Lexmark E 460dw Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Lexmark E 460dw (183 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 27 mensen. Heb je een vraag over Lexmark E 460dw of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/183
Lexmark E460dn, E460dw en
E462dtn
Gebruikershandleiding
januari 2010www.lexmark.com
Machinetype(n):
4513
Model(len):
630, 63W, 6EW

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Lexmark
Categorie: Printer
Model: E 460dw

Handleiding Lexmark E 460dw – volledige tekst

InhoudsopgaveInformatie over veiligheid. 9Omgaan met de printer. 11Hartelijk dank voor het kiezen voor deze printer. 11Informatie zoeken over de printer. 11Een locatie voor de printer selecteren. 12Printerconfiguraties. 13Informatie over het bedieningspaneel van de printer. 16De standaarduitvoerlade en papierstop gebruiken. 19Extra printer instellen. 21Interne opties installeren. 21Beschikbare, interne opties. 21Klep van systeemkaart openen voor installatie van interne opties. 22Geheugenkaart installeren. 23Flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren. 25Hardwareopties installeren. 26Een lader voor 250 of 550 vel installeren. 26Kabels aansluiten. 29Printerconfiguratie controleren. 30Pagina met menu-instellingen afdrukken. 30Pagina met netwerkinstellingen afdrukken. 30De printersoftware instellen. 31Printersoftware installeren.

31Beschikbare opties bijwerken in het printerstuurprogramma. 31Draadloos afdrukken instellen. 32Benodigde gegevens voor het instellen van een printer op een draadloos netwerk. 32De printer installeren op een draadloos netwerk (Windows). 33De printer installeren op een draadloos netwerk (Macintosh). 35Printer installeren op een bedraad netwerk. 37Minimaliseer de invloed die uw printer op het milieuheeft. 40Papier en toner besparen. 40Kringlooppapier gebruiken. 40Zuinig omgaan met accessoires. 40Energie besparen. 41Inhoudsopgave2.

Eco-modus gebruiken. 41Geluid van de printer beperken. 42Spaarstand aanpassen. 43Recycling. 43Het recyclen van Lexmark-producten. 43Lexmark verpakkingsmateriaal recyclen. 44Lexmark cartridges terugsturen voor hergebruik of recycling. 44Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen. 45Papiersoort en papierformaat instellen. 45Instellingen voor Universal papier configureren. 45Laden vullen. 47Universeellader gebruiken. 51Laden koppelen en ontkoppelen. 55Laden koppelen. 55Laden ontkoppelen. 56Een aangepaste naam maken voor een papiersoort. 56De naam van een aangepaste papiersoort aan een lade toewijzen. 57Richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal. 58Richtlijnen voor papier. 58Papiereigenschappen. 58Ongeschikt papier. 59Papier kiezen. 59Voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier selecteren. 60Kringlooppapier en ander kantoorpapier gebruiken. 60Papier bewaren.

61Ondersteunde papierformaten, -soorten, -gewichten en -hoeveelheden. 61Door de printer ondersteunde papiersoorten en -gewichten. 61Papierformaten die door de printer worden ondersteund. 62Capaciteit van de papierladen. 63Bezig met afdrukken van. 64Een document afdrukken. 64Een document afdrukken. 64Afdrukken op speciale media. 65Tips voor het gebruik van briefhoofdpapier. 65Tips voor het afdrukken op transparanten. 66Tips voor het afdrukken op enveloppen. 66Tips voor het gebruik van etiketten. 67Tips voor het afdrukken op karton. 67Afdrukken van vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij. 68Inhoudsopgave3.

Selectie verzenden. 144Te veel mislukte aanmeldingen via bedieningspaneel. 144Lade uitgeschakeld. 145Lade ontbreekt. 14530. yy onjuist gevuld, vervang cartridge. 14531 yy Vervang defecte of ontbrekende cartridge. 14532. yy Cartridge-artikelnummer wordt niet ondersteund door apparaat. 14532 Niet-ondersteunde cartridge vervangen. 14534 Papier te kort. 14535 Onvold. geheugen voor bronnen opslaan. 14637 Onvoldoende geheugen voor defragmentatie flashgeheugen. 14637 Onvoldoende geheugen voor sorteren. 14637 Onvoldoende geheugen, sommige taken in wacht zijn verwijderd. 14638 Geheugen vol. 14639 Pagina is te complex. Bepaalde gegevens worden mogelijk niet afgedrukt. 14742. xy Regiocode van cartridge komt niet overeen. 14751 Flash beschadigd. 14752 Onvoldoende ruimte in flashgeheugen voor bronnen. 14753 Flash niet geformatteerd.

14754 Standard network software error (54 Softwarefout in standaardnetwerk). 14856 Standaard parallelle poort uitgeschakeld. 14856 Standaard USB-poort uitgeschakeld. 14858 Te veel flash-opties geïnstalleerd. 14858 Te veel laden aangesloten. 14880 Routineonderhoud. 14984 Fc-kit bijna versleten. 14984 Vervang fc-kit. 14988 Cartridge bijna leeg. 1491565 Emulatiefout, laad emulatieoptie. 149Eenvoudige printerproblemen oplossen. 149Display op het bedieningspaneel van de printer is leeg of er worden alleen ruitjesweergegeven. 150Problemen met de printer oplossen. 150Taken worden niet afgedrukt. 150Vertrouwelijke en andere taken in de wachtrij worden niet afgedrukt. 151Meertalige PDF's worden niet afgedrukt. 151Het afdrukken van de taak duurt langer dan verwacht. 152Taak wordt afgedrukt vanuit de verkeerde lade of op het verkeerde papier. 152Er worden verkeerde tekens afgedrukt.

152Laden koppelen lukt niet. 152Grote afdruktaken worden niet gesorteerd. 153Er komen onverwachte pagina-einden voor. 153Envelop wordt dichtgeplakt tijdens afdrukken. 153Problemen met accessoires oplossen. 154Inhoudsopgave7.

Optie functioneert niet goed of helemaal niet meer nadat deze is geïnstalleerd. 154Laders. 154Flashgeheugenkaart. 154Geheugenkaart. 155Problemen met de papierinvoer. 155Papier loopt regelmatig vast. 155Bericht Papier vast blijft staan nadat storing is verholpen. 155Nadat de papierstoring is verholpen, wordt de vastgelopen pagina niet opnieuw afgedrukt. 156Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen. 156Problemen met afdrukkwaliteit opsporen. 156Blanco pagina's. 157Tekens hebben gekartelde of ongelijkmatige randen. 157Onvolledige afbeeldingen. 158Grijze achtergrond. 158Zwevende afbeeldingen. 158Onjuiste marges. 159Gekruld papier. 159Afdruk is te donker. 160Afdruk is te licht. 161Scheve afdruk. 162Op de pagina verschijnen lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond. 162De toner laat los. 162Tonervlekjes. 163Afdrukkwaliteit van transparant is laag. 163Horizontale strepen.

163Verticale strepen. 164Transparanten of vellen papier bevatten effen zwarte of witte strepen. 165Embedded Web Server wordt niet geopend. 165Controleer de netwerkverbindingen. 165Controleer de netwerkinstellingen. 166Contact opnemen met klantenondersteuning. 166Kennisgevingen. 167Productinformatie. 167Informatie over deze editie. 167Energieverbruik. 170Index. 178Inhoudsopgave8.

Informatie over veiligheidLET OP—KANS OP LETSEL: zie de bijgesloten Veiligheidsinformatie voor u een elektrische verbinding of eenkabelverbinding maakt. Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact dat zich dicht in de buurt van het product bevindt en datgemakkelijk bereikbaar is. Plaats dit product niet in de buurt van water of in vochtige omgevingen. LET OP—KANS OP LETSEL: Dit product maakt gebruik van een laser. het toepassen van bedieningswijzen,aanpassingsmethoden of procedures anders dan in deze publicatie worden beschreven, kan blootstelling aangevaarlijke straling tot gevolg hebben. Dit product maakt gebruik van een afdrukproces waarbij het afdrukmateriaal wordt verhit. Door de hitte kan hetafdrukmateriaal bepaalde stoffen afgeven.

Bestudeer het gedeelte in de bedieningsinstructies waarin de richtlijnenvoor het selecteren van afdrukmaterialen worden besproken om schadelijke emissies te voorkomen. Ga voorzichtig te werk bij het vervangen van lithiumbatterijen. LET OP—KANS OP LETSEL: Wanneer de lithiumbatterij niet juist wordt vervangen, bestaat er explosiegevaar. Vervang de batterij alleen door hetzelfde of een vergelijkbaar type lithiumbatterij. Probeer nooitlithiumbatterijen op te laden, open te maken of te verbranden. Houd u bij het inleveren van gebruikte batterijenaan de voorschriften van de fabrikant en aan de lokale voorschriften. LET OP—HEET OPPERVLAK: Het verhittingsstation en de binnenkant van de printer in de buurt van het stationkunnen heet zijn. Laat het oppervlak eerst afkoelen voordat u het papier verwijdert uit dit gedeelte om letseldoor een heet onderdeel te voorkomen.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionelehardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst deprinter uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebtaangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer. LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: controleer of alle aansluitingen (zoals Ethernet- entelefoonaansluitingen) correct op de aangegeven poorten zijn aangesloten. Dit product is samen met specifieke onderdelen van de fabrikant ontwikkeld, getest en goedgekeurd volgens strikte,wereldwijd geldende veiligheidsnormen. De veiligheidsvoorzieningen van bepaalde onderdelen zijn niet altijdduidelijk zichtbaar.

De fabrikant is niet verantwoordelijk voor het gebruik van andere, vervangende onderdelen. LET OP—KANS OP LETSEL: U moet het netsnoer niet snijden, draaien, vastbinden, afknellen of zware objectenop het snoer plaatsen. Zorg dat er geen schaafplekken op het netsnoer kunnen ontstaan of dat het snoer onderdruk komt te staan. Zorg dat het netsnoer niet bekneld raakt tussen twee objecten, zoals een meubelstuk eneen muur. Als een van deze dingen gebeurt, is er een kans op brand of elektrische schokken. Controleer hetnetsnoer regelmatig op dergelijke problemen. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voor u hetnetsnoer controleert. Neem contact op met een professionele onderhoudstechnicus voor onderhoud en reparaties die niet in degebruikersdocumentatie worden beschreven.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Om het risico op elektrische schokken te vermijden, trekt u de stekkervan het netsnoer uit het stopcontact en maakt u alle kabels los die op de printer zijn aangesloten voor u debuitenkant van de printer reinigt. Informatie over veiligheid9.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Gebruik de faxfunctie niet tijdens onweer. Tijdens onweer moet udit product niet installeren en geen elektrische verbindingen aanleggen, bijvoorbeeld voor de faxfunctie, ofkabels en snoeren aansluiten, zoals een netsnoer of telefoonlijn.Raadpleeg de Gebruikershandleiding van het product voor aanvullende veiligheidsvoorschriften.BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.Informatie over veiligheid10

Omgaan met de printerHartelijk dank voor het kiezen voor deze printer!We hebben ons best gedaan om er zeker van te zijn dat hij aan uw verwachtingen zal voldoen.Als u uw nieuwe printer meteen wilt gebruiken, kunt u de installatiematerialen van de printer gebruiken en deGebruikershandleiding doornemen om de zien hoe u de elementaire taken uitvoert. Om de printer optimaal te latenfunctioneren, leest u de Gebruikershandleiding zorgvuldig door en kijkt u op onze website voor de nieuwste updates.Wij willen met onze printers goede prestaties en waar voor uw geld aanbieden en we willen er zeker van zijn dat utevreden bent. Als u onverhoopt toch een probleem tegenkomt, helpt één van onze goed geïnformeerdemedewerkers van de klantenservice u graag verder.

De telefoonnummers voor ondersteuning en kantooruren voor uwregio of land kunt u terugvinden op de ondersteuningswebsite of ophet garantiebewijs dat u bij de printer hebt ontvangen. Noteer de volgende informatie (te vinden op de winkelbon en op deachterkant van de printer), zodat u deze paraat hebt en de klanten-service u sneller kan helpen:•Typenummer van apparaat•Serienummer•Aankoopdatum•Winkel waar apparaat is aangeschaftGarantieverklaring Garantie-informatie varieert per land of regio:•In de VS: zie de beperkte garantievoorwaarden die bij uw printerzijn geleverd of ga naar http://support. lexmark. com. •Rest van de wereld: zie de gedrukte garantieverklaring die bijuw printer is geleverd. Een locatie voor de printer selecterenHoud bij het plaatsen van de printer rekening met ruimte voor het openen van laden, kleppen en deuren.

Als u vanplan bent optionele onderdelen te installeren, dient u hier ook voldoende ruimte voor vrij te houden. Het volgendeis belangrijk:•Zorg ervoor dat de luchtstroom in de ruimte voldoet aan de laatste herziening van de ASHRAE 62-norm. •Plaats de printer op een vlakke, stevige en stabiele ondergrond.

Geconfigureerde modellenIn de volgende afbeelding wordt een printer weergegeven die is geconfigureerd met een optionele lader voor:1Ontgrendelingsknop op voorklep2de twee Papierstop3Standaarduitvoerlade4Bedieningspaneel van de printer5Klep van systeemkaart6Standaardlade voor 250 vel (lade 1)7Optionele lader voor 250 of 550 vel (lade 2)8Klep van universeellader9VoorklepInformatie over het bedieningspaneel van de printerHet volgende diagram geeft het bedieningspaneel van de printer weer:Omgaan met de printer16

De volgende diagrammen en tabellen geven informatie over de items op het bedieningspaneel van de printer:Item Beschrijving1Knop Menu's ( )Hiermee opent u de menu'sOpmerking: De menu's zijn alleen beschikbaar als de printer zich in de stand Gereedbevindt.2Knop Terug ( )Hiermee keert de display terug naar het vorige scherm.3Knop Stoppen ( )Hiermee wordt elke activiteit van de printer gestopt.Als u tijdens het afdrukken op drukt, wordt het scherm Stoppen weergegeven op dedisplay. Vervolgens wordt het scherm Gestopt weergegeven met een lijst met instellingendie u kunt selecteren.Omgaan met de printer17

Item Beschrijving4Indicatielampje Geeft de printerstatus aan:•Uit: de stroom is uitgeschakeld.•Knippert groen: de printer is bezig met opwarmen, verwerken van gegevens ofafdrukken.•Groen: de printer is ingeschakeld, maar niet actief.•Brandt rood: ingrijpen van gebruiker is vereist.Item Beschrijving1Display Berichten weergeven over de huidige status van de printer en mogelijke problemen diemoeten worden opgelost. Op de display kunnen ook afbeeldingen worden weerge-geven van de aanwijzingen van Laten zien, waarmee u bepaalde taken kunt uitvoeren,bijvoorbeeld het verwijderen van vastgelopen papier.2Knop Selecteren ( )•Hiermee kunt u een menu openen en het eerste item in het menu (een menu-item)weergeven.•Hiermee kunt u een menu-item openen en de beschikbare waarden of instellingenweergeven.

De huidige standaardinstelling van de gebruiker wordt aangegevenmet een sterretje (*).•Druk op deze knop om het weergegeven menu-item op te slaan als de nieuwestandaardinstelling van de gebruiker.Opmerking: Als een nieuwe instelling wordt opgeslagen als de standaardinstelling,blijft deze van kracht totdat nieuwe instellingen worden opgeslagen of de fabrieksin-stellingen worden hersteld.

De standaardinstellingen die u hebt geselecteerd met hetbedieningspaneel kunt u ook wijzigen of vervangen door instellingen te kiezen in eentoepassing.3, 4, 5, 6 Navigatieknoppen Druk op de pijl omhoog of omlaag als u wilt bladeren door menu's, menu-items ofinstellingen (ook wel waarden of menuopties genoemd) of te schakelen tussenschermen en menuopties.Opmerking: Elke keer dat u op de pijl omhoog of omlaag drukt, gaat u één item verderof terug in de lijst.Druk op de pijl naar links of rechts om een waarde te verhogen of te verlagen of doortekst te bladeren die doorloopt in een nieuw scherm.Omgaan met de printer18

Item Beschrijving1Toetsenblok Hiermee kunt u cijfers of symbolen invoeren als op de display een veld wordt weergegeven waarinu cijfers of symbolen moet opgeven.De standaarduitvoerlade en papierstop gebruikenDe standaarduitvoerlade kan max. 150 vel van 75g/m2 bevatten. Afdrukken worden met de afdrukzijde naar benedenafgeleverd. De standaarduitvoerlade bevat een papierstop die voorkomt dat papier uit de voorzijde van de lade glijdtwanneer dit wordt opgestapeld. De papierstop zorgt er ook voor dat het papier netter wordt opgestapeld.Als u de papierstop wilt openen, trekt u aan de papierstop zodat deze naar voren klapt.Omgaan met de printer19

Extra printer instellenInterne opties installerenLET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u de systeemkaart opent of optionele hardware ofgeheugenapparaten installeert nadat u de printer hebt ingesteld, dient u voordat u doorgaat eerst de printeruit te schakelen en de stekker uit het stopcontact te halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op deprinter, moet u deze ook uitschakelen en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.U kunt de aansluitingsmogelijkheden en de geheugencapaciteit van de printer aanpassen door optionele kaartentoe te voegen.

Klep van systeemkaart openen voor installatie van interne optiesLET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u de systeemkaart opent of optionele hardware ofgeheugenapparaten installeert nadat u de printer hebt ingesteld, dient u voordat u doorgaat eerst de printeruit te schakelen en de stekker uit het stopcontact te halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op deprinter, moet u deze ook uitschakelen en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.1Als u met uw gezicht naar de printer staat, bevindt de klep van de systeemkaart zich aan de rechterkant. Opende klep van de systeemkaart.2Onderstaande illustratie geeft aan waar de juiste aansluiting te vinden is.Let op—Kans op beschadiging: De elektronische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijkbeschadigd door statische elektriciteit.

6Connector voor optionele kaartGeheugenkaart installerenLET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u de systeemkaart opent of optionele hardware ofgeheugenapparaten installeert nadat u de printer hebt ingesteld, dient u voordat u doorgaat eerst de printeruit te schakelen en de stekker uit het stopcontact te halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op deprinter, schakel deze dan ook uit en koppel de kabels los van de printer.Let op—Kans op beschadiging: De elektronische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigddoor statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen oppervlak aan voordat u de elektronische componentenof aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.Een optionele geheugenkaart kan afzonderlijk worden aangeschaft en op de systeemkaart worden bevestigd.

Uinstalleert de geheugenkaart als volgt:1Zet de printer uit.2Open het toegangspaneel van de systeemkaart.3Haal de geheugenkaart uit de verpakking.Opmerking: Raak de aansluitpunten aan de rand van de kaart niet aan.4Lijn de geheugenkaart met de bijbehorende connector uit met de systeemkaart.5Duw de vergrendelingen aan beide uiteinden van de geheugenconnector open.Let op—Kans op beschadiging: Geheugenkaarten kunnen gemakkelijk beschadigd raken door statischeelektriciteit. Raak een geaard metalen oppervlak aan voordat u een geheugenkaart aanraakt.Opmerking: geheugenkaarten die zijn ontworpen voor andere printers, werken mogelijk niet met uw printer.Extra printer instellen23

6Duw de geheugenkaart in de connector totdat de vergrendelingen vastklikken.U zult wellicht enige kracht moeten uitoefenen om de kaart volledig in de connector te drukken.7Zorg ervoor dat beide vergrendelingen in de uitsparingen aan beide zijden van de kaart passen.8Sluit de klep van de systeemkaart.9Zet de printer weer aan.10 Open de map Printers:aKlik op of klik op Start en dan op Uitvoeren.bTyp in het vakje van Start zoeken of Uitvoeren control printers.cDruk op Enter of klik op OK.De map Printers wordt geopend.11 Klik met de rechtermuisknop op het printerpictogram.Extra printer instellen24

12 Klik op Properties (Eigenschappen).13 Klik op Opties installeren.Opmerking: geheugenkaarten die zijn ontworpen voor andere printers, werken mogelijk niet met uw printer.14 Klik op Printer vragen.15 Klik op OK.16 Klik op OK en sluit vervolgens de map Printers.Flashgeheugenkaart of firmwarekaart installerenDe systeemkaart heeft twee connectoren voor een optionele flashgeheugenkaart of firmwarekaart. Slechts één vanelk kan worden geïnstalleerd, maar de connectoren zijn uitwisselbaar.LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionelehardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst deprinter uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen.

Als u andere apparaten hebtaangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken bij statische elektriciteitgemakkelijk beschadigd. Raak daarom eerst een metalen onderdeel van de printer aan voordat u de elektrischecomponenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.1Open de klep van de systeemkaart.2Pak de kaart uit.Opmerking: Raak de aansluitpunten aan de rand van de kaart niet aan.Extra printer instellen25

3Houd de kaart aan de zijkanten vast en breng de kaart op gelijke hoogte met de connector op de systeemkaart.4Druk de kaart stevig op zijn plaats.Opmerkingen:•De connector van de kaart moet over de gehele lengte in aanraking zijn met de systeemkaart.•Let erop dat de aansluitpunten niet beschadigd raken.5Sluit de toegangsklep van de systeemkaart.Hardwareopties installerenEen lader voor 250 of 550 vel installerenLET OP—KANS OP LETSEL: De printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getraindepersoneelsleden worden verplaatst.Extra printer instellen26

Een optionele lader wordt onder de printer bevestigd. Een lader bestaat uit twee delen: een lade en een standaard.De printer ondersteunt één optionele lader; u kunt een lader installeren voor 250 of voor 550 vel.LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u de systeemkaart opent of optionele hardware ofgeheugenapparaten installeert nadat u de printer hebt ingesteld, dient u voordat u doorgaat eerst de printeruit te schakelen en de stekker uit het stopcontact te halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op deprinter, schakel deze dan ook uit en koppel de kabels los van de printer.1Pak de lader uit en verwijder het verpakkingsmateriaal.2Verwijder de papierlade uit de standaard.1Standaard2de twee Lade3Haal het verpakkingsmateriaal en de tape uit de lade.4Duw de lade in de standaard.5Plaats de lader op de locatie die u hebt uitgekozen voor de printer.Extra printer instellen27

6Lijn de buitenkant van de printer uit met de verste randen van de lade, en laat de printer vervolgens langzaamop zijn plaats zakken.7Zet de printer weer aan.8Open de map Printers:aKlik op of klik op Start en dan op Uitvoeren.bTyp in het vakje van Start zoeken of Uitvoeren control printers.cDruk op Enter of klik op OK.De map Printers wordt geopend.9Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw printer.10 Klik op Properties (Eigenschappen).11 Klik op Opties installeren.12 Klik op Printer vragen.13 Klik op OK.14 Klik op OK en sluit vervolgens de map Printers.Extra printer instellen28

Kabels aansluiten1Sluit de printer aan op een computer of een netwerk.•Gebruik een USB-kabel of een parallelle kabel voor een lokale verbinding.•Gebruik een Ethernet-kabel voor een netwerkverbinding.2Sluit het netsnoer eerst aan op de printer en vervolgens pas op een correct geaard stopcontact.1Ethernetpoort2de twee USB-poortLet op—Kans op beschadiging: Raak tijdens het afdrukken niet de USB-kabel, netwerkadapters of hetaangegeven deel van de printer aan. Dit kan leiden tot gegevensverlies of een storing.3Parallelle poortOpmerking: Als uw printer een draadloos model is, bevindt de draadloze antenne zich hier.4Aansluiting voor netsnoerExtra printer instellen29

Printerconfiguratie controlerenPagina met menu-instellingen afdrukkenDruk een pagina met menu-instellingen af om de huidige menu-instellingen te bekijken en te controleren of deprinteropties correct zijn geïnstalleerd. Opmerking: als u nog geen wijzigingen hebt aangebracht in de instellingen van de menu-items, worden allestandaardinstellingen weergegeven op de pagina met menu-instellingen. Als u andere instellingen hebtgeselecteerd en opgeslagen in de menu's, worden de standaardinstellingen vervangen door door de gebruikergekozen standaardinstellingen. Een door de gebruiker gekozen standaardinstellingen blijft van kracht tot u het menuopnieuw opent, een andere waarde selecteert en deze opslaat. 1Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat Gereed wordt weergegeven. 2via het bedieningspaneel van de printer, druk op.

3Druk op de pijl-omhoog of -omlaag tot Rapporteren wordt weergegeven en druk op. 4Druk op de pijl-omhoog of -omlaag tot Pagina met menu-instellingen verschijnt en druk op. Zodra de pagina met menu-instellingen is afgedrukt, keert de printer terug in de werkstand Gereed. Pagina met netwerkinstellingen afdrukkenAls de printer op een netwerk is aangesloten, kunt u de netwerkaansluiting controleren door een pagina metnetwerkinstellingen af te drukken. Deze pagina bevat ook informatie die van belang is bij de configuratie van hetafdrukken via een netwerk. 1Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat Gereed wordt weergegeven. 2Druk op het bedieningspaneel van de printer op. 3Druk op de pijl-omhoog of -omlaag tot Rapporteren wordt weergegeven en druk op. 4Druk op de pijl-omhoog of -omlaag tot Pagina met netwerkinstellingen wordt weergegeven endruk op.

Opmerking: als er een optionele interne afdrukserver is geïnstalleerd, wordt het bericht Netwerk Instell. pag. weergegeven. 5Controleer het eerste gedeelte van de pagina met netwerkinstellingen om te zien of bij Status wordt aangegevendat de printer is aangesloten.

Als bij Status wordt aangegeven dat de printer niet is aangesloten, is het mogelijk dat het LAN-aansluitpunt nietactief is of dat de netwerkkabel niet goed functioneert. Vraag de systeembeheerder om dit probleem op te lossenen druk daarna nog een pagina met netwerkinstellingen af. Extra printer instellen30.

De printersoftware instellenPrintersoftware installerenHet printerstuurprogramma is een stukje software dat zorgt voor de communicatie tussen de computer en de printer.De printersoftware wordt geïnstalleerd tijdens de eerste printerinstallatie.Voor Windows-gebruikers1Sluit alle geopende softwareprogramma's.2Plaats de cd Software en documentatie.3In het dialoogvenster van de hoofdinstallatie klikt u op Printer en software installeren.4Volg de instructies op het beeldscherm.Voor Macintosh-gebruikers1Sluit alle geopende softwareprogramma's.2Plaats de cd Software en documentatie.3Dubbelklik in de Finder op het cd-pictogram van de printer dat automatisch wordt weergeven.4Dubbelklik op het pictogram Printer en software installeren.5Volg de instructies op het beeldscherm.Internet gebruiken1Ga naar de website van Lexmark op www.lexmark.com.2Klik in het menu Drivers & Downloads op Driver Finder (Zoeken naar drivers).3Selecteer uw printer en vervolgens uw besturingssysteem.4Download het stuurprogramma's en installeer de printersoftware.Beschikbare opties bijwerken in het printerstuurprogrammaNadat de printersoftware en eventuele opties zijn geïnstalleerd, is het wellicht nodig om de opties handmatig toete voegen in het printerstuurprogramma om deze beschikbaar te maken voor afdruktaken.Voor Windows-gebruikers1Open de map Printers:aKlik op of op Start en klik vervolgens op Uitvoeren.bTyp printers beheren in het vak Start > Zoeken of Start > Uitvoeren.cDruk op Enter of klik op OK.De printermap wordt geopend.2Selecteer de printer.3Klik met de rechtermuisknop op de printer en selecteer vervolgens Eigenschappen.Extra printer instellen31

4Klik op het tabblad Opties installeren.5Voeg onder Beschikbare opties eventuele geïnstalleerde hardwareopties toe.6Klik op Toepassen.Voor Macintosh-gebruikersMac OS X versie 10.5 of later1Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.2Klik op Afdrukken & faxen.3Selecteer de printer en klik vervolgens op Opties & Supplies.4Klik op Stuurprogramma en voeg eventuele geïnstalleerde hardwareopties toe.5Klik op OK.In Mac OS X versie 10.4 en eerder1Klik op het bureaublad van de Finder op Ga > Toepassingen.2Dubbelklik op Hulpprogramma's en dubbelklik vervolgens op Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.3Selecteer de printer en kies vervolgens in het menu Printers de optie Info weergeven.4Selecteer Installeerbare opties in het pop-upmenu.5Voeg eventuele geïnstalleerde hardwareopties toe en klik vervolgens op Wijzigingen toepassen.Draadloos afdrukken instellenOpmerking: Een SSID (Service Set Identifier) is een naam die is toegewezen aan een draadloos netwerk.

WEP (WirelessEncryption Protocol) en WPA (Wi-Fi Protected Access) zijn beveiligingstypen die in een netwerk worden gebruikt.Benodigde gegevens voor het instellen van een printer op eendraadloos netwerkOpmerking: sluit de installatie- of netwerkkabel niet aan totdat dit wordt aangegeven door de installatiesoftware.•SSID: er wordt ook naar de SSID verwezen als de netwerknaam.•Draadloze modus (of netwerkmodus): de modus is infrastructuur of ad-hoc.•Kanaal (voor ad-hocnetwerken): het kanaal wordt standaard ingesteld op automatisch voorinfrastructuurnetwerken.Voor sommige ad-hocnetwerken is de instelling automatisch ook vereist. Raadpleeg de systeembeheerder als uniet zeker bent over het kanaal dat u moet selecteren.Extra printer instellen32

•Beveiligingsmethode: er zijn drie opties voor de beveiligingsmethode:–WEP-sleutelAls uw netwerk meerdere WEP-sleutels gebruikt, kunt u er maximaal vier opgegeven in de daarvoor bestemdeplaatsen. Selecteer de sleutel die momenteel wordt gebruikt op het netwerk door de standaardsleutel voorWEP-verzending te selecteren.of–WPA- of WPA2-wachtwoordenWPA bevat codering als een extra beveiligingsniveau. U kunt kiezen uit AES of TKIP.

Codering moet op derouter en op de printer zijn ingesteld voor hetzelfde type anders kan de printer niet communiceren op hetnetwerk.–Geen beveiligingAls uw draadloze netwerk geen beveiliging gebruikt, hebt u geen beveiligingsgegevens.Opmerking: het is onverstandig om een niet-beveiligd draadloos netwerk te gebruiken.Als u de printer installeert op een 802.1X-netwerk met de geavanceerde methode, hebt u wellicht de volgendegegevens nodig:•Verificatietype•Interne-verificatietype•802.1X-gebruikersnaam en -wachtwoord•CertificatenOpmerking: Raadpleeg de Handleiding netwerken op de cd Software en documentatie voor meer informatie over hetconfigureren van de 802.1X-beveiliging.De printer installeren op een draadloos netwerk (Windows)Controleer het volgende voor u de printer installeert op een draadloos netwerk:•Uw draadloze netwerk is ingesteld en werkt naar behoren.•De computer die u gebruikt is aangesloten op hetzelfde, draadloze netwerk waarop u de printer wilt aansluiten.1Sluit het netsnoer aan op de printer en steek de stekker in een geaard stopcontact, schakel de stroom in.21 Zorg dat de printer en computer helemaal zijn ingeschakeld en klaar voor gebruik.Extra printer instellen33

Schakel geen USB-kabel aan totdat de instructies hiervoor op het scherm verschijnen.2Plaats de cd Software en documentatie.3Klik op Printer en software installeren.4Klik op Akkoord om de licentieovereenkomst te accepteren.5Klik op Aanbevolen en vervolgens op Volgende.6Klik op Draadloos netwerk aansluiten.7Sluit tijdelijk een USB-kabel aan tussen de computer op het draadloze netwerk en de printer.21Opmerking: Als de printer eenmaal is geconfigureerd, dan zal de software u de instructie geven de tijdelijkeUSB-kabel te verwijderen; hierna kunt u draadloos afdrukken.8Volg de instructies op het computerscherm om de installatie van de software te voltooien.Opmerking: Basis is de aanbevolen keuzemogelijkheid.

Selecteer alleen Geavanceerd als u de installatiewilt aanpassen.9Om andere computers op het draadloze netwerk toegang te geven tot het gebruik van de draadloze printer volgtu stap 2 t/m 6 en stap 8 voor elke computer afzonderlijk.Extra printer instellen34

De printer installeren op een draadloos netwerk (Macintosh)Configuratie van de printer voorbereiden1Zoek het MAC-adres van de printer op het blad dat bij de printer is geleverd.

Schrijf de laatste zes cijfers van hetMAC-adres op in het vakje hieronder:MAC-adres: ___ ___ ___ ___ ___ ___2Sluit het netsnoer aan op de printer en steek de stekker in een geaard stopcontact, schakel de stroom van deprinter in.12Voer de printerinformatie in1Open de AirPort-opties.In Mac OS X versie 10.5 en lateraKies vanuit het Apple-menu Systeemvoorkeuren.bKlik op Netwerk.cKlik op AirPort.In Mac OS X 10.4 en eerderaKies in de Finder Ga > Programma's.bDubbelklik in de map Programma's op Internetverbinding.cKlik in de werkbalk op AirPort.2Selecteer vanuit het pop-upmenu Netwerk printserver xxxxxx, hier staan de x’en voor de laatste zes cijfers vanhet MAC-adres dat u hebt gevonden op het blad met het MAC-adres.3Open de Safari-browser.4Selecteer vanuit het keuzemenu Bladwijzers Toon.5Selecteer Bonjour of Rendezvous bij Collecties en dubbelklik op de printernaam.Opmerking: De applicatie heeft de naam Rendezvous in Mac OS X versie 10.3, maar heet nu Bonjour bij AppleComputer.6Ga vanaf de hoofdpagina van de Embedded Web Server naar de pagina waar de informatie over de draadlozeinstellingen is opgeslagen.Extra printer instellen35

De printer configureren voor draadloze toegang1Typ de naam van uw netwerk (SSID) in het daarvoor bedoelde veld.2Selecteer Infrastructuur als uw Netwerkmodus als u gebruikmaakt van een draadloze router.3Selecteer het type beveiliging dat u wilt gebruiken om uw draadloze netwerk te beschermen.4Voer de beveiligingsinformatie in die nodig is om de printer toe te voegen aan uw draadloze netwerk.5Klik op Submit (Verzenden).6Open de AirPort-toepassing op uw computer:In Mac OS X versie 10.5 en lateraKies vanuit het Apple-menu Systeemvoorkeuren.bKlik op Netwerk.cKlik op AirPort.In Mac OS X 10.4 en eerderaKies in de Finder Ga > Programma's.bDubbelklik in de map Programma's op Internetverbinding.cKlik in de werkbalk op AirPort.7Selecteer vanuit het pop-upvenster Netwerk uw draadloze netwerk.Configureer uw computer voor draadloos gebruik van de printerAls u wilt afdrukken op een netwerkprinter, moet elke Macintosh-gebruiker een aangepast PPD-bestand (PostscriptPrinter Description) installeren en een afdrukwachtrij maken in Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.1Installeer een PPD-bestand op de computer:aPlaats de cd Software en documentatie in het cd-rom- of dvd-romstationbDubbelklik op het printerinstallatiepakket.cKlik in het welkomstvenster op Ga door.dKlik nogmaals op Ga door nadat u het Leesmij-bestand hebt gelezen.eLees de licentieovereenkomst door, klik op Ga door en klik vervolgens op Akkoord om hiermee akkoord tegaan.fKies een bestemming en klik op Ga door.gKlik in het scherm Standaard op Installeer.hVoer het gebruikerswachtwoord in en klik vervolgens op OK.Alle benodigde software is op de computer geïnstalleerd.iKlik op Close (Sluit) wanneer de installatie is voltooid.2Voeg de printer toe:aVoor afdrukken via IP:In Mac OS X versie 10.5 en later1Kies vanuit het Apple-menu Systeemvoorkeuren.2Klik op Afdrukken en faxen.Extra printer instellen36

3Klik op +.4Selecteer de printer uit de lijst.5Klik op Voeg toe.In Mac OS X 10.4 en eerder1Kies in de Finder Ga > Programma's.2Dubbelklik op de map Hulpprogramma's.3Dubbelklik op Printer Setup Utility (Printerconfiguratie) of Print Center (Afdrukbeheer).4Kies Voeg toe in de printerlijst.5Selecteer de printer uit de lijst.6Klik op Voeg toe.bVoor afdrukken via AppleTalk:In Mac OS X versie 10.51Kies vanuit het Apple-menu Systeemvoorkeuren.2Klik op Afdrukken en faxen.3Klik op +.4Klik op AppleTalk.5Selecteer de printer uit de lijst.6Klik op Voeg toe.In Mac OS X 10.4 en eerder1Kies in de Finder Ga > Programma's.2Dubbelklik op de map Hulpprogramma's.3Dubbelklik op Print Center (Afdrukbeheer) of Printer Setup Utility (Printerconfiguratie).4Kies Voeg toe in de printerlijst.5Selecteer het tabblad Standaardbrowser.6Klik op Meer printers.7Kies AppleTalk in het eerste pop-upmenu.8Selecteer Lokale AppleTalk-zone in het tweede pop-upmenu.9Selecteer de printer uit de lijst.10 Klik op Voeg toe.Printer installeren op een bedraad netwerkDeze instructies gelden voor ethernet- en glasvezelnetwerkverbindingen.Controleer het volgende voor u de printer installeert op een bedraad netwerk:•U hebt de eerste installatie van de printer voltooid.•De printer is aangesloten op uw netwerk met de juiste soort kabel.Voor Windows-gebruikers1Plaats de cd Software en documentatie.Wacht totdat het welkomstscherm wordt weergegeven.Extra printer instellen37

Als de cd na een minuut niet wordt gestart, gaat u als volgt te werk:aKlik op of klik op Start en dan op Uitvoeren. bTyp in het vakje van Start zoeken of Uitvoeren D:\setup. exe, waarbij D de letter van uw cd-rom- of dvd-romstation is. 2Klik op Printer en software installeren. 3Klik op Akkoord om de licentieovereenkomst te accepteren. 4Selecteer Aanbevolen en klik vervolgens op Volgende. Opmerking: Als u de printer wilt configureren voor gebruik met een statisch IP-adres via IPv6 of printers wiltconfigureren via scripts, kiest u Custom (Aangepast) en volgt u de aanwijzigen op het scherm. 5Select Wired Network Attach (Aangesloten op bedraad netwerk) en klik op Next (Volgende). 6Selecteer de printerfabrikant in de lijst. 7Selecteer het printermodel in de lijst en klik op Next (Volgende). 8Selecteer de printer in de lijst met gevonden netwerkprinters en klik op Finish (Voltooien).

Opmerking: Als de geconfigureerde printer niet wordt weergegeven, klikt u op Add Port (Poort toevoegen)en volgt u de aanwijzingen op het computerscherm. 9Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien. Voor Macintosh-gebruikers1Stel in dat de DHCP-server van het netwerk een IP-adres toewijst aan de printer. 2Druk vanaf de printer de netwerkconfiguratiepagina af. Voor meer informatie over het afdrukken van eennetwerkinstallatiepagina, zie “Pagina met netwerkinstellingen afdrukken” op pagina 30. 3U vindt het IP-adres van de printer in het TCP/IP-gedeelte van de netwerkinstallatiepagina. U zult dit IP-adresnodig hebben bij de toegangsconfiguratie van computers op een ander subnet dan de printer. 4Installeer de stuurprogramma's en voeg de printer toe.

aInstalleer een PPD-bestand op de computer:1Plaats de cd Software en documentatie in het cd-rom- of dvd-romstation2Dubbelklik op het printerinstallatiepakket. 3Klik in het welkomstvenster op Ga door. 4Klik nogmaals op Ga door nadat u het Leesmij-bestand hebt gelezen.

5Lees de licentieovereenkomst door, klik op Ga door en klik vervolgens op Akkoord om hiermee akkoordte gaan. 6Kies een bestemming en klik op Ga door. 7Klik in het scherm Standaard op Installeer. 8Voer het gebruikerswachtwoord in en klik vervolgens op OK. Alle benodigde software wordt op de computer geïnstalleerd. 9Klik op Opnieuw opstarten wanneer de installatie is voltooid. bVoeg de printer toe:•Voor afdrukken via IP:Extra printer instellen38.

In Mac OS X versie 10.5 en later1Kies vanuit het Apple-menu Systeemvoorkeuren.2Klik op Afdrukken en faxen.3Klik op +.4Klik op IP.5Typ het IP-adres van de printer in het adresveld.6Klik op Voeg toe.In Mac OS X 10.4 en eerder1Kies in de Finder Ga > Programma's.2Dubbelklik op Utilities.3Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer.4Kies Voeg toe in de printerlijst.5Klik op IP.6Typ het IP-adres van de printer in het adresveld.7Klik op Voeg toe.•Voor afdrukken via AppleTalk:In Mac OS X versie 10.51Kies vanuit het Apple-menu Systeemvoorkeuren.2Klik op Afdrukken en faxen.3Klik op +.4Klik op AppleTalk.5Selecteer de printer uit de lijst.6Klik op Voeg toe.In Mac OS X 10.4 en eerder1Kies in de Finder Ga > Programma's.2Dubbelklik op Utilities.3Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer.4Kies Voeg toe in de printerlijst.5Selecteer het tabblad Standaardbrowser.6Klik op Meer printers.7Kies AppleTalk in het eerste pop-upmenu.8Selecteer Lokale AppleTalk-zone in het tweede pop-upmenu.9Selecteer de printer uit de lijst.10 Klik op Voeg toe.Opmerking: als de printer niet in de lijst verschijnt, moet u deze mogelijk toevoegen met behulp van hetIP-adres.

Minimaliseer de invloed die uw printer ophet milieu heeftLexmark hecht veel belang aan duurzaamheid en verbetert voortdurend zijn printers om de invloed ervan op hetmilieu te verminderen. Wij houden bij het ontwerpen rekening met het milieu, maken onze verpakkingen zelf omhet materiaalgebruik terug te brengen en zorgen voor inzamel- en recyclingprogramma’s. Zie voor meer informatie:•Het hoofdstuk Kennisgevingen•Het gedeelte Duurzaamheid van de Lexmark website op www. lexmark. com/environment•Het Lexmark recyclingprogramma op www. lexmark. com/recyclingMogelijk kunt u de invloed van uw printer nog verder beperken door bepaalde printerinstellingen of -taken teselecteren. Dit hoofdstuk vat samen welke instellingen en taken een groter voordeel voor het milieu kunnenopleveren.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Lexmark E 460dw stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden