Lewenstein Millenium 24 Electronic Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Lewenstein Millenium 24 Electronic (41 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Lewenstein Millenium 24 Electronic of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Lewenstein |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | Millenium 24 Electronic |
Handleiding Lewenstein Millenium 24 Electronic – volledige tekst
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Uw machine is uitsluitend voor HUISHOUDELIJK gebruik ontworpen en geconstrueerd. Lees eerst dit instructieboek geheel door, voordat u de machine in gebruik neemt. GEVAARLIJK-(ter voorkoming van elektrische problemen): 1. Laat uw machine nooit alleen achter, als de machine nog is ingeschakeld. Neem altijd de stekker uit het stopcontact, direct na het gebruik ervan en ook als u de machine schoonmaakt. 2. Neem altijd de stekker uit het stopcontact bij het verwisselen van het lampje. Gebruik het juiste lampje: 13. 2 Volt DC 3 Watt. 3. Trek direct de stekker uit het stopcontact als de machine in aanraking komt met water. 4. Let er goed op dat er geen water of andere vloeistoffen in de machine kunnen komen. WAARSCHUWING-(ter voorkoming van brandwonden, brand, en elektrische problemen): 1. Gebruik de machine niet als speelgoed.
Kinderen alleen onder toezicht met de machine laten werken of in de buurt van de machine laten komen. 2. Gebruik de machine uitsluitend zoals aanbevolen in deze handleiding. Gebruik alleen de voorgeschreven accessoires, welke in de handleiding genoemd worden. 3. Gebruik de machine nooit als er een beschadiging aan snoer, stekkers of ander elektrisch onderdeel is. Gebruik de machine nooit na aanraking met water of als hij gevallen is. Breng de machine dan direct naar uw dealer. 4. Gebruik de machine nooit met afgedekte ventilatieopeningen waardoor er niet voldoende ventilatie is. Houd daarom de machine en de voetweerstand goed schoon en stofvrij. 5. Stop niet iets dat daar niet hoort in de openingen van de machine. 6. Gebruik de machine niet in de buitenlucht. 7. Gebruik de machine niet in een ruimte, waar met aerosol (spray) producten of zuurstof gewerkt wordt. 8.
Om de machine uit te schakelen, zet de schakelaars op "0" (uit) en haal dan de stekker uit het stopcontact. 9. Als U de stekker uit de machine neemt, trek dan niet aan het snoer, maar pak altijd de stekker beet. 10.
Let goed op alle bewegende delen van de machine als u naait, zodat u niet met uw vingers onder de naald komt. 11. Gebruik altijd de juiste naaldplaat Gebruik van de verkeerde naaldplaat kan leiden tot naaldbreuk. 12. Gebruik no. it verbogen of beschadigde naalden. 13. Trek of duw niet aan de stof tijdens het naaien. Naaldbreuk kan het gevolg zijn. 14. Zet altijd de machine op "0" (uit), als u de machine inrijgt, naald vervangt, spoelt of het voetje verwisselt. 15. Trek altijd de stekker uit het stopcontact als u de machine moet oliÎn of delen moet demonteren bij het onderhoud van de machine zoals aangegeven in de handleiding. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN ZORGVULDIG. BELANGRIJK Let goed op dat de machine niet met statische elektriciteit in aanraking komt. Vermijd warmte, vochtigheid en direct zonlicht.
Inhoudsopgave Benaming van de onderdelen. 2 Instellen van de steekdichtheid van het knoopsgat. 25 Aanschuiftafel/accessoiresdoos. 3 Knoopsgat met vulkoord. 26 Ruimte voor opbergen van diverse voetjet. 4 Ritssluiting inzetten. 27-28 Aansluiten van de machine. 5 *Het plaatsen van de ritssluitingvoet. 27 Instellen van de naaisnelheid (voetweerstand). 5 *Voorbereiden voor het naaien. 27 NaaivetEchting. 6 *Het naaien. 27-28 *Vervangen van het lampje. 5 Rolzomen. 29 Persvoetstangdruk. 6 Blindzoomsteek. 30 Transporteurverzinkknop. 6 Siersteken. 31 Verwisselen van de voetjes. 7 Stretchsteken. 31 Verwijderen/plaatsen van de voethouder. 7 Instellen van de steekbalans. 32 Retourknop. 7 Smacksteek. 32 Persvoethevel. 7 Quilten. 33 Naald verwisselen. 8 Biezen naaien. 33 Naald en garentabel. 8 Schulpzoom. 34 Spoelen. 9 Fagottingsteek. 34 *Plaatsen van de klos garen. 9 Applicaties.
Aanschuiftafel/accessoiresdoos Naaien met de vrije-arm Om uw machine om te schakelen naar een vrije-arm hoeft u alleen het accessoiresdoosje van de machine te nemen, zoals afgebeeld. Voordeel van het naaien met de vrije-arm: * Voorkomt het proppen van de stof rond de naald als u b.v. een trens bij een broekzak, split of tailleband moet naaien. * Voor het naaien van mouwen, manchetten, tailleband of broekspijpen. * Voor het stoppen van sokken, opnaaien van knie-of elleboogstukken, zelfs in kinder-kleding. Naaien met de vlakke machine Plaats het accessoiredoosje met de 2 pennen in de uitsparing en druk deze naar beneden. CD Aanschuiftafel/accessoiresdoosje @ Pennen ® Uitsparing 3
2 ~ ~ I 8~ 5 ~ 7~-14 15 ~ 16 @I) 17 ~ 18@ 4 Ruimte voor het opbergen van de diverse voetjes 1. Naaldenset 2. L: Watteerlineaal 3. G: Blindzoomvoet 4. D: Zoomvoet · 5. E: Ritssluitingvoet 6. A: Zigzagvoet 7. F: Cordonvoet 8. C: Kantafwerkvoet 9. Verlengtafeli accessoiresdoosj e. Om de deksel van het accessoiresdoosje te openen, trekt u deze naar u toe. De overige naai- accessoires bevinden zich in het doosje. 10. Schroevendraaier 11. R: Automatische knoopsgatenvoet 12. Kwastje 13. Spoelklosjes 14. Tornmesje 15. Garenschotel groot 16. Garenschotel klein 17. Extra garenpen 18. Garenpenviltje 19. Voetweerstand.
Aansluiten van de machine CD Stekker ® Stopcontact ®Contra-stekker @ Schakelaar @ Stekkerhuis Voordat u de machine inschakelt, dient u eerst te controleren of het voltage en de spanning, vermeld op de machine, overeenkomt met de plaatselijke netspanning. 1. Schakel de machine uit @ . 2. Steek de contra-stekker ® in het stekkerhuis @) van de machine. 3. Steek daarna de stekker CD in het stopcontact ® 4. Schakel de machine en het lampje in met de schakelaar @ . Voor uw eigen veiligheid 1. Let goed op dat u tijdens het naaien geen bewegende delen aanraakt zoals de draadhevel, handwiel of naald. 2. Schakel de machine altijd uit en neem de stekker uit het stopcontact: * Als u de machine niet gebruikt. * Bij het wisselen of vervangen van delen. * Als u de machine gaat schoonmaken. 3. Plaats niets op uw voetweerstand, tenzij in gebruik.
Plaats de knop op "1" als u fijne-, dunne stoffen, velour, gebreide en/ of rekbare stoffen naait. CD Persvoetstangdrukknop @ Merkstreepje Transporteurverzinkknop Voor het aanzetten van knopen enz.laat u de transporteur verzinken. Vergeet niet de transporteur weer omhoog te plaatsen voor het normale naaiwerk. CD Transporteur verzonken @ Transporteur omhoog
Verwisselen van de voetjes Druk op het rode knopje aan de achterkant van de persvoethouder. Het voetje valt er nu af. Plaats het voetje zodanig onder de persvoethouder dat de uitsparing precies boven de pen staat en laat daarna het voetje zakken om de voet aan de persvoethouder te bevestigen. CD Rode knopje @Uitsparing ®Pen Verwijderen I plaatsen van de voethouder Verwijderen: Draai de knopschroef tegen de klokrichting in, met behulp van de schroevendraaier uit de persvoetstang. CD Knopschroef Plaatsen: Plaats de persvoethouder op de persvoetstang en draai de knopschroef met de klok mee om de persvoethouder met behulp van de schroevendraaier te bevestigen aan de persvoetstang. @ Persvoethouder ® Persvoetstang Retourknop Zolang u de retourknop ingedrukt houdt, naait de machine achteruit. Vooral geschikt bij het aan-en afhechten van de naad.
CD Retourknop Persvoethevel Met de persvoethevel kunt u eenvoudig het voetje omhoog of omlaag zetten. U kunt het voetje extra omhoog zetten (0.6 cm), door de persvoethevel verder omhoog te drukken. Hierdoor heeft u meer ruimte voor het plaatsen van dikke stoffen en/ of naden. CD Persvoethevel @ Normale positie ® Extra hoge positie 7
[IJ Dunne stoffen Normale stoffen ·' Dikke stoffen Let op: 3 Naald verwisselen [IJ Schakel de machine uit. Zet de naald omhoog door het handwiel naar u toe te draaien en plaats het voetje omlaag. Draai de naaldklemschroef los door deze tegen de klokrichting in, los te draaien. Verwijder de naald uit het naaldslot []] Zet een nieuwe naald, met de platte kant naar achteren en druk deze zover mogelijk omhoog, tot aan de stuitpen, in het naaldslot Draai daarna de naaldklemschroef goed vast. V / / 7 7 7 / / / /f W Controleer regelmatig de naald. Deze kan bot zijn een braam aan de punt hebben of krom en verbogen. Gebruik altijd een goede kwaliteit naalden en de juiste dikte t.o.v de te verwerken stof en garendikte.
CD Naaldklemschroef @ Stuitpen ® Naaldslot Stoffen Garens Naalden Fijne zijde fijne Fijne zijde, katoen, katoen synthetische synthetische of polyester 70 katoen/polyester of 80 Linnen, katoen, 50 zijde 50/80 katoen 80 pique, kamgaren, 50/60 synthetisch of breiweefsel en dunne katoen/polyester 90 vitrage Denim, tweed, gabar- 50 zijde 90 dine, zware 40/50 katoen vitrage/gordijnen. 50/60 synthetisch en of katoen/polyester 100 * Normaal gebruikt u bij dunne stoffen ook dunnere naalden. Bij zware en/of dikke stoffen gebruikt u dan ook dikke naalden. Afhankelijk van de stofsoort moet u soms dikke naalden voor een dunne stof gebruiken als de stof dicht geweven is. Naai eerst op een testlapje om de juiste instelling te vinden. * Gebruik hetzelfde garen voor boven en onderdaad. * Bij stretch-en sommige dunne stoffen gebruikt u een stretchnaald. Dit voorkomt overslaan van steken.
10 • Opspoelen van het spoelklosje [IJ Til de garenpen iets omhoog en plaats de klos met garen op de garenpen met de garenafloop, zoals afgebeeld. Plaats de grote garenschotel op de garenpen en druk deze goed tegen de klos garen aan. * De kleine garenschotel gebruikt u bij kleinere garenklossen en pijpjes garen. * Om de extra garenpen te gebruiken geleid u de bovendraad als afgebeeld [IJ, [IJ. [IJ Geleid de draad om de draadgeleider. [IJ Geleid de draad onder de voorspanningsplaatjes. [IJ Steek het gareneinde van binnen naar buiten, door het gaatje van het spoelklosje en plaats daarna het spoelklosje op het garenwinderasje. [3] Druk het klosje met garenwinderasje naar rechts. ffiJ Houd het draadeindje in uw hand vast en druk de voetweerstand in. Stop de machine als het spoelklosje iets gevuld is en knip het losse draadeindje zo dicht mogelijk bij het gaatje af.
[1] Druk opnieuw de voetweerstand in. Als het klosje vol is stopt de machine automatisch. Druk het spoelwinderasje naar links en knip de draad door zoals afgebeeld. * De machine naait niet als het spoelwinderasje nog naar rechts staat. CD Garenpen ®Klos garen ® Garenschotel @ Extra garenpen ® Garenpenviltje ® Gaatje voor het bevestigen van extra garenpen (J) Garenwinderasje
2 3 • Plaatsen van het spoelklosje [IJ Plaats het spoelklosje in de capsule met de draadafloop tegen de klok in. CD Draadeinde [1] Trek de draad door de uitsparing (A) aan de voorzijde van de capsule. Trek de draad naar rechts, achter de spanningveer van de capsule. @ Uitsparing (A) W Trek daarna de draad naar links tot de draad in de uitsparing (B) valt. Trek ongeveer 15 cm garen van het spoelklosje naar links. ® Uitsparing (B) [!] Plaats de schuifplaat weer op de machine. Controleer het inrijgen zoals afgebeeld op de schuifplaat @ Inrijgschema ll
4 12 Inrijgen van de machine • Zet de persvoethevel omhoog CD Persvoethevel [IJ Geleid de draad om de bovenste draadgeleider en trek de draad onder het verende gedeelte. @ Draadgeleider [IJ Trek daarna de draad rond de draadaantrekveer. ® Draadaantrekveer [[] Trek daarna de draad stevig in de draadhevel van rechts naar links, totdat de draad in het oog komt. @ Draadhevel [±] Haak daarna de draad aan de linkerkant achter de naaldstangdraadgeleider. Steek de draad van voor naar achter door het oog van de naald of gebruik de draadinrijger. ® N aaldstangdraadgeleider
tratrtr. Draadinrijgertr Plaats de naald in ziin hoogste stand,Trek de knop van de draadinrijger zoYer mogelijknaar beneden.A Draai de knop in de richting van de pijl op deafbeelding totdat het haakje (1) door het oog vande naald steekt. Haak de draad achter de geleider(2) en onder het haakje (1).Draai de knop in de richting van de pijl zoalsafgebeeld en trek de draad naat achteren enomhoog, als een lus door het oog van de naald.Trek de draad verder flaar achteren omhoog.* De draadinrijger kan met naalddikteT5 tot 100en de blauwe kolf stretchnaald gebruikt worden.Garendiktes van 50# tot 100# zullen ook geenprobleem opleveren.O Haakje@ Geleiderfo-lLJ--]trr3
2 2 2 Instellen van de draadspanning • Stel de draadspanning als volgt in Voor de rechte steek: De boven-en onderdraad moeten precies in het midden van twee stoflagen verknoopt worden, zoals hiernaast vergroot afgebeeld. Als u de stof zowel boven als onder bekijkt, ligt de steek keurig aangesloten op de stof, zonder lussen. Als u de bovendraadspanning aanpast, hoe hoger het cijfer hoe strakker de spanning. Het resultaat hangt af van: * weefdichtheid en dikte van de stof * aantal stoflagen (ook bij naden) * de gekozen steek CD Naalddraad (Bovendraad) @ Spoeldraad (Onderdraad) ® Goede kant van de stof @) Verkeerde kant van de stof ® Spanning lager instellen ® Spanning hoger instellen • Bovenspanning te strak De onderdraad/spoeldraad is teveel zichtbaar op de goede kant van de stof en voelt hobbelig aan.
CD = --"/\/ C) 0·1·2·3·4·5·6· CIL!ll ) ) @ == 0 . 1 . 2 . 3 . 4 C~ _ ___,C"-.-.JèiL!l=I--L.)~) G) Rechte steek naaien CD Steekkeuze @ Steekbreedte ® Steeklengte @ Bovendraadspanning ®voet • Beginnen met naaien 1 ~ ( E:::)) 1.5-4 2-6 A : Zigzagvoet Zet het voetje omhoog en plaats de stof onder de voet, tegen de stofgeleidingsstreep op de naaldplaat (zie blz.18). Plaats de naald in de stof op het startpunt. Laat het voetje zakken en trek de beide draden daarbij naar achter, onder de voet. Druk de voetweerstand in. Geleid de stof rustig langs de geleidingsstreep van de naaldplaat en laat de machine de stof transporteren. • Naairichting veranderen Stop met naaien, draai het handwiel naar u toe en plaats de naald in de stof. Zet het voetje omhoog. Draai de stof, met de naald als draaipunt in de nieuwenaairichting. Laat het voetje op de stof zakken en naai verder in de nieuwenaairichting.
CD Persvoethevel • Afhechten, naaiwerk wegnemen Voor het afhechten aan het einde van de naad, drukt u de retourtoets naar beneden en naait enkele steken achteruit. Zet het voetje omhoog. Neem de stof van de machine en trek het garen naar achteren. Snijd het garen met behulp van het draadafsnijmesje door. De draad is op de juiste lengte afgesneden om de volgende naad te naaien. CD Draadafsnijmesje @Stof 17
18 Naaien op zware/dikke stoffen of naden Druk het zwarte knopje op de voet in en houd deze ingedrukt terwijl u de voet op de stof laat zakken. (De voet blijft horizontaal). Daardoor naait de machine eenvoudig over dikke naden en stofverdikkingen. Als u een stofverdikking/naad bereikt, stop dan met de naald in de stof en zet het voetje omhoog. Houd he zwarte knopje ingedrukt terwijl u de voet op de naad laat zakken. Naai gewoon verder. Na enkele steken ontkoppelt de voet vanzelf. CD Stofverdikking/naad @ A: Zigzagvoet Stofgeleidingsstrepen op de naaldplaat De stofgeleidingsstrepen op de naald-en schuifplaat helpen om uw zoombreedte eenvoudig af te meten. * Het cijfer geeft de afstand tussen de ~ middelste naaldstand en de geleidingsstreep aan.
/ Milimeter Inches Naaldplaat '- geleidingsstrepen 15 1 20 4/8" 15/8" 16/8" CD Middelste naaldpositie @ Stofrand/vouw ® Naaldplaat geleidingsstrepen Van naairichting veranderen, haakse hoek Om een haakse hoek van 1.6 cm te naaien, gaat u als volgt te werk. 1. Stop met naaien en plaats de naald in de stof als de voorzijde van uw stof de geleidingsstreep bij de schuifplaat bereikt heeft, zoals afgebeeld. 2. Zet het voetje omhoog en draai de stof tot de zijkant van de stof gelijk ligt met de 1.6 cm geleidingsstreep van de naaldplaat 3. Laat daarna het voetje weer op de stof zakken en naai verder in de nieuwe naairichting. CD Horizontale geleidingsstreep @ Persvoethevel
( ( = -"AA = 0·1·2· 3 ·4·5·6· C IL!JI ) @ = 0 . 1 . 2 . 3 . 4 C IL!JI ) ) G) = -"AA = 0·1·2·3·4·5·6· C C IL!JI ) ) @ o:='1· 2 · 3 · 4 C C IL!JI ) ) CID Zigzagsteek CD Steekkeuze @ Steekbreedte ® Steeklengte @ Bovendraadspanning ®Voet 3 1-6.5 0.5-3 3-5 A : Zigzagvoet De normale zigzagsteek is een van de meest gebruikte steken en wordt onder meer gebruikt voor het afwerken van stofranden, applicaties opnaaien, aannaaien van knopen, enz. Kantafwerksteek CD Steekkeuze @ Steekbreedte ® Steeklengte @ Bovendraadspanning ®Voet 3 5 1-2 3-7 C : Kantafwerkvoet Deze steek kunt u normaal voor alle geweven stoffen gebruiken om de stofranden af te werken. De doorn van de voet voorkomt dat de stof in elkaar rimpelt. U kunt ook een zoomrand hiermee verstevigen. Plaats de stofrand tegen het zwarte veerplaatje van de voet C en gebruik dit als geleiding om de stof netjes recht af te werken. 19
CD -.1\1 (C) 0 ·1·2·3·4·5·6· C c IL!JI ) ) CV I ~® CD -Al (C) 0·1·2·3·4·5·6· ( ( IL!JI } ) cv = 0 1 2 3 4 ( c IL!JI ) ) ® I ~ @) 20 Enkele overloeksteek CD Steekkeuze @ Steekbreedte ® Bovendraadspanning ®Voet 20 5 3-7 C : Kantafwerkvoet Leg de rand van de stof langs het zwarte veerplaatje van de kantafwerkvoet C. De doorn van de kantafwerkvoet voorkomt dat de stof in elkaar rimpelt. De veer zorgt ervoor dat de naald precies naast de stofrand steekt waardoor de stof goed wordt afgewerkt en rafelen voorkomt. Gestikte zigzag- tricotsteek / CD Steekkeuze 5 @ Steek breed te 3-6.5 ® Steeklengte 0.5-1.5 ® Bovendraadspanning 3-6 ® Voet C : Zigzagvoet Deze afwerksteek is zeer geschikt om de naadtoeslag van rekbare-en synthetische stoffen netjes af te werken. Deze steek is ook zeer geschikt om stopjes te maken en kleine scheurtjes te repareren.
111 111 CD 111 111 CD -.A/\1 c::::::l 0·1·2·3·4·5·6· C IL!JI ) ) @ I ~® CD -.A/\1 c::::::l 0·1·2·3·4·5·6· C C IL!JI ) @ I ~® Rechte stretchsteek CD Steekkeuze @ Steekbreedte ® Bovendraadspanning @Voet 24 ~ (E::J) 2-6 A : Zigzagvoet Deze steek is uitermate geschikt voor naden in rekbare stoffen en door de sterkte van de steek ook zeer geschikt voor het naaien van extra sterke naden zoals kruisnaden in broeken en elke naad waar veel trekkracht op uitgeoefend wordt. De machine naait twee steken naar voren en een steek naar achteren waardoor een drievoudige sterke steek gevormd word die niet eenvoudig zallos laten. Het verdient aanbeveling de stof te spelden of te rijgen voordat u begint met naaien.
Stretch naaisteek CD Steekkeuze 2 @ Steek breed te E::J ® Bovendraadspanning 3-6 @ Voet A : Zigzagvoet Steek nummer 2 is een smalle stretchsteek die speciaal ontworpen is om rimpelen en trekken van gebreide/ tricot stoffen te voorkomen. Voor een naadbreedte van 1.5 cm gebruikt u de stofgeleidingsstreep van de naaldplaat ter geleiding. Bij het naaien van dunne stoffen kunt u de persvoetstangdruk op 1 of 2 instellen. 21
CD --.;V\1 = 0·1· 2 ·3·4·5·6· C C IL!JI ) ) @ I ~ 6 9 7 8 22 Knoop aannaaien CD Steekkeuze 3 @ Steekbreedte 3-5 ® Bovendraadspanning 3-7 @ Transporteur verzinken ® Voet F : Cordonvoet Laat de transporteur verzinken. Plak de knoop met doorzichtig plakband op de gemarkeerde plaats op de stof. U kunt een speld boven op de knoop plaatsen om de knoop "op steelil aan te naaien. Voor u het voetje op de knoop laat zakken, test u eerst de zigzagbeweging van de naald. Let op dat de naald precies in de respectievelijke gaatjes steekt. Laat daarna de voet op de knoop zakken en druk de voetweerstand in. Naai ongeveer 10 steken en neem daarna de stof van de machine en knip op ongeveer 20 cm vanaf de knoop het garen van de boven-en onderdraad door.
Steek de draad terug door het oog van de knoop tot op de stof en trek daarna de draad stevig omhoog zodat de onderderdraad ook tussen de knoop en de stof verschijnt. Draai nu de naalddraad stevig rond het steeltje van de knoop en de onderdraad, in de andere richting en verknoop de beide draadeinden. ® Naalddraad (j) Onderdraad (spoeltje) ®Steeltje ®Stof
u = -Al CJ 0 ·1·2·3·4·5· 6 · Q) ( C IL!JI ) ) w o7'1 . 2 3 . 4 ( r leJI 1 ) G) I ~ 8 Automatisch knoopsgat w @ ® @ ® * * * * * Steekkeuze Steekbreedte Steeklengte Bovendraadspanning Voet BH 4-6.5 c::l 1-5 R: Automatische knoopsgatenvoet (R) De grootte van het knoopsgat wordt automatisch ingesteld door het inleggen van de te gebruiken knoop aan de achterkant van de automatische knoopsgatenvoet (R). In de knoopsgatenvoet (R) past een knoop tot maximaal 25 mm diameter. Naai om de instellingen aan uw wens aan te passen eerst een proefknoopsgat op een stukje van de te gebruiken stof en gebruik daarbij de gekozen vlieseline of andere versteviging . Teken de grootte van het knoopsgat af op de stof. Verstevig de stof bij rekbare-of stretchstoffen. [IJ Plaats de automatische knoopsgatenvoet (R) op de machine onder de voethouder. Laat de voethouder zakken en vastklikken op de pen van de voet.
® Voethouder (gleuf) (J) Pen [1] Trek de knoophouder naar achteren en plaats de knoop in de knoophouder. Druk daarna de knoophouder naar voren om de knoop te klemmen. ® Knoophouder Als de knoop extreem dik is, naai dan eerst een proefknoopsgat Als de knoop niet makkelijk door het knoopsgat gaat, dan kunt u de knoophouder iets verder uittrekken om het knoopsgat wat groter te naaien. ®Ruimte W Trek de knoopsgatenhevel naar beneden totdat hij niet verder kan. ® Knoopsgatenhevel 23
t~ t .. 24 [i] Leg de beide draden onder de voet door naar links. Plaats daarna de stof onder de voet en steek de naald op het startpunt in de stof. Laat vervolgens de voet op de stof zakken. * Let op dat er geen ruimte @ tussen de schuif @ en de veer @ is. Als er ruimte @ is zal de lengte van de beide rupsen nietgelijk zijn, zie afb.@. @ Markering voor het knoopsgat @Startpunt @Schuif @Mag geen ruimte tussen zitten @Veer ® Lengteverschil van de rupsen [[] Naai rustig en stop als het knoopsgat klaar is en de naald het startpunt heeft bereikt. * De voorste trens en de linker rups worden eerst genaaid. Daarna naait de machine de achterste trens en de rechter rups van het knoopsgat. []] Neem de stof van de machine en knip de beide draden, op ongeveer 10 cm lengte door. Trek met de onderdraad de naalddraad naar de onderzijde van de stof en knoop de beide draden.
[1] Steek een speld voor de trens in het knoopsgat en torn het knoopsgat open met behulp van het tornmesje. Let op dat u de rupsjes niet beschadigd. (Volgende knoopsgat naaien) lliJ Voor het naaien of herhalen van het knoopsgat van het volgende knoopsgat, moet u eerst de steekkeuzeknop (A) op reset draaien en vervolgens weer terug (B) naar de knoopsgatensteek. @ Steekkeuzeknop
B D ~I = ----0·1·2 3·4 ( ( /[!]/ ) ) u n + [ill Als u klaar bent met knoopsgaten naaien, druk dan de knoopsgatenhevel zo ver mogelijk naar boven. • Instellen van de steekdichtheid van het knoopsgat Schuif de steeklengteknop tussen 0.5 en 1.0 om de steekdichtheid van het knoopsgat in te stellen. Als de steekdichtheid van de linker-en rechterrups van het knoopsgat niet in balans staat, neemt u het accessoiresdoosje van de machine en verdraait u de steekbalansknop voor het knoopsgat. CD Als de steken van de linkerrups dichter op elkaar staan dan de rechter, draait u de steekbalans naar de 11 + 11 positie. @ Als de steken van de rechterrups dichter op elkaar staan dan de linker, draait u de steekbalans naar de 11 -11 positie. 25
CD ..,."." CD 0·1·2·3·4·5·6· C C IL!JI ) ) ~ o:'1·2·3·4 C c IL!JI ) ) ® 26 Knoopsgat met vulkoord CD Steekkeuze @ Steekbreedte ® Steeklengte @ Bovendraadspanning ®Voet BH 4-6.5 c::::::::l 1-5 R :Automatische knoopsgatenvoet [IJ Ga op de zelfde wijze te werk als bij het automatisch knoopsgat * Stel de steekbreedte in, afhankelijk van de dikte van het vulkoord. ® Zet de knoopsgatenvoet omhoog en haak het vulkoordje achter het neusje aan de achterkant van de voet. Trek nu de beide draadeinden van het koordje naar voren, onder de voet door. Haak nu beide uiteinden in de draadklem aan de voorzijde van de knoopsgatenvoet (R) om deze vast te klemmen. Steek de naald op het startpunt in de stof en laat de voet op de stof zakken. [l] Druk de voetweerstand in en naai vervolgens het knoopsgat. De beide rupsen en trensjes worden over het vulkoord genaaid.
Neem de stof onder de voet vandaan en knip alleen de boven-onderdraad door. ®Neusje (J) Bovendraad/naalddraad ® Onderdraad/spoeltje [[] Trek vervolgens aan de linkerkant het vulkoordje aan, totdat het vastzit in de trens. Steek de de draad met behulp van een stopnaald naar de onderkant van de stof en knip de draden door. * Om het knoopsgat open te tornen gaat u te werk als omschreven op blz. 24.
= -NI/ (C) 0·1·2·3·4· 5 ·6· c IL!JI ) ) W o:'1·2· 3 · 4 C C IL!JI ) ) ® I ~® ® 6 5 © j 1-I I I ®: I ® 6 Ritssluiting inzetten CD Steekkeuze @ Steekbreedte ® Steeklengte @ Bovendraadspanning ®Voet 1 C!::) 1.5-4 3-6 E : Ritssluitingvoet • Het plaatsen van de ritssluitingvoet Plaats het pennetje van de ritssluitingvoet in de gleuf van de voethouder * * Om de linkerkant van de rits te naaien bevestigt u de voet aan de rechterkant van de voetzool. Om de rechterkant van de rits te naaien bevestigt u de voet aan de linkerkant van de voetzool. CD Gleuf @Pen ® Als u de linkerkant naait. @ Als u de rechterkant naait. • Voorbereiden voor het naaien Maak de opening 1 cm groter dan de lengte van de ri tssl uiting.
CD Goede kant van de stof @ Grootte van de opening ® Grootte v/d ritssluiting @lcm ® Einde van de opening ®Glijder (j) Tanden van de ritssluiting ® Uiteinde van de ritssluiting Leg de goede kanten van de stof op elkaar en naai de rechte steek tot het begin van de opening van de ritssluiting.Druk de retourtoets in om de steken af te hechten. Verhoog de steeklengte tot 4.5 en naai de opening van de ritssluiting dicht, als rijsteek. ® 4.5 ( steeklengte) © Rechte steek @ Einde van de opening @ 2cm @ Afhechtsteek •Het naaien [IJ Vouw de linker zoomtoeslag terug. Vouw de rechter zoomtoeslag ongeveer 0.2 tot 0.3 cm terug. Plaats de tandjes van de ritssluiting tegen de vouw en speld deze vast. Bevestig de ritssluitingvoet met de pen aan de rechterkant, aan de voethouder. Laat vervolgens het voetje zakken op het startpunt van de ritssluiting, precies in de stofvouw en naast de tandjes.
[2] [lJ 6 @] 4 28 Ritssluiting inzetten, vervolg w Naai nu door alle stoflagen langs de tanden naast de vouw. Stop net voor de glijder van de ritssluiting. Laat de naald iets in de stof steken. Zet het voetje omhoog en maak de ritssluiting open. Laat opnieuw het voetje zakken en naai vervolgens het restant van de naad. CD Glijder @Scm w Sluit de ritssluiting en draai de stof over de rits naar rechts en leg de stof vlak, met de goede kant naar boven. Rijg de ritssluiting in de stof. ® Verkeerde kant van de bovenste stoflaag @)Rijgsteek ® Goede kant van de stof ® Uiteinde van de ritssluiting [IJ Bevestig de ritssluitingvoet met de linkerpen aan de voethouder. Naai nu langs de tandjes, door de stof en ritssluiting. Stop ongeveer 5 cm van de bovenkant van de ritssluiting. ffiJ Steek de naald iets in de stof en zet het voetje omhoog. Torn daarna de rijgsteek los en maak de ritssluiting open.
a::l _..,.." E::) CD 0·1·2·3·4·5·6· C IL!JI 2 ) 0 1 2 3 4 ( c IL!JI ) ) I ~ @ [IJ ® cv G) Rolzomen CD Steekkeuze 1 @ Steekbreedte G:) ® Steeklengte 1.5-4 ® Bovendraadspanning 3-6 ®Voet D: Zoomvoet [IJ Vouw de stof ongeveer 0.25 cm om, over een lengte van ongeveer 8 cm. ® 0.25 cm (]) 8 cm [2] Steek de naald in de stof aan het begin van de naad en laat vervolgens het voetje zakken. Naai 3 tot 4 steken terwijl u de onder-en bovendraad met de hand vasthoudt. []] Laat de naald in de stof zakken en zet de zoomvoet omhoog. Plaats dan de stofvouw in de krulveer van de zoomvoet. [IJ Laat het voetje zakken en naai vervolgens de zoomnaad, terwijl u de stof iets omhoog houdt. ffiJ Knip ongeveer 0.7 cm van de hoekjes weg om de hoekjes zonder verdikking te zomen. (Zie afb.) ® 0.7cm 29
co -.A/ C) 0·1·2·3·4·5·6· C C IL!JI ) 0 = 0 . 1 . 2 3 . 4 C C IL!JI ) ) Q) CD co -.A/ C) 0·1·2·3·4·5·6· C C IL!JI ) 0 Siersteken CD Steekkeuze @ Steekbreedte ® Steeklengte @ Bovendraadspanning ®Voet 10-15 3-3.6 0.5-1 1-4 F : Cordonvoet Voor een fijne siersteek op een dunne stof zoals chiffon, gebruikt u een enkele stoflaag, indien nodig verstevigd met Vlieseline of papier. Stretchsteken CD Steekkeuze @ Steekbreedte ® Bovendraadspanning @Voet 2,16-24 3-6.5 3-6 A : Zigzagvoet * De steeklengte is voorgeprogrammeerd als de stretchsteek wordt gekozen en is niet verstelbaar. De stof word heen en weer getransporteerd bij stretchsteken. Let op dat u de stof netjes in de naairichting geleidt. * Bij het naaien van gebreide/tricot of andere rekbare stoffen kunt u het best een stretchnaald gebruiken om het overslaan van steken te voorkomen. 31
3 = --.,;yy C> 0·1·2·3·4·5·6· C C IL!JI ) @ 32 Instellen van de steekbalans Als de stretchsteek-patronen op bepaalde soorten stof vervormd genaaid worden, dan kunt u dit corrigeren met de steekbalansknop. CD Steekbalansknop @Standaard instelling ® Merkpunt @Voorbeeld: Steek 21 Instellen van vervormde patronen [Al Als de steken te dicht in elkaar genaaid worden, draai de steekbalansknop in de richting " + " . rnJ Als de steken te ver uit elkaar genaaid worden, draai de steekbalansknop in de richting " - ". Smocksteek CD Steekkeuze 21 @ Steekbreedte 3-6.5 ® Bovendraadspanning 1-4 @ Voet A : Zigzagvoet Stel de steeklengte in op 4.5 en naai enkele naden naast elkaar op 1 cm onderlinge afstand tot de breedte van uw smockwerk. Als u de bovendraadspanning wat losser zet, gaat het aantrekken van de draad, voor het plooien van de stof, iets gemakkelijker. Verknoop de draden aan één kant.
C!) ~ C) O o1o2o3o4o5o6o C C ll!JI ) CV = 0 0 1 0 2 0 3 0 4 C C IUJI ) ) ® ~ C!) ~ C) O o 1 o2o3o4o5o6o CD ( C IL!JI ) cv o:='1°2°3° 4 ( ~ IL!JI 2 ) ® ~® I ~l~ 0 C!) ~ C) Oo1o2o3o4o5o 6 o ( ~ IL!JI ) cv I ~® I I I I I I I I I I I I ~ ~ 34 Schulpzoom CD Steekkeuze 6 CV Steekbreedte 5-6.5 ® Steeklengte 2-3 @ Bovendraadspanning 6-8 ® Voet F : Cordonvoet * Gebruik een dunne stof, zoals bijvoorbeeld tricot. Vouw de stof schuin op de draad. Stel de gewenste steekbreedte en steeklengte in. U kunt de bovendraadspanning iets verhogen, afhankelijk van de stof. Laat de naald net naast de stofvouw steken, aan de rechterkant. Als u rijtjes schulpzomen naast elkaar wilt naaien, laat dan ongeveer 1.5 cm ruimte tussen de naden. U kunt schulpzomen naaien in elke richting, op dunne of zijden stoffen.
36 = ~ ~ 0·1· 2 · 3 ·4·5·6· C C IL!JI ) 0 = 0 . 1 . 2 . 3 . 4 C c IL!JI ) ) G) I ~@ ) ) AJ = ~ ~ 0 · 1 ·2·3· 4 · 5 ·6· C c IL!JI ) 0 = ~ ~ 0·1·2·3·4·5·6· ( ~ leJI ) 0 o':'1 . 2 3 . 4 ( ~ leJI J ) ® I ~~J~ @ Genaaide schulpzomen CD Steekkeuze 11 @ Steekbreedte 3-6.5 ® Steeklengte 0.5-1 @ Bovendraadspanning 1-4 ® Voet F : Cordonvoet Sommige schulpzoomsteken zijn goed te gebruiken bij het attractief afwerken van de stofrand van kraagjes, zakken, tafelkleedjes en placemats. Om een kraag af te werken plaatst u Vlieseline tussen de stoflagen. Naai vervolgens op 0.1 cm langs de rand van de kraag, op de stof. Knip daarna de overtollige stofrand weg. Let op dat u niet in de draad knipt.
®1cm Elastiek innaaien CD Steekkeuze 19 @ Steekbreedte 5-6.5 ® Bovendraadspanning 3-6 @ Voet A : Zigzagvoet CD Steekkeuze 9 @ Steek breed te 5-6.5 ® Steeklengte 0.5-1.5 @ Bovendraadspanning 3-6 ® Voet A: Zigzagvoet Kies een van deze steken voor het opnaaien van elastiek. Markeer het elastiek in vier delen en speld deze op de stof vast aan de voor-en achterkant, linker-en rechterkant. Plaats de stof met het elastiek onder de voet en naai het elastiek, terwijl u de stof recht trekt, vast.
DJ 0][2] 3 2 4 ONDERHOUD VAN UW MACHINE Onderhoud van uw machine Alvorens u start met het onderhoud van uw machine controleert u eerst of de machine is uitgeschakelt. * Draai het handwiel naar u toe om de naald in de hoogste stand te plaatsen en schakel de machine uit voordat u de machine begint schoon te maken. * U wordt aangeraden om niets te demonteren, behalve wat op deze bladzijde beschreven wordt. * U hoeft deze machine nooit te oliën. * Plaats deze machine nooit in een vochtige ruimte, in direct zonlicht of bij de verwarming. * Maak de buitenkant van de machine schoon met een zachte doek en eventueel met een zachte zeep. Schoonmaken van de grijperbaan en de transporteur [IJ Verwijder het voetje en de naald. Verwijder de schroef aan de linkerkant van de naaldplaat met de meegeleverde schroevendraaier. W Verwijder vervolgens de naaldplaat en neem het spoelklosje uit de capsule.
W Til daarna de capsule iets omhoog uit de grijper. [IJ Borstel de stofrestjes en de draadjes eruit. ffiJ Maak de transporteur en grijperbaan met het kwastje schoon. [§] Gebruik een zachte, droge doek om dit voorzichtig schoon te maken. * U kunt ook een kleine stofzuiger gebruiken. Plaatsen van de capsule [IJ Plaats de capsule in de grijperbaan met de aanslag tegen de stopper. CD Stopper @Aanslag W Plaats het spoelklosje in de grijperbaan. W Zet de naaldplaat terug. Plaats de twee naaldplaatgeleiderpennen in de pasgaatjes op de naaldplaat Schroef de naaldplaat vast. @ Naaldplaatgeleiderpennen @ Pasgaten Vergeet niet na het schoonmaken om de naald en het voetje weer op de machine te bevestigen. 37
Storingskaart Probleem Vermoedelijke oorzaak Zie bladzijde Naalddraad breekt. 1. De naalddraad is niet goed ingeregen Zie blz. 12 2. De bovendraadspanning is te hoog Zie blz. 15 3. De naald is bot of verbogen Zie blz. 8 4. De naald is verkeerd geplaatst. Zie blz. 8 5. De bovendraad en de onderdraad zijn niet goed naar achteren onder het voetje gelegd, bij het beginnen met naaien 6. Het naaiwerk wordt niet naar achteren weggetrokken na afloop van Zie blz. 17 het naaien. 7. Het garen is te dik of te dun voor de naald. Zie blz. 8 Onderdraad 1. De onderdraad is niet goed ingeregen. Zie blz. 11 breekt. 2. Er zit vuil tussen de capsuleveer. Zie blz. 37 3. Het spoelklosje is beschadigd en draait niet goed. Spoelklosje vervangen 1. De naald is niet goed geplaatst. Zie blz. 8 2. De naald is verbogen of bot. Zie blz. 8 3. De naaldklemschroef is te los aangedraaid. Zie blz. 8 Naald breekt. 4.
De bovendraadspanning is te strak. Zie blz. 15 5. Het naaiwerk wordt niet naar achteren weggetrokken na afloop van Zie blz. 17 het naaien. 6. De naald is te dun voor de stof. Zie blz. 8 7. De steekkeuzeknop is gedraaid met de naald in de stof. Zie blz. 16 1. De naald is verkeerd geplaatst. Zie blz. 8 2. De naald is verbogen of bot. Zie blz. 8 3. Denaalden/of garen zijn niet geschikt voor de stof. Zie blz. 8 Overslaan van 4. Een stretchnaald (naald met blauwe kolf) wordt niet Zie blz. 8 gebru ikt bij het naaien van stretchstoffen, zeer fijne stoffen en synthetische stoffen. 5. De naalddraad is niet ingeregen. Zie blz. 12 6. De persvoetstangdruk is te laag Zie blz. 6 7. De verkeerde naald wordt gebruikt. Naald wisselen 1. De bovendraadspanning is te strak. Zie blz. 15 : 2. De bovendraad is niet goed ingeregen. Zie blz. 12 Rimpelen van de 3. De naald is te dik voor de stof. Zie blz. 8 naad.
4. De steeklengte is te groot voor de stof. Steeklengte kleiner instellen 5. De persvoetstangdruk is niet goed ingesteld. Zie blz. 6 1. De transporteur is vuil. Zie blz. 37 Stof wordt niet 2.
Storingskaart (vervolg) Probleem Vermoedelijke oorzaak Zie bladzijde Rimpelen. 1. De bovendraadspanning is te los. Zie blz. 15 2. De naald is te dik of te dun voor de stof. Zie blz. 8 De machine doet 1. De stekker zit niet in het stopcontact. Zie blz. 5 niets. 2. Een draad zit vast in de grijperbaan. Zie blz. 37 3. Het spoelwinderasje staat nog steeds in "spoelen" positie. Zie blz. 10 Patronen zijn l.De steekbalansknop is niet goed ingesteld. Zie blz. 32 misvormd. Automatisch 1. De steeklengte is niet geschikt voor de stof. Zie blz. 25 knoopsgat doet 2. Stretchstoffen werden niet verstevigd Zie blz. 23. het niet Machine maakt 1. De draad zit vast in de grijper. Zie blz. 37 lawaai. 2. Er zit vuil in de capsule of grijperbaan. Zie blz. 37 / 39
Hoe stel ik mijn millennium 24 super in voor gebruik met een tweelingnaald? de machine naait wel maar op de achterzijde geen zigzagsteek maar een rechte lijn. bovenspanning heb ik op stand 1 staan. wie spreekt hier een wijs woord?
Marry Verweij - 15 April 2025Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Lewenstein Millenium 24 Electronic stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Lewenstein
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine