Itho-Daalderop Kli-Max HRT 20-22 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Itho-Daalderop Kli-Max HRT 20-22 (50 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 92 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Itho-Daalderop Kli-Max HRT 20-22 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Itho-Daalderop |
| Categorie: | CV Ketel |
| Model: | Kli-Max HRT 20-22 |
Foutcodes Itho-Daalderop Kli-Max HRT 20-22
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| E1 | Temperatuur aanvoer sensor te hoog (S1) | Controleer pomp, waterdruk, gasklep instelling en warmtewisselaar |
| E2 | Temperatuur retour sensor te hoog (S2) | Controleer pomp, waterdruk, gasklep instelling en warmtewisselaar |
| E3 | Temperatuur voorrang sensor te hoog (S3) | Controleer driewegklep, voorrangsensor plaatsing en warmtewisselaar |
| E5 | Temperatuur ww-sensor te hoog (S5) | Controleer driewegklep, voorrangsensor en parameter instellingen |
| F1 | Kortsluiting aanvoer sensor (S1) | Vervang sensor of spoor de fout in de kabel op |
| F2 | Kortsluiting retour sensor (S2) | Vervang sensor of spoor de fout in de kabel op |
| F5 | Kortsluiting ww-sensor (S5) / Zekering F5 defect | Vervang sensor of controleer zekering F5 en driewegklepmotor |
Handleiding Itho-Daalderop Kli-Max HRT 20-22 – volledige tekst
VoorwaardenItho is niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door hetniet opvolgen van deze montagehandleiding.Voor service doeleinden dienen uitsluitend originele Itho-onderdelen te worden toegepast.Algemene richtlijnenBij de installatie van de Itho ketel moet rekening wordengehouden met de volgende voorschriften:1. het bouwbesluit 680 waarin wordt verwezen naar devolgende normen:NEN 1078 voorschriften voor aardgasinstallaties GAVOmet bijbehorende praktijkrichtlijnen (NPR 3378)2. richtlijnen bestaande gasinstallaties opgesteld doorEnergiened3.
2. 3 VerbrandingsproductAls resultaat van de variabele verbranding en de toege-paste brander, worden verbrandingsresultaten verkregen. Deze voldoen aan de strengste normen in Europa. 2. 4 Variabele ventilatorIn de Itho cv-ketel is een 24 Volt-ventilator met een hoogrendement toegepast en met een variabele snelheid enstroomopname: bij minder warmbehoefte draait deventilator langzamer en is een lagere stroomopname hetresultaat. 2. 5 Aan/uit pompHet toestel is uitgevoerd met een pomp voorzien van eentoerenschakelaar. Hiermee kan de gewenste opvoerhoogteworden ingesteld (let op. stand 1 niet toepassen). 2. 6 ToestelomschrijvingHet toestel is geschikt voor het verwarmen van een cv-installatie. De cv-ketels hebben een variabele capaciteit. De maximale capaciteit kan worden ingesteld en aangepastaan het vermogen van de aangesloten cv-installatie. 2.
7 HRTDit toestel bezit een ingebouwde warmtewisselaar meteen geringe voorraad voor warmwatervoorziening. Alleaansluitingen zijn intern, terwijl een doorstroom begrenzerzorgt voor de maximale warm water hoeveelheid, waarbijeen temperatuur van ca. 60 °C aan tapwater wordt verkre-gen (tabel 3 blz. 10). Ter voorkoming van ”Legionella” besmetting is de tapwatertemperatuur vast ingesteld op 60 °C. 2. 8 HRT. -. VKKDit toestel is gelijk aan de HRT-ketels, echter is bedoeld eningesteld om middels een koppelstuk type VKK te wordenaangesloten op een mechanisch gebalanceerd ventilatie-systeem type HRU ECO-fan 3 vanaf versie 009. Deze installatiehandleiding is bestemd voor de installateurvan de Itho cv-ketel. De handleiding bevat noodzakelijkeinformatie met betrekking tot de installatie en afstellingvan de Itho Kli-Max cv-toestellen.
Om er zeker van te zijn,dat u alle handelingen op de juiste manier uitvoert,verdient het de aanbeveling dat deze installatiehandleidingvoor het installeren wordt geraadpleegd. Verder is hetraadzaam deze montage evenals de gebruikershandleiding,bij de cv-ketel te bewaren.
Zo zijn ze ook later, indien nodig,direct beschikbaar. 2. 1 Werking van de Itho Kli-Max Het betreft een cv-toestel met een maximaal hoog rende-ment. Door middel van een spiranox warmtewisselaar uitroestvaststaal worden de rookgassen gekoeld tot onder hetcondensatiepunt. De extra warmte die hierbij ontstaatkomt ten goede aan het rendement van de cv-ketel,dat meer dan 107% bedraagt. De Europese berekenings-methode gaat uit van een rendement van 100% bij toestel-len die de rookgassen niet laten condenseren en bijcondenserende toestellen van meer dan 100%. Daar de rookgassen dermate laag in temperatuur zijn (lager dan 75 °C ), dient een RVS- of dikwandig aluminium,HR goedgekeurde afvoerleiding te worden toegepast. Bijtoepassing van aluminium rookgasafvoer, is het aan teraden een condensopvang te monteren in de rookgas-afvoerleiding, teneinde vervuiling door aluminium corrosiete voorkomen.
Het toestel is goedgekeurd op basis van Europese keurings-eisen (CE), de Nederlandse eisen voor Schonere Verbranding(SV), hoog rendement (107% HR) en de kwaliteitseisen(Gaskeur) alsmede het keurmerk (warmwaterklasse HRww)en als naverwarmer voor een zonneboiler (NZ-keur). 2. 2 RegelingHet toestel past zich volledig aan op de warmtevraag opbasis van een normale kamerthermostaat of een module-rende OpenTherm® kamerthermostaat. Dit gebeurt doormiddel van het aanpassen van de vlamhoogte. Met de Itho Kli-Max kan de warmteafgifte traploos wordengevarieerd. Zo wordt onder vrijwel alle gevallen een con-stante temperatuur in de woning, alsmede in het warmwater verkregen. Deze variabele warmte-afgifte kan eveneens op basis van deingebouwde weersafhankelijke regeling worden verkregen,als zelfstandige regeling of in samenwerking met degenoemde thermostaten.
63. 1 UitpakkenMet het toestel wordt geleverd:◆installatiehandleiding voor de installateur◆gebruikershandleiding met garantiekaart◆een ontluchtingssleutel◆een ophangbeugel◆twee reservezekeringen en drie reserve moeren voor debranderplaat bevestiging (aan voorzijde van de gasklepbevestigd)◆vuilvanger sifon met condensafvoerslang en pakkingControleer het toestel direct na ontvangst. Eventuelebeschadigingen dienen direct aan de leverancier te wordengemeld. De Itho HR/HRT toestellen zijn compleet gemonteerd envoorzien van een snoer met randaarde stekker. De VKK-uit-voering is ook voorzien van een aansluitsnoer ten behoevevan de beveiliging van de goede werking van het koppel-stuk type VKK van het ventilatiesysteem. De Itho cv-toestellen zijn ingesteld voor aardgas G25. 3.
2 Een plaats in de woning kiezenVoor onderhoud- en servicewerkzaamheden dient devoorzijde en onderzijde van het toestel bereikbaar te zijn. De beide zijkanten moeten minimaal 20 mm van muur ofkastwand geplaatst zijn. De volgende voorzieningen dienen in de opstellingsruimteaanwezig te zijn:a) wandcontactdoos met randaardeb) een aansluiting op het riool voor de condensafvoerc) een wand die het gewicht van de ketel kan dragenZowel de luchttoevoer als de rookgasafvoerleidingen dienenaangesloten te worden op de buitengevel c. q. tot in hetdakvlak. Voor de HRT/VKK uitvoering gelden andere eisen. De opstellingsruimte moet droog en vorstvrij zijn. Plaatshet toestel zo dicht mogelijk bij tapwaterpunten, zodatde leidingen voor warm tapwater niet te lang zijn. Dit tervoorkoming van lange wachttijden voor warm water enonnodig waterverbruik.
Het toestel bezit een ingebouwde ventilator en zal hierdooreen bepaalde geluidsproductie hebben. Deze geluids-productie is afhankelijk van de belasting. Kies een plaats inde woning waar dit niet storend wordt ervaren, bij voorkeurtegen een stenen wand. 3.
Let op:Bij de horizontale delen moet rekening wordengehouden met een afschot van (1 cm op 1 m lengte) opafschot naar de ketel. Gebeurt dit niet, dan kan er zichcondenswater ophopen in de verbrandingsgas afvoer-leiding wat storingen tot gevolg kan hebben. De beschikbare druk t. b. v. het toe- en afvoersysteembedraagt 100 Pa. 3. 6 Invloed van de afvoer op belastingDe afgebeelde grafiek geeft de verhouding aan tussen debelasting en de weerstand van het toe- en afvoerweerstandvan het systeem. Tot een weerstand van 100 Pa zal de belasting nagenoeggelijk blijven. Bij grotere weerstanden daalt deze tenopzichte van de belasting welke vermeldt op de typeplaat. Houd bij hoge weerstand rekening met mogelijkebelastingwijziging voor de productie van warm water enmet de transmissie berekening. 3.
7 C63 toestellenOpstellingen volgens C63-systemen mogen uitsluitend aan-gesloten worden op GASTEC QA gekeurd afvoer materiaal,volgens keuringseis nr. 83. 7De dikte van de kop van de bevestigingsbout, mag nietmeer dan 6 mm bedragen. b) Bevestig de ophangbeugel met schroeven en pluggenaan de wand. c) Boor de gaten voor het toe- en afvoersysteem. d) Monteer de verwarmingsketel op beugel. 3. 4 Luchttoevoer-rookgasafvoer aansluitingAlgemeenMateriaal luchttoevoer: kunststof of RVS. Materiaal rookgasafvoer: kunststof (temp. bestendig tot 120°C lucht omspoeld) of RVS. De beveiliging tegen te hoge rookgastemperatuur t. b. v. kunststof afvoermateriaal is in het toestel reeds ingebouwd (zgn. VGTB-beveiliging). Deze beveiliging sluitde gastoevoer zodra de rookgastemperatuur boven 90 °Ckomt, waarna het toestel wordt vergrendeld met storings-code knipperende ”0”.
De aansluitdiameter voor de rookgasafvoerleiding bedraagt80 mm. Voor de luchttoevoer eveneens 80 mm. De luchttoevoer kan zowel aan de linker- als aan de rechter-zijde van de rookgasafvoer worden geplaatst door hetverplaatsen van de aansluitbuis. Concentrische aansluitingAls optie is een set voor een concentrische aansluitingverkrijgbaar: luchttoevoer 125 mm en rookgasafvoer 80 mm diameter. Plaats altijd de meegeleverde kunststof toevoeraansluitingbovenop de luchtinlaat aansluiting. Uiteraard dient de nietgebruikte luchttoevoer met 80 mm doorsnede met demeegeleverde afdichting te worden afgesloten. 3. 5 Toe- en afvoersysteemDe Itho cv-ketel is een toestel dat geen lucht (zuurstof) uitde opstellingsruimte gebruikt. De mantel sluit luchtdicht afop de achterplaat, zodat lucht uitsluitend door de lucht-toevoerpijp toegevoerd wordt.
3. 8 Itho weerstandstabel Door de gas-luchtkoppeling van het verbrandingsproces inhet toestel wordt de belasting van het toestel beïnvloeddoor de weerstand van het luchttoevoer- en afvoersysteem. Bij een weerstand tot 100 Pa. , zal de belasting gelijk zijnaan die vermeld is op de typeplaat van het toestel.
3. 9 CondensafvoerDe condensafvoer dient tijdens demontage aangebracht te worden. Monteer de condensafvoer als volgt:◆Schuif de bijgeleverde bekerzodanig over de twee condens-slangen die zich onder de ketelbevinden dat de pijlen tegenoverelkaar zitten◆Druk vervolgens de beker tegende bodem van de ketel ◆Draai dan de beker in de gewenstepositie tot de condensafvoer naarde gewenste richting staat◆Monteer de condensafvoerslang met de kunststof wartel en afdichting op de beker◆Middels de flexibele slang wordt de aansluiting op deriolering aangebracht◆Sluit deze flexibele slang met een open verbinding aanop het rioolGebruik bij de condenswaterafvoer alleen kunststof onder-delen. Metalen leidingen zijn niet toegestaan. Let op:Verstopping van deze afvoer kan schade veroorzakenaan het toestel. In het juiste geval vloeit het condens-water zichtbaar weg, bijvoorbeeld m. b. v. een trechter. 3.
10 CV- en tapwatercircuit3. 10. 1 AlgemeenIndien geen diffusiedichte kunststof leidingen voor aanvoeren retour toegepast worden voor radiatoren of vloerver-warming, dient er een scheiding tussen het cv-water van deketel en die van de installatie aangebracht te worden, b. v. middels een platenwisselaar. Dit voorkomt vervuiling doormagnetiet van de ketel warmtewisselaar. Bij niet toepassenvan een dergelijke scheiding, vervalt de Itho garantie opalle keteldelen die zich in de aanvoer- en retour van hettoestel bevinden. 3. 10. 2CV-circuitDe aansluitingen van de aanvoer en retour zijn gebaseerdop het aansluiten van de installatie met behulp van knel-fittingen. De aansluitingen van aanvoer en retour bevindenzich aan de onderzijde van het toestel. Uit serviceover-wegingen is het aan te bevelen om afsluiters te plaatsen.
Het toestel bezit een aftapkraan aan de onderzijde van hettoestel, zodat het op een eenvoudige manier afgetapt kanworden. Het toestel is niet voorzien van een overstortventiel 3 bar.
Deze moet in de aanvoerleiding van de installatie wordenopgenomen, op een plaats in directe nabijheid van hettoestel. Het toestel is niet voorzien van een interne bypass, zodater bij het toepassen van thermostatische kranen, in deinstallatie een kortsluitleiding aangebracht dient teworden. Bij voorkeur dient er een automatische druk-verschil/overstortventiel 3/4HH op 5 à 6 meter van de ketelgemonteerd worden. Om vervuiling van de warmtewisselaar van de cv-ketelte voorkomen, dient voor de eerste ingebruikname deinstallatie grondig gespoeld te worden met schoon leiding-water. 3. 10. 3Het expansievat aansluitenEr dient een expansievat gekozen te worden met eeninhoud die gerelateerd is aan de inhoud van de cv-instal-latie en statische druk. Plaats het expansievat in de retour. 3. 10.
4TapwatercircuitIn de koud waterleiding van het toestel is een doorstroombegrenzer aangebracht waarmee een begrenzing ingestelddient te worden behorende bij de warm waterklasse vanhet toestel (zie tabel 3). Sluit de leidingen volgens de gel-dende voorschriften aan. Pas een zogenaamde ”inlaat com-binatie” toe in de koudwater toevoerleiding, waarbij deoverstortleiding gecombineerd kan worden met de condensafvoerleiding van de ketel. Uitsluitend bij de HRT 42/54 dient de bijgesloten meng-automaat volgens onderstaande afbeelding te wordengemonteerd. 1 = sifon2 = cv-aanvoer3 = warm sanitair4 = gas5 = koud sanitair6 = cv-retour7 = aftapkraan8 = manometer9 = kabeldoorvoer (3x)10 = sifonafvoerWarm tapwater van cv-ketelWarm tapwatermengtemperatuurKoud water vandrinkwaternetKoud water naar cv-ketel9Figuur 4 Aansluitingen leidingen cv-ketelvvvv.
3. 12 Naverwarming zonneboilerIndien de combiketel toegepast wordt voor het naverwar-men van een zonneboiler dient de combiketel ’s zomersingeschakeld te blijven, om ”Legionella” bacterie vormingte voorkomen. Er moet op gelet worden dat de maximale ”koud water”inlaattemperatuur niet boven 75 °C kan komen. Dit zalaanleiding kunnen geven tot verbrandings mogelijkheidvoor de gebruiker. Om het probleem van een te hogewarm watertemperatuur te voorkomen, moet een meng-automaat in de warm waterleiding tussen de zonneboileren ketel worden gemonteerd. Wel kan als optie een stro-mingsschakelaar worden geleverd om tapwater detectie teactiveren bij boilers waarbij sprake is van onvoldoendegelaagdheid (artikelnummer 545-1850). 3. 13 VorstbewakingHet toestel bezit een ingebouwde vorstbewaking die decv-pomp in bedrijf stelt bij een ketelwatertemperatuur van8 °C.
Bij een ketelwatertemperatuur van 5 °C wordt tevensde brander ontstoken totdat de aanvoertemperatuur 10 °Cbedraagt. 3. 14 Gasleiding aansluitenDe gasaansluiting op het toestel is niet maatgevend voorde diameter van de binnenhuisaansluiting. Raadpleeghiervoor de installatie-eisen. Controleer de gasleiding op dichtheid. Pers de gastoevoer-leiding af tot aan de afsluitkraan. De gasklep is niettegen de hoge testdruk bestand omdat de klep voor eenmaximale werkdruk tot 60 mbar is gemaakt. Uitsluitend voor het afpersen van de gasleiding en klep,om de gasdichtheid te testen, mag een kortstondigepersdruk van maximaal 100 mbar worden toegestaan. Ontlucht de gasleiding zorgvuldig in de open lucht, voordathet toestel voor de eerste maal in gebruik gesteld wordt.
10De mengautomaat is vanuit de fabriek ingesteld op 60 °Com warm water te kunnen tappen volgens CW klasse 6specificaties en mag daarom ook niet worden versteld. Om binnen 30 seconden een tapwatertemperatuur van45 °C of hoger te verkrijgen, dient de warm waterleidingtussen de ketel en het keuken tappunt niet langer te zijndan ca. 20 meter.
Het klasse 6 toestel (HRT 42/54) leent zichvoor gelijktijdig tappen. Hierbij dient voor ieder warmwatertappunt een instelmogelijkheid aanwezig te zijn. Deze dient zodanig ingesteld te worden dat de optelsomvan de ingestelde tapwaterhoeveelheid niet hoger wordtdan 15 liter/min. Toepassing van een circulatie systeem isniet mogelijk. 3. 11 PompschakelingAfhankelijk van de gekozen uitvoering van het toestel,kunnen verschillende soorten pompen in het toestelworden aangetroffen. In de HRT is Grundfos UPS 15-60 HBingebouwd. Stand I II IIIHRT 20/22 X goed goedHRT 24/28 X goed goedHRT 30/36 X goed goedHRT 36/42 X goed goedHRT 42/54 X goed goed3. 11. 1 Aan/uit pompDe pomp bezit een toerenschakelaar, die af fabriek op dehoogste stand is ingesteld. Bij de toestellen HRT 20/22,HRT 24/28, HRT 30/36 en HRT 36/42 zal veelal stand IIvoldoende zijn. Let op:Stand I niet toepassen, i. v. m.
deel van de ventilatielucht door de ’eerste aansluiting’ naarde ketel. wDe rookgassen komen via de ’andere aanslui-ting’ terug in het koppelstuk. eDe mix van ventilatieluchten rookgassen verlaat het koppelstuk aan de zijde van hetRVS deel, welke wordt aangesloten op het afvoerkanaal r. 4. 4 MontageHet koppelstuk kan onafhankelijk van de cv-ketel wordengemonteerd. Het koppelstuk wordt normaliter direct bovende ketel gemonteerd en maakt zodanig onderdeel uit vanhet kanalensysteem dat het bevestigen met beugels ookvia de kanalen kan plaatsvinden. De montage van het koppelstuk in het kanalensysteemwerkt als volgt:◆Bepaal de opstelling van de ventilatie-unit en de ketel. Zowel de ventilatie-unit als de cv-ketel kunnen eventu-eel in het werk worden gespiegeld. ◆Bepaal de exacte plaats van het koppelstuk, afhankelijkvan het kanalenverloop van de ventilatieunit en hetafvoerkanaal.
◆Bepaal het juiste kanalenverloop van het RVS, aluminium of daarvoor geschikte kunststof Ø80 mmluchtaanzuigkanaal tussen het koppelstuk en de cv-ketel en monteer deze. ◆Bepaal het juiste kanalenverloop van het RVS Ø80 mmrookgasafvoerkanaal tussen de ketel en het koppelstuken monteer deze. ◆Controleer de stromingsrichting van het koppelstuk. ◆Controleer of de klep bij horizontal plaatsing automatisch dichtvalt. ◆Monteer het koppelstuk op de twee Ø80 mm kanalendie op de ketel zijn gemonteerd. ◆Het koppelstuk dient horizontaal waterpas gemonteerdte worden. ◆Monteer het kanaal tussen de ventilatie-unit en hetkoppelstuk. Gebruik hier dampdicht geïsoleerde kanaal-elementen voor. ◆Monteer het gemeenschappelijke afvoerkanaal vanafhet koppelstuk naar het collectieve afvoerkanaal (hoogbouw situatie). Dit kanaal moet op afschot vanminimaal 5 mm per meter aflopend zijn naar de ketel. 4.
Zowel de ventilatie-installatie als de ketel hebbeneen toe- en afvoerkanaal van en naar buiten nodig. Het koppelstuk combineert de afvoer van de ventilatie-installatie met de toe- en afvoer van de ketel. Zo is er alleennog een toe- en afvoerkanaal nodig voor de ventilatie-installatie. 114Koppelstuk type VKK4. 2 LeveringsomvangIn de verpakking van het koppelstuk treft u de volgendeonderdelen aan:◆1 stuks koppelstuk type VKK◆montage-instructieLet op:Het koppelstuk type VKK mag alleen gebruikt worden incombinatie met een Itho cv-ketel type Kli-Max HRT. /. VKK en de Itho HRU ECO-fan 3 vanaf versie 009. 4. 3 WerkingHet koppelstuk wordt boven de Kli-Max cv-ketel gemon-teerd. De Itho ventilatie-unit zuigt de verse buitenlucht aanvia een buitenmuurrooster of via een kanaal in de schacht(hoogbouwsystemen).
De aansluiting van de 2 aderige kabel van de cv-ketel op hetkoppelstuk wordt als volgt gemonteerd:◆Aan de cv-ketel type HRT. /. VKK is een 2 aderige kabelbevestigd voorzien van een connector. ◆Trek de 2 aderige kabel zover mogelijk (tot aan de aan-slag) uit de cv-ketel. ◆Sluit de connector aan de kabel aan op de connector ophet koppelstuk type VKK. 124. 5 KanalenDe gemonteerde kanalen dienen volgens de geldendenormen, eisen en installatievoorschriften te wordengemonteerd. Doorvoeren van kanalen naar de schachtmoet voldoen aan de eisen in het bouwbesluit § 2. 11. 1Artikel 2. 83 schacht, koker of kanaal, § 2. 13. 1 Artikel 2. 106eventueel aangevuld met de plaatselijke brandweervoor-schriften. Alle toegepaste materialen ten behoeve van hetgemeenschappelijke afvoerkanaal dienen te zijn voorzienvan het QA keur.
De kanalen dienen dampdicht en ther-misch te worden geïsoleerd (niet hygroscopisch) of dubbel-wandig te zijn uitgevoerd om condensaat op deze kanalente voorkomen. HoogbouwMonteer het afvoerkanaal vanaf het koppelstuk naar hetcollectieve afvoerkanaal op van minimaal 5 mm perafschotmeter aflopend naar de cv-ketel. De maximale overdruk vanhet gemeenschappelijke afvoerkanaal mag niet hoger zijndan 14 Pa. Gebaseerd op 100% gelijktijdigheid en een stijg-kanaal zonder verjongingen. Onder aan het gemeenschap-pelijke afvoerkanaal moet een condensafvoer op het rioolworden aangesloten. Afwijkingen kunnen uitsluitend naoverleg met Itho. 4. 6 Kanaal voorbeeldenEen situatie waarbij de luchttoevoer vanuit de gevel wordtaangezogen en de luchtafvoer via een kanaal naar het dakwordt geleid, heeft verreweg de voorkeur.
Indien luchttoevoer vanuit de gevelniet mogelijk is, kan er gebruikgemaakt worden van een centraaltoevoerkanaal. Hierbij moet geletworden op voldoende afstandtussen de luchttoevoer en de lucht-afvoer i. v. m. de verdunningsfactor(zie NEN 1087). Situatie waarbij de luchttoevoer ende luchtafvoer via twee aparte kana-len naar het dak wordt geleid.
4.7 Maatschets VKK134.8 Maatschets aansluitingenAfvoer ventilatielucht : Ø150 mm inwendig (hulpstukmaat): Ø180 mm uitwendigRookgasafvoer : Ø150 mm inwendig (hulpstukmaat)Aanzuig van ketel : Ø80 mm inwendigRookgasafvoer van ketel : Ø80 mm uitwendigDakkapFiguur 5 Maatschets VKKC2245n190150n152.2inw.40 0.4n80120370n80 1560C2n150n180n90R565~BovenstedeflectorplaatOnderstedeflectorplaatWindringdeflectorDiffusorKanaalD=100%140%230%230%170%50%70%35%10%20~4.9 Tabel kanaaldiameterIn tabel 4 wordt rekening gehouden met een gelijk-tijdigheid op het luchtdebiet van 100% en een maximaledruk op het koppelstuk type VKK van 14 Pa.Deze tabel mag uitsluitend worden toegepast onder devolgende voorwaarden:◆standaard toepassing van een diffusor volgens tabel◆de genoemde kanaaldiameter geld voor het gehele stijg-kanaal◆het afvoerkanaal moet volledig verticaal zonder enigeversleping zijn uitgevoerd◆per verdieping mag slechts 1 cv-ketel worden aan-gesloten◆maximale verdiepingshoogte is 3 meter◆het afvoerkanaal moet voldoen aan het Gastec QAkwaliteitsnorm◆gebruik van een apart afvoerkanaal en een aparttoevoerkanaal◆onderstaande tabel heeft betrekking op een collectiefafvoerkanaal en luchttoevoer uit de gevel◆bij collectieve afvoer- en toevoerkanaal diameter volgenstabel +15% (geen CVL systemen)Alle afwijkingen op bovenstaande moeten vooraf wordenoverlegd met Itho bv.
Tabel 5 Verklaring elektrische aansluitingenOp de aanwezige klemmenstrook, (figuur 6), kunnen volgende onderdelen worden aangesloten:1-2 PWM-pompkabel voor het modulerende signaal ten behoeve van een modulerende sanitair- of cv-pomp. 3-4 Buitenvoeler. Indien gewenst, kan de regeling van de cv-installatie op basis van de buitentemperatuur geregeldworden. Als de buitentemperatuur daalt, zal de ketelwatertemperatuur verhoogd worden en dalen bij een stijgingvan de buitentemperatuur. Externe invloeden en interne warmtebelasting, zoals de ”zon” in de kamer of een openhaard hebben geen invloedop de watertemperatuur van de cv-ketel. Deze regeling kan aangevuld worden met een kamerthermostaat. Indien geen kamerthermostaat toegepast wordt, moet een draadlus of klok tussen de klemmen 5 en 6 aan-gebracht worden. 5-6 Aan-uit kamerthermostaat.
Hier kunnen klok- of normale kamerthermostaten worden aangesloten. Het warmte-versnellingselement van de aan-uit-thermostaat dient afgesteld te worden op 0,12 A. De maximaal toelaatbareweerstand van het circuit van de kamerthermostaat mag niet meer dan 10 Ohm. bedragen. Let op:Geen OpenTherm® kamerthermostaat aansluiten. 7-8 OpenTherm® kamerthermostaat. Itho heeft een serie zgn. OpenTherm® thermostaten in het programma, waarmee de ketel volledig modulerend geregeld kan worden. 9-10-11 Externe driewegklep. Indien een externe driewegklep aangesloten wordt voor b. v. een indirect gestookte boilerdient hierop een (Honeywell VC8010MF6004) dwk te worden aangesloten; driewegklep klem 2 verbinden met klem 9 op ketel. driewegklep klem 3 verbinden met klem 10 op ketel. driewegklep klem 6 verbinden met klem 11 op ketel. 5.
1 Aansluiting netspanningDe Itho Kli-Max is voorzien van een randaarde netstekker. Het toestel dient dan ook op een wandcontactdoos metrandaarde te worden aangesloten. Indien een beschadigingis opgetreden aan deze kabel, dient deze in z’n geheel teworden vervangen. De doorsnede bedraagt 3x 0,75 mm2.
Uiteraard dient de elektrische installatie te voldoen aan degeldende voorschriften (zie pagina 1). Voor de overige elek-trische aansluitingen is in het toestel een klemmenstrookaanwezig. 155Montage-instructie electriciënLet op:Bij beschadiging en of vervanging van het randaardesnoer, dient dit onderdeel bij Itho besteld te wordendaar het een speciaal snoer betreft. Er dient op gelet teworden dat het stopcontact voor dit netsnoer te allentijde bereikbaar is, ten behoeve van bv. servicewerk-zaamheden zodat het toestel stroomloos gemaakt kanworden. 5. 2 Aansluitingen klemmenstrook Figuur 6 Elektrische aansluitklemmen.
9-10 24 VAC. Voor externe regelingen, indien de wens aanwezig, om een stroombron van 24 VAC te hebben. Hiertoe dienen de klemmen 9 en 10 van de klemmenstrook te worden gebruikt. Let op:Het maximaal aangesloten opgenomen vermogen mag niet hoger zijn dan 3VA. 12-13 Externe boiler. De externe boiler kan met een sensor (NTC) of een thermostaat worden aangesloten op de ketel. Indien een sensor wordt aangesloten, kan de boilertemperatuur op het keteldisplay worden afgelezen. Voor de juiste instellingen van de ketelregeling, dienen de volgende handelingen te worden verricht:a. Sluit nog geen spanning aan op de ketelb. Neem de koudwatersensor (S3) op de tapspiraal los bij de stekker verbindingc. Sluit de externe driewegklep aan op de klemmenstrook 9, 10 en 11d. Sluit de kamerthermostaat of buitentemperatuurregeling aane. Sluit de boilersensor of thermostaat aan op de klemmen 12 en 13f.
Schakel de 230 Volt aansluiting van de ketel in, waarna het display een ”7” (gedurende 1 minuut) en een ”5”(gedurende 1 minuut) toont: het ontluchtprogrammag. Gedurende dit ontluchtprogramma kan de ketelregeling geprogrammeerd te worden voor de juiste regeling vandeze externe boiler (zie pag. 20) programma nr. 1 naar 3h. Na dit programmeren en na het ontluchtprogramma, gaat het toestel functioneren; maak hierna de ketelstroomloosi. Op de klemmenstrook is bij klem ”9” met een gemeenschappelijke aderhuls, een gele en een rode draad aangesloten; neem deze dubbele aansluiting weg, zodanig dat de dikke rode kabel achterblijft in de kroonsteen. De rood/gele draad wordt niet weer aangesloten; kan afgeïsoleerd wordenj.
Hierna de 230 V voeding weer aansluiten, waarna het toestel in bedrijf komt voor de boilerTapwaterfunctie uitzetten (niet voor externe boiler)Indien bij een combitoestel de tapwaterfunctie en het warmhouden van de tapspiraal, uitgezet dient te worden(bv. in vakantiewoningen) kan een schakelaar (aan/uit) aangesloten worden op de klemmen 12 en 13.
Bij een gesloten stand van de schakelaar is de tapwaterfunctie uitgeschakeld, terwijl bij de open stand, de tapwaterfunctie wordt geactiveerd. Er behoeven in dit geval geen instellingen in de branderautomaat te worden gewijzigd. N-L-PE Hierop wordt de 230 VAC voor een externe pomp aangesloten; dit kan in combinatie met het PWM signaal aangesloten worden op de klemmen 1 en 2. Let op:De aangesloten externe pomp draait ook tijdens tapwaterbedrijf. FasegevoeligheidHet toestel is niet fasegevoelig. 16.
Indien het toestel functioneert, zal eerst een ”–” tekengetoond worden, totdat de werking van de cv-ketelgestopt is. Daarna verschijnt de eerste parameter inhet servicevenster, waarna de diverse parametersopgeroepen kunnen worden, door telkens op de ”service” knop te drukken. Met de ”+” en ”–” knop kaneen parameter worden aangepast. Dit installateurmenu kan worden verlaten door de”Reset” knop zolang in te drukken dat de rode storingsLed boven deze knop dooft. Hierdoor worden de gewij-zigde parameters automatisch opgeslagen. Indien ditniet gewenst is, wordt dit servicemenu na 1 minuutwachten automatisch verlaten zonder dat gewijzigdeinstellingen worden opgeslagen. 2. Gelijktijdig de ”Service” en ”+” 3 sec. indrukken = Gasklep afstel positie gedurende 10 minuten, (hierbijwordt een ”h” getoond in het display).
Door hiernade ”+” of ”–” toets in te drukken, kunnen de hoog enlaagstand toerentallen ingesteld worden. Het dubbeldisplay geeft het toerental aan in honderdtallen (bv. 20 betekent 2000 omw/min). Het gelijktijdig indrukken van ”+” en ”–” toets heft deinstelling van toerentallen op en het toestel functioneertautomatisch. 3. Gelijktijdig de ”Service” en ”–” gedurende 3 sec. ingedrukt houden (=Storing 0). In deze situatie kan methet juiste software programma en een computer, eengewijzigd software programma ”geladen” worden ofgewijzigd (alleen door fabrikant). 4. Indien de knop met indicatie ”TAP” wordt ingedrukt,wordt afhankelijk van de status van de ketel het navol-gende getoond:◆indien niet wordt getapt de warmhoudtemperatuurvan de interne warm watertapspiraal. ◆tijdens tappen wordt: de warm tapwateruitstroomtemperatuur getoond. 6.
* Bij een langere periode ”regelstop” (ketel gaat nietbranden), zal bij een aangesloten buitenvoeler, destooklijn te laag zijn ingesteld – zie hiervoor hetInstallateursprogramma (pagina 19). Tevens kan bijonvoldoende circulatie over het cv-circuit of een te lagevuldruk deze melding optreden. 6. 1. 2 BedieningsknoppenDe knoppen geven toegang tot verschillende mogelijk-heden tot instelling en controle van het toestel. Het issteeds een combinatie van verschillende knoppen. Devolgende combinaties kunnen worden toegepast:1. Gelijktijdig de ”Service” en ”Reset” 3 sec. indrukken (= Toegang tot installateur menu). Na het indrukken van deze knoppen, zal het status-venster een ”0” tonen, terwijl ook in het temperatuurvenster een ”0” verschijnt. Met behulp van de ”+” of ”–”knop dient in het temperatuur display de code met dewaarde ”8” ingesteld te worden.
*A OpenTherm® Cascademanager 0 … 99 kW 24 kW*C stappen modulatie 0 = stappen modulatie cv is uit 11 = stappen modulatie cv is actief; stappen van 5 minuten2 = idem, stappen van 10 min. 3 = idem, stappen van 20 min. *D cv-regeling 0 = kamer- of klokthermostaat 01 = schakelklok*E maximaal aanvoer temperatuur cv-bedrijf 30 °C – 85 °C 85 °C*F keteltype 1: HRT 20/22 24/28 Type 12: HRT 30/36 t/m HRT 36/423: HRT 20/22 VKK t/mHRT 30/36 VKKHRT 42/54 zie opmerking onder de tabelTabel 7 Instellingen parametersLet op: Voor ketel type HRT 42/54 dient een branderautomaat met artikel nummer 545-20602 worden toegepast. Na wijziging van parameters kan dit programma verlaten worden door de ”Reset” toets zolang in te drukken, tot destoringsindicatie dooft. Programmanummer *F op type 2.
6. 4 Verklaring bij de instelmogelijkheden voor de installateur6. 4. 1 Programma nummer 1: Keteltype:◆voor de standaard combiketel dient hier het cijfer ”0”ingetoetst te worden◆indien een externe boiler met eigen opwarmspiraalen een externe driewegklep wordt toegepast, dient hetcijfer ”3” te worden geprogrammeerdTen aanzien van de driewegklep dient een Honeywell driewegklep, type VC 8010MF6004 aangesloten te wordenop de klemmenstrook, terwijl de klep zodanig in het circuitgemonteerd wordt, dat de poort gemerkt met ”B” aan-gesloten wordt op het boiler-circuit, poort ”A” derhalve ophet cv-circuit, en de ”AB” poort op de cv-ketel. 6. 4. 2 Programma nummer 2: PompactieHierbij kan worden gekozen voor het nadraaien van de cv-pomp ten behoeve van de cv-installatie.
Dezeprogrammering heeft geen invloed op het nadraaien vande pomp, na het warm water tappen: deze nadraaitijd isvastgelegd in parameter ”9”. Voor een nadraaitijd van de pomp voor de cv-installatie,hiertoe cijfer ”0” programmeren. De lengte van de nadraai-tijd wordt vastgelegd onder parameter ”8”. Indien voorcontinue draaien van de pomp wordt gekozen (bv. vloer-verwarming), dient cijfer ”1” geprogrammeerd te worden. 6. 4. 3 Programma nummer 3: Max.
6. 4. 5 Programma nummer E, 5, 6 en 7Instelling stooklijnEen stooklijn wordt getrokken door twee punten, die vastgelegd worden bij een bepaalde buitentemperatuur ende bijbehorende gewenste aanvoertemperatuur van het cv-water. Hieronder volgen stapsgewijs de aanwijzingenom deze stooklijn te bepalen. 1 e. stooklijn punt bij laagste buitentemperatuur. STAP 1. Als eerste dient bepaald en ook vastgelegd teworden wat de maximale aanvoertemperatuur (ontwerptemperatuur transmissie berekening) dient te zijn in dewinterperiode. Deze temperatuur kunt u instellen metbehulp van programma nummer ”E”, (temperatuur kaningesteld worden tussen 18 °C en 85 °C). U kiest bv. 75 °C enbevestigen met het indrukken van de ”Service” toets. STAP 2. Nu dient de bijbehorende buitentemperatuur,waarbij de maximale aanvoertemperatuur gewenst wordt,geprogrammeerd te worden.
Druk nu zo vaak op de ”Service” toets, tot het Programmanummer 6 wordt weergegeven. Stel hier de buitentempera-tuur in (bv. –15 °C, dit is dus de temperatuur die genomen isvoor de transmissie berekening). Hiermee is het eerste puntvan de stooklijn vastgelegd. 2 e. stooklijn punt bij een hogere buitentemperatuur. STAP 3. Vervolgens dient de buitentemperatuur bepaald teworden, waarbij geen verwarming meer nodig is, bv. 15 °C. Hierbij dient programma nummer 7 ingesteld te worden opde waarde van 15 °C. STAP 4. Als laatste stap dient de aanvoertemperatuurbepaald te worden bij deze gekozen buitentemperatuur. Hiertoe dient het programma nummer 5 geprogrammeerdte worden, bv. 15 °C. Bij gebouwen met een zware bouw-wijze zal het nodig zijn om het toestel langer te latendoorbranden. In deze gevallen wordt bv. 25 °C buiten-temperatuur gekozen.
Zoals uit de bijgaande tekening blijkt bij punt ”1”, zal destooklijn, ook bij lagere buitentemperaturen een steedshogere aanvoertemperatuur instellen, maar de instellingbij Programma nummer ”E”, verhindert dit: de ingesteldetemperatuur wordt niet overschreden. Bij punt ”2”, zal de cv-ketel niet meer branden. 21.
Hierdoor zal het rendement van de ketel tijdens deaanwarming steeds hoger zijn dan 100% en gedurendede dagperiode steeds het meest optimale vermogenhebben. En voorkomt dat er een ongewenste schomme-lingen in de temperatuur van de woning plaats vindt. b. Bij een ”OpenTherm®” thermostaatIndien de berekende watertemperatuur van de thermo-staat wordt bereikt, wordt het stappenprogramma verlaten, en zal de ”OpenTherm® ” thermostaat de rege-ling van de ketel overnemen, en wordt het vermogenvan de ketel aangepast aan de warmtebehoefte. Deketel zal optimaal moduleren en de ruimte temperatuurwordt uiterst constant gehouden. 6. 4. 10Programma nummer d: cv-regelingVrijwel alle denkbare regelingen voor de cv-installatiekunnen worden aangesloten of geactiveerd en zullen automatisch gedetecteerd worden door de brander-automaat.
Er is echter een verschil gemaakt tussen deregeling op basis van een eenvoudige schakelklok eneen normale kamerthermostaat. Bij toepassing van eenschakelklok, dient dit te worden geprogrammeerd, onderhet programma nummer d. Hierbij een overzicht van de aansluitmogelijkheden en dewerking ervan voor de cv-installatie. 1. Eenvoudige dag/nacht schakelklok met een dag- of eenweekprogramma, in samenwerking met de in de ketelingebouwde buitentemperatuur regeling en de buiten-temperatuur voeler (dus geen ruimte voeler in eenvertrek). ◆Hierbij wordt geen kamerthermostaat toegepast. ◆Het is noodzakelijk iedere radiator te voorzien vaneen thermostatische radiatorkraan en de installatiete voorzien van een bypassleiding. ◆Schakelklok aansluiten op poort 5 en 6 van de klem-menstrook in de ketel. ◆Buitenvoeler aansluiten op de klemmenstrook in deketel, poort 3 en 4.
◆Indien het schakelcontact wordt geopend (nacht-verlaging), zal er automatisch een nachtverlaging met2,5 °C kamertemperatuur worden verkregen door eenin de branderautomaat geprogrammeerde waarde. Deze kan uitsluitend door de fabrikant wordengewijzigd. ◆Bij een eerste warmtevraag (bv. de aanwarming) zalde stooklijn gedurende één uur met ca. 5 °C verhoogdworden (Boosterfunctie) om de woning snel op tem-peratuur te brengen. Het stappenprogramma dientdan niet geactiveerd te zijn. 6. 4. 6 Programma nummer 8:Nadraaitijd pomp voor cv-bedrijfHierbij wordt de nadraaitijd van de pomp vastgelegd,nadat de cv-warmtevraag is geëindigd. Standaard is dezeop 3 minuten geprogrammeerd. 6. 4. 7 Programma nummer 9: Nadraaitijd pomp voor ww-bedrijfHierbij kan de nadraaitijd van de pomp, na het op warmenvan de ingebouwde warmwatervoorziening, vastgelegdworden.
Instellingen zijn mogelijk tussen 0 en 900 seconden (15 minuten). Standaard bedraagt deze tijd60 seconden (1 minuut). In het display wordt deze tijdzonder één 0 weergegeven. 6. 4. 8 Programma nummer A: OpenTherm® CascadeIndien meer dan één cv-ketel wordt toegepast voor een cv-installatie, kan voor de regeling van deze ketels, de cascademanager functie van een OpenTherm® Regeling wordentoegepast (zie hiertoe de gegevens van de leveranciers vandeze OpenTherm® regelingen). In dit geval dient de maxi-male cv-belasting van elk aangesloten toestel te wordeningesteld. Ingesteld kan worden tussen 0 en 900 kW. Standaard is ingesteld 24 kW. Deze waarde dient, afhanke-lijk van het vermogen van de toegepaste ketels, te wordenaangepast (zie typeplaat van de betreffende cv-ketel). 6. 4.
9 Programma nummer C: Stappen modulatieDeze parameter biedt de mogelijkheid de verhoging vanhet vermogen tijdens het aanwarmen van de installatie,in stappen te verhogen, zodanig, dat gedurende deze aanwarming het toestel continue condenseert en dus eenhoog rendement heeft.
Dit stappenprogramma bestaat uit 6 stappen, met eenprogrammeerbare tijdslengte:C 0 = geen stappen, dus aan-uit op basis van de kamer-thermostaatC 1 = 6 stappen met elk een tijdsduur van 5 minutenC 2 = 6 stappen met elk een tijdsduur van 10 minuten(fabieksinstelling)C 3 = 6 stappen met elk een tijdsduur van 20 minutenBij iedere stap wordt het vermogen met 20% verhoogd,beginnend bij het minimale vermogen. De ketel start dusmet het laagste vermogen en verhoogt dit vermogen iedere”5, 10 of 20” minuten, met 20%, totdat het maximalevermogen is bereikt, of de ketel beëindigt dit programmaomdat de installatie op temperatuur is gekomen. a. Bij een aan-uit kamerthermostaat:Bij geen warmte vraag, telt dit programma met dezelfdetijdsintervallen terug totdat er een hernieuwde warmte-vraag aanwezig is. Het toestel start dan met hetvermogen wat behoort bij de teruggetelde tijd. 22.
◆Instellingen parameters dienen gewijzigd te worden. De anderen kunnen ongewijzigd blijven (fabrieks-instelling): 1-0; 2-0; 3-80; 4-99; 5,6,7 en E zijn destooklijn instellingen; 8-3; 9-6; A-24; d-0. C-0;2. Een aan/uit kamerthermostaat (of klokthermostaat),in samenwerking met de in de ketel ingebouwde buiten-temperatuur regeling en de buitentemperatuur voeler. ◆Kamerthermostaat aansluiten op 5 en 6 van de klem-menstrook in de ketel. ◆Buitenvoeler aansluiten op klemmenstrook 3 en 4 vande ketel. ◆Bij deze vorm van regeling functioneert de kamer-thermostaat als ”vangnet”. Indien het te warm wordtin het vertrek waar de thermostaat is gemonteerd,opent de thermostaat en wordt de ketel uitgezet. Indien de kamerthermostaat te frequent schakelt,dient de stooklijn verlaagd te worden. ◆De aanvoertemperatuur wordt bepaald door deingestelde stooklijn.
◆De nachtverlaging kan met de hand via de kamer-thermostaat ingesteld worden of via de klok van eenklokthermostaat. ◆Bij een eerste warmtevraag (bv. de aanwarming ) zalde stooklijn gedurende één uur met ca. 5 °C verhoogdworden (Boosterfunctie) om de woning snel optemperatuur te brengen. Het stappenprogrammadient niet geactiveerd te zijn. ◆Instellingen van de parameters dienen gewijzigdte worden, de anderen kunnen ongewijzigd blijven(fabrieksinstelling ): 1-0; 2-0; 3-80; 4-99; 5,6,7 en E zijnde stooklijn instellingen; 8-3; 9-6; A-24; C-0; d-0. ◆Indien in plaats van een klokthermostaat een sepa-rate schakelklok in combinatie met een aan/uitkamerthermostaat en de buitentemperatuur regelingwordt toegepast, dient geprogrammeerd te wordenvolgens 2. 3. Een OpenTherm® klokthermostaat in samenwerking metde in de ketel ingebouwde buitentemperatuur regelingen de buitentemperatuur voeler.
◆Behoudens het mogelijk anders instellen, van de doorde fabrikant reeds voorgeprogrammeerde stooklijn,behoeven er geen parameters gewijzigd te worden. ** Het goed functioneren van deze installatie hangt afvan de OpenTherm® kamerthermostaat. Als deze een stooklijn regeling ondersteunt, dan wordtde buitentemperatuur in de regeling van de thermo-staat verwerkt en ingesteld. 234. Een kamer of klokthermostaat op de ketel aansluiten(zonder buitentemperatuur compensatie). ◆Kamerthermostaat aansluiten op klem 5 en 6 van deklemmenstrook in de ketel. ◆Behoudens het mogelijk anders instellen van de doorde fabrikant reeds voorgeprogrammeerde waardenbehoeven er geen parameters gewijzigd te worden. 5. Een OpenTherm® (klok)thermostaat op de ketelaansluiten (zonder buitentemperatuur compensatie). ◆OpenTherm® thermostaat aansluiten op klem 7 en 8van de klemmenstrook in de ketel.
◆Behoudens het mogelijk anders instellen van de doorde fabrikant reeds voorgeprogrammeerde waardenbehoeven er geen parameters gewijzigd te worden. 6. 4. 11Programma nummer E: maximale aanvoer-temperatuur cv-bedrijfHiermee wordt de maximale aanvoertemperatuur van decv-ketel vastgelegd. 6. 4. 12Programma nummer F: branderautomaat instellen voor ketel typeHiermee kan de branderautomaat geprogrammeerdworden voor het juiste type ketel. Zie tabel 7, programma-nummer F. 6. 5 Ketel en installatie vullen en ontluchtenVul de cv-ketel en de verwarmingsinstallatie door middelvan de in de installatie geplaatste vul- en aftapkraan. De juiste vuldruk dient te liggen tussen 1 en 2 bar. Om corrosie van de cv-installatie te voorkomen, dient op devolgende aspecten gelet te worden:a. Het vulwater, gebruik geen toevoegingen aan het cv-water.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Itho-Daalderop Kli-Max HRT 20-22 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding CV Ketel Itho-Daalderop
Handleiding CV Ketel
Nieuwste handleidingen voor CV Ketel