Husqvarna ST 230P Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna ST 230P (88 pagina’s), behorend tot de categorie Ventilator. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 48 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Husqvarna ST 230P of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Husqvarna |
| Categorie: | Ventilator |
| Model: | ST 230P |
| Kleur van het product: | Black, Orange |
| Gewicht: | 107870 g |
| Breedte: | 762 mm |
| Diepte: | 1485.9 mm |
| Hoogte: | 1054.1 mm |
| Motor vermogen: | 7200 W |
| Capaciteit brandstoftank: | 2.7 l |
| Werkbreedte: | 760 mm |
| Maximum area performance: | - m²/uur |
Handleiding Husqvarna ST 230P – volledige tekst
7VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE SNEEUWRUIMERInstructies1. Lees de gebruiksaanwijzing en bedieningsvoorschriften zorgvuldig door. Zorg dat u vertrouwd raakt met de besturing en het juiste gebruik van het apparaat. Weet hoe u het toestel moet uitzetten en hoe u de besturing snel kunt uitschakelen. 2. Laat nooit kinderen het apparaat gebruiken. Laat nooit volwassenen het apparaat gebruiken zonder juiste in-structies. 3. Houd het schoon te maken gebied vrij van personen, voornamelijk kleine kinderen, en huisdieren. 4. Zorg dat u niet uitglijdt of valt, vooral als u met het ap-paraat in de achteruitstand rijdt. Voorbereiding 1. Inspecteer grondig het gebied waar het apparaat zal worden gebruikt en verwijder alle deurmatten, sleeën, planken, bedrading en andere voorwerpen. 2. Sluit alle schakelaars af en zet ze in een neutrale positie voordat u de motor start. 3.
Ga niet zonder voldoende winterse kleding naar buiten om sneeuw te ruimen. Draag schoeisel dat uw grip op gladde oppervlakken vergroot. 4. Wees voorzichtig met brandstof; het is lichtontvlambaar. a) Gebruik een goedgekeurd brandstofreservoir. b) Voeg nooit brandstof toe aan een lopende of warme motor. c) Vul de brandstoftank buitenshuis en met grote voorzichtigheid. Vul de brandstoftank nooit binnens-huis. d) Draai de benzinedop stevig aan en veeg gemorste brandstof af. 5. Gebruik geaarde drieleiderinsteekeenheden voor alle toestellen met een elektrisch aangedreven motor of elektrische startmotors. 6. Pas de collectormantel in hoogte aan om grind of gruis te kunnen verwijderen. 7. Probeer nooit aanpassingen te maken als de motor draait (behalve als de fabrikant dit expliciet heeft aanbevolen). 8.
Draag altijd een veiligheidsbril of oogbescherming als u het apparaat gebruikt of wan-neer u een aanpassing of reparatie uitvoert. 10. Gebruik gehoorbescherming om schade aan het gehoor te voorkomen. Gebruik 1. Plaats geen handen of voeten bij of onder roterende onderdelen. Kom niet bij de afvoeropeningen. 2. Wees extra alert als u het apparaat gebruikt op kruisende opritten van grind, stoepen of wegen. Wees extra alert op verborgen gevaren of verkeer. 3. Als u een vreemd voorwerp raakt, zet de motor af, haal de kabel van de bougie, controleer de sneeuwruimer zorgvuldig op alle vormen van schade en repareer de schade voordat u de sneeuwruimer herstart en opnieuw gebruikt. 4. Als het toestel abnormaal begint te vibreren, zet de motor af en zoek direct naar de oorzaak. Vibratie duidt vaak een waarschuwing voor problemen aan. 5.
Zet de motor af als u de bedieningsplaats verlaat, voordat u de collector/rotormantel of de afvoergeleider ontstopt en als u reparaties, aanpassingen of controles uitvoert. 6. Zorg dat de collector/rotor en alle roterende onderdelen stilstaan, voordat u een schoonmaak, reparatie of in-spectie maakt. Om te voorkomen dat het apparaat per ongeluk start, ontkoppel de bougie en berg de kabel weg van de bougie op Ontkoppel de kabel van de elektrische motors. 7. Laat de motor niet binnenshuis draaien, behalve bij het starten en bij vervoer van de sneeuwruimer in of uit het gebouw. Open buitendeuren; het inhaleren van de dampen is gevaarlijk. 8. Ruim geen sneeuw op glooiingsvlakken. Wees extra alert als u op hellende oppervlakken van richting wilt veranderen. Probeer niet op steile vlakken sneeuw te ruimen. 9.
Als de afdekkappen, platen of andere beschermingsmid-delen niet juist zijn bevestigd, dient u de sneeuwruimer niet te gebruiken. 10. Gebruik de sneeuwruimer niet in de buurt van glazen afrasteringen, auto’s, gevelpuien, steile hellingen, etc. als de afvoerhoek niet juist is afgesteld. Laat kinderen en huisdieren niet in de buurt komen. 11.
U overbelast de machinecapaciteit door op een te hoog tempo sneeuw te ruimen. 12. Gebruik de machine nooit met hoge snelheid op gladde oppervlakken. Wees voorzichtig bij het achteruitrijden. 13. Laat omstanders nooit in de buurt van de uitlaat of aan de voorkant van het toestel komen. 14. Schakel de energiebron naar de collector/rotor uit als de sneeuwruimer wordt verplaatst of als hij niet in gebruik is. 15. Gebruik alleen hulpstukken en onderdelen die door de fabrikant van de sneeuwruimer zijn goedgekeurd (zoals wielgewichten, contragewichten, doppen, etc. ). 16. Gebruik de sneeuwruimer nooit bij slecht zicht of licht. Wees zeker van uw schoeisel en houd de hendels stevig vast. Loop; niet rennen. Onderhoud en Opslag 1. Controleer met regelmatige tussenpozen of geleidingen, breekpennen, motorophangbouten, enz.
nog goed vastzitten, om er zeker van te zijn dat er veilig met de machine kan worden gewerkt. 2. Zet de machine met brandstof in de tank nooit weg in een gebouw waar ontstekingsbronnen aanwezig zijn, zoals heet water en ruimteverwarming, wasdrogers, etc. Laat de motor eerst afkoelen, voordat de machine wordt weggezet. 3. Volg altijd de belangrijke details van de instructies op als de sneeuwruimer voor een lange periode wordt weggezet. 4. Onderhoud of vervang de veiligheids- en instructielabels, indien noodzakelijk. 5. Laat de motor een paar minuten na het sneeuwruimen doordraaien om bevriezing van de collector/rotor te voorkomen.
: De moersleutel kan worden gebruikt voor de montage van de rotorkop van de afvoertrechter aan de sneeuwruimer en voor de aanpassing van de remplaten. Het uitpakken van de bovenste hendel1. Zet de bovenste handgreep (A) in de werkstand. 2. Stel de hendel af in de gewenste hoogte met de bijbehorende montagegaten (B) en draai de onderste hendelknoppen (C) stevig vast. 3. Installeer de extra slotbouten (D) en handgreep knoppen (C) die worden geleverd in de zak delen bovenhandgreep (E) vast aan onderste hendel (F). Come preparare lo spazzaneve Riporre nella cassetta attrezzi i perni e le viti di sicurezza supplementari, i dadi e la chiave multipla forniti nel sacchetto delle parti di ricambio. NOTA: La chiave multipla può essere utilizzata per montare sullo spazzaneve la testa del dispositivo di rotazione del canale di scarico ed effettuare le regolazione sulle piastre di slittamento.
Pase los cables del rotador (H) a través de la guía de cable (F) y sujé-telos al asa inferior utilizando la presilla doble (I). Het installeren van de afvoertrechter / rotorkop N. B. : De moersleutel in de onderdelenzakjes kan worden gebruikt voor de montage van de rotorkop van de afvoertrechter. 1. Plaats de assemblage van de afvoertrechter op het boveneind van de trechterbasis met de afvoeropening naar de voorkant van de sneeuwrui-mer. 2. Plaats de rotorkop van de afvoertrechter (A) op de console van de afvoertrechter (B). Indien noodzakelijk, draai de afvoertrechter zo, dat hij in een rechte lijn ligt en pin de onderzijde van de rotorkop van de afvoertrechter vast met behulp van de gaten in de console van de afvoertrechter. 3. Als de rotorkop en de console op een rechte lijn liggen, plaats dan de rotorkop op spie (C) en tapbout (D) van de montageconsole (E). 4.
26Het bedienen van de sneeuwuitstootWAARSCHUWING: Sneeuwruimers hebben open roterende onderdelen, die ernstige verwondingen kunnen veroorzaken bij contact of bij contact met materiaal dat in de afvoertrechter terecht is gekomen en is uitgestoten. Houd het schoon te maken gebied altijd vrij van personen, kleine kinderen en huisdieren, ook tijdens het opstarten. WAARSCHUWING: Als de uitlooptrechter of avegaar verstopt raakt, schakel de motor uit en wacht tot alle beweg-ende onderdelen zijn gestopt. Gebruik het schoonmaakgereedschap dat is meegeleverd en NIET UW HANDEN om de uitlooptrechter en/of avegaar te ontstoppen. De RICHTING waarin de sneeuw wordt uitgestoten, kunt u regelen met de stuurknuppel voor de afvoertrechter.
• Om de afvoertrechter positie te veranderen, trek de afvoertrechter bedieningshendel achteruit (G) en verplaats de hendel naar links of rechts tot de afvoertrechter in de gewenste positie staat. Zorg ervoor dat de hendel terugveert en in de gew-enste positie vergrendelt. De AFSTAND waarover de sneeuw wordt uitgestoten, kunt u regelen met de defl ector van de afvoertrechter (J). Zet de defl ector laag om de sneeuw over een kleine afstand uit te stoten; zet de defl ector hoger om de sneeuw verder uit te stoten. • Druk rechts op de bedieningshendel defl ector aan de afvoertrechter (K) en breng de hendel naar voren om de defl ector te verlagen en de afstand te verkleinen. Verplaats de hendel terug om de defl ector te verhogen en de afstand te vergroten. Zorg ervoor dat de hendel terugveert en in de gewenste positie vergrendelt.
Kantel de geleiding naar voren, pak de schoonmaakhulp stevig bij het handvat vast en duw de schoonmaakhulp met een draaiende beweging in de uitworptrechter om de verstopping los te maken. Zorg ervoor dat de geleiding na het schoonmaken terugkeert in zijn normale gesloten positie. Duw de ontstopper weer in de beugel terug als de opeengepakte sneeuw is verwijderd. • Controleer of de afvoergoot in een veilige richting staat (geen voertuigen, gebouwen, mensen of andere voorwerpen in de afvoerrichting) voordat u de motor weer start. • Start de motor en knijp de bedieningshendel van de avegaar naar het handvat om de sneeuw uit de behuizing van de avegaar en de afvoergoot te verwijderen. Utilizzo dello strumento di pulitura In determinate condizioni d’innevamento, il ghiaccio e la neve potrebbero intasare la bocca di scarico. Utilizzare lo strumento di pulitura per eliminare tale ostruzione.
• Laat de knuppel los om de voorwaartse of achterwaartse beweging van de sneeuwruimer te stoppen. SNELHEID en RICHTING worden geregeld door de snelheidsstuurknuppel. • Druk rechts op de snelheidsregeling (L) en breng de hendel in de gewenste positie ALVORENS de besturingshendel voor de tractie-aandrijving (A) in te schakelen. Zorg ervoor dat de hendel terugveert en in de gewenste positie vergrendelt. OPGELET: Beweeg de snelheidsstuurknuppel niet als de knuppel van de aandrijving ingeschakeld is. Het kan schade aan de sneeuwruimer veroorzaken. • Lage snelheden zijn geschikt voor zware sneeuw en hogere snelheden zijn geschikt voor lichte sneeuw en het verplaatsen van de sneeuwruimer. Het wordt aanbevolen lager snelheden te gebruiken totdat u vertrouwd bent met het gebruik van de sneeuwruimer. N. B.
Voor het ruimen van sneeuw in normale omstandigheden, zoals een geplaveide oprit of stoep, dient u de remplaten in de hoogste positie af te stellen (de laagste schrapervrijslag) om een speling van 3 mm (1/8") vrijslag tussen de schraperstang en de grond te krijgen. Gebruik de middenpositie als het te ruimen oppervlak oneffen is. N. B. : Het is niet aan te raden de sneeuwruimer op grind of op oppervlakken met losse stenen te gebruiken. Voorwerpen, zoals grind, keien of ander afval, kunnen gemakkelijk opgepikt en uitgestoten worden, wat ernstige persoonlijke verwondingen, schade aan bezittingen of aan de sneeuwruimer kan veroorzaken. • Als de sneeuwruimer gebruikt dient te worden op oppervlakken met grind, wees extra alert and zorg dat de remplaten in de laagste positie (de hoogste schrapervrijslag) zijn afgesteld. 1. Zet de motor uit en wacht tot alle roterende onderdelen stilstaan. 2.
Lorsqu’elle a presque usé l’arête du logement, elle peut être renversée, fournissant des services additionnels avant d’être remplacée. Remplacez une barre de raclage endommagée ou usagée. Barra de arrastre (P)La barra de arrastre no se puede regular, pero es reversible. Después de un uso muy prolongado, puede desgastarse. Cuando se haya consumido casi hasta el borde del alojamiento, se puede usar por el otro lado, pudiéndola utilizar por más tiempo antes de que sea necesario un recambio. Substituir una barra de arrastre dañada o desgastada. Schraperstang (P)De schraperstang is niet afstelbaar, maar wel omkeerbaar. Hij kan na langdurig gebruik versleten raken. Als hij bijna tot de rand van de mantel is afgesleten, kan hij omgekeerd worden voor aanvullend gebruikersgemak, voordat hij vervangen dient te worden. Vervang een beschadigde of vers-leten schraperstang.
No mezclar aceite con gasolina. Comprar el carburante en cantidades que se pu-edan utilizar en un máximo de 30 días para asegurar que la gasolina sea nueva. ADVERTENCIA: Limpiar todo aceite o carburante derramado. No almacenar, derramar o usar gasolina cerca de una llama libre. VOORDAT U DE MOTOR STARTControleer het oliepeil (Q) van de motorDe motor van uw sneeuwruimer is gevuld door de fabrikant bij u afgeleverd. 1. Controleer de motorolie van de sneeuwruimer op effen terrein. 2. Draai het oliedeksel met peilstok los en veeg hem schoon, plaats de peilstok terug en draai vast, wacht een paar seconden, draai los en lees het oliepeil af. Indien noodzakelijk kunt u de olie aanvullen tot “FULL”-ijk op de peilstok is bereikt. Niet meer vullen dan tot het aangegeven niveau. • Om de motorolie te vervangen, zie “MOTOROLIE VERVANGEN” in het Onderhoud van deze handleiding.
Coger la empuñadura del arrancador de retroceso y tirar lentamente cuanta más cuerda sea posible fuera del ar-rancador. 2. Soltar la empuñadura del arrancador de retroceso y dejarla ir contra el arrancador. Si aun así el motor no arranca, repetir los pasos descritos arriba o utilizar el arrancador eléctrico. De motor starten De motor van uw sneeuwruimer is voorzien van zowel een 230V-elektrische startmotor als een startkoord. De elektrische startmotor is voorzien van een 3-polige stekker en is ontworpen voor een huishoudelijk stopcontact van 230 V. • Controleer of uw huis op 230-Volt-wisselstroom werkt en een geaard drieleidersysteem heeft. Raadpleeg bij onze-kerheid een gekwalifi ceerde elektricien. OPMERKING: Gebruik een verlengkabel die geschikt is voor gebruik buiten en die niet langer is dan 15 m.
WAARSCHUWING: Maak geen gebruik van de elek-trische startmotor als uw huis niet op 230-Volt-wis-selstroom werkt en geen geaard drieleiderssysteem heeft. Ernstige persoonlijke verwondingen of schade aan uw sneeuwruimer kan het resultaat zijn. KOUDE START - ELEKTRISCHE STARTMOTOR1.
Steek de veiligheidscontactsleutel (D) (Bevestigd aan startkoord) in het contactslot tot u een klik hoort. Draai de sleutel NIET om. Berg de reservesleutel op een veilige plaats op. 2. Zet de smoorregeling (C) op “FAST”. 3. Zet de OP/VAN schakelaar (CC) op “ON” (OP). 4. Draai de chokeregeling (E) naar “FULL”. 5. Druk drie (3) keer op de primer (T). N. B. : Door te veel injectie, kan de motor “verzuipen”. De motor wil dan niet starten. Als de motor “verzuipt”, wacht een paar minuten voordat u de motor opnieuw probeert te starten en druk NIET op het ontstekingspatroon. 6. Sluit de verlengkabel aan op de motor (S). 7. Steek het andere uiteinde van de verlengkabel in een geaard stopcontact van 230 V. 8. Druk de startknop (U) in totdat de motor start. BELANGRIJK: Zwengel de motor niet meer dan vijf achter-eenvolgende seconden aan tussen elke startpoging.
41WARME START - ELEKTRISCHE STARTMOTORVolg de stappen, zoals hierboven beschreven, maar houd de chokeregeling (E) op “OFF”. KOUDE START - TERUGLOOPSTARTER1. Steek de veiligheidscontactsleutel (D) (Bevestigd aan startkoord) in het contact totdat u een klik hoort. Draai de sleutel NIET om. Berg de reservesleutel op een veilige plaats op. 2. Zet de smoorregeling (C) op “FAST”. 3. Zet de OP/VAN schakelaar (CC) op “ON” (OP). 4. Draai de chokeregeling (E) naar “FULL”. 5. Druk drie (3) keer op de primer (T). N. B. : Door te veel injectie, kan de motor “verzuipen”. De motor wil dan niet starten. Als de motor “verzuipt”, wacht een paar minuten voordat u de motor opnieuw probeert te starten en druk NIET op het ontstekingspatroon. 6. Trek snel aan de handgreep van de terugloopstarter (V). Laat de kabel van de starter niet terugschieten. 7.
Als de motor start, laat dan de handgreep van de teru-gloopstarter los en draai de chokeregeling langzaam naar “OFF”. Laat de motor eerst een paar minuten warmdraaien. De motor zal pas op volle kracht komen nadat hij een normale werkingstemperatuur heeft bereikt. WARME START - TERUGLOOPSTARTERVolg de stappen, zoals hierboven beschreven, maar houd de choke (E) op “OFF”. Druk het ontstekingspatroon NIET in. Voordat u stoptLaat de motor nog een paar minuten draaien om het vocht in de motor te laten drogen. Als de terugloopstarter is bevrorenAls de terugloopstarter is bevroren en de motor niet wil doen starten, ga dan als volgt te werk:1. Pak de handgreep van de terugstarter en trek langzaam zo veel mogelijk touw uit. 2. Laat de handgreep los en laat het touw in de starter terugschieten.
TIPS VOOR HETSNEEUWRUIMEN• Gebruik de motor van de sneeuwruimer altijd met een volledig geopende gasklep. Op deze manier krijgt u de beste resultaten uit uw sneeuwruimer.
• Ga langzamer in diepe, bevroren of erg natte sneeuw. Gebruik de snelheidsbediening, NIET het gaspedaal, om de snelheid aan te passen. • Het is makkelijker en effi ciënter om sneeuw te ruimen vlak nadat het is gevallen. • De beste tijd om sneeuw te ruimen is vroeg in de morgen. Op dit tijdstip is de sneeuw meestal droog en is nog niet blootgesteld aan direct zonlicht of warme temperaturen. • Om er zeker van te zijn dat alle sneeuw verwijderd wordt, kunt u het beste de naast elkaar liggende banen overlappen. • Ruim sneeuw zo veel mogelijk met de wind mee. • Stel de remplaten gelijkmatig af tot de juiste hoogte voor de heersende sneeuwcondities is bereikt. Zie “HET AFSTELLEN VAN DE REMPLATEN” in dit gedeelte van de handleiding. • Als er extreem veel sneeuw is, gaat u dan langzamer te werk en houd minder brede banen aan door de vorige banen te overlappen.
Hierdoor kan er meer sneeuw worden geruimd. • Houd de motor schoon en vrij van sneeuw tijdens het gebruik. Dit helpt de luchtcirculatie en verlengt de lev-ensduur van de motor. • Als het sneeuwruimen voltooid is, laat de motor nog enkele minuten lopen om sneeuw en ijs aan de motor te laten smelten. • Maak de hele sneeuwruimer na elk gebruik grondig schoon en droog hem af zodat hij klaar is voor een volgend gebruik. WAARSCHUWING: Gebruik de sneeuwruimer niet in weercondities waarbij het zicht minimaal is. Sneeu-wruimen tijdens zware storm, wind of sneeuwval kan u verblinden en kan gevaarlijk zijn voor het veilige gebruik van de sneeuwruimer. CONSIGLI PER SPAZZARELA NEVE• Adoperare sempre lo spazzaneve a tutto gas. In questo modo sarà possibile ottenere le prestazioni migliori. • Addentrarsi lentamente nella neve ghiacciata o molto bagnata.
Caja de engranajes de la barrena• La caja de engranajes fue llenada en la fábrica con lubricante hasta el nivel. Se tiene que prestar atención al lubricante sólo si se ha efectuado un mantenimiento a la caja de engranajes. • Si se requiere lubricante, usar sólo grasa Ronex ED #1. Tandwielcarter van de boor• Het tandwielcarter is in de fabriek met smeermiddel gevuld tot het juiste niveau. Het smeermiddel dient alleen te worden nagekeken als er reparaties aan het tandwielcarter hebben plaatsgevonden. • Als er smeermiddel nodig is, gebruik dan alleen Ronex Ed #1-vet. Cassa delle coclea• La cassa della coclea è stata riempita con un’opportuna quantità di lubrifi cante dalla casa di produzione. Sarà necessario aggiungere nuovo lubrifi cante soltanto qua-lora si eseguano interventi di assistenza sugli ingranaggi in questione.
50MOTORZie handleiding voor de motor. SmeringControleer het oliepeil van het carter voordat u de motor start en elke keer na vijf (5) uur continu gebruik. Maak iedere keer het oliedeksel met peilstok stevig vast als u het oliepeil heeft gecontroleerd. Vervang de olie elke keer na 25 uren van gebruik of in ieder geval één keer per jaar als de sneeuwruimer niet 25 uur per jaar is gebruikt. HET VERVANGEN VAN MOTOROLIEStel het temperatuurbereik vast vooruitlopend op de vol-gende olievervanging. • Zorg dat de sneeuwruimer op effen terrein staat. • Olie kan gemakkelijker vervangen worden als hij warm is. • Vang de olie in een daarvoor geschikt reservoir op. OPMERKING: Een wiel kan van de sneeuwblazer worden verwijderd voor een eenvoudige toegang tot de olieaftap-plug en plaatsing van een geschikte container. 1.
Ontkoppel de ontstekingskabel van de ontstekings-bougie en leg de kabel op een plaats zodat hij niet per ongeluk in contact kan komen met de bougie. 2. Maak de sifondop en de directe omgeving schoon. 3. Verwijder de sifondop en tap de olie af in een daarvoor geschikt reservoir. 4. Zet de sifondop terug en maak stevig vast. 5. Veeg gemorste olie van de sneeuwruimer en de motor af. 6. Installeer het linkerwiel (indien verwijderd voor het afvoeren van olie). Zorg ervoor dat u de wielpen en de borgpen in de juiste gat in de wielas installeert (zie “WIELEN VERWIJDEREN” in het hoofdstuk Service en Aanpassingen van deze handleiding). 7. Verwijder het oliedeksel met peilstok. Zorg dat er geen vuil in de motor komt. 8. Hervul de motor met olie door de peilstokbuis. Schenk langzaam. Niet meer vullen dan tot het aangegeven niveau. 9.
Gebruik de ijkmaat op het oliedeksel met peilstok om het niveau te controleren. Zorg dat de peilstok stevig is vastgedraaid voor een nauwkeurige afgelezen waarde. Houd de olie op het peil “FULL”, zoals aangegeven op de peilstok. 10. Veeg alle gemorste olie af. MOTORESi faccia riferimento al manuale relativo al motore.
WAARSCHUWING: Verwijder de veiligheidscon-tactsleutel en ntkoppel de ontstekingskabel van de ontstekingsbougie en leg de kabel op een plaats zodat hij niet per ongeluk in contact kan komen met de bougie. • Hou voltooide oppervlakken / wielen vrij van benzine, olie, etc. • We raden u af de sneeuwruimer met een tuinslang schoon te maken, tenzij het elektrische systeem, de knaldemper en carburator waterdicht worden verpakt. Water in de motor kan de levensduur van de motor aanzienlijk verkorten. PULIZIA IMPORTANTE: Affi nché la macchina abbia il miglior ren-dimento, conservarla priva di qualsiasi tipo di sporco o di rifi uti. Dopo ogni impiego, pulire l’esterno dello spazzaneve. ATTENZIONE: Togliere la chiave di accensione di sicurezza e staccare il fi lo della candela dalla can-dela metterlo dove on possa venire in contatto con la candela.
SneeuwruimerHet afstellen van de hoogte van de sneeuwruimerZie “HET AFSTELLEN VAN DE REMPLATEN” en “SCHRAPERSTANG” in het gedeelte Gebruik van deze handleiding. AfvoertrechterDe defl ector, die aan de kop van de afvoertrechter is bevestigd, is zo ontworpen dat de sneeuw van de bestuurder wordt we-ggeworpen.
56SchuifboutenBoorschuifboutenZowel de rechter- als de linkerboren zijn bevestigd aan de booras met een borstbout/schuifbout en een zeskantmoer. De schuifbouten zijn zo ontworpen, dat ze breken als er voorwerpen of ijs in de boren vast te komen zitten en behoeden zo voor schade aan andere componenten. Als één of beide boren niet draaien, terwijl de boorstuurknuppel is ingedrukt, controleer dan of er bouten zijn gebroken. Het vervangen van de schuifbouten:1. Ontkoppel alle regelaars en verplaats de smoorregeling naar STOP (of zorg dat het OP/VAN schakelaar op OFF (VAN) staat). Wacht tot alle roterende onderdelen stilstaan. 2. Verwijder de veiligheidscontactsleutel en ntkoppel de ontstekingskabel van de ontstekingsbougie en leg de kabel op een plaats zodat hij niet per ongeluk in contact kan komen met de bougie. 3.
Leg het gat in boornaaf (A) samen met het gat in de booras (B) en plaats een nieuwe 1/4-20 x 2" borstbout/schuifbout in de gaten. Zet er een 1/4-20 borgmoer (D) op en draai stevig vast. OPGELET: Gebruik geen andere moeren en bouten dan aangegeven. Gebruik alleen de OEM-schuifbouten die bij uw sneeuwruimer zijn meegeleverd. 4. Tussenvoegsel de veiligheidscontactsleutel en verbind de ontstekingskabel met de ontstekingsbougie. RotorschuifboutenDe rotor is bevestigd aan de rotoras met twee (2) breekpennen en zeskantmoeren. Mocht een vreemd voorwerp of ijs in de rotor vast komen te zitten, dan zullen de breekpennen zoals bedoeld breken om schade aan andere onderdelen te voorkomen. Als de rotor niet draait wanneer de avegaar bedieningshendel is ingeschakeld, controleer dan of de breekpennen zijn afgeknapt. Voor het vervangen van de breekpennen:1.
66Het vervangen van de riemenDe boorriemen en aandrijfriemen zijn niet afstelbaar. Als de riemen zijn beschadigd of tekenen van slijtage beginnen te vertonen, dienen ze vervangen te worden. Het wordt aanbevolen de riem(en) door een gekwalifi ceerde reparateur te laten vervangen. N. B. : Wij raden u aan zowel de boorriemen als de aandrijfriemen tegelijkertijd te vervangen. De V-riemen op uw sneeuwruimer zijn speciaal geconstrueerd en moeten vervangen worden door riemen van de oorspronkelijke fabrikant (original equipment manufacturer - OEM), die bij uw dealer verkrijgbaar zijn. Het gebruik van andere dan OEM-riemen kan persoonlijke verwondingen of schade aan de sneeuwruimer veroorzaken. WAARSCHUWING: Het vervangen van de riemen vereist scheiding van de sneeuwruimer.
Tijdens het scheiden van de boormantel (1) en het framestel (2) is het van belang dat een assistent u helpt door in de besturingspositie te gaan staan en de hendels van de sneeuwruimer (3) vasthoudt. Ernstige persoonlijke verwondingen en/of schade aan het toestel kunnen voorkomen als de sneeuwruimer zou vallen tijdens het verwisselen van de riemen. BEHIFGDCAVOOR HET VERVANGEN VAN RIEMEN1. HAAL DE BENZINE UIT DE BRANDSTOFTANK - Tap de benzine uit de brandstoftank af en vang hem in een daarvoor geschikt reservoir op en houd uit de buurt van vuur of vlammen. Veeg gemorste benzine af. 2. HAAL DE AFVOERTRECHTER LOS - Draai de sluitmoer die de draaikop van de afvoertrechter aan de bevestigingsbeugel bevestigt los, zodat de draaikop opgetild kan worden en de afvoertrechter van de sneeuwruimer gehaald kan worden. 3.
HET VERWIJDEREN VAN DE RIEMHULS - Zie “HET VERWIJDEREN VAN RIEMHULS” in dit gedeelte van deze handleiding. AVEGAARRIEM VERVANGEN AVEGAARRIEM VERWIJDEREN1. Verwijder de bovenste 5/16 "bouten (A) en de onderste 1/4" bouten (B) uit beide zijden van de frameconstructie (C). Werp de bouten niet weg. 2.
Draai de onderste 5/16 "bouten (D) losser ZONDER ZE TE VERWIJDEREN aan beide zijden van de frameconstructie. 3. Verwijder de avegaarriem (E) van de motorpoelie (F). 4. Kantel het achterste gedeelte omlaag. Het voorste gedeelte zal tegelijk naar voren kantelen, daar de onderste bout als scharnier fungeert tussen het voorste en het achterste gedeelte. Gebruik een blok onder het scharnierpunt om de sneeuwblazer te ondersteunen in de gekantelde positie zoals afgebeeld. 5. Verplaats de spannerarm (G) voor de avegaarriem en verwijder de avegaarriem (E) van de arm. AVEGAARRIEM MONTEREN1. Verplaats de spannerarm (G) voor de riem en plaats de avegaarriem (E) rond en in de groef van de avegaarpoelie (H). OPMERKING: Zorg dat de band niet beklemd raken tussen het frame en de avegaarbehuizing bij de inbouw van het samenstel. 2. Verwijder blok van onder de sneeuwblazer.
Til de handgrepen (I) op om het onderste gedeelte omhoog te kantelen. Het voorste gedeelte zal achteruit kantelen en draaien om aan te sluiten op het achterste gedeelte. 3. Zorg ervoor de riem goed in de groef van de avegaarpoelie zit. 4. Monteer de eerder verwijderde en losgedraaide 5/16" bouten en draai ze stevig vast. (8-12 Ft. Lbs. / 11-16 Nm). Monteer de eerder verwijderde 1/4" bouten (B) en draai ze stevig vast. (4-6 Ft. Lbs. / 5-8 Nm). 5. Monteer de avegaarriem (E) op de motorpoelie (F). Controleer of de riem correct rond de geleiderol loopt en goed in de groef van de motorpoelie zit. 6. Hanteer alle bedieningsorganen om u ervan te vergewissen dat de riemen goed zijn gemonteerd en dat alle onderdelen correct bewegen. Ga verder met de "NA HET VERVANGEN VAN RIEMEN" instructies.
Maak stevig vast.2. HET INSTALLEREN VAN DE AFVOERTRECHTER- Zie “HET IN-STALLEREN VAN DE AFVOERTRECHTER / DRAAIKOP” in het gedeelte Montage van deze handleiding.JOKPLQMRNS
75BDECADe spanning van de schakelkabel afstellen Als na veel bedrijfsuren de eerste versnelling slipt of te langzaam lijkt te zijn, moet de spanning van de schakelkabel worden afgesteld om de lengte in te korten. De schakelkabel afstellen (A):1. Stel kabelspanning af door de tegenmoer (B) naast de schroefspanner (C) los te draaien. 2. Pak het korte deel en houd deze vast, terwijl u het lange deel draait om de kabel te verlengen (C). 3. Draai het lange deel twee slagen en draai de tegenmoer vast. 4. Test de rijsnelheid in de eerste versnelling. Indien de eerste versnelling slipt of te langzaam lijkt te zijn, herhaalt u deze procedure. De kabelspanning van uitworprotor afstellen (D)1. Stel kabelspanning af door de tegenmoeren (B) naast de schroefspanner (C) los te draaien. 2. Pak het korte deel en houd deze vast, terwijl u het lange deel draait om de kabel te verlengen (C). 3.
Stel af tot de kabel strak is en draai de tegenmoeren vast. Prestaties grondboor en kabels afstellenOPMERKING: Als u deze afstelling liever niet zelf uitvoert, dan kunt u contact opnemen met een geautoriseerd(e) service center/-afdeling. Afstelling kan nodig zijn als de rotatie van de rotor en de grondboor traag is wanneer de besturingshendel van de grondboor wordt ingeschakeld, of als de riem van de grondboor is vervangen. De besturingskabel van de grondboor (E) afstellen:1. Stel de kabelspanning af door de tegenmoer (B) naast de schroefspanner (C) los te draaien. 2. Houd het korte gedeelte vast en draai tegelijkertijd het lange gedeelte om de afsteller (C) te verlengen. Draai het middelste gedeelte één keer helemaal rond. 3. Test de inschakeling van de grondboor opnieuw. Herhaal de afstelling zo vaak als nodig is, totdat de inschakeling niet meer traag is. 4.
De helper moet de rotatie van de grondboor in de gaten houden en bijhouden hoe lang het duurt voordat de rotatie stopt nadat u de hendel hebt losgelaten. Als de grondboor pas na 5 seconden stopt met roteren, stel dan de kabel af door het middelste gedeelte één keer helemaal rond te draaien, zodat de afsteller korter wordt. Test de inschakeling van de grondboor opnieuw en kijk weer hoe lang het duurt voordat de grondboor tot stilstand komt. Als de grondboor binnen 5 seconden stopt met roteren, ga dan door met de volgende stap. 5. Draai de tegenmoer op de kabel vast. OPMERKING: Als de afstelling het probleem niet verhelpt, vervang dan de riem van de grondboor. Zie “Riemen vervangen” in het gedeelte Onderhoud & Afstellen van deze handleiding.
WAARSCHUWING: Berg de sneeuruimer nooit met benzine in de tank op in een gebouw waar dampen een open vlam, vonken of een indicatielampje zo-als op een oven, waterkokers, wasdrogers of gas-toestel, kunnen bereiken. Laat de motor afkoelen voordat hij opgeborgen wordt. De sneeuwruimerAls de sneeuwruimer voor een langere tijd wordt opgeborgen, maak hem grondig schoon, verwijder al het vuil, vet, bladeren etc. Berg hem op in een schone, droge ruimte.
1. Maak de hele sneeuwruimer schoon (Zie “SCHOONMAAK” in het gedeelte Onderhoud van deze handleiding). 2. Controleer en vervang de riemen indien noodzakelijk (Zie “HET VERVANGEN VAN DE RIEMEN” in het gedeelte Reparatie en Aanpassingen van deze handleiding). 3. Smeer de sneeuwruimer zoals aangegeven in het gedeelte Onderhoud van deze handleiding. 4. Zorg ervoor dat alle moeren, bouten, schroeven en pennen goed worden vastgezet. Inspecteer bewegende delen en geleidingen op schade, breuk en slijtage. Indien nodig vervangen. 5. Stip alle geroeste oppervlakken en gesprongen verf aan; schuur licht voor het verven. ImmagazzinaggioAlla fi ne della stagione o se prevedete di non utilizzare la macchina per almeno trenta giorni, preparatela immediata-mente per essere messa a magazzino.
• Gebruik nooit schoonmaakproducten voor motor of carburator in de brandstoftank. Er kan permanente schade optreden. • Gebruik het volgende seizoen verse brandstof. MotorolieLaat de olietank (met een warme motor) leeglopen en ver-vang met schone motorolie. (Zie “MOTOR” in het gedeelte Onderhoud van deze handleiding). Cilinder1. Verwijder de ontstekingsbougie. 2. Schenk 29 ml olie via het gat in de ontstekingsbougie in de cilinder. 3. Trek een paar keer langzaam aan de handgreep van de terugloopstarter om de olie te verspreiden. 4. Vervang de ontstekingsbougie met een nieuwe. MotoreSi faccia riferimento al manuale relativo al motore. Carburante1. Svuotare il serbatoio dal carburante. 2. Avviare il motore e farlo girare fi no a quando I tubi che portano la benzina e il carburatore non siano completamente vuoti.
85PROBLEEM OORZAAK OPLOSSINGWil niet starten 1. De afsluitklep van de brandstoftank (als hij zo is uitgevoerd) in “OFF” zetten. 1. Draai de afsluitkep van de brandstoftank naar “OPEN”. 2. De veiligheidscontactsleutel zit niet in het contact. 2. Steek de veiligheidscontactsleutel in het contact. 3. Brandstof is op. 3. Hervul de brandstoftank. 4. Het gaspedaal staat op “STOP” (of de OP/VAN schakelaar op “OFF”). 4. Zet het gaspedaal op “FAST” (of zet de OP/VAN schakelaar op “ON”). 5. Choke staat op “OFF”. 5. Zet de choke op “FULL”. 6. Het ontstekingspatroon is niet inge-drukt. 6. Maak contact zoals aangegeven in het gedeelte Gebruik van deze handleiding. 7. Motor is ‘verzopen’. 7. Wacht een paar minuten voor u herstart, maak GEEN contact het ontstekingspatroon. 8. De ontstekingsbougie in niet aang-esloten. 8. Koppel de kabel aan de ontstekingsbougie. 9. Slechte ontstekingsbougie. 9.
Vervang de ontstekingsbougie. 10. Oude brandstof. 10. Laat de tank leeglopen en hervul met verse, schone brandstof. 11. Water in brandstof. 11. Laat de brandstoftank en de carburator leeglopen en hervul de tank met verse benzine. Verlies van stroom 1. De ontstekingskabel is los. 1. Koppel de ontstekingskabel weer aan. 2. Stoot te veel sneeuw uit. 2. Verminder snelheid en verklein breedte van baan. 3. Het ventilatiegat van de brandstof-tank is verstopt. 3. Verwijder ijs en sneeuw van het ventilatiegat. 4. Vuile of verstopte knaldemper. 4. Maak de knaldemper schoon of vervang hem. De motor is niet werkzaam of draait ruw1. Choke staat op “FULL”. 1. Zet de choke op “OFF”. 2. Verstopping in de brandstofleiding. 2. Maak de brandstofleiding schoon. 3. Oude brandstof. 3. Laat de tank leeglopen en hervul met verse, schone brandstof. 4. Water in brandstof. 4.
Buitensporige vibratie1. Losse onderdelen of beschadigde boren of rotor. 1. Maak alle bevestigingsmiddelen vast. Vervang beschadigde on-derdelen. Als de vibratie aanhoudt, neem dan contact op met een gekwalificeerde reparateur. De terugloopstar-ter zwaar1. Bevroren terugloopstarter. 1. Zie “ALS TERUGLOOPSTARTER IS BEVROREN” van het ge-deelte Gebruik in deze handleiding. Verlies van aandrijving / vermindering van snelheid1. De aandrijfriem is versleten. 1. Controleer / vervang de aandrijfriem. 2. De aandrijfriem is van de riemschijf afgeschoten. 2. Controleer / zet de aandrijfriem weer terug. 3. Het wrijvingswiel is versleten. 3. Neem contact op met een gekwalificeerde reparateur. Verlies van sneeuwuitstoot of vermindering van sneeuwuitstoot1. De boorriem is van de riemschijf afgeschoten. 1. Controleer / zet de boorriem weer terug. 2. De boorriem is versleten. 2.
Controleer / vervang de boorriem. 3. Verstopte afvoertrechter. 3. Maak de sneeuwtrechter schoon. 4. Boren / rotor is vastgelopen 4. Verwijder afval of andere voorwerpen van de boren / rotorLampen gaan niet aan 1. Lampen gaan niet aan. 1. Start de motor. 2. Losse draden. 2. Sustituir el módulo de luces LED. (Los LED individuales no son sustituibles. 3. LED is doorgebrand. 3. Vervang de ledlampmodule. (Losse ledlampjes kunnen niet vervangen worden).
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Husqvarna ST 230P stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Ventilator Husqvarna
Handleiding Ventilator
Nieuwste handleidingen voor Ventilator