Karcher RLM4 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Karcher RLM4 (444 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Karcher RLM4 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/444
BA Robolinho Master
Deckblatt
BETRIEBSANLEITUNG
MÄHROBOTER
RLM 4
457462_b 11 | 2018
DE
GB
NL
FR
IT
ES
CZ
SK
SI
HU
DK
SE
RU
UA

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Karcher
Categorie: Grasmaaier
Model: RLM4

Handleiding Karcher RLM4 – volledige tekst

457462_b 67NLVERTALING VAN DE ORIGINELE GEBRUIKERSHANDLEIDINGInhoudsopgave1 Over deze gebruiksaanwijzing. 691. 1 Verklaring van pictogrammen en signaalwoorden. 692 Productomschrijving. 702. 1 Leveringsomvang. 702. 2 Maairobot. 702. 3 Symbolen op het apparaat. 712. 4 Bedieningsoppervlak. 712. 5 Display. 722. 6 Menustructuur. 732. 7 Laadstation. 742. 8 Geïntegreerde accu. 742. 9 Beschrijving van de werking. 753 Veiligheid. 753. 1 Beoogd gebruik. 753. 2 Mogelijk foutief gebruik. 753. 3 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen. 753. 3. 1 PIN- en PUK-invoer. 763. 3. 2 Sensoren. 763. 4 Veiligheidsinstructies. 773. 4. 1 Gebruiker. 773. 4. 2 Persoonlijke beschermingsmiddelen. 773. 4. 3 Veiligheid van personen en dieren. 773. 4. 4 Veiligheid van het apparaat. 783. 4. 5 Elektrische veiligheid. 784 Montage. 784. 1 Apparaat uitpakken. 784. 2 Maaigebieden plannen (01). 784.

3 Maaigebieden voorbereiden. 794. 4 Laadstation opbouwen(03/a). 794. 5 Begrenzingskabel installeren. 794. 5. 1 Begrenzingskabel op het laadstation aansluiten (03/b). 794. 5. 2 Begrenzingskabel leggen (01). 794. 5. 3 Obstakels afzetten. 804. 5. 4 Doorgangen afzetten (01/h). 814. 5. 5 Hellingen afzetten. 814. 5. 6 Kabelreserves aanleggen (07). 814. 5. 7 Typische fouten bij het leggen van de kabel (02). 814. 6 Laadstation op voeding aansluiten (04). 814. 7 Verbindingen aan het laadstation controleren (04). 81.

Dit is devoorwaarde voor veilig werken en een sto-ringsvrij gebruik.■Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodatu erin het antwoord op uw vragen kunt terug-vinden wanneer u informatie over het appa-raat nodig heeft.■Draag het apparaat alleen samen met dezegebruiksaanwijzing aan andere personenover.■Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzingin acht.1.1 Verklaring van pictogrammen ensignaalwoordenGEVAAR!Wijst op een direct gevaar-lijke situatie, die, wanneerze niet vermeden wordt,tot de dood of tot een ern-stig letsel leidt.WAARSCHUWING!Wijst op een potentieel ge-vaarlijke situatie, die, wan-neer ze niet vermedenwordt, tot de dood of toteen zwaar letsel kan lei-den.VOORZICHTIG!Wijst op een potentieel ge-vaarlijke situatie, die, wan-neer ze niet vermedenwordt, tot een licht of mid-delzwaar letsel kan leiden.LET OP!Wijst op een situatie, die,wanneer ze niet vermedenwordt, tot materiële schadekan leiden.OPMERKINGSpeciale aanwijzingen voor meer duide-lijkheid en een beter gebruik.

70 RLM 4NL2 PRODUCTOMSCHRIJVINGDeze documentatie beschrijft een volautomati-sche, met een accu gevoede maairobot die zichop een gazon vrij beweegt. De snijhoogte kanversteld worden.2.1 LeveringsomvangBij de leveringsomvang horen de hier vermeldeposities. Controleer of alle posities aanwezig zijn:1 2345798106Nr. Component1 Maairobot2 Beknopte handleiding3 Gebruiksaanwijzing4 Gazonpennen (90 stuks)5 Voeding6 Winterafdekking7 Laadstation8 Gazonschroeven (5st.) met moersleutel9 Begrenzingskabel (100m)10 Kartonnen liniaal2.2 Maairobot4123578991011612Nr. Component1 Bedieningsveld met display (inwendig)2 STOP-toets (stopt het apparaat meteenen de snijmessen binnen de 2s)3 Aansluitcontacten voor opladen4 Hoogteverstelknop (verzonken)5 Voorste wielen (stuurbaar)6 Accuschacht7 Maaidek8 Messenschijf9 Aandrijfwiel10 Bevestigingsbout11 Wegruimmes12 Snijblad

457462_b 71NL2.3 Symbolen op het apparaatSymbool BetekenisHoud anderen uit de buurt van degevarenzone!Vereist extra voorzichtigheid tijdensgebruik!Blijf met uw handen en voeten bijhet maaimechanisme vandaan!Houd voldoende afstand!Lees vóór ingebruikname de ge-bruiksaanwijzing!Voer voor het starten van het appa-raat het PIN in!Rijd niet op het apparaat mee!2.4 BedieningsoppervlakSTARTSTOPONOFF1 3 48 7 6 56MENUHOME2Nr. Component1(Home-toets): Maaiwerking staken,het apparaat rijdt terug naar het laadsta-tion.

Het start de volgende dag weer au-tomatisch op de ingestelde maaitijd.2 Regensensor: Stelt vast of het regent(zie Hoofdstuk 7.4 "Regensensor instel-len", pagina84).3 Display: Toont de huidige bedrijfsstatusvan het apparaat, de naam van het ge-selecteerde menu, de menupunten ende functies die geselecteerd kunnenworden (zie Hoofdstuk 2.5 "Display", pa-gina72).4 (pijltoetsen): Selecteer de menu-punten, verhoog en verlaag de getal-waarden en kies tussen de instellingen.5STARTSTOP(Start/Stop-toets): Maaiwerking metde hand starten en onderbreken ofmaaiwerking na het indrukken vanmeteen weer voortzetten.6 (functietoetsen): De functie op-roepen die zojuist boven de toets op hetdisplay wordt weergegeven.7ONOFF(On/Off-toets): Apparaat in- en uit-schakelen.8(Menutoets): Hoofdmenu oproepen

72 RLM 4NL2.5 DisplayHoofdmenuInstellingenInformatieTerugBevestigen*12 334Nr. Indicatie1 Naam van het geselecteerde menu(hier: Hoofdmenu)2 Menupunten in het menu: Er worden tel-kens slechts twee menupunten weerge-geven (hier: Instellingen en In-formatie). Met en kunnen erverdere menupunten worden weergege-ven.3 Functies voor het geselecteerde menu-punt (hier: Instellingen). Met en kunnen de functies worden opgeroe-pen.4 Sterretje voor de markering van het ge-selecteerde menupunt (hier: Instel-lingen)

74 RLM 4NL2. 7 Laadstation63 31 2847 69 5Nr. Component1 Bodemplaat2 Leds voor statusweergave3 Laadcontact4 Laadzuil5 Winterafdekking6 Kabelschacht7 Wielkuip8 Boring voor gazonschroeven (9)9 Gazonschroeven2. 8 Geïntegreerde accuDe accu is vast in het apparaat gemonteerd enmag niet door de gebruiker worden vervangen. OPMERKINGDe accu moet voor het eerste gebruikcompleet worden opgeladen. De accukan in elke willekeurige laadtoestandworden opgeladen. Het is niet slechtvoor de accu als het opladen wordt on-derbroken. De accu kan alleen worden opgeladenals het apparaat is ingeschakeld. ■De ingebouwde accu is bij aflevering gedeel-telijk opgeladen. Bij normaal gebruik wordt deaccu regelmatig opgeladen. Het apparaatrijdt terug naar het laadstation. ■De geïntegreerde bewakingselectronica be-eindigt het opladen automatisch als er eenoplaadstatus van 100% is bereikt.

■Het opladen werkt alleen bij een onberispelijkcontact van de laadcontanten van het laad-station met de contactoppervlakken van hetapparaat. ■Bij een temperatuur hoger dan 45°C blok-keert de ingebouwde beveiliging het opladenvan de accu. Op deze wijze wordt een ac-custoring voorkomen. ■Als de bedrijfsduur van de accu ondanks eenvolledige oplading duidelijk korter is gewor-den, moet hij bij een Kärcher dealer, techni-cus of servicepartner door een originele accuworden vervangen. ■Als de accu door veroudering of een te langeopslagduur ontladen raakt tot beneden dedoor de fabrikant vastgelegde drempelwaar-de, kan hij niet meer worden opgeladen. Laatde accu en de controle-elektronica controle-ren door uw Kärcher dealer, technicus of ser-vicepartner. ■De laadconditie van de accu wordt getoondop het display. De accustatus na ca. 3 maan-den opslag controleren.

Schakel hiervoor hetapparaat in en lees de accustatus af. Als deaccu slechts nog maar voor ca. 30% of min-der is geladen moet het apparaat in het laad-station geplaatst en ingeschakeld worden zo-dat de accu wordt opgeladen.

Als de laadzuilvoor het opbergen van het laadstation werdverwijderd (zie Hoofdstuk 11. 2 "Laadstationopbergen", pagina90), moet die eerst weerin omgekeerde volgorde gemonteerd en hetbasisstation weer op het stroomnet aangeslo-ten worden. ■Als er elektrolyt uit het huis is vrijgekomen:Apparaat door een Kärcher servicepunt latenrepareren. ■Indien de accu uit het apparaat werd verwij-derd: Als er ogen of handen met het vrijgeko-men elektrolyt in aanraking zijn gekomenmoeten die onmiddellijk met water wordengespoeld. Daarna onmiddellijk een arts raad-plegen.

457462_b 75NL2. 9 Beschrijving van de werkingBewegen op het gazonHet apparaat beweegt zich vrij op een door eenbegrenzingskabel afgezet gebied. De oriëntatievan het apparaat gebeurt met sensoren die hetmagneetveld van de begrenzingskabel herken-nen. Als het apparaat tegen een obstakel stoot blijfthet staan en beweegt verder in een andere rich-ting. Als het apparaat vocht herkent, gaat het au-tomatisch terug naar het laadstation. Als het ap-paraat in een situatie komt waarin er geen wer-king mogelijk is, wordt dit met en melding op hetdisplay aangegeven. Maaiwerking en laadwerkingDe maaifasen worden afgewisseld door laadfa-sen. Als de lading van de accu bij het maaien toteen bepaalde waarde (weergave: 0%) is ge-daald, gaat het apparaat langs de begrenzings-kabel terug naar het laadstation.

Voor de maaiwerking zijn er vooraf ingesteldemaaiprogramma's aanwezig waarin ook opper-vlak- en randmaaifuncties zijn opgenomen. Dezemaaiprogramma's kunnen door de gebruiker wor-den gewijzigd. Bij elke start van de maaimotor wordt zijn draai-richting omgekeerd, waardoor de levensduur vande maaimessen wordt verdubbeld. 3 VEILIGHEID3. 1 Beoogd gebruikDit apparaat is uitsluitend be-doeld voor particulier gebruik. El-ke andere toepassing, alsookeen verboden om- of aanbouw,worden beschouwd als niet be-oogd gebruik en leiden tot uit-sluiting van de garantie, het ver-lies van de conformiteit (CE-mar-kering) en de afwijzing van elkeverantwoordelijkheid vanwegede fabrikant wat betreft schadeaan de gebruiker of derden. De toepassingsgrenzen van hetapparaat zijn:■max. oppervlak: 500m2■max. helling/daling:45%(24°)■max.

76 RLM 4NL3.3.1 PIN- en PUK-invoerHet apparaat kan alleen door in-voeren van een PIN (personalIdentification Number) wordengestart. Daardoor wordt het in-schakelen door onbevoegde per-sonen voorkomen. De PIN-codeis in de fabriek ingesteld op0000. De PIN-code kan wordengewijzigd, zie zie Hoofdstuk 5.2"Basisinstellingen uitvoeren", pa-gina82.Als de PIN-code 3 keer verkeerdwordt ingevoerd, is de invoervan de PUK (Personal UnlockingKey) noodzakelijk. Als die ookverkeerd wordt ingevoerd moeter 24 uur voor de volgende in-voer worden gewacht.De PIN- en PUK-code dient ookals diefstalbeveiliging:■Bewaar de PIN- en PUK-codeontoegankelijk voor onbe-voegde personen.3.3.2 SensorenHet apparaat heeft meerdereveiligheidssensoren. Hij schakeltna het uitschakelen door eenveiligheidssensor niet automa-tisch weer in.

De foutmeldingwordt op het display weergege-ven en moet bevestigd worden.De reden voor de activering vande sensor moet worden verhol-pen.HefsensorAls het apparaat tijdens de wer-king aan het huis wordt opgetild,wordt de rijaandrijving uitgescha-keld en de snijmessen wordengestopt.Stootsensoren voorobstakelherkenningHet apparaat is uitgevoerd metsensoren die er bij contact meteen obstakel voor zorgen dat derijrichting wordt aangepast.

Wan-neer het apparaat tegen een ob-stakel aanstoot, verschuift hetbovendeel van de behuizing ietsen de stootsensor wordt geacti-veerd.Hellingsensor in rijrichting/zijkantAls er in rijrichting een helling ofeen daling of een schuine zij-waartse stand van 24° (45%)wordt bereikt, keert het apparaatom of verandert van rijrichting.RegensensorHet apparaat is uitgevoerd meteen regensensor die in geacti-veerde hoedanigheid bij regende maaibeurt onderbreekt en er-voor zorgt dat het apparaat te-rugrijdt naar het laadstation.

457462_b 77NLOPMERKINGHet apparaat kan betrouw-baar in de buurt van ande-re maairobots worden ge-bruikt.Het in de begrenzingska-bel gebruikte signaal vol-doet aan de door EGMF(European Garden Machi-nery Federation) vastge-legde standaards wat be-treft de elektromagneti-sche emissies.3.4 Veiligheidsinstructies3.4.1 Gebruiker■Jongeren van jonger dan 16jaar, personen met lichamelij-ke, sensorische of geestelijkebeperkingen of met onvol-doende ervaring en kennis enpersonen die de gebruiksaan-wijzing niet kennen, mogenhet apparaat niet gebruiken.Neem eventueel van toepas-sing zijnde nationale veilig-heidsvoorschriften omtrent deminimum leeftijd van de ge-bruiker in acht.■Bedien het apparaat niet als uonder invloed bent van alco-hol, drugs of geneesmiddelen.3.4.2 Persoonlijkebeschermingsmiddelen■Om letsel te voorkomen moeter doelmatige kleding en moe-ten er persoonlijke bescher-mingsmiddelen worden gedra-gen.■De persoonlijke bescher-mingsmiddelen bestaan uit:■lange broek en stevigeschoenen.■bij onderhoud en verzor-ging: Veiligheidshand-schoenen.3.4.3 Veiligheid van personenen dieren■Op openbaar toegankelijketerreinen moeten rondom hetmaaigebied waarschuwings-borden met het volgende op-schrift aangebracht worden:LET OP!Automatische grasmaai-er in werking!Kom niet in de buurt vanhet apparaat!Houd kinderen onder toe-zicht!■Zorg er tijdens de werkingvoor dat er geen kinderen ofpersonen in de buurt van hetapparaat komen of zijn en datze niet met het apparaat spe-len.

78 RLM 4NL■Het is verboden om op het ap-paraat te gaan zitten of om inde snijmessen te grijpen. ■Blijf met lichaam en kleding uitde buurt van het maaimecha-nisme. 3. 4. 4 Veiligheid van hetapparaat■Zorg er voor het begin van dewerkzaamheden voor dat ergeen voorwerpen (takken,glazen of metalen voorwer-pen, kledingstukken, stenen,tuinmeubelen, tuingerei ofspeelgoed) in het werkgedeel-te van het apparaat liggen. Die kunnen de snijmessenvan het apparaat beschadigenof door het apparaat bescha-digd worden. ■Gebruik het apparaat alleenonder de volgende voorwaar-den:■Het apparaat is niet ver-vuild. ■Het apparaat vertoont geenbeschadigingen of slijtage. ■Alle bedieningselementenwerken. ■Laadstation en voeding ende elektrische voedingska-bels zijn niet beschadigden werken. ■Vervang defecte onderdelenaltijd door originele reserve-onderdelen van de fabrikant.

■Laat het apparaat reparerenwanneer het beschadigd raak-te. ■De gebruiker van het appa-raat is verantwoordelijk voorletsel bij derden of voor mate-riële schade. 3. 4. 5 Elektrische veiligheid■Gebruik het apparaat nooit alser tegelijkertijd een tuinsproei-er in het maaigebied in bedrijfis. ■Spuit het apparaat niet metwater af. ■Open het apparaat niet. 4 MONTAGE4. 1 Apparaat uitpakken1. Open de verpakking voorzichtig. 2. Haal alle componenten voorzichtig uit de ver-pakking en controleer ze op transportschade. Opmerking:Neem bij transportschade over-eenkomstig de garantiebepalingen directcontact op met uw dealer, technicus of servi-cepartner. 3. Controleer de leveringsomvang, zie Hoofd-stuk 2. 1 "Leveringsomvang", pagina70. Indien het apparaat wordt doorverzonden moetende originele verpakking en de meegeleverde do-cumenten worden bewaard. Die zijn tevens bij re-tourzending vereist. 4.

2 Maaigebieden plannen (01)Locatie van het laadstation (01/1)■Kortste mogelijke afstand naar het grootstemaaigebied■Vlakke ondergrond■Tegen direct zonlicht en sterke weersinvloe-den beschermd■aansluitmogelijkheid voor voeding■Vrije toegankelijkheid voor de maairobotLeggen van de begrenzingskabel (01)De begrenzingskabel moet in een doorlopendelus rechtsom worden gelegd.

457462_b 79NLDoorgangen tussen de maaigebieden (01/h)Een doorgang is een nauwe strook op het gazonen kan ertoe dienen om twee maaigebieden teverbinden. Hoofdoppervlak en nevenoppervlak(ken) (01)■Hoofdoppervlak (01/HF): Is het gazon waar-op zich het laadstation bevindt en dat doorhet apparaat over het gehele gebied automa-tisch gemaaid kan worden. ■Nevenoppervlak (01/NF): Is een gazon datdoor het apparaat vanaf het hoofdoppervlakniet kan worden bereikt; apparaat indien no-dig met de hand naar het nevenoppervlakdragen. Nevenoppervlakken kunnen methandmatige werking worden bewerkt. Hoofd- en nevengebied zijn echter alleen doordezelfde, ononderbroken begrenzingskabel om-heind. Positie van de instappunten (01/X0–01/X3)Het apparaat beweegt op de vastgelegde maai-tijd langs de begrenzingskabel tot aan het vast-gelegde instappunt en begint daar met maaien.

Met de instappunten kan er vastgelegd wordenwelke gedeeltes van het maaigebied er meerworden gemaaid. 4. 3 Maaigebieden voorbereiden1. Controleer of het gazon groter is dan de op-pervlaktecapaciteit van het apparaat. Bij eente groot gazon ontstaat er een onregelmatiggemaaid gazon. Verklein het te maaien ge-bied indien nodig. 2. Voor de montage van laadstation en begren-zingskabel en voor de inbedrijfstelling van hetapparaat: Het gazon met een grasmaaier opeen kleine snijhoogte maaien. 3. Obstakels op het gazon verwijderen of metde begrenzingskabel afzetten (zie Hoofdstuk4. 5. 3 "Obstakels afzetten", pagina80):■Vlakke obstakels waar overheen kanworden bewogen en die de snijmessenkunnen beschadigen (bijv. vlakke stenen,overgangen van gazon naar terras of pa-den, tegels, stoepranden enz. )■Gaten in en verheffingen op het gazon(bijv. molshopen, woelgaten, dennenap-pels, gevallen fruit enz.

Laadstation (01/1) haaks t. o. v. de positie vande begrenzingskabel als volgt plaatsen:■Vlak op de grond (met een waterpas con-troleren)■Rechte en vlakke in- en uitrit■Niet overhellend (bij het aansluiten en in-draaien van de gazonschroeven mag delaadzuil niet gebogen raken of hellen)■Bij plaatsing aan een muur: ten minste 5cm afstand2. Laadstation (03/2) met vijf gazonschroeven(03/1) op de grond vastzetten. 4. 5 Begrenzingskabel installerenOPMERKINGAls de meegeleverde begrenzingskabelte kort is, kan bij uw Kärcher dealer, detechnicus of de servicepartner een ver-lengkabel verkregen worden. 4. 5. 1 Begrenzingskabel op het laadstationaansluiten (03/b)1. Begrenzingskabel (03/4) uit de verpakkingtrekken. 2. Afdekking van de kalbelschacht(03/3) aande aansluiting(03/A) verwijderen. 3. Isolatie van het uiteinde van de begrenzings-kabel(03/6) een stuk verwijderen en in deklem (03/7) steken.

4. Klem sluiten. 5. Begrenzingskabel door de trekontlasting(03/5) met kabelreserve uit de kabelschachtleiden. OPMERKINGMet de kabelreserve kunnen ook op eenlater tijdstip nog kleine correcties aan dekabelgeleiding uitgevoerd worden. 6. Afdekking van de kabelschacht weer plaat-sen. 4. 5. 2 Begrenzingskabel leggen (01)De begrenzingskabel kan zowel op het gazonworden gelegd of kan 10 cm onder het gazonop-pervlak worden ingewerkt. Het inwerken onderhet gazonoppervlak kan door uw dealer uitge-voerd worden. Beide varianten kunnen met elkaar gecombi-neerd worden.

80 RLM 4NLLET OP. Gevaar voor beschadi-ging van de begren-zingskabelAls de begrenzingskabelbeschadigd of doorgesne-den wordt is de overdrachtvan de besturingssignalennaar het apparaat nietmeer mogelijk. In dat gevalmoet de begrenzingskabelgerepareerd of vervangenworden. Begrenzingska-bels zijn verkrijgbaar bijKärcher. ■Leg de begrenzingska-bel altijd direct op degrond. Bevestig hem in-dien nodig met een ex-tra gazonpen. ■Bescherm de begren-zingskabel bij het leg-gen en tijdens de wer-king tegen beschadigin-gen. ■Graaf en verticuteer nietin de buurt van de be-grenzingskabel. 1. Bevestig de begrenzingskabel met regelmati-ge afstanden met gazonpennen of leg hemondergronds (max. 10 cm diep). 2. Begrenzingskabel om obstakels heen leggen:zie Hoofdstuk 4. 5. 3 "Obstakels afzetten", pa-gina80. 3. Doorgangen tussen de afzonderlijke maaige-bieden aanleggen: zie Hoofdstuk 4. 5.

4"Doorgangen afzetten (01/h)", pagina81. 4. Te grote stijgingen of dalingen afzetten: zieHoofdstuk 4. 5. 5 "Hellingen afzetten", pagi-na81. 5. Kabelreserves aanleggen: zie Hoofdstuk4. 5. 6 "Kabelreserves aanleggen (07)", pagi-na81. 6. Sluit de begrenzingskabel na het leggen aanop de aansluiting (03/b) van het laadstation:zie Hoofdstuk 4. 5. 1 "Begrenzingskabel ophet laadstation aansluiten (03/b)", pagina79. 4. 5. 3 Obstakels afzettenAfhankelijk van de omgeving van het werkge-deelte moet de begrenzingskabel met verschil-lende afstanden t. o. v. de obstakels worden ge-legd. Gebruik voor de bepaling van de juiste af-stand de liniaal die van de verpakking afgehaaldkan worden. OPMERKINGAfzettingen zijn alleen noodzakelijk alsze door de stootsensoren van het appa-raat niet kunnen worden herkend. Ver-mijd te veel of onnodige afzettingen.

20cm(01)Het apparaat beweegt met een afstand naar bui-ten van 20cm langs de begrenzingskabel. Legdaarom de begrenzingskabel met een afstandvan ten minste 20cm t. o. v. muren, hekken ofbloembedden. Afstand t. o. v. terrasranden en verhardepaden(05)Als de rand van het terras of het pad hoger is danhet gazon moet er een afstand van ten minste20cm aangehouden worden. Als de rand van hetterras of het pad op gelijke hoogte van het gazonligt kan de kabel precies op de rand worden ge-legd. Afstand van obstakels t. o. v. debegrenzingskabel(01)Als de begrenzingskabels van het obstakel wegof naar het obstakel toe precies samenvallen,d. w. z. met een afstand van 0 cm, beweegt hetapparaat over de begrenzingskabels heen. Debegrenzingskabels hierbij niet over elkaar heen(02/c), maar evenwijdig leggen (01/e).

457462_b 81NLLeggen van de begrenzingskabel rondhoeken (06)■Bij naar binnen verlopende hoeken (06/a):Begrenzingskabel diagonaal leggen om tevoorkomen dat het apparaat in de hoek vastkomt te zitten. ■Bij naar buiten verlopende hoeken met obsta-kels (06/b): Begrenzingskabel in een puntleggen om te voorkomen dat het apparaat te-gen de hoek aan botst. ■Bij naar buiten verlopende hoeken zonderobstakels: Begrenzingskabel met een hoekvan 90° leggen. 4. 5. 4 Doorgangen afzetten (01/h)De volgende afstanden moeten in de doorgangaangehouden worden:■Totale breedte: min. 60cm■Afstand van de begrenzingskabel t. o. v. derand: 20cm■Afstand tussen de begrenzingskabels: min. 30cm4. 5. 5 Hellingen afzettenHellingen van meer dan 45% moeten met de be-grenzingskabel afgezet worden (45% = 45cmhelling per 1m horizontaal). 4. 5.

6 Kabelreserves aanleggen (07)Om na de inrichting van het maaigebied het laad-station nog te kunnen verplaatsen of het maaige-bied te vergroten, moet er op regelmatige afstan-den een reservelengte in de begrenzingskabelworden ingebouwd. Kies het aantal kabelreservelengtes naar eigengoeddunken. OPMERKINGVorm bij reservelengtes geen open lus-sen. 1. Leg de begrenzingskabel rond de actuele ga-zonpen (07/1) en weer terug naar de vorigegazonpen (07/3). 2. Leid de begrenzingskabel dan weer terugnaar de actuele gazonpen. Er ontstaat eenlus. De kabels moeten bij elkaar liggen. 3. Indien nodig de lus in het midden met eenextra gazonpen (07/2) aan de grond bevesti-gen. 4. 5. 7 Typische fouten bij het leggen van dekabel (02)■De reserves van de begrenzingskabel wor-den niet in een gelijkmatige, langgerekte lusgelegd (02/a). ■De begrenzingskabel wordt niet deskundigrond de hoeken gelegd (02/b).

■De begrenzingskabel wordt gekruist of nietrechtsom gelegd (02/c). ■De begrenzingskabel wordt te onnauwkeuriggelegd, zodat randgedeeltes van het gazonniet gemaaid kunnen worden (02/d).

■De begrenzingskabel wordt bij het heen- enterugleiden van de rand naar een obstakelbinnen het gazon niet direct naast elkaar lig-gend gelegd (02/e). ■De instappunten worden te ver weg van hetlaadstation vastgelegd (02/f). ■De begrenzingskabel wordt over de rand vanhet gazon heen gelegd (02/g). ■Bij het leggen van de begrenzingskabel wordtde minimum afstand voor doorgangen van30cm onderschreden (02/h). ■De begrenzingskabel wordt te dicht, d. w. z. met een afstand van minder dan 20cm t. o. v. niet te passeren obstakels gelegd (02/i). 4. 6 Laadstation op voeding aansluiten (04)1. Voeding (04/4) op een droge en tegen zon-licht beschermde plek voldoende in de buurtvan het laadstation (04/1) plaatsen. 2. Laagspanningskabel van de voeding (04/5)en kabel van het laadstation (04/6) met el-kaar verbinden. 3. Netstekker van de voeding (04/2) in eenstopcontact (04/3) steken.

82 RLM 4NLToestandsweergaven van de ledsLeds Bedrijfstoestandengroen ■Brandt als de begrenzingskabelcorrect is gelegd en de lus in or-de is. ■Knippert als de lus van de be-grenzingskabel niet in orde is. geel ■Brandt als de voeding in ordeis. 5 INBEDRIJFSTELLINGDit hoofdstuk beschrijft de handelingen en instel-lingen die nodig zijn om het apparaat voor deeerste keer in bedrijf te stellen. Voor alle andereinstellingen zie Hoofdstuk 7 "Instellingen", pagi-na84. 5. 1 Accu opladen (08)De ingebouwde accu is bij aflevering gedeeltelijkopgeladen. Bij normaal gebruik wordt de accuvan het apparaat regelmatig opgeladen. OPMERKINGDe accu moet voor het eerste gebruikcompleet worden opgeladen. De accukan in elke willekeurige laadtoestandworden opgeladen. Het is niet slechtvoor de accu als het opladen wordt on-derbroken. De accu kan alleen worden opgeladenals het apparaat is ingeschakeld. 1.

Apparaat (08/1) zodanig in het laadstation(08/3) plaatsen dat de contactoppervlakkenvan het apparaat de laadcontacten van hetlaadstation raken. 2. Met ONOFF apparaat inschakelen. 3. Het display op het apparaat toont Accuwordt geladen. Indien niet: zie Hoofdstuk13 "Hulp bij storingen", pagina92. 5. 2 Basisinstellingen uitvoeren1. Afdekkap openen. 2. Met ONOFF apparaat inschakelen. Firmware, co-denummer en type worden weergegeven. 3. In het menu taalkeuze met of taal se-lecteren en met overnemen. 4. In het menu Aanmelding > PIN invoe-ren het vooraf ingestelde PIN 0000 invoe-ren. Hiervoor na elkaar met of het cij-fer 0 selecteren en telkens met overne-men. Na de invoer van het PIN wordt de toe-gang vrijgeschakeld. 5. In het menu PIN wijzigen:■Bij Nieuwe PIN invoeren een zelfgekozen nieuw PIN van vier plaatsen in-voeren.

Hiervoor na elkaar met of een cijfer selecteren en telkens met overnemen. ■Bij Nieuwe PIN herh. het nieuwe PINopnieuw invoeren. Als beide invoerenidentiek zijn, wordt PIN met succesgewijzigd weergegeven. 6.

In het menu Datum invoeren de actueledatum instellen (formaat:DD-MM-20JJ). Hiervoor na elkaar met of een cijferselecteren en telkens met overnemen. 7. In het menu Tijdstip invoeren > 24h-formaat de actuele tijd instellen (for-maat:HH:MM). Hiervoor na elkaar met of een cijfer selecteren en telkens met overnemen. De basisinstellingen zijn voltooid. De status On-gekalibreerd starttoets indrukkenwordt weergegeven. 5. 3 Maaihoogte instellenDe maaihoogte kan traploos tussen de 25 -55mm met de hand worden versteld. OPMERKINGVoor de kalibratierit (zie zie Hoofdstuk5. 4 "Automatische kalibratierit uitvoe-ren", pagina83) en voor het leren vande toegangspunten (zie zie Hoofdstuk7. 5. 2 "Startpunten instellen", pagi-na85) wordt een maaihoogte van55mm aanbevolen. 1. Afdekking (10/1) openen. 2.

457462_b 83NL5. 4 Automatische kalibratierit uitvoerenZet het apparaat op de beginstand (09)1. Zet het apparaat binnen het maaigebied opde startpositie:■min. 1m links en 1m voor het laadstati-on■met de voorkant op de begrenzingskabeluitgelijndKalibratierit starten1. Controleer dat er binnen het te voorspellenbewegingsgedeelte van het apparaat geenobstakels aanwezig zijn. Het apparaat moetmet beide voorwielen over de begrenzingska-bel heen kunnen rijden. Verwijder obstakelsindien nodig. 2. Met STARTSTOP apparaat starten. Op het displaywordt weergegeven:■. Waarschuwing. Aandrijvingstart■Kalibreren , Fase [1]Tijdens de kalibratieritHet apparaat rijdt voor de bepaling van de sig-naalsterkte binnen de begrenzingskabel eersttwee keer over de begrenzingskabel heen en ver-volgens naar het laadstation en blijft daar stil-staan. ■Op het display wordt de melding Kalibra-tie voltooid gegeven.

■De accu wordt opgeladen. OPMERKINGHet apparaat moet bij het binnenrijden inhet laadstation blijven staan. Als het ap-paraat bij het binnenrijden in het laadsta-tion de contacten niet raakt, rijdt het ver-der langs de begrenzingskabel. Als hetapparaat niet door het laadstation rijdt isde kalibratieprocedure mislukt. In dat ge-val moet het laadstation beter uitgelijnden de kalibratieprocedure worden her-haald. Na de kalibratieDe vooraf ingestelde actuele maaitijd wordt aan-gegeven. Voor alle andere instellingen zie Hoofdstuk 7 "In-stellingen", pagina84. OPMERKINGVoor een goed maairesultaat is het aante bevelen de luslengte door het appa-raat te laten meten. Dit wordt gedaanmet de training om de toegangspunten(zie Hoofdstuk 7. 5. 2 "Startpunten instel-len", pagina85) te bepalen. 6 BEDIENING6. 1 Apparaat met de hand starten1. Met ONOFF apparaat inschakelen.

Het apparaat rijdt automatisch terug naar hetlaadstation. Het wist het maaischema van deactuele dag en start de volgende dag weerop het ingestelde tijdstip. ■STARTSTOPop het apparaat indrukken. De maaiwerking wordt gedurende een halfuur onderbroken. ■ONOFFop het apparaat indrukken. Het apparaat wordt uitgeschakeld. OPMERKINGIn gevaarlijke situaties kan het apparaatmet de STOP-toets(08/2) worden ge-stopt. 6. 3 Nevenoppervlak maaien (01/NF)1. Apparaat optillen en met de hand op het ne-venoppervlak plaatsen. 2. Met ONOFF apparaat inschakelen. 3. Met hoofdmenu oproepen. 4. of * Instellingen 5. of * Nevenoppervlak maaien 6. Met of maaitijd selecteren. 7. Met STARTSTOP apparaat met de hand starten. Afhankelijk van de instelling: Het apparaat maaitgedurende de ingestelde tijd en schakelt vervol-gens uit of maait verder tot de accu leeg is.

84 RLM 4NL7 INSTELLINGEN7. 1 Instelling oproepen - Algemeen1. Met hoofdmenu oproepen. Opmerking:Het sterretje * voor het menu-punt geeft aan dat het zojuist is geselecteerd. 2. of * Instellingen 3. Met of het gewenste menupunt selec-teren en met overnemen. 4. Instellingen uitvoeren. Opmerking:De menupunten worden in deparagrafen hierna beschreven. 5. Met teruggaan naar het hoofdmenu. OPMERKINGVerdere menupunten: zie Hoofdstuk 5. 2"Basisinstellingen uitvoeren", pagina82. 7. 2 Geluidssignaal knopbedieningactiveren/deactiveren1. of * Geluidssignaal knopbe-diening 2. Geluidssignaal knopbediening activeren/de-activeren:■ of Activeren :Geluidssignaal knopbediening activeren. ■ of gedeact. :Geluidssignaal knopbediening deactive-ren. 7. 3 Eco-modus activeren/deactiverenIn de Eco-modus schakelt het apparaat om naarde energie besparende modus.

Daardoor wordthet energieverbruik en de geluidsemissie geredu-ceerd. OPMERKINGIn hoog en dicht gras evenals dichtegrasmat niet aanbevolen of eventueelniet mogelijk. 1. of * EcoMode 2. Eco-modus activeren/deactiveren:■Activeren :Eco-modus activeren. ■gedeact. :Eco-modus deactiveren. 7. 4 Regensensor instellenOPMERKINGMaaien van een droog gazon vermindertvervuiling. Door het activeren van de regensensoren het instellen van een vertragingstijdkan er worden voorkomen dat het appa-raat bij een nat gazon maait. Als de regensensor geactiveerd is, rijdt het appa-raat terug naar het laadstation als het begint teregenen. Daar blijft het tot de regensensor is ge-droogd. Vervolgens wacht het nog de tijd af dieals vertraging is ingesteld voordat het doorgaatmet maaien. De gevoeligheid van de regensen-sor is instelbaar. 1. of * Regensensor 2.

457462_b 85NL7.5.2 Startpunten instellenStartpunten teachen1. Apparaat in het laadstation plaatsen.2. Met ONOFF apparaat inschakelen.3. Met hoofdmenu oproepen.4. of * Programma 5. of * Startpunten 6. of * Startpunten teachen 7. of * Start teachrun voorstartpunten :■ of Start . Het apparaat be-weegt langs de begrenzingskabel.■ of Hier , als het apparaat hetgewenste instappunt heeft bereikt. Hetinstappunt wordt opgeslagen.8. of Stel startpunt 1 in , alsbij de teach-rit geen instappunt is vastgelegd.Als er hier geen instappunt wordt vastgelegd,worden de instappunten automatisch vastge-legd.9. of Startpunt x: XXm , als hetlaatste instappunt is bereikt.Instappunten met de hand vastleggen (01)Het eerste instappunt (01/X0) is vooraf ingestelden bevindt zich 1m rechts naast het laadstation.Achter dit punt kunnen er maximaal 3 verdere in-stappunten (X1 t/m X3) worden geprogram-meerd.

Houd bij het vastleggen van de instap-punten rekening met het volgende:■Stel de instappunten niet te ver verwijderdvan het laadstation en niet te dicht bij elkaarin (02/f).■Gebruik slechts zoveel instappunten als no-dig.1. of * Startpunten 2. of * Punt X1 bij [020m] Met of na elkaar een cijfer selecterenen telkens met overnemen.3. of * Punt X2 bij [075m] Met of na elkaar een cijfer selecterenen telkens met overnemen.4. Verdere instappunten vastleggen indien no-dig.5. Met teruggaan naar het hoofdmenu.

86 RLM 4NL7. 5. 3 Maaitijden instellenOPMERKINGTussen de programmering van de maai-tijden en het starten van het maaienmoeten 30 minuten liggen. Indien nietstart het apparaat pas op de volgendegeprogrammeerde maaitijd. In het menupunt Weekprogramma worden dedagen van de week en de tijdstippen ingesteldwaarop het apparaat moet maaien. Pas deze in-stellingen indien nodig aan op de afmetingen vanhet gazon. Als er na ongeveer een week nog on-gemaaide gebieden te zien zijn moeten de maai-tijden verlengd worden. 1. of * Weekprogramma ■ of * Elke dag [X]: Het appa-raat maait iedere dag op de ingesteldetijdstippen. Als Elke dag [] wordtaangegeven, maait het apparaat alleenop de ingestelde weekdagen. ■ of * Maandag [X]. * Zondag[X]: Het apparaat maait op de ingestel-de weekdag op de ingestelde tijdstippen. Als bijv. Maandag [] wordt weergege-ven, maait het apparaat op de betreffen-de dag niet.

■ of Wijzigen : De betreffendedag activeren [X] of deactiveren [],tijden, manier van maaien en instappun-ten instellen. 2. Instellingen voor alle dagen of de betreffendedag uitvoeren:■bijv. *[M] 07:00-10:00 [. ]: Nor-maal maaien [M] van 07:00 – 10:00uurmet automatisch wisselend instappunt 0– 3 [. ]. ■bijv. *[R] 16:00-18:00 [1]: Het ap-paraat start om 16:00uur met het maaienvan randen [R] en beweegt langs degehele begrenzingskabel. Daarna beginthet maaien van het gebied op instappunt1 [1]. Om 18:00uur of zodra de acculeeg is, rijdt het apparaat terug naar hetlaadstation. ■ of Wijzigen : Geselecteerdeinstelling wijzigen. ■ of Verder : Gewijzigde instel-ling bevestigen en verder naar de volgen-de instelling. 3. of Opslaan : Alle gewijzigde in-stellingen van het menupunt opslaan. 7.

of * bij handmatige start 7. 7 Maaien van nevenoppervlakkeninstellen1. of * Nevenoppervlak maaien 2. Maaitijden instellen:■ of inactief :Het maaien van nevenoppervlakken isuitgeschakeld. ■ of actief :Het apparaat maait tot de accu leeg is. ■ of Maaitijd in min :Het apparaat maait gedurende de inge-stelde tijd het nevenoppervlak. De vol-gende maaitijden kunnen ingesteld wor-den:15/30/tot accu leeg. 7. 8 Displaycontrast instellenAls het display bijv. in zonlicht slecht af te lezenvalt, kan de weergave door wijziging van het dis-playcontrast verbeterd worden. 1. of * Displaycontrast 2. Met of het displaycontrast verhogen/verlagen en met overnemen. 7. 9 InstellingsbeschermingAls de instellingsbescherming gedeactiveerd ishoeft alleen bij het bevestigen van voor de veilig-heid belangrijke fouten de PIN-code ingevoerd teworden.

457462_b 87NL1. of * Instellingsbescherming2. Instellingsbescherming activeren/deactive-ren:■ of Activeren :Instellingsbescherming activeren. ■ of gedeact. :Instellingsbescherming deactiveren. 7. 10 Opnieuw kalibrerenAls de positie of de lengte van de begrenzingska-bel werd gewijzigd of het apparaat de begren-zingskabel niet meer kan vinden, moet er op-nieuw gekalibreerd worden. 1. of Opnieuw kalibreren 2. Kalibratie terugzetten. 3. Kalibratierum uitvoeren: zie Hoofdstuk 5. 4"Automatische kalibratierit uitvoeren", pagi-na83. 7. 11 Terugzetten op fabrieksinstellingenDe fabrieksinstelling van het apparaat kunnenbijv. voor een doorverkoop teruggezet worden. 1. of * Fabrieksinstellingen apparaat meldt: Instellingen met suc-ces hersteld8 INFORMATIE WEERGEVENHet menu Informatie dient voor de weergavevan de apparaatgegevens. In dit menu kunnenverder geen instellingen worden gedaan. 1.

Met hoofdmenu oproepen. 2. of * Informatie 3. Met of menupunt selecteren en met overnemen. Opmerking:De menupunten worden in deparagrafen hierna beschreven. 4. Met teruggaan naar het hoofdmenu. MessenserviceGeeft aan over hoeveel bedrijfsuren er een mes-senservice noodzakelijk is. De teller kan met dehand teruggezet worden. De messenservice dooreen gespecialiseerde Kärcher dealer, technicusof een servicepartner uit laten voeren. Teller voor de messenservice terugzetten:1. of Bevestigen HardwareGeeft informatie weer over het apparaat, als bijv. type, fabricagejaar, bedrijfsuren, serienummer,aantal maaibeurten, totale maaitijd, aantal laad-cycli, totale oplaadtijd, lengte van de lus van debegrenzingskabel. SoftwareGeeft de firmware-versie aan. Programma-infoToont actuele instellingen als bijv. de totale we-kelijkse maaitijd.

88 RLM 4NLMaairobot reinigenVOORZICHTIG. Kans op letsel door snij-messenDe snijmessen zijn ergscherp en kunnen snijwon-den veroorzaken. ■Draag veiligheidshand-schoenen. ■Let erop dat lichaams-delen niet in de snijmes-sen terechtkomen. Een keer per week uitvoeren:1. Met ONOFF apparaat uitschakelen. 2. Oppervlak van het huis met een stoffer, eenborstel, een vochtige doek of een fijne sponsafvegen. 3. Onderkant, maaidek en snijmessen met eenborstel afborstelen. 4. Snijmessen op beschadigingen controleren. Indien nodig vervangen: zie Hoofdstuk 9. 3"Messen vervangen", pagina88. Laadstation reinigen1. Grasrestanten en loof of andere voorwerpenregelmatig uit het laadstation verwijderen. 2. Oppervlak van het laadstation met een voch-tige doek of een fijne spons afvegen. 9. 2 Regelmatige controleAlgemene controle1.

Controleer één keer per week de gehele in-stallatie op beschadigingen:■Apparaat■Laadstation■Begrenzingskabel■Voeding2. Vervang defect onderdelen door originele on-derdelen van Kärcher of door een service-punt van Kärcher. Wielen controleren op vrije bewegingEen keer per week uitvoeren:1. De omgeving van de rollen grondig van gras-restanten en vervuiling ontdoen. Gebruikhiervoor een stoffer en een doek. 2. Controleer of de rollen soepel draaien en ofze gestuurd kunnen worden. Opmerking:Als de rollen stroef draaien ofniet gestuurd kunnen worden moeten ze dooreen servicepunt van Kärcher worden vervan-gen. Contactoppervlakken aan de maairobotcontroleren1. Vervuiling met een doek verwijderen en daniets met contactvet insmeren. Laadcontacten van het laadstationcontroleren1. Trek de voedingskabel los. 2. De laadcontacten richting laadstation druk-ken en loslaten.

De laadcontacten moetenweer terugveren in de uitgangspositie. Opmerking:Als de laadcontacten niet terug-veren moeten ze door een servicepunt vanKärcher worden vervangen. 9. 3 Messen vervangenVOORZICHTIG.

457462_b 89NLLET OP. Beschadiging van hetapparaat door ondeskun-dige reparatieDoor het rechtbuigen vanverbogen gemonteerdesnijmessen kan de mes-senschijf beschadigd ra-ken. ■Buig verbogen snijmes-sen niet recht. ■Vervang verbogen snij-messen door originelereserveonderdelen vanKärcher. Versleten snijmessen of verbogen snijmessenmoeten worden vervangen. 1. Met ONOFF apparaat uitschakelen. 2. Apparaat omkeren met de messen naar bo-ven toe. 3. Bevestigingsbouten losdraaien. 4. De snijmessen uit de meszitting halen. 5. De meszitting reinigen met een zacht borstel-tje. OPMERKINGDe snijmessen zijn over de gehele leng-te geslepen en kunnen daarom 180° ge-draaid gemonteerd worden, waardoor dedraaitijd verdubbeld wordt. 6.

Messen vervangen:■Als de snijmessen sinds de eerste mon-tage nog niet zijn gedraaid: Snijmessen180° draaien en met de geslepen kantnaar het apparaat toe wijzend weer in demeszitting plaatsen en de bevestigings-bouten weer handvast aandraaien. ■Als de snijmessen sinds de eerste mon-tage al eens zijn gedraaid: Nieuwe snij-messen met de geslepen kant naar hetapparaat toe wijzend in de meszittingplaatsen en nieuwe bevestigingsboutenhandvast aandraaien. Opmerking:Er mogen uitsluitend origi-nele reserveonderdelen van Kärcher wor-den gebruikt. De wegruimmessen hoeven normaal gesprokenniet te worden vervangen. Als ernstige vervuiling niet met een borstel kanworden verwijderd, moet de messenschijf wordenvervangen, omdat er anders onbalans kan zor-gen voor meer geluid, meer slijtage en functiesto-ringen. 10 TRANSPORTGa bij het transport van het apparaat, bijv.

vanhet hoofd- naar het nevenoppervlak, als volgt tewerk:1. Met STARTSTOP of met de stoptoets het apparaatstoppen. 2. Met ONOFF apparaat uitschakelen. 3. Til het apparaat met beide handen aan hethuis op:■De snijmessen mogen niet aangeraaktworden. ■De snijmessen moeten altijd van het li-chaam weg wijzen. 11 OPSLAG11.

1 Maairobot opbergenBerg het apparaat op als het gedurende de win-ter of waarschijnlijk voor langer dan 30 dagenniet wordt gebruikt. 1. Accu geheel opladen (zie Hoofdstuk 5. 1 "Ac-cu opladen (08)", pagina82). 2. Apparaat grondig reinigen (zie Hoofdstuk 9. 1"Reiniging", pagina87). 3. Apparaat bewaren:■staand op alle wielen■op een droge, afsluitbare en tegen vorstbeveiligde plek■buiten het bereik van kinderen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Karcher RLM4 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden