Life Fitness Track Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Life Fitness Track (35 pagina’s), behorend tot de categorie Crosstrainer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 83 mensen. Heb je een vraag over Life Fitness Track of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/35
TRACK-BEDIENINGSPANEEL
Gebruikershandleiding
8998601 REV A-1

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Life Fitness
Categorie: Crosstrainer
Model: Track

Handleiding Life Fitness Track – volledige tekst

Dank u voor de aanschaf van uw Life Fitness-product. Lees voordat u dit product gebruikt eerst de helegebruikershandleiding en de handleiding van het fitnesstoestel, zodat u weet hoe u alle functies van dit product veilig enop de juiste manier kunnen worden gebruikt. Wij hopen dat het product aan uw verwachtingen zal voldoen. Mochten er problemen met de werking zijn, kijk dan in het gedeelte . Hier vindt u informatie over hoe en waar u hetProductserviceproduct kunt laten repareren.FCC-waarschuwing - het toestel kan radio- en tv-storingen veroorzakenOpmerking: Dit toestel is getest en voldoet aan de grenswaarden voor digitale apparatuur van klasse B volgens devoorschriften van deel 15 van het FCC-reglement. Deze grenswaarden zijn gekozen om redelijke bescherming te biedentegen schadelijke storing in een woonomgeving.

Dit toestel genereert en gebruikt radiofrequentie-energie en kan dezeuitstralen. Wanneer het toestel niet volgens de gebruikershandleiding geïnstalleerd en gebruikt wordt, kanradiocommunicatie verstoord worden. Er is echter geen garantie dat er bij een bepaalde installatie geen storing zaloptreden. Als dit toestel storing van de radio- of tv-ontvangst veroorzaakt (wat kan worden vastgesteld door het toesteluit en weer aan te zetten), wordt de gebruiker aangeraden de storing te verhelpen door een of meer van de volgendemaatregelen: •De ontvangstantenne draaien of verplaatsen. •De afstand tussen het toestel en de ontvanger vergroten. •Het toestel aansluiten op een stopcontact in een andere groep dan waarop de ontvanger is aangesloten. •De distributeur of een ervaren radio/tv-monteur raadplegen.Klasse HB (woonhuizen): huishoudelijk gebruik.

InhOudsOPgAvE 1. Belangrijke veiligheidsinstructies. 5 2. Om te beginnen. 7 2. 1 De telemetrische borstband voor de hartslag. 7 2. 2 Contacthartslag. 7 2. 3 Heart Rate Zone Training®. 8 3. Overzicht van het Track-bedieningspaneel. 9 4. Gebruik van het Track-bedieningspaneel. 11 4. 1 USB-indicator. 11 4. 2 Berichtencentrum. 11 4. 3 iPod-indicator. 11 4. 4 Weergave Heart Rate (Hartslag). 11 4. 5 Weergave Target Heart Rate (Streefhartslag). 11 4. 6 Weergave trainingsprofiel. 12 4. 7 Indicatorpijl trainingsprofiel. 12 4. 8 Weergave Distance (Afstand). 12 4. 9 Weergave van calorieën/watt. 12 4. 10 Weergave Level/Incline (Niveau/helling). 13 4. 11 Weergave Time (Tijd). 14 4. 12 Weergave Speed (Snelheid). 14 4. 13 Knop Settings (Instellingen). 14 4. 14 Knop Pause/Resume (Pauzeren/hervatten). 14 4. 15 Knop Reset (Resetten). 14 4. 16 Knop User Profiles (Gebruikersprofielen). 14 4.

17 Bedieningsknoppen voor de iPod®. 14 4. 18 Knop Enter/Start. 15 4. 19 Navigatieknop. 15 4. 20 Knoppen voor trainingsselectie. 15 4. 21 Knop Energy Saver (Energiebesparing). 15 5. Trainingen, trainingsselectieknoppen en instellingen. 16 5. 1 Trainingsoverzichten. 16 5. 2 Gebruik van de trainingen. 17 5. 3 Gebruik van de aangepaste trainingen. 23 5. 4 Gebruik van de gebruikersprofielen. 24 5. 5 Veiligheidsmodus. 25 5. 6 Gebruik van het menu Settings (Instellingen). 25 6. Virtual Trainer. 27 7. Service en onderhoud van het product. 29 7. 1 Tips voor preventief onderhoud. 29 7. 2 Problemen oplossen. 30 7. 3 Productservice. 31 8 Specificaties. 32 9. Garantie-informatie. 33© 2011 Life Fitness, een divisie van Brunswick Corporation. Alle rechten voorbehouden. iPhone, iPod en iPod Touch zijn in de VS en in andere landen gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc. 3.

Deze gebruikershandleiding behandelt de werking van het onderstaande product:Life Fitness TRACK-bedieningspaneel L : ET OP Onjuist of overmatig gebruik van trainingstoestellen kan schade aan de gezondheid veroorzaken. Defabrikant acht het ZEER raadzaam dat u, voordat u aan een trainingsprogramma begint, een arts bezoekt vooreen volledig medisch onderzoek, in het bijzonder als er in uw familie hartklachten of hoge bloeddruk voorkomenof als u ouder dan 45 bent, rookt, een hoog cholesterolgehalte hebt, zwaarlijvig bent of het afgelopen jaar nietregelmatig lichaamsbeweging hebt gehad. De fabrikant adviseert tevens om een fitness-specialist te raadplegenvoor het juiste gebruik van dit product. Als u tijdens de training het gevoel hebt het bewustzijn te gaan verliezen, duizelig of kortademig wordt of pijnhebt, stop de training dan onmiddellijk.4

55  "& * '"'(&)(' +&')+" Lees alle instructies voordat u dit product gebruikt. +&')+" Systemen voor het meten van de hartslag zijn niet altijd nauwkeurig. Te hard trainen kan resulterenin ernstig letsel of overlijden. *& Trek altijd de stekker van dit Life Fitness-product uit het stopcontact voordat u aan een schoonmaak- ofonderhoudsbeurt begint, om de kans op elektrische schokken te beperken. * '+&')+"3C37:756372C/?=2B1A9/

6 • Het toestel mag nooit onbewaakt worden achtergelaten wanneer de stekker in het stopcontact is gestoken. Trek destekker uit het stopcontact als het toestel niet wordt gebruikt en voordat u onderdelen aanbrengt of verwijdert. • Niet onder een deken of kussen gebruiken. Dit kan leiden tot oververhitting en kan brand, stroomschokken enpersoonlijk letsel veroorzaken. • Gebruik dit toestel nooit als het snoer of de stekker ervan beschadigd is, als het niet goed werkt, als het is gevallenof beschadigd is of als het in het water is gevallen. Neem in dat geval contact op met de klantendienst van LifeFitness. • Gebruik het toestel nooit als de ventilatieopeningen geblokkeerd zijn. Houd de ventilatieopeningen vrij van stof, haar,enz. • Zet alle bedieningselementen op uit en trek de stekker uit het stopcontact om het toestel helemaal uit te schakelen.

• Wacht een uur totdat het lcd-bedieningspaneel op de “normale” temperatuur is gekomen voordat u het toestelaansluit en/of gebruikt.BEWAAR dEZE InsTRuCTIEs vOOR huIshOudELIjK gEBRuIK.

7 2Om TE BEgInnEn 2. 1 dE TELEmETRIsChE BORsTBAnd vOOR dE hARTsLAgHet bedieningspaneel heeft een draadloos hartslagmeetsysteem waarbij op de huid gedrukte elektrodenhartslagsignalen van de gebruiker naar het bedieningspaneel sturen. Deze elektroden zijn aangebracht in een borstband(A) die de gebruiker tijdens de training draagt. De zenderband brengt de hartslag optimaal over wanneer de elektrodendirect contact met de blote huid maken. De band werkt echter ook goed door een dunne laag natte kleding. Deelektroden zijn twee oneffen vlakken aan de onderkant van de band; ze moeten vochtig blijven om de elektrischeimpulsen van het hart nauwkeurig naar de ontvanger te kunnen zenden. Bevochtig de elektroden voordat u begint. Zetvervolgens de band zo hoog mogelijk onder de borstspieren vast. De band moet stevig zitten, maar comfortabel genoegom normaal te kunnen ademen.

De elektroden moeten nat zijn om goed te werken. Als u ze opnieuw moet bevochtigen,trek de band dan bij het midden van de borst af, zodat de twee elektroden zichtbaar worden, en bevochtig ze. Zie deonderstaande tekening voor de juiste plaatsing van de band. Opmerking: De draadloze telemetrische hartslagborstband meet de hartslag nauwkeuriger dan de handpulssensoren. Opmerking: Gebruik voor optimale prestaties de draadloze borstband die met het product is meegeleverd. 2. 2 COnTACThARTsLAgPak de sensoren stevig beet en houd uw handen stil wanneer u de contacthartslagmeting gebruikt. Als de gemetenhartslag veel hoger of lager is dan u verwacht, neemt u uw handen van de sensoren totdat de hartslag niet meer wordtweergegeven. Droog uw handen af en pak de sensoren opnieuw beet totdat de hartslag juist lijkt.

Als dit niet werkt, zultu de snelheid van het toestel misschien moeten verlagen om een goede meting te verkrijgen. Voor een veilige ennauwkeurige meting van de hartslag beveelt Life Fitness de gebruiker van loopbanden aan om op de zijrails te gaanstaan bij pogingen om de hartslag met contactelektroden te meten.

  &&( ( #" &"". ( JOnderzoek heeft uitgewezen dat het aanhouden van een specifieke hartslag bij de training de optimale wijze is om deintensiteit van de training te meten en de beste resultaten te bereiken. Hierop is de trainingsmethode Heart Rate ZoneTraining® (hartslagzonetraining) van Life Fitness gebaseerd. Zonetraining bepaalt iemands ideale hartslagbereik, of hartslagzone, voor het verbranden van vet of het verbeteren vande cardiovasculaire conditie. De zone is een percentage van het theoretische maximum (HRmax) en de waarde hangt afvan de training. De formule voor de maximale hartslag is gedefinieerd in de “Guidelines for Exercise Testing andPrescription” (Richtlijnen voor het testen en voorschrijven van trainingen) van het American College of Sports Medicine,8e editie, 2009.

HRmax komt overeen met 206,9 minus het totaal van 0,67 vermenigvuldigd met de leeftijd van dedesbetreffende persoon. De Life Fitness-producten hebben de volgende exclusieve trainingen, die de voordelen van de Heart Rate ZoneTraining+ ten volle benutten:I()&"*(*&&""I&#I&(&( &(' )* I&(&("(&* &(' "(&* I,(&. &(&(,(&. &('  Opmerking: Het verdient aanbeveling een fitnesstrainer te raadplegen voor het bepalen van specifieke fitnessdoelen enhet opstellen van een trainingsprogramma. De HeartSync-trainingsprogramma’s meten de hartslag. Draag de telemetrische hartslagborstband of pak decontacthartslagsensoren vast zodat de ingebouwde computer van de loopband tijdens de training de hartslag kanmeten.

&) *" ( & ""'$" ( Het Track-bedieningspaneel is ontworpen om de navigatie zo eenvoudig mogelijk te maken met behulp van specialekleuren en toetsen. De weergave van gegevens op het bedieningspaneel is zo opgezet dat heen en weer schakelentussen trainingsinformatie tot een minimum wordt beperkt. Elke knop op het bedieningspaneel geeft de gebruiker tactielefeedback. De diverse aspecten van de trainingsfeedback (niveau, tijd en snelheid) hebben hun eigen venster.  )'"(#&Het USB-pictogram links van het BERICHTENCENTRUM wordt altijd weergegeven als er eenUSB-stick is aangesloten. De USB kan een training van www. virtualtrainer. lifefitness. comuitvoeren. Zie hoofdstuk 6 voor meer informatie over de Virtual Trainer-website van Life Fitness.  &(""(&).

Het berichtencentrum geeft de gebruiker instructies vanaf het moment dat deeerste toets wordt ingedrukt. Het berichtencentrum begeleidt de gebruiker bij hetinstellen van een training (zoals het selecteren van een training en het invoerenvan tijd, niveau en andere trainingsspecifieke gegevens). Als tijdens de training bepaalde feedbackfuncties voorde training (bijv. pace [tempo] en METS) in het menu Settings (Instellingen) zijn ingesteld, wordt deze informatiemet vaste tussenpozen in het berichtencentrum weergegeven. Ten slotte wordt het berichtencentrum ook gebruiktom de gebruiker te coachen bij gebruik van de Total Body (Hele lichaam) -modus op de X8-crosstrainer.  $  # "(#&Het iPod-pictogram rechts van het BERICHTENCENTRUM wordt weergegeven als er eencompatibele iPod is aangesloten.

De gebruiker moet de hartslagelektrodenvasthouden of een telemetrische hartslagborstband dragen om de hartslagweergave te laten werken. Zie paragraaf 2. 1, Life Fitness beveelt voor deDe telemetrische borstband voor de hartslag. nauwkeurigste hartslagmeting gebruik van de borstband aan. Als u problemen ondervindt bij de weergave vande hartslag, lees dan paragraaf 2. 2, , voor aanbevelingen ter verbetering van de weergave vanContacthartslagde contacthartslag.  +&* (&( &( ( (&&('  & ' De streefhartslag is een percentage van de maximale hartslag van de gebruiker. Het doelis om een bereik na te streven waarbij het hart en de longen optimaal profiteren van detraining. Het bedieningspaneel berekent de streefhartslag door de maximale hartslag tevermenigvuldigen met een intensiteitsniveau. Maximale hartslag = 206,9 - (0,67 x leeftijd van de gebruiker).

Tijdens een HeartSync-training wordt de streefhartslag constant weergegeven. De streefhartslag kan op elkgewenst moment tijdens de training worden gewijzigd. 78C==. 033:2De gebruiker is 45 jaar oud. 206,9 - (0,67 x 45) = 176,75. 177 is de maximale hartslag voor iemand van 45 jaar. 177 x 65% = 115. 115 is de optimale streefhartslag voor gewichtsverlies en vetverbranding. 11.

 +&* (&""'$&# Het trainingsprofiel geeft de intensiteit van een training grafisch weer in de vorm vankolommen van verschillende hoogte. Tijdens de training wordt het actueleintensiteitsniveau van de gebruiker aangegeven door een pijl boven de desbetreffendekolom. Tijdens een hartslagtraining fungeert het trainingsprofiel als grafiek van de hartslag van de gebruiker. Elkvan de negen rijen van het profiel geeft de werkelijke hartslag van de gebruiker weer als percentage van zijn ofhaar maximale hartslag. Aan het einde van de training kan de gebruiker visueel het hartslagbereik tijdens detraining zien. Opmerking: Het percentage in de tabel geeft de werkelijke hartslag van de gebruiker weer als percentage van zijn ofhaar maximale hartslag. De maximale hartslag is 206,9 - (0,67 x de leeftijd van de gebruiker).

Bijvoorbeeld: Demaximale hartslag van iemand van 40 is 206,9 - (0,67 x 40) = 180. Tijdens het eerste interval van de training was dewerkelijke hartslag 100. 100/180 = 0,56 oftewel 56%. In het trainingsprofiel wordt aangegeven dat de gebruiker tijdenshet eerste interval in rij vier heeft getraind.  "(#&$ (&""'$&# De pijl boven de kolommen in het trainingsprofiel geeft de positie weer waar de gebruikerzich bevindt in de training. De positie wordt bepaald door de tijd die is ingevoerd tijdens hetinstellen van de training, gedeeld door het aantal kolommen (24). Tijdens een training van24 minuten bijvoorbeeld wordt de pijl elke minuut een kolom verplaatst.  +&* '(" '("  De afstand wordt in mijlen weergegeven. De afstandsformule probeert de mijlen tebenaderen alsof u buiten traint.

De afstandsformule stemt niet altijd overeen met die vanandere Life Fitness-producten of producten van een ander merk. De afstand kan in hetmenu Settings (Instellingen) worden omgezet in kilometers. Zie paragraaf 5.

5, Gebruik van het menu Settings(Instellingen).  +&*  #&'  #&M"  Een calorie is een eenheid voor het meten van energie. De hoeveelheid energie die uitvoedsel wordt verkregen, wordt uitgedrukt in calorieën. Eén calorie is de hoeveelheid energiedie nodig is om de temperatuur van 1 gram water met ongeveer 1 graad Celsius te verhogen. Het bedieningspaneel berekent het gemiddelde aantal verbrande calorieën op basis van eenbedrijfseigen calorievergelijking van Life Fitness. Deze formule is niet noodzakelijkerwijs identiek aan formulesop toestellen van een ander merk of andere toestellen van Life Fitness. &78$. =13.

13  +&* * " " *)  "  "   / Niveauweergave (hometrainers/crosstrainers) – Op de hometrainers en crosstrainersvan Life Fitness worden twee typen niveau gebruikt. Het eerste type is het werkelijkeremweerstandsniveau. Dit type niveau kan door de gebruiker alleen worden gewijzigd in eenhandmatige training. Het instelbereik van de remweerstand is 1-20. Het tweede type niveau ishet moeilijkheidsniveau. Er zijn 20 moeilijkheidsniveaus. Het moeilijkheidsniveau stemt overeen met een bereikvan werkelijke remweerstandsniveaus en wordt alleen gebruikt voor de trainingen RANDOM (VERRASSING), HILL (HEUVEL), EZ INCLINE (EZ-HELLING) en SPORTS TRAINING (SPORTTRAINING). Dus als u hetmoeilijkheidsniveau 10 selecteert, komt dat overeen met een bereik aan werkelijke remweerstandsniveaus van 5-14.

Tijdens de trainingen RANDOM (VERRASSING), HILL (HEUVEL), EZ INCLINE (EZ-HELLING) en SPORTSTRAINING (SPORTTRAINING) wordt het moeilijkheidsniveau alleen weergegeven tijdens het instellen van detraining en wanneer het moeilijkheidsniveau tijdens de training wordt gewijzigd. Op alle andere momenten tijdenseen training wordt het werkelijke niveau weergegeven. 0 Weergave Level/Incline (Niveau/helling) (voor loopbanden) – Op Life Fitness-loopbanden worden tweesoorten niveau gebruikt. Het eerste type is een hellingsniveau of -percentage. Het hellingspercentage kan alleentijdens een handmatige training met de hand worden ingesteld door de gebruiker. Het bereik van mogelijkehellingspercentages is 0 - 12% (F3) of 0 - 15% (T3). De waarde kan in stappen van 0,5% worden ingesteld. Hettweede moeilijkheidsniveau stemt overeen met een bereik van werkelijke hellingspercentages.

Dus als een gebruiker hetmoeilijkheidsniveau 10 selecteert, betekent dat een bereik aan hellingspercentages van 3% - 7%. Tijdens de trainingen RANDOM (VERRASSING), HILL (HEUVEL), EZ INCLINE (EZ-HELLING) en SPORTS TRAINING(SPORTTRAINING) wordt het moeilijkheidsniveau alleen weergegeven tijdens het instellen van de training enwanneer het moeilijkheidsniveau tijdens de training wordt gewijzigd. Voor de rest van de tijd wordt bij dezetrainingen het hellingspercentage weergegeven. 1Het niveau wijzigen tijdens een training – Tijdens een training kunt u het niveau met de pijlen naarlinks/rechts verhogen en verlagen. =37:7896372@.

4. 11 WEERgAvE ImE IjdT (T ) Op de weergave Time (Tijd) wordt de totale trainingstijd weergegeven die de gebruikertijdens het instellen van de training heeft ingevoerd, met een bereik van 1-99 minuten,afhankelijk van het programma. Tijdens de training wordt op de weergave Time (Tijd) deresterende tijd afgeteld. U kunt de tijd in het menu Settings (Instellingen) ook zo instellen dat deze optelt: op deweergave Time (Tijd) wordt dan de verstreken tijd weergegeven. Zie paragraaf 5. 5, Gebruik van het menu Settings(Instellingen). De ingestelde tijd kan op ieder moment tijdens een training worden aangepast met de pijltoetsenomhoog en omlaag. 4. 12 WEERgAvE PEEd nELhEIds (s )De snelheid wordt weergegeven in mijl per uur (MPH). De formule probeert de mijlen per uur tebenaderen alsof u buiten traint. Het snelheidsbereik op hometrainers en crosstrainers is 0,8 km/h(0. 5 mph) en hoger.

De snelheid verandert in stappen van 0,1. Het snelheidsbereik op loopbanden is0,8 km/h (0. 5 mph) tot 16 km/h (10. 0 mph) en wordt afgesteld in stappen van 0,1. De snelheid kan inhet menu Settings (Instellingen) worden omgezet in kilometer per uur. Zie paragraaf 5. 5, Gebruik van het menuSettings (Instellingen). 4. 13 K s (I )nOP ETTIngs nsTELLIngEnDruk één keer op deze knop om naar het menu Settings (Instellingen) van het bedieningspaneel te gaan. In het menu Settings (Instellingen) kan de gebruiker voorkeuren voor het bedieningspaneel instellen. Zieparagraaf 5. 5,. Gebruik van het menu Settings (Instellingen) 4. 14 KnOP PAusE/REsumE (PAuZEREn/hERvATTEn)Wanneer de knop tijdens een training één keer wordt ingedrukt, wordt de training 5 minuten gepauzeerd. Wanneer de knop opnieuw wordt ingedrukt, wordt de training hervat.

Als de gepauzeerde training nietbinnen 5 minuten wordt hervat, verwijdert het bedieningspaneel de actuele training en schakelt het in deEnergy Saver Mode (Energiebesparingsmodus). 4.

15 KnOP REsET (REsETTEn)Druk bij het programmeren van een training op deze knop om onjuiste gegevens, zoals gewicht ofleeftijd, te wissen. Als de gebruiker tijdens een training twee keer achtereenvolgens op RESET(RESETTEN) drukt, wordt de training onmiddellijk gestopt, waarna de gebruiker terugkeert naar hetscherm Select Workout (Training selecteren). 4. 16 KnOP usER PROFILEs (gEBRuIKERsPROFIELEn)Druk een keer op deze knop om een van vier gebruikersprofielen te selecteren om in te loggen. Na hetprogrammeren slaat de instelling gebruikersprofielen trainingsgegevens op voor vier primaire gebruikers. Als u de knop 3 seconden indrukt, gaat u naar de bewerkingsmodus voor de gebruikersprofielen. Zieparagraaf 5. 4,. Gebruik van de gebruikersprofielen 4. 17 B EdIEnIngsKnOPPEn vOOR dE IPOdGebruik deze toetsen voor afspelen/pauzeren, terug springen, vooruit springen, volumeverhogen en verlagen. 1.

Om de volumeregeling op het toestel te kunnen gebruiken, moet u de stekker van uwkoptelefoon in het koptelefooncontact van het toestel steken. 2. Alle bedieningsknoppen op uw iPod blijven actief terwijl hij op het toestel is aangesloten,behalve de volumeregeling. 3. Het volume wordt altijd ingesteld op “Low” (Laag) als er een iPod op het toestel wordt14.

