Kuppersbusch VKI3850.0SR Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch VKI3850.0SR (124 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Kuppersbusch VKI3850.0SR of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Kuppersbusch |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | VKI3850.0SR |
Handleiding Kuppersbusch VKI3850.0SR – volledige tekst
NL113Veiligheidswaars- chuwingen:Wees voorzich- tig. In geval van een breuk of barst in het keramische glas, moet de stroomtoe- voer onmiddellijk uitgeschakeld worden om het risico voor een elektrische schok te vermijden. Dit apparaat is niet ontworpen om te functioneren met behulp van een externe timer (niet ingebouwd in het apparaat) of afs- tandsbediening. Dit apparaat mag niet gereinigd worden met een stoomreiniger. Wees voorzich- tig. Tijdens de wer- king van het appa- raat, kunnen het toestel en zijn toe- gankelijke elemen- ten warm worden. Vermijd het aanra- ken van de verwar- m i n g s e l e m e n t e n. Kinderen jonger dan 8 moeten zich verwij- derd houden van de kookplaat, tenzij ze onder voortdurend toezicht staan.
Dit apparaat mag gebruikt wor- den door kinderen van acht of ouder, personen met ver- minderde fysieke, sensorische of mentale capaciteit of gebrek aan ervaringen vaardigheden, DOCH UITSLUITEND onder toezicht, of indien ze de gepaste aanwijzingen gekregen hebben voor gebruik van het apparaat en de inherente gevaren hiervan begrijpen. Kinderen mogen het apparaat uitsluitend onder toezicht scho- onmaken en onder- houden. Kinderen mogen niet spelen met het apparaat. Wees voorzich- tig. Koken met vet of olie zonder dat u aanwezig bent, is gevaarlijk wegens het risico voor brand. Probeer NOOIT een brand met water te blus- sen. in dit geval moet u het apparaat uitschakelen en de vlammen afdekken met een deksel, bord of dekentje. Laat geen voor- werpen staan op de kookvelden van de plaat. Vermijd mogelijk brandgevaar. De inductiege- nerator voldoet aan de geldige Europese regelgeving.
Niette- min raden we aan dat personen met h a r t a p p a r a t u u r , zoals pacemakers, hun arts raadplegen of in geval van twij- fel, de inductievel- den niet gebruiken. Metalen voor- werpen zoals mes- sen, vorken, lepels en deksels, worden best niet op het kookplaatoppervlak gelegd, daar ze warm zouden kun- nen worden.
Alvorens het fornuis van het elektriciteitsnet te ontkoppelen, wordt aanbevolen de afzetschakelaar uit te schakelenen ongeveer 23 seconden te wachten voor het uittrekken van de stekker. Deze tijd is nodig voor het volledig ontladen van het elektronische circuit en zo de mogelijkheid van een elektrische ontlading via de stekkercontacten te voorkomen. Bewaar het garantiebewijs of eventueel het technisch gegevensblad samen met de handleiding gedurende de levensduur van het apparaat. Het bevat belangrijke technische gegevens van het toestel. Over inductieVoordelenMet een inductiekookplaat wordt de warmte rechtstreeks op de pan overgebracht. Dit heeft een aantal voordelen:- Tijdbesparing. - Energiebesparing. - Eenvoudig te reinigen omdat het voedsel dat in contact komt met de glazen plaat niet zo snel aanbakt. - Verbeterde energieregeling.
De energie wordt op de pan overgebracht zodra de vermogensregeling wordt bediend. En zodra de pan van de kookzone wordt genomen, stopt de stroomtoevoer. U hoeft het vermogen niet eerst uit te schakelen. PannenOp een inductiekookplaat zijn alleen ferromagnetische pannen geschikt. Er bestaan verschillende soorten:- gietijzeren, geëmailleerd staal en roestvrijstalen pannen die speciaal bestemd zijn voor gebruik met inductiekookplaten. We raden het gebruik van verdeelplaatjes of materialen zoals dun staal, aluminium, glas, koper of klei af. Iedere kookzone heeft een minimale tijd om de pan waar te nemen. Deze tijd is afhankelijk van het materiaal en de ferromagnetische diameter van de panbodem. Daarom is het fundamenteel om de kookzone te gebruiken die het beste past bij de bodemdoorsnede van de pan. Probeer een kleinere zone als de pan de geselecteerde kookzone niet waarneemt.
Als de Flex Zone wordt gebruikt als een enkele kookzone, kunnen grotere pannen die geschikt zijn voor dit soort zones worden gebruikt (zie afb. 2). Afb.
2Sommige pannen zonder een volledige ferromagnetische bodem worden verkocht onder het mom geschikt te zijn voor inductie (zie afb. 3). In deze pannen wordt alleen de ferromagnetische bodem verwarmd. Als gevolg wordt de warmte niet gelijkmatig verdeeld over de panbodem. Dit kan betekenen dat het niet-ferromagnetische deel van de panbodem niet de juiste kooktemperatuur bereikt. Afb. 3.
NL115Andere pannen met ingelegde aluminium delen in de bodem hebben een kleiner oppervlak ferromagnetische materiaal (zie afb. 4). In dit geval kan het lastig of zelfs onmogelijk zijn om de pan waar te nemen. Bovendien kan de stroomtoevoer lager zijn en daardoor de pan niet correct worden opgewarmd. Afb. 4Invloed van de bodem van de pannenHet soort bodem dat in de pan wordt gebruikt, kan de gelijkmatigheid en resultaten van het kookproces beïnvloeden. Pannen met een roestvrijstalen ‘sandwich’-bodem bestaan uit materialen die bijdragen aan de uniforme verdeling en verspreiding van de warmte, wat zorgt voor besparing van tijd en energie. De panbodem moet volledig plat zijn om een uniforme stroomtoevoer te garanderen (zie afb. 5). Afb. 5 Verwarm nooit lege pannen en gebruik nooit pannen met een dunne bodem.
Deze kunnen snel opwarmen zonder de tijd te nemen om de automatische uitschakelfunctie van de kookplaat in werking te laten treden. BELANGRIJKE AANBEVELINGEN:Gebruik pannen met dezelfde bodemdiameter als die van de kookplaat. Op de kookplaten die het dichtst bij het bedieningspaneel liggen, moet u de pannen altijd binnen de kookmarkeringen houden die op het glasoppervlak zijn aangegeven en pannen met dezelfde of een kleinere diameter gebruiken dan de kookmarkeringen. Zo wordt oververhitting van de bedieningszone voorkomen. Gebruik de achterste kookplaten voor intensief gebruik van het apparaat. Zo wordt oververhitting van het bedieningspaneel voorkomen. Zorg ervoor dat de pannen niet in de zone van het bedieningspaneel komen, vooral niet tijdens het koken. Gebruik en on-derhoudHandleiding van de aanraakgevoelige bedieningHANTERING ELEMENTEN (afb. 1)1Algemene aan/uit-schakelaar.
22Controlelampje dat aangeeft dat de Cont is geactiveerd*. *Enkel zichtbaar wanneer ingescha-keld. De maneuvers worden uitgevoerd via de aanraaktoetsen. U moet geen kracht uitoefenen op de gewenste aanraaktoets. U moet hem enkel aanraken met uw vingertip om de vereiste functie in te schakelen. Elke actie wordt geverieerd met een pieptoon. Gebruik de cursor schuifregelaar (2) om het stroomniveau aan te passen (0-9) door hem te verschuiven met uw vinger. Als u naar rechts verschuift, verhoogt u de waarde, als u naar links schuift, verlaagt u de waarde. Het is ook mogelijk rechtstreeks een stroomniveau te selecteren door uw vinger rechtstreeks op het gewenste punt van de cursor schuifregelaar (2) te plaatsen. Om een plaat te selecteren op deze modellen kunt u de cursor schuifregelaar rechtstreeks aanraken (2).
HET APPARAAT INSCHAKELEN1 Raak de On touch toets (1) gedurende minimum één seconde aan. De aanraakgevoelige bediening wordt ingeschakeld, u hoort een pieptoon en de controlelampjes (3) lichten op en geven een “-” weer.
NL116Als u niets doet binnen de 10 seconden schakelt de aanraakgevoelige bediening automatisch uit. Als de aanraakgevoelige bediening ingeschakeld is, kunt u ze altijd uitschakelen door de aanraaktoets (1) aan te raken, zelfs als de toets vergrendeld is (vergrendelingsfunctie ingeschakeld). De aanraaktoets (1) krijgt altijd prioriteit om de aanraakgevoelige bediening uit te schakelen. KOOKPLATEN INSCHAKELENZodra de Aanraakgevoelige bediening wordt ingeschakeld met sensor (1) kan elke plaat worden ingeschakeld door deze stappen te volgen: 1 Schuif uw vinger of raak een positie aan van een van de schuifregelaar sensoren (2). De zone werd geselecteerd en getlijktijdig wordt het stroomniveau ingesteld tussen 0 en 9. Die stroomwaarde wordt weergegeven op de overeenstemmende stroomindicator en het decimale punt (4) licht op gedurende 10 seconden.
2 Gebruik de cursor schuifregelaar (2) om een nieuw bereidingsniveau te selecteren tussen 0 en 9. Zolang de plaat geselecteerd is, met andere woorden, als het decimale (5) punt oplicht, kan het stroomniveau worden gewijzigd. EEN PLAAT UITSCHAKELEN Verlaag het stroomniveau naar niveau 0 met de schuifregelaar (2). De kookplaat schakelt uit. Als een kookplaat uitgeschakeld wordt, verschijnt een H in de stroomindicator (3) als het glazen oppervlak van de betrokken kookplaat warm is en er een risico bestaat op brandwonden. Als de temperatuur daalt, schakelt de indicator (3) uit (als de kookplaat uitgeschakeld is) of zo niet licht een “-” op als de kookplaat nog steeds ingeschakeld is. ALLE PLATEN UITSCHAKELENAlle platen kunnen gelijktijdig worden uitgeschakeld met de algemene aan/uit-sensor (1). Alle plaat-indicatoren (3) schakelen uit.
De stroomindicator (3) geven een symbool weer om aan te geven dat “er geen pan aanwezig is” als er, met de plaat ingeschakeld, geen panwordt gedetecteerd of als de pan niet geschikt is. Als een pan van de kookplaat wordt gehaald terwijl de plaat ingeschakeld is, zal de plaat automatisch geen energie meer ontvangen en het symbool voor “er is geen pan” verschijnt. Als er opnieuw een pan op de kookplaat wordt geplaatst, wordt opnieuw energie geleverd op hetzelfde vooraf geselecteerde stroomniveau. De tijdsduur voor de detectie van pannen is 3 minuten. Als er tijdens deze tijdsduur geen pan wordt geplaatst, of als de pan niet geschikt is, schakelt de kookplaat uit. Aan het einde schakelt u de kookplaat uit met de aanraakgevoelige bediening. Zo niet kan een ongewenste bewerking worden uitgevoerd als er een pan per ongeluk op de kookplaat wordt geplaatst tijdens deze drie minuten.
Vermijd potentiële ongevallen. Blokkeren functie (naargelang het model)Met de Blokkeren functie kunt u de andere sensoren blokkeren, behalve de aan/uit sensor (1) om ongewenste bewerkingen te vermijden. Deze functie is nuttig als een kinderbeveiliging. Om deze functie in te schakelen, raakt u de aanraaksensor (6) gedurende minimum één seconde aan. Daarna schakelt het pilootlampje (8) in om aan te tonen dat het bedieningspaneel geblokkeerd is. Om de functie uit te schakelen, raakt u eenvoudig opnieuw de sensor (6) aan. Als de aan/uit sensor (1) wordt gebruikt om het apparaat uit te schakelen als de blokkeren functie ingeschakeld is, is het niet mogelijk de kookplaat opnieuw in te schakelen tot ze gedeblokkeerd is.
Deze uitschakeling geldt niet voor alle functies, bijvoorbeeld de pieptoon voor aan/uit, als de tijdsduur van de timer verstreken is of het vergrendelen/ontgrendelen van de aanraaktoetsen blijft ingeschakeld. Als u de pieptoon opnieuw wilt inschakelen bij de acties drukt u opnieuw gelijktijdig op de aanraaktoets (11) en de vergrendeling toets (6)/ (7) gedurende drie seconden. De tijdsindicator (12) geeft “On” weer. StroomfunctieDeze functie levert “extra” vermogen aan de plaat boven de nominale waarde. Dit vermogen hangt af van de grootte van de plaat met de mogelijkheid de maximum toegelaten waarde van de generator te behalen. 1 Schuif uw vinger boven de overeenstemmende cursor schuifregelaar (2) tot de stroomindicator (3) “9” weergeeft. Houd de vinger gedurende één seconde ingedrukt of raak onmiddellijk aan en houd uw vinger gedurende één seconde ingedrukt.
NL1172 De stroomniveau indicator (3) geeft het symbool weer en de plaat begint het extra vermogen te leveren. De Stroomfunctie heeft een maximum duur gepreciseerd in Tabel 1. Als deze tijdsduur verstreken is, wordt het stroomniveau automatisch aangepast op 9. Er weerklinkt een geluidssignaal. Wanneer de Stroomfunctie in een kookplaat wordt ingeschakeld, is het mogelijk dat de prestatie van de andere platen wordt beïnvloed en dat hun vermogen verlaagt. In dat geval wordt dit aangegeven met de indicator (3). De Stroomfunctie kan worden uitgeschakeld voor de tijdsduur verstreken is met de aanraak cursor “schuifregelaar” om het stroomniveau te wijzigen of door stap 3 te herhalen. Timer-functie (aftelklok)Met deze functie is het gemakkelijker eten te bereiden omdat u niet voortdurend aanwezig moet blijven.
U kunt een timer instellen voor een plaat en de plaat schakelt uit zodra de tijdsduur verstreken is. Voor deze modellen kunt u gelijktijdig elke plaat programmeren voor een tijdsduur van 1 tot 99 minuten. Een timer instellen op een plaat. Zodra het stroomniveau ingesteld is op de gewenste zone en terwijl het decimale punt van de zone ingeschakeld blijft, kunt u een timer instellen voor de kookplaat. Dit doet u als volgt:1 Raak sensor (10) of (11) aan. De timer indicator (12) geeft “00” weer en de overeenstemmende zone indicator (3) geeft het symbool weer dat alternerend knippert met het huidige stroomniveau. 2 Stel onmiddellijk daarna een bereidingsduur in tussen 1 en 99 minuten met de sensoren (10) ó (11). Bij de eerste start de waarde met 60, en bij de tweede start ze met 01. Als u de sensoren (10) ó (11) ingedrukt houdt, wordt de waarde teruggeplaatst op 00.
Zodra de geselecteerde bereidingstijd verstreken is, schakelt de kookplaat met timer uit en de klok geeft een reeks pieptonen weer gedurende een aantal seconden. Om het hoorbare signaal uit te schakelen, raakt u een sensor aan. De timer indicator (12) geeft een knipperende 00 weer naast het decimale punt (4) van de geselecteerde zone. Als de uitgeschakelde kookplaat warm is, geeft de stroomindicator alternerend het H-symbool en een “-“ weer. Als u gelijktijdig een timer wilt inschakelen op andere kookplaat moet u stappen 1 tot 3 herhalen. Als u een timer hebt ingeschakeld voor een of meerdere zones geeft de timer indicator (12) standaard de kortste resterende tijdsduur weer, en een “t” verschijnt op de betrokken zone. De andere zones met timers geven op hun overeenstemmende indicatorzones een knipperend decimaal punt weer.
Wanneer de cursor ‘schuifregelaar” of een andere timer ingedrukt is, geeft de timer de resterende tijdsduur van die zone weer gedurende een aantal seconden en de indicator geeft alternerend het stroomniveau of de “t” weer. De geprogrammeerde tijdsduur wijzigen. Om de geprogrammeerde tijdsduur te wijzigen, moet u de cursor “schuifregelaar” (2) van de zone met timer indrukken. Daarna kunt u de tijdsduur aezen en wijzigen. U kunt de geprogrammeerde tijdsduur wijzigen met de sensoren (10) en (11). De klok loskoppelen : Als u de klok wilt stopzetten voor de geprogrammeerde tijdsduur verstreken is, kunt u eenvoudig de waarde aanpassen op “--”. 1 Selecteer de gewenste plaat. 2 Pas de waarde van de klok aan op “00” met de sensor (10). De klok wordt geannuleerd. Dit is ook mogelijk door snel en gelijktijdig op de sensoren (10) en (11) te drukken.
StroombeheerfunctieDe modellen zijn uitgerust met een vermogensbeperkingsfunctie (vermogensmanagement). Deze functie biedt de mogelijkheid het totale vermogen van een kookplaat in te stellen op verschillende waarden geselecteerd door de gebruiker.
NL118op de (11) aanraaktoets. De PL letters verschijnen op de tijdsindicator (122 Druk op de vergrendeling aanraaktoets (6)/ (7). De verschillende stroomwaarden waarop de kookplaat kan worden beperkt verschijnen en deze kunnen worden gewijzigd met de (11) en (10) sensoren. 3 Zodra de waarde geselecteerd is, drukt u een maal op de vergrendeling aanraaktoets (6)/ (7). De kookplaat wordt beperkt op de geselecteerde stroomwaarde. Als u de waarde opnieuw wilt wijzigen, moet u de kookplaat loskoppelen en na een aantal seconden opnieuw inschakelen. Zo krijgt u opnieuw toegang tot het stroombeperking menu. Elke maal het stroomniveau van een kookplaat wordt gewijzigd, zal de stroombeperker het totale vermogen berekenen dat wordt gegenereerd door de kookplaat. Als u de totale stroomlimiet hebt bereikt, zal de aanraakgevoelige bediening u niet toelaten het stroomniveau van die kookplaat te verhogen.
De kookplaat geeft een pieptoon weer en het stroom controlelampje (3) zal knipperen op het niveau dat niet mag worden overschreden. Als u die waarde wilt overschrijden, moet u het vermogen van de andere kookplaten verlagen. Soms volstaat het niet een andere te verlagen met een niveau want dit hangt af van het vermogen van elke kookplaat en het ingestelde niveau. Het is mogelijk dat, als u het niveau van een grote kookplaat wilt verhogen, u meerdere kleinere platen moet verlagen. Als u de snelle inschakelfunctie gebruikt op maximum vermogen en deze waarde is hoger dan de waarde ingesteld door de limietwaarde wordt de kookplaat ingesteld op het maximum niveau. De kookplaat geeft een pieptoon weer en de stroomwaarde knippert twee maal op het controlelampje (3). Speciale functies: CHEF (naargelang het model)Deze functies hebben vooraf ingestelde vermogensniveaus om koken eenvoudiger te maken.
Als de gewenste temperatuur voor de functie wordt bereikt, wordt deze automatisch behouden zonder het vermogensniveau te wijzigen. De Chef-functies werken correct met pannen die op de panbodem dezelfde ferromagnetische zone hebben als de kookzone. Daarnaast moeten pannen voor functies op hoge temperaturen (boven de 100ºC) een platte, gladde bodem hebben (bij voorkeur van het type ‘sandwich’) zoals weergegeven in afbeelding 6. Afb. 6Afb. 8Afb. 9.
NL119Om de correcte werking van deze functies te garanderen, is het van belang dat de pan en de kookzone bij aanvang van het proces niet heet zijn. Op de webpagina van Küppersbusch staat meer informatie over geschikte pannen (steelpannen, koekenpannen, grillpannen enz. ). De Touch Control heeft speciale kenmerken die de gebruiker helpt gerechten te bereiden met de CHEF sensor (9). Deze functies zijn beschikbaar naargelang het model. Om een speciale functie te activeren op een zone:1 Eerst moet ze worden geselecteerd; en daarna is het decimale punt (4) ingeschakeld op de stroomindicator (3). 2 Klik nu op de CHEF sensor (9). Elke maal u de knop indrukt, verspringt u één voor één naar de volgende beschikbare CHEF functie in elke zone. Deze functies geven de activering weer met de overeenstemmende led-indicatoren (14), (15), (16), en (17).
Als u een speciale actieve functie wilt annuleren, moet u de schuifregelaar sensor (2) in de ‘’0’’-standKEEP WARM FUNCTIEDeze functie stelt automatisch een geschikt stroomniveau in om uw bereide gerechten warm te houden. Om deze functie in te schakelen, selecteert u de plaat en drukt u op de CHEF sensor (9) tot de led (16) op het pictogram oplicht. Zodra de functie ingeschakeld is, verschijnt het symbool op de stroomindicator (3). U kunt de functie op elk moment annuleren door de plaat uit te schakelen door het stroomniveau te wijzigen of om een andere speciale functie te kiezen. MELTING FUNCTIE Deze functie handhaaft een lage temperatuur in de kookzone. Ideaal om eten te ontdooien of om andere etenswaren zoals chocolade, boter, etc. langzaam te smelten. Om deze functie in te schakelen, selecteert u de plaat en drukt u op de CHEF sensor (9) tot de led (15) op het pictogram oplicht.
Zodra de functie ingeschakeld is, verschijnt het symbool op de stroomindicator (3). U kunt de functie op elk moment annuleren door de plaat uit te schakelen door het stroomniveau te wijzigen of om een andere speciale functie te kiezen.
SIMMERING FUNCTIE Deze functie geeft de mogelijkheid tot sudderen. Als uw gerechten klaar zijn, schakelt u de plaat in door ze te selecteren en drukt u op de CHEF sensor (9) tot de led (14) op het pictogram oplicht. Zodra de functie ingeschakeld is, verschijnt het symbool op de stroomindicator (3). U kunt de functie op elk moment annuleren door de plaat uit te schakelen door het stroomniveau te wijzigen of om een andere speciale functie te kiezen. FUNCTIE SLIDE COOKING (afhankelijk van het model)Deze functie maakt het mogelijk de flexibele zone in drie gebieden te verdelen (zie afb. 7) en activeert een vooraf ingestelde vermogensconfiguratie. Hiermee kunnen pannen van het ene gebied naar het andere worden verschoven om te bereiden met het vermogen dat aan iedere zone is toegewezenOm deze te activeren dient u eerste de Flex Zone-functie te activeren (zie hoofdstuk Flex Zone-functie).
Hierna drukt u op de CHEFKOK-sensor (9) totdat de leds (17) die zich op het pictogram bevinden, aangaan. Als u dit doet, tonen de vermogensindicators (3) drie segmenten (zie afb. 8) die aangeven dat u de pan kunt plaatsen. Als de pan eenmaal is geplaatst, verschijnt het vermogensniveau automatisch in de vermogensindicatoren (3): voor zone #1 is het vermogensniveau 3, voor zone #2 is het vermogensniveau 5 en voor zone #3 is het vermogensniveau 9 (zie afb. 7 en 9). Om deze functie te deactiveren moet u de schuifcursor (2) naar de 0-stand zetten. Afb. 7GRILLFUNCTIEDeze functie stelt de geschikte vermogensfunctie automatisch in om te grillen. Om deze te activeren, kiest u de plaat, drukt u op de CHEF-sensor (9) totdat de leds (18) die zich op het pictogram bevinden, aangaan.
Eens de functie geactiveerd, verschijnt een bewegend segment op de stroomindicator (3) om aan te geven dat het kookproces de pot aan het voorverwarmen is. Zodra deze fase is afgelopen verschijnt het teken op de vermogensindicator (3) en hoort u een beepgeluid dat het voedsel moet worden toegevoegd.
NL120FUNCTIE PAN FRYINGDeze functie stelt de geschikte vermogensfunctie automatisch in om te bakken met een beetje olie of om te sauteren. Om deze te activeren, kiest u de plaat, drukt u op de CHEF-sensor (9) totdat de leds (19) die zich op het pictogram bevinden, aangaan. Eens de functie geactiveerd, verschijnt een bewegend segment op de stroomindicator (3) om aan te geven dat het kookproces de pot aan het voorverwarmen is. Zodra deze fase is afgelopen verschijnt het teken op de vermogensindicator (3) en hoort u een beepgeluid dat het voedsel moet worden toegevoegd. U kunt deze functie op elk moment overslaan door de plaat uit te schakelen door het vermogensniveau te wijzigen of door een andere speciale functie te kiezen. FUNCTIE DEEP FRYINGDeze functie stelt de geschikte vermogensfunctie automatisch in om te bakken in veel olie (frituren).
Om deze te activeren, kiest u de plaat, drukt u op de CHEF-sensor (9) totdat de leds (20) die zich op het pictogram bevinden, aangaan. Eens de functie geactiveerd, verschijnt een bewegend segment op de stroomindicator (3) om aan te geven dat het kookproces de pot aan het voorverwarmen is. Zodra deze fase is afgelopen verschijnt het teken op de vermogensindicator (3) en hoort u een beepgeluid dat het voedsel moet worden toegevoegd. U kunt deze functie op elk moment overslaan door de plaat uit te schakelen door het vermogensniveau te wijzigen of door een andere speciale functie te kiezen. FUNCTIE POACHINGDeze functie stelt een automatische vermogensregeling in die geschikt is voor het bakken van voedsel op gemiddelde temperatuur. Ideaal voor het bakken van aardappelen, bij de bereiding van de Spaanse omelet.
Om het te activeren, selecteert u de kookplaat en drukt u achtereenvolgens op de CHEF-sensor (9), totdat de led (21) boven het pictogram gaat branden. Zodra de functie is geactiveerd, verschijnt een bewegend segment op de stroomindicator (3), wat aangeeft dat het systeem zich in de voorverwarmfase van de container bevindt.
Zodra deze fase is voltooid, verschijnt er een op de stroomindicator (3) en klinkt er een akoestisch signaal dat aangeeft dat de gebruiker voedsel moet toevoegen. U kunt de functie op elk moment opheffen door de kookplaat uit te schakelen, het vermogensniveau te wijzigen of een andere speciale functie te kiezen. FUNCTIE CONFIT (naargelang het model)Deze functie stelt de geschikte vermogensfunctie automatisch in om voedsel te konjten. Om deze te activeren, kiest u de plaat, drukt u op de CHEF-sensor totdat het led (22) die zich op het pictogram bevindt, aangaat. Als de functie geactiveerd is, verschijnt een bewegend segment op de stroomindicator (3) om aan te geven dat het kookproces de pan aan het voorverwarmen is. Zodra deze fase is afgelopen verschijnt het teken op de vermogensindicator (3) en hoort u een piepgeluid om aan te geven dat het voedsel moet worden toegevoegd.
U kunt deze functie op elk moment overslaan door de plaat uit te schakelen door het vermogensniveau te wijzigen of door een andere speciale functie te kiezen. Flex Zone functie (naargelang het model)Met deze functie kunnen de kookzones samen in werking worden gesteld, een vermogensniveau worden gekozen en de timerfunctie voor beide zones worden geactiveerd. Om deze functie in te schakelen, drukt u op de sensor (7). Hierdoor zullen de decimale punten (4) van de verbonden platen oplichten en de waarde “0” verschijnt op de stroomindicatoren (3). De klok timer indicator (12) geeft drie segmenten weer ter aanduiding van de ingeschakelde zones. U hebt een aantal seconden om de volgende bewerking uit te voeren; zo niet wordt de functie automatisch uitgeschakeld. (zie Afb. 10).
Nadat de Flex Zone is gekozen, kunt u het vermogen toewijzen door een van de schuifcursors (2) van de gelinkte zone aan te raken. Het vermogensniveau en de variaties hiervan worden tegelijkertijd op de vermogensindicators (3) van beide zones weergegeven. De led (7) op het pictogram gaat branden.
NL121de kookvelden steeds vrij en droog. Bij elk manoeuvreerbaarheids- probleem of niet in deze handleiding vermelde storing, moet u het apparaat uits- chakelen en de technische dienst van Küppersbusch waarschuwen. Suggesties en aanbevelingen* Gebruik potten en pannen met een dikke en volkomen platte bodem. * Niet met potten en pannen over het glas schuiven, dit kan krassen veroorzaken. * Hoewel het glas schokken van grote potten en pannen zonder scherpe randen kan verdragen, vermijdt u toch best kloppen op het glas. * Om schade te vermijden in het glaskeramiekoppervlak, schuift u best geen potten en pannen over het glas en houdt u de bodems van de pannen schoon en in goede staat. * Aanbevolen diameters van de pannenbodem (zie ‘’Technisch gegevensblad’’ dat bij het product werd geleverd).
Voorkom dat suiker of suiker- houdende producten op het glas vallen, want als het glas verwarmd wordt, kunnen ze een reactie tewe- egbrengen en het oppervlak bes- chadigen. Reinigen en instandhoudingVoor een goede instandhouding van de kookplaat moet u ze na afkoeling reinigen met de juiste producten en hulpmiddelen. Zo is schoonmaken gemakkelijker en vermijdt u dat het vuil zich ophoopt. Gebruik in geen geval agressieve reinigingsproducten of producten die krassen op het oppervlak kunnen veroorzaken, noch stoomap- paraten. Licht vuil kan met een vochtige doek en een zacht reinigingsmiddel of lauw zeepwater verwijderd worden. Maar voor hardnekkige vlekken of vet moet u een reinigingsmiddel voor keramisch glas gebruiken, conform de voorschriften van de fabrikant. Ten slotte kan vastplakkend aangebrand vuil verwijderd worden met een krabber met mesje.
Kleuririseringen worden geproduceerd door potten of pannen met droge vetresten op de bodem of vet tussen het glas en de pan tijdens het koken. Ze worden van het glasoppervlak ver- wijderd met een nikkelschuursponsje met water of met een speciale glaske- ramiekreiniger.
Plastic voorwerpen, suiker of voedingsmiddelen die veel suiker bevatten en op de kookplaat gesmolten zijn, moeten onmiddellijk verwijderd worden met een krabber, als het glas nog warm is. Metallische glanzen worden veroor-zaakt door het verschuiven van meta- len potten en pannen over het glas. Ze kunnen verwijderd worden door grondige reiniging met een speciale glaskeramiekreiniger, alhoewel het reinigen mogelijk herhaalde malen dient te gebeuren. Bevindt er zich gesmolten materiaal tussen uw pot of pan en het glas, dan kan de pan op het glas blij- ven plakken. Met een koude kookplaat de pot of pan niet pogen te verwijderen. Het keramische glas zou kunnen breken. Stap niet op het glas of steun er niet op, het zou kunnen breken en u verwonden. Geen voorwerpen plaatsen op het glas. Küppersbusch INDUSTRIAL S. A.
behoudt zich het recht voor in haar handleidingen de wijzigingen aan te brengen die ze noodzakelijk of nuttig acht, zonder de wezenlijke kenmerkens te schaden. MilieuaspectenHet symbool op het product of zijn verpakking duidt aan dat dit product niet als gewoon huisvuil mag behandeld worden. Dit product moet voor recycling naar een verza- melpunt voor elektrische en elektro- nische apparatuur gebracht wor- den. Door u te verzekeren dat dit product correct verwijderd wordt, helpt u negatieve gevolgen voor het milieu en de openbare gezondheid te voorkomen, die zouden kunnen teweeggebracht worden door een onjuiste verwerking van dit product. Voor meer gedetailleerde informatie over de recycling van dit product, moet u contact opnemen met uw stadsadministratie, de dienst voor huisvuilophaling of de winkel waar u het product kocht.
NL122controleert u best het volgende:Het fornuis functioneert niet: Controleer of de netwerkkabel op het passende stopcontact aangesloten is. De inductievelden warmen niet op: Onjuiste pot of pan (zonder ferromag- netische bodem of te klein). Controleer of de bodem van de pot of pan aange- trokken wordt door een magneet of gebruik een grotere pot of pan. Bij de aanvang van het koken op de inductievelden is een gezoem te horen: In geval van weinig dikke potten of die niet uit æ©æ©nstuk gemaakt zijn, is het gezoem het resultaat van het rechts-treekse overdragen van de energie naar de bodem van de pot of pan. Dit gezoem is geen gebrek, maar wenst u het toch te vermijden, verminder dan lichtjes het gekozen vermogensniveau of gebruik een pot of pan met een dik-kere bodem en/of uit één stuk.
De aanraakbediening schakelt niet in of eens ingeschakeld, functione- ert ze niet:Er werd geen enkele plaat geselecte- erd. Controleer of u een plaat geselec- teerd hebt, alvorens er iets mee te willen doen. De sensoren zijn met vocht bedekt en/of u heeft vochtige vingers. Het oppervlak van de aanraakbediening en/of uw vingers droog en schoon houden. De blokkering is geactiveerd. Deacti- veer de blokkering. Tijdens het koken valt een ventila- tiegeluid te horen, dat ook met een uitgeschakeld fornuis nog steeds te horen is:De inductieve zijn voorzien van een ventilator v het koelen van het elektronische systeem. Deze functio- neert slechts bij een hoge temperatuur van het elektronische systeem, daalt deze dan wordt hij automatisch afge- zet, ook bij een geactiveerd fornuis.
Het symbool verschijnt in de vermogensindicator van een plaat: Het inductiesysteem merkt geen aan- wezigheid op van een pot of pan op de plaat of de pot of pan is niet geschikt voor gebruik. Een plaat wordt uitgeschakeld en de melding C81 of C82 verschijnt in de indicatoren:Overdreven temperatuur van het elek-tronische systeem of van het glas.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch VKI3850.0SR stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Kuppersbusch
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis