Kuppersbusch KMI8350.0SR Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch KMI8350.0SR (100 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 44 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Kuppersbusch KMI8350.0SR of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Kuppersbusch |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | KMI8350.0SR |
Handleiding Kuppersbusch KMI8350.0SR – volledige tekst
74NLInhoud240 801 41031 Algemeen. 751. 1 Küppersbusch klantenservice. 751. 1 Hier vindt u. 751. 2 Reglementair gebruik. 752 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen. 762. 1 Voor aansluiting en werking. 762. 2 Voor de kookplaat in het algemeen. 762. 3 Voor personen. 772. 4 Symbool- en instructieverklaring. 773 Beschrijving van het toestel. 783. 1 Bediening met sensortoetsen. 793. 2 Wat u moet weten over de slider (sensorveld). 794 Bediening. 804. 1 Het inductiekookveld. 804. 2 Panherkenning. 804. 3 Gebruiksduurbeperking. 804. 4 Andere functies. 804. 5 Oververhittingsbeveiliging (inductie). 804. 6 Kookgerei voor inductiekookplaat. 814. 7 Tips om energie te besparen. 814. 8 Kookstanden. 814. 9 Restwarmteweergave. 814. 10 Permanente panherkenning. 824. 11 Bediening van de toetsen. 824. 12 Kookplaat en kookzone inschakelen. 824. 13 Kookzone uitschakelen. 824. 14 Kookplaat uitschakelen. 824.
Algemeen75NL1. 1 Hier vindt u. Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onderhoud van het toestel, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk „Wat te doen bij problemen. ”. Kleinere storingen kunt u vaak zelf verhelpen en u vermijdt op die manier onnodige servicekosten. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- en montagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuwe eigenaar door. 1. 2 Reglementair gebruikDe kookplaat is alleen voor de bereiding van levensmiddelen in het huishouden en in gelijkaardige omgevingen bedoeld.
Gelijkaardige omgevingen zijn:• Het gebruik in winkels, kantoren en gelijkaardige werkomstandigheden• Het gebruik in landbouwbedrijven• Het gebruik door klanten in hotels, motels en andere typische woonomgevingen• Het gebruik in logies en ontbijt• Ze mag niet voor een ander doel en alleen onder toezicht worden gebruikt. 1 Algemeen1. 1 Küppersbusch klantenserviceCentrale klantenservice- / reservedelenaanvraagDuitsland:Küppersbusch Hausgeräte GmbHIm Welterbe 2D - 45141 EssenTelefoon: +49 209-401-0Telefax: +49 209 4 01-7 14 / 7 15Internet: www. home-kueppersbusch. comU bereikt ons:Maandag tot donderdag van 8:30 uur tot 18:00 uurVrijdag van 8:30 uur tot 17:00 uurBuiten de diensturen kunt u ons uw wensen per telefax of internet onder www. kueppersbusch. de meedelen.
Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen76NL2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen2. 1 Voor aansluiting en werking• De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoorschriften gebouwd. • Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het apparaat mogen alleen door een erkend vakman volgens de geldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico voor uw veiligheid. • Als de netaansluitkabel van dit toestel beschadigd is, moet ze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijkaardig gekwali ceerde persoon worden vervangen om risico's te vermijden. • Het toestel mag niet met een externe schakelklok of een extern afstandsbesturingssysteem worden gebruikt. 2. 2 Voor de kookplaat in het algemeen• Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingestelde kookstand de inductiekookplaat niet zonder toezicht gebruiken.
• Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid van de kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daarbij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken. • Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kookzones. • Wees voorzichtig bij het gebruik van au-bain-marie-pannen. Au-bain-marie-pannen kunnen ongemerkt droogkoken. Dat veroorzaakt beschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. • Schakel een kookzone na gebruik altijd uit met behulp van het regel- en/of bedieningsapparaat en niet alleen met behulp van de panherkenning. • Oververhitte vetten en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie altijd in de buurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen. Het toestel uitschakelen en dan de vlammen voorzichtig met bijv. een deksel of een blusdeken afdekken.
Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen breken. • Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice. • Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling niet meer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice. • Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparatuur. Netsnoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen. • Brandgevaar: nooit voorwerpen op de kookplaat laten liggen. • De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om er voorwerpen op neer te leggen. • Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen.
Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone houden, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechten met een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een speciale glasschraper volledig van de keramische kookplaat verwijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen te vermijden. • Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek. ) mogen niet op de inductiekookplaat worden gelegd omdat ze heet kunnen worden. Gevaar voor verbranding. • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voorwerpen direct onder de kookplaat leggen. • Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen, kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de inductiekookplaat heet worden. Opgelet, gevaar van verbranding. Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilveren ringen) geldt dit niet. • Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingen op kookzones verwarmen.
Door de energietoevoer kunnen deze uiteenspatten. • De sensoren schoonhouden omdat verontreinigingen door het apparaat als vingercontact kunnen worden herkend. Nooit voorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz. ) op de sensortoetsen plaatsen.
Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen77NL• Bij het gebruik van haardgekoppeld hout-, kool-, gas- of olievuur moet voor voldoende aanvoerlucht worden gezorgd. De maximaal toelaatbare onderdruk die door de afzuigkap in de ruimte van het haardgekoppeld vuur wordt veroorzaakt, mag de 4 Pa (0,04 mbar) niet overschrijden, anders bestaat er vergiftigingsgevaar. • Tijdens het koken wordt door de damp extra vocht aan de kamerlucht afgegeven. • In circulatiebedrijf wordt het vocht uit de damp maar voor een klein deel verwijderd. Er moet daarom altijd voor voldoende toevoer van verse lucht, worden gezorgd, bijvoorbeeld door een geopend raam of door het gebruik van huisventilatie. • Zorg altijd voor een normaal en behaaglijk ruimteklimaat (45 - 60 % luchtvochtigheid). • Schakel na elk gebruik in circulatiebedrijf de kookplaatafzuiging ca.
20 minuten lang op een lage stand of activeer de automatische naloop. 2. 3 Voor personen• Deze toestellen kunnen door kinderen vanaf 8 jaar alsook door personen met verminderd lichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen of met gebrek aan ervaring en/of kennis worden gebruikt als erop toezicht wordt gehouden of als ze over het veilige gebruik van het toestel zijn geïnstrueerd en ze de bijbehorende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. De reiniging en het onderhoud door de gebruiker mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij het onder toezicht gebeurt. • De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden heet tijdens de werking. Daarom moeten kleine kinderen principieel uit de buurt worden gehouden.
• Er mogen alleen fornuisrekken of kookplaatafdekkingen van de kookplaatfabrikant of door de fabrikant in de gebruiksaanwijzing van het toestel vrijgegeven fornuisrekken of kookplaatafdekkingen worden gebruikt. Het gebruik van niet geschikte fornuisrekken of kookplaatafdekkingen kan tot ongevallen leiden.
• Personen met pacemakers of geïmplanteerde insulinepompen moeten zich ervan verzekeren dat hun implantaten niet door de inductiekookplaat worden beïnvloed (het frequentiebereik van de inductiekookplaat bedraagt 20-50 kHz). 2. 4 Symbool- en instructieverklaringHet apparaat werd volgens de huidige stand van de techniek geproduceerd. Desondanks kunnen machines risico's opleveren, die constructief niet te vermijden zijn. Om voldoende veiligheid voor de bediener te waarborgen, worden extra veiligheidsinstructies gegeven in de vorm van de hiervolgend beschreven tekstmarkeringen. Alleen als deze in acht worden genomen, is er voldoende veiligheid tijdens de werking gewaarborgd. De gemarkeerde tekstpassages hebben verschillende betekenissen:GEVAAROpmerking die op een direct dreigend gevaar wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn.
OPGELETOpmerking die op een mogelijk gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn. LET OPOpmerking die op een gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen lichte verwondingen of beschadiging van het apparaat zijn. OPMERKINGHet in acht nemen van opmerkingen vergemakkelijkt de omgang met het apparaat. Bovendien worden op sommige plekken de volgende gevaarsymbolen gebruikt:WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE ENERGIE. ER BESTAAT LEVENSGEVAAR. In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd. OPGELET. HETE OPPERVLAKKEN. Dit symbool is aangebracht op oppervlakken die heet worden. Er bestaat gevaar voor ernstig brandletsel of verbrandingen.
De oppervlakken kunnen ook na het uitschakelen van het apparaat heet zijn. GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN VOOR DE OMGANG MET ELEKTROSTATISCH GEVOELIGE COMPONENTEN EN MODULES (ESD) IN ACHT NEMEN.
Achter afdekkingen die met het hiernaast staande symbool gekenmerkt zijn, bevinden zich elektrostatisch gevoelige componenten en modules. Aanraken van stekkeraansluitingen, geleiders en componentenpins moet absoluut worden vermeden. Alleen vakpersoneel met elektronicakennis en -ervaring is bevoegd om hierin wijzigingen aan te brengen.
Beschrijving van het toestel78NL3 Beschrijving van het toestelHet decor kan van de afbeeldingen afwijken.1. Inductiekookzone voor2. Inductiekookzone achter3. Keramische kookplaat4. Touch-control-bedieningsveld5. Ventilator6. Aan/Uit-toets (kookplaat)7. Sensorveld8. STOP-toets (pauzefunctie)9. Vergrendeltoets10. Warmhoudtoets11. Grilltoets12. Min-/plus-toets timer13. Timer-weergave14. Aanwijzing voor kookzonetimer15. Kookstandweergave16. Weergave ventilatorOPMERKINGDe meeste van de hier weergegeven toetsen zijn pas zichtbaar na het inschakelen van de kookplaat.761514131211109816
2 Wat u moet weten over de slider (sensorveld)De slider functioneert in principe zoals de sensortoetsen, met het verschil dat u de vinger op het keramische oppervlak plaatst en dan kunt verschuiven. Het sensorveld herkent deze beweging en verhoogt of verlaagt de aangetoonde waarde (kookstand) volgens de beweging. Het begrip „slider” [Engels „slide”: schuiven, laten glijden] is in deze handleiding identiek met de term sensorveld. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 PWaarop moet u bij de bediening letten. De vinger mag niet te vlak op de keramische plaat worden gezet om te verhinderen dat naburige toetsen/sensorvelden per ongeluk reageren. Sensorveld aantikken of de vinger verschuivenHet sensorveld kan met de vinger worden aangetikt; dan verandert de aangetoonde waarde (kookstand) stapsgewijs.
Als de vinger op het sensorveld wordt geplaatst en dan naar links of naar rechts wordt verschoven, verandert de aangetoonde waarde continu. Hoe sneller de beweging, hoe sneller de aanwijzing verandert. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 P1 2 3 4 5 6 7 8 9 PSensorveldfout goedschuivenaantikken.
Plaats de pan altijd in het midden van de kookzone om een optimaal rendement te verkrijgen. Belangrijk: naargelang van de kwaliteit van de pan kan de vereiste minimumdiameter voor het reageren van de panherkenning afwijken. 4. 3 GebruiksduurbeperkingDe inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeperking. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen van de kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking heeft gereageerd, wordt de kookzone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aanwijzing verschijnt een H. De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfsduurbeperking, d. w. z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld als de tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv.
automatische uitschakeling met 99 minuten en kookstand 9 is mogelijk). GebruiksduurbeperkingIngestelde kookstandGebruiksduurbeperking in minuten123456789P1203603603003002409090909054. 4 Andere functiesAls één of meer sensortoetsen langer of tegelijk worden ingedrukt (bijv. door een per ongeluk op de sensortoetsen geplaatste pan), wordt er niet geschakeld. Het symbool of ER03 knippert en er is gedurende een zekere tijd een signaal te horen. Na een paar seconden wordt er uitgeschakeld. A. u. b. het voorwerp van de sensortoetsen halen. Om het symbool of ER03 te wissen, op dezelfde toets drukken of de kookplaat uit- en inschakelen. 4. 5 Oververhittingsbeveiliging (inductie)Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer voldoende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronica optreden, wordt evt.
Bediening81NL4. 6 Kookgerei voor inductiekookplaatDe pannen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt, moeten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en een voldoende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductie geschikt is. Geschikte pannen Ongeschikte pannenGeëmailleerde stalen pannen met dikke bodemPannen van koper, roestvrij staal, aluminium, vuurvast glas, hout, keramiek of terracottaGietijzeren pannen met geëmailleerde bodemPannen van roestvrij gelaagd staal, roestvrij ferrietstaal of aluminium met speciale bodemZo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is:Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan het symbool voor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest:Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de magneet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekookplaat gebruiken.
Opmerking:Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor inductie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouwwijze van deze pannen. Fout: de panbodem is gewelfd. De temperatuur kan door de elektronica niet correct worden bepaald. 4. 7 Tips om energie te besparenHier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi ciënt met uw nieuwe inductiekookplaat en uw kookgerei om te gaan. • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kookzonediameter. • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houden dat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die is meestal groter dan de panbodem. • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de overdruk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte bereidingsduur blijven vitamines bewaard.
Een grote, nauwelijks gevulde pan verbruikt veel energie. 4. 8 KookstandenHet verwarmingsvermogen van de kookzones kan in meerdere standen worden ingesteld. In de tabel vindt u toepassingsvoorbeelden voor de verschillende standen. Kookstand Toepassing01-234-567-89PUIT-stand, benutting van de restwarmteWarm houdenVerder koken van kleine hoeveelhedenDoorkokenGaar koken van grote hoeveelheden, gaar braden van grote stukkenBraden, bechamelsaus makenBradenAan de kook brengen, aanbraden, bradenPowerstand (hoogste vermogen)Bij kookpannen zonder deksel moet evt. een hogere kookstand worden gekozen. 4. 9 Restwarmteweergave De keramische kookplaat is met een restwarmteweergave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de restwarmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm te houden. Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn.
Er bestaat gevaar voor verbranding. Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maar alleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd.
a) Het sensorveld uiterst links aanraken ofb) de op het sensorveld geplaatste vinger naar links verschuiven om de kookstand op 0 te verlagen. 4. 14 Kookplaat uitschakelen6. Op de Aan/Uit-toets drukken. De kookplaat wordt onafhankelijk van de instelling volledig uitgeschakeld. Opmerking:Als alle kookzones handmatig worden uitgeschakeld (kookstand 0) en vervolgens op geen enkele toets of sensorveld meer wordt gedrukt, wordt de kookplaat na 10 seconden automatisch uitgeschakeld. * De powerstand wordt meteen geactiveerd. Zie alinea „Powerstand”. geschikt voor inductieGereedheidsstip.
Bediening83NL4.15 STOP-functie Het koken kan tijdelijk met de STOP-toets worden onderbroken, bijv. als er aan de deur wordt gebeld. Om het koken met dezelfde kookstanden voort te zetten, moet de STOP-functie worden beëindigd. Een evt. ingestelde timer wordt gestopt en loopt daarna verder.Om veiligheidsredenen is deze functie slechts 10 minuten beschikbaar. Daarna wordt de kookplaat uitgeschakeld.1. Het kookgerei staat op de kookzones en de gewenste kookstanden zijn ingesteld.2. Op de STOP-toets drukken. In plaats van de gekozen kookstanden gaat het pauzesymbool aan.3.
De onderbreking wordt beëindigd door eerst op de STOP-toets en daarna op een willekeurige andere toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken.De tweede toets moet binnen 10 seconden worden bediend, anders wordt de kookplaat uitgeschakeld.4.16 Recall-functie (Herstelfunctie)Na het per ongeluk uitschakelen van de kookplaat kan de laatste instelling weer worden hernomen.De recall-functie functioneert alleen als er ten minste één kookzone is ingeschakeld.1. De kookplaat werd per ongeluk met de Aan/Uit-toets uitgeschakeld.Binnen 6 seconden na het uitschakelen opnieuw op de Aan/Uit-toets drukken.De stop-toets knippert.2. Meteen daarna op de STOP-toets drukken.De oorspronkelijke kookstanden zijn weer ingesteld.
Het kookproces wordt voortgezet.Hersteld worden• De kookstanden van alle kookzones• Minuten en seconden van voor welbepaalde kookzones geprogrammeerde timers• Aankookautomaat• PowerstandNiet hersteld worden• De tellers van de gebruiksduurbeperking (er wordt weer vanaf 0 geteld)
Bediening84NL4.17 Kinderbeveiliging De kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de inductiekookplaat per ongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor wordt de bediening geblokkeerd.Kinderbeveiliging inschakelen1. Zolang op de Aan/Uit-toets drukken tot de kookstandweergaven 0 aantonen.2. Direct daarna een kookstandweergave activeren en ingedrukt houden (ca. 3 sec.) tot het sliderveld van 0-P oplicht.3. Aansluitend over het hele sensorveld 0-P strijken (sliden) om de kinderbeveiliging te activeren.In de kookstandweergaven verschijnt een L voor Child-Lock; de bediening is geblokkeerd en de kookplaat wordt uitgeschakeld.Kinderbeveiliging uitschakelen4. Op de Aan/Uit-toets drukken.5. Direct daarna een kookstandweergave activeren en ingedrukt houden (ca. 3 sec.) tot het sliderveld van P-0 oplicht.6.
Aansluitend over het hele sensorveld P-0 strijken (sliden) om de kinderbeveiliging uit dte schakelen.De L verdwijnt.Opmerkingen• Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde kinderbeveiliging niet beëindigd.4.18 Brugfunctie (indien aanwezig)De voorste en de achterste kookzone kunnen voor het koken aaneengeschakeld worden (brugfunctie). Daardoor kunnen grote pannen worden gebruikt.1. De kookplaat inschakelen.2. Om de brugfunctie in te schakelen de kookstandweergave (als toets) aanraken van de voorste en achterste kookzone tegelijkertijd aanraken. De brugfunctie is ingeschakeld en in de achterste kookstandweergave verschijnt de brug .De bediening vindt plaats met de voorste kookstandweergave en het sensorveld .3.
Voor het deactiveren opnieuw tegelijkertijd op de twee kookstandweergaven (als toets) van de voorste en achterste kookzone drukken of de kookplaat uitschakelen.OpmerkingDe braadslede of de pan moet de gebruikte kookzones ten minste voor de helft bedekken om door de panherkenning te worden herkend!ca. 3 sec.ca. 3 sec.
Bediening86NL4. 20 Automatische uitschakeling (timer)Door de automatische uitschakeling wordt elke ingeschakelde kookzone na een instelbare tijd automatisch uitgeschakeld. Er kunnen kooktijden van 0. 01 tot 9. 59 minuten worden ingesteld. 1. De kookplaat inschakelen. 2. Een of meer kookzones inschakelen en gewenste kookstanden kiezen. 3. Om een kookzone te selecteren, de kookstandweergave (als toets) aanraken. De gereedheidsstip van de gekozen kookzone brandt. Vervolgens kan met de plus- of min-toets timer de gewenste tijd wo ingesteld. Linkerpositie: urenMiddelste positie: decimale minutenRechterpositie: enkele minutenNa enkele seconden wordt de waarde overgenomen en de tijd begint te lopen. Het timersymbool van de kookplaat brandt. 4. Na a oop van de tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.
Er is een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit-toets van de kookplaat ) te drukken. Opmerkingen• Om de automatische uitschakeling voor een andere kookzone te programmeren, de stappen 2 tot 4 herhalen. • Om de afgelopen tijd (automatische uitschakeling) te controleren, de kookstandweergave (als toets) aanraken. De aangetoonde waarde kan afgelezen en veranderd worden. • Automatische uitschakeling vervroegd wissen: De gewenste kookzone selecteren en de tijd door aanraken van de min-toets Timer wissen (‘0’). • Als meerdere kookzones met automatische uitschakeling geprogrammeerd zijn, wordt in de timer-weergave steeds de kookzone met de kortste tijd aangetoond. 4. 21 Kookwekker (eierwekker)1. De kookplaat inschakelen. 2. Geen kookzone selecteren.
Vervolgens kan met de plus- of min-toets timer de gewenste tijd wo ingesteld. 3. Na a oop van de tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit-toets van de kookplaat ) te drukken.
Bediening87NLlang drukken (ca. 3 sec.)IngesteldeKookstandAankookautomaatTijd (min:sec)12345678900:4802:2403:5005:1206:4802:0002:4803:36-4.22 Automatisch aankoken Bij de aankookautomaat gebeurt het aan de kook brengen met kookstand 9. Na een bepaalde tijd wordt automatisch naar een lagere doorkookstand (1 tot 8) teruggeschakeld.Bij het gebruik van het automatisch aankoken moet alleen de doorkookstand worden gekozen waarmee de bereiding verder moet worden gekookt, omdat de elektronica automatisch terugschakelt.Het automatisch aankoken is geschikt voor gerechten die koud worden opgezet, op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand niet permanent in het oog moeten worden gehouden (bijv. het koken van soepvlees).1. De kookplaat inschakelen.2. Lang (ca. 3 sec.) op het sensorveld drukken om de functie te activeren en meteen een bepaalde doorkookstand te kiezen: .........
Bediening88NL4.24 Vergrendeling Door de vergrendeling kunnen de bediening van de toetsen en de instelling van een kookstand worden geblokkeerd. Alleen de Aan/Uit-toets kan nog altijd worden bediend om de kookplaat uit te schakelen.Vergrendeling inschakelen1. Op de vergrendeltoets drukken. De vergrendeltoets licht sterk op.De vergrendeling is ingeschakeld.Vergrendeling uitschakelen2. Op de vergrendeltoets drukken. De vergrendeltoets brandt gedimd.De vergrendeling is uitgeschakeld.OpmerkingenDe geactiveerde vergrendeling blijft ook behouden als de kookplaat uitgeschakeld is! Vooraleer weer kan worden gekookt, moet ze daarom eerst gedeactiveerd worden!Bij stroomuitval en uitschakelen met de Aan/Uit-toets van de kookplaat wordt de ingeschakelde vergrendeling opgeheven, d.w.z. gedeactiveerd.4.25 Powerstand De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschikking.
Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht.1. De kookplaat inschakelen. Om een kookzone te selecteren, de kookstandweergave (als toets) aanraken. De gereedheidsstip van de gekozen kookzone brandt.2. Op het meest rechtse sensorveld drukken. De powerstand is ingeschakeld.3. Na 10 minuten wordt de powerstand automatisch uitgeschakeld.
De verdwijnt en er wordt naar kookstand 9 teruggeschakeld.OpmerkingOm de powerstand vervroegd uit te schakelen, op het overeenkomstige sensorveld drukken.4.26 PowermanagementTelkens twee kookzones zijn – om technische redenen – tot een module gecombineerd en beschikken over een maximaal vermogen.Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert het powermanagement de kookstand van de bijbehorende module-kookzone.De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaal mogelijke kookstand constant getoond.10 min.Modules (powermanagement)Weergave ventilator
Om automatisch bedrijf te selecteren, drukt u op de ventilatorweergave (als toets) totdat er een A voor automatisch bedrijf op het display wordt weergegeven. De gereedheidsstip brandt.2. Selecteer vervolgens een of meer kookplaten en stel een kookstand in.3. De ventilatorstand wordt nu automatisch geregeld op basis van de ingestelde kookstanden.Automatisch bedrijf regelt een beetje vertraagd en stapsgewijs volgens de ingestelde kookstanden.U kunt op elk moment teruggaan naar de handmatige modus door de ventilatorweergave langer ingedrukt te houden of de ventilatorweergave te selecteren en op het sensorveld te drukken.TipOm te zorgen dat de afzuiging ook bij hoge pannen (bijv. aspergepan) goed werkt, kunt u aan de ventilatorzijde een kooklepel onder het pandeksel leggen.Weergave ventilatorlang indrukken
Bediening90NL4. 27. 2 VentilatornaloopDe ventilatornaloop wordt na het koken gebruikt om kookgeurtjes weg te zuigen. Bovendien worden hierdoor de lters in de ventilator gedroogd. Ventilatornaloop instellen1. Weergave ventilator selecteren2. Vervolgens kan de gewenste tijd voor het opstarten van de de ventilatornaaloop worden ingesteld met de plus- of min-toets timer. Linkerpositie: urenMiddelste positie: decimale minutenRechterpositie: minuten3. Na enkele seconden wordt de waarde overgenomen en de tijd begint te lopen. Het timersymbool ventilator brandt. 4. Na a oop van de tijd wordt de ventilator uitgeschakeld. Als een kookzone is ingeschakeld, loopt de timer pas af na het uitschakelen van de kookzone. Als de kookplaat tijdens de ventilatornaloop met de aan/uit-knop wordt uitgeschakeld, loopt de timer af in combinatie met een lage ventilatorstand. 4. 27.
3 NalooptijdTelkens na het koken zou een nalooptijd van de ventilatormotor van 10 - 20 minuten moeten worden ingesteld. Als de ventilator minstens 15 minuten heeft gewerkt, vindt er na het uitschakelen een automatische naloop op een lage stand plaats. Zo wordt een optimale werking en verwijdering van resterende kookdampen gewaarborgd. Bij werking met recirculatie lter is het raadzaam om na het koken altijd een nalooptijd van 10 - 60 minuten in te stellen, om een optimale geurverwijdering te bereiken. Bij het opnieuw inschakelen van de ventilator kan het in zeldzame gevallen voorkomen, dat de in het lter achtergebleven geurmoleculen zich hechten aan waterdamp en weer even geroken kunnen worden. Deze restgeurtjes verdwijnen tijdens de verdere werking weer snel. BelangrijkBij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.
Filterreiniging / ltervervangingAls een lter moet worden gereinigd of vervangen, wordt dit op het display van de ventilator aangegeven door een knipperende voor vet lters of een knipperende voor koolstoffi lters.
Reiniging en onderhoud91NL5 Reiniging en onderhoud• Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen. • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat de kookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld. 5. 1 Keramische kookplaatBelangrijk. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals grove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- en vlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het beste telkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en wat afwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doek droog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlak achterblijven. Wekelijks onderhoud2.
Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week grondig met gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een beschermend laagje dat water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingen blijven op deze laag zitten en kunnen daarna veel gemakkelijker worden verwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Er mogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlak achterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren en het oppervlak veranderen. 5. 2 Speciale verontreinigingenSterk verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoerachtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschreven.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – zolang ze nog heet zijn – met een glasschraper. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Zandkorrels die mogelijk tijdens het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom ingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookgerei met een aluminium bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen slechts moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen worden verwijderd.
Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het decor in de loop van de tijd afgeschuurd en ontstaan er donkere vlekken. 5. 3 KookplaatventilatorReiniging van de metalen vet ltersReinig de metalen vet lters minimaal één keer per maand of bij te vette toestand en intensief gebruik in de vaatwasmachine of in een mild sopje. Voor het uitnemen van een lter de kap van de ventilator optillen en de vet lter verwijderen. Filters kunt u in de vaatwasmachine reinigen. Filters in de vaatwasmachine verticaal zetten. Gebruik a. u. b uitsluitend naspoelmiddel dat geschikt is voor aluminium, om schade en verkleuringen aan de lters te voorkomen. Niet vlak naast glazen of licht porselein laten afwassen. Gebruik de ventilator niet zonder vet lters.
Na de lterreiniging de lters droog weer in de ventilator Neem liefst bij ieder ltervervanging de goed toegankelijke binnenzijde van de ventilator af met een met afwasmiddel bevochtigd doekje en let hierbij vooral op uitstekende delen binnenin de ventilatorReiniging en onderhoud van de ventilatorHet geniet de voorkeur om de ventilator bij iedere lterreiniging te reinigen. Na langdurige koken van water met geopend deksel kan zich condenswater onder het lter verzamelen. Dat is volkomen normaal. Het water zou echter verwijderd en de binnenzijde van de ventilator gereinigd moeten worden. De ventilatieopeningen in het deksel zorgen ervoor dat ook in ruststand met geplaatst deksel zonder lopende ventilator mogelijke restvochtigheid van het koken en reinigen vanuit de ventilatorbinnenzijde kan ontsnappen.
Als hierbij vervelende restgeurtjes mochten ontsnappen, is het raadzaam om zowel lter als ventilatorbinnenzijde te reinigen. De ventilator kunt u het beste met een vochtig, zacht doekje en wat mild afwasmiddel reinigen. ServiceHet lter moet toegankelijk blijven. Bij een actieve kool lter om de 5 - 24 maanden de kool ltermatten vervangen. Bij een plasma lter na 5 jaar (max. ) de kool ltermatten vervangen. Open hiervoor het behuizingdeksel en vervang de kool ltermatten.
Wat te doen bij problemen. 92NL6 Wat te doen bij problemen. Ongekwali ceerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijn gevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Om lichamelijk letsel en schade aan het toestel te voorkomen, moeten deze worden vermeden. Daarom mogen dergelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd. Denk eraanAls er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerst aan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken niet zelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit. Neem contact op met de klantenservice of een elektromonteur. De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld. • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gereageerd. • Is het netsnoer aangesloten.
• Is de kinderbeveiliging ingeschakeld, d. w. z. wordt er een L aangetoond. • Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistof of een metalen voorwerp bedekt. A. u. b. verwijderen. • Wordt verkeerd kookgerei gebruikt. Zie hoofdstuk „Servies voor inductiekookplaat”. Het symbool of Er03 knippert en er is gedurende een bepaalde tijd een signaal te horen. Er is een permanente activering van de touch-control-sensortoetsen door overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voorwerpen. Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerp verwijderen. Om het symbool of Er03 te wissen, op dezelfde toets drukken of de kookplaat uit- en inschakelen. De foutcode E2 wordt getoond. De elektronica is te heet. De inbouwsituatie van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten. Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie.
De montage van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten. Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie. De foutcode U400 wordt getoond. De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing wordt na 1s uitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correcte netspanning aansluiten. Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond. Er is een technisch defect. A. u. b. contact opnemen met de service. Het pansymbool verschijnt. Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwacht dat er een geschikte pan wordt opgezet (panherkenning). Pas dan wordt er energie afgegeven. Het pansymbool blijft verschijnen, hoewel er een pan werd opgezet. De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diameter. De gebruikte kookpannen maken geluid.
Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voor de inductiekookplaat of de pan. De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen. Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld. De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden). Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden. De kookplaat heeft barsten of breuken. Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
Montagehandleiding93NL7 Montagehandleiding7. 1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur• Het neer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangrenzende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (min. 75°C). Als het neer en de bekleding onvoldoende temperatuurbestendig zijn, kunnen ze vervormen. • Bij het ingebouwde toestel mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkblad achter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumafstanden volgens de inbouwtekeningen worden gerespecteerd. • De minimumafstanden aan de achterkant van de kookplaatuitsparingen moeten volgens de inbouwtekening worden gerespecteerd. • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veilig-heidsafstand van minstens 50 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moet met warmtebestendig materi-aal worden bekleed.
Om goed te kunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm te bedragen. • De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet minstens zo groot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap is voorgeschreven. • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels, enz. ) moet uit de buurt van kinderen worden gehouden omdat deze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onderdelen kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat er verstikkingsgevaar. 7. 2 Ventilatie• De inductiekookplaat is voorzien van een ventilator die automatisch aan- en uitgaat. Als de temperatuur-waarden van de elektronica een bepaalde drempel overschrijden, start de ventilator met lage snelheid. Wordt de inductiekookplaat intensief gebruikt, dan schakelt de ventilator over naar een hogere snelheid.
In de plaats daarvan moet de verbinding tussen kookplaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit) worden afgedicht. • De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven. Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer te verwijderen zonder ze te vernielen. Uitsparing in het werkbladDe uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk met een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodat er geen vocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingen uitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijke hoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledig afsluit.
Montagehandleiding94NL Minimumafstand tot naburige wanden Afmetingen uitsparing Uitfreesmaat Buitenmaat kookplaatBelangrijk:Als de keramische kookplaat scheef zit of spant, bestaat er verhoogd breukgevaar bij de montage!Afdichttape in de hoek van de steunrand van het aanrecht aanbrengen, zodat geen siliconenlijm onder de kookplaat kan terechtkomen.De kookplaat zonder lijm in de uitsparing van het werkblad leggen en uitlijnen. Eventueel hoogtecompensatieplaten eronder leggen.De spleet tussen kookplaat en aanrechtblad met siliconenlijm voegen.BelangrijkSiliconenlijm mag op geen enkele plaats onder het oplegvlak terechtkomen. Het uitnemen op een later tijdstip wordt daardoor onmogelijk.
• Tussen twee hoeken/bochten altijd een recht stuk van ca. 50 cm plaatsen. • De diameters van roosters en de uitsparing in de plint zouden minimaal overeen moeten komen met de diameter van de afvoerluchtleiding. Er dient een uitstroomopening van minstens 500 cm² aanwezig te zijn. De plintlijsthoogte inkorten of passende openingen aanbrengen. • Zorg er tijdens de installatie voor dat de circulatieluchteenheid ook na het afmonteren van de keuken toegankelijk blijft. • Eventueel moeten plintpoten van de keukenkastjes worden verplaatst. OPMERKINGBij circulatiebedrijf dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren. 7. 8 Aansluiting raamcontact/relaisaansluitingWAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE ENERGIE. ER BESTAAT LEVENSGEVAAR. In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht.
Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd. Let op. De aansluiting voor de raamcontactschakelaar en de relaisaansluiting staat onder netspanning. Persoonlijk letsel door elektrische schokken. Voor het aansluiten van het schakelsysteem moet de kookplaat stroomloos worden geschakeld. De elektische aansluiting mag uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd. De aanwijzingen onder 7. 9 Elektrische aansluiting moeten in acht worden genomen. Vooraanzicht LamonaAB LamonaRaamcontactschakelaar (A)Spanning DC 16V, max. DC 20VAlleen goedgekeurde raamcontactschakelaars met potentiaalvrij contact mogen op de contactlus worden aangesloten. Het contact moet gesloten zijn wanneer het raam open is. Relaisaansluiting (B)Schakelvermogen max. 240V, 4APotentiaalvrij relaiscontact.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch KMI8350.0SR stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Kuppersbusch
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis