Husqvarna DP110 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna DP110 (364 pagina’s), behorend tot de categorie Grastrimmer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 30 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Husqvarna DP110 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/364
DP110
ENOperator's manual10-22
BGРъководство за експлоатация23-36
CSNávod k použití37-48
DABrugsanvisning49-60
DEBedienungsanweisung61-73
ELΟδηγίες χρήσης74-87
ESManual de usuario88-100
ETKasutusjuhend101-111
FIKäyttöohje112-123
FRManuel d'utilisation124-136
HRPriručnik za korištenje137-148
HUHasználati utasítás149-161
ITManuale dell'operatore162-174
JA取扱説明書175-186
LTOperatoriaus vadovas187-198
LVLietošanas pamācība199-210
NLGebruiksaanwijzing211-223
NOBruksanvisning224-235
PLInstrukcja obsługi236-248
PTManual do utilizador249-261
ROInstrucţiuni de utilizare262-274
RUРуководство по эксплуатации275-288
SKNávod na obsluhu289-300
SLNavodila za uporabo301-312
SRPriručnik za rukovaoca313-324
SVBruksanvisning325-336
TRKullanım kılavuzu337-348
UKПосібник користувача349-361

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Husqvarna
Categorie: Grastrimmer
Model: DP110

Handleiding Husqvarna DP110 – volledige tekst

InhoudInleiding. 211Veiligheid. 212Montage. 216Werking. 217Onderhoud. 218Technische gegevens. 220Accessoires. 221Verklaring van overeenstemming. 223InleidingProductbeschrijvingHusqvarna DP110 is een opzetstuk voorstoksnoeizagen dat wordt gebruikt in combinatie meteen voedingseenheid. Husqvarna AB werkt voortdurend aan het verderontwikkelen van haar producten en behoudt zich danook het recht voor om zonder aankondiging voorafwijzigingen in o. a. vorm en uiterlijk door te voeren. GebruikWAARSCHUWING: Dit opzetstukmag alleen samen met het beoogde productworden gebruikt. Zie het hoofdstuk overaccessoires in de bedieningshandleidingvan het product. Dit opzetstuk is uitsluitend bedoeld voor het knippen vantakken en twijgen. Overzicht opzetstukken(Fig. 1)1. As2. Ophanghaak draagstel3. Beschermkap voor zaagketting4. Vergrendelknop voor beschermkap5. Kettingspannerschroef6. Zaagketting7. Geleider8.

Kettingolietank9. Dop voor de kettingolietank10. Gebruikershandleiding11. Transportbescherming12. Klimgordel13. Combinatietang14. Handbescherming15. Houder16. Schroeven voor de handbescherming17. Opslaghaak, schroeven en wandpluggenSymbolen op het opzetstuk en devoedingseenheid(Fig. 2)WAARSCHUWING. Wees voorzichtig engebruik het product op de juiste manier. Dit product kan ernstig of fataal letseltoebrengen aan de gebruiker of anderen. (Fig. 3)Lees de bedieningshandleiding zorgvuldigdoor en zorg dat u de instructies hebtbegrepen voordat u het opzetstuk gaatgebruiken. (Fig. 4)Gebruik een veiligheidshelm op locatieswaar objecten op u kunnen vallen. Gebruik goedgekeurde oogbescherming. (Fig. 5)Gebruik altijd goedgekeurdeveiligheidshandschoenen. (Fig. 6)Gebruik stevige antisliplaarzen. (Fig. 7)Gelijkstroom. (Fig. 8)Nominale spanning, V(Fig.

9)Het product of de verpakking ervan isgeen huishoudelijk afval. Lever het inbij een recyclepunt voor elektrische enelektronische apparatuur. (Fig. 10)Stel het product niet bloot aan regen. (Fig. 11)Koppel de accu los voor onderhoud. (Fig.

Environment Operations (Noise Control)Regulation 2017". Het gegarandeerdegeluidsvermogensniveau van het productstaat vermeld in Technische gegevens oppagina 220. (Fig. 16) Dit product is niet elektrisch geïsoleerd. Wanneer het product in con-tact komt met of in de buurt komt van stroomvoerende leidingen kandit leiden tot dodelijke ongelukken of ernstig letsel. Elektriciteit kandoor een zogenaamde spanningsboog van het ene naar het anderepunt geleid worden. Hoe hoger de spanning is, des te langer deweg waarover de elektriciteit geleid kan worden. Elektriciteit kan ookdoor takken of andere voorwerpen geleid worden, vooral als dezenat zijn. Houd altijd minimaal 10 m afstand tussen de machine eneen leiding waarop spanning staat en/of voorwerpen die daarmee incontact staan.

Wanneer u toch met een kortere veiligheidsafstandmoet werken, moet u altijd contact opnemen met de desbetreffendeenergiemaatschappij om ervoor te zorgen dat de spanning uit staatvoordat u uw werkzaamheden begint. Gebruikers van het product moeten erop toezien dat er tijdens hetwerk geen mensen of dieren dichter dan 15 meter bij het productkomen. Let op: Overige op de machine aangegeven symbolen/plaatjes verwijzen naar specifieke eisen aan certificeringvoor bepaalde markten. VeiligheidVeiligheidsdefinitiesWaarschuwingen, voorzorgsmaatregelen enopmerkingen worden gebruikt om te wijzen opbelangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruiktom te wijzen op de kans op ernstig offataal letsel voor de gebruiker of omstanderswanneer de instructies in de handleiding nietworden gevolgd.

OPGELET: Wordt gebruikt indien ereen risico bestaat op schade aan hetproduct en andere eigendommen of aande omgeving wanneer de instructies in dehandleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in eenbepaalde situatie. Algemene veiligheidsinstructiesWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat u hetproduct gaat gebruiken.

• Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door enzorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u hetopzetstuk gebruikt. • Deze instructies vormen een aanvulling op deinstructies die bij het product zijn geleverd. Raadpleeg de bedieningsinstructies van het productvoor andere procedures. • De oorspronkelijke vormgeving van het opzetstukmag in geen enkel geval gewijzigd worden zondertoestemming van de fabrikant. Gebruik nooiteen opzetstuk dat gewijzigd lijkt te zijn dooranderen, en gebruik altijd originele accessoires. Niet goedgekeurde wijzigingen en/of niet-origineleonderdelen kunnen tot ernstig persoonlijk letsel of dedood van zowel gebruiker als omstanders leiden. • Mogelijk gelden er nationale wettelijke voorschriftendie het gebruik van de machine beperken. Veiligheidsinstructies voor bediening• Laat nooit kinderen het product gebruiken. • Houd onbevoegden op afstand.

• Werk nooit op een ladder, stoel of andere verhogingdie niet stevig vast staat. • Let erop dat u tijdens het werken altijd op een veiligeen stabiele ondergrond staat. • Gebruik altijd het draagstel wanneer u het productgebruikt. Het draagstel biedt maximale controletijdens de bediening van het product. Het draagstelvermindert het risico op vermoeidheid in uw armenen rug. • Gebruik altijd beide handen om het product vastte houden. Houd het product naast uw lichaam. Zorg ervoor dat u het harnas vastmaakt aan deophanghaak. (Fig. 17)• Gebruik uw rechterhand om de voedingsschakelaarte bedienen. • Als zich een noodsituatie voordoet, laat u hetproduct los en laat u het op de grond vallen. • Zorg ervoor dat uw handen en voeten niet bij desnijuitrusting komen als de motor draait.

• Wanneer u de motor hebt uitgeschakeld, moet u uwhanden en voeten uit de buurt van de snijuitrustinghouden tot deze helemaal gestopt is. • Wees alert op stukken tak die tijdens het knippenweggeslingerd kunnen worden. • Plaats het product altijd op de grond als u het nietgebruikt. • Controleer het werkgebied op vreemde voorwerpen,zoals elektriciteitskabels, insecten, dieren etc. ofandere voorwerpen die de snijuitrusting kunnenbeschadigen, zoals metalen voorwerpen. • Stop het product onmiddellijk als een vreemdvoorwerp wordt geraakt of als zich trillingenvoordoen. Als u een product hebt dat op eenaccu werkt, verwijdert u de accu uit het product. Controleer of het product niet beschadigd is. Vervang het product als dit beschadigd is. • Als er iets vast komt te zitten in de snijuitrustingterwijl u aan het werk bent, zet dan de motor af enlaat deze volledig stoppen voordat u de snijuitrustingreinigt.

• Gebruik de stoksnoeischaar niet als u moe bent ofonder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. • Overmatige blootstelling aan trillingen kan leidentot bloedvat- en zenuwbeschadigingen bij personenmet een slechte bloedcirculatie.

Consulteer uwdokter wanneer u symptomen waarneemt diewijzen op overmatige blootstelling aan trillingen. Dergelijke symptomen zijn o. a. een doof gevoel,gevoelloosheid, tintelingen, een prikkelend gevoel,pijn, krachtverlies, veranderingen van huidskleur ofconditie van de huid. Deze symptomen wordenmeestal waargenomen in de vingers, handen ofpolsen. De risico’s kunnen bij lage temperaturentoenemen. • Controleer het product vóór gebruik opbeschadigingen. Als het product valt of iets raakt,controleer dan op schade. Vervang het product alsdit beschadigd is. • Adem de kettingolienevel of het stof van zaagsel nietin. Langdurige inademing van kettingolienevel en hetstof van zaagsel kan een gezondheidsrisico vormen. Persoonlijke beschermingsuitrustingWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat u hetproduct gaat gebruiken. • Gebruik een helm als er objecten op u kunnenvallen.

• Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. • Langdurige blootstelling aan lawaai kan leidentot permanente gehoorbeschadiging. Gebruik altijdgoedgekeurde gehoorbescherming. • Draag altijd veiligheidslaarzen met antislipzool. (Fig. 18)• Draag altijd werkkleding en een stevige lange broek. • Draag nooit losse kleding of sieraden. • Zorg ervoor dat uw haar boven schouderhoogte is. Veiligheidsvoorzieningen op het productIn dit hoofdstuk worden de veiligheidsvoorzieningen ophet product beschreven, welke functie ze hebben en hoecontroles en onderhoud moeten worden uitgevoerd omde goede werking ervan te waarborgen. WAARSCHUWING: Gebruikeen product nooit wanneer deveiligheidsvoorzieningen defect zijn. Deveiligheidsvoorzieningen moeten wordengecontroleerd zoals in dit hoofdstuk wordtbeschreven.

Als het product een van dezecontroles niet doorstaat, moet u contactopnemen met uw servicewerkplaats voorreparatie. Veiligheidswaarschuwingen voor destoksnoeizaag• Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van dezaagketting of het zaagblad als de stoksnoeizaagin werking is.

Voordat u de machine start,zorgt u ervoor dat de zaagketting of het bladnergens contact mee maakt. Een moment vanonoplettendheid tijdens het gebruik van de machinekan leiden letsel bij uzelf of anderen. • Gebruik altijd twee handen bij het bedienen van destoksnoeizaag. Houd de machine met beide handenvast om te voorkomen dat u de controle verliest. • Om het risico op elektrocutie te beperken, magu de stoksnoeizaag nooit in de buurt vanelektriciteitskabels gebruiken. Contact met of gebruikin de buurt van elektriciteitskabels kan ernstig letselveroorzaken of een elektrische schok die de dood totgevolg heeft. 2195 - 006 - 26. 10. 2023213.

• Houd de stoksnoeizaag alleen vast aan degeïsoleerde handgrepen, omdat de zaagketting ofhet blad verborgen bedrading kan raken. Als dezaagketting of het blad een onder stroom staandedraad aanraakt, kan dit ervoor zorgen dat niet-geïsoleerde delen van de machine onder stroomkomen, waardoor de gebruiker een elektrische schokkan krijgen. • Draag een veiligheidsbril en gehoorbeschermers. Wijraden u aan verdere beschermingsuitrusting voorhanden en voeten te gebruiken. Als u voldoendebeschermende kleding draagt, neemt de kansop persoonlijk letsel door rondvliegend vuil ofonbedoeld contact met de zaagketting of het blad af. • Gebruik altijd hoofdbescherming wanneer u bovenuw hoofd werkt met de stoksnoeizaag. Vallend afvalkan leiden tot ernstig lichamelijk letsel. • Ga altijd goed staan en bedien de stoksnoeizaagalleen terwijl u op de grond staat.

Gladde ofonstabiele oppervlakken kunnen ervoor zorgen datu uw evenwicht of de controle over de machineverliest. • Bedien een stoksnoeizaag nooit terwijl u in eenboom staat. Als u een stoksnoeizaag gebruikt terwijlu in een boom staat, kan dat persoonlijk letselveroorzaken. • Houd alle netsnoeren en kabels uit de buurt van hetsnijgebied. Netsnoeren en kabels kunnen verborgenin bomen liggen en kunnen onbedoeld wordendoorgesneden door het blad. • Gebruik de stoksnoeizaag niet bij slechteweersomstandigheden, vooral wanneer er een risicoop bliksem bestaat. Dit vermindert het risico opblikseminslag. • Als u een tak doorzaagt die onder spanning staat,zorg dan dat de tak u niet kan raken. Als despanning in de houtvezels vrijkomt, kan de geveerdetak de gebruiker raken en/of ervoor zorgen datde gebruiker de machine niet meer onder controleheeft. • Wees zeer voorzichtig als u struiken en jonge bomenzaagt.

Let erop dat u geen aan/uit-schakelaar bedient en het blad van uw lichaam afhoudt. Op de juiste manier dragen van de machinevermindert de kans op onbedoeld contact met debewegende kettingzaag of blad. • Als u de stoksnoeizaag vervoert of opbergt, moetu altijd de afdekking over het zaagblad of bladaanbrengen. Op de juiste manier omgaan met demachine vermindert de kans op onbedoeld contactmet de bewegende zaagketting of blad. • Als u vastgelopen materiaal verwijdert, destoksnoeizaag opbergt of er onderhoud aan uitvoert,dient u te zorgen dat de schakelaar uit staaten dat het accupack verwijderd is. Indien demachine onverwacht wordt geactiveerd tijdenshet verwijderen van vastgelopen materiaal ofonderhoud, kan dit leiden tot ernstig persoonlijkletsel. • Volg de instructies voor het smeren, het spannenvan de ketting en het verwisselen van accessoires.

Als de ketting niet goed is gespannen of gesmeerd,kan de ketting breken en neemt de kans opterugslag toe. • Zaag alleen hout. Gebruik de stoksnoeizaag alleenwaarvoor hij is bedoeld. Bijvoorbeeld: gebruik demachine niet om plastic, metaal, metselwerk ofander bouwmateriaal dan hout door te zagen. Alsde machine voor andere toepassingen dan bedoeldwordt gebruikt, kan dat tot gevaarlijke situatiesleiden. Oorzaken van terugslag en het voorkomen ervan doorde gebruiker:Er kan terugslag optreden wanneer de punt van hetzaagblad in contact komt met een voorwerp of wanneerde zaagsnede dichtklapt en de zaagketting of hetcirkelvormige zaagblad in de snede wordt geblokkeerd. Soms kan er bij contact met de punt een reactie integengestelde richting ontstaan, waardoor het zaagbladomhoog en naar achteren wordt geslagen en de veiligebediening van de stoksnoeizaag beïnvloed wordt.

Als de zaagketting aan de bovenkant van het zaagbladklem komt te zitten, kan het zaagblad snel naar achterenworden gedrukt. Bij deze reacties kunt u de controle over destoksnoeizaag verliezen, wat kan leiden tot ernstigpersoonlijk letsel.

Bij het gebruik van een stoksnoeizaagmoet u een aantal stappen nemen om ongevallen ofletsel bij het zagen te voorkomen. Terugslag is het gevolg van verkeerd gebruiken/of verkeerde bedrijfsprocedures of -omstandighedenen kan worden vermeden door de juistevoorzorgsmaatregelen te nemen, zoals hieronder wordtbeschreven:• Houd de zaag stevig vast, met uw duimen en vingersrond de handgrepen van de stoksnoeizaag, metbeide handen op de machine en uw lichaam en armzodanig geplaatst dat u eventuele terugslag kuntopvangen. De kracht van een terugslag kan door degebruiker onder controle worden gehouden, mits dejuiste voorzorgsmaatregelen worden genomen. Laatde machine niet los. • Voorkom overstrekken. Zo voorkomt u onbedoeldcontact met de punt en houdt u de machine inonverwachte situaties beter onder controle.

• Gebruik uitsluitend vervangende zaagbladen,zaagkettingen of bladen die door de fabrikantzijn gespecificeerd. Als verkeerde vervangendezaagbladen, kettingen of bladen worden gebruikt,kan de ketting breken en/of kan er terugslagontstaan. • Volg de instructies van de fabrikant voor het slijpenen onderhouden van de zaagketting of het zaagblad. 2142195 - 006 - 26. 10. 2023.

Als de zaagdiepte wordt verkleind, kan de terugslagtoenemen. Overige veiligheidsinformatie• Vermijd gevaarlijke omgevingen - Gebruik apparatenniet op vochtige of natte locaties. • Gebruik apparaten niet in de regen. • Houd kinderen uit de buurt - Alle bezoekers moetenuit de buurt blijven van het werkgebied. • Draag geschikte kleding - Draag geen losse kledingof sieraden. Deze kunnen vast komen te zittenin bewegende delen. Het gebruik van rubberenhandschoenen en stevig schoeisel wordt aanbevolenbij werkzaamheden buitenshuis. Lange haren altijdbedekken. • Draag een veiligheidsbril - Gebruik altijd een(stof)masker tijdens stoffige werkzaamheden. • Gebruik de juiste apparatuur - Gebruik apparatuuruitsluitend voor toepassingen waarvoor dezebedoeld is. • Voorkom onbedoeld starten - Draag het apparaatniet met de vinger op de schakelaar.

Zorg ervoor datde schakelaar is uitgeschakeld wanneer u de stekkerin het stopcontact steekt. • Forceer het apparaat niet - Het werk verloopt beteren met minder kans op letsel als de machine wordtgebruikt met de snelheid waarvoor deze ontworpenis. • Voorkom overstrekken - Zorg dat u te allen tijdestevig en in balans staat. • Blijf alert - Kijk wat u doet. Gebruik altijd uw gezondverstand. Gebruik het apparaat niet wanneer u moebent. • Berg apparaten binnen op - Berg uw apparaten,wanneer u ze niet gebruikt, binnen, op een drogeen hoge of goed afgesloten plaats op, en houd zebuiten bereik van kinderen. • Onderhoud het apparaat zorgvuldig - Houd demessen scherp en schoon voor de beste prestatiesen om het risico op letsel te verkleinen. Volg deinstructies voor het smeren en verwisselen vanaccessoires. Houd de handgrepen droog, schoon envrij van olie en vet.

Controleer de uitlijning van bewegende delen,de bewegingsvrijheid van bewegende delen, defecteonderdelen, bevestiging en andere toestanden diede werking ervan negatief kunnen beïnvloeden. Eenafscherming of ander onderdeel dat beschadigd is,moet op de juiste manier worden gerepareerd ofvervangen door een geautoriseerd servicecentrum,tenzij in deze handleiding anders wordt aangegeven. Veiligheidsinstructies voor onderhoudWAARSCHUWING: Desnijuitrusting blijft roteren, zelfs nadat ude activeringsschakelaar hebt losgelaten. Als u een product hebt dat op een accuwerkt, verwijdert u de accu uit het product. Zorg ervoor dat de snijuitrusting volledig totstilstand is gekomen voordat u er onderhoudaan uitvoert. • Zorg ervoor dat de transportbescherming correct aande snijuitrusting is bevestigd wanneer het productniet in gebruik is, wordt vervoerd of is opgeborgen.

• Gebruik altijd handschoenen voor zwaar gebruikwanneer u de snijuitrusting repareert. Desnijuitrusting is zeer scherp en kan eenvoudigsnijwonden veroorzaken. • Bewaar het product buiten het bereik van kinderen. • Gebruik bij reparatie alleen originelereserveonderdelen. • Gebruik nooit een machine die defect is. Voer de indeze handleiding beschreven veiligheidscontroles ende onderhouds- en service-instructies uit. Bepaaldeonderhouds- en servicemaatregelen moeten dooropgeleide en gekwalificeerde specialisten wordenuitgevoerd. • Zet de machine vast tijdens transport. Veiligheidsinstructies voor snijuitrustingWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat u hetproduct gaat gebruiken. • Gebruik alleen goedgekeurde combinaties vanzaagblad/zaagketting en de hulpmiddelen voorvijlen. Zie Combinaties van geleiders enzaagkettingen op pagina 221 voor instructies.

Volg deinstructies en gebruik de aanbevolen vijlmal. Eenbeschadigde of verkeerd geslepen zaagkettingvergroot de kans op ongevallen. (Fig. 19)• Zorg voor de correcte tanddiepte. Volg de instructiesen gebruik de aanbevolen instelling voor de vijlmal. Als de tanddiepte te groot is, vergroot dit de kans opterugslag. (Fig. 20)• Zorg dat de zaagketting de juiste spanning heeft. Als de zaagketting niet strak tegen het zaagbladloopt, kan de zaagketting van het zaagbladlopen. Een verkeerde kettingspanning zorgt voorovermatige slijtage van het zaagblad, de zaagketting2195 - 006 - 26. 10. 2023215.

en het kettingaandrijfwiel. Zie De kettingspanningaanpassen op pagina 220. (Fig. 21)• Voer regelmatig onderhoud uit op de snijuitrusting enhoud deze goed gesmeerd. Bij onvoldoende smeringvan de zaagketting is de kans op slijtage van hetzaagblad, de zaagketting en het kettingaandrijfwielgroter. (Fig. 22)MontageInleidingWAARSCHUWING: Zorg dat u hethoofdstuk over veiligheid hebt gelezen enbegrepen voordat u het apparaat monteert. Geleider en zaagketting monteren1. Klap het lipje op de vergrendelknop (A) uit en draaide vergrendelknop linksom. (Fig. 23)2. Neem de kap (B) weg. 3. Plaats het zaagblad op de zaagbladbout. Zorgervoor dat de kettingstelpen (C) zich in het correctegat (D) in het zaagblad bevindt. (Fig. 24)4. Duw het zaagblad in de achterste positie. 5. Plaats de zaagketting op het kettingaandrijfwiel (E)en in de groef van de geleider. Begin aan debovenzijde van de geleider. 6.

Zorg dat de snijkanten van de zaagschakels naarvoren wijzen op de bovenrand van het blad. 7. Controleer of de aandrijfschakels van de zaagkettinggoed op het kettingaandrijfwiel zijn gemonteerd en ofde zaagketting in de groef van het zaagblad zit. 8. Monteer de afdekking. Zorg ervoor dat de flens (F)op de afdekking correct in het gat (G) op de zaagkopis geplaatst. (Fig. 25)9. Draai de vergrendelknop rechtsom. 10. Draai de kettingspannerschroef om de zaagketting tespannen. Gebruik de schroevendraaierkant van hetcombinatiegereedschap. (Fig. 26)Let op: De zaagketting heeft de juiste spanningwanneer deze niet aan de onderkant van hetzaagblad hangt, maar gemakkelijk met de hand kanworden gedraaid. (Fig. 27)11. Houd de voorkant van het zaagblad omhoog endraai de vergrendelknop vast.

Let op: Wanneer u een nieuwe zaagkettingmonteert, voer dan een inloopprocedure uit encontroleer de kettingspanning regelmatig gedurendedie periode. Controleer de kettingspanning opgezette tijden. Een ketting met de juiste spanningis nodig voor goede zaagprestaties en een langelevensduur van de zaagketting.

De handbescherming monteren1. Klap de klem van de handbescherming uit en plaatsdeze op de as. Zorg ervoor dat de lip op de asin de groef aan de onderkant van de klem van dehandbescherming zit. (Fig. 28)2. Klap de klem van de handbescherming rond de asen haal de 2 schroeven aan. Draagstel afstellen1. Doe het draagstel om. 2. Bevestig het product aan de ophanghaak van hetdraagstel. 3. Stel de lengte van het draagstel zo af datde ophanghaak ongeveer ter hoogte van uwrechterheup hangt. (Fig. 17)De kettingolietank met kettingolie vullen1. Verwijder de olietankdop van de kettingolietank. (Fig. 29)2. Vul de tank met kettingzaagolie. 3. Draai de olietankdop vast. De opberghaak op de wand monteren• Monteer de opberghaak binnenshuis. • Houd de opberghaak buiten bereik van zonlicht en ineen omgevingstemperatuur van -10°C tot 70°C. • Monteer de opberghaak op een gipswand, houtenwand of betonwand.

Het opzetstuk van de stoksnoeizaagaan de opberghaak hangen• Hang het opzetstuk van de stoksnoeizaag aan deopberghaak zoals afgebeeld. (Fig. 31)WerkingInleidingWAARSCHUWING: Zorg dat u hethoofdstuk over veiligheid hebt gelezen enbegrepen voordat u het product gebruikt. Voordat u het product inschakelt1. Controleer het werkgebied. Verwijder voorwerpendie weggeslingerd kunnen worden. 2. Controleer het zaagopzetstuk. Gebruik nooit stompeof beschadigde uitrusting. 3. Controleer of het product correct werkt. 4. Controleer of alle moeren en schroeven goed zijnvastgedraaid. 5. Zorg ervoor dat de smering van de ketting correctwerkt. Raadpleeg De snijuitrusting smeren op pagina220. 6. Zorg er voor dat het zaagopzetstuk altijd stoptwanneer u de activeringsschakelaar loslaat. 7. Gebruik het product alleen voor het snoeien vantakken en twijgen. 8.

Controleer of de hendel en de veiligheidsfunctiesniet beschadigd zijn en correct werken. Gebruikgeen product met ontbrekende onderdelen of dat isveranderd ten opzichte van de specificatie. 9. Zorg ervoor dat de vergrendelingsvoorzieningen vanbeweegbare elementen, zoals de uitgeschoven asen het draaibare element, vergrendeld zijn. Het product gebruikenWAARSCHUWING: Houd uaan de geldende veiligheidsvoorschriftenvoor werkzaamheden in de buurt vanhoogspanningskabels. WAARSCHUWING: Sta nooit directonder een tak die wordt afgezaagd. Dit kanleiden tot ernstig of zelfs dodelijk letsel. WAARSCHUWING: Dit product isniet elektrisch geïsoleerd. Wanneer hetproduct in contact komt met of in de buurtkomt van stroomvoerende leidingen kan ditleiden tot dodelijke ongelukken of ernstigpersoonlijk letsel. Elektriciteit kan door eenzogenaamde spanningsboog van het enenaar het andere punt geleid worden.

Houd altijd minimaal 10m afstand tussen het product en een leidingwaarop spanning staat en/of voorwerpen diedaarmee in contact staan. Wanneer u tochmet een kortere veiligheidsafstand moetwerken, moet u altijd contact opnemen metde desbetreffende energiemaatschappij omervoor te zorgen dat de spanning uit staatvoordat u uw werkzaamheden begint. WAARSCHUWING: Dit productheeft een groot bereik. Zorg ervoor dat erzich geen personen of dieren op een afstandkleiner dan 15 meter bevinden wanneer hetproduct in bedrijf is. WAARSCHUWING: Activeer deactiveringsschakelaar nooit als u geenvolledig zicht hebt op de snijuitrusting. • Houd het product zo dicht mogelijk bij uw lichaamvoor de beste balans. • Zorg ervoor dat de punt de grond niet raakt. • Forceer het werk niet, beweeg de heggenschaar ineen regelmatig tempo, zodat alle takjes gelijkmatigafgeknipt worden.

• Ontgrendel de voedingsschakelaar na elkewerkhandeling. Als de motor langdurig op vollesnelheid draait zonder dat hij belast wordt, kan dittot ernstige beschadigingen van de motor leiden. • Werk altijd op volle snelheid. • Ga voorzichtig te werk als u werkt in de buurtvan hoogspanningskabels. Vallende takken kunnenleiden tot kortsluiting. • Zorg er indien mogelijk voor dat u de tak onder dejuiste hoek kunt doorzagen. (Fig. 32)• Houd de as niet recht voor u uitgestoken (zoalseen vishengel), aangezien hierdoor het schijnbaregewicht van de snijuitrusting toeneemt. (Fig. 33)• Zaag grote takken in secties, zodat u betere controlehebt over waar ze zullen vallen. (Fig. 34)2195 - 006 - 26. 10. 2023217.

• Zaag nooit door de verdikking bij de wortel van detak, want hierdoor vertraagt de genezing en wordthet risico op schimmelvorming vergroot. (Fig. 35)• Gebruik de stop op de basis van de zaagkop voorondersteuning tijdens het zagen. Hierdoor voorkomtu dat de snijuitrusting op de tak "springt". (Fig. 36)• Maak een eerste snede aan de onderkant van de takvoordat u de tak doorzaagt. Zo voorkomt u dat debast gaat scheuren, wat kan leiden tot een langzamegenezing en permanente schade aan de boom. Desnede mag niet dieper zijn dan 1/3 van de dikte vande tak om vastlopen te voorkomen. Laat de kettinglopen terwijl u de snijuitrusting van de tak verwijdertom vastlopen te voorkomen. (Fig. 37)• Gebruik het draagstel om het gewicht van demachine te ondersteunen en het hanteren tevergemakkelijken. • Zorg ervoor dat u stevig staat en dat u kunt werkenzonder te worden gehinderd door takken, stenen ofbomen.

OnderhoudInleidingHieronder worden algemene onderhoudsvoorschriftenopgesomd. Neem contact op met uw dealer indien umeer informatie behoeft. Onderhoud uitvoeren aan debevestigingDe zaagketting controlerenControleer de zaagketting dagelijks. 1. Controleer of de klinknagels en schakels vrij zijn vanscheuren. (Fig. 38)2. Controleer of de zaagketting voldoende stug is. 3. Vergelijk de zaagketting met een nieuwe om tebepalen of de klinknagels en schakels versleten zijn. 4. Gooi de zaagketting weg als deze één of enkele vanbovenstaande punten vertoont. 5. Vervang de zaagketting wanneer de zaagtanden zijnafgesleten en korter zijn dan 4 mm (Fig. 39)Het kettingaandrijfwiel controleren• Controleer regelmatig of het kettingaandrijfwielversleten is. Vervang het kettingaandrijfwiel indiennodig. (Fig. 40)De geleider controleren1. Controleer of het oliekanaal niet verstopt is. Reinighet oliekanaal indien nodig.

(Fig. 41)2. Controleer de randen van de geleider op bramen. Gebruik een vijl om bramen te verwijderen. (Fig. 42)3. Reinig de groef in het zaagblad. (Fig. 43)4.

Controleer of de groef in het zaagblad versleten is. Vervang het zaagblad indien nodig. (Fig. 44)5. Controleer de punt van de geleider op ruwheid enovermatige slijtage. (Fig. 45)6. Controleer of het neuswiel van het zaagblad soepeldraait en of de smeeropening in het neuswiel vanhet zaagblad open is. Reinig en smeer het neuswielindien nodig. (Fig. 46)7. Draai de geleider dagelijks om de levensduur teverlengen. (Fig. 47)Zaagketting slijpenInformatie over de geleider en zaagkettingAls het zaagblad of de zaagketting versleten ofbeschadigd is, moet u deze vervangen door dedoor ons aanbevolen combinaties van zaagblad enzaagketting. Dit is belangrijk om de veiligheidsfunctiesvan de zaaguitrusting in stand te houden. RaadpleegAccessoires op pagina 221, voor een lijst metaanbevolen combinaties voor het vervangen van hetzaagblad en de zaagketting. • Lengte, inch. cm. (Fig.

48)• Aantal tanden in het neuswiel (T). (Fig. 49)• Steek van de ketting, inch. De afstand tussende aandrijfschakels van de zaagketting, moetovereenkomen met de tandsteek van het neuswielen het kettingaandrijfwiel. (Fig. 50)• Aantal aandrijfschakels (stuks). Elke zaagbladlengtelevert in combinatie met de steek van de kettingen het aantal tanden van het neuswiel een bepaaldaantal aandrijfschakels op. (Fig. 51)• Breedte geleidergroef, inch/mm. De breedte van degeleidergroef moet overeenkomen met de breedtevan de aandrijfschakels van de ketting. (Fig. 52)2182195 - 006 - 26. 10. 2023.

• Kettingolie-opening en opening voorkettingstrekkerpen. De geleider moet aangepast zijnaan het product. (Fig. 53)• Aandrijfschakel-breedte, inch/mm. (Fig. 54)Algemene informatie over het slijpen vanzaagtandenGebruik geen ongeslepen zaagketting. Als dezaagketting bot is, dient u meer druk toe te passenom de geleider door het hout te drukken. Als dezaagketting zeer bot is, ontstaan er geen houtsnippersmaar zaagsel. Een scherpe zaagketting zaagt door het hout en dehoutsnippers worden lang en dik. De zaagtand (A) en de dieptesteller (B) samen vormenhet zagende deel van de zaagketting, de snijder. Hethoogteverschil tussen de twee geeft de zaagdiepte(instelling dieptesteller). (Fig. 55)Denk bij het slijpen van een zaagtand na over hetvolgende:• Vijlhoek. (Fig. 56)• Snijhoek. (Fig. 57)• Vijlpositie. (Fig. 58)• Diameter van de ronde vijl. (Fig.

59)Het is niet makkelijk om zonder de juiste hulpmiddeleneen zaagketting correct te slijpen. Gebruik deaanbevolen vijlmal. Deze helpt u om optimalezaagprestaties te bereiken en het risico op terugslag toteen minimum te beperken. WAARSCHUWING: Het risico opterugslag wordt ernstig verhoogd als u deslijpinstructies niet opvolgt. Let op: Zie Technische gegevens op pagina 220 voorinformatie over het slijpen van de zaagketting. Snijtanden slijpen1. Gebruik voor het slijpen van de snijtanden een rondevijl en een vijlmal. (Fig. 60)Let op: Zie Technische gegevens op pagina220 voor informatie over welke vijl en mal wordtaangeraden voor uw zaagketting. 2. Zorg dat de zaagketting de juiste spanning heeft. Een zaagketting zonder de juiste spanning beweegtzijdelings heen en weer. Hierdoor wordt hetmoeilijker om de zaagketting te slijpen. Zie Dekettingspanning aanpassen op pagina 220 voorinstructies. (Fig. 61)3.

Draai het product om en verwijder de resten op detanden aan de andere kant. 6. Controleer na het verwijderen van de vijlresten ofalle zaagtanden dezelfde lengte hebben. 7. De zaagketting is versleten als de zaagtanden 4 mm(0,16 inch) of kleiner zijn. In dat geval moet u dezaagketting vervangen. (Fig. 39)Algemene informatie over hoe u de hoogtevan de dieptesteller aanpast. De hoogte van de dieptesteller (C) neemt af wanneer ude zaagtanden (A) slijpt. Voor maximale zaagprestatiesmoet u de vijlresten verwijderen van de dieptesteller(B), zodat de dieptesteller de juiste hoogte heeft. ZieTechnische gegevens op pagina 220 voor instructiesover hoe u voor de juiste hoogte van de dieptestellerzorgt voor uw zaagketting. (Fig. 63)WAARSCHUWING: Een te hogedieptesteller vergroot het terugslagrisico vande ketting.

Hoogte van de dieptesteller aanpassenZie Snijtanden slijpen op pagina 219 voor instructiesvóór u de hoogte van de dieptesteller aanpast of dezaagtanden slijpt. We raden aan de snijdiepte bij testellen na elke derde kettingslijpbeurt. Let op: Deze aanbeveling is alleen van toepassingals de lengte van de zaagtanden niet overmatig isafgenomen. We raden u aan onze vijlmal voor de tanddiepte tegebruiken, om de juiste maat voor de tanddiepte en dejuiste hoek van de dieptestellernok te krijgen. (Fig. 64)1. Gebruik een platte vijl en een vijlmal om de hoogtevan de dieptesteller aan te passen. Gebruik alleeneen aanbevolen vijlmal om de juiste maat voor detanddiepte en de juiste hoek van de dieptestellernokte verkrijgen. 2. Plaats de vijlmal op de zaagketting. 2195 - 006 - 26. 10. 2023219.

Let op: Zie de verpakking van de vijlmal voormeer informatie over het gebruik. 3. Gebruik de platte vijl om het gedeelte van dedieptesteller te verwijderen dat boven de vijlmaluitsteekt. (Fig. 65)Let op: De snijdiepte is correct als u geenweerstand voelt wanneer u de vijl over de mal haalt. De kettingspanning aanpassenWAARSCHUWING: Eenzaagketting die niet correct is gespannen,kan losschieten uit het zaagblad en ernstigof dodelijk letsel veroorzaken. Een zaagketting rekt uit tijdens gebruik. Stel dezaagketting regelmatig af. 1. Maak de vergrendelknop los die de afdekking en dekettingrem vergrendelt. (Fig. 66)2. Til de voorkant van de geleider op endraai de stelschroef van de ketting aan. Gebruik de schroevendraaierkant van hetcombinatiegereedschap. (Fig. 26)3. Span de zaagketting aan totdat deze strak tegen hetzaagblad aanligt maar met gemak kan bewegen. 4.

Draai de vergrendelknop vast en til tegelijkertijd devoorkant van het zaagblad omhoog. (Fig. 67)5. Controleer of de zaagketting gemakkelijk met dehand kan worden rondgedraaid en of deze nietdoorhangt aan de onderkant van het zaagblad. (Fig. 27)De snijuitrusting smerenWAARSCHUWING: Onvoldoendesmeren van de snijuitrusting kan een breukvan de ketting veroorzaken wat tot ernstigeen zelfs dodelijke verwondingen kan leiden. WAARSCHUWING: Gebruik geenafgewerkte olie. Afgewerkte olie is gevaarlijkvoor personen, het product en voor hetmilieu. ZaagkettingolieVoor de positie van de olietankdop, zie Overzichtopzetstukken op pagina 211. • Gebruik een zaagkettingolie die goed aande zaagketting hecht. De zaagkettingoliedient zijn viscositeit te behouden onder alleweersomstandigheden, bijvoorbeeld tijdens een hetezomer of koude winter.

• Gebruik kettingolie van Husqvarna voor eenmaximale levensduur van de zaagketting envoor behoud van het milieu. Als Husqvarna-zaagkettingolie niet beschikbaar is, gebruik dan eenstandaard zaagkettingolie.

• In gebieden waar voor smering van dezaagkettingen bestemde olie niet beschikbaar is, kangewone EP 90-transmissieolie worden gebruikt. • Zorg ervoor dat de smering van de zaagkettingcorrect werkt. Vul met zaagkettingolie en controleerindien nodig de zaagkettingsmering. • Controleer het oliepeil in de olietank regelmatigom schade aan de zaagketting en het zaagblad tevoorkomen. Kettingsmering controleren• Controleer de kettingsmering regelmatig. Richt devoorkant van het zaagblad op een oppervlak meteen lichte kleur, op ongeveer 20 cm (8 inch) afstand. Als de kettingsmering correct is, ziet u na 1 minuuteen duidelijke olielijn op het oppervlak. (Fig. 68)Controleren of de smering niet werkt1. Controleer of het kettingoliekanaal van het zaagbladopen is. Maak schoon indien nodig. (Fig. 69)2. Controleer of het oliekanaal in het tandwielhuisschoon is. Maak schoon indien nodig. 3.

Controleer of het neuswiel vrij draait. Als dekettingsmering nog steeds niet werkt na uitvoeringvan bovenstaande controles, moet u contactopnemen met uw servicewerkplaats. (Fig. 70)Technische gegevensTechnische gegevens110iLDof 110iL+ opzetstuk voor stoksnoeizaag DP110SmeersysteemInhoud olietank, liter 0,09220 2195 - 006 - 26. 10. 2023.

Wij raden u aan altijd deaanbevolen vijlmal te gebruiken om uw zaagketting weerscherp te krijgen.Neem contact op met uw servicedealer als u niet weetmet welke zaagketting uw product is uitgerust.49Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (LWA) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Hetverschil tussen gegarandeerd en gemeten geluidsvermogen is dat het gegarandeerde geluidsvermogen ookspreiding in het meetresultaat omvat en de verschillen tussen de verschillende machines van hetzelfde modelconform Richtlijn 2000/14/EG.50Vergelijkbaar geluidsdrukniveau, conform ISO 22868, is berekend als de totale tijdgewogen energie voorverschillende geluidsdrukniveaus onder verschillende bedrijfsomstandigheden.

Typische statistische spreidingvoor een vergelijkbaar geluidsdrukniveau is een standaardafwijking van 3 dB(A).51De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar trillingsniveau vertonen een typische statistische sprei-ding (standaardafwijking) van 1,5 m/s2.2195 - 006 - 26.10.2023 221

Verklaring van overeenstemmingEU-verklaring van overeenstemmingWij, Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna,Zweden, tel: +46-36-146500, verklaren onder onzealleenverantwoordelijkheid dat het product:Beschrijving Accu-aangedreven stoksnoeizaagMerk HusqvarnaType/model DP110 opzetstuk met voedingseenheid 110iLDof 110iLIdentificatie Serienummers vanaf 2023 en verdervoldoen volledig aan de volgende EU-richtlijnen en-regelgeving:Verordening Beschrijving2006/42/EG "betreffende machines"2014/30/EU "betreffende elektromagnetische compatibiliteit"2000/14/EG "betreffende geluid buitenshuis"2011/65/EU "betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen"De volgende normen zijn van toepassing: EN62841-1:2015/A11:2022, EN ISO 11680-1:2021, ENISO 12100:2010, EN IEC 55014-1:2021, EN IEC55014-2:2021, EN IEC 63000:2018.Aangemelde instantie: TÜV SÜD Product ServiceGmbH, Ridlerstraße 65, 80339 MÜNCHEN, Germany,heeft een EG-typeonderzoek uitgevoerd volgens demachinerichtlijn (2006/42/EG), artikel 12, punt 3b.Het certificaat voor EG-typeonderzoek heeft nummer:M6A 024735 0160Huskvarna, 2023-08-15Claes Losdal, R&D Manager, Husqvarna ABVerantwoordelijk voor technische documentatie2195 - 006 - 26.10.2023 223

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Husqvarna DP110 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden