Koenic KFC 2311 A Handleiding

Koenic Fornuis KFC 2311 A

Bekijk gratis de handleiding van Koenic KFC 2311 A (88 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 230 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Koenic KFC 2311 A of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/88
Electric cooker // Electroherd
KFC 2311 A
User manual
Gebruikershandleiding
EN
NL

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Koenic
Categorie: Fornuis
Model: KFC 2311 A

Handleiding Koenic KFC 2311 A – volledige tekst

GEACHTE KLANT,De fornuizen van combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreendheid. Na het lezen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kunnen bedienen. Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorko-men. Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is. Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden. Opgelet. Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft. Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden.

De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die geen invloed hebben op de werking van het toestel. 44Veiligheidsinstructies. 45Beschrijving van het toestel. 50Installatie. 53Bediening. 56Bakken in de oven – praktische tips. 73Testgerechten. 76Reiniging en onderhoud van het fornuis. 78Technische gegevens. 85INHOUDSTAFEL.

45VEILIGHEIDSINSTRUCTIESAttentie. Dit apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Wees bijzonder voorzich-tig bij het aanraken van de verwarmingselementen. Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kunnen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan.Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik plaatsvindt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden ver-richten.Attentie.

Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand.Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken.Attentie. Brandgevaar: geen voorwerpen verzamelen op de kookoppervlakte.Attentie. Schakel de stroom uit als de oppervlakte is gebar-sten, om elektrische schokken te voorkomen.Leg geen metalen voorwerpen als messen, vorken, lepels, deksels en aluminiumfolie op de oppervlakte van de kook-plaat, zij kunnen heet worden.

46VEILIGHEIDSINSTRUCTIESSchakel de kookplaat na aoop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie.Tijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan.Als dit apparaat gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onder-delen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen.Attentie. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of scherpe metalen voorwerpen voor het schoonmaken van het glas van de deur, omdat deze krassen kunnen veroorzaken op het oppervlak. Dit kan leiden tot barsten van het glas.Attentie. Om elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt.Gebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het apparaat.Tijdens het pyrolytische reinigingsproces kan het fornuis bijzonder heet worden. Het buitenoppervlak van het fornuis kan daardoor heter worden dan normaal.

Zorg er daarom voor dat er zich geen kinderen in de buurt van het fornuis bevinden.Gevaar voor verbranding! Bij het openen van de ovendeur kan hete stoom ontsnappen. Wees voorzichtig met het ope-nen van de deur tijdens of na aoop van het koken. Buig u bij het openen niet over de deur. Vergeet niet dat stoom bij bepaalde temperaturen onzichtbaar kan zijn.

47VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Wees bijzonder voorzichtig als er kinderen in de buurt van het fornuis zijn, want ze kennen de bedieningsprincipes van het fornuis niet. De hete branders van de gaskookplaat, de ovenkamer, het rooster, de ruit van de deur, en potten en pannen met hete vloeisto?en kunnen brandwonden veroorzaken.  Zorg ervoor dat er geen kleine keukentoestellen of hun kabels in direct contact komen met de hete oven of de kookplaat, want de isolatie van deze toestellen is niet bestand tegen hoge temperaturen.  Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Oliën en vetten kunnen ont-vlammen als gevolg van oververhitting of overkoken.  Zorg ervoor dat de kookplaat niet vuil wordt of onderloopt door overlopende spijzen. Eventueel vuil moet onmiddellijk verwijderd worden.

 Plaats geen potten of pannen met een natte bodem op de hete kookvelden, want dit kan onomkeerbare wijzigingen aan de plaat veroorzaken (onverwijderbare vlekken).  Gebruik enkel potten en pannen die volgens de aanwijzingen van de producent geschikt zijn om te koken op een keramische plaat.  Als het oppervlak van de kookplaat gebarsten is, moet het toestel van het stroomnet ontkoppeld worden om elektrocutie te vermijden.  Schakel de kookplaat niet aan zonder er eerst een pot of pan op te plaatsen.  Het is verboden om potten of pannen met scherpe randen te gebruiken, want die kunnen de keramische plaat beschadigen Kijk niet naar de halogene kookvelden terwijl ze opwarmen (als ze niet afgedekt zijn met een pot of pan).

 Plaats geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 15 kg op de open deur van de oven, en geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 25 kg op de kookplaat.  Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om de glazen deur te reinigen. Hierdoor kan het oppervlak gekrast raken, wat kan leiden tot barsten in het glas.  Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent.

U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit.  Het is verboden om een fornuis met technische defecten te gebruiken. Defecten mogen enkel hersteld worden door een erkend technicus met gepaste kwalicaties.  Bij problemen veroorzaakt door technische defecten, moet het fornuis van het stroomnet ontkoppeld worden en moet het defect gemeld worden voor herstelling.  Er mogen geen toestellen voor reiniging met stoom gebruikt worden om het fornuis te reinigen.  Personen met ingeplante toestellen die lichaamsfuncties ondersteunen (bv. een pacemaker, een insulinepomp of een hoorapparaat) moeten er zich van vergewis-sen, dat de werking van deze toestellen niet verstoord wordt door de inductieplaat (de inductieplaat werkt binnen het frequentiebereik 20-50 kHz).  Het toestel is uitsluitend ontworpen voor kookdoeleinden. Elke andere toepassing (bv.

48ENERGIEBESPARINGDoor op verantwoorde wijze energie te gebruiken be-spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie-besparing! Dat kan op de volgende manier:Gebruik goede potten en pannen om te koken.Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander.

Dek de potten en pannen steeds af met een deksel.Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn.Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn.Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn.Vermijd onnodig ophe?en van deksels om het kookproces te controleren.Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven. Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden.Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis.Gebruik de restwarmte in de oven.Schakel bij baktijden van meer dan 40 minu-ten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit.Sluit de deur van de oven zorgvuldig.Otherwise energy consumption increases unnecessarily. Bouw het fornuis niet in in de onmid-dellijke nabijheid van koelkasten of diep-vriezers.Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.Opgelet!

49Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriende-lijke wijze.Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be-reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKEN

53INSTALLATIE Opstelling van het fornuis De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ven-tilatie bezitten in overeenstemming met de geldende technische voorschriften.  De ruimte moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem dat verbrandingsgas-sen die tijdens het verbrandingsproces ontstaan, naar buiten afvoert. Deze installatie moet bestaan uit een ventila-tierooster of een afzuigkap. Afzuigkappen moeten gemonteerd worden volgens de bijgevoegde gebruikershandleidingen. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselementen garanderen. De bekleding en de lijmen van de inbou-wmeubelen moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 100ºC. Als deze voorwaarde niet vervuld is, kan het opper-vlak vervormd raken of kan de bekleding losraken.

Als u niet zeker bent of de meubelen tegen zulke temperaturen bestand zijn, moet u bij het inbouwen een tussenruimte van ong. 2 cm vrijlaten tussen de meubelen en het fornuis. De muur die zich achter het fornuis bevindt, moet bestand zijn tegen hoge temperaturen. Tijdens het ge-bruik van het fornuis kan de achterwand opwarmen tot ongeveer 50ºC boven de omgevingstemperatuur. Het fornuis moet opgesteld worden op een harde, e?en ondergrond (niet op een onderstel zetten). Voordat u het fornuis in gebruik neemt, moet u het waterpas zetten. Dit is vooral belangrijk voor het gelijkmatige versprei-den van vet in de pan. Hiervoor dienen de regelpootjes die bereikbaar zijn als u de schuif wegneemt. Regelbereik +/- 5mm.Montage van de beveiliging tegen het omvallen van het fornuis.De beveiliging wordt gemonteerd om te vo-orkomen dat het fornuis omvalt.

Dankzij de blokkade tegen het omvallen van het fornuis voorkomt u dat een kind dat op de openstaan-de ovendeur klimt het fornuis laat omvallen.Fornuis, hoogte 850 mmA=60 mmB=103 mmFornuis, hoogte 900 mmA=104 mmB=147 mmAB

54INSTALLATIE21Aansluiting van het fornuis op de elektrische installatieOpgelet!De plaat mag enkel op de elektrische instal-latie aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalificaties. Het is verboden om zelfstandig wijzigingen of aanpassingen aan te brengen aan de elektrische installatie.Instructies voor de installateurHet fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met driefasige wisselstroom (400V 3N~50Hz). De nominale spanning van de verwarmingselementen van het fornuis bedraagt 230V. Het fornuis kan aangepast worden aan voeding met eenfasige stroom (230V) door een gepaste overbrugging op de contactstrip volgens het bijgevoegde aansluitschema. Er is ook een aansluit-schema bij de aansluiting van het fornuis geplaatst. De contactstrip is bereikbaar nadat u het deksel van de aansluiting wegneemt door de klemmen te deblokke-ren met een platte sleutel.

Vergeet niet een gepaste leiding te kiezen volgens het soort aansluiting en het nominale vermogen van het fornuis.De aansluitleiding moet gemonteerd worden op de steun voor de aansluiting van het for-nuis.Opgelet!Vergeet niet het aardingscircuit aan te sluiten op de klem van de contactstrip, die aangege-ven is met het teken . De elektrische instal-latie die het fornuis van stroom voorziet, moet beveiligd zijn met een gepaste zekering die de stroom afsluit in noodgevallen. De afstand tussen de werkcontacten van de zekering moet min. 3 mm bedragen.Voordat u het fornuis op de elektrische installatie aansluit, moet u de informatie op het typeplaatje en het aansluitschema lezen.123345

55INSTALLATIEOpgelet! Bij elke aansluitingsvariant moet de aardingsleiding aangesloten zijn op de klem PEAanbevolen soort aansluit-leiding1 Bij een stroomnet van 230 V eenfa-sige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 1-2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 2 Bij een stroomnet van 400/230 V tweefasige aansluiting met een nul-leiding, de bruggen verbinden de klemmen 2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 3 Bij een stroomnet van 400/230 V drie-fasige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 4-5, de faseleidingen zijn aangesloten op 1, 2 en 3, de nulleiding op 4-5, aardingsleiding op . L1, L2, L3=Faseleidingen; N – nulleiding; PE – aardingsleiding H05VV-F3G4H05VV-F4G2,5H05VV-F5G1,5SCHEMA MET MOGELIJKE AANSLUITINGENOpgelet! Spanning van de verwarmingselemen-ten 230V123345

56 verwijder alle verpakkingsonderdelen, verwijder de onderhoudsmiddelen die in de fabriek aangebracht zijn, uit de kamer van de oven en van de kookplaat,neem de uitrusting uit de oven en reinig die in warm water met afwasmiddel,schakel de ventilatie in de ruimte aan of open een raam,warm de oven op (op een temp. van 250ºC, ong. 30 min.), verwijder vuil en reinig hem grondig. Warm de kookvelden van de plaat ong. 4 minuten op zonder potten of pannen.Voordat u het fornuis voor de eerste maal aanschakeltBEDIENINGDe draaiknoppen zijn “verborgen” in het bedieningspaneel, om een functie te kiezen gaat u als volgt tewerk:1.druk zachtjes de draaiknop in en laat hem weer los,2. stel de gewenste functie in.

De aanduiding rond de draaiknop komt overeen met de opeenvolgende functies die door de oven uitgevoerd kunnen worden.12Belangrijk!Was de binnenkant van de oven en-kel met warm water met een kleine hoeveelheid afwasmiddel.Opgelet!Bij fornuizen die uitgerust zijn met de elek-tronische programmator verschijnt na het aanschakelen op het stroomnet “0.00” op de display. Stel het huidige uur in op de pro-grammator (zie gebruikershandleiding van de programmator).De oven zal niet werken als het uur niet ingesteld is.

57BEDIENING Voor de elektronische programmator Instelling van de actuele tijdNa aansluiting op het lichtnet of opnieuw inschakelen na een stroomstoring toont de display de knipperende cijfers 0.00:houd de knop OK (of tegelijkertijd de knop-pen ) ingedrukt totdat het symbool verschijnt op de display, de punt onder het symbool gaat knipperen,stel binnen 7 sec de actuele tijd in met behulp van de knoppen .Ca. 7 s na het instellen van de tijd worden de nieuwe gegevens opgeslagen en stopt de punt onder het symbool met knipperen.U kunt de tijd corrigeren door later tegelijker-tijd de knoppen < / > in te drukken; zolang de punt onder het symbool knippert kunt u de actuele tijd corrigeren.Opgelet!U kunt de oven aanzetten nadat het symbool op de display is verschenen.OK - keuzeknop werkingsmodus> - plusknop aan. Het symbool dooft en de display toont de actuele tijd.

Attentie!Als het geluidssignaal niet handmatig wordt uitgezet, schakelt het zichzelf na circa 7 mi-nuten automatisch uit.WerkingsduurAls u wilt dat de oven op een bepaalde tijd uitschakelt, handelt u als volgt:om de functie werkingsduur in te schake-len, zet u de functieknop van de oven op de door u gekozen functie en de tempe-ratuurknop op de gewenste temperatuur.druk op de knop OK totdat op de display kort dur verschijnt en het symbool gaat knipperen,stel de gewenste werkingstijd in met de knoppen binnen een bereik van 1 minuut tot 10 uur.OK

58BEDIENING De ingestelde tijd wordt na circa 7 s in het geheugen opgeslagen, het display toont opnieuw de actuele tijd terwijl het symbool is verlicht. Na het verstrijken van de ingestelde tijd scha-kelt de oven automatisch uit, het geluidssig-naal klinkt en het symbool gaat knipperen. zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de positie uitgeschakeld,om het geluidssignaal uit te schakelen, raakt u de knop OK enige tijd aan, of raakt u tegelijkertijd de knoppen < / > aan. Het symbool dooft en de display toont de actuele tijd. Wissen instellingenU kunt de instelling van de kookwekker of de werkingsduur op ieder moment wissen. om de instellingen voor de werkingsdu-ur te wissen, raakt u de knoppen < / > tegelijkertijd aan. Wissen instellingen kookwekker:kies met de knop OK de kookwekkerfunc-tie,druk opnieuw op de knoppen.

De toon van het geluidssignaal wijzigenU kunt de toon van het geluidssignaal als volgt wijzigen: druk de knoppen tegelijkertijd in. kies met de knop OK de functie ton, de aanduidingen gaan knipperen:kies met de knoppen de gewenste toon: binnen het bereik van 1 naar 3 met de knop >. binnen het bereik van 3 naar 1 met de knop >. Wijzigen van de helderheid van de displayHet is mogelijk om de helderheid van de display te wijzigen in het bereik van 1 tot 9, waarbij 1 de donkerste instelling is en 9 de helderste. De ingevoerde waarde is van toe-passing wanneer de klok inactief is (nl. als de gebruiker gedurende ten minste 7 seconden geen van de knoppen heeft aangeraakt). U kunt de helderheid van de display op de volgende wijze veranderen:druk de knoppen tegelijkertijd in.

59BEDIENINGPrincipes van de werking van een inductieveldDe elektrische generator voedt de spoel die in het apparaat is geplaatst. Deze spoel genereert een magnetisch veld dat wordt door-gegeven aan het kookgerei. Het magnetische veld veroorzaakt dat het kookgerei opwarmt. Dit systeem vereist het gebruik van kookgerei dat gevoelig is voor de werking van een mag-netisch veld. De inductietechnologie heeft twee grote voordelen:● de warmte wordt uitsluitend door het kookgerei overgedragen, het is mogelijk de warmte maximaal aan te wenden;● het warmtetraagheidsverschijnsel treedt niet op, omdat het kookproces automatisch begint op het moment dat het kookgerei op de kookplaat wordt gezet en eindigt, zodra hij weer van de kookplaat wordt afgehaald. Bij normaal gebruik van de inductiekookplaat kunt u verschillende geluiden horen die geen invloed hebben op de werking van de kookplaat.

● Fluittoon met een lage frequentie. Dit geluid hoort u wanneer het kookgerei leeg is. Zodra u het gerei vult met water of een gerecht stopt het. ● Fluittoon met een hoge frequentie. Dit geluid ontstaat bij maximaal vermogen in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen. Dit geluid is ook hoorbaar wanneer u tegelijkertijd twee of meer kookzones op maximaal vermogen gebruikt. Het geluid verdwijnt of wordt minder intensief zodra u het vermogen verlaagt. ● Krakend geluid. Dit geluid ontstaat in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen. De intensiteit van het geluid hangt af van de kookwijze. ● Zoemend geluid. Dit geluid ontstaat tijdens de werking van de koelventilator voor de elektronische componenten.

De geluiden die hoorbaar kunnen zijn bij juiste exploitatie worden veroorzaakt door de wer-king van de koelventilator, de afmetingen van het kookgerei en het materiaal waarvan het is gemaakt, de bereidingswijze van het gerecht en het toegepaste vermogen.

60BEDIENINGDe display toont het symbool als er geen pan of een ongeschikte pan op de kook-zone staat. De kookzone schakelt niet in. Indien binnen 90 seconds geen pan wordt gevonden, dan wordt het inschakelproces van de kookplaat beëindigd. U schakelt de kookzone uit met behulp van de tiptoets en niet door alleen de pan te verwijderen. Pandetectie in de inductiekookzone Pandetectie is geïnstalleerd in kookplaten met inductiekookzones. Tijdens de werking van de kookplaat schakelt de pandetectie de warmteafgifte in de kookzone automatisch in of uit op het moment dat er een pan op wordt geplaatst, respectievelijk weggenomen. Dit zorgt dus voor energiebesparing. • De display toont het warmteniveau als de kookzone wordt gebruikt in combinatie met een geschikte pan. • Inductiekoken vereist het gebruik van aangepaste pannen met een bodem van magnetisch materiaal (zie de tabel).

De pandetectie werkt niet als in-/uitschakelaar van de kookplaat. Zorg ervoor dat u bij het in- en uitschakelen en bij het instellen van het vermogen-sniveau altijd maar één tiptoets tegelijk aanraakt. Als u meerdere tiptoetsen tegelijkertijd aanraakt (uitgezonderd de klok en de sleutel), negeert het systeem de ingevoerde besturingssignalen. Bij langdurig aanraken klinkt het foutsignaal. Schakel de kookzones na aoop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie. De inductiekookplaat is uitgerust met sensors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tiptoetsen). Elke aanraking van een tiptoets gaat gepaard met een geluidssignaal. Veiligheidsinrichting:Bij juiste installatie en correct gebruik van de kookplaat is slechts zelden een veiligheidsin-richting noodzakelijk.

61BEDIENINGBasisvoorwaarde voor de goede werking en e?ciëntie van de kookplaat is het gebruik van de juiste kwaliteit pannen. Kenmerken van het kookgerei. ● Gebruik altijd kookgerei van hoge kwaliteit met een perfect vlakke bodem. Zo voorkomt u het ontstaan van punten met een te hoge temperatuur waar voedingsmiddelen tijdens het koken aan vast kunnen kleven. Pannen en koekenpannen met dikke, metalen wanden zorgen voor uitstekende verspreiding van de warmte. ● Zorg ervoor dat de bodem van het kookgerei droog is. Controleer na het vullen, of wanneer u een pan gebruikt die in de koelkast heeft gestaan, of de oppervlakte volledig droog is voordat u het kookgerei op de kookplaat zet. Hierdoor voorkomt u verontreiniging van de oppervlakte van de kookplaat. ● Het deksel verhindert dat de warmte ontsnapt, waardoor de kooktijd korter wordt en u minder energie verbruikt.

● Om vast te stellen of het kookgerei geschikt is, moet u controleren of de bodem een magneet aantrekt. ● Voor een optimale temperatuurcontrole door de inductiemodule moet de bodem van het kookgerei vlak zijn. ● Een holle bodem of een diep ingeslagen logo van de producent hebben een negatieve invloed op de temperatuurcontrole door de inductiemodule en kunnen oververhit-ting van het kookgerei veroorzaken. ● Gebruik geen beschadigd kookgerei bv. met een bodem die door te hoge temperaturen is gedeformeerd. ● Bij toepassing van groot kookgerei met een ferromagnetische bodem waarvan de diameter kleiner is dan de totale diameter van het kookgerei, wordt uitsluitend het ferromagnetische deel van het kookgerei verhit. Hierdoor ontstaat de situatie dat de warmte zich ongelijkmatig door het kookgerei verspreidt.

Het ferromagnetische oppervlak wordt in de bodem van het kook-gerei verminderd vanwege de aluminium elementen die erin zijn geplaatst, daardoor kan de geleverde hoeveelheid warmte lager zijn.

62BEDIENINGMarkering van keuken-gereiControleer of zich op het etiket een symbool bevindt, dat aangeeft dat de pan geschikt is voor inductiekookplatenGebruik magnetische pannen (van geëmailleerd staal, ferritisch roestvast staal, gietijzer), u kunt dit controleren door een magneet tegen de onderkant van de pan te houden (die moet vastkleven).RVS Aanwezigheid pan niet ontdektUitgezonderd pannen van ferromagnetisch staalAluminium Aanwezigheid pan niet ontdektGietijzer Bijzonder geschiktOpgelet: de pannen kunnen krassen op de kookplaat veroorzakenGeëmailleerd staal Bijzonder geschiktAanbevolen worden pannen met een dikke, vlakke en gladde bodemGlas Aanwezigheid pan niet ontdektPorselein Aanwezigheid pan niet ontdektPannen met een kope-ren bodemAanwezigheid pan niet ontdektGebruik voor inductiekoken uitsluitend ferromagnetisch kookgerei van materialen als:● geëmailleerd staal● gietijzer● kookgerei van roestvrij staal dat geschikt is voor inductiekoken.De grootte van het kleinste bruikbare kookgerei voor een kookzone is:De minimumdiameters voor kookgerei gemaakt van andere materialen dan geëmailleerd staal kunnen variëren.De diameter van de kook-zoneDe minimale diameter van de panbodem in geëmaille-erd staal (mm) (mm)160 - 180110180 - 200210 - 220125220 x 190260 - 280

63BEDIENINGPower ManagementDeze functie maakt het mogelijk om het totale maximale vermogen van de inductieplaat te beperken tot een van de volgende waarden: 2,8 kW, 3,7 kW, 6,5 kW, (maximaal vermogen). De gebruiker kan het maximale vermogen enkel kiezen binnen 5 minuten nadat de inductieplaat op het stroomnet is aangesloten. Om naar de keuze van het vermogen te gaan, schakelt u de plaat aan met de sensor en houdt u daarna gedurende 3 seconden de keuzesensor voor het kookveld links vooraan en de sensor ingedrukt.Op de dubbele display van de klok wordt de eerder gekozen instelling weergegeven of - indien er eerder geen keuze is gemaakt - de standaardinstelling 3,7 kW in het formaat „3.7”. Met behulp van de sensoren en kan de gebruiker overschakelen naar de volgende instel-lingen: 2.8 ; 3.7 ; 6.5.

Na de keuze van de gewenste instelling moet de gebruiker binnen 10 seconden de keuze bevestigen door de sensor gedurende 3 seconden ingedrukt te houden.Ter bevestiging van de keuze knippert de gekozen instelling 3 maal kort en weerklinkt er een geluidssignaal. Daarna wordt het paneel uitgeschakeld. Vanaf dat moment werkt de plaat aan het totale maximale vermogen dat door de gebruiker is gekozen. Als de keuze niet wordt bevestigd, dan schakelt het paneel zichzelf 10 seconden na de keuze van het vermogen uit en zal de plaat werken aan het vermogen dat het laatst is bevestigd of als er eerder geen keuze is gemaakt, aan het standaardvermogen van 3,7 kW.Tijdens het instellen van het vermogen van de verschillende kookvelden controleert de functie Power Management of het gekozen totale vermogen niet wordt overschreden.

Instellingen die tot een overschrijding van het vermogen zouden leiden, worden geblokkeerd en zijn niet toegankelijk voor de gebruiker.De functie Power Management kan het onmogelijk maken om een bepaald kookveld in te schakelen, als het vermogen van dit kookveld ertoe zou leiden dat het gekozen maximale vermogen wordt overschreden.

64BEDIENINGBedieningspaneel● Na het aansluiten van de kookplaat gaan alle indicatoren kort branden. De kookplaat is klaar voor gebruik.● De kookplaat is uitgerust met elektronische tiptoetsen die worden ingeschakeld door ze met de vinger minimaal 1 seconde aan te raken.● Bij iedere aanraking van een tiptoets hoort u een geluid.Plaats geen voorwerpen op de oppervlakten van de tiptoetsen (dit kan leiden tot een foutmelding) en houd deze goed schoon.Instellen van het vermogensniveau voor verwarming van de inductiekookzoneZolang de verlichte "0" knippert op de kookzoneindicator (3) kunnen we het gewenste ver-mogensniveau voor verwarming instellen met behulp van de tiptoetsen "+" (2) en "-" (4).Inschakelen van de kookzoneSchakel de gewenste kookzone (5) in, binnen 10 seconden na het aanzetten van de kookplaat met de tiptoets (1).1.

Na aanraking van de tiptoets van de gewenste kookzone (5) knippert op de bijbehorende indicator voor het vermogensniveau het verlichte cijfer "0".2. U kunt nu het gewenste verwarmingsniveau instellen met de tiptoetsen "+" (2) of "-" (4).Inschakelen van de kookplaatRaak de tiptoets in-/uitschakelen (1) gedurende minimaal 1 seconde met de vinger aan. De kookplaat is actief als op alle indicatoren (3) het cijfer "0" oplicht.Als u binnen 10 seconden geen van de tiptoetsen bedient, dan schakelt de kook-plaat weer uit.Als u binnen 10 seconden geen van de tiptoetsen bedient, dan schakelt de kookzone weer uit.De kookzone is actief als op alle displays een cijfer of letter oplicht. Dit betekent dat de kookzone klaar is om het verwarmingsniveau in te stellen.

De indicator voor het vermogensniveau knippert.● U schakelt de kookzone uit door de tiptoets in-/uitschakelen van de kookplaat aan te raken of door de tiptoets (5) gedurende 3 seconden aan te raken.Boosterfunctie "P"De boosterfunctie is gebaseerd op het verhogen van het vermogen van de zone Ø 210 - van 2000W tot 2800W, zone Ø 160 - van 1200W tot 1400W.Om de boosterfunctie in te schakelen kiest u een kookzone en stelt u het vermogen in op "9", vervolgens raakt u de tiptoets "+" (2) aan, waardoor de letter "P" op de display verschijnt.U schakelt de boosterfunctie uit door de tiptoets "-" (4) aan te raken bij een actieve inductie-kookzone of nadat u de pan van de inductiekookzone heeft gehaald. Voor de kookzones Ø 210 en Ø 160 is de werkingsduur van de boosterfunctie door het bedieningspaneel beperkt tot 10 minuten.

Na de automatische uitscha-keling van de boosterfunctie verwarmt de kookzone verder volgens het normale vermogen.De boosterfunctie kan opnieuw worden ingeschakeld, onder voorwaarde dat de temperatuurvoelers in de elektronische systemen en de spoelen dit toelaten.Als u de pan verwijdert van de kookzone als de boosterfunctie is ingeschakeld, dan blijft deze functie actief en wordt het aftellen van de tijd voortgezet.Indien tijdens de werking van de boosterfunctie de temperatuur (van het elektro-nische systeem of de spoel) wordt overschreden, dan wordt de boosterfunctie automatisch uitgeschakeld. De kookzone keert terug naar het normale vermogen.

66BEDIENINGAfhankelijk van het model zijn de kookzones verticaal of kruisgewijs aan elkaar gepaard. Het totale vermogen is over deze paren verdeeld. Pogingen om de boosterfuncties van beide kookzones tegelijkertijd in te schakelen zullen het maximaal beschikbare vermogen overschrijden. In dat geval zal het verwarmingsvermogen van de als eerste geactiveerde kookzone worden verlaagd naar het maximaal mogelijke niveau. Regeling van de boosterfunctieHet kinderslot is bedoeld om de kookplaat te beschermen tegen onbedoelde inschakeling door kinderen. Inschakelen is alleen mogelijk als het kinderslot is uitgeschakeld. KinderbeveiligingDe kinderslotfunctie is mogelijk bij zowel een ingeschakelde als een uitgeschakelde kookplaat. De kookplaat blijft geblokkeerd totdat het kinderslot wordt opgeheven, zelfs wan-neer het bedieningspaneel wordt in- en uitgeschakeld.

Het loskoppelen van de stroomvoorziening schakelt het kinderslot van de kookplaat uit. In- en uitschakelen van de kinderslotfunctieU schakelt de kinderslotfunctie in en uit met behulp van de tiptoets (7) door hem 5 secon-den ingedrukt te houden. Het inschakelen van de kinderslotfunctie wordt gesignaleerd doordat de diode (9) gaat branden. Bij stroomonderbreking wordt de restwarmteindicator "H" niet getoond. Ondanks dat kan de kookzone nog steeds heet zijn. Restwarmte-indicatorNa aoop van het koken blijft in het keramische glas warmte-energie achter die restwarmte wordt genoemd. Het tonen van de restwarmte vindt plaats in twee etappes. Na uitschakeling van de kookzone of van het hele apparaat, verschijnt op de display de letter "H", wanneer de temperatuur hoger is dan 60°C. De restwarmteindicator blijft branden zolang de temperatuur hoger is dan 60°C.

Bij een temperatuurbereik van 45°C tot 60°C toont de display de letter "h". Deze letter staat voor een laag restwarmteniveau. Zodra de temperatuur daalt beneden 45°C dooft de restwarmteindicator.

67BEDIENINGBeperking van de werkingsduurOm de feilloze werking van de kookplaat te vergroten, is hij uitgerust met een beperking van de werkingsduur voor elk van de kook-zones. De maximale werkingsduur wordt vastgesteld op grond van het laatste gekozen vermogensniveau. Als u het vermogensniveau gedurende langere tijd (zie tabel) niet verandert, wordt de bijbeho-rende kookzone automatisch uitgeschakeld en de restwarmteindicator ingeschakeld.

U kunt echter op ieder moment de respectievelijke kookzones inschakelen en bedienen, volgens de gebruiksaanwijzing.Automatisch bijwarmen● Activeer de gewenste kookzone met tiptoets (5)● Stel vervolgens met de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4) het vermogensniveau in binnen het bereik van 1-8, en druk opnieuw op tiptoets (5)● Op de display worden afwisselend het cij-fer van het ingestelde vermogensniveau en de letter A getoond.Na verloop van de tijd dat extra vermogen wordt geleverd, schakelt de kookzone automatisch over op het door u gekozen vermogensniveau dat zichtbaar is op de indicator.Wanneer u de pan van de kookzone haalt en opnieuw op de kookzone plaatst voordat de tijd van het au-tomatisch bijwarmen is verstreken, dan wordt het bijwarmingsproces met extra vermogen afgemaakt.Tredevermogensni-veauMaximalekooktijdin uren 81 82 83 54 55 56 1,57 1,58 1,59 1,5P 10 minutenTrede vermogensni-veau Tijdsduur automa-tisch bijwarmen met extra vermo-gen(in minuten)-1 0,82 1,23 2,34 3,55 4,46 7,27 28 3,2TimerDe timer maakt het kookproces eenvoudiger, dankzij de mogelijkheid om de werkingstijd van de kookzones te programmeren.

68BEDIENINGAlle kookzones kunnen tegelijkertijd werken met ingeprogrammeerde tijd met behulp van de timer. Aanzetten van de timerDe timer maakt het kookproces eenvoudiger, dankzij de mogelijkheid om de werkingstijd van de kookzones te programmeren. Hij kan ook dienen als kookwekker. ● Met tiptoets (5) kiezen we de gewenste kookzone. Het cijfer "0" gaat knipperen. ● Stel met de hulp van de tiptoetsen "+" (2) en "-" (4) het gewenste vermogensniveau in binnen het bereik van 1 - 9. ● Activeer vervolgens binnen 10 seconden de timer door de tiptoets (6) aan te raken. ● Stel met de hulp van tiptoetsen „+” (2) of „-” (4) de gewenste kooktijd in (01 tot 99 minuten). ● Bij de display van de timer brandt de diode (8) die overeenkomt met de kookzone. Wanneer er meer dan één tijd is ingesteld op de display van de timer, dan wordt de kortste ingestelde tijd getoond.

Dit wordt extra aangeduid met een knippe-rende diode (8). Wijziging van de ingestelde kooktijdOp ieder moment van het kookproces kunt u de ingevoerde kooktijd wijzigen. ● Met tiptoets (5) kiezen we de gewenste kookzone. Het cijfer van het vermogensniveau gaat knipperen. ● Activeer vervolgens binnen 10 seconden de timer door de tiptoets (6) aan te raken. ● Met hulp van de tiptoetsen „+” (2) of „-” (4) stelt u een nieuwe tijd in. Controle van de verstreken kooktijdU kunt de overgebleven kooktijd op ieder moment controleren door de sensor van de timer (6) aan te raken. De actieve werkingstijd van de timer voor de betre?ende kookzone wordt aangeduid door een knipperende diode (8). Uitzetten van de timerNa afloop van de ingeprogrammeerde kooktijd klinkt een geluidssignaal. U kunt het uit-schakelen door op een willekeurige tiptoets te drukken. Na 2 minuten schakelt het alarm automatisch uit.

Wanneer het noodzakelijk is om de timer eerder uit te schakelen:● Dan activeert u met tiptoets (5) de kookzone. Het cijfer van het vermogensniveau gaat helderder branden.

69BEDIENINGAanzetten kookwekkerWanneer de kookplaat is uitgeschakeld:● Schakel de kookplaat in door de tiptoets in-/uitschakelen van de kookplaat (1) aan te raken. ● Activeer vervolgens met de tiptoets (6) de kookwekker. ● Stel met behulp van de tiptoetsen „+” (2) of„-” (4) de tijd van de kookwekker in. Uitschakelen kookwekkerNa afloop van de ingeprogrammeerde tijd klinkt een doorlopend geluidssignaal. U kunt het uitschakelen door op een willekeurige tiptoets te drukken. Na 2 minuten schakelt het alarm automatisch uit. Wanneer het noodzakelijk is om de kookwekker eerder uit te schakelen● Houd de tiptoets (6) 3 seconden ingedrukt of wijzig de tijd van de kookwekker met de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4) in „00”● Als de timer is ingesteld als kookwekker, dan werkt hij niet als timer voor de kooktijd. De kookwekkerfunctie wordt gewist op het moment dat u de timerfunctie acti-veert.

WarmhoudfunctieDe warmhoudfunctie houdt reeds bereide gerechten warm op de kookzone. De geselecteerde kookzone is ingeschakeld op een laag vermogensniveau. Het vermogen van de kookzone wordt zo gestuurd door de warmhoudfunctie, dat de temperatuur van het gerecht bij benadering 65°C bedraagt. Hierdoor verandert een warm gerecht, dat klaar is om gegeten te worden, niet van smaak en blijft niet plakken aan de bodem van de pan. U kunt deze functie ook gebruiken voor het smelten van boter, chocolade etc. Voorwaarde voor juiste toepassing van deze functie is het gebruik van een geschikte pan met een vlakke bodem, zodat de temperatuur van de pan exact gemeten kan worden door de voeler die zich in de kookzone bevindt. U kunt de warmhoudfunctie op iedere kookzone gebruiken. Uit microbiologische overwegingen bevelen wij aan om de geruchten niet te lang warm te hou-den.

Het bedieningspaneel schakelt deze functie dan ook na 2 uur uit. De warmhoudfunctie bevindt zich als extra vermogensniveau tussen de posities „0 1” en verschijnt op de display als het symbool „ ”.

70BEDIENINGDe oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand “”/“0”te plaatsen. Opgelet. Als er een functie van de oven inge-steld is, wordt de verwarming (van een verwarmingselement enz. ) pas aangeschakeld als de temperatuur ingesteld is. 0 NulstandFuncties en bediening van de ovenOven met gedwongen luchtcirculatie (verwarmingselement hetelucht + ventilator)De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan, een grillelement en een verwar-mingselement voor heteluchtcirculatie. De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen – en met behulp van de dra-aiknop van de temperatuurregelaar – draai de draaiknop naar de gewenste temperatuur om de oven in te stellen.

De draaiknoppen zijn “verborgen” in het bedieningspaneel, om een functie te kiezen gaat u als volgt tewerk:- druk zachtjes de draaiknop in en laat hem weer los,- stel de gewenste functie in. De aanduiding rond de draaiknop komt overeen met de opeenvolgende functies die door de oven uitgevoerd kunnen worden. Grill aangeschakeldOppervlakkig “grillen” wordt toege-past om kleine porties vlees te bra-den: steaks, schnitzels, vis, toasts, worstjes, ovenschotels te grillen (het gegrilde gerecht mag niet dikker dan 2-3 cm zijn, tijdens het bakken moet het omgedraaid worden). OntdooienAlleen de ventilator is ingeschakeld, er wordt geen enkel verwarmingselement gebruikt. Ventilator en supergrillAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de functie supergrill met ven-tilator uitgevoerd. In de praktijk laat deze functie toe om het braadproces te versnellen en de smaak van de gerechten te verbeteren.

Zorg dat de deur van de oven gesloten is tijdens de bereiding. SupergrillMet de functie „supergrill” worden gerechten gegrild terwijl het ver-warmingselement bovenaan ook aangeschakeld is.

71BEDIENINGVerwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeldDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de oven op conven-tionele wijze verwarmd. Ideaal om taarten, vlees, vis, brood, pizza (vo-orverwarmen en gebruik van donkere bakplaten vereist) te bakken en om op één niveau te bakken. Verwarmingselement onderaan aangeschakeldBij deze stand wordt de oven enkel met het verwarmingselement onde-raan verwarmd. Bijbakken van gebak onderaan (bv. vochtig gebak en gebak met vruchten). Heteluchtcirculatie aangeschakeldAls de draaiknop in de stand „hete-luchtcirculatie aangeschakeld” inge-steld is, wordt de verwarming van de oven op gecontroleerde wijze onder-steund met behulp van een heteluch-tventilator die op een centrale plaats in de achterwand van de kamer van de oven gemonteerd is. In vergelijking met een conventionele oven wordt een lagere baktemperatuur gebruikt.

Deze verwarmingsmethode zorgt voor een gelijkmatige spreiding van de warmte rond de gerechten in de oven. Ventilator en verwarmingselement onderaan en bovenaan aange-schakeldBij deze stand van de draaiknop voert de oven de functie gebak uit. Conven-tionele oven met ventilator (functie aangeraden voor gebak). Heteluchtcirculatie en verwarming-selement onderaan aangeschakeldBij deze stand zijn de functie hete-luchtcirculatie en het verwarming-selement onderaan aangeschakeld, waardoor de temperatuur aan de on-derkant van het gerecht verhoogt. Er wordt een grote hoeveelheid warmte onderaan het gerecht geleverd. Nat gebak, pizza. Onafhankelijke verlichting van de ovenDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de binnenkant van de oven verlicht.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Koenic KFC 2311 A stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden