Kuppersbusch EKIW 9850.0F Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch EKIW 9850.0F (14 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen. Heb je een vraag over Kuppersbusch EKIW 9850.0F of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Kuppersbusch |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | EKIW 9850.0F |
Handleiding Kuppersbusch EKIW 9850.0F – volledige tekst
NL Verwijderen van de verpakking Verwijder de transportverpakking op een zo milieubewust mogelijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaal bespaart grondstoffen en vermindert de afvalberg. Verwijderen van oude apparaten Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Door dit product correct te verwijderen, draagt u bij tot de bescherming van het milieu en de volksgezondheid. Het milieu en de volksgezondheid worden in gevaar gebracht door het product verkeerd te verwijderen.
Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u het best contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht. Reglementair gebruik De kookplaat mag alleen voor de bereiding van levensmiddelen in het huishouden worden gebruikt. Ze mag niet voor een ander doel worden gebruikt. Hier vindt u… Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onderhoud van het apparaat, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk “Wat te doen bij problemen. ”. Kleinere storingen kunt u vaak zelf verhelpen en u vermijdt op die manier onnodige servicekosten.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Geef deze gebruiks- en montagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuwe eigenaar door. Inhoud Veiligheidsinstructies. 3 Voor aansluiting en werking. 3 Voor de kookplaat. 3 Voor personen. 3 Beschrijving van het apparaat. 4 Bediening. 5 De kookplaat. 5 Panherkenning. 5 Gebruiksduurbeperking. 5 Andere functies. 5 Oververhittingsbeveiliging. 5 Servies voor inductiekookplaat.
3 NLVeiligheidsinstructies Voor aansluiting en werking • De apparaten worden volgens de geldende veiligheids-voorschriften gebouwd. • Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het apparaat mogen alleen door een erkend vakman volgens de geldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico voor uw veiligheid. Voor de kookplaat • Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingestelde kookstand (booster-stand) de inductiekookplaat niet zonder toezicht gebruiken. • Nooit een hete pan op de LCD-displays plaatsen. • Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid van de kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daarbij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken. • Plaats geen lege potten en pannen op ingeschakelde kookzones. • Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen.
Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken. Dat veroorzaakt beschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. • Schakel een kookzone na gebruik altijd met de uit en min-toetsniet alleen met de panherkenning. • Oververhitte vetstoffen en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie steeds in de buurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen. Een deksel op de pan leggen, kookzone uitschakelen. • De keramische plaat is zeer resistent. Zorg er niettemin voor dat er geen harde voorwerpen op de keramische plaat vallen. Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen breken. • Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat het apparaat onmiddellijk buiten bedrijf stellen.
Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice. • Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling niet meer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klanten-service.
• Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparaten. Netsnoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen. • Als de aansluitleiding van dit apparaat wordt beschadigd, moet ze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijkaardig gekwalificeerde persoon worden vervangen om risico's te vermijden. • De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om er voorwerpen op neer te leggen. • Schakel de kookplaat na gebruik altijd met de passende toetsen uit en niet alleen met de panherkenning. • Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone houden, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechten met een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een speciale glasschraper volledig van de keramische kookplaat verwijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen te vermijden.
• Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek …) mogen niet op de inductiekookplaat worden gelegd omdat ze heet kunnen worden. Gevaar voor verbranding. • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voorwerpen direct onder de kookplaat leggen. • Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen, kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de inductiekookplaat heet worden. Opgelet, kans op verbranding. Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilveren ringen) geldt dit niet. • Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingen op kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnen deze uiteenspatten. • De sensoren schoonhouden omdat verontreinigingen door het apparaat als vingercontact kunnen worden herkend. Nooit voorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz. ) op de sensoren plaatsen. Als pannen tot over de sensoren overkoken, is het aanbevolen op de te drukken.
• Als er zich in de woning huisdieren bevinden die aan de kookplaat kunnen, moet de kinderbeveiliging worden geactiveerd. • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt. Voor personen • Let op. Dit apparaat is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke mogelijkheden of met gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon erop toezicht houdt of hen aanwijzingen heeft gegeven hoe het apparaat moet worden gebruikt. Kleine kinderen steeds uit de buurt van het apparaat houden en ervoor zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. • Let op. De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden bij het werken heet. Daarom moeten kleine kinderen principieel uit de buurt worden gehouden.
4 NLBeschrijving van het apparaat 1. Kookzone links voor 2. Kookzone links achter 3. Wok-kookzone 4. Kookzone rechts achter 5. Kookzone rechts voor 6. Boréal-bedieningsveld 7. Keramische kookplaat 8. Bedieningstoetsen kookzones links 9. Bedieningstoetsen wok-kookzone 10. Bedieningstoetsen kookzones rechts Bediening door sensoren De bediening van de kookplaat gebeurt door sensoren. De sensoren functioneren als volgt: met de vingertop een symbool op het keramische oppervlak even aanraken. Elke correcte bediening wordt door een signaaltoon bevestigd. In de rest van de tekst wordt voor de sensoren het woord “toets” gebruikt. Aan/Uit-toets (15, 21, 27) Met deze toets wordt de desbetreffende kookzone in- en uitgeschakeld. De toets is bij wijze van spreken de hoofdschakelaar.
Min-toets (14, 20, 26) / Plus-toets (13, 19, 25) Met deze toetsen worden de kookstanden, de automatische uitschakeling en de kookwekker ingesteld. Met de wordt de aangetoonde waarde verlaagd, met de min-toetsplus-toets verhoogd. Bedieningstoetsen van de linkerkookzones (8) 11. Selectietoets kookzone links achter 12. Selectietoets kookzone links voor Bedieningstoetsen van de wok-kookzone (9) 17. Kookstand-selectietoets 18. Timer-selectietoets Bedieningstoetsen van de rechterkookzones (10) 23. Selectietoets kookzone rechts achter 24. Selectietoets kookzone rechts voor 9 1 2 4 5 6 7 3 8 10 9 11 12 13 14 15 16 26 25 27 28 24 23 17 18 19 20 21 22
5 NLBediening De kookplaat De kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductiespoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagnetisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in de bodem van de pan een warmtevormende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door een verwarmingselement via de pan op de te koken gerechten overgedragen; de nodige warmte wordt m. b. v. inductiestromen direct in de pan gevormd.
Voordelen van de inductiekookplaat • Energiebesparend koken door rechtstreekse energieoverdracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaar materiaal zijn noodzakelijk), • meer veiligheid, omdat de energie alleen wordt doorgegeven als er een pan op de kookzone staat, • energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem met een hoog rendement, • hoge opwarmsnelheid, • weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen door de panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten branden niet vast, • snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer. Panherkenning Als er geen of een te kleine pan op de kookzone staat als de kookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet van energie voorzien. Een knipperende oranje cirkel in de kookstandweergave maakt daarop attent. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, stopt de oranje cirkel voor de gekozen kookzone met knipperen.
De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordt verwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende cirkel. Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de panherkenning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toegevoerd als nodig is. Panherkenningsgrenzen Kookzone- diameter (mm) Minimum diameter panbodem (mm) 145 210 90 135 Gebruiksduurbeperking De inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduur-beperking. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand (zie tabel).
De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen van de kookzone niet worden veranderd. Om veiligheidsredenen wordt de kookzone na een bepaalde gebruiksduur uitgeschakeld. De duur van het ononderbroken gebruik is afhankelijk van de gekozen kookstand. De onderstaande tabel toont de gebruiksduurbeperking aan. De automatische uitschakeling heeft voorrang op de gebruiksduurbeperking, d. w. z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld als de tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (zie hoofdstuk “Automatische uitschakeling met timer”). Ingestelde kookstand Gebruiksduurbeperking (uur:min) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 10 : 00 8 : 00 6 : 00 5 : 00 4 : 00 3 : 30 3 : 00 2 : 30 2 : 00 1 : 30 Andere functies Als één of meer sensoren langer of tegelijk worden bediend (bijv. door een per ongeluk op de sensoren geplaatste pan) wordt er niet geschakeld.
Er verschijnt een waarschuwing en u hoort een signaaltoon. A. u. b. het voorwerp van de sensoren verwijderen. Op de Aan/Uit-toets drukken om de waarschuwing te wissen. Oververhittingsbeveiliging Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer voldoende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronica optreden, wordt eventueel het vermogen van de kookzone automatisch gereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertemperatuur regelmatig ER1 verschijnt, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. Ontbrekende koelopeningen in het meubel of een ontbrekende afscherming kunnen de oorzaak zijn. Eventueel moet de inbouw worden gecontroleerd.
6 NLBediening Servies voor inductiekookplaat De pannen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt, moeten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en een voldoende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductie geschikt is. Geschikte pannen Niet geschikte pannen Geëmailleerde stalen pannen met dikke bodem Pannen van koper, roestvrij staal, aluminium, vuurvast glas, hout, keramiek of terracotta Gietijzeren pannen met geëmailleerde bodem Pannen van roestvrij gelaagd staal, roestvrij ferrietstaal of aluminium met speciale bodem Zo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is: Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan het symbool voor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest: Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de magneet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekookplaat gebruiken.
Noot: Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor inductie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouwwijze van deze pannen. Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken. Dat veroorzaakt beschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Tips om energie te besparen Hier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en efficiënt met uw nieuwe inductiekookplaat en het kookservies om te gaan. • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kookzonediameter. • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houden dat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die is meestal groter dan de panbodem. • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de overdruk bijzonder tijdbesparend en zuinig.
• Kookpannen indien mogelijk altijd met een passend deksel sluiten. • Voor elke te bereiden hoeveelheid de passende pan gebruiken. Een grote, nauwelijks gevulde pan verbruikt veel energie. Kookstanden Het verwarmingsvermogen van de kookzones kan in meerdere standen worden ingesteld. In de tabel vindt u toepassings-voorbeelden voor de verschillende standen. Kookstand Toepassing 0 UIT-stand 1 Warm houden van gerechten, gaar koken van kleine hoeveelheden 2, 3, 4 Doorkoken 5, 6, 7 Gaar koken van grote hoeveelheden, gaar braden van grote stukken 8, 9 Braden, bechamelsaus maken 10 Aan de kook brengen, aanbraden, braden “ ” Booster Booster-stand (hoogste vermogen) Restwarmteweergave De keramische kookplaat is met een restwarmteweergave uitgerust. Wanneer de zone van koken wordt tegengehouden, de restwarmteweergave (rode cirkel) zouden, om te tonen dat het glas is nog steeds warme.
Gevaar voor verbranding. Evenwel kan de restwarmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm te houden. Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maar alleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd. In de wokpan koken • Tussen wokpan en kookplaat mogen er zich geen vreemde voorwerpen of verontreinigingen bevinden. Die kunnen krassen veroorzaken. • De wokpan zonder inhoud niet te sterk verhitten. • Bevelen wij u de regen wokpan küppersbusch model 762 om tegen de gunstigste resultaat. Deze regen wokpan is niet geleverd met dit cooktop. Restwarmteweergave.
7 NLBediening 1. 2. 3. 4. 5. a) b) c) 6. Bediening van de toetsen De hier beschreven bediening van de toetsen werkt volgens een eenvoudig principe. Elke aanraking van een toets moet daarna door het aanraken van een andere toets worden gevolgd. De volgende toets moet principieel binnen 10 seconden worden bediend, anders wordt de keuze geannuleerd. De plus-/min-toetsen kunnen apart worden aangeraakt of ingedrukt gehouden worden. Kookplaat en kookzone inschakelen 1. 2 seconden op de Aan/Uit-toets drukken. In het LCD-display verschijnt eerst 2 seconden het KÜPPERSBUSCH-logo en vervolgens het veiligheidslogo voor het LCD-display. De besturing is klaar voor gebruik. Kookzone inschakelen 2. De gewenste kookzone kiezen; het symbool naast de kookzone knippert. Voor de wokkookzone op de toets drukken. 3. Met de plus-toets min-toets of van een kookzone een kookstand kiezen.
Door de wordt de plus-toetskookstand 1 ingeschakeld, door de de min-toetskookstand 10. 4. Een geschikte pan op de kookzone plaatsen. De panherkenning schakelt de inductiespoel in. Zolang er geen geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, verschijnt in de kookzoneweergave op het LCD-display een knipperende oranje cirkel. Zonder pan wordt de kookzone om veiligheidsredenen na 1 minuut uitgeschakeld. Meer hierover in het hoofdstuk “Panherkenning”. Kookzone uitschakelen 5. a) Meermaals op de min-toets drukken tot de kookstandweergave 0 aantoont, of b) en tegelijk bedienen. De min-toets plus-toetskookzone wordt vanop elke kookstand direct uitgeschakeld, of c) op de Aan/Uit-toets drukken. De volledige kookplaat wordt uitgeschakeld (alle kookzones worden uitgeschakeld). Kookplaat uitschakelen 6. Op de Aan/Uit-toets drukken.
8 NLBediening 1. a) b) c) 1. 2. 3. Vergrendeling/kinderbeveiliging Door de kinderbeveiliging/vergrendeling kunnen het bedienen van de toetsen en het instellen van een kookstand worden geblokkeerd. Alleen de Aan/Uit-toets kan nog altijd worden bediend om de kookplaat uit te schakelen. Deze functie is onafhankelijk van de ingestelde kookstand beschikbaar. Functie activeren 1. a) Tegelijk op de Kookzones links: selectietoets kookzone links voor en de drukken om de min-toetsfunctie te activeren. In het display verschijnt een sleutel. De besturing is geblokkeerd. b) Tegelijk op de Wok: timer-selectietoets min-en de toets drukken om de functie te activeren. In het display verschijnt een sleutel. De besturing is geblokkeerd. c) Tegelijk op de Kookzones rechts: selectietoets kookzone rechts voor min-toets en de drukken om de functie te activeren. In het display verschijnt een sleutel.
De besturing is geblokkeerd. Functie deactiveren Gelijktijdig op dezelfde toetsen als voor de activering drukken. Het sleutelsymbool verdwijnt. Opmerkingen: De geactiveerde kinderbeveiliging/vergrendeling blijft ook behouden als de kookplaat uitgeschakeld is. Vooraleer weer kan worden gekookt, moet ze daarom eerst gedeactiveerd worden. Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde kinderbeveiliging beëindigd, d. w. z. gedeactiveerd. Booster-stand De booster-stand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschikking. Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht. De booster-stand werkt gedurende 10 minuten, vervolgens wordt automatisch naar kookstand 10 teruggeschakeld. 1. Kookstand 10 kiezen. 2. Op de drukken. De kookstandweergave is plus-toetsrood verlicht en “Booster” wordt aangetoond. 3. Na 10 minuten wordt de booster-stand automatisch uitgeschakeld.
Er wordt naar kookstand 10 teruggeschakeld. Powermanagement Om technische redenen zijn de beide linkerkookzones tot een elektronische eenheid met een gelimiteerd vermogen samengevat. Hetzelfde geldt voor de beide rechterkookzones. Als het maximale vermogen wordt overschreden (bijv. bij het inschakelen van de booster-functie), geeft het powermanagement voorrang aan de laatste invoer van de gebruiker, ten nadele van de bijbehorende tweede kookzone. Het vermogen van deze tweede kookzone wordt dus automatisch gereduceerd. In het display verschijnt daarom de door de elektronica maximaal toegelaten kookstand.
9 NLBediening 1. 2. a) b) 3. 4. 1. a) b) 2. 3. Automatische uitschakeling met timer Door de automatische uitschakeling wordt elke ingeschakelde kookzone na een instelbare tijd automatisch uitgeschakeld. Er kunnen kooktijden van 1 minuut tot 3 uur worden ingesteld. 1. Bij een kookzone een kookstand kiezen en een pan opzetten. 2. a) Voor de kookzones rechts en links op de respectievelijke kookzone-selectietoets drukken tot het overeenkomstige symbool knippert. b) Voor de wokkookzone op de timer-toets drukken. 3. Meteen daarna met de plus-toets min-toets of de de kooktijd van 0:00 tot 3:00 ingeven. Met de plus-toets begint de aangetoonde waarde bij 01. Door gelijktijdig aanraken van de plus- en min-toets wordt de instelling teruggezet (00). 4. Na afloop van de tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.
Er is een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken. Opmerkingen: • De ingestelde kooktijd kan steeds worden gewijzigd: De timer-modus kiezen en met de of de kooktijd min- plus-toetsveranderen. • Automatische uitschakeling vervroegd wissen: De timer-modus kiezen en gelijktijdig op de en drukken. min- plus-toets Kookwekker Ook als een kookzone uitgeschakeld is, kan een kookwekker geprogrammeerd worden. Met deze functie kan de kookplaat als onafhankelijke kookwekker worden gebruikt. 1. a) Voor de kookzones rechts en links op de respectievelijke kookzone-selectietoets drukken tot het overeenkomstige symbool knippert. b) Voor de wokkookzone op de timer-toets drukken. 2. Meteen daarna met de plus-toets min-toets of de de kooktijd van 0:00 tot 3:00 ingeven.
Met de plus-toets begint de aangetoonde waarde bij 01. Door gelijktijdig aanraken van de plus- en min-toets wordt de instelling teruggezet (00). 3. Na afloop van de ingestelde tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken.
10 NLReiniging en onderhoud Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen. De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat de kookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld. Keramische kookplaat Belangrijk. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals grove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- en vlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik 1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het beste telkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en wat afwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doek droog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlak achterblijven. Wekelijks onderhoud 2.
Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week grondig met gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een beschermende film, die water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingen blijven op de film en kunnen daarna veel gemakkelijker worden verwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Er mogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlak achterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren en het oppervlak veranderen. Speciale verontreinigingen Sterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoerachtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschreven.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – in nog hete toestand – met een glasschraper. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom ingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminiumbodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen slechts moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen worden verwijderd.
Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het decor in de loop van de tijd afgeschuurd en ontstaan er donkere vlekken.
11 NLWat te doen bij problemen. Ongekwalificeerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijn gevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Om lichamelijke schade en schade aan het apparaat te voorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen dergelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd. Denk eraan Als er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerst aan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken niet zelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit. Neem contact op met de klantenservice of een elektromonteur. De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld. • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gereageerd. • Is de aansluitingskabel aangesloten.
• Zijn de sensoren vergrendeld (kinderbeveiliging), d. w. z. in het display verschijnt een sleutel. • Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistof of een metalen voorwerp bedekt. A. u. b. verwijderen. • Wordt verkeerd servies gebruikt. Zie hoofdstuk “Servies voor inductiekookplaat”. De foutcode ER00 wordt in het display aangetoond. Er is een permanente activering van de sensoren door overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voorwerpen. Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerp verwijderen en op de Aan/Auit-toets drukken. De foutcode ER01 wordt in het display aangetoond. De elektronica is te heet. De inbouw van de kookplaat controleren, in het bijzonder op goede ventilatie letten. Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. De foutcode ER02 wordt in het display aangetoond. De kookplaat is verkeerd aangesloten.
Aansluitklemmen en aansluiting op het net controleren. De foutcode ERXX wordt in het display aangetoond. Er is een technisch defect. A. u. b. contact opnemen met de service. Het symbool voor een ontbrekende pan blijft verschijnen, hoewel er een pan werd opgezet.
De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diameter. De gebruikte kookpannen maken geluid. Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voor de inductiekookplaat of de pan. De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen. Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld. De kookplaat heeft barsten of breuken. Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische kookplaat het apparaat onmiddellijk buiten bedrijf stellen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
12 NLMontagehandleiding Opmerking De KÜPPERSBUSCH-inductiekookplaat mag alleen volgens de instructies in deze handleiding worden ingebouwd. Als dit voorschrift niet wordt nageleefd, sluit KÜPPERSBUSCH elke aansprakelijkheid uit en verliezen de toegekende keurmerken hun geldigheid. Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur • Het fineer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangrenzende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (>75°C). Als het fineer en de bekleding onvoldoende temperatuurbestendig zijn, kunnen ze vervormen. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkblad achter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumafstanden volgens de inbouwtekeningen worden gerespecteerd.
• De minimumafstanden aan de achterkant van de kookplaatuitsparingen moeten volgens de inbouwtekening worden gerespecteerd. • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheidsafstand van minstens 40 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moet met warmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed te kunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm te bedragen. • De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet minstens zo groot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap is voorgeschreven. • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels, enz. ) moet uit de buurt van kinderen worden gehouden omdat deze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onderdelen kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat verstikkingsgevaar. • De KÜPPERSBUSCH-inductiekookplaat mag niet boven een afwasmachine worden ingebouwd.
• De voorste dwarslijst van het meubel moet worden verwijderd, zodat er onder het aanrechtblad over de hele breedte van het apparaat een opening van minstens 7 mm is waar de lucht door kan. • Eventuele dwarslijsten onder het werkblad moeten tenminste ter hoogte van de uitsparing in het werkblad worden verwijderd. • De afstand tussen de inductiekookplaat en de keukenmeubels of de ingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn zodat de inductie voldoende geventileerd wordt. • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, mag de inductiekookplaat niet worden gebruikt. Montage Belangrijke opmerkingen • Als de kookplaat boven laden of meubelgedeelten wordt ingebouwd, moet een tussenbodem met een minimale afstand van 20 mm t. o. v. de onderkant van de kookplaat worden ingebouwd, zodat een toevallig contact niet mogelijk is.
De tussenbodem mag alleen met gereedschap kunnen worden verwijderd. • Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warmte vervormbare voorwerpen direct naast de kookplaat worden geplaatst of gelegd. Kookplaatafdichting Vóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichting zonder onderbreking worden ingelegd. • U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat en het werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoffen in de daaronder ingebouwde elektrische apparaten kunnen indringen. • Bij inbouw van de kookplaat in een oneffen werkblad, bijv. met een keramisch of vergelijkbaar oppervlak (tegels enz. ) moet de pakking, die zich ev. aan de kookplaat bevindt, worden verwijderd. In de plaats daarvan moet de verbinding tussen kookplaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit) worden afgedicht.
Uitsparing in het werkblad De uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk met een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodat er geen vocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingen uitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijke hoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledig afsluit. De keramische kookplaat wordt met haken bevestigd.
13 NLMontagehandleiding Haak • Uitsparing in het werkblad met de nevenstaande afmetingen uitzagen. • Keramische kookplaat inzetten. • De haak onder het werkblad met een plaatschroef aan de kookplaat bevestigen. • Met de schroef de kookplaat aan het werkblad bevestigen. Schroef niet te strak aanhalen omdat anders de glazen plaat kan breken. Belangrijk! Als de keramische kookplaat scheef zit of spant, bestaat er verhoogd breukgevaar bij de montage! Minimumafstand tot naburige wanden Uitfreesmaat Buitenmaat kookplaat Kabeldoorvoer door de achterwand Noot: Alle afmetingen in mm. 900 520 490 50 860 50 20 860 +/-1 490 +/-1 40 195 195 195 195 40
NLMontagehandleiding Elektrische aansluiting • De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd. • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt worden nageleefd. • Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie worden voorzien die het mogelijk maakt het apparaat met een contactopeningswijdte van ten minste 3 mm met alle polen van het net te scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn zekeringen en contactoren. Bij aansluiting en reparatie het apparaat met één van deze installaties stroomloos maken. • Let erop dat de zekering aan de belasting is aangepast en aan de geldende voorschriften beantwoordt. • De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder het apparaat worden getrokken.
• U moet er ook op letten dat de netspanning met de op het typeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt. • De aansluitleiding moet minstens van het type H05 RR-F zijn. • Als de aansluitleiding van dit apparaat wordt beschadigd, moet ze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijkaardig gekwalificeerde persoon worden vervangen om risico's te vermijden. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Let op: door een verkeerde aansluiting kan de vermogens-elektronica worden vernield. Aansluitwaarden Netspanning: 200-240 V Frequentie: 50/60 Hz Aansluitingsmogelijkheden * Deze aansluitingsvariant is in Zwitserland niet door de SEV toegelaten.
Inbedrijfstelling Na het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van de voedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en verschijnt er een service-informatie voor de klantenservice. Belangrijk. Bij de aansluiting op het net mogen er geen voorwerpen op de sensoren liggen. Met een sponsje en wat afwasmiddel even over het oppervlak van de kookplaat vegen en vervolgens droogwrijven.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch EKIW 9850.0F stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden