Kuppersbusch EKI 60.0 M Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch EKI 60.0 M (12 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 60 mensen. Heb je een vraag over Kuppersbusch EKI 60.0 M of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Kuppersbusch |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | EKI 60.0 M |
Handleiding Kuppersbusch EKI 60.0 M – volledige tekst
Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor uwveiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onderhoud van hetapparaat, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt,kijk dan eerst na in het hoofdstuk „Wat te doen bij problemen. “. Kleinerestoringen kunt u vaak zelf verhelpen en u spaart op die manier onnodigeservicekosten. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- enmontageaanwijzing ter informatie en veiligheid aan een nieuwe eigenaardoor. Verwijderen van oude apparatenHet symbool op het product of op de verpakking wijst erop datdit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Hetmoet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrischeen elektronische apparatuur wordt gerecycled.
Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt uhet best contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of dedienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar uhet product hebt gekocht. Verwijderen van de verpakkingVerwijder de transportverpakking op een zo milieubewust mogelijkemanier. De recyclage van het verpakkingsmateriaal bespaart grondstoffenen vermindert de afvalberg. GarantieVoor het aangeschafte apparaat gelden de garantiebepalingen welkedoor de vertegenwoordiging van de moederorganisafie in het land vanaankoop zijn uitgegeven. Eventuele bijzonderheden hiervoor zal deleverancier, waarbij het apparaat is gekocht, desgevraagd verschaffen. Om aanspraak te kunnen maken op eventuele garantie is het overleggenvan de rekening in ieder geval vereisf.
37VeiligheidsinstructiesVoor aansluiting en werking • De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoorschriftengebouwd. • Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het apparaat mogenalleen door een erkend vakman volgens de geldende veilig-heidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerdewerken vormen een risico voor uw veiligheid. Voor de kookplaat • Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingestelde kookstand(powerstand) de inductiekookplaat niet zonder toezichtgebruiken. • Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid van dekookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daarbij hetgevaar bestaat dat de pannen oververhit raken. • Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kookzones. • Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-mariepannen kunnen onbemerkt leegkoken.
Dat veroorzaakt beschadigingenaan de pan en aan de kookplaat. De fabrikant kan hiervoor nietaansprakelijk worden gesteld. • Schakel een kookzone na gebruik altijd onmiddellijk met de bijhorendeAan/Uit-toets uit en niet alleen met de panherkenning. • Oververhitte vetstoffen en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij hetbereiden van gerechten met vet en olie steeds in de buurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen. Een deksel op de panleggen, kookzone uitschakelen. • De keramische plaat is zeer resistent. Zorg er niettemin voor dat ergeen harde voorwerpen op de keramische plaat vallen. Puntvormigeslagbelastingen kunnen de kookplaat doen breken. • Bij scheuren, barsten of een breuk in de keramische kookplaat hetapparaat onmiddellijk buiten bedrijf stellen. Onmiddellijk dehuishoudzekering uitschakelen en de klantenservice contacteren.
• Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling niet meer kanworden uitgeschakeld, onmiddellijk de huishoudzekering uitschakelenen de klantenservice contacteren. • Voorzichtig bij het werken met losse apparaten.
Netsnoeren mogenniet met de hete kookzones in contact komen. • De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om er voorwerpenop neer te leggen. • Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles watkan smelten uit de buurt van de hete kookzone houden, bijv. kunststof,folie, in het bijzonder suiker en gerechten met een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een schraapmes van de kookplaat verwijderenzolang deze nog warm is, om beschadigingen te vermijden. • Metalen voorwerpen, zoals keukengereedschap of bestek, mogen nietop het oppervlak van de inductiekookplaat blijven liggen omdat ze heetkunnen worden. • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voorwerpendirect onder de kookplaat leggen. • Opgelet met metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen:als ze in de directe nabijheid van de inductiekookplaat komen, kunnenze heet worden.
Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. goudenof zilveren ringen) geldt dit niet. • Maak geen ongeopende conservenblikken of compoundverpakkingenop de kookplaat warm. Dergelijke verpakkingen kunnen exploderen. • Het is belangrijk dat de tiptoetsen schoongehouden worden, omdatverontreinigingen door het apparaat als vingercontact kunnen wordenherkend. Nooit voorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz. ) op de tiptoetsenleggen. Als pannen tot over de tiptoetsen overkoken, is het aanbevolen op deUIT-toets te drukken. • Hete potten en pannen mogen de tiptoetsen niet afdekken. In dat gevalwordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. • Als er zich in de woning huisdieren bevinden die aan de kookplaatkunnen, moet de kinderbeveiliging worden geactiveerd. • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, mag deinductiekookplaat niet worden gebruikt. Voor personen • Opgelet.
Personen die niet vertrouwd zijn met de inbouwkookplaat mogen eralleen onder toezicht mee werken. Kleine kinderen steeds uit de buurthouden en ervoor zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. • Let op.
De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden bij hetwerken heet. Daarom moeten kleine kinderen principieel uit de buurtworden gehouden. • Personen met pacemakers of geïmplanteerde insulinepompen moetenzich ervan verzekeren dat hun implantaten niet door het inductieveldworden beïnvloed (het frequentiebereik van het inductieveld bedraagt20-50 kHz).
38Beschrijving van het apparaatHet decor kan van de afbeeldingen afwijken. 1. Inductiekookzone links voor 2. Inductiekookzone links achter 3. Inductiekookzone rechts achter 4. Inductiekookzone rechts voor 5. Touch-Control-bedieningsveld 6. Bedieningstoetsen kookzone links voor 7. Bedieningstoetsen kookzone links achter 8. Bedieningstoetsen automatische uitschakeling (timer), voorkookzone rechts achter 9. Bedieningstoetsen kookzone rechts achter 10. Bedieningstoetsen kookzone rechts voor 11. Aan/Uit-toets 12. Min-toets (verlagen) 13. Plus-toets (verhogen) 14. KookstandweergaveBediening door tiptoetsenDe bediening van de keramische kookplaat gebeurt door „Touch-Control“tiptoetsen, die zich vooraan op de kookplaat bevinden.De tiptoetsen functioneren als volgt: met de vingertop de keramischeplaat even op de symbolen , of aanraken.Verderop wordt voor het gemak de term „toets“ gebruikt.
Aan/Uit-toets (11 in de afb.)Met deze toets wordt de desbetreffende kookzone in- en uitgeschakeld. Min-toets (12) Plus-toets (13)Met deze toetsen wordt de gewenste kookstand van 1 tot 9 gekozen.Belangrijk: Gelijktijdig aanraken van de beide toetsen van de kookzonelinks voor of rechts voor schakelt de kinderbeveiliging links of rechts in (symbool ).Kookstandweergave (14)De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of als de kookzoneis uitgeschakeld een voor aanwezige restwarmte.De kookstandweergave knippert als een pan wordt herkend.Een wordt aangetoond als de veiligheidsuitschakeling de kookplaatheeft uitgeschakeld.Bij ingeschakelde kinderbeveiliging wordt een aangetoond.Een reeks streepjes of F7 is te zien als de oververhittingsbeveiligingheeft gereageerd.
39 Kook- Toepassingstand 0 UIT-stand, benutting van de restwarmte 1-2 Warm houden, kleine hoeveelheden gaar koken(laagste vermogen) 3 Doorkoken 4-5 Grote hoeveelheden gaar koken,grote stukken gaar braden 6 Braden, bechamelsaus maken 7-8 Braden 9 Aan de kook brengen, aanbraden, braden(hoogste vermogen)BedieningDe kookplaatDe kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductiespoelonder de keramische kookplaat wekt een elektromagnetisch wisselveldop, dat de vitrokeramiek doordringt en in de bodem van de pan eenwarmtevormende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door eenverwarmingselement via de pan op de te koken gerechten overgedragen;de nodige warmte wordt m. b. v. inductiestromen direct in de pan gevormd.
Voordelen van het inductiekookveld – Energiebesparend koken door rechtstreekse energieoverdracht op depan (aangepaste pannen van magnetiseerbaar materiaal zijnnoodzakelijk), – meer veiligheid, omdat de energie alleen wordt doorgegeven als ereen pan op de kookzone staat, – energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem met eenhoog rendement, – hoge opwarmsnelheid, – weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen door depanbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten branden niet vast, – snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer. Panherkenning: Als er geen of een te kleine pan op de kookzone staat,als de kookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet met energieverzorgd, de kookstandweergave knippert. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt deingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergave brandt.
De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordt verwijderd, dekookstandweergave knippert. Indien kleinere pannen worden opgezet,waarbij de panherkenning toch in werking treedt, wordt slechts zoveelenergie toegevoerd als nodig is.
Tips voor de juiste pannenDe pannen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt, moeten vanmetaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en een voldoende grotebodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voorinductie geschikt is. Niet geschikte pannenPannen van koper, roestvrijstaal, aluminium, vuurvastglas, hout, keramiek ofterracottaGeschikte pannenGeëmailleerde stalen pannenmet dikke bodemGietijzeren pannen metgeëmailleerde bodemPannen van roestvrij gelaagdstaal, roestvrij ferrietstaal ofaluminium met specialebodemZo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is:Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan het symboolvoor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest:Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de magneetaangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekookplaat gebruiken.
Noot:Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor inductie,kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouwwijze van dezepannen. Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-mariepannen kunnen onbemerkt leegkoken. Dat veroorzaakt beschadigingenaan de pan en aan de kookplaat. De fabrikant kan hiervoor nietaansprakelijk worden gesteld. Tips om energie te besparenHier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en efficiënt metuw nieuwe inductie-kookplaat en het kookservies om te gaan. • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kookzonediameter. • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houden datvaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die is meestal groterdan de panbodem. • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de overdrukbijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte bereidingsduur blijvenvitamines bewaard.
40Kookzone inschakelen 1. Zolang op de Aan/Uit-toets drukken tot de kookstandweergave „0“ knippert. 2. Meteen daarna op de plus-toets drukken om de kookstand te kiezen (1. 9). Met de min-toets kan de instelling worden verlaagd. De kookstandweergavetoont de gekozen kookstand. 3. De kookstandweergave knippert (panherkenning). Meteen daarna voor inductiegeschikt kookservies op de kookzone plaatsen. De pan wordt verwarmd. Opmerking. • Indien na het inschakelen van de kookzone geen kookstand wordt gekozen,wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld. • Om technische redenen zijn telkens twee kookzones tot een modulegecombineerd: linker module, rechter module. Als bij een module een kookzonemet hoog vermogen wordt gebruikt, wordt het vermogen van de andere kookzonegereduceerd. Dat wordt in de kookstandweergave aangetoond. Kookzone voor Kookzone achter9 58 67 76 85 9Kookzone uitschakelen 4.
Op de Aan/Uit-toets drukken. De kookzone wordt vanop elke kookstanddirect uitgeschakeld. De weergave verdwijnt. Noot: • Metalen voorwerpen, zoals keukengereedschap of bestek, mogen niet op hetoppervlak van de inductiekookplaat blijven liggen omdat ze heet kunnen worden. • Schakel een kookzone na gebruik altijd onmiddellijk met de bijhorende Aan/Uit-toets uit en niet alleen met de panherkenning. Automatische uitschakelingDoor de automatische uitschakeling kan de kookzone rechts achter na een bepaaldetijd automatisch worden uitgeschakeld. Er kunnen tijden van 1 tot 99 minutenworden ingesteld. 1. Bij de kookzone rechts achter een kookstand instellen en een pan opzetten. 2. Op de plus-toets van de automatische uitschakeling drukken om de kookduurin te stellen. Met de min-toets kan de instelling worden verlaagd. De tweecijfers van de weergave tonen de gekozen kookduur.
Om hetsignaal te bevestigen op een willekeurige toets van de kookzone rechts achterdrukken; anders wordt de signaaltoon automatisch na 2 minuten beëindigd. RestwarmteweergaveDe keramische kookplaat is met een restwarmteweergave „H“ uitgerust. De keramiek wordt niet direct, maar alleen door de terugstralende warmte van depan verwarmd. Zolang de „H“ na het uitschakelen brandt, kan de restwarmte worden gebruiktvoor het smelten en warmhouden van gerechten. Na het uitdoven van de letter „H“ kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaarvan verbranding. 1. 2. 3. 4. 1. 2. 3. geschikt voor inductieBediening.
41Vergrendeling/kinderbeveiligingDoor de vergrendeling kunnen de bediening en een instelling (bijv. kookstand 4)worden geblokkeerd. De geactiveerde vergrendeling blijft ook behouden als de kookplaat uitgeschakeldis. Op die manier dient de vergrendeling ook als kinderbeveiliging om de kookplaattegen al dan niet gewenste bediening te blokkeren. Inschakelen (kookzones links) 1. Gelijktijdig op de plus-toets en de min-toets van de kookzone linksdrukken tot het symbool wordt aangetoond. Beide linker kookzones zijngeblokkeerd. Zodra op een toets wordt gedrukt, verschijnt het symbool weerom aan de vergrendeling te herinneren. Uitschakelen 2. Gelijktijdig op de plus-toets en de min-toets van de kookzone linksdrukken tot het symbool verdwijnt. Beide linker kookzones zijn weer vrij. Noot: • Uitschakelen met de Aan/Uit-toets is mogelijk als de vergrendeling actief is.
De vergrendeling blijft behouden. • Om de rechter kookzones te vergrendelen op dezelfde manier tewerk gaan. VeiligheidsuitschakelingHet apparaat bezit een automatische gebruiksduurbeperking. Deze verhindert dathet apparaat ongewild gedurende langere tijd aan blijft. Het tijdsverloop van de gebruiksduurbeperking is afhankelijk van de ingesteldekookstand, d. w. z. : hoe hoger de ingestelde kookstand, hoe sneller er wordtuitgeschakeld. De gebruiksduurbeperking werkt voor elke kookzone apart. Belangrijk: Na het uitschakelen verschijnt een in de aanwijzing. De letter blijftbehouden. Om te bevestigen op een willekeurige toets van de overeenkomstigekookzone drukken. Dat wordt met een dubbele signaaltoon bevestigd. Andere functiesAls een of meer tiptoetsen langer of tegelijk worden bediend (bijv. door een perongeluk op de tiptoetsen geplaatste pan) wordt er niet geschakeld.
Uitzondering: vergrendeling/ kinderbeveiligingAls een tiptoets na het bereiken van de hoogste stand nog altijd wordt bediend,wordt de volledige elektronica na 10 seconden uitgeschakeld. Na een stroomstoring wordt het apparaat niet automatisch weer in gebruikgenomen. Bij oververhitting van de elektronica wordt de kookplaat uitgeschakeld. Een reeks streepjes of „F7“ wordt aangetoond. OververhittingsbeveiligingAls de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kan bij een hogekamertemperatuur de vermogenselektronica niet meer voldoende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronica optreden, wordt ev. het vermogen van de kookzone automatisch gereduceerd. Indien bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertemperatuur in dekookstandweergave regelmatig een reeks streepjes of „F7“ verschijnen, is dekoeling waarschijnlijk onvoldoende.
Ontbrekende koelopeningen in het meubel of een ontbrekende afscherming kunnende oorzaak zijn. Ev. moet de inbouw worden gecontroleerd. Bediening1. 2. Ingestelde Automatisch kookstand uitschakelen na. 1 tot 4 8 uur 5 tot 7 2 uur 8 of 9 1 uur.
42Reiniging en onderhoud • Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen. • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoomreini-gingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uittoetsen wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat de kookplaat perongeluk wordt ingeschakeld. De keramische kookplaatBelangrijk. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals groveschuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roesten vlekkenverwij-deraar enz. Reiniging na gebruik1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het beste telkensna gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en wat afwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doek droog, zodat er geenresten van afwasmiddel op het oppervlak achterblijven. Wekelijks onderhoud2.
Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week grondig metgebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elkgeval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormenbij het aanbrengen een beschermende film, die water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingen blijven op de film en kunnen daarna veelgemakkelijker worden verwijderd. Vervolgens met een schone doekdroogwrijven. Er mogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlakachterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren en hetoppervlak veranderen. Speciale verontreinigingenSterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoerachtigglanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de kookplaat noglauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen. Gadaarbij tewerk zoals onder punt 2 beschreven.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – in noghete toestand – met een glasschraper. Daarna de kookplaat reinigenzoals onder punt 2 beschreven. Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen schillen of slaschoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven vanpannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels ophet oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed op dewerking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij niet omeen beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daaromingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in hetbijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminiumbodem ofdoor ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen alleen maar moeizaammet gebruikelijke reinigingsmiddelen worden verwijderd.
Eventueel dereiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressievereinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het decor in deloop van de tijd afgeschuurd en er ontstaan donkere vlekken.
43Wat te doen bij problemen. Ongekwalificeerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijn gevaarlijkomdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Omlichamelijke schade en schade aan het apparaat te voorkomen, moetenze worden vermeden. Daarom mogen dergelijke werkzaamheden alleendoor een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, wordenuitgevoerd. Denk eraanAls er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerst aan dehand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken niet zelf kuntverhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit. Contacteer de klantenservice of een elektro-installateur. De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld. • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gereageerd. • Is de aansluitingskabel aangesloten. • Zijn de kookzones vergrendeld (kinderbeveiliging), d.
w. z. wordt een aangetoond. • Zijn de tiptoetsen gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistof of eenmetalen voorwerp bedekt. A. u. b. verwijderen. • Wordt verkeerd servies gebruikt. Zie hoofdstuk „Tips voor de juistepannen“. De kookplaat c. q. de kookzone is plots uitgeschakeld en er worden streepjes aangetoond. • Er bevinden zich overgekookte spijzen of andere voorwerpen op de„touch-control“ tiptoetsen. A. u. b. schoonmaken of verwijderen. • De elektronica is te heet. De inbouw van de kookplaat controleren, inhet bijzonder op goede beluchting letten. Knippert de kookstandweergave. Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwacht dat ereen geschikte pan wordt opgezet (panherkenning). Pas dan wordt erenergie afgegeven. Blijft de kookstandweergave knipperen, hoewel er eenpan werd opgezet. De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diameter.
Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld. De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden). Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden. De kookplaat heeft barsten of breuken. Bij scheuren, barsten of een breuk in de keramische kookplaat hetapparaat onmiddellijk buiten bedrijf stellen. Onmiddellijk de huishoud-zekering uitschakelen en de klantenservice contacteren. OververhittingsbeveiligingAls de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kan bij eenhoge kamertemperatuur de vermogenselektronica niet meer voldoendeworden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronica optreden,wordt ev. het vermogen van de kookzones automatisch gereduceerd. Indien bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertemperatuurin de kookstandweergave regelmatig een reeks streepjes of „F7“verschijnen, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende.
44AfschermingAfschermingMontagehandleidingOnderkant kookplaatvoorBeluchting • De achterwand van de onderkast moet ter hoogte van de uitsparing inhet aanrechtblad open zijn zodat de lucht kan circuleren. • De voorste dwarslijst van het meubel moet worden verwijderd, zodater onder het aanrechtblad over de hele breedte van het apparaat eenopening is waar de lucht door kan. • Eventuele dwarslijsten onder het aanrechtblad moeten tenminste terhoogte van de uitsparing in het aanrechtblad worden verwijderd. • De afstand tussen de inductiekookplaat en de keukenmeubels of deingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn zodat de inductievegedeelten voldoende geventileerd worden. • De ventilatieopeningen moeten met de bijliggende afscherming vanelkaar geïsoleerd zijn. Zo wordt vermeden dat de verwarmde luchtnaar die plaats terugstroomt waar de koude lucht wordt aangezogen. •Let op.
De afscherming mag de ventilatieopeningen niet afdekken. Hiertoe moet men eventueel meubelen en apparaten korter maken ofaanpassen. • Overmatige warmteontwikkeling langs onder, bijv. door een ovenzonder dwarsstroomventilator, moet worden vermeden. • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, mag deinductiekookplaat niet worden gebruikt. InbouwBelangrijke opmerkingen • Indien de kookplaat boven meubelgedeelten (zijwanden, laden e. d. )ligt, moet een tussenbodem met een minimale afstand van 20 mmt. o. v. de onder kant van de kookplaat worden ingebouwd, zodat eentoevallig contact niet mogelijk is. De tussenbodem mag alleen metgereedschap kunnen worden verwijderd. • Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geen brandge-vaarlijke, licht ontvlambare of door warmte vervormbare voorwerpendirect naast de kookplaat worden geplaatst of gelegd.
• U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat en hetaanrechtblad of tussen het aanrechtblad en de muur vloeistoffen in dedaaronder ingebouwde elektrische apparaten kunnen indringen. • Bij inbouw van de kookplaat in een oneffen aanrechtblad, bijv. meteen keramisch of vergelijkbaar oppervlak (tegels enz. ) moet de pakking,Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur • Het fineer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangrenzendemeubels moeten temperatuurbestendig zijn (>75°C). Als het fineer ende bekleding onvoldoende temperatuurbestendig zijn, kunnen ze zichvervormen. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijn metonderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het aanrechtblad achterde kookplaat is toegelaten voor zover de minimum afstanden volgensde inbouwtekeningen worden gerespecteerd.
• De minimum afstanden aan de achterkant van de kookplaatuitsparingenmoeten volgens de inbouwtekening worden gerespecteerd. • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheidsafstand vanminstens 40 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moet metwarmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed te kunnenwerken dient de afstand echter ten minste 300 mm te bedragen. • De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet minstens zo groot zijnals in de montagehandleiding van de afzuigkap is voorgeschreven. • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels, enz. ) moetuit de buurt van kinderen worden gebracht omdat deze delen eventuelerisicobronnen vormen. Kleine onderdelen kunnen worden ingeslikt enbij folie bestaat verstikkingsgevaar.
OpmerkingDe KÜPPERSBUSCH-inductiekookplaat mag alleen volgens deinstructies in deze handleiding worden ingebouwd: – boven een tussenbodem – boven een elektrische KÜPPERSBUSCH Collection-inbouwovenmet koeling van de behuizingDe KÜPPERSBUSCH-inductiekookplaat mag niet boven eenafwasmachine worden ingebouwd.
Als dit voorschrift niet wordt nageleefd, sluit KÜPPERSBUSCH elkeaansprakelijkheid uit en verliezen de toegekende keurmerken hungeldigheid. die zich ev. aan de kookplaat bevindt, worden verwijderd. In de plaatsdaarvan moet de verbinding tussen kookplaat en aanrechtblad metplastische afdichtmaterialen (kit) worden afgedicht. •De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven. Anders is hetlater niet meer mogelijk de kookplaat weer te verwijderen zonder ze tevernielen.
45MontagehandleidingUitsparing in het aanrechtbladDe uitsparing in het aanrechtblad moet zonauwkeurig mogelijk met een goed, rechtzaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd.De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeldzodat er geen vocht kan binnendringen.De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens deafbeeldingen uitgezaagd.De keramische kookplaat moet absoluuthorizontaal en op gelijke hoogte met hetaanrechtblad liggen. Eventuele spanningenkunnen de glazen plaat doen breken.Controleren of de pakking van de kookplaatcorrect zit en volledig afsluit.De keramische kookplaat wordt ofwel met clipsof met plaatstrips bevestigd:Clips • De clips op de aangegeven afstanden in deuitsparing van het aanrechtblad inslaan. Doorde horizontale aanslag is geen aanpassing inde hoogte nodig.Belangrijk: de horizontale aanslag van de clipsmoet vlak op het aanrechtblad liggen (breukge-vaar vermijden).
• De kookplaat volgens de afbeelding linksinzetten (1), justeren (2) en vastclipsen (3). • Om de clips te zekeren kunnen schroevenworden gebruikt.Plaatstrip • De kookplaat inzetten en justeren. • Onderlangs de plaatstrips met schroeven aande voorziene bevestigingsgaten inzetten,justeren en aanhalen.De schroeven alleen met een schroevendraaiermet de hand aanhalen; geen elektrischeschroevendraaier gebruiken. • Bij dunne aanrechtbladen op de juiste positievan de plaatstrip letten. Om de afstand tecompenseren moet een metrische schroef inde plaatstrip worden ingezet.Belangrijk!Als de keramische kookplaat scheef zit ofspant, bestaat er verhoogd breukgevaar bij demontage!Afmetingen in mm* roestvrijstalen frame 5801 Minimumafstand tot naburige wanden2 Uitfreesmaat3 Buitenmaat kookplaat4 Kabeldoorvoer door de achterwand5 Inbouwhoogte
46Afmetingen kookplaat H/ B/ D mm 52 x 600* x 510 inbouwmaten breedte/ diepte mm 560 x 490Kookzones links achter Ø cm / kW 18 / max. 2,8 links voor Ø cm / kW 18 / max. 2,8 rechts voor Ø cm / kW 16 / max. 2,0 rechts achter Ø cm / kW 21 / max. 3,1Elektrische aansluiting netspanning 400-415V 2N~, 50-60 Hz nominale componentenspanning 230 - 240V kookplaat, totaal kW 5,9*roestvrijstalen frame 580 mmTechnische gegevensElektrische aansluiting • De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een erkendvakman worden uitgevoerd. • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van de plaatselijkeelektriciteitsmaatschappij moeten strikt worden nageleefd. • Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie worden voorziendie het mogelijk maakt het apparaat met een contactopeningswijdtevan ten minste 3 mm met alle polen van het net te scheiden.
Geschiktescheidingsinstallaties zijn LS-schakelaars, zekeringen en contactoren. • Bij aansluiting en reparatie het apparaat met één van deze installatiesstroomloos maken. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijn metonderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van detrekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aansluitkabelmet trek wordt belast. • De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder het apparaatworden getrokken. • De inductiekookplaat is bij levering met een temperatuurbestendigeaansluitkabel uitgerust. • De aansluiting op het net wordt volgens het aansluitschema uitgevoerd,tenzij dat de aansluitkabel al met een stekker is uitgerust.
InbedrijfstellingNa het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van devoedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftest van debesturing plaats en verschijnt er een serviceinformatie voor deklantenservice. Deze aanwijzing verdwijnt na 30 seconden of zodra op een willekeurigetoets wordt gedrukt. Met een sponsje en wat sop even over het oppervlak van de kookplaatvegen en vervolgens droogwrijven. Montagehandleiding.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch EKI 60.0 M stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden