Life Fitness E1 Go Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Life Fitness E1 Go (32 pagina’s), behorend tot de categorie Crosstrainer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 172 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Life Fitness E1 Go of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/32
GO-BEDIENINGSPANEEL
Gebruikershandleiding
8998501 REV A-1

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Life Fitness
Categorie: Crosstrainer
Model: E1 Go

Handleiding Life Fitness E1 Go – volledige tekst

Dank u voor de aanschaf van uw Life Fitness-product. Lees voordat u dit product gebruikt eerst de helegebruikershandleiding en de handleiding van het fitnesstoestel, zodat u weet hoe u alle functies van dit product veilig enop de juiste manier kunnen worden gebruikt. Wij hopen dat het product aan uw verwachtingen zal voldoen. Mochten erproblemen met de werking zijn, kijk dan in het gedeelte . Hier vindt u informatie over hoe en waar u hetProductserviceproduct kunt laten repareren.FCC-waarschuwing - het toestel kan radio- en tv-storingen veroorzakenOpmerking: Dit toestel is getest en voldoet aan de grenswaarden voor digitale apparatuur van klasse B volgens devoorschriften van deel 15 van het FCC-reglement. Deze grenswaarden zijn gekozen om redelijke bescherming te bieden tegenschadelijke storing in een woonomgeving.

Dit toestel genereert en gebruikt radiofrequentie-energie en kan deze uitstralen.Wanneer het toestel niet volgens de gebruikershandleiding geïnstalleerd en gebruikt wordt, kan radiocommunicatie verstoordworden. Er is echter geen garantie dat er bij een bepaalde installatie geen storing zal optreden. Als dit toestel storing van deradio- of tv-ontvangst veroorzaakt (wat kan worden vastgesteld door het toestel uit en weer aan te zetten), wordt de gebruikeraangeraden de storing te verhelpen door een of meer van de volgende maatregelen:•De ontvangstantenne draaien of verplaatsen.•De afstand tussen het toestel en de ontvanger vergroten.•Het toestel aansluiten op een stopcontact in een andere groep dan waarop de ontvanger is aangesloten.•De distributeur of een ervaren radio/tv-monteur raadplegen.Klasse HB (woonhuizen): huishoudelijk gebruik.

3InhOudsOPgAvE1. Belangrijke veiligheidsinstructies. 52. Om te beginnen. 72. 1 De telemetrische borstband voor de hartslag. 72. 2 Contacthartslag. 72. 3 Heart Rate Zone Training®. 83. Overzicht van het Go-bedieningspaneel. 94. Gebruik van het Go-bedieningspaneel. 114. 1 Weergave Level/Incline (Niveau/helling). 114. 2 Weergave Time (Tijd). 124. 3 Weergave Speed (Snelheid). 124. 4 Berichtencentrum. 124. 5 Weergave Distance (Afstand). 124. 6 Weergave Heart Rate (Hartslag). 124. 7 Weergave Target Heart Rate (Streefhartslag). 134. 8 Weergave Calories (Calorieën). 134. 9 Trainingsprofiel. 134. 10 Indicatorpijl trainingsprofiel. 144. 11 Level (Niveau) -meter. 144. 12 Knop Settings (Instellingen). 144. 13 Knop User Profiles (Gebruikersprofielen). 144. 14 Knop Pause/Resume (Pauzeren/hervatten). 144. 15 Navigatieknop. 154. 16 Knop Enter/Start. 154. 17 Knop Reset (Resetten). 154.

18 Knop Race Mode (Racemodus). 154. 19 Knop Goal Workouts (Doelgerichte trainingen). 154. 20 Knop Energy Saver (Energiebesparing). 155. Trainingen, modi en instellingen. 165. 1 Overzicht van de trainingen. 165. 2 Gebruik van de trainingen. 175. 3 Gebruik van de aangepaste trainingen. 205. 4 Gebruik van de racemodus. 225. 5 Gebruik van de gebruikersprofielen. 225. 6 Veiligheidsmodus. 245. 7 Gebruik van het menu Settings (Instellingen). 246. Service en onderhoud van het product. 266. 1 Tips voor preventief onderhoud. 266. 2 Problemen oplossen. 276. 3 Productservice. 287. Specificaties. 298. Garantie-informatie. 30© 2011 Life Fitness, een divisie van Brunswick Corporation. Alle rechten voorbehouden. 3.

Deze gebruikershandleiding behandelt de werking van het onderstaande product:6326@;2??"/2162;6;4?=.;229'"# Onjuist of overmatig gebruik van trainingstoestellen kan schade aan de gezondheid veroorzaken. Defabrikant acht het ZEER raadzaam dat u, voordat u aan een trainingsprogramma begint, een arts bezoekt vooreen volledig medisch onderzoek, in het bijzonder als er in uw familie hartklachten of hoge bloeddruk voorkomenof als u ouder dan 45 bent, rookt, een hoog cholesterolgehalte hebt, zwaarlijvig bent of het afgelopen jaar nietregelmatig lichaamsbeweging hebt gehad. De fabrikant adviseert tevens om een fitness-specialist te raadplegenvoor het juiste gebruik van dit product. Als u tijdens de training het gevoel hebt het bewustzijn te gaan verliezen, duizelig of kortademig wordt of pijnhebt, stop de training dan onmiddellijk.4

5!% )&!&'%('&*%&(*! Lees alle instructies voordat u dit product gebruikt.*%&(*! Systemen voor het meten van de hartslag zijn niet altijd nauwkeurig. Te hard trainen kan resulterenin ernstig letsel of overlijden. )% Trek altijd de stekker van dit Life Fitness-product uit het stopcontact voordat u aan een schoonmaak- ofonderhoudsbeurt begint, om de kans op elektrische schokken te beperken. )&*%&(*!2B269645261B.;52@=>2429:.@646;4B.;125.>@?9.42?2;?2;F67;422;:216?0526;?@>A:2;@2;2;:

• Het toestel mag nooit onbewaakt worden achtergelaten wanneer de stekker in het stopcontact is gestoken. Trek destekker uit het stopcontact als het toestel niet wordt gebruikt en voordat u onderdelen aanbrengt of verwijdert.• Niet onder een deken of kussen gebruiken. Dit kan leiden tot oververhitting en kan brand, stroomschokken en per-soonlijk letsel veroorzaken.• Gebruik dit toestel nooit als het snoer of de stekker ervan beschadigd is, als het niet goed werkt, als het is gevallenof beschadigd is of als het in het water is gevallen. Neem in dat geval contact op met de klantendienst van Life Fitness.• Gebruik het toestel nooit als de ventilatieopeningen geblokkeerd zijn. Houd de ventilatieopeningen vrij van stof, haar, enz. • Zet alle bedieningselementen op uit en trek de stekker uit het stopcontact om het toestel helemaal uit te schakelen.

• Wacht een uur totdat het lcd-bedieningspaneel op de “normale” temperatuur is gekomen voordat u het toestelaansluit en/of gebruikt. BEWAAr dEZE InsTrucTIEs vOOr huIshOudELIjk gEBruIk. 6

72Om TE BEgInnEn2. 1 dE TELEmETrIschE BOrsTBAnd vOOr dE hArTsLAgHet bedieningspaneel heeft een draadloos hartslagmeetsysteem waarbij op de huid gedrukte elektroden hartslagsig-nalen van de gebruiker naar het bedieningspaneel sturen. Deze elektroden zijn aangebracht in een borstband (A) die degebruiker tijdens de training draagt. De zenderband brengt de hartslag optimaal over wanneer de elektroden direct con-tact met de blote huid maken. De band werkt echter ook goed door een dunne laag natte kleding. De elektroden zijntwee oneffen vlakken aan de onderkant van de band; ze moeten vochtig blijven om de elektrische impulsen van het hartnauwkeurig naar de ontvanger te kunnen zenden. Bevochtig de elektroden voordat u begint. Zet vervolgens de band zohoog mogelijk onder de borstspieren vast. De band moet stevig zitten, maar comfortabel genoeg om normaal te kunnenademen.

De elektroden moeten nat zijn om goed te werken. Als u ze opnieuw moet bevochtigen, trek de band dan bijhet midden van de borst af, zodat de twee elektroden zichtbaar worden, en bevochtig ze. Zie de onderstaande tekeningvoor de juiste plaatsing van de band. Opmerking: De draadloze telemetrische hartslagborstband meet de hartslag nauwkeuriger dan de handpulssensoren. Opmerking: Gebruik voor optimale prestaties de draadloze borstband die met het product is meegeleverd. 2. 2 cOnTAcThArTsLAgPak de sensoren stevig beet en houd uw handen stil wanneer u de contacthartslagmeting gebruikt. Als de gemeten hart-slag veel hoger of lager is dan u verwacht, neemt u uw handen van de sensoren totdat de hartslag niet meer wordtweergegeven. Droog uw handen af en pak de sensoren opnieuw beet totdat de hartslag juist lijkt.

8  %%' ' ".  %. . - ' IOnderzoek heeft uitgewezen dat het aanhouden van een specifieke hartslag bij de training de optimale wijze is om deintensiteit van de training te meten en de beste resultaten te bereiken. Hierop is de trainingsmethode Heart Rate ZoneTraining® (hartslagzonetraining) van Life Fitness gebaseerd. Zonetraining bepaalt iemands ideale hartslagbereik, of hartslagzone, voor het verbranden van vet of het verbeteren vande cardiovasculaire conditie. De zone is een percentage van het theoretische maximum (HRmax) en de waarde hangt afvan de training. De formule voor de maximale hartslag is gedefinieerd in de “Guidelines for Exercise Testing andPrescription (Richtlijnen voor het testen en voorschrijven van trainingen)” van het American College of Sports Medicine,8e editie, 2009.

HRmax komt overeen met 206,9 minus het totaal van 0,67 vermenigvuldigd met de leeftijd van de des-betreffende persoon. De Life Fitness-producten hebben de volgende exclusieve trainingen, die de voordelen van de Heart Rate ZoneTraining+ ten volle benutten:H'(%. )')%%. . H%"H%'%'%'&()H%'%'. '%)%'&. '%)H+'% %'%'+'% %'&Opmerking: Het verdient aanbeveling een fitnesstrainer te raadplegen voor het bepalen van specifieke fitnessdoelen enhet opstellen van een trainingsprogramma. De HeartSync-trainingsprogramma’s meten de hartslag. Draag de telemetrische hartslagborstband of pak de contact -hartslagsensoren vast zodat de ingebouwde computer van de loopband tijdens de training de hartslag kan meten.

11%( ). ' " . . &#.  Het Go-bedieningspaneel is ontworpen om de navigatie zo eenvoudig mogelijk te maken met behulp van specialekleuren en toetsen. De weergave van gegevens op het bedieningspaneel is zo opgezet dat heen en weer schakelentussen trainingsinformatie tot een minimum wordt beperkt. Elke knop op het bedieningspaneel geeft de gebruiker tactielefeedback. De diverse aspecten van de trainingsfeedback (niveau, tijd en snelheid) hebben hun eigen venster.  *%) ). .  )( .   .  .  Weergave Level (Niveau) (hometrainers/crosstrainers) – Op de hometrainers encrosstrainers van Life Fitness worden twee soorten niveau gebruikt. Het eerste type niveauis het werkelijke remweerstandsniveau. Dit type niveau kan door de gebruiker alleenworden gewijzigd in een handmatige training. Het instelbereik van de remweerstand is 1-20.

Het tweede type niveau is het moeilijkheidsniveau. Er zijn 20 moeilijkheidsniveaus. Het moeilijkheidsniveau stemtovereen met een bereik van werkelijke remweerstandsniveaus en wordt alleen gebruikt voor de trainingenRANDOM (VERRASSING), HILL (HEUVEL), EZ INCLINE (EZ-HELLING) en SPORTS TRAINING(SPORTTRAINING). Dus als u het moeilijkheidsniveau 10 selecteert, komt dat overeen met een bereik aanwerkelijke remweerstandsniveaus van 5-14. Tijdens de trainingen RANDOM (VERRASSING), HILL (HEUVEL), EZ INCLINE (EZ-HELLING) en SPORTS TRAINING (SPORTTRAINING) wordt het moeilijkheidsniveau alleenweergegeven tijdens het instellen van de training en wanneer het moeilijkheidsniveau tijdens de training wordtgewijzigd. Op alle andere momenten tijdens een training wordt het werkelijke niveau weergegeven.

/ Weergave Level/Incline (Niveau/helling) (voor loopbanden) – Op Life Fitness-loopbanden worden twee soortenniveau gebruikt. Het eerste type is een hellingsniveau of -percentage.

Het hellingspercentage kan alleen tijdens eenhandmatige training met de hand worden ingesteld door de gebruiker. Het bereik van mogelijke hellingspercentages is0-12% (F3) of 0-15% (T3). De waarde kan in stappen van 0,5% worden ingesteld. Het tweede moeilijkheidsniveaustemt overeen met een bereik van werkelijke hellingspercentages. Moeilijkheidsniveaus worden alleen gebruikt in detrainingen RANDOM (VERRASSING), HILL (HEUVEL), EZ INCLINE (EZ-HELLING) en SPORTS TRAINING(SPORTTRAINING). Dus als een gebruiker het moeilijkheidsniveau 10 selecteert, betekent dat een bereik aanhellingspercentages van 3%–7%. Tijdens de trainingen RANDOM (VERRASSING), HILL (HEUVEL), EZ INCLINE (EZ-HELLING) en SPORTS TRAINING (SPORTTRAINING) wordt het moeilijkheidsniveau alleen weergegeven tijdenshet instellen van de training en wanneer het moeilijkheidsniveau tijdens de training wordt gewijzigd.

Voor de rest vande tijd wordt bij deze trainingen het hellingspercentage weergegeven. 0 Wijzigen van het niveau tijdens een training – Om tijdens een training het niveau te wijzigen, moet hetstreepje onder de bovenste rij van trainingsfeedback onder Level (Niveau) worden geplaatst. Als het streepje nietonder Level (Niveau) staat, kan het worden verplaatst met de pijlen naar links/rechts. Om het niveau af te stellendrukt u eenvoudig op de toetsen omhoog/omlaag.

4. 2 WEErgAvE ImE IjdT (T ) Op de weergave Time (Tijd) wordt de totale trainingstijd weergegeven die de gebruiker tijdens het instellen van de training heeft ingevoerd, met een bereik van 1-99 minuten, afhankelijk van het programma. Tijdens de training wordt op de weergaveTime (Tijd) de resterende tijd afgeteld. U kunt de tijd in het menu Settings (Instellingen) ook zo instellen dat dezeoptelt: op de weergave Time (Tijd) wordt dan de verstreken tijd weergegeven. Zie paragraaf 5. 7, Gebruik van hetmenu Settings (Instellingen). De ingestelde tijd kan op elk moment tijdens de training worden gewijzigd door deweergave Time (Tijd) met behulp van de pijlen naar links en rechts te markeren met het streepje en daarna de tijdte wijzigen met de pijlen omhoog/omlaag. De minutenwijzer op het klokpictogram verspringt in stappen van 15 minuten.

Als de resterende trainingstijd bijvoorbeeld 10 minuten is, wordt op de klok 12:15 weergegeven. 4. 3 WEErgAvE PEEd nELhEIds (s )De snelheid wordt weergegeven in mijl per uur (MPH). De formule probeert de mijlen per uur te benaderen alsof u buiten traint. Het snelheidsbereik op hometrainers en crosstrainers is 0,8 km/h (0. 5 mph) en hoger. De snelheid verandert in stappen van 0,1. Het snelheidsbereik op loopbanden is 0,8 km/h (0. 5 mph) tot 16 km/h (10. 0 mph) op de F3 en 0,8 km/h (0. 5 mph)tot 19,3 km/h (12. 0 mph) op de T3; de snelheid wordt in stappen van 0,1 ingesteld. De snelheid kan in het menuSettings (Instellingen) worden omgezet in kilometer per uur. Zie paragraaf 5. 7, Gebruik van het menu Settings(Instellingen). 4. 4 BErIchTEncEnTrumHet berichtencentrum geeft de gebruiker instructies vanaf het moment dat de eerste toets wordt ingedrukt.

Het berichtencentrum begeleidt de gebruiker bij het instellen van een training (zoals het selecteren van een training en hetinvoeren van tijd, niveau en andere trainingsspecifieke gegevens). Als tijdens de training bepaalde feedback -functies voor de training (bijv.

pace [tempo] en METS) in het menu Settings (Instellingen) zijn ingesteld, wordtdeze informatie met vaste tussenpozen in het berichtencentrum weergegeven. Ten slotte wordt hetberichtencentrum ook gebruikt om de gebruiker te coachen bij gebruik van de Total Body (Hele Lichaam) -modusop de X8-crosstrainer. 4. 5 WEErgAvE IsTAncE FsTAndd (A )De afstand wordt in mijlen weergegeven. De afstandsformule probeert de mijlen te benaderen alsof u buiten traint. De afstandsformule stemt niet altijd overeen met die van andere Life Fitness-producten of producten van een ander merk. De afstand kan inhet menu Settings (Instellingen) worden omgezet in kilometers. Zie paragraaf 5. 7, Gebruik van het menu Settings(Instellingen). 4. 6 WEErgAvE EArT ATE ArTsLAgh r (h )De hartslagweergave berekent tijdens een training de werkelijke hartslag van de gebruiker als aantal samentrekkingen (slagen) per minuut.

De gebruiker moet de hartslagelektroden vasthouden of een telemetrische hartslagborstband dragen om dehartslagweergave te laten werken. Zie paragraaf 2. 1, Life FitnessDe telemetrische borstband voor de hartslag. beveelt voor de nauwkeurigste hartslagmeting gebruik van de borstband aan. Als u problemen ondervindt bij deweergave van de hartslag, lees dan paragraaf 2. 2, voor aanbevelingen ter verbetering van deContacthartslagweergave van de contacthartslag. 12.

 *%) '%' %' ' '%%'& % & De streefhartslag is een percentage van de maximale hartslag van de gebruiker. Het doel is om een bereik na te streven waarbij het hart en de longen optimaal profiteren van de training. Het bedieningspaneel berekent de streefhartslag door demaximale hartslag te vermenigvuldigen met een intensiteitsniveau. Maximale hartslag = 206,9 - (0,67 x leeftijd van de gebruiker). De intensiteitsniveaus voor Life Fitness zijn 65% voor gewichtsverlies en vetverbranding en80% voor verbetering van het cardiovasculaire uithoudingsvermogen. De weergave schakelt heen en weer tussen het intensiteitsniveau van 65% en dat van 80%. Er brandt een pijl omhoog of omlaag om aan te geven of dewerkelijke hartslag van de gebruiker boven of onder de streefhartslag ligt. 67B

144. 10 IndIcATOrPIjL TrAInIngsPrOFIELDe pijl boven de kolommen in het trainingsprofiel geeft de positie weer waar de gebruikerzich bevindt in de training. De positie wordt bepaald door de tijd die is ingevoerd tijdens hetinstellen van de training, gedeeld door het aantal kolommen (24). Tijdens een training van24 minuten bijvoorbeeld wordt de pijl elke minuut een kolom verplaatst. Tijdens de Race-modus splitst de pijl zich in twee afzonderlijke pijlen (een massieve pijl en een omtrek vaneen pijl: een voor de gebruiker en een voor de pacer). 4. 11 L (n ) -EvEL IvEAu mETErGeeft de intensiteit van de training aan op basis van het door de gebruiker ingestelde niveau. Hoe hoger de meter isgevuld, des te moeilijker de training. Raadpleeg de onderstaande tabel om te zien hoe de niveaumeter wordt bepaald. 4.

12 k s (I )nOP ETTIngs nsTELLIngEnDruk één keer op deze knop om naar het menu Settings (Instellingen) van het bedieningspaneel tegaan. In het menu Settings (Instellingen) kan de gebruiker voorkeuren voor het bedieningspaneelinstellen. Zie paragraaf 5. 7, Gebruik van het menu Settings (Instellingen). 4. 13 k u P (g )nOP sEr rOFILEs EBruIkErsPrOFIELEnDruk een keer op deze knop om een van twee gebruikersprofielen te selecteren om in te loggen. Na het programmeren slaat de instelling gebruikersprofielen trainingsgegevens op voor twee primairegebruikers. Als u de knop 3 seconden indrukt, gaat u naar de bewerkingsmodus voor de gebruikers -profielen. Zie paragraaf 5. 5, Gebruik van de gebruikersprofielen. 4. 14 k PnOP AusE EsumE/r (PAuZErEn hErvATTEn/ )Wanneer de knop tijdens een training één keer wordt ingedrukt, wordt de training 5 minutengepauzeerd.

Wanneer de knop opnieuw wordt ingedrukt, wordt de training hervat. Als de gepauzeerdetraining niet binnen 5 minuten wordt hervat, verwijdert het bedieningspaneel de actuele training enschakelt het in de Energy Saver Mode (Energiebesparingsmodus).

De pauzetijd kan worden gewijzigdin het menu User Settings (Gebruikersinstellingen). Zie paragraaf 5. 7, Gebruik van het menu Settings(Instellingen). In de modus Energy Saver (Energiebesparing) wordt het toestelOpmerking:uitgeschakeld als het 5 minuten lang niet gebruikt is, ongeacht de pauze-status. Niveau- bereikHellingbereikAlleen loopbanden 19 - 20 10,6 - 12,0%17 - 18 9,1 - 10,5%15 - 16 7,6 - 9,0%13 - 14 6,5 - 7,5%11 - 12 5,1 - 6,4%9 - 10 4,1 - 5,0%7 - 8 3,1 - 4,0%5 - 6 2,1 - 3,0%3 - 4 1,1 - 2,0%1 - 2 0,0 - 1,0%.

. )'. "#Wordt gebruikt voor eenvoudige navigatie door de software (verder, terug, omhoog, omlaag) en voor het aanpassen van het niveau, de tijd en de snelheid ( ) van de training. Tijdens het alleen loopbanden6;. @2992;B. ;22;@>. 6;6;4 gebruikt u de pijlen naar links/rechts om door de instellingsopties voor de training te bladeren, en vervolgens de pijlen omhoog/omlaag om de waarden te wijzigen. '6712;. 22;@>. 6;6;4 gebruikt u de pijlen naar links/rechts om door de opties zoals niveau en tijd te bladeren en daarna de pijlen omhoog/omlaag om deze waarden te wijzigen.    &. "#. '% '%'De knop ENTER/START kan op elk moment tijdens de initialisatie worden ingedrukt om snel een30 minuten durende handmatige training te beginnen. Tijdens het instellen van de training wordt deknop gebruikt als selectietoets bij het kiezen van programmaparameters.   % % .

"# &' &''. Druk bij het programmeren van een training op deze knop om onjuiste gegevens, zoals gewicht of leeftijd, te wissen. Als de gebruiker tijdens een training twee keer achtereenvolgens op RESET(RESETTEN) drukt, wordt de training onmiddellijk gestopt, waarna de gebruiker terugkeert naar hetscherm Select Workout (Training selecteren).   % % . "#  "  "(&Druk tijdens een training MANUAL (HANDMATIG), RANDOM (VERRASSING), HILL (HEUVEL), EZ INCLINE (EZ-HELLING) of SPORTS TRAINING (SPORTTRAINING) één keer op deze knop omde RACE MODE (RACEMODUS) in te schakelen. In deze modus kan de gebruiker tegen eengesimuleerde pacer racen. Als de gebruiker op deze knop drukt terwijl de RACE MODE(RACEMODUS) aan is, wordt de functie uitgeschakeld. Zie paragraaf 5. 4,. Gebruik van de racemodus   *  . "# " "%"('& "%' '%. . .

Druk één keer op deze knop om naar het selectiescherm Goal Workouts (Doelgerichte trainingen) te gaan. Er zijn drie doelgerichte trainingen: Calorie (caloriedoel), Target Heart Rate(Streefhartslagdoel) en Distance (Afstandsdoel). De gebruiker stelt voor elke training het eigen doel in.    &. "#. %, )%. %&#%.  De modus Energy Saver (Energiebesparing) wordt gebruikt om het stroomverbruik van het trainingstoestel te beperken wanneer het niet wordt gebruikt. Het toestel komt 5 minuten na het eindevan een training automatisch in de modus Energy Saver (Energiebesparing) te staan. Druk op de knopENERGY SAVER (ENERGIEBESPARING) om het bedieningspaneel “wakker te maken” of in demodus Energy Saver (Energiebesparing) te zetten. U kunt de modus Energy Saver (Energiebesparing)uitschakelen in het menu Settings (Instellingen).

5T , rAInIngEn mOdI En InsTELLIngEn5. 1 OvErZIchT vAn dE TrAInIngEnHet Go-bedieningspaneel bevat 13 speciaal ontworpen voorgeprogrammeerde trainingen die zijn ontwikkeld doorLife Fitness. Elke training heeft zijn eigen doel. Lees de beschrijvingen van de trainingen aandachtig door om eentrainingsroutine te ontwikkelen waarmee u uw eigen doelstellingen kunt realiseren. De op de volgende pagina’s beschreven trainingen hebben allemaal één van de volgende aanduidingen:• beginner - net beginnend• ervaren - fit• geavanceerd - atleet Beginnerstrainingen zijn ontwikkeld voor gebruikers die net met trainen of met een trainingsroutine zijn begonnen. Inbeginnerstrainingen kan de intensiteit slechts beperkt en geleidelijk worden aangepast. Ervaren trainingen zijn bestemdvoor gebruikers die een meer uitdagende training wensen. Deze gebruikers moeten al aan fitnesstraining gedaanhebben.

Geavanceerde trainingen zijn bestemd voor atleten die trainen om hun uithoudingsvermogen te vergroten, of voor speciale wedstrijden. Voor verschillende trainingen zijn verschillende stappen bij het instellen nodig. Dit hoofdstuk geeft details over destappen zelf. Het hoofdscherm van het bedieningspaneel is het scherm “Select Workout” (Training selecteren). Het zieter als volgt uit: Wanneer dit scherm verschijnt op het bedieningspaneel, bladert u met de pijlen omhoog/omlaag of naar links/rechtsdoor alle trainingsopties en selecteert u een training door op ENTER te drukken. Om een QUICK START (SNELSTART)-training te beginnen, drukt u op ENTER wanneer het bovenstaande scherm “Select Workout” (Training selecteren)verschijnt. Wanneer er een training is geselecteerd, verschijnt op het scherm, afhankelijk van het aantal stappen dat nodig is om de training in te stellen.

Tijdens het instellen van de training kunnen de pijlen omhoog/omlaag worden gebruikt om de geselecteerde waarde in te stellen en de pijlen naar links/rechts om de verschillendestappen te doorlopen. Om naar de volgende stap te gaan, drukt u op de pijl naar rechts of op Enter. Druk nadat u delaatste stap hebt ingevoerd op ENTER om met de training te beginnen. QuIck sTArT (snELsTArT) is de snelste manier om de training te beginnen: het slaat de stappen voor het kiezenvan een specifiek trainingsprogramma over. U begint een QUICK START (SNELSTART)-training door op het schermSELECT TRAINING (TRAINING SELECTEREN) op de toets ENTER te drukken. Nadat op ENTER is gedrukt, beginteen training op constant niveau. Het intensiteitsniveau verandert niet automatisch. U moet het wijzigen met de pijlen. 16.

19 '>. 6;6;42. >@%. @2699. >@. 9. 452AB29. (ervaren – fit)*Voor deze training moet de borstband worden gedragen. '67B6;4Om deze training goed te kunnen uitvoeren, moetde gebruiker tijdens deze training een borstband dragen. Ditprogramma gebruikt uitsluitend wijzigingen in de weerstand ofhelling om de hartslag te verhogen en verlagen. HEART RATEHILL (HARTSLAG HEUVEL) heeft een reeks van drie heuvels endrie dalen, waarbij de duur van de heuvels en dalen wordt bepaalddoor de hartslag van de gebruiker. Na het opwarmen wordt de intensiteit van de training verhoogd totdat de gebruiker 70% van zijn/haar maximalehartslag heeft bereikt: de eerste heuvel. Nadat de gebruiker 70% van zijn/haar maximale hartslag heeft bereikt, houdthet programma het intensiteitsniveau 1 minuut lang vast.

Wanneer de top van de heuvel is bereikt, vermindert hetprogramma de intensiteit en het streefhartslagdoel tot 65% van de maximale hartslag om een dal na te bootsen(herstelperiode). Nadat de hartslag van de gebruiker tot 65% van de maximale hartslag is gedaald, houdt hetprogramma deze gedurende 1 minuut constant op 65%. Daarna verhoogt het programma de intensiteit totdat de gebruiker 75% van de maximale hartslag bereikt. Dit is detweede heuvel, die wordt gevolgd door een dal met een streefhartslag van 65%. Tenslotte wordt met de derde heuvelde intensiteit verhoogd totdat de gebruiker 80% van de maximale hartslag heeft bereikt. Deze 80% wordt 1 minuutlang constant gehouden en wordt gevolgd door het laatste dal van 65%. Na de heuvels en dalen gaat de trainingover in een afkoelfase.

Als de gebruiker een streefhartslag niet binnen vijf minuten bereikt, meldt hetberichtencentrum dat de gebruiker de snelheid of weerstand (bij loopbanden) (bij hometrainers en crosstrainers)moet verhogen of verlagen, afhankelijk van of de training in een heuvel- of dalfase is.

20 '>.6;6;4D@>2:22.>@%.@2D@>2:25.>@?9.4. (geavanceerd – atleet)*Voor deze training moet de borstband worden gedragen.'67B6;4 Om deze training goed te kunnen uitvoeren, moet degebruiker tijdens deze training een borstband dragen. Dit programmagebruikt uitsluitend wijzigingen in de weerstand of helling om de hartslag teverhogen en verlagen. Dit programma wisselt af tussen tweestreefhartslagen van 85% en 65% van de maximale hartslag van degebruiker die zo snel mogelijk afwisselen. Het effect is vergelijkbaar met dat van sprinten. Zodra één van de tweestreefhartslagen tijdens de training is bereikt, wordt deze 20 seconden lang aangehouden. Daarna verandert de intensiteit naarde andere streefhartslag. 

21*%. ). . . #&' %'&'%. . van een aangepaste hartslagtrainingNa het instellen van een trainingstijd gebeurt het volgende als er een hartslagtraining isgeselecteerd. Het berichtencentrum geeft ongeveer 3 seconden lang “Set Target HR” (Streefhartslag instellen) weer. Daarna geeft het berichtencentrum “Interval 1” weer. De gebruiker voert de gewenste streefhartslag in het aangewezenvenster in en drukt op Enter om naar “Interval 2” te gaan. Deze reeks gaat door totdat alle 24 intervallen zijn ingesteld. Gebruik de pijlen naar links/rechts om tussen de intervallen heen en weer te bewegen. Het berichtencentrum geeft daarna“Workout Saved” (Training opgeslagen) weer. Wanneer elke interval is ingesteld en opgeslagen, wordt de bijbehorendevisuele weergave van streefhartslag weergegeven in het trainingsprofiel.

"=:2>86;4 Het percentage in de tabel geeft de werkelijke hartslag van de gebruiker weer als percentage van zijn of haar maximale hartslag. De maximale hartslag is 206,9 - (0,67 x de leeftijd van de gebruiker). Bijvoorbeeld: Demaximale hartslag van iemand van 40 is 206,9 - (0,67 x 40) = 180. Tijdens het eerste interval van de training was de werkelijke hartslag 100. 100/180 = 0,56 ofwel 56%. In het trainingsprofiel wordt aangegeven dat de gebruiker tijdenshet eerste interval in rij 4 heeft getraind. *%. ). . %% ". '*"%#. . #&' '%. . Om terug te gaan naar een eerder gedefinieerde aangepaste training en deze te bewerken, gaat u opnieuw naar hetmenu USER PROFILES (GEBRUIKERSPROFIELEN) en bladert u naar de te bewerken optie CUSTOM WORKOUT(AANGEPASTE TRAINING). Houd de knop USER PROFILES (GEBRUIKERSPROFIELEN) ingedrukt om naar debewerkingsmodus te gaan.

Gebruik bij het bekijken van “interval 1” de pijlenom de huidige gedefinieerde instellingen te wijzigen of druk op ENTER om naar “interval 2” te gaan. Deze reeks gaatdoor totdat alle 24 intervallen zijn ingesteld. Daarna geeft het berichtencentrum “Workout Saved” (Training opgeslagen)weer. %67 #>268. @>2235. >@. 9. 49 100%8 90 - 99%7 80 - 89%6 70 - 79%5 60 - 69%4 50 - 59%3 40 - 49%2 30 - 39%1.

5. 4 gEBruIk vAn dE rAcEmOdusOvErZIchTDE RACE MODE (RACEMODUS) kan tijdens een training worden geactiveerd door op het bedieningspaneel de toets RACEMODE (RACEMODUS) in te drukken. Deze functie kan alleen worden gebruikt tijdens de trainingen MANUAL(HANDMATIG), RANDOM (VERRASSING), HILL (HEUVEL), EZ INCLINE (EZ-HELLING) en SPORTS TRAINING(SPORTTRAINING). RACEMODUS is een functie waarmee de gebruiker kan racen tegen een zogenaamde pacer die wordtingesteld wanneer de RACEMODUS wordt ingeschakeld. De gebruiker wordt weergegeven door een gevulde pijl boven hettrainingsprofiel en de pacer wordt gesymboliseerd door de omtrek van de pijl. Tijdens de RACE MODE (RACEMODUS) knip-pert de kolom trainingsprofiel om aan te geven waar de gebruiker zich bevindt in het profiel.

EEn rAcE BEgInnEnDruk op de toets RACE MODE (RACEMODUS) tijdens de training MANUAL (HANDMATIG), RANDOM (VERRASSING),HILL (HEUVEL), EZ INCLINE (EZ-HELLING) of SPORTS TRAINING (SPORTTRAINING) om de RACE MODE (RACE-MODUS) in te schakelen. Het symbool voor de RACE MODE (RACEMODUS) gaat branden. De gebruiker wordt op hetberichtenscherm gevraagd om een gewenste snelheid in te voeren. De snelheid kan worden gewijzigd met de pijlenomhoog/omlaag. De ingevoerde snelheid wordt dan de snelheid van de pacer tijdens de race. Nadat een racesnelheid isingevoerd, beginnen de pacer- en gebruikerpijlen bij de eerste kolom en racen ze over het trainingsprofiel. De pacer wordtgesymboliseerd door de omtrek van een pijl en de gebruiker door de ingevulde pijl. De verplaatsing van de pacer over hetprofiel wordt bepaald door de ingestelde racesnelheid en de resterende tijd in de training.

Dus als tijdens de race de train-ingstijd wordt aangepast, worden de instellingen van de pacer opnieuw geconfigureerd en start de race opnieuw bij deeerste kolom. 5. 5 gEBruIk vAn dE gEBruIkErsPrOFIELEnEr kunnen twee gebruikersprofielen worden ingesteld op het Go-bedieningspaneel.

Elk profiel stelt een gebruiker in staatom al zijn/haar instellingen en trainingsinformatie in te stellen. Dus wanneer een gebruiker is ingelogd op een specifiekprofiel, kan hij/zij snel een training beginnen zonder trainingsinformatie in te hoeven voeren. Om op een gebruikersprofielin te loggen, drukt u op de toets USER PROFILE (GEBRUIKERSPROFIEL), bladert u naar het gewenste profiel en druktu op ENTER. Als dit profiel is gecreëerd, meldt het berichtencentrum “Logged In” (Ingelogd). Als deze profielaccount nogniet is gedefinieerd, geeft het berichtencentrum de melding “Undefined” (Niet gedefinieerd). EEn gEBruIkErsPrOFIEL InsTELLEnOm een gebruikersprofiel in te stellen, drukt u op de toets USER PROFILE (GEBRUIKERSPROFIEL) en bladert u naarUser Profile 1 (Gebruikersprofiel 1) of User Profile 2 (Gebruikersprofiel 2).

Houd de toets USER PROFILE(GEBRUIKERSPROFIEL) nu drie seconden ingedrukt om naar de bewerkingsmodus te gaan. Op het berichtencentrumwordt “Edit Profile” (Profiel bewerken) weergegeven. Gebruik de volgende toetsen om te navigeren in de modus UserProfile Editing (Gebruikersprofiel bewerken):• Blader met de pijlen naar links/rechts door de bewerkingsopties. • Pas de bewerkingsopties aan met de pijlen omhoog/omlaag (behalve in Change Name [Naam wijzigen] en Custom Workout [Aangepaste training]). • Druk op ENTER of de pijlen naar links/rechts om wijzigingen op te slaan en naar de volgende optie te gaan. • Gebruik de toets RESET (RESETTEN) om terug te gaan naar de standaardwaarde. Na het bericht “Edit Profile” (Profiel bewerken) wordt in het berichtencentrum “My Profile Setup” (Mijn profielinstellingen)weergegeven.

Druk op ENTER wanneer “My Profile Setup” (Mijn profielinstellingen) wordt weergegeven om te bladerentussen de volgende te bewerken opties:c n (n ) – hAngE AmE AAm WIjZIgEn druk OP EnTEr Om TE sELEcTErEnAls de gebruiker deze optie selecteert door op ENTER te drukken, geeft het berichtencentrum de melding PROFILE(PROFIEL) weer, waarvan de “P” knippert. De gebruiker kan nu de pijlen omhoog/omlaag gebruiken om de tekens tewijzigen, de pijlen naar links/rechts om heen en weer te bewegen tussen tekens en de toets RESET (RESETTEN) omtekens te wissen. Nadat de gebruiker de juiste naam heeft ingevoerd, drukt hij/zij op ENTER om op te slaan. Als er langer dan 10 secon-den geen activiteit is, meldt het berichtencentrum “PRESS ENTER TO SAVE” (DRUK OP ENTER OM OP TE SLAAN).

De keuzemogelijkheden zijn 0,1 – 161 km of (0. 1 – 99. 9 mijl). • Time Goal (Tijdsdoel) Het berichtencentrum geeft “Time Goal = 30:00” (Tijdsdoel = 30:00) weer. De keuzemogelijkheden zijn 05:00 tot 99:00. • Warm Up Time (Opwarmtijd)Het berichtencentrum geeft “Warm Up = 02:00” (Opwarmen = 02:00) weer. De keuzemogelijkheden zijn 01:00 tot 99:00. • Cool Down Time (Afkoeltijd) Het berichtencentrum geeft “Cool Down = 02:00” (Afkoelen = 02:00) weer. De keuzemogelijkheden zijn 01:00 tot 99:00. • Custom Workout (Aangepaste training) – Druk op ENTER om dit te selecteren. Zie het onderdeel Aangepaste training 23.

5. 6 vEILIghEIdsmOdusDe veiligheidsmodus is een optie voor loopbanden en crosstrainers. Als deze functie is ingeschakeld, wordt het toetsen-bord uitgeschakeld als de loopband 1 minuut en 30 seconden lang of de crosstrainer 1 minuut lang niet wordt gebruikt. Druk op ENTER om terug te gaan naar het laatste scherm. In de veiligheidsmodus wordt de weerstand op crosstrainersingesteld op niveau 20, zodat het moeilijk is om de pedalen te bewegen. Loopbanden worden geblokkeerd. De stan-daardinstelling is Safety Mode On (Veiligheidsmodus aan). De veiligheidsmodus kan in het menu Settings (Instellingen)worden uitgeschakeld. Zie paragraaf 5. 7,. Gebruik van het menu Settings (Instellingen)5. 7 gEBruIk vAn hET mEnu ETTIngs nsTELLIngEns (I )U opent het menu Settings (Instellingen) door in het scherm “Select Workout” (Selecteer training) op de toets SETTINGS(INSTELLINGEN) te drukken.

Nadatu het menu Settings (Instellingen) hebt geopend, wordt op het scherm “SETTINGSMENU” (MENU INSTELLINGEN) weergegeven. • Blader met de pijlen naar links/rechts door de instellingsopties voor het bedieningspaneel. • Wijzig de instellingen met de pijlen omhoog/omlaag. • Gebruik de ENTER-toets of de pijltoetsen naar links/rechts om wijzigingen op te slaan en naar de volgende optie te gaan. • Druk op de toets RESET (RESETTEN) om het menu Settings (Instellingen) af te sluiten. De instellingen en keuzemogelijkheden staan hieronder vermeld.

• Modus Engels/metrisch“Units” (Eenheden) wordt weergegevenDe keuzemogelijkheden zijn: English (Engels) en Metric (Metrisch)• Pieptonen “Beeps” (Pieptonen) wordt weergegevenDe keuzemogelijkheden zijn: On (Aan) en Off (Uit)• Hartslagtelemetrie “WIRELESS HR = ON” (DRAADLOZE HS = AAN) wordt weergegevenDe keuzemogelijkheden zijn: On (Aan) en Off (Uit)• Trainingstimer“Timer” wordt weergegevenDe keuzemogelijkheden zijn: Verhogen of verlagen• METS“METS = OFF” (METS = UIT) wordt weergegevenDe keuzemogelijkheden zijn: On (Aan) en Off (Uit)• Tempo (alleen loopbanden)“PACE = OFF” (TEMPO = UIT) wordt weergegevenDe keuzemogelijkheden zijn: On (Aan) en Off (Uit)• RPM (Cadans) (alleen hometrainers en crosstrainers)Geeft “RPM = OFF” (CADANS = UIT) weer.

De keuzemogelijkheden zijn On (Aan) en Off (Uit)• Contrast“Contrast” wordt weergegevenDe keuzemogelijkheden zijn: 1-99 • HelderheidDe keuzemogelijkheden zijn 1-10• Veiligheidsmodus (alleen crosstrainers en loopbanden)“Safety Mode” (Veiligheidsmodus) wordt weergegevenDe keuzemogelijkheden zijn: On (Aan) of Off (Uit)• Statistische gegevens – Druk op ENTER om“Total Hours” (Totaal aantal uren) te selecteren. Dit is het totaal aantal uren dat het product is gebruikt voor trainingen. “Total Miles” (Totaal aantal mijl; het aantal mijl dat op het product is afgelegd)24.

• Softwareversie Druk op ENTER voor selectie vanConsole Software Version (Softwareversie bedieningspaneel)Console Software Part Number (Onderdeelnummer software bedieningspaneel)Console Software Build Date (Build-datum software bedieningspaneel)• Floor Model (Demonstratiemodel) – Schakelt de energiebesparingsfunctie uit. De keuzemogelijkheden zijn On (Aan) en Off (Uit)Standaardinstelling is Off (Uit)(energiebesparing ingeschakeld)• Timer voor loopbandsmering (alleen loopbanden)Houdt het totaal aantal trainingsuren en de afkoeltijd bij sinds de laatste keer dat de loopband werd gesmeerd. Als de timer 75 uur bereikt, wordt er tijdens elke training een bericht ter herinnering weergegeven. Houd de pijltoets OMLAAG 5 seconden ingedrukt om de tijd terug te zetten op nul. smeren van de loopband1. Zet de loopband met de AAN/UIT-schakelaar uit en trek de stekker uit het stopcontact. 2.

Draai de stelbouten van de achterste rol ongeveer 10 volle slagen los. Onthoud hoeveel slagen u de bouten hebt losgedraaid; aan het einde van de procedure moet u ze weer evenveel slagen aandraaien. 3. Breng de helft van de fles door Life Fitness goedgekeurd siliconensmeermiddel aan op de bovenkant van het platform, tussen de loopband en het platform. Probeer om het meeste van het smeermiddel aan te brengen op het midden van het platform. 4. Kijk of de loopband midden op het platform ligt en draai de stelbouten van de achterste rol evenveel slagen aan als u ze hebt losgedraaid. 5. Steek de stekker van de loopband in het stopcontact en zet de AAN/UIT-schakelaar op aan. 6. Laat de loopband met een snelheid van 5 km/u (3 mph) draaien en controleer of de loopband goed spoort.

Is dat niet het geval, raadpleeg dan in de De loopband afstellen en spannengebruikershandleiding van het model in kwestie. 7. Reset het bericht LUBRICATE WALKING BELT (LOOPBAND SMEREN) op het bedieningspaneel. Ga naar het menu Settings (Instellingen) om het bericht te resetten.

&%) ! "!%"( )! ' #%"('De Life Fitness-producten steunen op technische bekwaamheid en behoren tot de sterkste en meest probleemlozetrainingstoestellen die op dit moment verkrijgbaar zijn. "=:2>86;4: De veiligheid van het toestel kan alleen gehandhaafd blijven als het regelmatig op beschadiging en slijtagewordt gecontroleerd. Als onderhoud nodig is, dient u het toestel buiten gebruik te stellen totdat defecte onderdelengerepareerd of vervangen zijn.

Let vooral op onderdelen die slijtagegevoelig zijn, zoals hieronder aangegeven. '#& )""% #%)!' "!%"(De volgende tips voor preventief onderhoud zorgen ervoor dat het bedieningspaneel optimaal blijft werken:• Zet het product op een koele, droge plaats.• Houd het bedieningspaneel vrij van vingerafdrukken en zoutafzetting door zweet.• Maak het trainingstoestel schoon met een , bevochtigd met water en een zacht vloeibaar 8.@

6. 2 PrOBLEmEn OPLOssEnPrOBLEm OOrZAAk/OPLOssIngGeen stroomControleer of het snoer goed in de achterkant van het product en in hetstopcontact is gestoken. Zorg dat het snoer helemaal in de achterkant van hetproduct is gestoken. Misschien staat het toestel in de “Energy Saver Mode” (Energiebesparingsmodus). Druk op de knop “Energy Saver” (Energiebesparing) om te zien of hetbedieningspaneel aangaat. Controleer of alle door de klant gemaakte verbindingen goed werken. Trek elkeverbinding los en maak de verbinding opnieuw om dit te controleren. Kijk of er tijdens het in elkaar zetten misschien kabels afgekneld zijn. Draadloze hartslagfunctie werk tnietMogelijke redenen waarom de draadloze hartslagfunctie niet werkt, zijn:1. De draadloze hartslagfunctie is op OFF (UIT) gezet in het menu Settings (Instellingen).

Open het menu Settings (Instellingen) and controleer of WIRELESS HR (DRAADLOZE HARTSLAG) op ON (AAN) staat. 2. Er is geen goed contact tussen de telemetrische hartslagband en de huid. 3. Elektrische apparaten (fluorescentielampen, keukenapparatuur, enz. ) storen de werking van de telemetrische hartslagband. Zet het product op een andere locatie of verplaats de elektrische apparaten uit de buurt van het product. 4. De batterij in de telemetrische hartslagband moet worden vervangen. De batterij is een CR2032 (3 V). De hartslag wordt eerst gede-tecteerd en werkt normaal, maardaarna gaat het signaal verlorenGebruik van persoonlijke elektronische apparaten zoals mobiele telefoons endraagbare mp3-spelers kan storingen door externe ruis veroorzaken. Toestel bevindt zich dichtbij andere geluidsbronnen zoals audio-/videoapparatuur, ventilatoren, tweewegradio's en hoogspanningsleidingen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Life Fitness E1 Go stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden