Kalorik KA AC 6 Handleiding

Kalorik Airco KA AC 6

Bekijk gratis de handleiding van Kalorik KA AC 6 (22 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 65 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Kalorik KA AC 6 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/22
KA AC 6
230 V ~ 1700 W
SPLIT- AIRCONDITIONER(WANDMODEL)
GEBRUIKSAANWIJZING
Ref: 040107_NL
Wij danken u voor de aankoop van een van onze airconditioners. Lees deze GEBRUIKSAANWIJZING
aandachtig voor u de airconditioner in bedrijf stelt en berg deze handleiding daarna zorgvuldig op.
U kunt contact opnemen met onze serviceafdeling voor een snelle, vakkundige installatie van dit
product. Dit product mag uitsluitend door koeltechnisch geschoold personeel worden geïnstalleerd. Wij
kunnen in geen geval aansprakelijk zijn voor eventuele reparaties en/of kosten ontstaan door installaties
verricht door ongeschoold personeel.
De buitenunit moet te allen tijde verticaal vervoerd worden.

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Kalorik
Categorie: Airco
Model: KA AC 6

Handleiding Kalorik KA AC 6 – volledige tekst

KA AC 6 230 V ~ 1700 W SPLIT- AIRCONDITIONER (WANDMODEL) GEBRUIKSAANWIJZING Ref: 040107_NL Wij danken u voor de aankoop van een van onze airconditioners. Lees deze GEBRUIKSAANWIJZING aandachtig voor u de airconditioner in bedrijf stelt en berg deze handleiding daarna zorgvuldig op. U kunt contact opnemen met onze serviceafdeling voor een snelle, vakkundige installatie van dit product. Dit product mag uitsluitend door koeltechnisch geschoold personeel worden geïnstalleerd. Wij kunnen in geen geval aansprakelijk zijn voor eventuele reparaties en/of kosten ontstaan door installaties verricht door ongeschoold personeel. De buitenunit moet te allen tijde verticaal vervoerd worden.

Lees de onderstaande voorschriften aandachtig voor u dit apparaat gebruikt. De onderstaande symbolen duiden op belangrijke veiligheidsvoorschriften die onvoorwaardelijk moeten worden opgevolgd. Dit apparaat moet geaard worden Stekker uit het stopcontact trekken Strikt verboden Absoluut noodzakelijk OPGELET Blijf niet te lang in de koude luchtstroom. Langdurige blootstelling is schadelijk voor de gezondheid. Elk apparaat moet op een eigen wandcontactdoos worden aangesloten. Elk apparaat moet over een gezekerde automaat op het net worden aangesloten. Trek nooit aan het snoer om de stekker uit het stopcontact te trekken. Wilt u de airconditioner spanningsloos maken, trek dan de stekker in de hand en trek het uit het stopcontact. Dit voorkomt dat het snoer breekt en er brand ontstaat. Gebruik nooit een beschadigd snoer en gebruik geen verlengsnoeren.

De elektrische installatie moet strikt volgens de voorschriften worden uitgevoerd en mag onder geen beding door de gebruiker worden gewijzigd. De stekker mag niet uit het stopcontact worden getrokken terwijl het apparaat in bedrijf is aangezien dit vonken en brand kan veroorzaken. Haal de stekker uit het stopcontact wanneer het apparaat voor langere tijd niet gebruikt wordt (stof kan brand veroorzaken). Sluit het apparaat in geen geval op het net aan met kroonsteentjes of lasverbindingen met isolatieband en gebruik geen verlengsnoeren. Gebruik in geen geval driewegstekkers of tafelcontactdozen. Losse verbindingen, defecte isolatie of overstroom kunnen brand veroorzaken.

De airconditioner kan en mag door uzelf niet worden geïnstalleerd, gerepareerd of verplaatst. Werkzaamheden aan deze apparatuur door onbevoegden kan brand, elektrocutie, waterlekken en zelfs het van de muur vallen van de airconditioner en lichamelijk letsel tot gevolg hebben. Neem contact op met onze technische dienst. Het apparaat moet volgens de plaatselijke voorschriften op het net worden aangesloten. Het apparaat mag niet in een washok worden geïnstalleerd. Het apparaat moet op een hoogte van 2,3 m boven de vloer worden geïnstalleerd. Het apparaat moet zodanig worden geïnstalleerd dat de stekker goed toegankelijk is. Zorg ervoor dat de op de achterkant van de airconditioner aangegeven spanningssoort gelijk is aan de bij u geleverde netspanning. Reinig de binnenunit uitsluitend met een zachte, droge doek.

Gebruik in geen geval chemische oplosmiddelen, insecticiden of brandbare vloeistoffen aangezien deze de omkasting beschadigen. Installeer de airconditioner niet in ruimten waar brandbare gassen kunnen vrijkomen. Bij het onverhoopt ontstaan van vonken in de airconditioner kan dit aanleiding geven tot brand of explosie. Installeer geen gasgestookte verwarmings- of kookapparatuur waar de vlam door de airconditioner kan worden uitgeblazen en waardoor onverbrand gas vrij kan komen. Schakel de airconditioner onmiddellijk uit en trek de stekker uit het stopcontact wanneer u een kennelijke storing bespeurt (brandlucht e. d. ). Gebruik dit apparaat alleen voor geadviseerde toepassingen. Gebruik het niet voor luchtverversing in opslagruimten van precisieapparatuur, voedingsmiddelen, verven en lakken e. d. aangezien deze hierdoor kunnen worden beschadigd.

Gebruik de aitrconditioner niet langdurig in de functie COOL/DRY (koelen/ontvochtigen) bij een luchtvochtigheid van meer dan 80 % of met geopende deuren en/of ramen. Dit kan in het apparaat condensatie veroorzaken die op de vloer kan druppen. Bij gebruik van de airconditioner moeten deuren en ramen gesloten blijven.

Wanneer de afstandsbediening niet naar behoren werkt moet op de RESET-knop worden gedrukt. De afstandsbediening heeft een bereik van 6 meter (recht tegenover de binnenunit). Ga voorzichtig met de afstandsbediening om. Behoed de afstandsbediening tegen vallen, schokken en vocht. Wanneer u op een van de knoppen van de afstandsbediening drukt, geeft de binnenunit één of twee geluidsignalen om aan te duiden dat het signaal ontvangen is. Hoort u geen geluidsignaal, dat moet u opnieuw op de knop drukken. Wanneer de afstandsbediening gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, moeten u de batterijen eruit verwijderen. OPGELET Open de afstandbediening aan de achterkant en breng de batterijen aan. Druk met een puntig voorwerp op de RESET-knop (eveneens wanneer de batterijen vervangen zijn).

1Gebruik afstandsbediening In- en uitschakelen Druk op de knop I/O om de airconditioner in te schakelen en opnieuw op dezelfde knop om het apparaat uit te schakelen. Temperatuur instellen Druk op de knoppen voor het instellen van de temperatuur: eenmaal drukken op “ ” verlaagt de te handhaven temperatuur met 1°C en eenmaal drukken op “ ” verhoogt de te handhaven temperatuur met 1°C. De temperaturen worden weergegeven op de LCD van de afstandsbediening. Nachtschakeling Druk éénmaal op de SLEEP-knop om de functie in te schakelen en opnieuw om de functie uit te schakelen. Druk op de FAN SPEED-knop om het ventilatortoerental van de binnenunit in stellen: (laag) (matig) (hoog) (automatisch). Snelheid van de ventilator instellen Druk op de MANUAL-knop: de luchtklep wordt thans onder een bepaalde hoek versteld.

De hoek van de uitblaasrichting wordt als volgt versteld: (1) (2) (3) (4) (5) (automatisch). (Afb.2) Instellen van de uitblaasrichting Uitblaasrichting hoog/laag instellen Opgelet Bij ontvochtigen (DRY) en koelen (COOL) wordt de lucht gedurende een uur naar beneden uitgeblazen (4), (5) en wordt daarna automatisch op horizontaal ingesteld.

2 Druk op de SWING-knop: dit verstelt de klep automatisch tussen hoog en laag. Opnieuw op de knop drukken schakelt de functie uit. Uitblaasrichting naar links/rechts De luchtkleppen die de lucht naar links en naar rechts geleiden moeten met de hand worden nagesteld. Stel de uitblaasrichting in voor u de airconditioner inschakelt. Bij instellen terwijl het apparaat in bedrijf is loopt u het risico, de vingers te beknellen (Afb. 1). Tips Uitblaasrichting hoog/laag instellen met de afstandsbediening ; luchtklep niet met de hand verstellen aangezien dit letsel kanveroorzaken. KOELEN ONT- VOCHTI- GEN VERWAR- MEN (Afb.2) Bij drogen (DRY) en koelen (COOL) verdient het aanbeveling het ventilatortoerental op (auto) en de uitblaasrichting op(1) in te stellen. Bij verwarmen (HEAT) verdient het aanbeveling het ventilatortoerental op (auto) en de uitblaasrichting op (4) in te stellen.

1 2 3 4 5 Functie kiezen Automatisch bedrijf (AUTO) Koelen (COOL) Ventilatie (FAN) Verwarmen (HEAT) Wanneer de airconditioner is ingeschakeld wordt automatisch en aan de hand van de omgevingstemperatuur KOELEN, ONTVOCHTIGEN of VERWARMEN gekozen. Wanneer de airconditioner binnen 2 uur na uitschakelen wordt ingeschakeld, wordt automatisch de functie gekozen waarin het apparaat zich bevond toen het werd uitgeschakeld. Wanneer de functie eenmaal gekozen is, wordt deze gehandhaafd zelfs als de temperatuur in het vertrek verandert. Druk op de knoppen MANUAL SWING en SWING om de uitblaasrichting op hoog of laag te stellen.

O m g e v ing s -te m p e r a tu u r ( O T ) M od e T e h a n d h a v e n te m p e r a tu u rH o g e r da n 26 °C 24 °C25 - 2 6 ° C O T - 223 - 25 °C O n tv o c htig e n O T - 2La g e r d a n 2 3 ° C V e rw a rm e n 26 °CK o e le nW a r m te p o m p e nDruk op de knoppen MANUAL SWING en SWING om de uitblaasrichting op hoog of laag in te stellen. Druk op de knop FAN SPEED om het ventilatortoerental van de binnenunit in stellen. Druk op de temperatuurknoppen om de te handhaven temperatuur in te stellen. Druk op de knoppen MANUAL SWING en SWING de uitblaasrichting op hoog of laag in te stellen. Druk op de knop FAN SPEED om het ventilatortoerental van de binnenunit in stellen. Druk op de knoppen MANUAL SWING en SWING om de uitblaasrichting op hoog of laag in te stellen. Druk op de knop FAN SPEED om het ventilatortoerental van de binnenunit in stellen.

Druk op de knoppen MANUAL SWING en SWING om de uitblaasrichting op hoog of laag in te stellen. Druk op de knop FAN SPEED om het ventilatortoerental van de binnenunit in stellen. Druk op de temperatuurknoppen om de te handhaven temperatuur in te stellen. Verwarmen (HEAT) : Een gezonde verwarming mag niet al teveel afwijken van de buitentemperatuur. De ingestelde temperatuur mag niet te veel afwijken van de buitentemperatuur. Stel de te handhaven temperatuur in tussen 20 en 24°C.

De handbediening kan gebruikt worden wanneer de batterijen van de afstandsbediening leeg zijn of wanneer de afstandsbediening defect is. ( Met elke druk op de knop wordt een andere functie gekozen, en wel in de onderstaande volgorde: koelen (COOL) verwarmen (HEAT) uit (STOP) De handbediening werkt als volgt: In werking stellen Contrôle met de handbedieningsknop– Te handhaven temperatuur Ventilatortoerental Luchtklep 24oC Hoog Automatische luchtverdeling Geprogrammeerde werking  Tijdschakelaar aangeschakeld 1. Druk op om de tijd in te stellen waarop de airconditioner ingeschakeld moet worden wanneer het toestel uitgeschakeld is. "l" van flikkert op het display van de afstandsbediening. Druk om de tijd in te stellen waarop de airconditioner uitgeschakeld moet worden wanneer het toestel in op werking is. van flikkert op het display van de afstandsbediening. 2.

Druk op of om de klok in te stellen. Elke druk op een van die knoppen zal een uur toevoegen en de tijd zal op de afstandsbediening verschijnen. 3. Druk op om de tijd op te slaan. " " of zal stoppen met flikkeren op het display van de afstandsbediening. l Tijdschakelaar uitgeschakeld Indien u het toestel zonder programmering van de tijdschakelaar wilt gebruiken, druk op de knop totdat of van het display van de afstandsbediening verdwijnt. OPMERKINGEN 1. Indien de stroom uitvalt moet u de klok opnieuw instellen, anders kan de tijdschakelaar niet correct werken. 2. Indien de airconditioner met aan- of uitgeschakelde tijdschakelaar gewerkt heeft, en u de tijd wilt veranderen, moet u de eerste toestand annuleren om de nieuwe tijd in te stellen, anders treedt een fout op. 3.

Voor langere tijd niet gebruiken Na la ng du r i g e s tils ta nd Schakel de ventilator voor 3 à 4 uur in om debinnenunit volledig te drogen.  Schakel de koelfunctie (COOL) of deverwarmingsfunctie in (HEAT) en stel de tehandhaven temperatuur zo hoog mogelijk in. Reinig en breng de filters aan. Reinig de binnenunit uitsluitend met een zachte, droge doek.  Gebruik voor reinigen nooit benzine, benzeen, oplosmiddelen, VIM, afwasmiddelen, insecticiden e.d.aangezien dit de behuizing beschadigt Wanneer de aironcitioner voor langere tijd niet gebruikt zal worden, trek dan de stekker uit hetstopcontact of schakel het apparaat van het net (ook stof kan vonken en dus brand veroorzaken)Controleer of de aanzuig- en uitblaasroosters van de binnen- en buitenunit niet verstopt of afgedekt zijn. Neem de batterijen uit de afstandsbediening. De aardkabel mag niet losgenomen worden.

De filters moeten regelmatig gereinigd worden. Open het frontpaneel paswanneer de ventilator volledig tot stilstand gekomen is. Filters om de 14 dagen reinigen Geurfilter en de luchtreiniger schoonmaken. Open het frontpaneel en verwijder de filters.Maak de filters schoon met een stofzuiger ofklop ze buiten voorzichtig uit (wanneer zeerg vuil zijn, kunnen ze in zeepsop van nietmeer dan 45°C gereinigd worden). Verwijder eerst de hoofdfilters en daarna hetgeurfilter en de luchtreiniger. Reinig het geurfilter en de luchtreiniger inzeepsop van niet meer dan 45°C. Spoel de filters uit met schoon water en legze in een geventileerde ruimte te drogen. Breng de filters aan op de juiste plaats enklap het voorpaneel dicht. Spoel de filters uit met schoon water en leg zein een geventileerde ruimte te drogen. Breng de filters aan op de juiste plaats enklap het voorpaneel dicht.

Wanneer het probleem aan de hand van de onderstaande tabel niet opgelost kan worden wende men zich tot een van onze servicecenters voor assistentie. Symptoom Mogelijke oorzaak De airconditioner functioneert niet. De afstandsbediening werkt niet en de LCD blijft leeg. De airconditioner schakelt na het drukken op de ON/OFF-knop niet direct in. De airconditioner koelt en verwarmt onvoldoende. Er komt bij inschakelen van verwarmen (HEAT) niet direct lucht uit de binnenunit. Heeft er zich een netstoring voorgedaan? Stekker goed in het stopcontact? Doorgeslagen zekering of uitgeschakelde automaat? Is de spanning hoger dan 253V of lager dan 207V ? Is de timer goed ingesteld ? In geval van externe storingen of het te veelvuldig veranderen van functie kan het voorkomen dat de signalen van de afstandsbediening niet worden herkend.

De stekker uit het stopcontact nemen en er weer in steken kan de storing opheffen. Wanneer de weergave van de LCD onduidelijk wordt of wanneer alle pictogrammen tegelijkertijd worden weergegeven betekent dat de batterijen bijna leeg zijn en dus vervangen moeten worden. De compressor is beveiligd met een microprocessorgestuurde antipendeltimer. De inschakelvertraging is 3 minuten. Is de te handhaven temperatuur goed ingesteld? Zijn de filters vervuild ? Zijn de aanzuig- en uitblaasroosters van de buitenunit verstopt of afgedekt ? Is de nachtschakeling overdag geprogrammeerd ? Is het ventilatortoerental van de binnenunit te laag ingesteld? Zijn alle ramen en deuren dicht ? Voor de ventilator wordt ingeschakeld moet de microprocessor het signaal ontvangen dat het warm genoeg is. Even geduld.

Symptoom Mogelijke oorzaak Tijdens het verwarmen wordt de ventilator van de binnenunit ongeveer 10 minuten lang uitgeschakeld. De airconditioner maakt krakende geluiden. Er wordt het geluid vanstromend water vernomen. De binnenunit maakt suizende en klikkende geluiden. De uitgeblazen lucht heeft een onaangename geur. Er komt water uit de buitenunit. De warmtewisselaar van de buitenunit wordt ontdooid. Ontdooien duurt uiterlijk10 minuten (de warmtewisselaar berijpt bij vochtige, koude buitenlucht). Dit wordt veroorzaakt door het krimpen en uitzetten van het frontpaneel wegens temperatuurveranderingen. Dit wordt veroorzaakt door het uitzettende koelmiddel in de airconditioner. Dit wordt veroorzaakt door water dat op de warmtewisselaar druipt. Dit wordt veroorzaakt door het ontdooien van de rijp op de warmtewisselaar.

Het klikkende geluid is afkomstig van de ventilator of de compressor bij in- en uitschakelen. Dit wordt veroorzaakt door het koelmiddel in de airconditioner. De aangezogen lucht kan geuren van de vloerbedekking, de muren, het meubilair of recirculatielucht meevoeren. Tijdens het koelen wordt de verbindingsleiding of de koppeling koud waardoor condens ontstaat. Tijdens verwarmen of ontdooien ontsnapt er dooiwater en waterdamp. Tijdens het verwarmen druipt het water van de warmtewisselaar.

Het geluidsniveau wordt gemeten in het laboratorium voor de airconditioner de fabriek verlaat. 1. De nominale koel- en verwarmingscapaciteit worden 2. gemeten bij de onderstaande condities: 3. De bovenstaande gegevens kunnen zonder voorafgaande aankondiging gewijzigd worden. De meest recente (en nauwkeurigste) technische gegevens zijn vermeld op het typeplaatje van de airconditioner. 4. Bedrijfstemperaturen : 5. Bij spanningsafwijkingen van 230 V ±10 % werkt de airconditioner abnormaal. 6. De aansluitschema's van de binnen- en buitenunit worden meegeleverd. 7. net Beschadigde - en verbindingskabels mogen uitsluitend door de fabrikant of een erkend servicecenter worden vervangen. K o e le nB in n e n u n it 2 7 ° C ( D B ) 1 9 °C (N B ) B u ite n u n it 3 5 °C (D B ) 2 4 ° C (N B )V e rw a rm in gB in n e n u n it 2 0 °C (D B ) 1 5 °C (N B ) B u ite n u n it 7 ° C (D B ) 6 °C (N B )M ax .

Installatieschema Gebruik de boringen in de wandmontageplaat van de binnenunit om de boorpunten af te tekenen Opgelet: geen knik of bocht in de leiding maken De verbindingsleiding kan aan derechterachterkant, de onderkant of de linkerachterkant worden aangesloten Achterkant Rechterkant Achterkant Voorkant Linkerkant Linkerachterkant Onderkant Breng thermische isolatie op de verbindingsslang aan Isolatiedikte 8mm Plaats een stuk hout van minimaal 20 mmtussen de muur en de verbindingsslang of plak de slang af met 7 à 8 lagen tapewanneer de muur met gaas o.i.d. bedektis. >= 105mm above 7mm> = 24mm> = 1 55mm 43 2B DCF H G7 516Afstand 105 mm Afstand 155 mmAfstand 24 mm Afstand 7 mmAfstand 100 mm Afstand 100 mmAfstand 500 mmAfstand 350 mmAfstand100 mm

Opstelling binnenunit De buitenlucht moet ongehinderd aangezogen en uitgeblazen kunnen worden. Plaats de buitenunit op een droge en schaduwrijke plek waar zo weinig mogelijk stof wordt aangezogen. Stel de buitenunit zodanig op dat de buren geen geluidsoverlast hebben. Bevestig de unit stevig op een sokkel o.i.d.om geruis en vibratie zo gering mogelijk te houden. Stel de unit niet op in de buurt van gasflessen e.d. De unit moet worden verankerd wanneer deze niet op de grond wordt opgesteld. De unit moet uit de wind worden geplaatst. De gekoelde lucht moet over het gehele vertrek verdeeld kunnen worden Het maximale hoogteverschil tussen debinnen- en de buitenunit is 5 m. Bevestig de binnenunit aan een stevige muur om vibratie te voorkomen. Monteer de binnenunit uit het directe zonlicht. Condenswater moet gemakkelijk af kunnen vloeien.

Wandmontageplaat aanbrengen De wandmontageplaat moet aan een stevige muur worden bevestigd. OPGELETBouten aangeduid met volle pijlen moeten stevig worden aangehaald om vibreren van demontageplaat te voorkomen. Bij gebruik van expansiebouten moeten er twee gaten ( 11 20 of 11 26 ) met een tussenruimte× ×van 450mm worden geboord. Muur doorboren 10 18 180mm Duimstok hier Duimstok waterpas houdenMiddelpunt gat(Ø 65 mm). Gaten aftekenen en boordiameter 65 gebruiken. Bekabeling Open het frontpaneel; Verwijder de schroef van de aansluitklemmendoos Verwijderde bevestigingsbout maar houd deze bij de hand. Bevestig de kabel. Breng de bevestigingsbout en het deksel van deaansluitklemmendoos aan.

Schema Bout Aansluitklemmendoos binnenunit Verbindingskabel Verbindingskabel Deksel aansluitklemmendoos Bout Borgplaat Druk de ader van de kabel volledig in de klem Bevestig het koord aan het middelste gat Minimaal 24mm Minimaal 155 mm vanaf een zijmuur Minimaal 105 mm vanaf een zijmuur Zelftapper ST4x25 Wandmontageplaatgsgat Schietlood BINNENUNIT

Leidingen CONDENSAFVOER  De condensafvoerslang moet onder de de koperen leiding wordengeplaatst.  De condensafvoerslang mag niet worden gebogen of geknikt.  Niet aan de condensafvoerslang trekken.  Indien de condensafvoerslang door de woning moet worden verlegdmoet deze geïsoleerd worden.  De koperen leiding en de condensafvoerslang moeten met vilt omwikkeldworden. Plaats isolatiemateriaal tussen de leiding en de muur. AANSLUITZIJDE CONDENSAFVOER DOOR DE BINNENUNIT  Verwijder het gedeelte aangeduid met "1" wanneer de leidingaan de rechterkant word aangesloten;  Verwijder het gedeelte aangeduid met "2" wanneer de leidingaan de rechteronderkant word aangesloten;  Verwijder het gedeelte aangeduid met "3" wanneer de leidingaan de linkerkant word aangesloten.

 Als de condensafvoerslang aan de linkerkant moet wordenuitgevoerd moet de slang door de binnenunit worden gevoerdom lekken te voorkomen.  Slang doorvoeren: Wissel de slang en de afvoeraansluiting om. De tekening rechts geeft de normale plaatsing te zien.  Na het omwisselen is ontstoppen niet meer mogelijk zonderlekken te veroorzaken. Vloeistofleiding Persgasleiding Condensafv oerVilt Isolatiemateriaal Condensafvoer Rubber loosdop Installatie binnenunit  Voer de slang door de muur en bevestig de binnenunitaan de wandmontageplaat (de rand van de binnenunitmoet over het gat in de montageplaat passen) Binnenunite Bodem Rand binnenunit Wandmontageplaat MONTAGE CONDENSAFVOERSLANG  Om het condenswater gemakkelijk af te kunnen voeren moet de condensleiding met afschot worden geïnstalleerd. Deafbeeldingen 2 t/m 5 tonen hoe het niet moet. Minimaal 50mm t. o. v.

 Sluit de verbindingsleiding op de bijbehorende afsluiter van de binnenunit en de buitenunit aan en schroef de wartels handvast aan (zie afb. 1).  Haal de wartels met een momentsleutel en een steeksleutel tot het voorgeschreven moment (zie onderstaande tabel). Vacuüm trekken Opgelet 1. In de leiding naar de binnenunit mogen niet meer dan 10 bochten worden aangebracht. 2. In de verbindingsleiding tussen de binnen- en de buitenunit mogen niet meer dan 15 bochten worden aangebracht. 3. De boogstraal van de bochten moet groter zijn dan 10 cm. LEIDING Vloeistofleiding Persgasleiding Persgasleiding LEIDINGDIAMETER AANHAALMOMENT (Nm)  Sluit op het persgasserviceventiel en de controle-eenheid een soepele slang aan.  Open het lagedrukventiel en sluit het hogedrukventiel.  Trek een vacuüm tot onder 12 Pa.  Sluit het lagedrukventiel en ontkoppel de slang.

 Neem een inbussleutel en draai het vloeistofventiel 90° tegen de wijzers van de klok in open en sluit het ventiel na 10 seconden. Lektest de leidingen met zeepsop, in het bijzonder aan het serviceventiel en deflare-aansluiting.  Breng de dopmoeren op de serviceventielen aan. Opgelet Er mag tijdens het vacuümtrekken geen lucht in de leiding komen. Serviceventiel Vacuüm- pomp Vulleiding Hogedrukafsluiter Manometer Controle-eenheid Lagedrukventiel Serviceventieldop Serviceventiel Dopmoeren Persgasleiding Inbussleutel Vloeistofleiding Persgasafsluiter Vloeistofafsluiter (Afb.3) (Afb.2) (Afb.1)

Lengte verbindingsleiding (m) 7 8 9 10 Na te vullen koelmiddel (g) 0 50 100 150 Koelmiddel navullen  Wanneer de verbindingsleiding langer is dan 7 m moet koelmiddel bijgevuld worden. Toe te voegenhoeveelheidA=(Lm-7m)×50g/m. (A: hoeveelheid toe te voegen koelmiddel, L: lengte verbindingsleiding) Ga bij navullen als volgt te werk:  Sluit het persgasventiel, koppel de vulslang aan de lagedrukaansluiting en open het persgasventiel.  Sluit de vulslang op een koelmiddelcilinder aan, keer de cilinder om en vul na met de be,nodigde hoeveelheid koelvloeistof (zie bovenstaande tabel).  Sluit het persgasventiel, koppel de vulslang af en open het persgasventiel.  Haal alle wartels aan en breng de dopmoeren aan.  Het circuit mag uitsluitend met koelvloeistof worden gevuld.

Opgelet Serviceventiel  Monteer de afvoerkoppeling in het gat in de bodem van debuitenunit en sluit de slang op de koppeling aan. Condensafvoerleiding Bodem Slang Afvoerkoppeling Testen  Wanneer het vacuum getrokken is en de lektesten zijn uitgevoerd kan de airconditioner getest worden.Kijk voordien of alle elektrische aansluitingen goed zijn uitgevoerd.  Testprocedure:  Zelftest, kan enkel met de controleknop, niet met de afstandsbediening 1. Steek de stekker in het stopcontact en open het frontpaneel. 2. Druk op de controleknop. 3. Wanneer alle LEDs de een na de ander ontsteken en doven werkt de airconditioner naar behoren; bij knipperende LEDs is er een storing aanwezig en moet de airconditioner nagezien worden.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Kalorik KA AC 6 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden