Lexmark C 530 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Lexmark C 530 (185 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 38 mensen. Heb je een vraag over Lexmark C 530 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/185
www.lexmark.com
T430
Gebruikershandleiding
Maart 2004
Lexmark en Lexmark met het diamantlogo zijn als handelsmerken van
Lexmark International, Inc. gedeponeerd in de Verenigde Staten en/of in andere landen.
© 2004 Lexmark International, Inc.
740 West New Circle Road
Lexington, Kentucky 40550

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Lexmark
Categorie: Printer
Model: C 530

Handleiding Lexmark C 530 – volledige tekst

2 Uitgave: Maart 2004De volgende alinea is niet van toepassing in enig land waar dergelijke bepalingen in strijd zijn met de lokale wetgeving: LEXMARK INTERNATIONAL, INC. STELT DEZE PUBLICATIE ALS ZODANIG TER BESCHIKKING, ZONDER ENIGE GARANTIE, NADRUKKELIJK OF IMPLICIET, WAARONDER BEGREPEN MAAR NIET BEPERKT TOT IMPLICIETE GARANTIES BETREFFENDE VERKOOPBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. In bepaalde rechtsgebieden is afwijzing van expliciete of impliciete garanties in bepaalde transacties niet toegestaan; het is daarom mogelijk dat deze verklaring niet op u van toepassing is. Deze publicatie kan technische onjuistheden of typografische fouten bevatten. De informatie in deze publicatie wordt regelmatig herzien; wijzigingen zullen in latere uitgaven worden opgenomen. De producten of programma’s die worden beschreven, kunnen te allen tijde worden verbeterd of gewijzigd.

Opmerkingen kunnen worden gestuurd aan Lexmark International, Inc, Department F95/032-2, 740 West New Circle Road, Lexington, Kentucky 40550, Verenigde Staten. Vanuit het Verenigd Koninkrijk en Ierland stuurt u eventuele opmerkingen naar Lexmark International Ltd. , Marketing and Services Department, Westhorpe House, Westhorpe, Marlow, Buckinghamshire SL7 3RQ. Lexmark behoudt zich het recht voor de door u verstrekte informatie naar eigen goeddunken te gebruiken en te verspreiden, zonder hiermee enige verplichting op zich te nemen tegenover u. Extra exemplaren van aan dit product gerelateerde publicaties kunnen worden verkregen door vanuit de Verenigde Staten of Canada te bellen naar 1-800-553-9727. In het Verenigd Koninkrijk en Ierland belt u +44 (0)8704 440 044. In andere landen neemt u contact op met de leverancier.

Als in deze publicatie wordt verwezen naar producten, programma's of diensten, impliceert dit niet dat de producent het voornemen heeft deze beschikbaar te stellen in alle landen waarin de producent actief is.

Geen enkele verwijzing naar een product, programma of dienst moet worden opgevat als een verklaring of suggestie dat alleen dat product, dat programma of die dienst mag worden gebruik. Het staat u vrij functioneel gelijkwaardige producten, programma's of diensten te gebruiken, mits die geen inbreuk maken op enig bestaand intellectueel eigendomsrecht. Het beoordelen en controleren van de werking in combinatie met andere producten, programma’s of diensten, met uitzondering van die producten, programma’s of diensten die uitdrukkelijk door de producent worden genoemd, behoort tot de verantwoordelijkheden van de gebruiker. © 2004 Lexmark International, Inc. Alle rechten voorbehouden. RECHTEN M. B. T.

DE OVERHEID VAN DE VERENIGDE STATENDeze software en alle bijbehorende documentatie die onder deze overeenkomst worden geleverd, zijn commerciële computersoftware en documentatie die op eigen kosten zijn ontwikkeld. Veiligheidsinformatie•Als uw product niet met dit symbool is gemarkeerd, moet het op een stopcontact worden aangesloten dat op de juiste wijze is geaard. VOORZICHTIG: installeer dit apparaat niet tijdens een onweersbui en sluit onder dergelijke omstandigheden ook geen stroom- en telefoonkabels of andere kabels aan. •Het netsnoer dient te worden aangesloten op een stopcontact dat zich dicht in de buurt van het product bevindt en dat makkelijk kan worden bereikt. •Onderhoudswerkzaamheden en reparaties die niet in de bedieningsinstructies worden beschreven, dienen uitsluitend door een professionele onderhoudsmonteur te worden uitgevoerd.

•Dit product is samen met specifieke Lexmark onderdelen ontwikkeld, getest en goedgekeurd op basis van strikte, wereldwijd geldende veiligheidsnormen. De veiligheidsvoorzieningen van bepaalde onderdelen zijn niet altijd duidelijk zichtbaar. Lexmark is niet verantwoordelijk voor het gebruik van andere, vervangende onderdelen. •Dit product maakt gebruik van een laser.

Voorzichtig: het toepassen van bedieningswijzen, aanpassingsmethoden of procedures anders dan in deze publicatie worden beschreven, kan blootstelling aan gevaarlijke straling tot gevolg hebben. •Dit product gebruikt een afdrukproces waarbij het afdrukmateriaal verhit wordt. Hierdoor kan het afdrukmateriaal bepaalde stoffen afgeven. U moet het gedeelte in de bedieningsinstructies lezen waarin de richtlijnen voor het selecteren van afdrukmaterialen worden besproken; zo voorkomt u de mogelijkheid op schadelijke afscheidingen. ConventiesOpmerking: Een opmerking bevat nuttige informatie. VOORZICHTIG: De veiligheidsadviezen hebben betrekking op gevaar voor letsel. Waarschuwing: Een waarschuwing geeft aan dat het hardwareproduct of de bijbehorende software beschadigd kan raken.

4Inhoud Hoofdstuk 3: Afdruktaken. 58Afdruktaak naar de printer sturen. 58Afdrukken in een Windows-omgeving. 58Afdrukken vanaf een Macintosh-computer. 58Dubbelzijdig afdrukken (tweezijdig afdrukken). 59Dubbelzijdig afdrukken op papier met briefhoofd. 59De functie Bindz duplex gebruiken. 60Afdruktaak annuleren. 61Vanaf het bedieningspaneel van de printer. 61Vanaf een Windows-computer. 61Vanaf een Macintosh-computer. 61Laden koppelen. 62Koppelen van laden uitschakelen. 62Hoofdstuk 4: Lettertypen. 63Een lijst met voorbeelden van lettertypen afdrukken. 63Schaalbare lettertypen. 64PCL-bitmaplettertypen. 67PCL-symbolensets. 67Hoofdstuk 5: Bedieningspaneel. 69Bedieningspaneel. 70Indicatielampje. 70Knoppen. 70Printerinstellingen wijzigen met het bedieningspaneel. 72Menu's zijn uitgeschakeld. 73Printermenu’s. 74Menu Papier. 75Menu Afwerking. 81Menu Extra. 84Menu Taak. 86Menu Kwaliteit.

Printeroverzicht9Printeroverzicht Het bedieningspaneel van de printer is voorzien van een LCD-display (Liquid Crystal Display) waarop twee regels tekst van maximaal 16 tekens kunnen worden weergegeven, vijf knoppen en een indicatielampje dat knippert wanneer een taak wordt verwerkt, wat ook wordt aangegeven met het bericht Bezig.LCD1 Menu 2Return 4Lampje Start (Go) 5Stop 6Selecteren (Select) 3

Specificaties van afdrukmediaBron Ondersteunde afdrukmedia Ondersteunde formaten Gewicht CapaciteitLade 1(standaardlade voor 250 vel)Papier, transparanten A4, A5, B5 (JIS), Folio, Letter, Legal, Executive, Statement60–105 g/m2 • 250 vel papier• 50 transparanten• 100 vel etikettenLade 2(optionelelade voor 250 vel)Alleen papier A4, A5, B5 (JIS), Folio, Letter, Legal, Executive, Statement60–105 g/m2 250 vel papierLade 2(optionelelade voor 500 vel)Alleen papier A4, B5 (JIS), Folio, Letter, Legal, Executive 60–90 g/m2 500 vel papierUniverseellader Papier, enveloppen, etiketten, transparanten, karton*Minimum:76,2 x 127 mmMaximum:216 x 355,6 mmOndersteunt alle formaten die worden genoemd in Ondersteunde formaten voor afdrukmedia.60–163 g/m2 • 100 vel papier• 10 enveloppen• 30 vel etiketten• 20 transparanten•10 vel karton* Karton moet altijd worden uitgevoerd via de achterste uitvoerlade.Specificaties eenheid voor duplexeenheidUitvoer naar de standaarduitvoerladeOndersteunde formaten A4, B5 (JIS), Folio, Letter, LegalGewicht 60–105 g/m2

Afdrukmedia - bronnen en specificaties12Afdrukmedia Ondersteunde soorten afdrukmedia✓ - geeft aan dat ondersteuning wordt geboden✕ - geeft aan dat geen ondersteuning wordt gebodenAfdrukmediaLade 1 (lade voor 250 vel)Lade 2 (optionele lade voor 250 vel)Lade 2 (optionele lade voor 500 vel) UniverseelladerStandaarduitvoerladeAchterste uitvoerladeDuplexeenheidPapier ✓✓✓✓✓✓✓Karton ✕✕✕✓✕✓✕Etiketten ✕✕✕✓✓*✓✕Transparanten ✓✕✕✓✓*✓✕Enveloppen ✕✕✕✓✓✓✕* U kunt etiketten en transparanten laten uitvoeren langs de standaardlade, maar het afdrukken verloopt waarschijnlijk beter als u de achterste uitvoerlade gebruikt.

De juiste afdrukmedia kiezen14Afdrukmedia De juiste afdrukmedia kiezenDe kans op problemen bij het afdrukken neemt af door het juiste papier of afdrukmedium te kiezen. Voor optimale afdrukkwaliteit is het raadzaam een proefafdruk te maken op het papier of het afdrukmedium dat u wilt gebruiken voordat u grote hoeveelheden van het papier of afdrukmedium aanschaft. •De genoemde capaciteiten in de tabel Specificaties van afdrukmedia gelden voor papier van 75 g/m2, tenzij anders aangegeven. Voor informatie over het gewicht van afdrukmedia, anders dan papier, raadpleegt u de Card Stock & Label Guide. •De volgende formaten of soorten afdrukmedia moeten worden uitgevoerd via de achterste uitvoerlade:–Afdrukmedia die korter zijn dan 165,1 mm–Indexkaarten van 76,2 x 127 mm en van 101,6 x 152,4 mm en karton•Selecteer het formaat Universal wanneer u afdrukmedia met bijzondere afmetingen gebruikt.

De printer maakt de pagina op voor het maximumformaat (215,9 x 355,6 mm). Stel het werkelijke formaat in de toepassing in. Papier•Gebruik xerografisch papier van 75 g/m2 met een lange vezel voor de beste afdrukkwaliteit. •Een laserprinter verwarmt het papier tot een temperatuur van 170 °C voor niet-MICR-toepassingen. Gebruik alleen papier dat dergelijke temperaturen kan verdragen zonder te verkleuren, uit te lopen of gevaarlijke stoffen af te geven. Informeer bij de fabrikant of leverancier van het papier of het geschikt is voor gebruik in laserprinters. •Papier van het formaat Legal dat naar de achterste uitvoerlade wordt gestuurd, wordt niet meer goed opgestapeld als er te veel vellen in de lade komen. Verwijder het papier regelmatig uit deze lade. •Bewaar papier in de gesloten, originele verpakking totdat u het gaat gebruiken.

Het gebruik van de volgende papiersoorten in de printer wordt afgeraden:•Papier met een ruw of sterk vezelig oppervlak;•Coated papier (uitwisbaar bankpostpapier);•Voorbedrukt papier dat chemische stoffen bevat die schadelijk zijn voor de printer;•Meervoudige formulieren;•Synthetisch papier;•Thermisch papier;•Kringlooppapier met een gewicht van minder dan 75 g/m2.

De juiste afdrukmedia kiezen15Afdrukmedia Voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapierGebruik papier dat is bedrukt met hittebestendige inkt en dat geschikt is voor xerografische kopieerapparaten. De inkt moet bestand zijn tegen temperaturen tot 200 °C zonder te smelten of gevaarlijke stoffen af te geven. Gebruik inkt die niet wordt aangetast door de hars in de toner of de siliconen in het verhittingsstation. Inktsoorten op basis van olie zouden aan deze vereisten moeten voldoen. Latex-inkt zou echter problemen kunnen opleveren.

Neem in geval van twijfel contact op met uw papierleverancier.•Gebruik alleen formulieren en briefhoofdpapier die zijn gelithografeerd of gegraveerd.•Kies papier dat inkt absorbeert, maar waarop inkt niet uitloopt.•Gebruik geen papier met een ruw of grof gestructureerd oppervlak.Afdrukken op voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapierInformeer bij de fabrikant of leverancier of het voorbedrukte briefhoofdpapier geschikt is voor gebruik in laserprinters.De stand van de pagina is belangrijk bij afdrukken op briefhoofdpapier.

Gebruik de volgende tabel als hulp bij het laden van briefhoofdpapier in de bronnen van de afdrukmedia.Bron afdrukmedia of procesBovenkant van paginaAfdrukzijde Staand LiggendLade 1(standaardlade)Lade 2(optionele lade voor 250 vel of 500 vel)Met de bedrukte zijde omlaag Voorkant van lade Linkerzijde van ladeDubbelzijdig afdrukken vanuit lade 1 of lade 2 Met de bedrukte zijde omhoog Logo aan de achterkant van de ladeNiet van toepassingUniverseellader(inclusief laden van afzonderlijke vellen)Met de bedrukte zijde omhoog Logo gaat het eerst in de printer Linkerzijde van ladeDubbelzijdig afdrukken vanuit de universeellader Met de bedrukte zijde omlaag Logo gaat het laatst in de printer Niet van toepassing

De juiste afdrukmedia kiezen16Afdrukmedia TransparantenU kunt transparanten invoeren vanuit de standaardlade voor 250 vel of vanuit de universeellader. Laad geen transparanten in de optionele lade voor 250 of 500 vel.•Gebruik transparanten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. Transparanten moeten bestand zijn tegen temperaturen van 175 °C zonder te smelten, te verkleuren of gevaarlijke stoffen af te geven.Het is raadzaam Lexmark-transparanten voor laserprinters te gebruiken: artikelnummer 70X7240 voor transparanten van het formaat Letter; artikelnummer 12A5010 voor transparanten van het formaat A4.•Zorg ervoor dat er geen vingerafdrukken op de transparanten komen.

Dit kan namelijk een slechte afdrukkwaliteit tot gevolg hebben.•Waaier de stapel uit voordat u de transparanten laadt zodat deze niet aan elkaar blijven plakken.•U kunt transparanten laten uitvoeren via de standaarduitvoerlade, maar het afdrukken verloopt waarschijnlijk beter als u de achterste uitvoerlade gebruikt.•Stel de papiersoort in op transparanten in het printerstuurprogramma of vanuit MarkVision™. Op die manier voorkomt u schade aan de printer.

Raadpleeg de leverancier van de enveloppen als u niet zeker weet of deze geschikt zijn.•Het is mogelijk dat de hoge temperatuur tijdens het afdrukken in combinatie met een hoge vochtigheid (meer dan 60%) ertoe leidt dat de enveloppen worden dichtgeplakt.•Stel de papierbron in op de universeellader of op handmatige enveloppeninvoer en selecteer het juiste formaat in het printerstuurprogramma of met MarkVision.•Laad enveloppen met de klepzijde omlaag en met de korte zijde bij het retouradres zo geplaatst dat die als eerste in de printer wordt gevoerd.•Stel de rechterpapiergeleider in op de breedte van de enveloppen.•Als u zelfsluitende enveloppen laadt, moet u de achterste uitvoerlade openen zodat de enveloppen recht uit de achterzijde van de printer worden uitgevoerd.

De juiste afdrukmedia kiezen18Afdrukmedia EtikettenDe printer kan afdrukken op een groot aantal etiketten die zijn ontworpen voor gebruik met laserprinters. De printer kan echter niet afdrukken op vinyletiketten. Deze etiketten worden geleverd in vellen met het formaat Letter of A4. De lijm, de voorzijde (bedrukbaar materiaal) en de coatings moeten bestand zijn tegen temperaturen van 205 °C en een druk van 25 psi. Raadpleeg de Card Stock & Label Guide voor meer informatie over het afdrukken op etiketten en over de kenmerken en het ontwerp van etiketten. U vindt deze publicatie op de website van Lexmark: www. lexmark. com/publications. U drukt als volgt af op etiketten:•Stel de papiersoort in op etiketten in het printerstuurprogramma of met MarkVision. •Raadpleeg de Card Stock & Label Guide voor meer informatie over het afdrukken van etiketten vanuit lade 1 (standaardlade).

•U kunt etiketten laten uitvoeren via de standaarduitvoerlade, maar het afdrukken verloopt waarschijnlijk beter als u de achterste uitvoerlade gebruikt. •Laad etiketten niet samen met papier of transparanten in dezelfde papierlade. •Gebruik geen etikettenvellen met glad rugmateriaal. •Druk niet af binnen 1 mm vanaf de rand van het etiket. •Laad geen etikettenvellen waarop een aantal etiketten ontbreekt. Dit kan ertoe leiden dat etiketten losraken tijdens het afdrukken, waardoor de vellen kunnen vastlopen en de kleefstof de printer en de cartridge kan vervuilen. Hierdoor kan de garantie voor de printer en de cartridge ongeldig worden. •Gebruik alleen etiketten die bestand zijn tegen temperaturen van 205 °C zonder om te krullen, te kreuken of gevaarlijke stoffen af te geven.

•Druk niet af binnen 1 mm vanaf de rand van het etiket, vanaf de perforaties of tussen de snijranden van de etiketten. •Gebruik geen etikettenvellen die lijm bevatten aan de rand van de vellen. Gebruik bij voorkeur vellen waarop de lijm gericht is aangebracht op minstens 1 mm vanaf de randen.

De lijm kan in uw printer terecht komen hetgeen gevolgen kan hebben voor de garantie op de printer. •Als gericht aangebrachte lijm niet mogelijk is, moet u een strook van 3 mm verwijderen van de voorste (bovenste) rand en moet u lijm gebruiken die niet lekt. •Verwijder een strook van 3 mm van de voorste strip vanaf de voorrand om te voorkomen dat etiketten loslaten in de printer. •Druk bij voorkeur af in de afdrukstand Staand, vooral bij het afdrukken van streepjescodes. •Gebruik geen etiketten waarvan de lijm aan de oppervlakte ligt.

Afdrukmedia bewaren19Afdrukmedia KartonKarton bestaat uit één laag en heeft een groot aantal eigenschappen. De richting van de papiervezels en de structuur kunnen bijvoorbeeld grote invloed hebben op de afdrukkwaliteit.U kunt alleen afdrukken op karton vanuit de universeellader. Het karton moet altijd worden uitgevoerd via de achterste uitvoerlade.Raadpleeg de Card Stock & Label Guide voor meer informatie over het afdrukken op karton, de kenmerken en het ontwerp. U vindt deze publicatie op de website van Lexmark: www.lexmark.com/publications.•Gebruik geen karton met perforaties of gekreukt karton.

Houd er rekening mee dat voorbedrukte gedeelten, perforaties en kreuken de afdrukkwaliteit negatief kunnen beïnvloeden en problemen kunnen veroorzaken bij de verwerking of de doorvoer van het afdrukmateriaal.•Gebruik geen karton dat bij verhitting gevaarlijke stoffen afgeeft.•Gebruik geen voorbedrukt karton waarbij chemische stoffen zijn gebruikt die de printer kunnen beschadigen. Gebruik van voorbedrukt materiaal kan tot gevolg hebben dat halfvloeibare en vluchtige stoffen in de printer terechtkomen.•U kunt het beste karton met een korte vezel gebruiken.Afdrukmedia bewarenGebruik de volgende richtlijnen voor de juiste opslag van afdrukmedia.

Hiermee voorkomt u problemen met de papierdoorvoer en een onregelmatige afdrukkwaliteit:•U kunt afdrukmedia het beste bewaren in een omgeving met een temperatuur van rond de 21 °C en een relatieve vochtigheid van 40%.•Plaats dozen met afdrukmedia liever niet direct op de vloer, maar op pallets of op planken aan de muur.•Als u losse pakken afdrukmedia niet in de oorspronkelijke doos bewaart, legt u de pakken op een vlakke ondergrond, zodat de randen niet omkrullen of kreuken.•Plaats niets boven op de pakken afdrukmedia.•Bewaar papier in de gesloten, originele verpakking totdat u het gaat gebruiken.

Papierstoringen voorkomen20Afdrukmedia Papierstoringen voorkomenDe meeste storingen kunt u vermijden door zorgvuldig de media waarop u afdrukt te kiezen en die media op de juiste wijze te laden. Als zich toch een storing voordoet, raadpleegt u Papierstoringen verhelpen. De volgende tips kunnen ook helpen om papierstoringen te voorkomen:•Gebruik alleen aanbevolen afdrukmedia. Raadpleeg voor meer informatie over het optimale papier voor uw configuratie de Card Stock & Label Guide op de website van Lexmark op dit adres: www. lexmark. com. •Laad nooit gekreukte, gevouwen, vochtige of kromgetrokken afdrukmedia. •Buig de afdrukmedia, waaier ze uit en maak er een rechte stapel van voordat u de media in de printer laadt. Als zich storingen met de afdrukmedia voordoen wanneer u de universeellader gebruikt, probeert u de media handmatig met één vel tegelijk te laden.

•Maak de bronnen voor de afdrukmedia niet te vol. Zorg ervoor dat de stapel niet hoger is dan de maximale hoogte die met labels wordt aangegeven in de bronnen. •Gebruik geen afdrukmedia die u zelf op maat hebt gesneden of geknipt. •Laad geen afdrukmedia van verschillend formaat, verschillend gewicht of verschillende soorten in dezelfde bron. •Let erop dat de aanbevolen afdrukzijde omlaag ligt als u materiaal laadt in de laden en omhoog ligt als u materiaal laadt in de universeellader. •Bewaar de afdrukmedia in een geschikte omgeving. Zie Afdrukmedia bewaren. •Verwijder de laden nooit tijdens de uitvoering van een afdruktaak. •Duw alle laden stevig in de printer nadat u ze hebt gevuld. •Zorg ervoor dat de geleiders in de laden zijn ingesteld op het geladen formaat. Zorg ervoor dat de geleiders niet te strak tegen de stapel afdrukmedia zitten.

Papier laden21Afdrukmedia Papier ladenDe printer heeft twee standaardpapierbronnen, de invoerlade voor 250 vel (de standaardlade) en de universeellader. Raadpleeg Universeellader vullen en gebruiken voor meer informatie. Laad het afdrukmedium dat u doorgaans gebruikt voor afdruktaken in de standaardlade voor 250 vel.Als afdrukmedia op de juiste wijze worden geladen, is de kans op vastlopen kleiner en kunt u zonder problemen afdrukken.Voordat u afdrukmedia laadt, moet u weten wat de geschiktste afdrukzijde van het materiaal is. Dit staat meestal op de verpakking vermeld.Verwijder de laden nooit tijdens de uitvoering van een afdruktaak.

Dit zou een papierstoring kunnen veroorzaken.Papier laden in de standaardlade en de optionele lade voor 250 vel De onderstaande instructies zijn van toepassing op het laden van papier in de standaardlade of de optionele lade voor 250 vel.De printer heeft één standaardlade voor 250 vel.Raadpleeg Specificaties van afdrukmedia voor informatie over de formaten en soorten afdrukmedia die voor de verschillende laden geschikt zijn.Raadpleeg voor het vullen van de optionele lade voor 500 vel De optionele lade voor 500 vel vullen.Ga als volgt te werk om een lade te vullen:1Verwijder de lade volledig. 2Als u afdrukmedia plaatst met een gewicht van meer dan 90 g/m2 (maar minder dan 105 g/m2 ), moet u de instelling van de keuzeschakelaar aan de onderkant van de lade aanpassen. Raadpleeg Afdrukmedia met een gewicht van meer dan 90 g/m2 laden op pagina 26 voor meer informatie.

Papier laden23Afdrukmedia 5Druk het nokje van de lengtegeleider in en schuif de geleider naar de achterkant van de lade.6Druk het nokje van de breedtegeleider in en schuif de geleider helemaal naar rechts.7Buig de vellen enkele malen om de vellen los te maken. Waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreukel de afdrukmedia niet. Maak op een platte ondergrond een rechte stapel.Houd de afdrukmedia zo dat de te bedrukken zijde zich aan de onderkant bevindt en de voorkant van de stapel naar de voorkant van de lade wijst.Raadpleeg Afdrukken op voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier voor meer informatie over het laden van voorbedrukt briefhoofdpapier.LengtegeleiderBreedtegeleider

Papier laden24Afdrukmedia 8Plaats de afdrukmedia tegen de linkerkant van de lade onder het metalen hoekplaatje.Controleer of de afdrukmedia goed onder het metalen hoekplaatje past en niet is gebogen of gekreukt. Til het metalen plaatje niet op en pers nooit met kracht extra afdrukmedia onder het plaatje.Opmerking: Vul de lade nooit verder dan de aanduiding voor maximumstapelhoogte. Bij een te volle lade kunnen vellen afdrukmedia vastlopen.9Druk het nokje van de breedtegeleider in en schuif de geleider tegen de stapel afdrukmedia.Metalen hoekplaatje Indicator maximumstapelhoogte

Papier laden26Afdrukmedia Afdrukmedia met een gewicht van meer dan 90 g/m2 ladenAls u afdrukmedia met een gewicht van meer dan 90 g/m2 (maar minder dan 105 g/m2) in de standaardlade of de optionele lade voor 250 vel laadt, moet u de keuzeschakelaar van de lade in stand 2 zetten.1Verwijder de lade volledig.2Verwijder de afdrukmedia uit de lade.3Keer de lade om.4Druk de keuzeschakelaar met een muntstuk omlaag en draai deze van stand 1 naar stand 2.5Keer de lade weer om en laad de gewenste afdrukmedia volgens de aanwijzingen in Papier laden in de standaardlade en de optionele lade voor 250 vel op pagina 21.Als u afdrukmedia gebruikt met een gewicht van 60–90 g/m2, moet de keuzeschakelaar in stand 1 staan.Keuzeschakelaar

Papier laden29Afdrukmedia 5Druk het nokje van de lengtegeleider in en schuif de geleider naar de achterkant van de lade.6Druk het nokje van de breedtegeleider in en schuif de geleider helemaal naar rechts.7Buig de vellen enkele malen om de vellen los te maken. Waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk het papier niet. Maak op een platte ondergrond een rechte stapel.Houd de stapel papier zo dat de te bedrukken zijde zich aan de onderkant bevindt en de voorkant van de stapel naar de voorkant van de lade wijst.Raadpleeg Afdrukken op voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier voor meer informatie over het laden van voorbedrukt briefhoofdpapier.LengtegeleiderBreedtegeleider

Papier laden30Afdrukmedia 8Plaats het papier tegen de linkerkant van de lade onder het metalen hoekplaatje.Controleer of het papier goed onder het metalen hoekplaatje past en niet is gebogen of gekreukt. Til het metalen plaatje niet op en pers nooit met kracht extra papier onder het plaatje.Opmerking: Vul de lade nooit verder dan de aanduiding voor maximumstapelhoogte. Bij een te volle lade kunnen papierstoringen optreden.9Druk het nokje van de breedtegeleider in schuif de geleider tegen de stapel papier.Metalen hoekplaatje Indicator maximumstapelhoogte

Universeellader vullen en gebruiken32Afdrukmedia Universeellader vullen en gebruikenDe printer is uitgerust met een universeellader, die geschikt is voor diverse formaten en soorten afdrukmedia. Deze universeellader bevindt zich aan de voorkant van de printer en kan, indien buiten gebruik, worden gesloten. U gebruikt de universeellader voor afdrukken op afwijkende formaten en soorten afdrukmedia, zoals karton, transparanten, briefkaarten, memokaarten en enveloppen.

U kunt een stapel afdrukmedia in deze lade plaatsen, maar u kunt ook losse vellen gebruiken.Raadpleeg Afdrukmedia - bronnen en specificaties voor een overzicht van geschikte formaten en soorten afdrukmedia.Opmerking: Stel bij het gebruik van de universeellader altijd de opties voor papierformaat en papiersoort in.Houd u aan de volgende richtlijnen als u de universeellader gebruikt:•Gebruik nooit verschillende formaten en soorten afdrukmedia door elkaar.•U bereikt de beste resultaten als u hoogwaardig afdrukmateriaal gebruikt dat speciaal is ontworpen voor laserprinters.•Voeg geen extra afdrukmedia toe als de universeellader al (gedeeltelijk) is gevuld. Dit zou tot papierstoringen kunnen leiden.•Sluit de universeellader niet als er op dat moment een afdruktaak wordt verwerkt of als het lampje Gereed/Data knippert.

Dit zou een papierstoring kunnen veroorzaken.•Afdrukmedium moet met de bovenrand van de pagina eerst worden ingevoerd in de universeellader.•Plaats geen voorwerpen op de universeellader. Ga voorzichtig te werk en forceer de universeellader niet.

Universeellader vullen en gebruiken35Afdrukmedia Afdrukmedia in de universeellader ladenRaadpleeg Specificaties van afdrukmedia voor informatie over formaten en soorten afdrukmedia die u in combinatie met de universeellader kunt gebruiken.1Schuif de breedtegeleider helemaal naar rechts.2Afdrukmedia voorbereiden voor plaatsing.Opmerking: Laad geen verschillende formaten of soorten afdrukmedia tegelijk in de universeellader. Dit zou een papierstoring kunnen veroorzaken.•Buig de vellen papier enkele malen om deze los te maken. Waaier de vellen vervolgens uit. Vouw of kreukel de afdrukmedia niet. Maak op een platte ondergrond een rechte stapel.

Universeellader vullen en gebruiken36Afdrukmedia •Houd transparanten bij de randen vast en waaier deze uit om problemen bij de invoer te voorkomen.Opmerking: Raak de afdrukzijde van transparanten niet aan met uw handen. Maak ook geen krassen op de afdrukzijde.•Waaier enveloppen enkele malen om deze los te maken. Vouw of kreuk de enveloppen niet. Maak op een platte ondergrond een rechte stapel.

Universeellader vullen en gebruiken37Afdrukmedia 3Vul de universeellader nooit verder dan tot aan de aanduiding voor de maximumstapelhoogte en duw de stapel niet extra aan om meer vellen afdrukmedia te plaatsen. De maximumstapelhoogte is 10 mm. Bij een te volle lade kunnen vellen afdrukmedia vastlopen.4De afdrukmedia plaatsen.•Plaats het papier, het karton of de etiketten met de aanbevolen afdrukzijde naar boven en met de bovenkant naar voren.Stapelhoogtebegrenzing

Universeellader vullen en gebruiken38Afdrukmedia •Als u papier met een voorgedrukt briefhoofd gebruikt, plaatst u dit met het briefhoofd naar boven en met de bovenkant van het papier naar de invoer van de printer.Opmerking: Als u papier met een voorgedrukt briefhoofd dubbelzijdig wilt bedrukken, plaatst u het papier met het briefhoofd naar beneden en met de onderkant naar de invoer van de printer.•Laad transparanten met de aanbevolen afdrukzijde naar boven en met de bovenrand naar voren.Waarschuwing: Gebruik geen enveloppen met klemmetjes, drukkers, vensters, bedrukte binnenzijde of zelfklevende sluitingen. Het gebruik van deze enveloppen kan de printer ernstig beschadigen.

Universeellader vullen en gebruiken39Afdrukmedia •Laad enveloppen met de klepzijde omlaag en zodanig dat de ruimte voor de postzegel het laatst wordt ingevoerd.Opmerking: U kunt zelfsluitende enveloppen het beste uitvoeren via de achterste uitvoerlade. Als u dit soort enveloppen gebruikt, opent u dus de achterste uitvoerlade.Laad geen enveloppen met postzegels. Eventuele aanduidingen voor postzegel en adressering zijn alleen ter oriëntatie bedoeld.5Schuif de afdrukmedia zo ver mogelijk in de universeellader zonder de afdrukmedia te beschadigen.

De standaarduitvoerlade gebruiken41Afdrukmedia De standaarduitvoerlade gebruikenDe standaarduitvoerlade heeft een capaciteit van 250 vel afdrukmedia. Afdruktaken worden automatisch naar de standaarduitvoerlade gestuurd. De afdrukmedia worden in deze lade met de bedrukte zijde naar onderen uitgevoerd.De papiersteun omhoog brengenDe papiersteun houdt de afgedrukte pagina's in de juiste stand en voorkomt dat ze uit de lade glijden. Zet de papiersteun omhoog door deze naar voren te trekken.Standaarduitvoerlade

De achterste uitvoerlade gebruiken42Afdrukmedia De achterste uitvoerlade gebruikenAls u de achterste uitvoerlade opent, worden afdruktaken automatisch naar deze uitvoerlade gestuurd. In de achterste uitvoerlade worden de afgedrukte pagina's met de afgedrukte zijde naar boven uitgevoerd en in een volgorde van laatste pagina naar eerste pagina (pagina 4, 3, 2, 1).

De achterste uitvoerlade heeft een capaciteit van 20 vellen papier.Voor afdrukken op andere formaten en soorten afdrukmedia, zoals papier, karton, transparanten, briefkaarten en enveloppen, kunt u de achterste uitvoerlade gebruiken.•Bij etiketten en transparanten kan het gebruik van de achterste uitvoerlade tot betere resultaten leiden.•Enveloppen krullen minder op als u de achterste uitvoerlade gebruikt.•Karton moet altijd worden uitgevoerd via de achterste uitvoerlade.Afdrukmedia met een lengte van 165,1 mm of minder moeten worden uitgevoerd naar de achterste uitvoerlade.Opmerking: Bij afdrukmedia van het formaat Legal kunnen in de achterste uitvoerlade problemen bij het stapelen ontstaan. Het is dan ook aan te raden deze lade tijdens het afdrukken regelmatig leeg te maken.

De achterste uitvoerlade gebruiken44Afdrukmedia 3Trek de lade aan het nokje recht naar buiten.4Sluit de klep van de achterste uitvoerlade als u de lade niet meer gebruikt.Opmerking: Controleer of de klep aan beide zijden goed is gesloten. Als de klep niet goed is gesloten, kunnen er papierstoringen ontstaan.

Papierstoringen verhelpen45Afdrukmedia Papierstoringen verhelpenDe meeste storingen kunt u vermijden door zorgvuldig de media waarop u afdrukt te kiezen en die media op de juiste wijze te laden. Raadpleeg Papierstoringen voorkomen als er regelmatig sprake is van papierstoringen.Opmerking: Als het foutbericht Papier vast wordt weergegeven, verwijdert u eerst alle vastgelopen papier uit de gehele papierbaan en drukt u vervolgens op Start (Go).In de volgende afbeelding ziet u hoe de afdrukmedia door de printer worden gevoerd. Het exacte traject varieert, afhankelijk van het type invoer (de invoerladen en de universeellader) en de uitvoerlade die u gebruikt.23x Papier vast202 Papier vast200 Papier vast201 Papier vast24x Papier vast250 Papier vast

Papierstoringen verhelpen46Afdrukmedia In de volgende tabel ziet u waar u de benodigde instructies vindt voor het verhelpen van een bepaalde papierstoring:Opmerking: Trek vastgelopen papier of andere media altijd voorzichtig en langzaam uit de papierbaan, om scheuren te voorkomen.200 / 201 Papier vast; Verwijder cartAangezien de papierstoring ook verder naar achteren kan optreden, achter het gedeelte waar de cartridge zich bevindt, moet u mogelijk wat verder naar binnen reiken om het vastgelopen papier te verwijderen.1Open de bovenste voorklep.2Verwijder de cartridge.

Papierstoringen verhelpen47Afdrukmedia •Als het papier grotendeels zichtbaar is, trekt u het voorzichtig naar rechts en naar buiten.•Als slechts een klein gedeelte van het papier zichtbaar is, trekt u het papier voorzichtig recht naar buiten en omhoog.Opmerking: Als het afdrukmedium niet meegeeft, blijf dan niet trekken, maar probeer het vastgelopen materiaal via de klep van de achterste uitvoerlade te bereiken. Raadpleeg 202 Papier vast; Open achterklep voor verdere instructies.4Plaats de cartridge terug. (Raadpleeg De nieuwe tonercartridge installeren voor instructies.)5Sluit de bovenste voorklep.

Papierstoringen verhelpen48Afdrukmedia 202 Papier vast; Open achterklepAls dit bericht wordt weergegeven, kan het papier op twee plaatsen zijn vastgelopen:•Raadpleeg Bij uitvoer naar de standaarduitvoerlade als het afdrukmedium vastloopt voordat het volledig via de standaarduitvoerlade is uitgevoerd.•Raadpleeg Papier heeft standaarduitvoerlade nog niet bereikt als het afdrukmedium vastloopt voordat dit de standaarduitvoerlade heeft bereikt.Bij uitvoer naar de standaarduitvoerlade1Trek het vastgelopen papier voorzichtig recht naar buiten.2Als het vastgelopen afdrukmedium zich van deze kant moeilijk laat verwijderen, gaat u verder met Papier heeft standaarduitvoerlade nog niet bereikt .

Papierstoringen verhelpen49Afdrukmedia Papier heeft standaarduitvoerlade nog niet bereiktHet afdrukmedium loopt vast voordat het de standaarduitvoerlade bereikt.1Open de klep van de achterste uitvoerlade.2Verwijder het papier voorzichtig. Hoe u precies te werk gaat, hangt ervan af hoeveel papier zichtbaar is. •Als het midden van een vel afdrukmedium zichtbaar is maar de uiteinden niet, pakt u het afdrukmedium aan beide zijden vast en trekt u het voorzichtig recht naar u toe.

Papierstoringen verhelpen51Afdrukmedia 23x Papier vast (papier vast in duplexeenheid)Bij het gebruik van de duplexeenheid kunnen papierstoringen optreden onder de printer en boven lade 1. De printer kan meestal de locatie van een storing in de duplexeenheid bepalen, maar soms ook niet. Wanneer een storing in de duplexeenheid optreedt, verschijnt een van de drie storingsberichten op het display, afhankelijk van het feit of de locatie van de storing bekend is of niet.23x Papier vast; Verwijder lade 1.Hendel n. bened. voorz. printer1Trek lade 1 helemaal open.2Kijk onder de printer. Aan de linkerkant bevindt zich een groene hendel.3Duw de groene hendel omlaag.4Trek het vastgelopen papier voorzichtig naar u toe.5Plaats de lade weer in de printer.Opmerking: Zorg ervoor dat de metalen plaat aan de onderkant van de lade is vergrendeld.Hendel

Papierstoringen verhelpen52Afdrukmedia 23x Papier vast; Verwijder lade 1.Hendel n. bened. achterz. printer1Open de achterklep en verwijder het vastgelopen papier. Als het vastgelopen materiaal zich van deze kant niet laat verwijderen, gaat u verder met stap 2.2Trek lade 1 helemaal open.3Kijk aan de achterzijde onder de printer. Aan de rechterkant bevindt zich een groene hendel.4Duw de hendel omlaag.5Trek het vastgelopen papier voorzichtig naar u toe.6Plaats de lade weer in de printer.Opmerking: Zorg ervoor dat de metalen plaat aan de onderkant van de lade is vergrendeld.HendelAchterklep

Papierstoringen verhelpen53Afdrukmedia 231 Papier vast; Ctrl duplexDit bericht wordt alleen weergegeven als de printer niet zeker weet waar de storing zich bevindt.Ga als volgt te werk om dit soort papierstoringen te verhelpen:1Trek lade 1 helemaal open.2Kijk onder de printer. Aan de linkerkant bevindt zich een groene hendel.3Duw de groene hendel omlaag.4Probeer het vastgelopen papier te vinden. Als het papier van de voorkant niet zichtbaar is, gaat u verder met stap 6.5Trek het vastgelopen papier voorzichtig naar u toe.Opmerking: Als het papier zich moeilijk laat verwijderen, gaat u verder met stap 6.6Open de achterklep en verwijder het vastgelopen papier. Als het vastgelopen materiaal zich van deze kant niet laat verwijderen, gaat u verder met stap 7.7Kijk aan de achterzijde onder de printer. Aan de rechterkant bevindt zich een groene hendel.Hendel

Papierstoringen verhelpen55Afdrukmedia 24x Papier vast; Ctrl inv.lade Het afdrukmedium is vastgelopen onder de tonercartridge, maar het vastgelopen materiaal is niet zichtbaar.1Trek de aangegeven lade uit de printer.2Trek het vastgelopen papier recht naar buiten.3Plaats de lade weer in de printer.Opmerking: Zorg ervoor dat de metalen plaat aan de onderkant van de lade is vergrendeld.

Papierstoringen verhelpen56Afdrukmedia Storingen in een lade als het papier al voorbij het metalen hoekplaatje isHet afdrukmedium loopt vast als het onder het metalen hoekplaatje vandaan is, maar nog niet geheel uit de lade is verdwenen. Deze vorm van papierstoring kan in elke lade voorkomen. U moet dus alle laden controleren.1Trek de lade helemaal open.2Plaats de afdrukmedia terug onder het metalen hoekplaatje.Opmerking: Verwijder beschadigde afdrukmedia. Plaats beschadigd materiaal niet terug.3Druk de afdrukmedia naar beneden totdat het metalen hoekplaatje onder de stapel zich vergrendelt.4Plaats de lade weer in de printer.

Afdruktaken58 3AfdruktakenAfdruktaak naar de printer sturenAfdrukken in een Windows-omgeving1Laad afdrukmedia. (Raadpleeg Papier laden of Universeellader vullen en gebruiken.)2Open in de gebruikte toepassing het bestand dat u wilt afdrukken.3Selecteer in het menu Bestand de optie Afdrukken.4Controleer of de juiste printer is geselecteerd in het dialoogvenster Afdrukken.5Selecteer in het dialoogvenster Afdrukken Eigenschappen, Opties of Instellingen (afhankelijk van de toepassing), selecteer de soort afdrukmedia en het formaat en selecteer vervolgens OK.6Selecteer OK of Afdrukken.Afdrukken vanaf een Macintosh-computer1Laad afdrukmedia.

(Raadpleeg Papier laden.)2Open in de gebruikte toepassing het bestand dat u wilt afdrukken.3Selecteer in het menu Bestand de optie Pagina-instelling.4Controleer of de juiste printer is geselecteerd in het dialoogvenster.5Selecteer in het menu Papier de soort afdrukmedia die u wilt gebruiken en selecteer vervolgens OK.6Selecteer in het menu Bestand de optie Afdrukken.Paragraaf PaginaAfdruktaak naar de printer sturen 58Dubbelzijdig afdrukken (tweezijdig afdrukken) 59Afdruktaak annuleren 61Laden koppelen 62

Dubbelzijdig afdrukken (tweezijdig afdrukken)59Afdruktaken Dubbelzijdig afdrukken (tweezijdig afdrukken)Bij dubbelzijdig afdrukken (of tweezijdig afdrukken) worden beide zijden van het papier bedrukt. Informatie over papierformaten die geschikt zijn voor dubbelzijdig afdrukken, vindt u in Specificaties eenheid voor duplexeenheid. Opmerking: Voor dubbelzijdig afdrukken kunt u alleen papier gebruiken van 60–90 g/m2. Alle afdruktaken dubbelzijdig afdrukken:1Controleer of de printer is ingeschakeld en of het bericht Gereed op het display wordt weergegeven. 2Druk op Menu totdat u Menu Afwerking ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select). 3Druk op Menu totdat u Duplex ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select). 4Druk op Menu totdat u Aan ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select). 5Druk op Return totdat het bericht Gereed op het display wordt weergegeven.

Eén afdruktaak dubbelzijdig afdrukken:1Selecteer in de toepassing op uw computer Bestand Æ Afdrukken. 2Klik op Eigenschappen (of Opties, Printer of Instellingen, afhankelijk van de toepassing) om de instellingen van het printerstuurprogramma te bekijken. 3Selecteer op het tabblad Instellingen Lange zijde of Korte zijde. 4Klik op OK. 5Klik in het venster Afdrukken op OK om de afdruktaak naar de printer te sturen. Waarschuwing: Bij het verwerken van een dubbelzijdige afdruktaak wordt elk vel papier gedeeltelijk uitgevoerd naar de standaarduitvoerlade, waarna het weer terug in de printer wordt ingevoerd. Raak het papier bij dit gedeeltelijk uitvoeren niet aan. U zou de printer kunnen beschadigen of een papierstoring kunnen veroorzaken. Neem het papier pas uit de printer als het volledig in een van de laden is uitgevoerd.

Dubbelzijdig afdrukken (tweezijdig afdrukken)60Afdruktaken De functie Bindz duplex gebruikenAfdrukken op beide zijden van het papier verlaagt de afdrukkosten. Als u de optie Duplex Bind Printing selecteert in het stuurprogramma van uw printer of Bindz duplex in Menu Afwerking op het bedieningspaneel, moet u lange zijde of korte zijde selecteren. Bindz duplex bepaalt hoe dubbelzijdig afgedrukte pagina's worden ingebonden en wat de afdrukstand is van de achterzijde van de pagina's (met de even nummers) en van de voorzijde van de pagina's (met de oneven nummers).De twee mogelijke waarden voor de functie Bindz duplex zijn:Lange zijde Bereidt inbinding voor aan de lange zijde van de pagina (de linkerzijde bij de afdrukstand staand en de bovenzijde bij de afdrukstand liggend).

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Lexmark C 530 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden