Hwam I20-80 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Hwam I20-80 (40 pagina’s), behorend tot de categorie Haarden. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen. Heb je een vraag over Hwam I20-80 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Hwam |
| Categorie: | Haarden |
| Model: | I20-80 |
Handleiding Hwam I20-80 – volledige tekst
6installatiehandleidinG Wettelijke voorschriftenBij de installatie van uw inbouw in een nieuwe, nog niet goedgekeurde kachel dienen steeds zowel alle wettelijke voorschriften als de plaatselijk geldende bouwvoorschriften te worden gerespecteerd. Het is altijd een goed idee om uw schoorsteenveger om raad te vragen voor u de inbouwcassette installeert. Ruimtelijke vereistenIn de ruimte waar de inbouwcassette geplaatst wordt, dient voor voldoende toevoer van verse lucht te worden gezorgd. Een raam dat geopend kan worden of een regelbaar luchtventiel is doorgaans vol-doende. Let op: niet alle soorten glas zijn hittebestendig. Daarom moet een glazen wand in sommige gevallen al een brandbare wand worden beschouwd. Neem contact op met een plaatselijke schoorsteenveger of glasproducent om de juiste afstand tot glas na te gaan.
Afstand tot brandbaar materiaalWij verwijzen naar de plaatselijke bouwvoorschriften voor de omvang van het brandveilige gebied vóór de haard. Als zich rondom de inbouwcassette brandbaar materiaal bevindt, moet er minimaal 80 mm onbrandbaar isolatiemateriaal tussen de cassette en het brandbare materiaal worden aangebracht. Dit geldt voor alle cassetteoppervlakken. Het warmtegeleidingsvermogen van het isolatiemateriaal moet kleiner zijn dan 0,09 W/m x K (gemeten bij een temperatuur van 200 ºC). Het warmtegeleidingsvermogen moet dus lager zijn dan 0,09 W/m x K. Eisen aan het rookgasafvoerkanaalHet rookgasafvoerkanaal moet aan de wettelijke en lokale voorschriften voldoen. De lengte dient dusdanig te zijn dat een goede trek gewaarborgd is en er geen storende rook ontstaat. Nominale trek: 15 Pa. Het kanaal moet een diameter hebben van minimaal 150mm.
De diameter van het kanaal moet echter altijd groter of gelijk zijn aan de diameter van de uitlaat van de cassette. Het kanaal dient te zijn voorzien van gemakkelijk toegankelijke veegdeur of inspectieluik.
De schoorsteenDe schoorsteen is de motor van de inbouwmodule en allesbepalend voor de werking van de kachel. De schoorsteentrek geeft een onderdruk in de kachel. Deze onderdruk verwijdert de rook uit de kachel, zuigt lucht door de klep naar de zgn. smoorklep, die de ruit vrij van roet houdt, en zuigt lucht aan door de primaire en secundaire kleppen voor de verbranding. De schoorsteentrek ontstaat door het temperatuursverschil tussen de inwendige en uitwendige schoor-steen. Hoe hoger de temperatuur in de schoorsteen, hoe beter de schoorsteentrek. Het is daarom belangrijk dat de schoorsteen goed is opgewarmd voordat u de schuiven sluit en de verbranding in de kachel vermindert (een stenen schoorsteen is niet zo snel warm als een stalen schoorsteen). Zelfs een goede schoorsteen kan slecht functioneren indien hij verkeerd wordt gebruikt.
Zo kan een slechte schoorsteen eveneens functioneren bij goed gebruik. Montage en aansluiting (Tekening A)HWAM I 20/80 hebben een losse buitenkast die op de gewenste plaats wordt gedrukt en aangesloten na de aansluiting van de inbouwcassette. Dutch.
7HWAM I 20/80 kunnen op twee manieren worden aangesloten:1. Montage en aansluiting in een bestaande open haard en/of op een bestaand rookgasafvoerkanaal. 2. Plaatsing in nieuw metselwerk, waarbij eventuele warme convectielucht naar andere vertrekken wordt geleid. 1. Montage en aansluiting in een bestaande constructieA. Bij plaatsing in een bestaande open haard, dient de reguleringsschuif in de bestaande schoorsteen te worden verwijderd, en het eventuele rookkanaal te worden vergroot, zodat het rookkanaal van de inbouwmodule rechtstreeks op de schoorsteen kan worden aangesloten. Eventuele kantstenen op de bodem van de haard dienen verwijderd te worden. Spreek op voorhand met een vakman of schoorsteenveger af waar u een veegluik (1) dient aan te brengen zodanig dat het rookkanaal gereinigd kan worden terwijl de deur van uw kachel gesloten blijft. A1.
Eerst wordt de aansluitflens (2) gekoppeld aan een stuk afvoerbuis, flexibel en met voldoende lengte. De lengte van deze buis moet dusdanig zijn dat de onderkant van de flens gelijk ligt met de zijde van de rookbuis, en aan het andere einde past in de schoorsteenopening. Snij ca. 3 stukken (50 mm) vuurvaste mineraalwolpakking (4), zodanig dat ze net passen in het schoorsteengat, en snij in het midden een gat dat strak om de buis klemt. Montage van de cassettePlaats de rookbuis zodanig in het schoorsteengat dat de aansluitflensen overeenkomen met de opgegeven maten. Ondersteun indien nodig de aansluitflensen onderaan met een stok op maat c. a. De afstand vanaf de voorzijde van het muurgat wanneer de inbouw een vlak vormt met de muur. b. De lengte tot aan de bodem van de kachel.
Druk nu de 3 mineraalwolpakkingen omhoog, rond de rookbuis, in het schoorsteengat, zodanig dat dit volledig wordt afgedicht. Voeg nu met vuurvaste mortel (5) tussen de rookbuis en de schoorsteen, boven op de mine-raalwolpakkingen. Dit doet u door het schoonmaakluik (1) in de schoorsteen en mag alleen gebeuren wanneer de installatie compleet is.
A2. Schuif de inbouwkast (6) op zijn plaats. Zorg ervoor dat de inbouwkast waterpas staat, en dat de voorkant gelijk ligt met het metselwerk. A3. Neem de rookplaat (7) en de rookgeleidingsplaat (8) uit de module. Leg een pakking met een diam-eter van 5mm op de bodem van de afvoeropening. Duw daarna de inbouw (9) op z’n plaats in de module. Als de ruimte tussen de haardopening en de inbouwcassette wordt afgesloten met metselwerk, dient dit zo aan te sluiten dat er minimaal 3 mm ventilatieruimte overblijft aan de kant van de cassette. Het metselwerk boven de cassette moet daarom zelfdragend zijn. Bevestig de cassette aan het metselwerk met minimaal één schroef aan de zijkant en eventueel nog een schroef in de bodem. Aansluiting van verse buitenlucht (Tekening B)HWAM I 20/80 is voorbereid voor een luchtaanvoersysteem. Het luchtaanvoersysteem is apart verkrijgbaar.
Dit systeem bestaat uit een flexibele slang en drie aansluitmoffen voor deze slang. Het is mogelijk om het luchta-anvoersysteem op drie plaatsen op de inbouwcassette aan te sluiten (rechts, links en aan de achterkant). Voordat cassette en haard worden afgemonteerd, wordt bepaald of de aansluiting van het luchtaanvoer-.
8systeem aan de zijkant of aan de achterkant moet komen. Als de lucht aan de zijkant wordt toegevoerd, worden de kleine ronde metalen plaatjes (A of B, tekening B1) uit de cassette gedrukt. Als de lucht aan de achterkant van de cassette wordt toegevoerd, wordt er slechts één metalen plaatje uitgedrukt (C, tekening B2). Monteer aan beiden kanten van het gat in de cassette (binnen en buiten) een flens. Vervolgens kan de flexibele slang worden gemonteerd op de flens aan de buitenkant van de cassette. De flexibele slang wordt tevens naar de ontluchtingsbuis geleid. Belangrijk. Als er geen verse-luchtsysteem wordt gemonteerd, moet er een afdekplaat aan de rechterof linkerkant van de verse-luchtcassette worden verwijderd. De afdekplaten in de buitenmantel van de inbouwcassette mogen niet worden verwijderd.
Montage van de blazers (Tekening F)De blazers dienen nu gemonteerd en getest te worden voor de inbouw op z’n plaats wordt geduwd. Ze zijn reeds verbonden met de leidingen (6) die u tussen de blazers en achteraan de inbouwcassette legt. Laat de blazers (8) over de cassette neerhangen. De witte leiding kan aan beide zijkanten of meteen vooraan door de kroonmof (5) worden aangesloten. De witte leiding is niet hittebestendig en mag daarom niet in de cassette worden gelegd. Verbind eerst de leidingen zodanig dat de kleuren overeenstemmen. Wenst u de leidingen te verlengen, dan dienen de polen overeen te komen vooraleer de blazers kunnen fungeren. Wanneer de HWAM I 20/80 op de gewenste plaats staat, worden de ventilatoren in de gaten gemonteerd m. b. v. rubberen lussen. De ventilatoren worden omgedraaid, zodat de stickers naar boven gericht zijn.
Monteer vervolgens weer de rookgeleidingsplaten (8) en het rookschot (7). 2. Nieuw metselwerk rondom de inbouwkachel (Tekening D)Tijdens het opmetselen plaatst u de stalen inbouwkast waterpas op de gewenste hoogte. Denk aan de leiding voor de stroom (12 volt) naar de blazers. Tijdens het metselen dient u te zorgen voor een ruimte van minimaal 3mm tussen muur en inbouwcassette. Het metselwerk boven de cassette dient zelfdragend te zijn. Denk aan de bevestigingsschroeven tussen cassette en muur. De rookgasafvoerpijp en de eventuele convectiebuizen naar andere vertrekken kunnen op de kast worden gemonteerd. De inbouwcassette is niet dragend, zodoende dienen rookbuizen langer dan 2m - en eventueel ook de schoorsteen - te worden vastgezet zodat het gewicht niet op de cassette rust. Als het metselwerk klaar is, monteert u de inbouwkachel zoals beschreven onder A en B.
het Monteren van afzonderlijke delen (Tekening E)Controleer voor het gebruik van de oven of alle afzonderlijke delen correct gemonteerd zijn. (Tekening E1)1. Rookschot. Deze plaat moet op de achterplaat en de schuine zijplaten rusten. Het schot moet op.
9zijn plaats vallen in de groef op de achterplaat. 2. Stalen rookgeleidingsplaten. Deze worden op hun plaats gehouden met twee wiggen, die elk in een oog op de inwendige bovenplaat worden geschoven. 3. Bij HWAM I 20/80 wordt de afdekplaat boven op het rooster gelegd om te voorkomen dat er gloeiende deeltjes in de aslade vallen. 4. De transformator van de ventilatoren moet altijd op het stopcontact zijn aangesloten. De blazers dienen manueel te worden bediend. 5. Aslade. Bedieningshandgrepen (Tekening E2)6. De luchtschuif aan de onderzijde van de deur regelt de spoellucht, die roetaanslag op de ruit voorkomt. 7. Primaire en secundaire verbrandingslucht wordt toegevoerd via het automatische mechanisme aan de achterzijde van de inbouwcassette. Door de handgrepen onder het deksel naar rechts te schuiven, wordt de klep geopend. Wanneer ze naar links worden geschoven, gaat de klep dicht.
De verbrandingslucht gaat door de kanalen in de bovenkant van de cassette en ten slotte naar de openingen van de kanalen. Aslade (Tekening E3)De aslade wordt geopend door de voorklep omlaag te klappen. Hierna kunt u de aslade naar buiten trekken. handleidinG stoken - hout De eerste keer dat u stooktDe eerste keer dat u de inbouwmodule aansteekt, dient u voorzichtig te werk te gaan, daar alle materialen moeten wennen aan de hitte. De lak wordt afgehard wanneer de kachel voor het eerst brandt en het deurtje en de aslade moeten zeer voorzichtig worden geopend, omdat anders het risico bestaat dat de pakkingen in de lak blijven vastplakken. Bovendien kan de lak een onaangename geur produceren, dus zorg voor goede ventilatie. Regeling van de kachel (Tekening E)Regelstang (6): regeling van primaire en secundaire lucht. De primaire lucht komt omhoog door het rooster.
Aansteken (Tekening E1)Bij cassettes met ventilator moet vóór het aansteken de stroom worden ingeschakeld. De regelstang voor de primaire en secundaire lucht (6) wordt helemaal naar rechts geschoven (max. primaire lucht) en de regelstang voor de ruitenspoeling (7) wordt helemaal naar rechts geschoven (max. ruitenspoellucht). Leg een hoeveelheid aanmaakhoutjes die overeenkomt met ongeveer 2-3 houtblokken (ongeveer 2 kg) in de kachel. Leg twee aanmaakblokken in de bovenste laag aanmaakhoutjes. Steek ze vervolgens aan en laat het vuur zich rustig verspreiden. Laat het deksel op een kier staan, tot zich op de ruit geen condens meer vormt (ongeveer 5 min. ). Sluit nu het deksel. Zet zodra alle aanmaakhoutjes goed vlam hebben gevat de regelstang voor de vermogensregeling (6) in de middelste stand (tekening E5).
Dreigt het vuur nu te doven, dan is het nog te vroeg om de regelstang te verschuiven. Zet de regelstang weer in de rechterstand, totdat het vuur beter op gang is gekomen. Laat de aanmaakhoutjes helemaal uitbranden, tot er geen zichtbare vlammen meer zijn.
10Belangrijk. De aslade mag tijdens de aansteekfase niet worden geöpend en dient altijd gesloten te zijn wanneer de kachel wordt gebruikt. Het deksel mag alleen worden geopend om de kachel aan te maken, het vuur op te stoken of de as te verwijderen. Verbranden (Tekening E6)Zodra u geen gele vlammen meer kunt zien, en er een goede laag gloeiende kool is, kunt u opnieuw hout toevoegen. De aslaag is goed wanneer de houtblokken uit elkaar vallen en de bodem bedekt is met gloeiende as. De gloeiende as moet in een kring rond de afdekplaat rood oplichten. Dit wil namelijk zeggen dat het automatische mechanisme de primaire luchttoevoer heeft geopend, die het hout moet aansteken. Leg 2 - 3 nieuwe stukken brandhout van max. 1 kg per stuk op het vuur. Bij de eerste keer opstoken wordt ook de regelaar van de ruitenspoellucht in de middelste stand gezet.
Hierna hoeft de kachel niet meer geregeld te worden, omdat het automatische mechanisme deze taakoverneemt. De temperatuur kan echter omhoog of omlaag worden bijgesteld door de regelstangen naar links of rechts te schuiven. Als de regelstangen verder naar links worden geschoven, wordt de verbranding getemperd en de brandduur verlengd. Worden ze naar rechts geschoven, dan neemt de verbranding toe en wordt de brandduur verkort. Wacht steeds met opstoken tot de aslaag weer voldoende laag is. Stoken met steenkool, briketten en ”supercokes”HWAM I 20/80 is niet geconstrueerd om te worden gestookt met steenkool of ”supercokes”. U kunt echter briketten gebruiken, die op de as van het hout worden gelegd. Zet de temperatuurregelaar helemaal open, totdat de briketten goed gloeien. Denk er aan dat u de temperatuurregelaar hierna weer moet sluiten.
Maximale verbrandingDe inbouwmodule is gekeurd voor een verbranding per uur van: 2,4 kg hout of 1,9 kg briketten. Wordt deze grens overschreden, dan valt de inbouwmodule niet alleen niet langer onder de fabrieksga-rantie maar kan ook door oververhitting beschadigd worden. Lange brandtijdEen lange brandtijd kan worden bereikt door weinig (min. 2), maar wel zeer grote stukken hout te ver-branden, en tegelijkertijd de schuifklep (7) zo laag mogelijk in te stellen. Om de brandtijd nog verder te verhogen kan de schuifklep in de deur half gesloten worden, maar nooit zover gesloten dat er roet op de ruit verschijnt. Te koud stokenAls de vuurvaste materialen zwart zien na het stoken, dan is er sprake van verontreiniging en functioneert de automaat niet optimaal. De temperatuurregelaar dient in dat geval geopend te worden en wellicht ook de schuifklep op de deur.
11Het reinigen van het glasWij raden u aan de ruit te reinigingen na het stoken. Dit kan het beste gebeuren met een stuk keuken-rolpapier. BrandstoftypenWij adviseren het gebruik van stukken gehakt berken- of beukenhout dat minstens 1 jaar buiten onder een afdak heeft gelegen. Hout dat binnen wordt bewaard wordt vaak te droog en verbrandt derhalve te snel. Briketten geven veel warmte af. Sommige typen zetten echter snel uit, met als gevolgeen niet te controleren verbranding. onderhoud SchoonmaakHet onderhoud van de inbouwmodule dient alleen te geschieden als deze koud is. Het dagelijks onder-houd is minimaal. Het eenvoudigste is de inbouwmodule uitwendig te stofzuigen met een klein mondstuk met een zachte borstel. Controleer of de luchtspleet tussen de binnenkant van de deur en het glas as- en roetvrij zijn. Eén keer per jaar is het tijd voor de grote schoonmaak.
As en roet worden dan uit de brandkamer verwijderd, en deuren en armatuur dienen met kopervet te worden gesmeerd. ReinigingNa het schoorsteenvegen trekt u de rookplaat naar voren en naar boven, en de achterkant kiept u naar beneden, zodat roet en as in de brandkamer kunnen vallen. Klop voorzichtig op de rookgeleidingsplaat, zodat u ook de laatste resten meekrijgt. Bij de grote schoonmaakbeurt verwijdert u de rookplaat en de rookgeleidingsplaat. Hierna tevens de schuine voorplaten, waarna de zijplaten, bak- en bodemplaten, en eventueel het rooster verwijderd kunnen worden. De montage geschiedt in omgekeerde volgorde. AsDe aslade kan het gemakkelijkst worden geleegd door een afvalzak over de lade de trekken, de lade op zijn kop te houden en hem vervolgens voorzichtig uit de afvalzak te trekken. De as kan via het huisvuil worden afgevoerd.
Het barsten van het isolatiemateriaal heeft geen gevolgen voor de werking van de kachel. Het materiaal dient echter vervangen te worden zodra de slijtage de helft van de oorspronkelijke dikte overschrijdt. Deuren/glasControleer of de luchtspleten in het kader van de deur as- en roetvrij zijn. Zit de glasdeur vol roet, dan kan deze eenvoudig gereinigd worden een stuk keukenrolpapier. Controleer regelmatig of de pakkingen in deuren en aslade volledig en zacht zijn. Is dit niet het geval, dan dienen zij vervangen te worden. Gebruik uitsluitend originele pakkingen.
12OppervlakGewoonlijk is het niet noodzakelijk het oppervlak een nabehandeling te geven. Eventuele lak-schade kan worden behandeld met Senothermspray.GarantieBij gebrekkig onderhoud vervalt de garantie!onreGelMatiGheden Beroet glas- Het hout is te vochtig. Stook alleen met brandstof die minimaal 12 maanden onder een afdak heeft gelegen en een vochtgehalte heeft van ca. 18%.- Gebrekkige toevoer van secundaire lucht voor het reinigen van de ruit. De schuifklep in de deur extra openen.Er wordt te koud gestookt. Stook de inbouwmodule eerst goed warm.Rook in de kamer bij openen van de deur- Geen schoorsteentrek. Herlees het hoofdstuk over de schoorsteen of laat de schoorsteenveger komen.- Schoonmaakluikje is niet dicht of is eruit gevallen.
Vervangen of opnieuw monteren.Open nooit de klep, zolang u vlammen kunt zien.Onregelmatige verbranding- De pakking in de deur of de aslade sluit niet goed af. Monteer een nieuwe pakking. Sluit de klep wan-neer de kachel niet in gebruik is.Indien de staalplaten in de brandkamer gloeien of vervormen, wordt er te krachtig gestookt. Stel het gebruik bij en neem contact op met uw leverancier.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Hwam I20-80 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Haarden Hwam
Handleiding Haarden
Nieuwste handleidingen voor Haarden