Inventum AC702W Handleiding

Inventum Airco AC702W

Bekijk gratis de handleiding van Inventum AC702W (80 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen. Heb je een vraag over Inventum AC702W of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/80
mobiele airconditioner
MOBILE AIR CONDITIONER
MOBILES KLIMAGERÄT
CLIMATISEUR MOBILE
AC702W
gebruiksaanwijzing
instruction manual
Gebrauchsanleitung
mode d’emploi

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Inventum
Categorie: Airco
Model: AC702W

Handleiding Inventum AC702W – volledige tekst

• Lees eerst de gebruiksaanwijzing aandachtig en geheel door voordat u het apparaat gaat gebruiken en bewaar deze zorgvuldig voor latere raadpleging.• Gebruik geen middelen die het ontdooiproces versnellen of reinigingsmiddelen, dan deze die door de fabrikant zijn aanbevolen.• Berg het apparaat op in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijv. een open vlam, ingeschakeld gastoestel of een ingeschakeld elektrisch verwarmingstoestel).• Niet doorboren of verbranden.• Opgelet, bepaalde koelmiddelen bevatten geen geur.• Installeer, gebruik en bewaar het apparaat in een ruimte met eenvloeroppervlak van minstens 7 m2 (voor 7000Btu/h).• Installeer dit apparaat enkel wanneer het voldoet aan de lokale/ nationale wetgeving, regelgeving en normen.

BELANGRIJK• Dit apparaat is bedoeld om gebruikt te worden als een airconditioner in woningen en is alleen geschikt voor gebruik binnenshuis in woonkamers, keukens en garages op droge plaatsen, in normale huishoudelijke omstandigheden.• Gebruik het apparaat nooit met een beschadigd snoer of stekker. Klem het snoer nooit af en voorkom contact met scherpe kanten.• De installatie moet volledig in overeenstemming zijn met deter plaatse geldende voorschriften, bepalingen en normen.• Het apparaat is uitsluitend geschikt voor gebruik op droge plaatsen, binnenshuis.• Controleer de netspanning.• Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor een geaard stopcontact, aansluitspanning 220-240 Volt/ ~50 Hz.• Het apparaat MOET altijd geaard worden aangesloten.

Alsde stroomvoorziening niet geaard is, mag u het apparaat absoluut niet aansluiten.• De stekker moet altijd makkelijk toegankelijk zijn als het apparaat is aangesloten.Nederlandsveiligheidsvoorschriften14 • Nederlands

•Vervoer het apparaat altijd rechtop en plaats deze op een stabiele, vlakke ondergrond tijdens het gebruik. Als het apparaat liggend is vervoerd, dient u deze gedurende 6 uur recht op te laten rusten voordat u de stekker in het stopcontact steekt. • Laat de elektrische installatie controleren door een erkend vakman als u er niet zeker van bent dat alles in orde is. • Installeer het apparaat op een stevige, vlakke vloer die sterk genoeg is om een gewicht tot 50 kg te dragen. Installatie op een zwakke of oneven vloer kan resulteren in schade aan uw eigendommen of persoonlijk letsel. • De luchtinlaten en luchtuitlaten nooit afdekken. • Leeg het waterreservoir via het wateraftappunt voordat u het apparaat verplaatst. • Breng het apparaat nooit in contact met chemicaliën. • Steek geen vingers of voorwerpen in de openingen van het apparaat. • Breng het apparaat nooit in contact met water.

Het apparaat niet met water besproeien of onderdompelen in verband met kortsluitingsgevaar. • Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact voordat het apparaat of een onderdeel ervan moet worden schoongemaakt of vervangen. • Sluit het apparaat NOOIT aan met behulp van een verlengsnoer. Is een geschikt geaard stopcontact niet voorhanden, laat dit dan installeren door een erkend elektricien. • Wees uit veiligheidsoverwegingen altijd voorzichtig met kinderen in de buurt van dit apparaat, zoals met ieder elektrisch apparaat. • Gebruik het apparaat niet wanneer de stekker, het snoer of het apparaat beschadigd is, of wanneer het apparaat niet meer naar behoren functioneert of wanneer het gevallen of op een andere manier beschadigd is. Raadpleeg dan de winkelier of onze technische dienst. In geen geval de stekker of het snoer zelf vervangen.

• Haal altijd de stekker uit het stopcontact als het apparaat niet wordt gebruikt. • Een beschadigd elektriciteitssnoer alleen laten vervangen door de leverancier of een bevoegd persoon/servicepunt.

• Het apparaat buiten bereik van kinderen houden. Kinderen beseffen de gevaren niet, die kunnen ontstaan bij het omgaan metelektrische apparaten. Laat kinde ren daarom nooit zonder toezicht met elektrische apparaten werken. Houd het apparaat enhet snoer buiten bereik van kinderen jonger dan 8 jaar. Nederlands • 5.

• Het apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouderen door personen met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale vermogens of gebrek aan ervaring of kennis, wanneer zijhet apparaat onder toezicht gebruiken of zijn geïnstrueerd over het veilige gebruik ervan en zij de daaruit voortkomende gevaren begrijpen. • Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. • Het apparaat mag niet door kinderen worden gereinigd of onderhouden, tenzij dit onder toezicht gebeurt. LET OP. • De ruimte waarin dit apparaat wordt gebruikt nooit volledig luchtdicht afsluiten. Dit voorkomt onderdruk in deze ruimte. Negatieve druk (=onderdruk) de veilige werking van geisers, afzuigkappen, ovens e. d. ontregelen. • Het niet volgen van de aanwijzingen kan leiden tot het vervallen van de garantie op het apparaat. • Til het toestel altijd met twee personen.

• Zorg er altijd voor dat het apparaat op een stevige, vlakke ondergrond staat. • Laat het apparaat niet onbeheerd achter indien het apparaat in werking is. • Indien u het apparaat wilt verplaatsen, dient u ervoor te zorgen dat het apparaat uitgeschakeld is. U dient bij het verplaatsen vanhet apparaat beide handen te gebruiken. • Het apparaat nooit gebruiken met onderdelen die niet door de fabrikant zijn aanbevolen of geleverd. • Niet aan het snoer c. q. het apparaat trekken om de stekker uitdewandcontactdoos te halen. Het apparaat nooit met natte of vochtige handen aanraken. • Indien het apparaat na het inschakelen niet functioneert, dan kan de zekering of de aardlekschakelaar in de elektra verdeelkast zijn aangesproken. De groep kan te zwaar zijn belast of een aardlekstroom kan zijn opgetreden.

• Ga bij storing nooit zelf repareren; het doorslaan van de beveiliging in het apparaat kan duiden op een defect, dat niet wordt verholpen door verwijdering of vervanging van deze beveiliging. Het is noodzakelijk dat er uitsluitend originele onderdelen gebruikt worden.

defecten geen aanspraak op schadevergoeding worden gemaakt en vervalt het recht op garantie. • Als u besluit het apparaat, vanwege een defect, niet langer te gebruiken, adviseren wij u, nadat u de stekker uit het stopcontact heeft verwijderd, het snoer af te knippen. WAARSCHUWINGSpecifieke informatie voor apparaten met R290 koelgas. • Lees alle waarschuwingen grondig door. • Tijdens het ontdooien en reinigen van het apparaat, gebruik alleen gereedschap dat door de fabrikant is aanbevolen. • Plaats het apparaat in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijv. een open vlam, ingeschakeld elektrisch of gastoestel). • Niet doorboren of verbranden. • Installeer, gebruik en bewaar het apparaat in een ruimte met een vloeroppervlak van minstens 7 m2. • Dit apparaat bevat 125 gram R290 koelgas (zie het typeplaatje aan de achterkant van het toestel).

• R290 is een koelgas dat in overeenstemming is met de Europese milieurichtlijnen. Doorboor geen enkel deel van het koelcircuit. • Als het apparaat wordt geïnstalleerd, bediend of bewaard in eenruimte zonder ventilatie, moet de ruimte aldus zijn ingericht dat de ophoping van koelmiddel door een lek wordt vermeden. Dit kan leiden tot brand- of explosiegevaar door het ontsteken van het koelmiddel door een elektrisch verwarmingstoestel, fornuis of andere ontstekingsbron. • Bewaar het apparaat op een dergelijke wijze zodat mechanische storing wordt vermeden. • Personen die het koelcircuit bedienen of er aan werken, moeten in het bezit zijn van een gepast certificaat van een bevoegde organisatie, zodat deze personen bevoegd zijn om koelmiddelen op een veilige manier te behandelen overeenkomstig de specificaties die in industrie van kracht zijn.

KOELMIDDEL(CE) N 842/2006: Deze airconditioner bevat het koelmiddel R290. De hoeveelheid koelmiddel is minder dan 1 kg en bevindt zich in een gesloten koelcircuit. Het koelmiddel heeft geen zonafbrekend vermogen. Het is echter een broeikasgas onder het Kyoto protocol en kan aldus bijdragen aan de globale opwarming van de aarde wanneer het in de atmosfeer vrijkomt. Alleen opgeleide technici met een gepast koelmiddelcertificaat mogen het toestel vullen of legen. Uw airconditioner dient bij een juist gebruik en een onbeschadigd koelmiddelcircuit niet te worden bijgevuld met koelmiddel. GWP: R290: 3. Specifieke informatie over apparaten die R290/R32 koelgas bevatten• Lees alle waarschuwingen aandachtig door. • Gebruik voor het ontdooien en reinigen van het apparaat geen ander gereedschap dan door de fabrikant wordt aanbevolen.

• Plaats het apparaat in een ruimte zonder ontstekingsbronnen (denk hierbij aan: open vuur, gasapparaten of elektrische apparaten die vonken kunnen veroorzaken). • Niet doorboren en niet verbranden. • Koelgassen kunnen reukloos zijn. • Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en opgeslagen in een ruimte die groter is dan 7 m2. • R290/R32 is een koelgas dat voldoet aan de Europese milieurichtlijnen. Doorboor geen enkel deel van het koelcircuit. • Als het apparaat wordt geïnstalleerd, gebruikt of opgeslagen in een niet-geventileerde ruimte, moet de ruimte zodanig zijn ontworpen dat lekkend koelgas zich niet kan ophopen. Dit om het ontstaan van brand of explosies als gevolg van ontsteking van het koelmiddel door elektrische kachels, branders of andere ontstekingsbronnen te voorkomen. • Sla het apparaat zodanig op dat er geen mechanische defecten kunnen ontstaan.

• Personen die aan of met het koelmiddelcircuit werken, moeten de juiste certificering hebben die is uitgegeven door een erkende organisatie die deskundigheid garandeert in de omgang met koelmiddelen volgens specifieke certificeringsafspraken in de bedrijfstak. • Neem bij reparaties altijd de aanbevelingen van de fabrikant in acht. • Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van een persoon die is gecertificeerd in de omgang met ontvlambare koelmiddelen. • Gebruik geen andere middelen om het ontdooiproces te versnellen of om schoon te maken dan die door de fabrikant worden aanbevolen. • Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gasapparaat of een werkende elektrische kachel). • Niet doorboren of verbranden.

• Houd er rekening mee dat koelmiddelen geurloos kunnen zijn. • Neem altijd de nationale wet- en regelgeving voor gassen in acht. • Blokkeer de ventilatieopeningen niet. • Sla het apparaat zodanig op dat er geen mechanische beschadigingen kunnen ontstaan. • Breng een waarschuwing aan dat het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarvan de afmetingen overeenkomen met de ruimte die is gespecificeerd voor gebruik. • Elke persoon die betrokken is bij het werken aan, of het demonteren van een koelmiddelcircuit, moet in het bezit zijn vaneen geldig certificaat van een door de bedrijfstak erkende beoordelingsinstantie, die hun competentie aantoont indeveilige omgang met koelmiddelen volgens de erkende certificeringsafspraken in de bedrijfstak. • Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd volgens de aanbevelingen van de fabrikant van de apparatuur.

• Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van een deskundige persoon die is gecertificeerd in de omgang met ontvlambare koelmiddelen. • Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en opgeslagen in een ruimte met een vloeroppervlak groter dan 7 m2. 8 • Nederlands.

Plaatselijke voorschriften bepalen het maximale aantal apparaten dat in één ruimte mag worden opgeslagen. 6. Informatie over onderhoud (Bijlage DD. 3)1) Controleer de omgevingVoorafgaand aan werkzaamheden aan systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten, zijn veiligheidscontroles noodzakelijk om ervoor te zorgen dat het risico van ontsteking tot een minimum wordt beperkt. Neem bij reparaties aan koelsystemen de volgende voorzorgsmaatregelen voordat werkzaamheden aan het systeem worden uitgevoerd. 2) WerkprocedureVoer de werkzaamheden uit volgens een gereguleerde procedure om het risico op het vrijkomen van ontvlambare gassen of dampen tijdens de werkzaamheden te minimaliseren. 3) Algemeen werkgebiedBreng al het onderhoudspersoneel en anderen die in de omgeving werken op de hoogte over de aard van de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Vermijd het werken in besloten ruimtes.

4) Controleer op de aanwezigheid van koelmiddelControleer het gebied vóór en tijdens het werk met een geschikte koelmiddeldetector, die de monteur waarschuwt voor de aanwezigheid van mogelijk ontvlambare omgevingslucht. Gebruik alleen lekdetectieapparatuur die geschikt is voor gebruik met ontvlambare koelmiddelen, d. w. z. vonkvrij, adequaat afgeschermd of intrinsiek veilig. 5) Houd een brandblusser onder handbereikAls er hete werkzaamheden aan de koelapparatuur of aanverwante onderdelen moeten worden uitgevoerd, dienen geschikte blusmiddelen onder handbereik aanwezig te zijn. Hang direct naast het vulgebied een poederblusser of een CO2-blusser op.

6) Houd ontstekingsbronnen wegIedereen die werkzaamheden uitvoert aan een koelsysteem waarbij leidingen bloot komen te liggen die ontvlambaar koelmiddel bevatten of ooit hebben bevat, mag geen ontstekingsbronnen gebruiken die een brand of explosie kunnen veroorzaken. Houd alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder aangestoken sigaretten, voldoende ver verwijderd van de plaats van installatie, reparatie, verwijdering of afvoer, waar er ontvlambaar koelmiddel in de omgeving kan vrijkomen. Controleer vóór het uitvoeren van de werkzaamheden of er geen ontvlambare materialen of ontstekingsbronnen aanwezig zijn in het gebied rond de apparatuur. Hang waarschuwingsborden met de tekst “Verboden te roken” op. 7) Zorg voor ventilatieWerk in de open lucht of zorg dat het werkgebied voldoende geventileerd is voordat u het systeem openmaakt of heet werk uit-voert.

Zorg continu voor voldoende ventilatie tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. De ventilatie moet eventueel vrijkomend koelmiddel naar een veilige plek wegblazen en bij voorkeur afvoeren naar de buitenlucht. 8) Controleer de koelapparatuurVervang elektrische componenten alleen door soortgelijke onderdelen die voldoen aan de juiste specificaties. Neem altijd de richtlijnen voor onderhoud en reparatie van de fabrikant in acht.

- De ventilatieapparatuur en -afvoeren moeten naar behoren werken en mogen niet zijn geblokkeerd; - Als er een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moet het secundaire circuit worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel; - Alle markeringen op de apparatuur moeten zichtbaar en leesbaar zijn. Herstel vooraf alle onleesbaar geworden markeringen en borden; - De koelleidingen en componenten die koelmiddelen bevatten moeten zodanig zijn geïnstalleerd dat het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan stoffen die ze kunnen aantasten, voor zover de componenten niet zijn gemaakt van materialen die inherent bestand zijn tegen corrosie, of adequaat zijn beschermd tegen corrosie. 9) Controleer elektrische apparatenControleer bij reparatie en onderhoud van elektrische componenten altijd eerst op veiligheid, en neem de inspectieprocedures voor de componenten in acht.

Als er sprake is van een storing die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten voordat deze storing is verholpen. Als de storing niet onmiddellijk kan worden verholpen maar het apparaat moet wel in bedrijf blijven, dan dient er een geschikte tijdelijke oplossing te worden gerealiseerd. Meld dit altijd aan de eigenaar van de apparatuur, zodat alle betrokkenen op de hoogte zijn. Tot de veiligheidscontroles vooraf behoort: • Het ontladen van condensatoren: dit moet op een veilige manier gebeuren om vonkvorming te voorkomen; • Controleer of er geen onder spanning staande elektrische componenten en bedrading blootliggen tijdens het vullen, aftappen of spoelen van het systeem; • Controleer of de continuïteit van de aardverbindingen is gewaarborgd. 7. Reparaties aan afgeschermde componenten (Bijlage DD.

Als het absoluut noodzakelijk is om de stroomvoorziening ingeschakeld te laten tijdens onderhoud aan apparatuur, moet er een permanent werkende lekdetector worden geplaatst op het meest kritieke punt om te waarschuwen voor het ontstaan van mogelijk gevaarlijke situaties. 2) Besteed extra aandacht aan de volgende punten om te zorgen dat bij de werkzaamheden aan elektrische componenten de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt beïnvloed. Denk hierbij aan beschadigde kabels, het maken van te veel verbindingen per aansluiting, klemmen die niet aan de oorspronkelijke specificaties voldoen, beschadigde afdichtingen, onjuiste montage van pakkingen, enz. Zorg dat het apparaat stevig is bevestigd. Controleer of afdichtingen en afdichtingsmaterialen nog steeds voldoende in staat zijn om te voorkomen dat ontvlambare omgevingslucht binnendringt.

Gebruik uitsluitend vervangende onderdelen die voldoen aan de specificaties van de fabrikant. LET OP: Het gebruik van siliconenhoudende afdichtmiddelen kan de werking van sommige soorten lekdetectieapparatuur verstoren. Intrinsiek veilige componenten hoeven niet te worden losgekoppeld voordat eraan wordt gewerkt. 8. Reparaties aan intrinsiek veilige componenten (Bijlage DD. 5)Sluit geen permanente inductieve of capacitieve belastingen aan op het circuit zonder te controleren of daarmee de toegestane spanningen en stromen voor de gebruikte apparatuur worden overschreden. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige typen componenten waaraan gewerkt mag worden terwijl ze onder spanning staan in de aanwezigheid van ontvlambare omgevingslucht. Gebruik uitsluitend testapparatuur met de juiste certificeringen.

6)Controleer of de kabels niet zijn blootgesteld aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige omgevingsinvloeden. Houd bij de controle ook rekening met de gevolgen van veroudering en voortdurende trillingen van compressoren of ventilatoren. 10. Detectie van ontvlambare koelmiddelen (Bijlage DD. 7)Gebruik nooit potentiële ontstekingsbronnen bij het zoeken naar, of opsporen van koelmiddellekken. Gebruik geen halogeenlamp (of een andere detector met een open vlam). 11. Lekdetectiemethoden (Bijlage DD. 8)De volgende lekdetectiemethoden mogen worden gebruikt voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten. Gebruik bij voorkeur elektronische lekdetectoren om ontvlambare koelmiddelen te detecteren. Soms is de gevoeligheid van dergelijke apparatuur echter niet toereikend, of moeten ze opnieuw worden gekalibreerd.

(Kalibreer detectieapparatuur altijd in een koelmiddelvrije ruimte. ) Controleer of de detector geen potentiële ontstekingsbron is, en of hij geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Stel de lekdetectieapparatuur in op een percentage van de LFL (onderste ontvlammingsgrens) vanhet koelmiddel en kalibreer de apparatuur op het gebruikte koelmiddel en het juiste gaspercentage (maximaal 25%). Ook lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koelmiddelen, maar vermijd het gebruik van chloorhoudende stoffen omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en het koperen leidingwerk kan aantasten. Als een lek wordt vermoed, moeten alle open vlammen worden gedoofd of verwijderd.

Als er een koelmiddellek wordt gevonden dat solderen vereist, moet eerst al het koelmiddel uit het systeem worden afgetapt, of moet het koelmiddel worden geïsoleerd (door middel van afsluiters) in een deel van het systeem op afstand van het lek. Spoel het systeem vervolgens met zuurstofvrije stikstof (OFN), zowel vóór als tijdens het soldeerproces. 12. Aftappen en leegmaken (Bijlage DD.

9)Bij het openmaken van een koelcircuit om reparaties uit te voeren - alsmede voor alle andere doeleinden - moeten altijd de juiste voorschriften en procedures worden nageleefd. Probeer daarnaast altijd zo veilig mogelijk te werken vanwege deontvlambaarheid van koelmiddelen. Hanteer daarom altijd de volgende procedure:• Verwijder het koelmiddel; • Spoel het circuit met inert gas; 10 • Nederlands.

• Maak het systeem leeg; • Spoel nogmaals met inert gas; • Open het circuit door te zagen of te solderen. Vang het koelmiddel op in een geschikte opslagcilinder. Spoel het systeem met OFN (zuurstofvrije stikstof) om de installatie veilig te maken. Mogelijk moet u dit proces enkele keren herhalen. Gebruik nooit perslucht of zuurstof om een installatie tespoelen. Spoel het vacuümsysteem door er OFN in te laten stromen, en vul het systeem daarna met OFN totdat de werkdruk is bereikt. Laat dit vervolgens naar de atmosfeer ontsnappen en trek het systeem opnieuw vacuüm. Herhaal dit proces totdat er geen koelmiddel meer in het systeem zit. Na de laatste OFN-spoeling, moet het systeem worden ontlucht tot atmosferische druk om werkzaamheden mogelijk te maken. Dit is een absoluut noodzakelijke voorwaarde als er soldeerwerkzaamheden aan het leidingwerk moeten plaatsvinden.

Zorg dat de uitlaat van de vacuümpomp niet in de buurt van ontstekingsbronnen ligt en dat de omgeving voldoende wordt geventileerd. 13. Vulprocedures (Bijlage DD. 10)Neem bij het vullen naast de standaardprocedures ook de volgende vereisten in acht. - Voorkom bij het gebruik van de vulapparatuur dat er verschillende koelmiddelen met elkaar vermengd raken. Slangen en leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koelmiddel die ze bevatten te minimaliseren. - Zet cilinders altijd rechtop. - Aard het koelsysteem voordat u het systeem vult met koelmiddel. - Markeer het systeem dat het is gevuld (als dit nog niet eerder is gedaan). - Let goed op dat het koelsysteem niet overmatig wordt gevuld. Voer een druktest uit met OFN (zuurstofvrije stikstof) voordat het systeem wordt gevuld. Controleer het systeem op lekken na het vullen, maar vóór de inbedrijfstelling.

11)Om deze procedure uit te voeren, is het essentieel dat de monteur zich vooraf volledig vertrouwd heeft gemaakt met de apparatuur en alle onderdelen ervan. Het wordt standaard aanbevolen om gebruikte koelmiddelen altijd veilig af te tappen en af tevoeren. Neem voorafgaand aan de werkzaamheden een olie- en koelmiddelmonster wanneer hergebruik van het afgetapte koelmiddel een analyse vooraf vereist. Het is essentieel om te controleren of er een stroomvoorziening aanwezig is voordat met de werkzaamheden wordt begonnen. a) Maak uzelf vertrouwd met de apparatuur en de werking ervan. b) Verbreek de elektrische aansluiting tussen het systeem en de stroomtoevoer. c) Controleer voor aanvang van de werkzaamheden of aan de volgende punten is voldaan:• Alle vereiste mechanische voorzieningen zijn aanwezig, bijv.

om de koelmiddelcilinders te hanteren; • Alle persoonlijke beschermingsmiddelen zijn aanwezig en worden correct gebruikt; • Er is te allen tijde een competente persoon aanwezig die toezicht houdt op het aftapproces; • Alle aftapapparatuur en opslagcilinders voldoen aan de geldende normen. d) Pomp bij voorkeur het koelsysteem leeg, indien dit mogelijk is. e) Is leegpompen niet mogelijk, gebruik dan een passend verdeelstuk om zo veel mogelijk koelmiddel uit de verschillende delen van het systeem te verwijderen. f) Plaats de cilinder op de weegschaal voordat het aftappen begint. g) Start de aftapinstallatie en werk volgens de instructies van de fabrikant. h) Vul cilinders nooit meer dan is toegestaan. (Maximaal 80% vloeistofvolume). i) Overschrijd nooit de maximale werkdruk van de cilinder, zelfs niet kortstondig.

j) Wanneer de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, verwijder dan onmiddellijk alle cilinders en apparatuur van de locatie en sluit alle afsluiters van de apparatuur. k) Vul nooit afgetapt koelmiddel in een ander koelsysteem voordat het eerst is gereinigd en gecontroleerd. 15. Markeringen (Bijlage DD.

12)Breng markeringen aan op de apparatuur met de vermelding dat deze buiten bedrijf is gesteld en is ontdaan van koelmiddel. Zet de datum op de markering, én uw naam. Breng markeringen aan op de apparatuur die aangeven dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat. 16. Aftappen (Bijlage DD. 13)Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, voor onderhoud of buitenbedrijfstelling, verdient het de aanbeveling om alle koelmiddelen veilig te verwijderen. Gebruik bij het aftappen van koelmiddel alleen cilinders die geschikt zijn voor het opslaan van koelmiddel. Zorg dat er genoeg cilinders beschikbaar zijn om de totale inhoud van het koelsysteem in op te slaan. Gebruik uitsluitend cilinders die geschikt zijn voor het opslaan van het af te tappen koelmiddel en breng er markeringen opaan welk koelmiddel ze bevatten (gebruik dus speciale opslagcilinders).

De cilinders moeten compleet zijn, inclusief goed werkende overdrukventielen en afsluiters. Pomp lege opslagcilinders vacuüm en koel ze af, indien mogelijk, voordat er gas inwordt opgeslagen. De aftapinstallatie moet in goede staat verkeren en over een handleiding beschikken die de gebruikte apparatuur beschrijft, en moet geschikt zijn voor het opvangen van ontvlambare koelmiddelen. Daarnaast moet er een gekalibreerde weegschaal beschikbaar zijn die correct werkt. Alle slangen dienen te zijn voorzien van lekvrije koppelingen die correct werken. Controleer voor gebruik van de aftapinstallatie of deze in goede staat verkeert, goed is onderhouden en of alle bijbehorende elektrische componenten voldoende zijn afgeschermd om ontsteking te voorkomen in geval van een koelmiddellekkage. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant.

Lever het opgevangen koelmiddel in de juiste opslagcilinder in bij de koelmiddelleverancier en vraag om een ontvangstbewijs voor de ingeleverde afvalstoffen. Combineer geen koelmiddelen met elkaar in de aftapinstallatie en zeker niet in de cilinders.

Als compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, maak het apparaat dan eerst leeg tot een niveau waarop er geen ontvlambaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het leegmaken moet gebeuren voordat de compressor naar de leverancier wordt teruggestuurd. Het compressorlichaam mag alleen elektrisch worden verwarmd om dit proces te versnellen (niet met een open vlam). Wanneer er olie uit een systeem moet worden verwijderd, doe dit dan op een veilige manier. Nederlands • 11.

voor het eerste gebruik3Voordat u het apparaat voor de eerste maal in gebruik neemt, dient u als volgt te werk te gaan: pak de airconditioner en alle accessoi-res voorzichtig uit en verwijder al het verpakkingsmateriaal en eventuele promotionele stickers. De verpakking (plastic zakken en karton) buiten het bereik van kinderen houden. Controleer na het uitpakken het apparaat zorgvuldig op uiterlijke schade dat mogelijk ontstaan is tijdens het transport. Plaats het apparaat op een stevige, vlakke ondergrond en let op dat er genoeg ruimte omheen is voor voldoende ventilatie. Controleer of alle genoemde accessoires meegeleverd zijn. Reinig de airconditioner met een licht vochtige doek.

Controleer vóór het aansluiten van het apparaat of:• de aansluitspanning overeenkomt met die op het typeplaatje;• stopcontact en stroomvoorziening geschikt zijn voor het apparaat;• de stekker van het snoer in het stopcontact past;• het apparaat op een stabiele en vlakke ondergrond staat. HET PLAATSEN VAN DE AIRCONDITIONER• Het apparaat moet geplaatst worden op een stevige, vlakke ondergrond met voldoende vrije ruimte erom heen. • Blokkeer de luchtuitlaat niet en zorg voor een vrije ruimte van minimaal 45 cm rondom het apparaat. • Laat het apparaat nadat het rechtop geplaatst is, minimaal 6 uur staan voordat u de stekker in het stopcontact steekt. • Om het apparaat eenvoudig te (ver)plaatsen, is deze voorzien van zwenkwielen. Rol het apparaat rustig over de vloer. Let op dat de vloer vlak is en probeer niet over dingen heen te rijden.

• OPMERKING: Het optimaal functioneren van het apparaat is afhankelijk van de lengte van de afvoerslang en het aantal bochten. Probeer beide te beperken. De bijgeleverde flexibele afvoerslang heeft een maximale lengte van ca. 150 cm en is berekend op decapaciteit van het apparaat. Het gebruik van andere slangen of verlengstukken kanstoringen aan het apparaat veroorzaken.

De lucht moet ongehinderd kunnen stromen, anders kan dit oververhitting van het apparaat of condensatie van water inde luchtafvoerslang tot gevolg hebben. Zorg er daarom voor dat er geen knikken of scherpe bochten in de afvoerslang zitten. Om een optimaal resultaat te verkrijgen, dient de afvoerslang tijdens gebruik van het apparaat korter gehouden te worden dan1 meter. HET INSTALLEREN VAN DE LUCHTAFVOERSLANGPlaats het apparaat in de buurt van een raam of opening zodat de warme lucht naar buiten kan stromen via de afvoerslang. 1. Trek voorzichtig de afvoerslang uit tot de gewenste lengte. 2. Draai het verbindingsstuk op de afvoerslang aan een uiteinde. 3. Draai het andere verbindingsstuk op het andere uiteinde van de afvoerslang. 4. Bevestig de afvoerslang aan de luchtuitlaat aan deachterzijde van het apparaat. 5. Hang het andere uiteinde van de afvoerslang naar buiten.

Zorg voor een vrije doorgang van de slang. Sluit hierbij het raam of de deur zover mogelijk. Maak eventueel gebruik van deraamafdichtingsset. Fig. 3Fig. 1Fig. 2Nederlands • 13.

14 • NederlandsINSTALLATIE VAN DE RAAMAFDICHTINGSSETDe flexibele raamafdichtingsset is geschikt voor veel ramen. Bijvoorbeeld: draai-kiepramen, naar buiten en naar binnen draaiende ra-men. Het zorgt ervoor dat u de afvoerslang naar buiten kunt hangen, zonder dat de warme lucht weer naar binnen stroomt ofdat u last krijgt van insecten. Voor naar buiten draaiende ramen adviseren wij om alle vier de zijden (a+b+c+d) om het raam te plakken en voor naar binnen draaiende ramen maar drie zijden (a+b+c). • Plak het meegeleverde klittenband op het raamkozijn en het raam volgens één van de onderstaande tekeningen die op uw situatie lijkt. • Bevestig vervolgens het doek op het klittenband wat u in de openingen heeft geplakt. Fig. 1 Fig. 2 Fig. 3Fig. 4 Fig. 5 Fig. 6Fig. 7 Fig. 81. Plak het meegeleverde dubbelzijdige tape op het raamkozijn.2. Plak vervolgens dubbelzijdig tape op het raam.3.

Snijd de overtollige tape af. 4. Zorg dat de tape op de hoeken elkaar goed overlapt om een goede afdichting te krijgen.5. Bevestig het doek op de tape die op het raamkozijn en het raam geplakt zijn. 6. Zorg ervoor dat het doek aan beide zijden netjes op de tape geplakt wordt.7. Rits het doek open.8. Steek de afvoerslang door de opening en rits het doek dicht om een goede afdichting te krijgen.

de bediening van de airconditioner4De airconditioner heeft naast het koelen nog twee andere functies, namelijk luchtcirculatie en lucht ontvochtigen. De airconditioner kan bediend worden via het bedieningspaneel op het apparaat en met de bijgeleverde afstandsbediening. • Kies een locatie waar een stopcontact in de buurt is. • Installeer de afvoerslang volgens de afbeeldingen en zorg dat het raam zo ver als mogelijk gesloten is. • Steek de stekker in een geaard stopcontact. • Open voor elk gebruik de lamellen van de luchtuitlaat handmatig. • Druk op de aan/uit toets om de airconditioner aan te zetten. • Het temperatuurbereik van de airconditioner is: 18 tot 32°C. • Controleer of de afvoerslang correct is gemonteerd. • Deel het stopcontact niet met andere apparaten. 89 10 111 2 76543HET APPARAAT AAN/ UIT ZETTEN• Steek de stekker in het stopcontact. Het apparaat staat op standby.

• Druk op de aan-/ uit toets om het apparaat aan te zetten. Het apparaat start op de laatst gebruikte instelling. • Om het apparaat uit te zetten, drukt u nogmaals op de aan/uit toets. Let op: schakel het apparaat altijd uit met de aan-/ uit toets en wacht een paar minuten voordat u de stekker uit het stopcontact verwijderd. Het apparaat zal een check uitvoeren voordat deze volledig uitschakeld. KOELEN• Druk op de functie toets [ ] totdat het indicatielampje - koelen - brandt. In het display verschijnt de ingestelde temperatuur. • Druk op de toetsen [ en ] om de gewenste kamertemperatuur in te stellen (tussen de 18°C en 32°C). • Druk op de toets [ ] om de windsnelheid in te stellen. Er zijn twee ventilatiestanden: [F2] hoog en [F1] laag. De beste temperatuur gedurende de zomer zal tussen de 24 en 27°C zijn. Advies: stel de temperatuur niet veel lager in dan de buitentemperatuur.

De omgevingstemperatuur van de ruimte waar het apparaat staat, moet tussen de 18-35°C zijn. Bij een lagere of hogere omgevingstemperatuur zal het apparaat niet voldoende koelen. LUCHTCIRCULATIEBij het gebruik van deze stand hoeft de luchtafvoerslang niet aangesloten te zijn. • Druk op de functie toets [] totdat het indicatielampje luchtcirculatie aan gaat op het display. • Druk op de toets [ ] op de afstandsbediening om de windsnelheid te regelen - [F2] hoog of [F1] laag. ONTVOCHTIGENSluit de luchtafvoerslang aan om het vocht naar buiten af te voeren. • Druk op de functie toets [] totdat het indicatielampje ontvochtigen aan gaat. Op het display verschijnt. • De windsnelheid staat automatisch op laag. Dit kan niet veranderd worden.

DE TIMER INSTELLENDe timerfunctie kan gebruikt worden om de airconditioner automatisch aan te laten gaan (uitgestelde start) of om deze automatisch op een ingestelde tijd uit te laten gaan (automatische uitschakeling). Het gebruik van de timer vermijdt onnodig energieverbruik. UITGESTELDE START • Zet het apparaat aan en selecteer de stand, en eventueel temperatuur, die u wilt gebruiken. • Zet het apparaat uit. Het apparaat onthoudt de laatste instelling en zal op de ingestelde stand/temperatuur aan gaan. 1. Timer toets [ ]2. Selectie toets voor windsnelheid [ ]3. Temperatuur omhoog [ ]4. Display5. Temperatuur omlaag [ ]6. Functie toets [ ] 7. Aan-/ uit toets 8. Indicatielampje - timer9. Indicatielampje - koelen10. Indicatielampje - ontvochtigen11. Indicatielampje - luchtcirculatieNederlands • 15.

• Druk op de timer toets als het apparaat uit staat. Het indicatielampje van de timer en de uren op het display knipperen. • Druk op de toetsen [ en ] om de gewenste tijd in te stellen. • Wacht 5 seconden tot de timer is bevestigd en het indicatielampje van de timer brandt. Zodra de ingestelde uren voorbij zijn, zal het apparaat automatisch inschakelen. Om de uitgestelde start te annuleren, drukt u nogmaals op de timer toets of op de aan-/ uit toets. Automatische uitschakeling • Druk op de timer toets als het apparaat aan staat. Het indicatielampje van de timer en de uren op het display knipperen. • Druk op de toetsen [ en ] om de gewenste tijd in te stellen. • Wacht 5 seconden tot de timer is bevestigd en het indicatielampje van de timer brandt. • Zodra de ingestelde uren voorbij zijn, zal het apparaat automatisch uitschakelen.

Om de automatische uitschakeling te annuleren, drukt u nogmaals op de timer toets of op de aan-/ uit toets. VERANDEREN VAN TEMPERATUUREENHEID - CELSIUS / FAHRENHEIT Wanneer het apparaat aan is, druk de toetsen [ / ] 3 seconden tegelijk in om detemperatuureenheid te wisselen van °C (Celsius) naar °F (Fahrenheit) en andersom. Voorbeeld: het apparaat staat op KOELEN 24°C dan zal het display 24 aangeven zoals hiernaast. Na het veranderen van de temperatuureenheid, zal het display 75 aangeven. DE AFSTANDSBEDIENING aan- / uit toets windsnelheid toetsomhoog toets mode toetsomlaag toets swing toets (niet beschikbaar op dit model)timer toets slaapfunctietoets voor temperatuureenheid Richt de afstandsbediening op de sensor van het apparaat. Het bereik van de afstandsbediening is ca. 7 meter (zonder obstakels tussen het apparaat en de afstandsbediening).

Opmerking:• Als de afstandsbediening vervangen of niet langer gebruikt wordt, moeten de batterijen worden verwijderd en afgevoerd volgens degeldende wetgeving omdat ze schadelijk zijn voor het milieu. • Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Gebruik geen alkaline, standaard (carbon-zinc) of oplaadbare (nikkel-cadmium) batterijen doorelkaar. • Batterijen kunnen exploderen of lekken bij blootstelling aan open vuur. Lever batterijen in bij een milieustraat of erkend inleverpunt. • Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening als het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt (winter opslag) en bewaar ze op een koele, droge plaats. Overige functiesMet de afstandsbediening kunt u dezelfde functies bedienen als hiervoor beschreven zijn. Via de afstandsbediening kunt uextra functies bedienen, zoals de slaapfunctie.

SLAAPFUNCTIE Gebruik de slaapfunctie als u het apparaat ‘s nachts wilt gebruiken. Het apparaat functioneert langzaam aan steeds minder. Hetdisplay dimt automatisch en de windsnelheid staat op de laagste stand. • Zet het apparaat aan op de stand - koelen. • Druk op de slaap toets. Het display dimt automatisch en de windsnelheid gaat naar de laagste stand. De slaapfunctie handhaaft de optimale temperatuur in de kamer zonder excessieve schommelingen in temperatuur of luchtvochtigheid met een stille werking. De windsnelheid is altijd laag, terwijl de kamertemperatuur en luchtvochtigheid licht variëren omervoor te zorgen dat de kamer comfortabel blijft. max. 7 meter16 • Nederlands.

De geselecteerde temperatuur zal ieder uur 1°C omhoog gaan gedurende een periode van twee uur. Deze nieuwe temperatuur blijft gehandhaafd gedurende de volgende 6 uren. Daarna zal het apparaat automatisch uitschakelen. De slaapfunctie kan geannuleerd worden door op de toets slaap , functie of windsnelheid te drukken. SWINGFUNCTIE Dit apparaat heeft geen automatische swingfunctie. Door het handmatig aanpassen van de stand van de lamellen kunt u de luchtstroom bepalen. • Beweeg de horizontale lamellen (A) omhoog of omlaag om de luchtstroom omhoog of omlaag teleiden. • Beweeg de verticale lamellen (B) links of rechts om de luchtstroom naar links of rechts te leiden. AUTOMATISCHE OPSTART NA STROOMONDERBREKINGBij stroomuitval zal het apparaat automatisch opstarten volgens de laatste instellingen zodra destroom-toevoer hersteld is.

tips voor efficiënt gebruik5Om het apparaat maximaal te laten presteren, volgt u de onderstaande aanbevelingen:• Sluit ramen en deuren van de ruimte die gekoeld moet worden. Wanneer u het apparaat wilt laten staan in een ruimte, adviseren wij u om een deur op een kier te laten staan ( 1cm ) zodat er goed geventileerd kan worden. • Sluit gordijnen en/of jaloeziëen om de zon te weren, zodat het apparaat minder hoeft te koelen en zo energiezuiniger is. • Plaats niets op het apparaat. • Dek de luchtuitlaat en - inlaten niet af. Zorg dat de roosters onbedekt zijn. • Zorg ervoor dat er geen warmtebronnen in de ruimte zijn. • Gebruik het apparaat niet in hele vochtige ruimtes, zoals een badkamer of wasruimte. • Gebruik het apparaat nooit buitenshuis. • Zorg ervoor dat het apparaat op een vlakke, stabiele ondergrond staat.

condensvocht afvoeren6Wanneer er overtollig condensvocht in het apparaat zit, zal het apparaat automatisch uitschakelen en in het display verschijnt om aan te geven dat de interne watertank vol is.

Het overtollige condensvocht kan op de volgende manieren verwijderd worden:Handmatige afvoer - bij het gebruik van het apparaat in een ruimte met een hoge luchtvochtigheid. 1. Verwijder de stekker uit het stopcontact. 2. Plaats een laag bakje onder de onderste uitloop voor condenswaterafvoer. Zie de tekening. 3. Verwijder het afdekdopje. 4. Het water zal uit de afvoer stromen in het bakje. 5. Plaats het afdekdopje terug zodra er geen water meer uit stroomt. 6. Zet het apparaat weer aan. Continue afvoer - advies bij het gebruik van de stand ontvochtigen. 1. Verwijder de stekker uit het stopcontact. 2. Verwijder het afdekdopje. Houdt een lekbakje in de buurt als het afdekdopje verwijderd wordt om condensvocht op te vangen wat uit de uitloop kan komen. 3. Sluit de afvoerslang (1/2” of 12. 7 mm) aan. Zie tekening. 4. Het water zal continue afgevoerd worden via de afvoerslang. 5.

Zet het apparaat weer aan. Condensvocht afvoeren kan ook op de manier zoals deze omschreven staat oppagina18 bij het paragraaf ONTVOCHTIGEN. uitloopafdekdopjelekbakjeafvoerslanguitloopafdekdopjeNederlands • 17.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Inventum AC702W stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden