Leica Diffusor Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Leica Diffusor (220 pagina’s), behorend tot de categorie Overige camera toebehoren. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 87 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Leica Diffusor of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/220
Anleitung, Instructions
Notice d’utilisation, Gebruiksaanwijzing
Istruzioni, Instrucciones
LEICA SF 58

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Leica
Categorie: Overige camera toebehoren
Model: Diffusor

Handleiding Leica Diffusor – volledige tekst

108Namen van de onderdelen 1 Flitser 1.1 Flitservoet meta kartelmoerb stuurcontactenc borgpennetje 1.2 Meetcel 1.3 Deksel van het batterijvak 1.4 Draai- en neigbare zoomkop meta ontgrendelknop 1.5 Hoofdreflector meta groothoekdiffusorb reflectiekaart 1.6 Slave-Sensor 1.7 Hulpreflector 1.8 Autofocusmeetlicht 1.9 USB-aansluiting 1.10 Aansluitbus voor externe voeding 1.11 Monitor 1.12 Hoekaanduidingen voor het neigen1.13-1.14 Insteltoetsen 1.15 Insteltoets, dient ook als aanduiding van de flitscontrole 1.16 Insteltoets, dient ook als flitsparaataanduiding en (behalve voor demenusturing) als ontspanknop voor een proefflits 1.17 Hoofdschakelaar

111nederlands Basisinstellingen. 136 Omschakeling van m naar ft. 136Beep-functie. 136 Vergrendeling van de toetsen. 137 Instellicht. 137Gebruik als tweede flitser. 138Toebehoven. 139Onderhoud en verzorging. 139Update van de firmware. 139Reset. 139 Formeren van de flitsercondensator. 139Troubleshooting. 140 Technische gegevens. 142 Leica Akademie. 143in het internet. 143 infodienst. 143 klantenservice. 143Deze handleiding werd op 100 % chloorvrij gebleekt papier gedrukt, waarvande hoogwaardige fabricage het water ontlast en daarmee het milieu spaart. Milieuvriendelijk afvoeren elektrische enelektronische apparatuur(geldt voor de EU en overige Europese landen met gescheiden inzameling)Dit toestel bevat elektrische en/ of elektronische onderdelen enmag daarom niet met het normale huisvuil worden meegegeven.

In plaats daarvan moet het voor recycling op door de gemeentenbeschikbaar gestelde inzamelpunten worden afgegeven. Dit isvoor u gratis. Als het toestel zelf verwisselbare batterijen of accu’s bevat, moeten deze voorafworden verwijderd en evt. volgens de voorschriften mi-lieuvriendelijk wordenafgevoerd. Meer informatie over dit onderwerp ontvangt u bij uw gemeentelijke instantie,uw afvalverwerkingsbedrijf of de zaak waar u het toestel hebt gekocht.

112VoorwoordGeachte klant,Leica bedankt u voor het aanschaffen van de systeemflitser LEICA SF 58 en feli-citeert u met deze beslissing. Met deze flitser heeft u de beste keuze voor uw Leica camera gedaan. Wij wen-sen u veel plezier en succes met uw nieuwe flitser. Om de prestaties van uw LEICA SF 58 ten volle uit te kunnen buiten, raden wij ugraag het lezen van deze gebruiksaanwijzing aan. Te gebruiken camera‘sDe LEICA SF 58 is speciaal voor de Leica-Modellen uit de R- en M-reeksen ont-wikkeld die 1. met een Through The Lens (door het objectief heen) interne flitsmeting uit-gerust zijn en 2. een digitale interface voor de overdracht van de gegevens en stuursignalentussen camera en flitser in overeenstemming met de SCA 3502 standaardbezitten. De overeenkomende modellen zijn: LEICAR 8, LEICA R 9, LEICA M 6 TTL, LEICAM 7, LEICA M 8 en de LEICA M 8. 2.

Vanzelfsprekend kan de LEICA SF58 ook op andere Leica R- en M-modelleningezet worden, inclusief de modellen LEICA R 5, LEICA R 6, LEICAR 6. 2, LEICA R 7, die weliswaar ook over TTL-meting beschikken, maar die een analo-ge interface volgens de SCA 352 standaard bezitten. Daarvoor bezit hij eeneigen meetcel en een automatische sturing met keuze uit zes diafragmawaar-den. Bovendien staat er een met de hand in te stellen functie ter beschikking. Aanwijzing: De beschrijvingen in deze gebruiksaanwijzing beperken zich uitsluitend tot hetgebruik van de LEICA SF 58 op en met Leica camera’s. Het gebruik van de LEICA SF 58 op camera’s van andere fabrikanten kan echterslechts onder voorbehoud worden aanbevolen. Zo kan het voorkomen, dat bijgelijk geplaatste, maar van afwijkende elektrische waarden voorziene contact-punten in de flitsschoen van andere camera’s er een incompatibele verbindingontstaat.

Daardoor kan één of kunnen zelfs beide apparaten schade oplopen. Leica sluit daarom een verdergaande aansprakelijkheid, in het bijzonder voorschades die niet aan de flitser zelf ontstaan zijn, uit.

Aanwijzing:In deze gebruiksaanwijzing worden in principe alleen de functies en instellin-gen van de flitser zelf beschreven. Bovendien wordt aangegeven: a. met welke camera’s deze ter beschikking zijn enb. welke instellingen daarbij op de te gebruiken camera’s nodig, c. q. mogelijkzijn. De uiteenzettingen met betrekking tot de LEICA MP staan daarbij als voorbeeldvoor alle camera’s zonder gegevensoverdracht, c. q. stuursignalen tussen flitseren camerahuis, onafhankelijk ervan, of de flits van de LEICA SF 58 via een flits-schoen met middencontact, dan wel via een kabelverbinding wordt ontstoken. Verdere details met betrekking tot de instellingen op de camera’s in combinatiemet de flitsfunctie vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzingen van diecamera’s.

113nederlandsVeiligheidsaanwijzingen• De flitser is uitsluitend voor het gebruik in het fotografische bereik gemaakten toegelaten. • De flitser mag alleen samen met een in de camera ingebouwde flitser wordengebruikt als deze geheel uitgeklapt kan worden. • In de omgeving van ontvlambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplosmid-delen e. d. ) mag in geen geval een flits worden ontstoken. GEVAAR VOOR EXPLOSIE. • Flits niet rechtstreeks van dichtbij in de ogen. Rechtstreeks in de ogen vanmens of dier flitsen kan leiden tot beschadiging van het netvlies en zwaregezichtsstoringen, tot zelfs blindheid toe, veroorzaken. • Auto- en buschauffeurs, treinbestuurders, motorrijders en fietsers enz. nooittijdens het rijden flitsen. Door het verblindende effect kan de bestuurder/rijdereen ongeval krijgen, dan wel veroorzaken. • Bescherm uw flitser tegen grote hitte en hoge luchtvochtigheid.

Bewaar hembijvoorbeeld niet in het handschoenvak van de auto. • Stel de flitser niet bloot aan drup- of spatwater (bijv. regen). • Bij snelle temperatuurwisselingen kan vocht neerslaan (condensatie). Laat hetapparaat acclimatiseren. • Raak na meervoudig flitsen het flitservenster niet aan. Gevaar voor verbran-ding. • Als u de flits ontsteekt mag er zich geen materiaal dat licht niet doorlaat directvoor of op het flitservenster bevinden. Het kan anders vanwege de soms hogewarmteontwikkeling tot verbranding van dat materiaal of vlekvorming op hetflitservenster leiden. • Bij serieflitsen met vol vermogen en de korte flitsvolgtijden, in het bijzonderbij voeding uit NC-/NiMH-accu’s, moet u er op letten dat u telkens na 15 flitseneen pauze van minstens 10 minuten inlast. Daardoor vermijdt u overbelastingvan het apparaat.

De flitser beschermt zichzelf tegen oververhitting door deflitsvolgtijd automatisch te verlengen. • Haal de flitser niet uit elkaar. HOOGSPANNING. Laat reparaties alleen dooreen gekwalificeerde service uitvoeren. • Als het flitserhuis zo zeer beschadigd zou raken dat zijn ingewanden vrij toeg-ankelijk zijn, mag de flitser niet meer worden gebruikt. Neem debatterijen/accu’s uit. • Raak de elektrische contacten van de flitser niet aan. • Gebruik alleen de in deze gebruiksaanwijzing aangegeven en toegelaten bat-terijen/accu’s. • Batterijen en accu’s niet open maken of kortsluiten. • Stel batterijen/accu’s niet bloot aan hoge temperaturen zoals aan intensievezonnestraling, vuur of dergelijke. • Neem verbruikte batterijen/accu’s onmiddellijk uit de flitser. Uit verbruiktebatterijen kunnen chemicaliën lekken (het zogenaamde ‚uitlopen‘) en totbeschadiging van het apparaat leiden.

114VoorbereidingenVoedingTe gebruiken batterijen/accu‘sDe LEICA SF 58 kan naar keuze worden gevoed uit:• 4 NC-accu‘s 1,2 V, type IEC KR6 (AA / penlight), deze bieden zeer korte flits-volgtijden en zijn spaarzaam in het gebruik omdat ze herlaadbaar zijn;• 4 Nikkel-Metaahydride accu’s 1,2 V, type IEC HR6 (AA / penlight), duidelijkhogere capaciteit dan NC-accu’s en minder schadelijk voor het milieu, omdatze geen cadmium bevatten;• 4 Alkalimagaanbatterijen 1,5 V, Typ IEC LR6 (AA / penlight), niet op te ladenvoedingsbron voor gematigde prestaties;• 4 Lithiumbatterijen 1,5 V, Typ IEC FR6 (AA / penlight), niet op te laden voe-dingsbron met grote capaciteit en geringe zelfontlading. Aanwijzingen:• Nieuwe en gebruikte batterijen/accu’s of met verschillende capaciteit of vanverschillende fabrikanten moeten niet samen worden gebruikt. • Kou reduceert de prestaties van batterijen/accu’s.

Draag bij lage temperaturende flitser zo dicht mogelijk tegen uw lichaam en voorzie hem van verse bat-terijen/accu’s. • De batterijen/accu’s zijn leeg, c. q. verbruikt als de flitsvolgtijd (de tijd tusseneen flits op vol vermogen bijv. bij M) tot het opnieuw oplichten van de flitspa-raataanduiding (1. 16) meer dan 60 seconden gaat duren. • Als de batterijen/accu’s deels ontladen zijn, kan na een serie van meerdere flit-sopnamen achter elkaar de tijd tot het opnieuw oplichten van de hernieuwdeflitsparaatheid iets langer worden. Na een korte pauze, als de batterijen/accu’szich ‚hersteld‘ hebben kan in de regel verder worden gefotografeerd. • Neem, als u de flitser gedurende een langere tijd niet gebruikt, s. v. p. de bat-terijen/accu’s uit het apparaat. Inleggen en verwisselen van de batterijen/accu‘s1. Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar (1.

17) uit (zie daarvoor ook: ‚In- enuitschakelen van de flitser’, bladz. 116);2. schuif het deksel van het batterijvak (1. 3) naar beneden en klap het open;3.

leg de batterijen/accu’s in de lengte, in overeenstemming met de symbolenaan de binnenzijde van het deksel van het batterijvak in. Belangrijk:Verkeerde poling (d. w. z. verkeerd ingezette batterijen/accu’s) kunnen het appa-raat vernielen. Gevaar voor explosie bij ondeskundig verwisselen van de bat-terijen/accu‘s. 4. Sluit het deksel van het batterijvak door het dicht te klappen en naar bovente schuiven.

115nederlandsHet afvoeren van batterijen/accu‘sVerbruikte batterijen/accu’s horen niet in het huisvuil: ze bevatten voor hetmilieu schadelijke stoffen. Lever ze bij de handel in om ze te laten recyclen,geef ze af als klein chemisch afval of bij de speciale verzamelpunten.Gebruik s.v.p. bij het teruggeven van verbruikte batterijen/accu’s de hier inNederland overal aanwezige terugneemsystemen.Voor Nederland geldt:Als verbruiker bent u verplicht, gebruikte batterijen/accu’s in te leveren.U kunt ze overal afgeven waar ze ook verkocht worden, evenals bij de open-bare verzamelpunten in uw stad of gemeente.Deze tekens vindt u op batterijen/accu’s die schadelijke stoffen bevatten: Pb = batterij/accu bevat lood Cd = batterij/accu bevat cadmium Hg = batterij/accu bevat kwik Li = batterij/accu bevat lithium

116 Opzetten / afnemen van de LEICA SF 58Aanwijzing:Schakel in principe flitser en camera vóór het opzetten/afnemen uit (zie hier-voor de volgende paragraaf). Opzetten1. Draai de kartelmoer (1. 1a) tot de aanslag naar boven tegen de flitser. Hetborgpennetje (1. 1c) is nu geheel in de voet van de flitser (1. 1) verzonken;2. schuif de flitser met zijn voet tot de aanslag in de flitsschoen van de camera;3. draai de kartelmoer tot de aanslag naar beneden tegen de flitsschoen van decamera en klem daardoor de flitser vast. Aanwijzing:Bij camerahuizen met een flitsschoen die geen borggat heeft, verzinkt hetverende borgpennetje in de voet van de flitser zodat het oppervlak van de flits-schoen niet wordt beschadigd. Afnemen1. Draai de kartelmoer (1. 1a) tot de aanslag naar boven tegen de flitser;2. schuif de flitser uit de flitsschoen van de camera.

In- en uitschakelen van de LEICA SF 58De LEICA SF 58 wordt via zijn hoofdschakelaar (1. 17) in- en uitgeschakeld. Schuif, om de flitser in te schakelen, de schakelaar naar rechts in de ‚ON‘ stand;om hem uit te schakelen naar links. Als de batterijen/accu’s voldoende capaciteit hebben, licht de flitsparaataandui-ding (1. 16) na ong. 5 sec. op. Tegelijkertijd klinkt – voor zover de functie is geac-tiveerd – een akoestisch signaal (zie daarvoor ook: ‘Beep-functie’, bladz. 136). Het juist functioneren van de flitser kan dan, door op deze als flitsontspannerwerkende toets te drukken, worden getest. De volgende oplaadtijden zullenniet langer dan ong. 0,5 – 3,5 seconden bedragen. Zou de aanduiding van de flitsparaatheid pas veel later of helemaal niet oplich-ten, dan moeten de batterijen/accu’s door verse, c. q. opgeladen exemplaren wor-den vervangen.

Als er ook dan geen reactie volgt kan dat daaraan liggen, dat decontacten van de voeding of die in de flitser vervuild zijn. In dat geval moetendeze, met een schone, droge en niet pluizende doek, schoongemaakt worden.

Aanwijzingen:• Bij de LEICAR 8/R 9, alsook bij de LEICA M 6 TTL-, M 7- en M 8-modellen wordtde flitsparaatheid tegelijkertijd ook in hun zoeker aangegeven. • Is de flitser (nog) niet opgeladen, dan schakelen de Leica-modellen metTTL–sturing automatisch om en werken ze in de erop ingestelde functie alsofer geen flitser op aanwezig is. • Als de LEICA SF 58 niet op de LEICAR 8 / R 9, de LEICA M 6 TTL-, M 7- of de M 8-modellen is gezet, c. q. als deze camera’s niet ingeschakeld en van stroomvoorzien zijn, dan licht de aanduiding van flitsparaatheid van de flitser (1. 16) alleen op als op de flitser of is ingesteld. • Als de flitser gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, moet hij in principealtijd via zijn hoofdschakelaar worden uitgeschakeld en is het ‘t beste, dat devoeding (batterijen/accu’s) er uit worden genomen. MA.

117nederlandsAutomatische uitschakeling van het apparaatDe LEICA SF 58 kan zo worden ingesteld, dat hij ong. 2 of 10 minuten • na het inschakelen;• na het ontsteken van een flits;• na het aantippen van de ontspanknop op de camera;• na het uitschakelen van het belichtingssysteem van de cameranaar de functie ‚Stand-by‘ omschakelt om energie te sparen en de voedings-bronnen tegen onbedoeld ontladen te beschermen. Bij geactiveerde automati- sche uitschakeling van het apparaat wordt in de monitor het symbool aan-gegeven.Als de flitser naar de functie stand-by omschakelt, doven de aanduidingen vanflitsparaatheid (1.16) en de aanduidingen in de monitor. De het laatst gebruikteinstellingen blijven na de automatische uitschakeling behouden en zijn na hetherinschakelen onmiddellijk weer ter beschikking. De flitser wordt door op een willekeurige toets te drukken, c.q.

door het aantip-pen van de ontspanknop op de camera weer ingeschakeld (Wake-Up-functie).Het instellen van de functie (zie daarvoor ook ‚Menusturing / instellen vande functies’, bladz. 118). 1. Kies in het menu ‚Basisinstellingen‘ het menupunt en daarin 2. de gewenste functie 2 min 10 min., ., of OFF In de fabriek werd de flitser op 10 min. ingesteld.StandbyMenuMonitorverlichtingTelkens als u de eerste keer op de toetsen 1.13, 1.14 of 1.15 op de flitser drukt,wordt de verlichting van de monitor gedurende ong. 10 sec. ingeschakeld. Bijhet ontsteken van een flits door de camera of door de ontspanknop (1.16) opde flitser, wordt die verlichting uitgeschakeld.

118Menusturing / instellen van de functiesAlle instellingen op de LEICA SF58 vinden via menu’s met behulp van de 4toetsen 1. 13, 1. 14, 1. 15 en 1. 16 onder de monitor (1. 11) plaats. Deze toetsenhebben bij de verschillende instelstappen verschillende functies. In de monitor, direct boven de toetsen wordt steeds hun dan dienende functieaangegeven. In de uitgangspositie, na het inschakelen van de flitser, zijn dit: – (1. 13): menu van de functies; – (1. 14): menu van de opnameparameters; – (1. 15): menu van de basisinstellingen; – „ “ (1. 16): handontspanknop (voor een proefflits). Menu van de functies Na het oproepen van het menu door twee maal te drukken op de -toets1(eerste stap), verschijnt in de monitor een lijst van de ter beschikking staandeflitserfuncties, waarbij de geactiveerde functie door een zwarte balk geken-merkt wordt. Tegelijkertijd wisselen de toetsen hun functie:(1.

13), (1. 14): voor het kiezen van de functie in de lijst (tweede stap)Aanwijzing:De lijst is geen ‚eindloze lus‘, dat betekent dat op het bovenste punt kan alleen de toets , op het onderste punt alleen de toets gebruikt worden. (1. 15), (1. 16): om de keuze van een functie te bevestigen en hetactiveren van de gekozen functie (derde stap, beidetoetsen zijn te gebruiken). De aanduiding in de monitor keert naar de uitgang-spositie terug. SetModeMenuSetModeMenu van de opnameparameters Na het, door tweemaal te drukken op -toets1(eerste stap), oproepen vanhet menu verschijnt in de monitor de eerste van de veranderbare parameters. Tegelijkertijd wisselen de toetsen hun functie:(1. 14): voor het kiezen van de gewenste parameter door er eventueelmeerdere malen op te drukken (tweede stap). (1. 15), (1. 16): voor het verkleinen, c. q vergroten van de parame-ter waarden (derde stap)(1.

119nederlandsMenu van de basisinstellingen Na het oproepen van het menu door tweemaal te drukken op -toets1(eerste stap) verschijnt in de monitor de eerste van de veranderbare parame-ters.Tegelijkertijd wisselen de toetsen hun functie: (1.13), (1.14): a. voor het kiezen van de basisinstellingen in de lijst(tweede stap’,alsmedeb. voor het kiezen van de gewenste functievariantbinnen de gekozen basisinstelling (vierde stap).Aanwijzing:Zowel de lijst van de basisinstellingen, als ook de twee functievarianten metmeer den twee instellingen zijn geen ´eindloze lussen´, dat betekent dat aan de bovenste punten alleen de toets , aan de onderste alleen de toets kan worden gebruikt.

120De reflectoren/flitstechniekenDe LEICA SF 58 bezit twee reflectoren, de hoofd- en een hulpreflector. De hoofdreflector (1. 5) is als draai- en neigbare, gemotoriseerde zoomkop uit-gevoerd. Hij is bovendien met een 18 mm diffusor en reflectiekaart uitgerust. De hulpreflector (1. 7) kan worden ingeschakeld, zijn vermogen kan wordengeregeld. HoofdreflectorDraaien en neigen voor indirect flitsenIn zijn ruststand is de zoomkop (1. 4) voor de veiligheid tegen onbedoeld ver-stellen vergrendeld. Door drukken en vasthouden van de ontgrendelknop 1.

4akan hij voor indirect flitsen getrapt in verschillende klikstanden worden gedra-aid en/of geneigd worden:Draaien (horizontaal): 30° / 60° / 90° / 120° / 150° / 180° tegen de wijzers van de klokin30° / 60° / 90° / 120° in de richting van de wijzers van deklok Neigen (verticaal): 7° naar beneden45° / 60° / 75° / 90° naar bovenDoor indirect te flitsen wordt het onderwerp zachter verlicht en worden duide-lijk harde schaduwen verzacht. Bovendien wordt de natuurkundig bepaaldelichtafval van voor- naar achtergrond verminderd. Om kleurzweem te vermijden moet het aangestraalde reflectievlak (bijv. pla-fond of wand) neutraal van kleur, c. q. wit zijn. Voor frontale opheldering kan alsextra de hulpreflector worden geactiveerd (zie: ‘Hulpreflector voor indirect flit-sen’, bladz. 122).

Om er voor te zorgen dat er geen rechtstreeks licht uit de hoofdreflector op hetonderwerp valt, moet de hoek bij het neigen minstens 60° bedragen. In het dichtbijgebied en bij macro-opnamen kan, vanwege de parallax tussenflitser en cameraobjectief aan de onderrand van het beeld schaduw optreden. Om dit te voorkomen kan de zoomkop met een hoek van 7° naar benedengeneigd worden. Als de zoomkop naar beneden is geneigd, wordt, als aanwijzing daarvoor, in demonitor ‚TILT’ aangegeven. Bij verdraaide of geneigde zoomkop vindt er geen aanduiding van de reikwijdteplaats, berhalve wanneer hij in de 7° naar beneden gerichte stand staat.

Aanwijzingen voor dichtbijopnamen:• Let er bij opnamen van dichtbij op, dat bepaalde minimale flitsafstanden aan-gehouden moeten worden om een te ruime belichting te vermijden. De mini-male flitsafstand bedraagt ong. 10 % van de in de monitor aangegeven reik-wijdte. • Let er ook op, dat het flitslicht niet door het objectief afgeschaduwd wordt,wat vooral optreedt bij langere modellen zoals tele- of telezoomobjectieven. Motorische zoomverstellingAls zoomstanden staan 24, 28, 35, 50, 75, 90 en 105 (brandpuntsafstand in mm*)ter beschikking. * De aangegeven waarde van de brandpuntsafstand heeft betrekking op het kleinbeeld-formaat (24 x 36 mm). Bij camera’s met een kleiner formaat kunnen, op grond van deeffectief kleinere beeldhoeken soms ook opnamen gemaakt worden met in de hoofd-reflector instellingen op kortere brandpuntsafstanden dan die welke in de monitor wor-den aangegeven.

ten opzichte van de brandpuntsafstand van het objectief. Voorbeeld: met een LEICA M 8 / M 8. 2 en een f = 21 mm objectief wordt met de 24 mm reflectorstandeen perfecte uitlichting van het onderwerp verkregen.

121nederlandsAutomatische verstellingAls het gebruikte objectief over die betreffende identificatie beschikt en dezeidentificatie door de camera naar de LEICA SF 58 wordt overgebracht, (zie debetreffende gebruiksaanwijzingen), past de stand van de reflector zich automa-tisch aan de brandpuntsafstand van het objectief aan. De flitser wordt telkensbij iedere inschakeling – en nadat de camera door het aantippen van zijn ont-spanknop van stroom wordt voorzien – in principe op automatische verstellingingesteld. Dit geldt eveneens in het geval van de LEICA M 8 / M 8. 2-modellen met hun, tenopzichte van kleinbeeld, kleinere beeldformaat. Dit wordt bij de automatischeverstelling in acht genomen. Voorbeeld: met een f = 21 mm objectief wordt dehoofdreflector dan in zijn ‘28’ stand gezet. In de monitor van de flitser worden ‘Azoom‘ en de reflectorstand aangegeven.

Verstellen met de handOf er nu wel of geen digitale overdracht van gegevens tussen camera en flitserplaats heeft gevonden (bijv. vanwege een objectief zonder identificatie) kan dehoofdreflector ook met de hand worden ingesteld. In de monitor van de flitser worden dan ‚MZoom‘ en de ingestelde reflector-stand aangegeven. Instellen (zie doorvoor ook ‚Menusturing / instellen van de functies‘, bladz. 118) 1. Kies in het menu opnameparameters het menupunt ,Zoom’ en2. daar de gewenste waarde. De instelling treedt onmiddellijk in werking. SetZachtere verlichting In de ‚SOFT ‘ functie wordt de brandpuntsafstand van de hoofdreflector tenopzichte van de brandpuntsafstand van het objectief één stap lager gezet. Dedaaruit resulterende, grotere verlichtingshoek zorgt in ruimten voor extra strooilicht (reflecties) en daarmee voor een zachtere flitslichtverlichting.

Het instellen van de functie (zie doorvoor ook ‚Menusturing / instellen vande functies‘, bladz. 118). 1. Kies in het menu ‚Basisinstellingen‘ (menu) het menupunt ‚SOFT ’ en2. daar of u de functie aan: ‘SOFT ON’ of uit: ‘SOFT OFF’ wilt zetten. Bij geactiveerde ‚SOFT ‘ functie wordt in de monitor, behalve de brandpunt-safstand (2. 12) ook ‘ASoft‘ of ‘MSoft‘ (2. 11, afhankelijk van de ingestelde func-tie) aangegeven. Het systeem bepaalt, dat de ‚SOFT ‘ functie voor objectieven met brand-puntsafstanden vanaf 28 mm worden ondersteund.

122GroothoekdiffusorDe LEICA SF 58 bezit een ingebouwde groothoekdiffusor. Daarmee kunnenbrandpuntsafstanden vanaf 18 mm worden uitgelicht. In de ruststand zit de diffusor (1. 5a) ingeschoven in de kop van de hoofdreflec-tor (1. 5). Als hij moet worden gebruikt schuift u hem er naar voren toe tot deaanslag uit en laat u hem los. Hij klapt dan uit zichzelf naar beneden. De hoofdreflector wordt daarbij automatisch in de 24 mm stand gezet. In demonitor worden de zoom- (op 18 [mm], 2. 12) en afstandswaarden (2. 5) overeenkomstig gecorrigeerd. Als de diffusor niet meer moet worden gebruikt, klapt u hem 90° naar boven enschuift u hem helemaal in. Aanwijzing: De hoofdreflector wordt, nadat u er de diffusor voorgeschoven heeft, pas danweer op de correcte brandpuntsafstand ingesteld (die van het op de camerageplaatste objectief, c. q.

de daarop ingestelde brandpuntsafstand), als deoverdracht van gegevens tussen camera en flitser door het aantippen van deontspanknop op de camera, plaats heeft gevonden. In overeenstemming daarmee is dan ook pas weer de aanduiding van de correcte brandpuntsafstand in de monitor van de flitser mogelijk. Reflectiekaart voor indirect flitsen De LEICA SF 58 bezit een ingebouwde reflectiekaart. Daarmee kan bij indirectflitsen van personen spitslichtjes in de ogen worden verkregen. In de ruststand bevindt de reflectiekaart (1. 5b) zich boven in de kop van dehoofdreflector (1. 5). Als hij gebruikt moet worden, moet 1. De kop van de reflector 90° naar boven worden geneigd;2. de reflectiekaart samen met de groothoekdiffusor (1. 5a) tot de aanslag naarvoren worden uitgetrokken;3. de reflectiekaart vastgehouden worden, en4. de diffusor terug in de kop worden geschoven.

Het inzetten van de hulpreflec-tor is in principe alleen in die gevallen slechts zinvol, daarom wordt hij dan ookniet ontstoken als de hoofdreflector in de ruststand staat, ook niet als de func-tie geactiveerd zou zijn. Als de hoeveelheid licht uit de hulpreflector te groot is kan die hoeveelheidworden verminderd. Het instellen van de functie (zie daarvoor ook ´Menusturing / Instellen vande functies´, bladz. 118) 1. Kies in het menu Basisinstellingen het menupunt ‘ ’ en 2. daar of u de functie aan of uit ‚ OFF‘ alsook 3. welk vermogen u hem wenst te geven, ‚ 1/1‘ (vol vermogen), ‚ 1/2’ (half vermogen) of ‚ 1/4’ (een kwart vermogen). Bij geactiveerde hulpreflector wordt het symbool in de monitor getoond.

123nederlandsAanduidingen in de monitorAanduiding van flitsparaatheidZodra de flitscondensator is opgeladen licht op de LEICASF58 de aanduidingvoor flitsparaatheid (1. 16) op, waarmee aangegeven wordt, dat de flitser klaarstaat. Dat betekent dat voor de eerstvolgende opname flitslicht kan wordengebruikt. Het paraatheidssignaal wordt ook aan de cameramodellen LEICA R 8 / 9,LEICA M 8 / 8. 2, LEICA M 7 en LEICA M 6 TTL overgebracht en zorgt in hun zoekersvoor een overeenkomstig symbool. Als u een opname maakt alvorens in de zoeker van de camera de aanduidingvan flitsparaatheid verschijnt, wordt er geen flits ontstoken en kan de opnameonder bepaalde omstandigheden onderbelicht worden als de camera al naarde flitssynchronisatietijd is omgeschakeld. Aanduiding van de belichtingscontroleAls aanduiding van de belichtingscontrole dient het rood oplichten van detoets 1. 15.

Deze licht alleen op als de opname in de TTL-, c. q. de automatisch-flitsenfunctie goed werd belicht**. Als hij na de opname niet oplicht, werd de opname te krap belicht en moetdeze worden overgemaakt met de dichtstbij liggende, grotere diafragmaope-ning, dat is een lagere diafragmawaarde (bijv. diafragma 8 in plaats van 11) enof een kortere afstand tot het onderwerp of het reflecterende vlak (bij indirectflitsen). Let daarom steeds op de aanduiding van de reikwijdte van de flits in demonitor van de flitser. ** De aanduiding in de zoeker van de LEICA M 8 / M 8. modellen werkt principieel alleen2als aanduiding dat de flitser paraat is, niet echter als aanduiding van de belichtings-controle.

Aanduiding van de reikwijdteIn de monitor van de LEICA SF 58 wordt óf de waarde voor de maximale reik-wijdte van het flitslicht aangegeven (bij de TTL- en A-flitsfuncties) óf de afstandwaarbij het flitslicht het onderwerp correct verlicht wordt (bij de met de hand inte stellen flitsfuncties).

De aangegeven waarde heeft betrekking op een reflec-tiegraad van 25 % van het onderwerp, zoals dat voor de meeste flitsopnamengeldt. Sterke afwijkingen van die reflectiegraad, bijv. bij zeer sterk of zeer zwakreflecterende onderwerpen, kunnen de reikwijdte beïnvloeden. In de TTL- en de automatisch-flitsenfunctie is het ‘t beste, dat het onderwerpzich in het midden van een derde van de aangegeven afstand bevindt. Daar-mee wordt de elektronica voldoende speelruimte voor een goede flitsbelichtinggeboden. De minimale flitsafstand tot het onderwerp mag niet korter wordendan 10 % van de aangegeven waarde, om overbelichting te vermijden. Aanpassing aan de betreffende opnamesituatie kan bijv. door het veranderenvan de diafragmawaarde worden bereikt. In de met de hand in te stellen flitsfunctie M kan de aanpassing aan de heer-sende opnamesituatie bijv.

door het veranderen van de diafragmawaarde aanhet objectief en/of de keuze tussen vol vermogen en een deelvermogen ‘P’worden bereikt. De reikwijdte /afstand kan naar keuze in meters of in feet plaatsvinden (zie. ‘M-ft-omschakeling‘, bladz. 136). Bij gedraaide en/of geneigde hoofdreflector en in deslaaffunctie verschijnt er geen aanduiding van de reikwijdte- of de flitsafstand. Als de hoofdreflector 7° naar beneden wordt geneigd, blijft de aanduiding vande reikwijdte behouden.

124Automatische aanpassing van de aanduiding van de reikwijdteDe camera’s geven de flitsparameters (bijv. die voor de lichtgevoeligheid ISO,diafragmawaarde en correcties op het omgevingslicht) door naar de flitser. Deflitser past daardoor zijn instellingen automatisch aan. Uit de flitsparametersen het richtgetal wordt de maximale reikwijdte berekend en in de monitor aan-gegeven.Hiervoor moet tussen camera en flitser een uitwisseling van gegevens plaatshebben gevonden, bijv.

door het aantippen van de ontspanknop op de camera!FlitssynchronisatieAutomatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd Afhankelijk van het type camera en de op die camera ingestelde belichtings-functie wordt bij het bereiken van de flitsparaatheid de belichtingstijd naar deflitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruiksaanwijzing van decamera).Kortere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd kunnen niet worden ingesteld (behalve in de flitsfuncties -HSS en -HSS, zie ‚HSS-synchro-nisatie bij korte belichtingstijden‘, bladz. 135), c.q. worden naar de flitssynchro-nisatie omgeschakeld.

Daarentegen kunnen langere belichtingstijden dan deflitssynchronisatietijd, afhankelijk van de op de camera gekozen belichtings-functie, zeer wel worden gebruikt.Aanwijzingen:•.De LEICA R 9 werkt in de programautomatiek met variabele belichtingstijden.Deze worden door de camera, afhankelijk van het omgevingslicht en degebruikte brandpuntsafstand van het objectief, automatisch gestuurd (zie degebruiksaanwijzing van de camera);•.als u er zeker van wilt zijn dat de LEICASF58 zijn volle vermogen kan gebrui-ken, moet u geen kortere belichtingstijd dan 1/125 sec. kiezen;•.camera’s, c.q. objectieven met centraalsluiter hebben geen flitssynchronisa-tietijd omdat daarmee bij elke belichtingstijd ook met flits kan wordengewerkt. Daarom vindt bij die camera’s ook geen automatische omschakeling,naar wat voor belichtingstijd dan ook, plaats.MTTL

125nederlandsNormale synchronisatieBij de normale synchronisatie wordt de LEICA SF 58 aan het begin van debelichtingstijd ontstoken, dus zodra de sluiter geheel open staat. Deze synchro-nisatie is de standaardfunctie en wordt door alle camera’s uitgevoerd. Hij isgeschikt voor de meeste flitsopnamen. De camera wordt, afhankelijk van de erop ingestelde belichtingsfunctie, naarde flitssynchronisatietijd omgeschakeld. Op de flitser hoeft voor deze functie niets te worden ingesteld, er wordt ookgeen aparte aanduiding voor gegeven. Aanmerking:Als aansluiting aan de meerderheid van vooral de in systeemcamera’s gebruikelijkespleetsluiters met hun twee ‘gordijnen’ wordt deze synchronisatie onjuist maar inhet algemeen ‘synchronisatie op het eerste gordijn’ genoemd. In het geval van de meeste compactcamera’s en vele wisselobjectieven is dezebenaming niet correct.

Daarom wordt in deze gebruiksaanwijzing voor de inbeide gevallen betreffende synchronisatie van de belichting gesproken overhet flitsen aan het begin van de belichtingstijd – of aan het einde ervan, zie devolgende paragraaf. Synchronisatie aan het einde van de belichtingSommige camera’s bieden de mogelijkheid tot synchronisatie aan het eindevan de belichtingstijd (vaak genoemd ‘synchronisatie op het tweede gordijn’). Dit is vooral bij belichtingen met lange tijden (>1/30 sec. ) en bewegende onder-werpen met (een) eigen lichtbron(nen), c. q. onderwerpen met lichtreflectiesvan voordeel, omdat de bewegende lichtbronnen dan een lichtstaart ‚achterzich aan‘ trekken in plaats van hem, zoals bij synchronisatie aan het begin vande belichtingstijd, ‚voor zich heen‘ schuiven. Dit geeft bij bewegende lichtbron-nen een ‚natuurlijker‘ weergave van de opnamesituatie.

SetAfhankelijk van het type camera worden de flitsparameters 1-3 automatisch opde flitser ingesteld, of ze moeten met de hand (manual) op de flitser wordeningevoerd:1alleen met R-objectieven, die met een ROM-geheugen en de betreffende con-tacten uitgerust zijn.2afhankelijk van de uitrusting van het objectief3alleen met M-objectieven, die met 6-Bits codering uitgerust zijn.Lichtgevoeligheid1234567DiafragmawaardeBrandpuntsafstand /reflectorstandManual correctie op de flitsbelichtingManual ingesteld deelvermogenStroboscopisch, aantal flitsenStroboscopisch, flitsfrequentieISO-HSSATTLTTL-HSSMMFA/M/ZoomEV–––ISOFA/M/Zoom–P––ISOFA/M/Zoom–PNfLEICA R 8 / R 9LEICA M 8 / M 8.2LEICA M 7LEICA M 6 TTLLEICA MPAutomatischISO(gevoelig-heid)Diafragmawaarde(door de camera automatisch gestuurd ofmet de hand aan het objectief ingesteld)Brand-punts-afstandAutomatischAutomatischAutomatischMet de handAutomatisch 1Met de handMet de handMet de handMet de handAutomatisch1,2Automatisch 2Met de handMet de handMet de hand

127nederlandsAutomatische overbrenging Voor het automatisch overbrengen van deze flitsparameters moet de LEICASF58 op de camera opgezet en moeten beide apparaten ingeschakeld zijn.Bovendien moet er een uitwisseling van gegevens plaatsvinden. Tip daarvooreven de ontspanknop van de camera aan. De waarden voor de lichtgevoeligheid (ISO) en diafragma (F) kunnen bij auto-matische overbrenging weliswaar rechtstreeks op de betreffende camera, c.q.het objectief worden veranderd, echter niet op de flitser10. Met de hand instellen (zie hiervoor ook ‚Menusturing / Instellen van de func-ties, bladz. 118). 1. Kies in het parametermenu het gewenste punt en2. daar de gewenste parameter.In de monitor (1.11) wordt nu het volgende aangegeven:– de automatisch overgebrachte, c.q. de met de hand ingestelde waarden voorISO en diafragma*;– AZoom, c.q. MZoom (voor de automatische, c.q.

met de hand gedane instel-ling), evenals de betreffende waarde van de brandpuntsafstand. De maximalereikwijdte (bij de TTL- en A- functies), c.q. de afstand waarop een onderwerpcorrect door de flitser wordt belicht (in de M- en stroboscopische functies) inovereenstemming met de ingestelde flitsparameters (2.16 / 2.17) * De op het objectief ingestelde diafragmawaarden worden bij de LEICA M 8 / M 8.2niet aande flitser doorgegeven. Dientengevolge moeten ze op de flitser met de hand op de flitserworden ingevoerd.Set

128FlitsfunctiesDe LEICA SF 58 biedt in totaal 6 flitsfuncties aan:TTL-flitsfunctie;-HSS TTL-flitsfunctie met HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijdenAutomatisch-flitsenfunctieManual flitsfunctie-HSSManual flitsfunctie met HSS-synchronisatie bij korte belichtings-tijden-SlaveFlitsen, los van de camera als tweede flitser met draadloze ont-stekingStroboscopische flitsfunctieAfhankelijk van de uitrusting van de camera’s staan niet al deze flitsfuncties terbeschikking:1Deze functie is alleen voor het los van de camera functioneren als tweede flitserbedoeld. De flits wordt bij deze functie uitsluitend via zijn slave-sensor (1. 6) dooreen andere flitser ontstoken. 2Alleen met de LEICA R 93Met meetflits vooraf (zie „TTL-flitsfunctie met meetflits vooraf“, zie bladz.

128)4Deze functie wordt weliswaar in de monitor van de flitser aangegeven, echterdoor camera’s die alleen een middencontact hebben niet ondersteund en kandaarom bij die camera’s foute belichtingen veroorzaken. MMMATTLTTLTTL-flitsfunctieIn de TTL-flitsfunctie krijgt u op eenvoudige wijze zeer goede flitsopnamen. Indeze flitsfunctie wordt de belichtingsmeting door een in de camera ingebouw-de sensor uitgevoerd. Deze meet het door het objectief (TTL = ‘Trough TheLens’) binnenvallende licht. Het voordeel van deze flitsfunctie ligt hierin, datalle factoren die de belichting kunnen beïnvloeden (opnamefilters, diafragma-en brandpuntsveranderingen bij zoomobjectieven, uittrekverlenging bij dichtbi-jopnamen enz. ), bij het regelen van de hoeveelheid flitslicht automatisch inacht worden genomen.

Het gereflec-teerde licht van de meetflitsen wordt door de camera geëvalueerd. In overeen-stemming met deze evaluatie wordt de erop volgende flitsbelichting door decamera aan de opnamesituatie aangepast. Aanwijzingen:• afhankelijk van het type camera vinden de meetflitsen zo kort vóór hoofdflitsplaats, dat deze praktisch niet van de hoofdflits te onderscheiden zijn;• de meetflitsen dragen niet bij aan de belichting van de opname. LEICA R 8 / R 9LEICA M 8 / M 8. 2LEICA M 7LEICA MPLEICA M 6 TTLxTTLx3x–4xx2-HSSTTL––––x2-HSSM––––-Slave1MxAxxxxxMxxxxxxxxx.

Aanwijzingen:• let erop, dat tegenlichtbronnen niet rechtstreeks in het objectief schijnen – datzou foutieve belichtingen kunnen veroorzaken;• een instelling voor of aanduiding van de automatische TTL-invulflitsfunctievindt in dit geval niet plaats. Het instellen van de functie op de flitser (zie hiervoor ook: ‚Menusturing /instellen van de functies’, bladz. 118). 1. Roep het functiemenu op en 2. kies uit de lijst. TTLModeInstellingen op de camera– De TTL-flitsfunctie wordt in alle belichtingsfuncties van de camera - Program‘P‘, tijdautomatiek A, diafragma-automatiek ‘S’ en manual M – ondersteund. – De flitssynchronisatietijd (belichtingstijd bij flitsen) wordt, afhankelijk van debelichtingsfunctie en het type camera, automatisch ingesteld of deze moetmet de hand worden ingesteld, zie daarvoor de gebruiksaanwijzing van debetreffende camera (zie hiervoor ook:’Flitssynchronisatie’, bladz.

Aanduidingen in de monitor van de flitser / in de zoeker van de camera(zie hiervoor ook: ‚Aanduidingen in de monitor’, bladz. 118)– De aanduiding van de reikwijdte (2. 5) van de flitser vindt, in overeenstem-ming met de door de camera overgebrachte, c. q. met de hand op de flitseringestelde flitsparameters plaats (zie: ‘Automatische / manual instelling vande opname-flitsparameters’, bladz. 126). – De flitsparaatheid en de status van een gemaakte flitsopname worden in dezoekers van alle hier opgevoerde Leica camera’s, behalve de LEICA MP ge-signaleerd. – Na een correct belichte opname licht gedurende ong. 3 sec. de aanduidingvan de belichtingscontrole ‘o. k. ’ op (1. 15). (Bij de LEICA M8/M8. 2 vindt dezeaanduiding niet plaats).

130Automatisch-flitsenfunctieIn de automatisch-flitsenfunctie A meet de fotosensor (1. 2) van de LEICA SF58het door het onderwerp gereflecteerde licht. De fotosensor heeft een meethoekvan ong. 25° en meet alleen gedurende de eigen lichtuitstraling. Zodra hij vol-doende licht heeft afgegeven, schakelt de belichtingsautomatiek de flitser uit. De fotosensor moet op het onderwerp gericht staan. In de monitor wordt de maximale reikwijdte (2. 5) aangegeven. De kortste flit-safstand bedraagt ong. 10 % van de maximale reikwijdte. Als u er voor zorgtdat het onderwerp zich ongeveer in het middelste derde gedeelte van de aan-gegeven reikwijdte bevindt, heeft de belichtingsautomatiek voldoende speel-ruimte voor een goed belichte opname. Het instellen van de functie op de flitser (zie hiervoor ook: ‚Menusturing /instellen van de functies’, bladz. 118) 1. Roep in het functiemenu op en 2.

kies uit de lijst. Instellingen op de camera– De automatisch-flitsenfunctie stelt als voorwaarde, dat de instelling van eendiafragmawaarde aan het objectief met de hand wordt gedaan; hij kan dus alleen met de belichtingsfunctie tijdautomatiek en manual wordenuitgevoerd. – De synchronisatietijd (belichtingstijd bij het flitsen) wordt, afhankelijk van debelichtingsfunctie en het type camera automatisch ingesteld of deze moetmet de hand worden ingesteld, zie daarvoor de gebruiksaanwijzing van debetreffende camera (zie daarvoor ook ‘Flitssynchronisatie’, bladz. 124). – De flitsparameters voor ISO en de brandpuntsafstand van het objectief, c. q. destand van de reflector worden, afhankelijk van het type camera, automatischingesteld of ze moeten met de hand op de flitser worden ingesteld (zie: ‘Auto-matische / manual instelling van de flitsopname-parameters’, bladz. 126).

131nederlandsCorrecties op de flitsbelichtingBij grote helderheidsverschillen en/of grote verschillen in de afstand tussen dedelen van het onderwerp in het beeld (vooral tussen hoofdonderwerp en ach-tergrond) kan het zin hebben een met de hand in te stellen correctie op de flits-belichting uit te voeren om een juiste belichting van het hoofdonderwerp teverzekeren. Verklaring: de TTL-sturing van de camera’s (behalve de LEICA MP) alsook deflitsbelichtingsautomatiek van flitsers zijn op een reflectiegraad van 25 % (degemiddelde reflectiegraad van flitsonderwerpen) afgestemd. Een donkere ach-tergrond die veel licht absorbeert, of een lichte achtergrond die sterk reflecteert(bijv.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Leica Diffusor stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden




Handleiding Overige camera toebehoren Leica

Leica

Handleiding Overige camera toebehoren

Nieuwste handleidingen voor Overige camera toebehoren