15    '"#$ "(& (&(De knop ENTER/START kan op elk moment tijdens de initialisatie worden ingedrukt om snel een30 minuten durende handmatige training te beginnen. Tijdens het instellen van de training wordtde knop gebruikt als selectietoets bij het kiezen van programmaparameters. "*("#$Biedt eenvoudige softwarenavigatie (verder, terug, omhoog en omlaag) en afstelling van niveauen tijd. Tijdens het instellen van een training gebruikt u de pijlen naar links/rechts om door deinstellingsopties voor de training te bladeren, en vervolgens de pijlen omhoog/omlaag om dewaarden te wijzigen. Tijdens een training gebruikt u de pijlen naar links/rechts om het niveau teveranderen en de pijlen omhoog/omlaag om de tijd in te stellen.  "#$$" *##& (&""'' (Met deze knoppen kunt u door de diverse beschikbare trainingen bladeren. :/@@71+=?9=BA@:/@@7393A?/7

Deze gebruikers moeten al aan fitnesstraining gedaanhebben. Geavanceerde trainingen zijn bestemd voor atleten die trainen om hun uithoudingsvermogen te vergroten, ofvoor speciale wedstrijden. Voor verschillende trainingen zijn verschillende stappen bij het instellen nodig. Dit hoofdstuk geeft details over destappen zelf. Het hoofdscherm van het bedieningspaneel is het scherm “Select Workout” (Training selecteren). Het zieter als volgt uit: Wanneer dit scherm verschijnt op het bedieningspaneel, kunt u met de knoppen voor trainingsselectie door alletrainingsopties bladeren en een training selecteren door op ENTER te drukken. Om een QUICK START (SNELSTART)- training te beginnen, drukt u op ENTER wanneer het bovenstaande scherm “Select Workout” (Training selecteren)verschijnt.

Druk nadat u de laatste stap hebt ingevoerd op ENTER om met de training tebeginnen. QuICK sTART (snELsTART) is de snelste manier om de training te beginnen: het slaat de stappen voor het kiezenvan een specifiek trainingsprogramma over. U begint een QUICK START (SNELSTART)-training door op het schermSELECT TRAINING (TRAINING SELECTEREN) op de toets ENTER te drukken. Nadat op ENTER is gedrukt, beginteen training op constant niveau. Het intensiteitsniveau verandert niet automatisch. U moet het wijzigen met de pijlen. 16.

Uw hartslag hangt af van een grootaantal factoren, zoals: • hoelang u de vorige nacht hebt geslapen (minstens zeven uur wordt aanbevolen) • het tijdstip van de dag • hoelang geleden u gegeten hebt (twee tot vier uur wachten na de laatste maaltijd wordt aanbevolen) • hoelang geleden u een cafeïnehoudende drank of alcohol hebt gedronken of een sigaret hebt gerookt (minstensvier uur wordt aanbevolen) • hoelang geleden u voor het laatst getraind hebt (minstens zes uur wordt aanbevolen)Voor het nauwkeurigste resultaat moet u de Fit-test op drie achtereenvolgende dagen uitvoeren en het gemiddelde vande drie scores nemen.Opmerking: Om een goede Fit Test-score te krijgen, moet u bij de training binnen een hartslagzone blijven dieovereenkomt met 60 tot 85% van het theoretisch maximum (HRmax).De onderstaande tabellen bevatten Fit-testscores:Life Fitness Life Fitness heeft deze conditieschaal ontwikkeld gebaseerd op de distributie (percentielen) van VO2max waarnaar verwezen wordt in de Guidelines for Exercise Testing and Prescription (richtlijnen voor het testen en voorschrijven van training) van het (8e editie 2009).

 &) *"  "$'( (&"""#*&. (Er zijn drie aangepaste trainingen per gebruikersprofiel op het Track-bedieningspaneel. Als u op een van de viergebruikersprofielen bent ingelogd, kunt u de aangepaste trainingen openen door er met de knop CUSTOM WORKOUTS(AANGEPASTE TRAININGEN) op het bedieningspaneel naartoe te bladeren. Om een aangepaste training te bewerken, drukt u op de knop USER PROFILES (GEBRUIKERSPROFIELEN) en selecteert u één van de vier profielen. Druk na de selectie van het profiel op de knop USER PROFILES (GEBRUIKERSPROFIELEN) enhoud deze ingedrukt totdat de Editing Mode (Bewerkingsmodus) wordt geopend. Blader naar de optie “Custom Workout” (Aangepaste training) en druk op ENTER om de training te bewerken.

Nadat u op ENTER hebt gedrukt, geeft het berichtencentrum “Workout = Manual” (Training = handmatig) weer (gebruik de pijlen omhoog/omlaag om te bladeren tussen de training MANUAL [HANDMATIG] en HEART RATE [HARTSLAG] en druk op ENTER om de optie te selecteren). De gebruiker wordt vervolgens met de opdracht “Select Workout Time” (Trainingstijdselecteren) gevraagd om de trainingstijd te selecteren. De training is verdeeld in 24 intervallen elk die 1/24ste van deingevoerde trainingstijd duren. Als u bijvoorbeeld een training instelt voor 24 minuten, zal elk van de 24 intervallen 1 minuutduren. +&" *" " ". ( "$'( (&""Na het instellen van een trainingstijd gebeurt het volgende als er een handmatige training is geselecteerd.

Op het berichtencentrum wordt ongeveer 3 seconden lang het bericht “Set Speed + Incl” (Snelheid + helling instellen) of(bij loopbanden) “Set Resistance” (Weerstand instellen) weergegeven. Daarna geeft het berichtencentrum(bij hometrainers en crosstrainers)“Interval 1” weer.

Bij loopbanden selecteert de gebruiker de helling en drukt daarna op ENTER om naar “Interval 2” te gaan. Ditproces wordt doorlopen voor alle 24 intervallen en wordt herhaald voor het instellen van de snelheid voor elk interval. Bijhometrainers en crosstrainers selecteert de gebruiker de weerstand in de aangewezen vensters en drukt hij/zij op ENTER om naar“Interval 2” te gaan. Deze reeks gaat door totdat alle 24 intervallen zijn ingesteld. Daarna geeft het berichtencentrum “WorkoutSaved” (Training opgeslagen) weer. Gebruik de pijlen naar links/rechts om tussen de intervallen heen en weer te bewegen. Opmerking: Wanneer elk interval is ingesteld en opgeslagen, wordt de bijbehorende visuele weergave van helling ofweerstand weergegeven in het trainingsprofiel. Aan het einde van de instelling ziet u dus uw aangepaste trainingsprofiel.

+&" *" " "$'( &(' (&""Na het instellen van een trainingstijd gebeurt het volgende als er een hartslagtraining is geselecteerd. Het berichtencentrumgeeft ongeveer 3 seconden lang “Set Target HR” (Streefhartslag instellen) weer. Daarna geeft het berichtencentrum “Interval 1”weer. De gebruiker voert de gewenste streefhartslag in het aangewezen venster in en drukt op Enter om naar “Interval 2” tegaan. Deze reeks gaat door totdat alle 24 intervallen zijn ingesteld. Gebruik de pijlen naar links/rechts om tussen de intervallenheen en weer te bewegen. Het berichtencentrum geeft daarna “Workout Saved” (Training opgeslagen) weer. Wanneer elkinterval is ingesteld en opgeslagen, wordt de bijbehorende visuele weergave van streefhartslag weergegeven in hettrainingsprofiel.

Bijvoorbeeld: De maximale hartslag vaniemand van 40 is 206,9 - (0,67 x 40) = 180. Tijdens het eerste interval van de training was de werkelijke hartslag 100. 100/180 =0,56 ofwel 56%. In het trainingsprofiel wordt aangegeven dat de gebruiker tijdens het eerste interval in rij 4 heeft getraind. &78$. =13.

24 BEWERKEn vAn EEn EERdER OnTWORPEn AAngEPAsTE TRAInIng Om terug te gaan naar een eerder gedefinieerde aangepaste training en deze te bewerken, gaat u opnieuw naar het menu USER PROFILES (GEBRUIKERSPROFIELEN) en bladert u naar de te bewerken optie CUSTOM WORKOUT (AANGEPASTETRAINING). Zie paragraaf 5. 4, , voor het openen van de bewerkingsmodus. Selecteer in deGebruik van de gebruikersprofielen bewerkingsmodus de reeds gedefinieerde aangepaste training en drukt op ENTER om “interval 1” en de eerder gedefinieerdeinstellingen te zien. Gebruik bij het bekijken van “interval 1” de pijlen om de huidige gedefinieerde instellingen te wijzigen of druk op ENTER om naar “interval 2” te gaan. Deze reeks gaat door totdat alle 24 intervallen zijn ingesteld. Daarna geeft hetberichtencentrum “Workout Saved” (Training opgeslagen) weer. 5.

4 gEBRuIK vAn dE gEBRuIKERsPROFIELEnEr kunnen vier gebruikersprofielen worden ingesteld op het Track-bedieningspaneel. In elk profiel kan de gebruiker zijn/haarpersoonlijke gegevens opslaan zodat de trainingen sneller ingesteld kunnen worden. Om op een gebruikersprofiel in te loggen,drukt u op de toets USER PROFILE (GEBRUIKERSPROFIEL), bladert u naar het gewenste profiel en drukt u op ENTER. Alsdit profiel is gecreëerd, meldt het berichtencentrum “Logged In” (Ingelogd). Als deze profielaccount nog niet is gedefinieerd,geeft het berichtencentrum de melding “Undefined” (Niet gedefinieerd). EEn gEBRuIKERsPROFIEL InsTELLEn Om een gebruikersprofiel in te stellen, drukt u op de toets USER PROFILE (GEBRUIKERSPROFIEL) en bladert u naar de naam van één van de profielen. Houd de toets USER PROFILE (GEBRUIKERSPROFIEL) nu drie seconden ingedrukt omnaar de bewerkingsmodus te gaan.

Op het berichtencentrum wordt “Edit Profile” (Profiel bewerken) weergegeven. Gebruik devolgende toetsen om te navigeren in de modus User Profile Editing (Gebruikersprofiel bewerken):• Blader met de pijlen naar links/rechts door de bewerkingsopties.

• Pas de bewerkingsopties aan met de pijlen omhoog/omlaag (behalve in Change Name [Naam wijzigen] en CustomWorkout [Aangepaste training]). • Druk op ENTER of de pijlen naar links/rechts om wijzigingen op te slaan en naar de volgende optie te gaan. • Gebruik de toets RESET (RESETTEN) om terug te gaan naar de standaardwaarde. Het berichtencentrum geeft “Edit Profile” (Profiel bewerken) weer en gaat dan naar het menu voor het instellen van het profiel. Met de pijltoetsen naar links/rechts kunt u door het menu bladeren. Druk op ENTER om naar het volgende item te gaan. C n (n ) – hAngE AmE AAm WIjZIgEn dRuK OP EnTER Om TE sELECTEREnAls de gebruiker deze optie selecteert door op ENTER te drukken, geeft het berichtencentrum de melding PROFILE(PROFIEL) weer, waarvan de “P” knippert.

De gebruiker kan nu de pijlen omhoog/omlaag gebruiken om de tekens te wijzigen, de pijlen naar links/rechts om heen en weer te bewegen tussen tekens en de toets RESET (RESETTEN) om tekens te wissen. Nadat de gebruiker de juiste naam heeft ingevoerd, drukt hij/zij op ENTER om op te slaan. Als er langer dan 10 secondengeen activiteit is, meldt het berichtencentrum “PRESS ENTER TO SAVE” (DRUK OP ENTER OM OP TE SLAAN). Nadat de gebruiker op ENTER heeft gedrukt om de instelling op te slaan, worden de resterende instellingen voor hetgebruikersprofiel ingevuld, beginnend bij WEIGHT (GEWICHT). • Weight (Gewicht)Het berichtencentrum geeft “Weight = XXX” (Gewicht = XXX) weer. De keuzemogelijkheden zijn 34 kg (75 lb. ) tot het maximum voor het product. • Age (Leeftijd) Het berichtencentrum geeft “Age = XX” (Leeftijd = XX) weer. De keuzemogelijkheden zijn 10-99 jaar.

• Warm Up Time (Opwarmtijd)Het berichtencentrum geeft “Warm Up = XX:XX” (Opwarmen = XX:XX) weer. De keuzemogelijkheden zijn 01:00 tot 99:00. • Cool Down Time (Afkoeltijd) Het berichtencentrum geeft “Cool Down = XX:XX” (Afkoelen = XX:XX) weer. De keuzemogelijkheden zijn 01:00 tot 99:00. • Custom Workout (Aangepaste training) – Druk op ENTER om dit te selecteren. Zie het onderdee l Aangepaste traini ng  * '. #)'De veiligheidsmodus is een optie voor loopbanden en crosstrainers. Als deze functie is ingeschakeld, wordt het toetsenborduitgeschakeld als de loopband 1 minuut en 30 seconden lang of de crosstrainer 1 minuut lang niet wordt gebruikt. Druk op ENTERom terug te gaan naar het laatste scherm. In de veiligheidsmodus wordt de weerstand op crosstrainers ingesteld op niveau 20, zodathet moeilijk is om de pedalen te bewegen. Loopbanden worden geblokk eerd.

6,Gebruik van het menu Settings (Instellingen).  &) *" (. ")'(("'"'( ""U opent het menu Settings (Instellingen) door in het scherm “Select Workout” (Selecteer training) op de toets SETT INGS(INSTELLING EN) te drukken. Nadat u het menu Settings (Instellingen) hebt geopend, wordt op het scherm “SETTINGS MENU”(MENU INSTELLINGEN) weer gegeven. • Blader met de pijlen naar links/rechts door de instellingsop ties voor het bedieningspaneel. • Wijzig de instellingen met de pijlen omhoog/omlaag. • Gebruik de ENTER -toet s of de pijltoetsen naar links/rechts om wijzigingen op te slaan en naar de volgende optie te gaan. • Druk op de toets RESE T (RESETTEN) om het menu Sett ings (Instellingen) af te sluiten. De instellingen en keuzemogelijkheden staan hieronder vermeld. • EenhedenVoor het wijzigen van de meeteenheid voor snelheid en afstand. “Units” (Eenheden) wordt we ergegeven.

• PieptonenOm geluidsfeedback On (Aan) of Off (Uit) te schakelen. “Beeps” (Pieptonen) wordt weergegeven. De keuzemogelijkheden zijn: On (Aan) en Off (Uit). • Trainingstimer“Time” (Tijd) wordt weergegeven. De keuzemogelijkheden zijn: Verhogen of verlagen. • METS“METS = OFF” (METS = UIT) wordt weergegeven. De keuzemogelijkheden zijn: On (Aan) en Off (Uit). • Tempo (alleen loopbanden)“PACE = OFF” (TEMPO = UIT) wordt weergegeven. De keuzemogelijkheden zijn: On (Aan) en Off (Uit). • Cadans (alleen hometrainers en crosstrainers)“RPM = OFF” (CADANS = UIT) wordt weergegeven. De keuzemogelijkheden zijn On (Aan) en Off (Uit). • Contrast Wijzigt het schermcontrast. “Contrast = XX” wordt weergegeven. De keuzemogelijkheden zijn: 1-99. • HelderheidWijzigt de helderheid van de ledjes voor verlichting van de schermen. “Brightness =X” (Helderheid = X) wordt weergegeven. De keuzemogelijkheden zijn 1-10.

• HartslagtelemetrieZet de ontvanger voor hartslagtelemetrie ON (AAN) en OFF (UIT). “WIRELESS HR = ON” (DRAADLOZE HS = AAN) wordt weergegeven. De keuzemogelijkheden zijn: On (Aan) en Off (Uit). • Statistische gegevens – Druk op ENTER voor selectie van “Total Hours” (Totaal aantal uren) (het totaal aantal uren dat het product is gebruikt voor trainingen)“Total Miles” (Totaal aantal mijl) (het totaal aantal mijl dat op het product is afgelegd)• Beveiligingsmodus “Safety Mode = ON” (Beveiligingsmodus = AAN) wordt weergegeven. De keuzemogelijkheden zijn: On (Aan) of Off (Uit).

• Softwareversie – Druk op ENTER voor selectie vanConsole Software Version (Softwareversie bedieningspaneel)Console Software Part Number (Onderdeelnummer software bedieningspaneel)Console Software Build Date (Build-datum software bedieningspaneel)• Demonstratiemodel – schakelt de energiebesparing uitBepaalt of het product in de modus Energy Saver (Energiebesparing) gezet kan worden; Floor model ON(Demonstratiemodel AAN) schakelt de functie Energy Saver (Energiebesparing) uit. De keuzemogelijkheden zijn On (Aan) en Off (Uit). De standaardinstelling is Off (Uit) (energiebesparing aan). • Timer voor loopbandsmering (alleen loopbanden)Houdt het totaal aantal trainingsuren en de afkoeltijd bij sinds de laatste keer dat de loopband werd gesmeerd. Als de timer75 uur bereikt, wordt er tijdens elke training een bericht ter herinnering weergegeven.

* (&() &"&Life Fitness Virtual Trainer is een unieke website waar u altijd en overal uw favoriete trainingen kunt maken en u tevenstoegang hebt tot een aantal van de trainingen die u ook gebruikt op de producten van Life Fitness in fitnesscentra,hotels en recreatiecentra. Gebruik deze functies om uw trainingstijd maximaal te benutten. U kunt de trainingen die u opde website maakt downloaden en op een willekeurige USB-stick opslaan, maar u kunt ze ook gebruiken via de LifeFitness Virtual Trainer-app voor de iPhone en iPod Touch. Zodra u de eenvoudige verbinding tot stand hebt gebracht,kunt u met uw favoriete training beginnen.Open een GRATIS account op www.virtualtrainer.lifefitness.com. 1. Trainingen downloaden en opslaan: Kies een van de volgende opties om van start te gaan: “Populaire trainingenmaken” of “Persoonlijke trainingen maken”. 2.

Sla de training voor later gebruik op uw USB-station op via de USB-poort op het bedieningspaneel, of sla hem op inuw trainingsbibliotheek op de website. U kunt hem dan weer openen via de app op uw iPhone of iPod Touch. 3. Uw opgeslagen trainingsresultaten uploaden: Upload de resultaten van uw trainingen van uw USB-stick naar dewebsite. Duizenden gebruikers uploaden hun trainingsresultaten regelmatig om zo hun vorderingen bij te houden. Klik daarvoor op de knop UPLOAD RESULTS (RESULTATEN UPLOADEN) voor een lijst met de meest recentetrainingsresultaten op uw USB-stick en kies de resultaten die u wilt uploaden. Als u de Life Fitness Virtual Trainer-app gebruikt, worden uw resultaten nadat u ze opslaat draadloos op de website gesynchroniseerd! 4.

28Een training beginnen via de Life Fitness Virtual Trainer-app op een iPhone of iPod Touch:Stap 1: Log in op de Life Fitness Virtual Trainer-app op uw Apple-apparaat. Steek de stekker van het apparaat in hetiPod-dock op het bedieningspaneel (zie hoofdstuk 3, Overzicht van het Track-bedieningspaneel).Stap 2: Druk op de knop VIRTUAL TRAINER/USB in het gedeelte voor trainingsselectie (zie hoofdstuk 3, Overzicht vanhet Track-bedieningspaneel).Stap 3: De in uw trainingsbibliotheek opgeslagen trainingen worden weergegeven in het berichtencentrum van hetbedieningspaneel. Blader met de knop VIRTUAL TRAINER/USB naar het gewenste programma.

Druk opENTER.Stap 4: Start uw Virtual Trainer-training.Trainingsgegevens opslaan met de Life Fitness Virtual Trainer-app:Stap 1: Zorg dat u bent ingelogd op de app en dat uw iPhone of iPad Touch goed in het iPod-dock op hetbedieningspaneel is gestoken.Stap 2: Op het bedieningspaneel wordt u gevraagd op de knop “Virtual Trainer/USB” te drukken om de gegevens op teslaan. Doe dit binnen 5 minuten na het einde van de training en het verschijnen van “Workout Summary”(Trainingsoverzicht) op het bedieningspaneel.Stap 3: Nadat de gegevens zijn opgeslagen, ziet u een bevestiging. De app bevestigt dat de gegevens naar de websitezijn verzonden. Opmerking: Als u op ENTER of RESET drukt voordat de gegevens zijn opgeslagen, gaan de gegevens verloren.

7. 2 PROBLEmEn OPLOssEn PROBLEEm OORZAAK/OPLOssIngGeen stroom. Controleer of het snoer goed in de achterkant van het product en in hetstopcontact is gestoken. Zorg dat het snoer helemaal in de achterkantvan het product is gestoken. Misschien staat het toestel in de “Energy Saver Mode”(Energiebesparingsmodus). Druk op de knop “Energy Saver”(Energiebesparing) om te zien of het bedieningspaneel aangaat. Controleer of alle door de klant gemaakte verbindingen goed werken. Trek elke verbinding los en maak de verbinding opnieuw om dit tecontroleren. Kijk of er tijdens het in elkaar zetten misschien kabelsafgekneld zijn. Draadloze hartslagfunctiewerktniet. Mogelijke redenen waarom de draadloze hartslagfunctie niet werkt, zijn:1. De draadloze hartslagfunctie is op OFF (UIT) gezet in het menuSettings (Instellingen).

Open het menu Settings (Instellingen) andcontroleer of WIRELESS HR (DRAADLOZE HARTSLAG) op ON(AAN) staat. 2. Er is geen goed contact tussen de telemetrische hartslagband en dehuid. 3. Elektrische apparaten (fluorescentielampen, keukenapparatuur, enz. )storen de werking van de telemetrische hartslagband. Zet het productop een andere locatie of verplaats de elektrische apparaten uit debuurt van het product. 4. De batterij in de telemetrische hartslagband moet worden vervangen. De batterij is een CR2032 (3 V). Hartslag wordt eerstwaargenomen en werktnormaal, maar gaat danverloren. Gebruik van persoonlijke elektronische apparaten zoals mobieletelefoons en draagbare mp3-spelers kan storingen door externe ruisveroorzaken. Toestel bevindt zich dichtbij andere geluidsbronnen zoals audio-/videoapparatuur, ventilatoren, tweewegradio's enhoogspanningsleidingen.

Verwijder de storingsbron of verplaats het trainingstoestel. De contact-hartslagsensorenmeten mijn hartslag niet goedPak de sensoren goed beet en houd uw handen stil. Als de gemetenhartslag veel hoger of lager is dan u verwacht, neemt u uw handen vande sensoren totdat de hartslag niet meer wordt weergegeven.

Tips voor contact-hartslag:1. Droog uw handen af zodat ze niet over de sensoren glijden. 2. Plaats uw handen op alle vier de sensoren (twee voor elke hand). 3. Pak de sensoren stevig beet. 4. Oefen een constante druk uit op de sensoren. 5. U zult soms iets langer moeten wachten voordat de hartslag wordtweergegeven. Opmerking: De handpulssensoren geven een benadering van dehartslag. De sensoren zijn geen medische instrumenten en mogen voorgeen enkele medische toepassing worden gebruikt. 30.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Life Fitness Track stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden