Lavor SWL R1300 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Lavor SWL R1300 (292 pagina’s), behorend tot de categorie Veegmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 45 mensen. Heb je een vraag over Lavor SWL R1300 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Lavor |
| Categorie: | Veegmachine |
| Model: | SWL R1300 |
Handleiding Lavor SWL R1300 – volledige tekst
255LEGENDAIn deze handelingen en aangebracht op de machine worden de volgende symbolen gebruikt, alleen of onderling gecombineerd. Duidt op een waarschuwing of een opmerking inzake een uiterste belangrijke of nuttige functie.Let goed op voor tekstblokken aangegeven met dit symbool.Duidt op belangrijke of nuttige functies.Geeft aan dat de handleiding voor gebruik en onderhoud gelezen moet worden voordat er handelingen worden uitgevoerdGeeft aan dat de met het symbool gemarkeerde informatie het onderhoud betreft.Raadpleeg de specieke handleidingen van de onderdelen van de machine (bijv. motor, accu’s, enz.) voor meer symbolen die niet in dit document zijn opgenomen.
256KAPITTEL 1 - ALGEMENE NORMEN LEES DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG DOOR ALVORENS DE MACHINE TE GEBRUIKEN.HET BEDRIJF WEIGERT ALLE AANSPRAKELIJKEHEID VOOR MATERIËLE SCHADE EN/OF PERSOONLIJK LETSEL VEROORZAAKT DOOR DE NIET-NALEVING VAN DE NORMEN BESCHREVEN IN DEZE HANDLEIDING OF DOOR EEN ONJUISTE EN/OF ONEIGENLIJK GEBRUIK VAN DE MACHINE.DE MACHINE IS NIET BESTEMD VOOR GEBRUIK DOOR PERSONEN (WAARONDER KINDEREN) MET VERMINDERDE LICHAMELIJKE, ZINTUIGLIJKE EN GEESTELIJKE VERMOGENS OF DIE DE INHOUD VAN DEZE HANDLEIDING NIET VOLLEDIG HEBBEN GELEERD EN BEGREPEN.DE MACHINE MOET ONDER TOEZICHT GEBRUIKT WORDEN OM TE VOORKOMEN DAT ZE DOOR KINDEREN WORDT GEBRUIKT.DE MACHINE IS ONTWORPEN VOOR EEN COMMERCIEEL GEBRUIK, BIJVOORBEELD IN HOTELS, ZIEKENHUIZEN, WINKELCENTRA, WINKELS, KANTOREN, GEHUURDE PANDEN EN GROTE RUIMTES IN HET ALGEMEEN.DE MACHINE:• MAG NIET BUITEN GEBRUIKT OF OPGESLAGEN WORDEN, ONDER VOCHTIGE OMSTANDIGHEDEN OF BIJ DIRECTE BLOOTSTELLING AAN REGEN;• MOET VERPLICHT OVERDEKT WORDEN OPGESLAGEN.ALLE INSTRUMENTEN DIE NOODZAKELIJK ZIJN VOOR DE PERSOONLIJKE BESCHERMING (HANDSCHOENEN, MASKERS, BRILLEN, WITTE LENZEN, SLEUTELS EN GEREEDSCHAPPEN) MOETEN DOOR DE GEBRUIKER GELEVERD WORDEN.VOOR UW GEMAK RADEN WE U AAN DE INHOUDSOPGAVE VAN DE ONDERWERPEN TE RAADPLEGEN.HOUD DEZE HANDLEIDING ALTIJD ONDER HANDBEREIK, OPDAT ZE BESCHIKBAAR IS VOOR RAADPLEGING (VRAAG IN GEVAL VAN VERLIES VAN DE HANDLEIDING ONMIDDELLIJK EEN NIEUWE KOPIE AAN BIJ UW DEALER).HET BEDRIJF WE BEHOUDEN ONS HET RECHT VOOR OM WIJZIGINGEN OF VERBETERINGEN AAN DE DOOR ONS GEPRODUCEERDE MACHINES AAN TE BRENGEN, ZONDER DAT WE VERPLICHT ZIJN DEZE OP EERDER VERKOCHTE MACHINES TOE TE PASSEN.ALLE VEEGWAGENS VOLDOEN AAN DE EU-RICHTLIJNEN EN ZIJN VOORZIEN VAN HET LABEL:
257KAPITTEL 2 - DOELEINDEN / BEDOELINGENHet bedrijf is blij u te kunnen rekenen tot de eigenaren van een veegwagen SWL R 1300. Als u de onderstaande instructies in acht neemt, zijn we er zeker van dat u de werkmogelijkheden van deze veegwagen ten volle kunt waarderen. Deze handleiding wordt verstrekt om de doeleinden en bedoelingen waarvoor de machine is gebouwd zo duidelijk mogelijk te deniëren, en om aanwijzingen te geven voor een zo veilig mogelijk gebruik van de machine. Verder worden alle kleinere handelingen vermeld die nodig zijn om de veegwagen eciënt en veilig te handhaven. Neem voor ingrepen voor buitengewoon onderhoud altijd contact op met gespecialiseerd personeel (par. 15). De handleiding bevat informatie over gevaren of restrisico’s, dat wil zeggen alle risico’s die niet geëlimineerd kunnen worden, met de voor de afzonderlijke gevallen geschikte aanwijzingen.
Verder is er informatie inzake het toelaatbare en niet-toelaatbare gebruik, aanwijzingen inzake de inbedrijfstelling van de veegwagen, technische informatie en toelaatbare prestaties, aanwijzingen inzake het gebruik en het onderhoud van de veegwagen, aanwijzingen voor de buitendienststelling, de ontmanteling of de sloop. KAPITTEL 3 - BESCHRIJVING VAN DE MACHINE3. 1. WERKING EN VOORNAAMSTE DELENDe machine is ontworpen voor de reiniging en de verwijdering van stof en vuil in het algemeen, aanwezig op vlakke en harde ondergronden zonder overmatige oneenheden, zoals: beton, asfalt, grès, keramiek, hout, plaatijzer, marmer, rubberen matten of matten van plastic in het algemeen, met noppen of glad, synthetische en laagpolige vloerbedekking. Afbeelding 1De veegwagen wordt bestuurd door een operator aan boord van de machine en heeft een frontale, gestuurde afvoer.
De verwijdering van het grofste vuil gebeurt door middel van de werking van de roterende borstels (Pos. 1 en 2 Afbeelding 1), terwijl het jnere vuil wordt verwijderd door een afzuigsysteem (Pos.
4 Afbeelding 1), dat ook de stofvorming door de werking van de borstels voorkomt. In het bijzonder is deze machine uitgerust met een zijdelingse borstel (Pos. 1 Afbeelding 1; borstel linkerkant op aanvraag) die het vuil naar het midden van de machine verplaatst, en met een centrale cilindrische roterende borstel (Pos. 2 Afbeelding 1), dwars op de machine gemonteerd, die het vuil verwijderd en lost in de afvalbak die zich aan de voorzijde van de machine bevindt (Pos. 3 Afbeelding 1). Fijne vuildeeltjes worden daarentegen opgevangen in het ltersysteem (Pos. 5 Afbeelding 1) en vervolgens gelost in de afvalbak door de werking van de lterschudder (Pos. 6 Afbeelding 1).
258Tenslotte kan de operator dankzij een hydraulisch hefsysteem de volle afvalbak ledigen.Alle aanwezige borstels zijn instelbaar en kunnen door de operator uitgeschakeld worden met de daarvoor bestemde bedieningselementen.3.2. AFSCHERMINGEN EN VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN Zoals aangegeven in Afbeelding 2, beschikt de machine over afschermingen en veiligheidsvoorzieningen die zorgvuldig gemonteerd moeten worden en intact moeten zijn. De machine mag niet gebruikt worden als de afschermingen beschadigd zijn of ontbreken of als de veiligheidsvoorzieningen ontbreken, beschadigd zijn of niet correct functioneren. De beschrijving van de afschermingen en veiligheidsvoorzieningen wordt derhalve hieronder gegeven.Afbeelding 2POS. Nr.
2593. 3. ZIJDELINGSE BORSTEL De zijdelingse borstel is een de bedieningszijde geïnstalleerd Pos. 1 Afbeelding 3, en fungeert als transporteur van het stof en het vuil; de borstel is voornamelijk ontworpen voor de reiniging van randen, hoeken en proelen. Elke borstel kan door middel van het betreende bedieningselement worden uitgeschakeld. De borstel is beschikbaar in verschillende hardheden en soorten borstelharen, afhankelijk van het type te verwijderen materiaal of van de vloer. Op verzoek kan er een extra zijdelingse borstel aan de tegenovergestelde zijde geïnstalleerd worden. BELANGRIJK: Raak de zijdelingse borstel tijdens de rotatie niet aan met de handen en vermijd om vezelachtig materiaal (draden, touwen, enz. ) te verwijderenAfbeelding 33. 4. CENTRALE BORSTELDe centrale borstel Pos.
2 Afbeelding 3 is het hoofdorgaan van de machine, door middel waarvan het stof en vuil in de afvalbak wordt geladen. De borstel is beschikbaar in verschillende hardheden en soorten borstelharen, afhankelijk van het type te verwijderen materiaal of van de vloer. Deze borstel kan in geval van slijtage in hoogte worden aangepast. BELANGRIJK: Vermijd om touwen, draden, verpakkingsband, stokken, enz. te verzamelen die langer zijn dan 25 cm: deze kunnen zich rond de centrale en zijdelingse borstels wikkelen en ze beschadigen. 3. 5. STOFAFDICHTINGENDe stofafdichtingen Pos. 3 Afbeelding 3 rond de centrale borstel zijn uiterst belangrijk voor de goede werking van de machine omdat ze ervoor zorgen dat het stof kan worden opgezogen; het is belangrijk de conditie ervan vaak te controleren. 3. 6. ZUIGSYSTEEMHet zuigsysteem (Pos.
1 Afbeelding 4 en vangt de kleinste deeltjes op die door het zuigsysteem worden aangezogen en voorkomt zo dat het stof in de externe omgeving wordt verspreid. Door middel van een schudsysteem (Pos. 2 Afbeelding 4) worden de lters gereinigd door de vuildeeltjes in de afvalbak te laten vallen. Afbeelding 4.
2603.8. AFVALBAK De afvalbak (Pos. 1, Afbeelding 5) dient om al het door de centrale borstel verzamelde materiaal en het stof van de lters op te vangen. De bak wordt geactiveerd door een hydraulische actuator (Pos. 2, Afbeelding 5) door middel waarvan hij geledigd kan worden; ook is hij voorzien van een systeem voor veiligheidsvergrendeling (Pos. 3, Afbeelding 5) in de volledig geopende stand.Afbeelding 53.9. FLAP BAKDoor middel van de ap van de bak (Pos. 4 Afbeelding 5) kan de operator de toegang van het vuil tot de afvalbak afsluiten en wordt zo het ontsnappen van vuil bij stilstaande borstels en tijdens de fase voor heen verhinderd, terwijl de lediging op het gewenste moment en op de gewenste plaats wordt bevorderd (Afbeelding 6). De ap blijft tijdens de reinigingswerkzaamheden geopend.
Hij is voorzien van zijdelingse afdichtingen en een centrale afdichting die tot doel heeft de werking van de centrale borstels tijdens het verzamelen van vuil te bevorderen en een zodanig niveau van afdichting te garanderen dat het ontsnappen van vuil wordt verhinderd als de ap gesloten is.Afbeelding 6
262KAPITTEL 4 - BESTUURDERSPLAATS EN BEDIENINGSELEMENTEN4.1. PLAATS VAN DE BESTUURDERSPLAATSDe bestuurdersplaats die tijdens het gebruik van de machine moet worden ingenomen door de operator is alleen de plaats die wordt aangegeven in Afbeelding 7. Afhankelijk van de uitrusting, kan de bestuurdersplaats worden beveiligd met een rolbeugel (A, Afbeelding 7, zijdelingse afscherming ontbreekt) of met een cabine (B, Afbeelding 7, zijdelingse afschermingen aanwezig). Het bereiken van de bestuurdersplaats wordt vergemakkelijkt door een opstapje (1, Afbeelding 7).
In geval van een beschermende cabine wordt de bestuurdersplaats betreden en verlaten door het portier te openen/sluiten door midden van de daarop aanwezige binnenste en buitenste handgreep (2, Afbeelding 7).Afbeelding 7Alle handbediende bedieningselementen en pedalen voor het gebruik van de machine bevinden zich in overeenstemming met de bestuurdersstoel, zoals aangegeven in Afbeelding 8.Afbeelding 8
263BELANGRIJK: De machine wordt om veiligheidsredenen automatisch uitgeschakeld als de operator van de bestuurdersstoel opstaat.4.2. COMFORT BESTUURDEROm tijdens het gebruik van de machine een correcte houding en het gewenste comfortniveau te garanderen, is het mogelijk om de stand van de stoel en de kanteling van de rugleuning en de armsteunen af te stellen door middel van, respectievelijk, de hendel A, de hendel B en het wieltje C onder elke armsteun, zoals aangegeven in Afbeelding 9.Afbeelding 9Ook is het mogelijk om de kanteling van het stuur aan te passen met de daarvoor bestemde hendel (Pos. 1 Afbeelding 10).Afbeelding 10Om, alleen voor de modellen met cabine en rolbeugel, het gewenste niveau van ventilatie te garanderen, is het mogelijk om het achterste venster te openen met de daarvoor bestemde hendel (Pos. 1 Afbeelding 11).
Alleen voor modellen met cabine kan verder het zijvenster geopend worden met de betreende handgreep (Pos. 2 Afbeelding 11) en door het venster over de rails te laten schuiven.
2651 Contactsleutel2 Gashendel motor3 Gaspedaal4 Keuzehendel rijrichting en werklampen5 Rempedaal6 Parkeerrem7 Keuzehendel beweging borstels8 Bediening centrale borstel9 Regelknop invalshoek centrale borstel10 Schakelaar zijdelingse borstel11 Hendel rotatiesnelheid zijdelingse borstel12 Schakelaar afzuiging13 Schakelaar lterschudder14 Bedieningshendel afvalbak15 Bedieningshendel ap afvalbak16 Signaalinrichting en urenteller17 Brandstofpeilmeter4.4. CONTACTSLEUTELDoor middel van de contactsleutel (Pos. 1 Afbeelding 12) kan de motor gestart en gestopt worden (Afbeelding 13). De sleutel kan ook worden uitgenomen.4.5. GASHENDEL MOTORDe gashendel van de motor (Pos. 2 Afbeelding 12) bestaat uit een hendel door middel waarvan het toerental van de motor kan worden geregeld, zoals aangegeven in Afbeelding 13.Afbeelding 134.5.1. GASPEDAALHet gaspedaal (Pos.
3 Afbeelding 12) wordt bediend door het in te trappen en regelt de verplaatsing van de veegwagen. De rijrichting (voor- of achteruit) wordt bepaald door de stand ingesteld met de keuzeschakelaar rijrichting (Pos. 4 Afbeelding 12).4.5.2. KEUZEHENDEL RIJRICHTING EN WERKLAMPENAfbeelding 14Door middel van de keuzeschakelaar rijrichting, met 6 combinaties, (Pos. 4 Afbeelding 12), kan de rijrichting van de veegwagen worden bepaald (vooruit, achteruit, vrijstand), zoals aangegeven in Afbeelding 14. Bij modellen met werklampen, wordt met deze keuzeschakelaar ook de inschakeling (hendel omhoog) en uitschakeling
266(hendel omlaag) van de lampen bediend.4.5.3. REMPEDAALDoor het rempedaal in te trappen (Pos. 5 Afbeelding 12) wordt het remsysteem van de veegwagen geactiveerd en wordt het rijden van de wagen onderbroken.4.5.4. PARKEERREMDoor middel van dit bedieningselement kan de veegwagen geblokkeerd worden wanneer hij niet gebruikt wordt, door middel van een hendel onmiddellijk boven het rempedaal (Pos. 6 Afbeelding 12). De activering van de parkeerrem, bij actief elektrisch systeem, wordt begeleid door een continu akoestisch signaal.4.5.5. KEUZEHENDEL BEWEGING BORSTELSDoor middel van de bedieningshendel (Pos. 7 Afbeelding 12) is het mogelijk om de centrale en de zijdelingse borstel wel of niet gelijktijdig te activeren. In de middelste stand blijven beide borstels inactief (Afbeelding 15).Afbeelding 154.5.6. BEDIENING CENTRALE BORSTELDoor middel van de bedieningshendel (Pos.
8 Afbeelding 12) kan de centrale borstel omhoog of omlaag worden verplaatst om zo wel of niet de reinigende werking ervan te garanderen (Afbeelding 16).4.5.7. REGELKNOP INVALSHOEK CENTRALE BORSTELDe regelknop van de invalshoek van de centrale borstel (Pos. 9 Afbeelding 12) bestaat uit een knop die langs een gleuf verplaatst kan worden en die met de gekartelde knop op zijn plaats geblokkeerd kan worden (Afbeelding 16). Hiermee kan de hoogte boven de grond van de centrale borstel in de geheel lage stand (werkstand) worden aangepast door de invalshoek op het te reinigen oppervlak te regelen.Afbeelding 164.5.8. SCHAKELAAR ZIJDELINGSE BORSTELDoor te drukken op de knop van de keuzeschakelaar (Pos. 10 Afbeelding 12) kan de zijdelingse borstel gecongureerd worden in de werkstand (in contact met het te reinigen oppervlak) of in de ruststand (geheven stand).
267Afbeelding 174.5.9. HENDEL ROTATIESNELHEID ZIJDELINGSE BORSTELDoor middel van de bedieningshendel (Pos. 11 Afbeelding 12) kan de rotatiesnelheid van de zijdelingse borstel worden aangepast (Afbeelding 15).4.5.10. SCHAKELAAR AFZUIGINGDoor te drukken op de knop van de schakelaar van de lterschudder (Pos. 12 Afbeelding 12) kan het zuigsysteem in- en uitgeschakeld worden (Afbeelding 17).4.5.11. SCHAKELAAR FILTERSCHUDDERDoor te drukken op de knop van de schakelaar van de lterschudder (Pos. 13 Afbeelding 12) kan het mechanisme geactiveerd worden dat ervoor zorgt dat het jne vuil en stof opgevangen in het zakkenlter in de afvalbak valt. De schakelaar heeft slechts één enkele stabiele stand (Afbeelding 17).4.5.12. BEDIENINGSHENDEL AFVALBAKDoor te handelen op de bedieningshendel (Pos. 14 Afbeelding 12) wordt het systeem voor de stijging/daling van de afvalbak geactiveerd.
2684.5.15. BRANDSTOFPEILMETERDe brandstofpeilmeter (Pos. 17 Afbeelding 12) geeft het peil van de brandstof in de tank aan (Afbeelding 19).Afbeelding 194.5.16. PLAATS EN BESCHRIJVING VAN DE BEDIENINGSELEMENTEN VOOR CABINE EN ROLBEUGELDe bedieningselementen voor extra voorzieningen die de cabine en de rolbeugel betreen, bevinden zich aan de bovenkant van de voorruit, zoals aangegeven in Afbeelding 20, en verwijzen naar:• Plafondlamp cabine (A)• Ruitensproeier (B)• Ruitenwisser (C)Afbeelding 20Afbeelding 21Afbeelding 22 Afbeelding 23De led-plafondlamp in de cabine wordt in- of uitgeschakeld met de drukschakelaar aangegeven in Afbeelding 21. Boven deze schakelaar (Afbeelding 21) bevindt zich de schakelaar met één stabiele stand (Afbeelding 22) voor de activering van de ruitensproeiers.
Deze worden ingeschakeld als de schakelaar wordt ingedrukt en vervolgens uitgeschakeld als de schakelaar wordt losgelaten.De ruitenwisser wordt ingeschakeld met de schakelaar met twee stabiele standen (Afbeelding 23). Op stand 1 wordt de ruitenwisser ingeschakeld, terwijl hij op stand 0 wordt uitgeschakeld.4.6. GEBRUIK VAN DE AFSCHERMINGEN EN VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN4.6.1. PLAATSING VAN DE VEILIGHEIDSBALK VAN DE AFVALBAKDe veiligheidsbalk (Pos. 10 Afbeelding 2) verhindert dat de afvalbak per ongeluk wordt gesloten als hij geheven is. Verwijder, na het heen van de afvalbak, de veiligheidsbalk vanuit de ruststand (Pos. 1 Afbeelding 24) en plaats hem in het onderstel (Pos. 2 e 3, Afbeelding 24).Verwijder de veiligheidsbalk door hem vanuit het onderstel op te tillen en langs de gleuf te verplaatsen, om hem vervolgens terug te plaatsen in de oorspronkelijke stand.
269CONTROLEER OF DE VEILIGHEIDSBALK IS VERWIJDERD ALVORENS DE AFVALBAK OMLAAG TE VERPLAATSEN.Afbeelding 244.6.2. BEVEILIGINGEN VAN DE MOTORKAP, AFSCHERMING STOEL EN AFSCHERMING FILTERSDe motorkap (Pos. 1 Afbeelding 2), de afscherming van de stoel (Pos. 3 Afbeelding 2) en de afscherming van de lters (Pos. 2 Afbeelding 2) kunnen gemakkelijk geopend worden, om zo de handelingen voor inspectie en onderhoud mogelijk te maken. Deze elementen zijn voorzien van veiligheidsvoorzieningen die een onbedoelde sluiting voorkomen.Zo zijn de motorkap en de afscherming van de stoel voorzien van veiligheidsstangen die geblokkeerd worden zoals aangegeven in Afbeelding 25.Afbeelding 25De opening voorbij de uiterste stand van de afscherming van de lters wordt verhinderd door speciale kabels (Afbeelding 26).
270Afbeelding 26KAPITTEL 5 - TOELAATBARE EN NIET-TOELAATBARE GEBRUIKSOMSTANDIGHEDEN5. 1. TOELAATBARE GEBRUIKSOMSTANDIGHEDENDe veegwagen is ontworpen voor de reiniging van bewerkingsresten, stof, vuil in het algemeen, alle vlakke, harde en niet overmatig oneen oppervlakken, zoals: beton, asfalt, grès, keramiek, hout, plaatijzer, marker, rubberen matten of matten van plastic in het algemeen, met noppen of glad, synthetische en laagpolige vloerbedekking. De toelaatbare gebruiksomstandigheden zijn als volgt. Minimale bedrijfstemperatuur: - 20 °C ( - 4 °F ) Maximale bedrijfstemperatuur: + 38 °C ( + 100,4 °F ) Maximale hellingshoek voor- en zijkant: par. 3. 10MAAK TIJDENS HET RIJDEN MET DE VEEGWAGEN ALTIJD GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDEL. Raadpleeg de handleiding van de motor voor meer informatie over de toelaatbare gebruiksomstandigheden.
BELANGRIJK: Gebruik de veegwagen niet en laat hem niet geparkeerd bij temperaturen boven de + 40°C (+ 104°F). BELANGRIJK: verricht de handelingen voor de lediging, de reiniging en het onderhoud van de machine uitsluitend op vlakke en regelmatige ondergronden, waarop de machine perfect stabiel staat, voor de gehele duur van de genoemde handelingen. 5. 2. NIET-TOELAATBARE GEBRUIKSOMSTANDIGHEDEN• De veegwagen mag niet gebruikt worden in geval van grotere dan de aangegeven hellingen. • Hij mag niet gebruikt worden in omgevingen waar explosieve of ontvlambare materialen aanwezig zijn. • Hij mag niet gebruikt worden op onverharde oppervlakken, met grint, of zeer oneen oppervlakken. • De wagen mag geen olie, gif of chemische stoen in het algemeen inzamelen (voor het gebruik van de machine in chemische fabrieken moet de toestemming van de dealer of fabrikant worden gevraagd).
• Hij mag niet gebruikt worden op wegen in of buiten de stad, en over het algemeen niet op de openbare weg. • Hij mag niet gebruikt worden in slecht verlichte omgevingen, met uitzondering van de modellen voorzien van werklampen.
• Hij mag op geen enkele wijze gesleept worden, noch op particuliere terreinen, noch op de openbare weg. • Hij mag niet gebruikt worden voor het opvegen van sneeuw of voor het wassen en ontvetten van oppervlakken in het algemeen, natte of zeer vochtige oppervlakken. • Hij mag niet functioneren in aanwezigheid van draden of draadvormig materiaal, aangezien de aard van het te verzamelen materiaal niet compatibel is met de rotatie van de borstels. • Hij kan op geen enkele manier gebruikt worden als steunoppervlak voor voorwerpen of als verhoging voor voorwerpen en personen.
271• Laat nooit personen het actiebereik van de machine betreden.• Breng geen enkel type wijziging aan, tenzij goedgekeurd door de fabrikant.Raadpleeg verder de handleiding van de motor voor meer informatie over niet-toelaatbare gebruiksomstandigheden.KAPITTEL 6 - VOORBEREIDING (UITPAKKEN)De veegwagen wordt verpakt geleverd, geplaatst op een pallet, en met gedemonteerde zijdelingse borstel(s).
Na de verwijdering van de uitwendige verpakking moet de machine vanaf de pallet worden verwijderd:Door middel van hefmiddelen met een draagvermogen dat geschikt is voor het gewicht van de machine (aangegeven op het typeplaatje), met behulp van de bijgeleverde hijsogen (Afbeelding 27);Door middel van het gebruik van geschikte hefplatforms.Afbeelding 27Na het uitpakken moeten de hijsogen gedemonteerd en bewaard worden en moet(en) de zijdelingse borstel(s) gemonteerd worden zoals aangegeven in paragraaf 14.5.BELANGRIJK: Al het afval van het verpakkingsmateriaal moet door de gebruiker worden afgevoerd in overeenstemming met de specieke geldende normen voor afvalverwerking.CONTROLEER OF DE AFSCHERMINGEN PERFECT INTACT EN GOED GEMONTEERD ZIJN; IN GEVAL VAN AFWIJKINGEN OF ONTBREKENDE AFSCHERMINGEN MAG DE MACHINE NIET IN BEDRIJF WORDEN GESTELD EN MOET ONMIDDELLIJK CONTACT WORDEN OPGENOMEN MET DE DEALER OF DE FABRIKANT.
272KAPITTEL 7 - INBEDRIJFSTELLING ALVORENS VERDER TE GAAN MOETEN ALLE VOORGAANDE HOOFDSTUKKEN GELEZEN WORDEN.7.1. CONTROLES VOORAFGAAND AAN DE EERSTE STARTDe veegwagen is bij de levering reeds klaar voor de eerste start door de gebruiker. Afstellingen, inspecties en functionele tests worden reeds door de fabrikant verricht. Controleer, voorzichtigheidshalve, het peil van de hydraulische olie in de betreende tank (Afbeelding 28).Afbeelding 28Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing van de motor, maar, in ieder geval:1. Controleer het motoroliepeil en vul bij als het peil laag is. 2. Controleer het peil van het water in de radiateur.3. Controleer het brandstofpeil, vul bij als het peil laag is.Al deze handelingen moeten bij afgezette en afgekoelde motor worden uitgevoerd.7.2.
OPLEIDING VAN DE OPERATORSDe operator behoeft, naast de informatie van deze handleiding en van die van de motor, geen verdere specieke opleiding met betrekking tot de eerste start van de veegwagen.7.3. EERSTE STARTDe eerste start van de veegwagen moet gebeuren op dezelfde manier zoals beschreven in paragraaf 8.3.KAPITTEL 8 - GEBRUIK VAN DE MACHINE ALVORENS VERDER TE GAAN MOETEN ALLE VOORGAANDE HOOFDSTUKKEN GELEZEN WORDEN.8.1. CORRECT GEBRUIK EN TIPSMAAK TIJDENS HET RIJDEN MET DE VEEGWAGEN ALTIJD GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDEL.RAAK DE ZIJDELINGSE BORSTEL TIJDENS DE ROTATIE NOOIT AAN MET DE HANDEN
273CONTROLEER DAT ER TIJDENS DE HANDELINGEN VOOR DE LEDIGING VAN DE AFVALBAK GEEN PERSONEN AANWEZIG ZIJN OP MINDER DAN 2 METER TOT DE VEEGWAGEN. CONTROLEER VERDER DAT ER VOLDOENDE RUIMTE BESCHIKBAAR IS OM BOTSINGEN, DIE DE VEEGWAGEN KUNNEN BESCHADIGEN EN DE WERKING ERVAN KUNNEN AANTASTEN, TE VOORKOMEN (PARAGRAAF 10. 3. 2). BELANGRIJK: Controleer, voorafgaand aan het begin van de werkzaamheden, of er op het oppervlak touwen, plastic of metalen draden, lange doeken, stokken, stroomdraden, enz. aanwezig zijn; deze zijn gevaarlijk en zouden de stofafdichtingen en de borstels kunnen beschadigen. Dergelijk materiaal moet dus verwijderd worden alvorens met de machine te beginnen te werken. BELANGRIJK: De machine wordt om veiligheidsredenen automatisch uitgeschakeld als de operator van de bestuurdersstoel opstaat. Het is niet mogelijk de machine te starten als u niet op de bestuurdersstoel zit.
• Wees uiterst voorzichtig bij het rijden over spoorrails of rails van poorten, enz. Deze zijn de grootste bron van beschadigingen van de stofafdichtingen. Rijd, indien nodig, zeer langzaam over deze rails. • Schakel het ltersysteem uit wanneer met de functionerende machine over natte of zeer vochtige oppervlakken wordt gereden, om de bevochtiging en dus de aantasting van het lter te voorkomen. Vermijd om door plassen te rijden. • Als het te reinigen oppervlak zeer vuil is vanwege de hoeveelheid of de aard van het te verzamelen materiaal of stof, wordt aangeraden een eerste “voorlopige” passage te verrichten, zonder te veel aandacht te besteden aan het resultaat; herhaal vervolgens de passages, bij geledigde afvalbak en schoon geschudde lters, om het gewenste resultaat te behalen. • De zijdelingse borstel moet alleen gebruikt worden voor de reiniging van randen, proelen, hoeken, enz.
, en moet onmiddellijk daarna omhoog worden geplaatst (worden uitgeschakeld) om het onnodig opstuiven van stof te voorkomen en ook omdat het resultaat verkregen met de zijdelingse borstel altijd lager is dan met het gebruik van de centrale borstel. • Voor een goed resultaat moet de bak vaak geledigd worden en moeten de lters schoongeschud worden. 8. 2. OPLEIDING VAN DE OPERATORSDe operator behoeft voor het gebruik van de veegwagen geen specieke opleiding naast de informatie van deze handleiding en van de handleiding van de motor. 8. 3. OPERATIONELE STARTVoor het starten van de machine:Draai de contactsleutel (Pos. 1 Afbeelding 12) naar de stand “ON”, bij de eerste klik (Afbeelding 29). wordt ook het elektrische systeem van de veegwagen geactiveerd;Draai de sleutel verder naar de stand “GL”, naar de tweede klik, om de voorverwarming van de bougies van de motor te activeren.
274Afbeelding 298.4. VOORUIT RIJDENOm vooruit te rijden:Deactiveer de parkeerrem (Pos. 6 Afbeelding 12), indien actief (continu geluidssignaal).Verplaats de keuzehendel rijrichting (Pos. 4 Afbeelding 12) zoals aangegeven in Afbeelding 30.Trap met de voet het gaspedaal geleidelijk in (Pos. 3 Afbeelding 12). Voor het bereiken van de maximale rijsnelheid moeten de gashendel van de motor (Pos. 2 Afbeelding 12) naar einde slag worden verplaatst (geheel laag) en het gaspedaal volledig worden ingetrapt.Verwijder de voet van het pedaal om de aandrijving van de motor te onderbreken en trap geleidelijk het rempedaal in (Pos.
5 Afbeelding 12) om de beweging van de veegwagen te stoppen.Breng de keuzehendel van de rijrichting terug naar de middelste stand (vrijstand) zoals aangegeven in Afbeelding 30.Afbeelding 30Activeer, indien van toepassing, de werklampen door de hendel omhoog te verplaatsen (alleen bij modellen uitgerust met werklampen). Bij ingeschakelde lampen gaat het betreende lampje (nr. 1 Afbeelding 18) op de signaalinrichting branden.8.5. ACHTERUIT RIJDENVoor achteruit rijden:Deactiveer de parkeerrem (Pos. 6 Afbeelding 12), indien actief (continu geluidssignaal).Plaats de keuzehendel van de rijrichting achteruit (Pos. 4 Afbeelding 12) zoals aangegeven in Afbeelding 31.Trap met de voet het gaspedaal geleidelijk in (Pos. 3 Afbeelding 12). Voor het bereiken van de maximale rijsnelheid moeten de gashendel van de motor (Pos.
2 Afbeelding 12) naar einde slag worden verplaatst (geheel laag) en het gaspedaal volledig worden ingetrapt.Verwijder de voet van het pedaal om de aandrijving van de motor te onderbreken en trap geleidelijk het rempedaal in (Pos. 5 Afbeelding 12) om de achteruitverplaatsing van de veegwagen te stoppen.Breng de keuzehendel van de rijrichting terug naar de middelste stand (vrijstand) zoals aangegeven in Afbeelding 31.Afbeelding 31
275OPMERKING 1: De snelheid bij achteruit rijden is lager dan die van vooruit rijden. OPMERKING 2: de ingeschakelde achteruitversnelling van de veegwagen wordt gesignaleerd met een intermitterend geluidssignaal. 8. 6. OPERATIONELE STOPOm de motor te stoppen, moet de gashendel van de motor (Pos. 2 Afbeelding 12) naar de minimale stand (geheel hoog) worden verplaatst en moet de contactsleutel (Pos. 1 Afbeelding 12) linksom naar de stand “OFF” worden gedraaid. In geval van een langdurige stilstand moet de parkeerrem (Pos. 6 Afbeelding 12) geactiveerd worden zoals beschreven in paragraaf 8. 7. OPMERKING: het remsysteem functioneert ook bij uitgeschakelde machine.
Het is raadzaam om bij afgezette motor, gedurende de handelingen voor onderhoud, inspectie en afstelling, de contactsleutel te verwijderen om onbedoeld of per ongeluk starten door niet bij de werkzaamheden betrokken personeel te voorkomen8. 7. PARKERENOm in geval van langdurige stilstand de stabiliteit van de machine te garanderen, moet de parkeerrem (Pos. 6 Afbeelding 12) geactiveerd worden zoals hieronder beschreven (Afbeelding 32):Trap het rempedaal in (Pos. 5 Afbeelding 12) Verplaats de hendel van de parkeerrem (Pos. 6 Afbeelding 12) omlaag. Afbeelding 32Voor de deactivering van de parkeerrem moet het rempedaal worden ingetrapt (Pos. 5 Afbeelding 12). De hendel keert automatisch terug naar de oorspronkelijke stand. OPMERKING: als het elektrische systeem actief is, wort de inschakeling van de parkeerrem gesignaleerd door een continu geluidssignaal. 8. 8.
NOODSTOPIn geval van een noodstop:moet de contactsleutel (Pos. 1 Afbeelding 12) linksom naar de stand “OFF” worden gedraaid. Activeer de parkeerrem zoals beschreven in paragraaf 8. 7. 8. 9. CENTRALE BORSTELVoor het starten van de reiniging met de veegwagen moet de centrale borstel altijd worden ingeschakeld. Bij gestarte motor:Handel op de keuzehendel van de beweging van de borstels (Pos.
276Afbeelding 338.10. ZIJDELINGSE BORSTELOm bij gestarte motor de zijdelingse borstel te activeren:Handel op de keuzehendel van de beweging van de borstels (Pos. 7 Afbeelding 12) en breng hem naar de stand van de gecombineerde conguratie (alle borstels actief, hendel omhoog), zoals aangegeven in Afbeelding 34, pos. A.Schakel de zijdelingse borstel in met de schakelaar van de zijdelingse borstel (Pos. 10 Afbeelding 12) zoals aangegeven in Afbeelding 34, pos. B. De borstel beweegt omlaag naar het oppervlak.Regel eventueel de rotatiesnelheid door middel van de hendel van de rotatiesnelheid (Pos. 11 Afbeelding 12) ; verplaats de hendel omlaag voor een hogere rotatiesnelheid en omhoog voor een lagere rotatiesnelheid (Afbeelding 34, pos. C).Om de borstel uit te schakelen:Schakel de zijdelingse borstel uit door middel van de schakelaar (Part.
10 Afbeelding 12) zoals aangegeven in Afbeelding 34, pos. D. De borstel verplaatst zich omhoog.Verminder de rotatiesnelheid eventueel met de hendel van de rotatiesnelheid (Pos. 11 Afbeelding 12) door deze omhoog te verplaatsen (Afbeelding 34, pos. E).Handel op de keuzehendel van de beweging van de borstels (Pos. 7 Afbeelding 12) en breng hem naar de middelste stand (alle borstels uitgeschakeld), zoals aangegeven in Afbeelding 34, pos. F.Afbeelding 348.11. OPZUIGENOm, bij gestarte motor of bij alleen actief elektrische systeem, de functie zuigen in- of uit te schakelen, moet gehandeld worden op de betreende schakelaar (Pos. 12 Afbeelding 12, en Afbeelding 35).Afbeelding 358.12. FILTERSCHUDDEROm, bij gestarte motor of bij alleen actief elektrische systeem, de lterschudder te activeren, moet gehandeld worden op de betreende schakelaar (Pos.
2778.13. LEDIGING AFVALBAKOm bij gestarte motor de afvalbak te ledigen:Sluit de ap van de bak met de betreende bedieningshendel (Pos. 15 Afbeelding 12), zoals aangegeven in venster A in Afbeelding 37. Het lampje op de signaalinrichting (nr. 4 Afbeelding 18) gaat branden om de handeling te bevestigen.Verplaats de afvalbak omhoog door de bedieningshendel (Pos. 14 Afbeelding 12) omlaag te verplaatsen en in deze stand te houden tot de bak de gewenste positie bereikt (B, Afbeelding 37). Open de ap van de bak door de hendel omhoog te verplaatsen zodat het afval op de gewenste plaat wordt vrijgegeven (C, Afbeelding 37). Het lampje op de signaalinrichting (nr. 4 Afbeelding 18) gaat uit.Afbeelding 37Om na de lediging terug te keren naar de oorspronkelijke conguratie, volstaat het om de bedieningshendel van de bak omhoog te verplaatsen (Afbeelding 38).
De ap van de bak bevindt zich zo in de geopende stand, voor het starten van de reinigingswerkzaamheden.Afbeelding 38 BELANGRIJK: zorg ervoor dat de ap gesloten is tijdens de stijging van de bak en tijdens het rijden zonder reiniging, om te voorkomen dat er afval uit de bak ontsnapt. Zorg er ook voor dat de ap tijdens de reinigingswerkzaamheden open is, zodat het afval in de bak kan worden verzameld.KAPITTEL 9 - AFSTELLINGENALVORENS VERDER TE GAAN MOETEN ALLE VOORGAANDE HOOFDSTUKKEN GELEZEN WORDEN.
2789.1. OPLEIDING VAN DE OPERATORSDe operator behoeft, naast de informatie van deze handleiding, geen verdere specieke opleiding met betrekking tot de verschillende fasen voor de afstelling van de veegwagen.9.2. REGELING INVALSHOEK CENTRALE BORSTELWanneer de centrale borstel (Pos. 1 Afbeelding 39) slijt en dientengevolge minder eciënt is, kan de hoogte ervan worden aangepast door de knop (Pos. 9 Afbeelding 12) los te draaien en vooruit te verplaatsen om de borstel te laten zakken en de invalshoek ervan op het te reinigen oppervlak te verhogen (2, Afbeelding 39). Pas aan tot de functionerende borstel in de lage stand een streep van 3-5 cm op de vloer achterlaat (Afbeelding 40).
Nadat de gewenste invalshoek wordt bereikt, moet de knop worden vastgedraaid om hem te blokkeren.Afbeelding 39Om te controleren of de centrale borstel correct is afgesteld, moet als volgt het “traject” ervan gemeten worden:1. Activeer de centrale borstel, na de afstellingen, en laat hem gedurende ten minste 10/15 seconden functioneren op hetzelfde punt, zonder voor- of achteruit te rijden.Verplaats de centrale borstel omhoog en verplaats de veegwagen, tot op de vloer het spoor van de draaiende centrale borstel zichtbaar is, zoals aangegeven in Afbeelding 40.Afbeelding 409.3. REGELING INVALSHOEK ZIJDELINGSE BORSTELHANDELING DIE MOET WORDEN VERRICHT BIJ AFGEZETTE MOTOR EN UITGESCHAKELD ELEKTRISCH SYSTEEM.Als de zijdelingse borstel slijt of als de invalshoek ervan op het oppervlak moet worden aangepast:Handel op de schroef (Pos. 1 Afbeelding 41) om de hoogte van de borstel aan te passen.
Hoe lager de schroef, hoe lager de borstel.Na het bereiken van de gewenste hoogte moet de positie geblokkeerd worden door de ringmoer vast te draaien (Pos. 2 Afbeelding 41)
279Afbeelding 41OPMERKING: verwijder, indien nodig, de afscherming van de zijdelingse borstel (Pos. 3 Afbeelding 41) en plaats haar terug aan het einde van de afstelling. KAPITTEL 10 - VEILIGHEIDSNORMEN10. 1. RESTRISICO’S VAN ALGEMENE AARDDEFINITIE: De niet-elimineerbare restrisico’s zijn de risico’s die om verschillende redenen niet kunnen worden weggenomen. Voor elk van deze risico’s vermelden we hier de aanwijzingen om maximaal veilig te kunnen werken. • Risico op verwonding van de handen, het lichaam en de ogen, als de machine wordt gebruikt zonder dat alle veiligheidsafschermingen correct gemonteerd en intact zijn. • Risico op verwonding van de handen als om enige reden de zijdelingse of de centrale borstel tijdens de rotatie wordt aangeraakt.
De borstels mogen alleen bij afgezette motor worden aangeraakt en met gebruik van beschermende handschoenen, om verwonding door eventueel in de borstelharen aanwezige scherpe splinters van puin te voorkomen. • Risico op inademing van schadelijke stoen, schuurwonden van de handen, als de lediging van de afvalbak wordt verricht zonder gebruik van beschermende handschoenen en een masker ter bescherming van de luchtwegen. Risico op verlies van controle over de machine als deze wordt gebruikt op oppervlakken met een grotere hellingshoek dan staat aangegeven in de paragrafen 3. 10 en 5. 1, of als ze niet geblokkeerd wordt in de geparkeerde stand. Risico op explosies of brand als getankt wordt bij draaiende motor of afgezette, maar niet volledig afgekoelde motor. Risico op ernstige brandwonden als er onderhoud wordt verricht bij draaiende motor of afgezette, maar niet volledig afgekoelde motor.
• Rook niet, benader geen open vuur, gebruik geen slijp- of lasapparaten; vermijd in ieder geval de aanwezigheid van vonken in de buurt van de accu’s. • Vermijd om stroom te onttrekken aan de accu door middel van tanken, stopcontacten en tijdelijke contacten. • Zorg ervoor dat alle aansluitingen (kabelschoenen, stopcontacten, stekkers, enz. ) altijd goed zijn aangescherpt en in goede staat verkeren. • Plaats geen metalen gereedschappen op de accu. • Houd de accu schoon en droog, bij voorkeur met behulp van antistatische doeken. • Vul de accu bij met gedestilleerd water als het elektrolytpeil naar 5 - 10 mm boven het spatscherm daalt. • Vermijd overmatig te laden en handhaaf de temperatuur van de accu onder de 45°C. • Handhaaf de eventuele systemen voor gecentraliseerd bijvullen altijd perfect eciënt door periodiek.
280onderhoud te verrichten. • Risico op elektrocutie en kortsluiting; om veiligheidsredenen moeten de +/- klemmen van de polen van de accu worden losgekoppeld voordat er handelingen voor onderhoud of reparatie aan de accu (of de machine) worden verricht. • Risico op explosie tijdens het opladen; dit kan gebeuren als er wordt opgeladen met een niet-geschikte acculader (gebaseerd op de ampèrewaarde van de accu). • Tijdens het opladen van de accu’s, of in ieder geval wanneer de stekker van de acculader is aangesloten, is het verboden om de machine in te schakelen of te verplaatsen (ook met de hand).
• In geval er per ongeluk om enige reden vloeistof uit de accu’s wordt gemorst, moet de gemorste vloeistof worden opgenomen met absorberend materiaal, met gebruik van zuurbestendige handschoenen en kleding, een veiligheidsbril en beschermingsmiddelen van de luchtwegen; raadpleeg de handleiding van de accu. 10. 3. BESCHERMINGSMAATREGELEN10. 3. 1. PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN (PBM)Om veilig te kunnen handelen tijdens de werkzaamheden voor onderhoud, afstelling, inspectie en reiniging van de veegwagen, moet, naast de vermeldingen van de vorige paragrafen, gebruik worden gemaakt van de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) die geschikt zijn voor het type risico dat zich kan voordoen.
Zo zijn, met name voor de in deze handleiding beschreven onderhoudswerkzaamheden, noodzakelijk:• Tegen mechanische risico’s beschermende handschoenen;• Veiligheidsbril;• Beveiligingsmiddelen van de luchtwegen. In geval de vloeistof van de accu per ongeluk wordt gemorst of als er per ongeluk gevaarlijk materiaal is verzameld, zijn noodzakelijk:• Tegen mechanische en chemische risico’s beschermende handschoenen (bijv. neopreen handschoenen);• Veiligheidsbril;• FFP3-gezichtsmasker of van een hogere klasse;• Tegen chemische risico’s beschermende kleding.
Voor de werkzaamheden voor de reiniging van de veegwagen is verder geschikte werkkleding nodig, die aan het einde van de werkzaamheden gereinigd moet worden. Raadpleeg de handleiding van de motor voor verdere preventieve en beschermende maatregelen. 10. 3. 2. BESCHERMENDE MAATREGELEN VOOR DE LEDIGING VAN DE AFVALBAKTijdens de lediging van de afvalbak moet een voldoende veiligheidsafstand in acht worden genomen, afhankelijk van de afmetingen van de bak (Afbeelding 42). Afbeelding 42.
281CONTROLEER DAT ER TIJDENS DE HANDELINGEN VOOR DE LEDIGING VAN DE AFVALBAK GEEN PERSONEN AANWEZIG ZIJN OP MINDER DAN 2 METER TOT DE VEEGWAGEN. CONTROLEER VERDER DAT ER VOLDOENDE RUIMTE BESCHIKBAAR IS OM BOTSINGEN, DIE DE VEEGWAGEN KUNNEN BESCHADIGEN EN DE WERKING ERVAN KUNNEN AANTASTEN, TE VOORKOMEN. INSTALLEER ALTIJD DE VEILIGHEIDSBALK, ZOALS AANGEGEVEN IN PARAGRAAF 4. 4. 1. OM DE ONBEDOELDE SLUITING VAN DE GEHEVEN AFVALBAK TE VOORKOMEN. KAPITTEL 11 - STABILITEIT VAN DE MACHINE11. 1. STABILITEIT TIJDENS HET GEBRUIKDe stabiliteit van de machine tijdens het rijden en de reinigingswerkzaamheden wordt hoofdzakelijk gegarandeerd door de naleving van de maximale hellingswaarden (par. 3. 10 en 5. 1) en door de controle van het draagvermogen van het werkoppervlak dat in staat moet zijn het gewicht van de veegwagen, aangegeven op het typeplaatje, te dragen.
De handeling voor lediging van de afvalbak en alle fasen voor onderhoud, afstelling, reiniging en inspectie moeten gebeuren op een vlakke en niet-hellende ondergrond die in staat is het gewicht van de veegwagen, aangegeven op het typeplaatje, te dragen. Om de noodzakelijke stabiliteit tijdens het parkeren van de machine te garanderen, moet de parkeerrem geactiveerd worden, zoals aangegeven in par. 8. 7. In geval de machine niet op een vlakke ondergrond geparkeerd kan worden, moet gebruik worden gemaakt van wielkeggen. De stabiliteit bij geheven afvalbak, voor de handelingen voor inspectie, reiniging en onderhoud, wordt gegarandeerd door de veiligheidsbalk te plaatsen, zoals aangegeven in par. 4. 4. 1. 11. 2. STABILITEIT TIJDENS HET TRANSPORTBij het transport en de verplaatsing van de veegwagen moet rekening worden gehouden met het gewicht dat staat aangegeven op het typeplaatje.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Lavor SWL R1300 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden