Husqvarna Tribute 140M Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna Tribute 140M (48 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 50 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Husqvarna Tribute 140M of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Husqvarna |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | Tribute 140M |
Handleiding Husqvarna Tribute 140M – volledige tekst
Deze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28.Deze naaimachine moet worden gebruikt met het voltage dat is aangegeven op het betreffende plaatje.• Deze naaimachine is niet bedoeld voor gebruik door personen (ook kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of mentale functies, of met onvoldoende ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of geïnstrueerd worden over het gebruik van de naaimachine door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.• Kinderen moeten onder toezicht staan, zodat ze niet met de naaimachine kunnen spelen.• Een naaimachine mag nooit zonder toezicht met de stekker in het stopcontact blijven staan.• Verwijder direct na gebruik en voordat u de machine schoonmaakt de stekker van de naaimachine uit het stopcontact.• Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke.• Gebruik de naaimachine nooit als het snoer of de stekker beschadigd zijn.• Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen.
Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald.• Draag een veiligheidsbril.• Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor de naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen zoals in deze handleiding wordt beschreven.• Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het lampje vervangt. Vervang het lampje door het zelfde type (voltage en watt).Let op! Dit product moet op een veilige manier gerecycled worden volgens de geldende nationale wetgeving voor elektrische/elektro-nische producten. Raadpleeg bij twijfel uw leverancier voor advies.
magi e innovatie140 jaar vanE wa een, in 1689, een koninklijke wapenfabriek die werd opgericht bij de watervallen in het Zweedse plaatsje Huskvarna. Hier werden de beste karabijnen en geweren gemaakt voor het leger van de koning, dat Europa probeerde te veroveren. Door de jaren heen werden de oorlogen steeds minder en wilde het bedrijf nieuwe voorwerpen gaan produceren.In 1872 besloot de directie van Husqvarna dat ze naaimachines zouden gaan maken en zo zag de NORDSTJERNAN™ (POOLSTER) naaimachine het licht!Tien jaar later was de FREJA™ naaimachine onmiddellijk een succes.
De machine kon steken naaien in een keurige rechte lijn, wat op eerdere modellen niet mogelijk was.Door de jaren heen bouwden de naaimachines van HUSQVARNA VIKING® hun reputatie op als de meest innovatieve machines die tijdbesparende functies bieden zodat de gebruiksters zich kunnen concentreren op het leuke aspect van het naaien. En dat is nu nog steeds zo. Het merk bezit veel technologische octrooien, die voor innovatieve doorbraken in de naaimachine-industrie staan.Driehonderd jaar geleden probeerde Zweden Europa te veroveren, maar in plaats daarvan hebben de naai- en borduurmachines van HUSQVARNA VIKING® de wereld veroverd! Gefeliciteerd met de aankoop van uw HUSQVARNA VIKING® TRIBUTE™ Limited Edition naaimachine, ontworpen ter ere van ons 140-jarige jubileum!Bedanktvan uw liefde vo naaien!voor het verspreiden
5Plaats uw vingers links onder de verlengtafel en trek de tafel naar links.Voor het naaien van mouwen, banden, broekspijpen of andere ronde kledingstukken.Voor het stoppen van sokken of verstellen van knieën of ellebogen.Schuif de verlengtafel op de machine, steek de pennen in de openingen en duw de verlengtafel aan tot deze op zijn plaats klikt. 1. Pen 2. OpeningSommige stoffen geven nog verf af, waardoor andere stoffen of uw naaimachine kunnen verkleuren. Het kan moeilijk of onmogelijk zijn om deze verkleuring te verwijderen.Fleece- en denimstof in met name rood en blauw bevatten vaak overtollige verf.Wanneer u vermoedt dat uw stof/kledingstuk overtollige verf bevat, dan altijd voorwassen voordat u het naait of borduurt om verkleuring te voorkomen.
Vo dat u begint – 7Zet de hoofdschakelaar op uit.Controleer voordat u het voetpedaal aansluit of het van het type “21361” is (zie de onderkant van het voetpedaal).Steek de stekker van het voetpedaal in de aansluiting op de machine.Steek het ene uiteinde van het snoer in de machine en het andere uiteinde in het stopcontact.Zet de machine aan.1. Aan/Uit knop2. Stekker van voetpedaal3. Machinestekker4. Machineaansluiting5. Stekker6. StopcontactLet op: Voordat u het snoer aansluit eerst controleren of de spanning en frequentie van de machine overeenkomen met uw elektrische voeding.Vo dat u begint
8 – Vo dat u begintU kunt de naaisnelheid op twee manieren instellen; met de snelheidsregelschuif of met het voetpedaal.Met de snelheidsregelschuif kunt u de naaisnelheid aan uw wensen aanpassen. De stand van de schuif bepaald hoe snel u kunt naaien.Schuif de regelaar naar rechts om de snelheid te verhogen.Schuif de regelaar naar links om de snelheid te verlagen.U kunt de naaisnelheid instellen met het voetpedaal. Hoe verder u het voetpedaal indrukt, hoe sneller uw naaimachine gaat naaien.Indien u het voetpedaal tot het einde indrukt, naait de machine op dezelfde maximumsnelheid als met de snelheidsregelschuif.Als u de naald automatisch boven of in de stof wilt laten stoppen, drukt u op deze toets. Tegelijkertijd wordt de instelling van de naaldstoppositie gewijzigd. 1. Naald omhoog/omlaag
het tijdelijk naaien voor het in elkaar zetten van kledingstukken, het maken van plooien en doorslaan. Gebruik de maximale steeklengte.Let op: door rijgen ontstaan permanente gaten in leder en vinyl. zorgt voor een onzichtbare zoom in kledingstukken. Wordt niet aanbevolen voor dunne stoffen of leder/vinyl. selecteert de best zichtbare steek voor een doorgestikte zoom voor het stoftype dat u heeft gekozen. naait het knoopsgat dat het beste bij uw stof past.1. Stof2. Naaivoetdruk3. Naaitechniek4. Steek5. Naaivoet6. Draadspanning7. Steeklengte8. Steekbreedte
10 – Vo dat u begintWanneer u de hendel voor achteruit naaien omlaag duwt, naait de machine achteruit. Zo lang u de hendel ingedrukt blijft houden, zal de machine achteruit naaien.1. Hendel voor achteruit naaienVoor stoffen met een verschillende dikte, draait u de regelknop om de juiste druk van de naaivoet op de stof in te stellen. Voor normaal naaien moet de knop op 3 staan.Draai de knop op 2 voor applicaties, ajour borduurwerk en rijgen. Stel de druk in op 1 voor het naaien van stretchstoffen, chiffon, kant, organza en andere À jne stoffen. Zet de knop op 0 voor naaien uit de vrije hand.1.
Vo dat u begint – 11De naaivoet kan met de persvoetlichter omhoog en omlaag worden gebracht. De naaivoet moet omlaag worden gebracht om te naaien.Wanneer de persvoetlichter zo ver mogelijk omhoog wordt gebracht, kan de hefhoogte van de naaivoet nog 0,6 cm extra worden verhoogd. Zo kunt u de naaivoet gemakkelijker verwijderen of dikke stof onder de naaivoet leggen.1. Naaivoet omlaag2. Normale hoogte3. Extra hefhoogte Zet de Aan/Uit knop op uit.1. Zorg ervoor dat de naald in de hoogste stand staat. Trek de naaivoet naar u toe.2. Om de naaivoet te plaatsen, zorgt u dat de dwarspen op de voet zich tussen de veer en de naaivoethouder bevindt. Druk het naar achteren totdat de voet vastklikt.
12 – Vo dat u begint Zet de machine uit.Voor uw machine worden de standaard naalden gebruikt.1. Breng de naaivoet omlaag. Maak de naaldklemschroef los door deze tegen de klok in te draaien. Verwijder de naald.2. Duw de nieuwe naald zo ver mogelijk omhoog met de platte zijde van u af. Draai de schroef stevig vast door hem rechtsom te draaien.a. Stopb. Platte zijdec. Naaldklemschroefleg de platte zijde van de naald op een vlakke ondergrond (steekplaat, glas enz.).De opening tussen de naald en de vlakke ondergrond moet consistent zijn.Gebruik in geen geval een botte naald. Een beschadigde naald kan blijvende haakjes en ladders in gebreide stoffen, zijde en zijdeachtige stoffen veroorzaken.Let op: Controleer uw naalden regelmatig op beschadigingen en botte punten.
Vo dat u begint – 13Plaats het klosje zo op de garenpen dat de draad afrolt zoals afgebeeld.Bij grote klossen wordt het grote schijfje voor de draad geplaatst. Als u kleine klossen gebruikt, dient het kleine schijfje voor de draad te worden geplaatst.1. Grote garenschijf2. Kleine garenschijf Zet de machine uit.1. Schuif de vrijgaveknop voor het spoelhuisdeksel naar rechts en verwijder het deksel.a. Vrijgaveknopb. Spoelhuisdeksel2. Verwijder het spoeltje.
14 – Vo dat u begint1. Trek het handwiel uit om de machine in de opspoelstand te zetten (de naald beweegt niet meer).2. Geleid de draad rond de spangeleider voor de onderdraad in de spanschijf.3. Steek de draad van binnen naar buiten door het gat in het spoeltje. Plaats het spoeltje op de spoelas, waarbij het losse uiteinde van de draad er naar boven toe uitsteekt.4. Schuif de spoelas naar rechts.Let op: Verschuif de spoelas nooit terwijl de machine draait.5. Terwijl u het vrije uiteinde van de draad vasthoudt, drukt u op het voetpedaal. Stop de machine nadat het spoeltje een paar omwentelingen is gedraaid, en knip de draad af zoals afgebeeld.6. Druk nogmaals op het voetpedaal. Wanneer het spoeltje vol is, stopt het spoelen automatisch. Zet de spoelas weer in zijn oorspronkelijke positie door deze naar links te schuiven, en knip de draad af zoals afgebeeld.7.
Vo dat u begint – 15 Zet de Aan/Uit knop op uit.1. Plaats het spoeltje in het spoelhuis met de draad naar buiten zoals afgebeeld.2. Geleid de draad naar de voorste inkeping (a) aan de voorkant van het spoelhuis. Trek de draad naar links en schuif hem daarbij tussen de delen van de spanveer.3. Trek de draad voorzichtig verder tot deze in de inkeping (b) aan de zijkant glijdt.4. Trek de draad nog ca. 10 cm aan. Breng het spoelhuisdeksel aan. Contro leer het inrijgen van de draad aan de hand van de afbeelding op het spoelhuisdeksel.
16 – Vo dat u begint Zet de Aan/Uit knop op uit.Zorg dat de naaivoet omhoog staat en de naald zich in zijn hoogste stand bevindt.1 Neem de draad van het klosje en steek deze door de draadgeleider. Trek de draad vervolgens door de rechter groef.2 Geleid de draad rond de onderkant van de draadgeleiderplaat.3 Trek de draad stevig van rechts naar links over de draadhefboom en breng hem omlaag door het oog van de draadhefboom.4 Haak de draad vanaf de linkerkant achter de draadgeleider van de naaldstang.5 Gebruik de naaldinsteker om de draad in de naald te steken (zie pagina 17).
Vo dat u begint – 17 Zet de Aan/Uit knop op uit.1. Zet de naald in de hoogste stand. Breng de draadinsteker zo ver mogelijk omlaag. Het haakje komt van achteren door het oog van de naald.2. Geleid de draad van links rond de geleider en onder het haakje door.a Geleiderb Haakje3. Ontspan de knop langzaam terwijl u het uiteinde van de draad met de hand vasthoudt. De draad wordt in een lus door het oog van de naald getrokken.4. Trek de rest van de draad door het oog van de naald.
Vo dat u begint – 19Zet de naald in de hoogste stand.Draai de steekkeuzeknop tot het nummer van de gekozen steek bij het merkteken staat.1. Steekkeuzeknop2. MerktekenLet op: Breng de naald altijd omhoog boven de stof en de naaivoet voordat u de steekkeuzeknop draait.Draai het steeklengtewieltje tot het nummer van de gekozen steek bij het merkteken staat. Hoe hoger het nummer, hoe langer de steek.Het symbool laat de afstelling voor het naaien van knoopsgaten zien.3. Wieltje voor steeklengteZet het wieltje voor de steeklengte op “stretch” wanneer u stretchsteken naait.Let op: Breng de naald altijd omhoog boven de stof en de naaivoet voordat u het steeklengtewieltje draait.
20 – Vo dat u begintIndien de stretchsteken niet in balans zijn terwijl u een bepaalde stof naait, balanceer ze dan door het steeklengtewieltje binnen het stretchgebied te draaien.Als de steken te los (a) zijn, corrigeer ze dan door het wieltje in de “–” richting te draaien. Als de steken te dicht bij elkaar (b) staan, corrigeer ze dan door het wieltje in de “+” richting te draaien.Draai het steekbreedtewieltje tot het nummer van de gekozen steek bij het merkteken staat.Hoe hoger het nummer, hoe breder de steek.1. Wieltje voor steekbreedte2. MerktekenLet op: Breng de naald altijd omhoog boven de stof en de naaivoet voordat u het steekbreedtewieltje draait.De naaldpositie voor het naaien van rechte steken kunt u met het steekbreedtewieltje instellen tussen het midden (5) en uiterst links (0).
Vo dat u begint – 21De draadspanning moet afhankelijk van het te naaien materiaal, de lagen stof en de naaitechniek worden ingesteld.Bij de ideale rechte steek hechten de boven- en onderdraad, zoals afgebeeld, tussen twee lagen stof in elkaar.Voor een ideale zigzagsteek is de onderdraad niet te zien aan de goede kant (bovenkant) van de stof, en de bovendraad is net zichtbaar aan de verkeerde kant (onderkant) van de stof.1. Bovendraad2. Onderdraad3. Bovenkant4. OnderkantDe onderdraad verschijnt aan de bovenkant van de stof. Wanneer u het wieltje op een lager nummer draait, verlaagt u de spanning.De bovendraad verschijnt aan de onderkant van de stof. Wanneer u het wieltje op een hoger nummer draait, verhoogt u de spanning.
Nuttige steken – 25Nuttige stekenEenvoudige zigzagsteken worden hoofdzakelijk gebruikt voor het afwerken, aanzetten van knopen enz. Bij het gebruik van naaivoet J voor de driestaps zigzagsteek, moet u eerst controleren of de naald de pen in de opening van de steekplaat niet raakt.De driestaps zigzagsteek is geschikt voor het afwerken van de meeste stoffen. Het wordt gebruikt voor de naadtoeslag om te voorkomen dat de stof aan de randen gaat rafelen. Zorg ervoor dat de naald precies over de rand van de stof naait.De overlocksteek naait de naad en werkt tegelijkertijd de rand af.Raadpleeg de naaigids referentiekaart voor de gemakkelijkste manier om de beste steek, steeklengte, steekbreedte, draadspanning, naaivoet en naaivoetdruk voor uw naaitechniek en stof te bepalen.
26 – Nuttige stekenMachine-instelling1. Soort steek: 12. Steekbreedte: 0 of 53. Steeklengte: stretch4. Draadspanning: 2 – 55. Naaivoet: naaivoet ADeze steek is sterker dan de gewone rechte steek, omdat het een drievoudige en elastische steek is.De versterkte rechte steek kan worden gebruikt voor dikke stoffen, voor naden die veel te verduren hebben en bij doorstikken in dikke stoffen.Machine-instelling:1. Steek: 22. Steekbreedte: afstellen indien nodig3. Steeklengte: naar keuze4. Draadspanning: 3 – 75. Transporteur: omlaagGeef op de stof aan waar de knoop moet worden aangezet. Laat de transporteur verzinken. Leg de stof onder de naaivoethouder. Leg de knoop op de markering en breng de naaivoetstang omlaag, zodat deze zich tussen de openingen in de knoop bevindt. Trek de draadeinden naar één kant. Draai het handwiel om te controleren of de naald correct in de openingen in de knoop gaat.
Naai 5 - 6 steken. Draai het steekbreedtewieltje op 0 en hecht de draden met enkele steken af.Let op: Gebruik deze techniek nooit voor knopen die minder dan 1 cm breed zijn. Breng de transporteur na het aanzetten van de knoop weer omhoog.
Nuttige steken – 27Machine-instelling1 Soort steek: 2 Steekbreedte: 4 – 53 Steeklengte: 4 Draadspanning: 3 – 55 Naaivoet: Automatische knoopsgatvoet RLet op: De grootte van het knoopsgat wordt automatisch ingesteld indien u de knoop in de automatische knoopsgatvoet R legt. De knoophouder op de voet meet de diameter van de knoop tot max. 2,5 cm. Maak een oefenknoopsgat op een proeÁ apje en gebruik daarbij dezelfde versteviging en stof als bij het eigenlijke kledingstuk. Gebruik versteviging bij alle stoffen. Draai het handwiel naar u toe om de naald in de hoogste stand te zetten.1. Bevestig de automatische knoopsgatvoet R2. Trek de knoophouder naar achteren en leg de knoop erin. Duw de knoophouder terug tegen de knoop, zodat deze stevig wordt vastgehouden.
28 – Nuttige steken3. Trek de knoopsgathendel zo ver mogelijk omlaag.a. Knoopsgathendel4. Breng de naaivoet omhoog en steek de bovendraad door het oog en onder de naaivoet door. Trek beide draden naar links. Leg de stof onder de naaivoet en breng de naald omlaag bij het beginpunt. Breng de voet omlaag.b. Bovendraadc. Onderdraadd. Openinge. BeginpuntLet op: Zorg dat er geen ruimte tussen de lip en de front stop zit. Als er ruimte tussen zit, zal de lengte van de rechter en linker stekenrij van het knoopsgat verschillend zijn.f. Lipg. Front stoph. Verschili. Er mag geen tussenruimte zijn.
Nuttige steken – 295. Langzaam naaien. De machine zal het volledige knoopsgat naaien. Stop de machine op het beginpunt wanneer het knoopsgat klaar is.De machine naait de voorste trens en linker stekenrij het eerst, daarna de achterste trens en rechter stekenrij.6. Breng de naaivoet omhoog en verwijder de stof. Knip de boven- en onderdraad af, maar zorg dat er ca. 10 cm vrije draad overblijft. Trek de bovendraad naar de achterkant van de stof door aan de onderdraad te trekken. Knoop de draden vervolgens vast. Steek een speld aan het begin van elke trens, zodat u zich geen zorgen hoeft te maken dat u door de trenzen van het knoopsgat snijdt. Snij het knoopsgat dan open met het tornmesje.Voor het naaien van het volgende knoopsgat zet u de steekkeuzeknop op , dan weer op , zoals afgebeeld.
30 – Nuttige steken7 Duw de knoopsgathendel zo ver mogelijk omhoog wanneer u klaar bent.Draai het steeklengtewieltje binnen het gebied om de steekdichtheid voor het knoopsgat in te stellen.Let op: Maak een testknoopsgat wanneer de knoop heel dik is. Wanneer de knoop moeilijk door het testknoopsgat past, maakt u het knoopsgat langer door de knoophouder naar achteren te trekken.1. Opening
Nuttige steken – 31Machine-instelling:1. Soort steek: 2. Steekbreedte: 4 – 53. Steeklengte: 4. Draadspanning: 3 – 55. Naaivoet: Automatische knoopsgatvoet R1. Breng de knoopsgatvoet omhoog, haak de inlegdraad rond het grijperje aan de achterkant van de knoopsgatvoet. Geleid de inlegdraad onder de voet door en haak de inlegdraad in de inkepingen aan de voorkant van de voet om deze goed vast te kunnen houden.a. Grijper2. Trek zowel de boven- als onderdraad naar links. Breng de naald omlaag in de stof op de plaats waar het knoopsgat moet beginnen en breng de voet omlaag. Druk het voetpedaal voorzichtig in en naai het knoopsgat over de inlegdraad. De naaivolgorde is gelijk aan die van het automatische knoopsgat.b. Bovendraadc. Onderdraadd. Beginpunt3. Trek aan het linker uiteinde van het koord om het strak te trekken.
Steek het uiteinde van het koord door een stopnaald, steek het koord naar de achterkant van de stof en knip het af. Zie de instructies op pagina 29 wanneer u het knoopsgat openknipt.
32 – Nuttige stekenRaadpleeg de beknopte naaigids referentie kaart voor de aanbevolen instellingen.Wanneer de diameter van de knoop groter is dan 2,5 cm, moet het knoopsgat als volgt handmatig worden gemaakt:1. Plaats knoopsgatvoet C.2. Trek de knoopsgathendel zo ver mogelijk omlaag. Trek zowel de boven- als onderdraad naar links. Breng de naald omlaag in de stof op de plaats waar het knoopsgat moet beginnen en breng de voet omlaag.a. Bovendraadb. Onderdraadc. Beginpunt
Nuttige steken – 352. Leg de goede kanten van de stof op elkaar. Naai een naad vanaf de onderkant 2 cm vanaf de rechter rand tot het einde van de ritsopening. Naai nog enkele steken achteruit om af te hechten. Verlaag de steeklengte tot “4”, zet de bovendraadspanning op “1”, en rijg de lengte van de ritsopening.j. 2 cmk. Rijgenl. Achteruit naaienm. Einde van de openingn. Rechte steek1. Bevestig de ritsvoet met de naaldstang aan de rechterzijde. Vouw de rechter naadtoeslag naar onderen om een vouw van 0,2 cm te maken.a. Onderste laagb. Einde van de openingc. Ritstandend. Marge van 0,4 cme. Verkeerde kant van de stoff. Openingsmaatg. Vouwh. Rijgsteeklijn2. Leg de ritstanden naast de vouw en speld de rits vast. Lijn de ritsvoet met de vouw. Zet de draadspanning en steeklengte terug op de originele instelling.
Nuttige steken – 375. Verwijder de ritsvoet en bevestig hem weer met de stang aan de linkerzijde. Geleid de rand van de voet langs de ritstanden en stik door de stof en de ritsband op ca. 1 cm afstand van de rijglijn. Stop circa 5 cm vanaf de bovenkant van de rits.m. Verwijder de rijgdraadn. 1 cm 6. Rits de rits een paar centimeter open, zodat u ruimte heeft om te naaien. Aan het einde van de naad naait u een paar steken achteruit om af te hechten. Nadat de rits aan beide zijden is genaaid, gebruikt u het tornmesje om de rest van de rijgsteken te verwijderen.
Nuttige steken – 39Raadpleeg de Naaigids referentiekaart voor de aanbevolen instellingen.Bij het naaien van schuimrubber, plastic, stoffen met plasticlaag, leder en imitatieleer, glijdt de glijvoet H soepel over de stof zonder te haperen. Gebruik de naaivoet voor gewoon naaien en het maken van knoopsgaten in plastic of lederen stoffen.Bevestig glijvoet H.Kies de betreffende steek en begin met naaien.De quiltgeleider zorgt ervoor dat de stiklijnen recht blijven.Schuif de geleider in de klem op de naaivoethouder. Pas de geleider naar links of naar rechts aan voor de juiste positie. Naai en geleid de quiltgeleider over de vorige rij steken.1. Klem2. Quiltgeleider3. TussenruimteCordonsteken, tapse steken en decoratieve steken. Lengte naar keuze. De tunnel aan de onderkant van de voet glijdt soepel over de steken.
Omdat de voet transparant is met rode lijnen, zijn het zicht en de nauwkeurigheid verbeterd. Gebruik versteviging indien nodig.Bevestig de voet. Stel een decoratieve of cordonsteek in. Begin met naaien.
40 – Nuttige stekenRimpel de stof of rimpel de stof en maak een rouche. Geschikt voor dunne tot normale stoffen. Rechte steek, (linker naaldpositie), lengte 4. Hoe langer de steek, hoe meer de stof wordt gerimpeld. Bevestig de rimpelvoet.Voor gerimpelde stof:Leg de stof onder de rimpelvoet en begin met naaien. Verhoog de spanning van de bovendraad voor strakkere rimpels. Rimpelen en gerimpelde stof naaien in één stap:Leg de te rimpelen stof onder de naaivoet met de goede kant boven.Leg de stof waarvan de rouche wordt gemaakt in de gleuf van de voet met de goede kant omlaag.Begin met naaien en geleid de stof maar trek er niet aan. Houd de bovenste stof in de gleuf en laat dit zo constant mogelijk meebewegen. Verhoog de steeklengte en spanning van de bovendraad voor meer rimpels.Naai een kleine 1/4" naadtoeslag. De rode lijnen geven de 1/4" en 1/8" keerpunten voor en achter de naald aan.
Verz ging en onderhoud – 41 Zet de Aan/Uit knop op uit.Demonteer de machine uitsluitend zoals beschreven in dit hoofdstuk. Reinig de buitenkant van de machine met een zachte doek en milde zeep.1. Verwijder de naald en naaivoet. Verwijder de schroef aan de linkerkant van de steekplaat met de bij de machine geleverde schroevendraaier. Verwijder de steekplaat en het spoeltje.a. Schroef2. Til het spoelhuis op en verwijder het.3. Borstel stof en textielresten weg.4. Maak de transporteur en grijper met het borsteltje schoon.5. Veeg het geheel met een droge, schone doek schoon.Let op: U kunt ook een stofzuiger gebruiken.Verz ging en onderhoud
42 – Verz ging en onderhoud Zet de Aan/Uit knop op uit.1. Plaats het spoelhuis in de grijper.2. Controleer of de knop van het spoel huis precies naast de stopper in de grijper past.a. Knopb. Stopper3. Plaats het spoeltje. Plaats de steekplaat, steek de twee geleidingspennen van de steekplaat in de gaten in de steekplaat. Plaats de schroef weer.c. Geleidingsgatend. Schroef Zet de Aan/Uit knop op uit. Wacht tot de gloeilamp is afgekoeld voordat u deze aanraakt.Verwijder de kap en de schroef. Verwijder de voorplaat.Verwijderen: Langzaam eruit trekkenVervangen: IndrukkenLet op: vervang het lampje door een lampje van hetzelfde type, 12 V, 5 W.
• Bovendraad onjuist ingeregen.• Bovendraad te strak.• De naald is verbogen.• Naald onjuist geplaatst.• De boven- en onderdraad zijn bij de start niet onder de naaivoet geplaatst.• De draden werden na het naaien niet naar achteren getrokken.Pagina 16Pagina 21Pagina 12Pagina 12Pagina 22Pagina 23• De onderdraad is niet correct in het spoelhuis geregen.• Textielresten in spoelhuis.• De spoel is beschadigd en draait niet goed.Pagina 15Pagina 41Vervang het spoeltje.• De naald is onjuist geplaatst.• De naaldklemschroef zit los.• De draden werden na het naaien niet naar achteren getrokken.• Naald onjuist aangebracht, verbogen of bot.• De naald c.q.
• Transporteur vol met textielresten.• De steeklengte is te kort.• De transporteur is na het naaien in de ”verzonken stand” niet omhoog gebracht.Pagina 41Maak de steek langer.Pagina 10• Bovendraad te los. Pagina 21• De machine is niet op het net aangesloten.• Draad vast in de grijper.• De spoelas staat nog in de opspoelpositie.Pagina 7Pagina 41Pagina 12• Draad vast in de grijper.• Textielresten in het spoelhuis of de grijper.Pagina 41Pagina 41• De steekdichtheid is niet geschikt voor de te naaien stof.• Er is geen versteviging gebruikt bij het naaien van stretchstoffen.Pagina 30Gebruik versteviging.• Druk van naaivoet onjuist afgesteld. Pagina 10• Knoopsgathendel omlaag gedrukt.• Controleer of de knoopsgathendel in de achterste stand staat.Pagina 32Pagina 32• Knoop moet strak in de voet zitten.• Er zit ruimte in de voet. Controleer opening.Pagina 27Pagina 2744
Wij behouden ons het recht voor de machine-uitrusting en het as sor ti ment toebehoren zonder voorafgaande kennisgeving te wij zi gen of wijzigingen aan te brengen in de prestaties of het ont werp.Dergelijke wijzigingen zullen echter altijd in het voordeel zijn van de gebruiker en ten goede komen aan het product.VIKING, KEEPING THE WORLD SEWING & bijbehorend ontwerp, FREJA, NORDSTJERNAN en TRIBUTE zijn handelsmerken van KSIN Luxembourg II, S.ar.l. HUSQVARNA en het “gekroonde H” merkteken zijn handelsmerken van Husqvarna AB. Alle handelsmerken worden onder licentie gebruikt door VSM Group AB.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Husqvarna Tribute 140M stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Husqvarna
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine