35: 1. Bout 2. Geleideplaat 3. Langsgeleider 4. Vleugelmoer2.
Klemschroef 2. Langsgeleider 3. Vleugelmoer 4. Voet van het gereed-schap 5. Vleugelbout3. Draai de vleugelmoer van de langsgeleider los en stel de afstand in tussen het kantenfreesbit en de langs-geleider. Draai op de gewenste afstand de vleugelmoer stevig vast. 4. Beweeg tijdens het frezen het gereedschap met de langsgeleider strak langs de zijkant van het werkstuk. TrimgeleiderTrimmen, gebogen lijnen frezen in neerhout voor meu-bels en dergelijke kunnen gemakkelijk worden gedaan met de trimgeleider. Het geleiderwiel rolt langs de gebo-gen freeslijn en zorgt zo voor een gave snede. ► Fig. 371. Verwijder de kantenfreesschoen vanaf de verstel-bare freesvoet. Draai de vleugelbouten los en zet de voet van het gereedschap horizontaal vast. 2. Breng de trimgeleider en geleiderhouder aan op de voet van het gereedschap met behulp van de klem-schroef (A). 3.
Draai de klemschroef (B) los en stel de afstand in tussen het kantenfreesbit en de trimgeleider door de stelschroef los te draaien (1 mm per omwenteling). Op de gewenste afstand, draai de klemschroef (B) vast om de trimgeleider op zijn plaats vast te zetten. ► Fig. 38: 1. Stelschroef 2. Geleiderhouder 3. Trimgeleider 4. Vleugelbout4. Beweeg tijdens het frezen het gereedschap zoda-nig dat het geleiderwiel langs de zijkant van het werk-stuk rolt. ► Fig. 39: 1. Werkstuk 2. Kantenfreesbit 3. GeleiderwielONDERHOUDLET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. KANTENFREESBITSOptioneel accessoireVlakgroefbit► Fig.
53 NEDERLANDSPapegaaienbekbit► Fig.45Afschuinbit► Fig.46Kwartholproelbit► Fig.47Afkanttrimbit met kogellager► Fig.48Kwartrondbit met kogellager► Fig.49Papegaaienbekbit met kogellager► Fig.50Afschuinbit met kogellager► Fig.51Kwartholproelbit met kogellager► Fig.52Ojiefbit met kogellager► Fig.53OPTIONELE ACCESSOIRESLET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke let-sel.
Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel.Wenst u meer bijzonderheden over deze acces-soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.• Diverse groefbits• Diverse afkantbits• Diverse laminaattrimbits• Langsgeleider, compleet• Trimgeleider, compleet• Kantenfreesvoet, compleet• Verstelbare freesvoet, compleet• Malgeleider• Spankegel• Sleutel 10• Sleutel 17• Krullenvanger• Originele Makita accu’s en acculadersOPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Makita DRT52 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden