Husqvarna-Viking Onyx 15 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna-Viking Onyx 15 (40 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 56 mensen. Heb je een vraag over Husqvarna-Viking Onyx 15 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
KEEPING THE WORLD SEWING™
TM
TM
Gebruikershandleiding

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Husqvarna-Viking
Categorie: Naaimachine
Model: Onyx 15

Handleiding Husqvarna-Viking Onyx 15 – volledige tekst

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Lees alle instructies door voordat u deze huishoudnaaimachine in gebruik neemt. Wanneer u een elektrisch apparaat gebruikt, moet u altijd de belangrijke veiligheidsvoorschriften in acht nemen, inclusief het volgende:Bewaar de instructies op een geschikte plaats, dicht bij de machine. Zorg dat u ze overhandigt als demachine overgaat naar een derde partij. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik door volwassenen. Het apparaat kan onder toezicht van een volwassene worden gebruikt door (i)kinderen van 8 tot 12 jaar en (ii) personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en kennis, mits ze instructies hebben ontvangen met betrekking tot het gebruik van het apparaat op een veilige manier en de gevaren ervan te begrijpen.

Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen niet zonder supervisie door kinderen worden uitgevoerd. Het is niemand toegestaan om met de machine te spelen. Kinderen tot 8 jaar mogen de machine niet gebruiken. GEVAAR - U BEPERKT ALS VOLGT HET RISICO VAN EEN ELEKTRISCHE SCHOK:• Een naaimachine mag nooit onbewaakt worden achtergelaten met de stekker in het stopcontact. Het stopcontact waarop de machine is aangesloten, moet gemakkelijk toegankelijk zijn. Haal de stekker van deze naaimachine altijd direct uit het stopcontact na het gebruik en voordat u de machine gaat reinigen, afdekpanelen ervan verwijdert, voordat u de machine smeert of wanneer u andere servicewerkzaamheden uitvoert die in de gebruiksaanwijzing staan. WAARSCHUWING – OM HET RISICO VAN BRAND-WONDEN, BRAND,ELEKTRISCHE SCHOK, OF VERWONDINGEN TE BEPER-KEN: • Laat kinderen er niet mee spelen.

Let goed op wanneer deze naaimachine wordt gebruikt door of in de buurt van kinderen. • Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor hij bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen accessoires die door de producent zijn aanbevolen, zoals in deze handleiding wordt beschreven.

• Gebruik deze naaimachine nooit wanneer het netsnoer of de stekker beschadigd is, als de naaimachine niet goed werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of in het water heeft gelegen. Breng de naaimachine in dat geval naar de dichtstbijzijnde ofciële dealer of een onderhoudscentrum voor onderzoek, reparatie en elektrische of mechanische bijstelling. • Gebruik de naaimachine nooit wanneer de ventilatie-openingen geblokkeerd zijn. Houd de ventilatieopeningen van de naaimachine en het voetpedaal vrij van opgehoopt stof, pluisjes en loshangende lappen stof. • Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald. • Gebruik altijd de juiste steekplaat. Wanneer u de verkeerde naaldplaat gebruikt, kan de naald breken.

• Gebruik geen kromme naalden.• Trek of duw tijdens het naaien niet aan de stof. Hierdoor kunt u namelijk de naald buigen, waardoor deze kan breken.• Draag een veiligheidsbril.• Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, de spoel plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke.• Laat geen voorwerpen in een opening vallen en steek geen voorwerpen in openingen van de naaimachine.• Gebruik de naaimachine niet buiten.• Gebruik de naaimachine niet in een omgeving waar spuitbussen worden gebruikt of waar zuurstof wordt toegediend.• Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u eerst alle knoppen op de uit-stand zetten (“0”).• Trek de stekker niet aan het netsnoer uit het stopcontact.

Pak de stekker vast, niet het snoer.• Het voetpedaal wordt gebruikt om de machine te bedienen. Plaats nooit andere voorwerpen op het voetpedaal.• Gebruik de machine niet als hij nat is.• Als het ledlampje beschadigd of kapot is, moet het worden vervangen door de fabrikant of diens servicevertegenwoordiger of een persoon met dezelfde kwalicaties, om gevaar te voorkomen.• Het netsnoer van het voetpedaal kan niet worden vervangen. Als het netsnoer beschadigd is, moet het voetpedaal worden weggegooid.• Het geluidsniveau is onder normale werkomstandigheden minder dan 70dB(A). BEWAAR DEZE INSTRUCTIES

INHOUDSOPGAVENAAIEN 19Naaien. 19Beginnen met naaien – Rechte steek. 19Naairichting veranderen. 20Stoppen met naaien. 20Rechte elastische steek. 20Multi-step zigzagsteek. 21Schuine overlocksteek. 21Gesloten overlocksteek. 22Blindzomen. 22Stoppen en verstellen. 23Grote gaten repareren. 23Scheuren repareren. 23Standaard Knoopsgat (model Onyx 15). 24Standaard Knoopsgat (model Onyx 25). 25Ritssluitingen naaien. 26 ONDERHOUD 27De buitenkant van de naaimachine reinigen. 27De steekplaat verwijderen en het spoelhuis reinigen. 27Onder het spoelhuis schoonmaken. 27Problemen oplossen. 28Draadlussen aan de onderkant van de stof. 28Onderdraad breekt. 28Onderdraad is te zien aan de bovenkant van de stof. 28Problemen met opspoelen. 28De stof trekt. 29De stof plooit onder de steken. 29Hard geluid tijdens het naaien. 29De machine transporteert de stof niet. 29Machine naait niet. 29De naald breekt.

30De draadinsteker werkt niet. 30De machine slaat steken over. 30De steken worden vervormd. 30De draad hoopt zich op aan het begin. 31De bovendraad breekt. 31Service. 32Niet-originele onderdelen en accessoires. 32Intellectueel eigendom. 33Technische specicaties. 34Importeur naar het Verenigd Koninkrijk:. 35FABRIKANT. 35Inleiding 1Bedoeld gebruik. 1Machine-overzicht. 1Overzicht naaldgebied. 2Bovenkant van de machine. 2Accessoires. 3Bijgeleverde accessoires (niet afgebeeld). 3Naaivoeten. 3Accessoiredoos. 4Stekenoverzicht (model Onyx 15). 5Nuttige steken. 5Decoratieve steken. 5Stekenoverzicht (model Onyx 25). 6Nuttige steken. 6Decoratieve steken. 6Stekengids. 7Aanbevolen instellingen - Overzicht. 7Stoffengids. 7Model Onyx 15. 7Model Onyx 25. 7VOORBEREIDINGEN 8De machine uitpakken. 8Aansluiten op de stroomvoorziening. 8De machine opbergen na het naaien. 8Vrije arm/Afneembare accessoiredoos.

564321789101112INLEIDINGIn deze instructies wordt een optimaal gebruik en onderhoud beschreven. Dit product is niet bedoeld voor industrieel of commercieel gebruik. U kunt extra assistentie vinden, per regio, online op www.husqvarnaviking.com1. Transporteurhendel — breng deze van de ene naar de andere kant om de transporteur in of uit te schakelen. Bevindt zich aan de achterkant van de vrije arm.2. Accessoiredoos / Vrije arm — zorgt voor een vlak oppervlak tijdens het naaien en biedt opslagruimte voor uw accessoires. Verwijder de accessoiredoos om de vrije arm te gebruiken, waarmee het eenvoudiger is om bijv. zomen in broeken en mouwen te naaien.3. Draadafsnijder — voor het afsnijden van draaduiteinden na het naaien.4. Draadinrijggleuven — inrijgroutes met spanningsschij-ven en draadhefboom.5.

Achteruitnaaihendel — keert de naairichting om, bijvo-orbeeld bij het vastzetten van het begin of het einde van een naad.6. Naaivoetdruk — regelt de druk die de naaivoet uitoefent op de stof.7. Draadspanningsknop - verstelbaar voor het instellen van de gewenste spanning voor uw steek, draad en stof.8. Steekbreedteknop (model Onyx 25) — regelt de breedte van steken, waardoor ze smaller of breder worden.9. Handwiel — wordt gebruikt om de beweging van de naald en de draadhefboom handmatig te regelen.10. Steeklengteknop — regelt de lengte van de steken, om ze naar wens korter of langer te maken. De knop wordt ook gebruikt voor de selectie van elastische steken.11. Stekenselectieknop — wordt gebruikt om steekpatronen en knoopsgatinstellingen te selecteren.12. Stekengids — trek deze naar buiten om aanbevelingen te bekijken voor uw gewenste steek en de techniek die u wilt gebruiken.

9 8721456312347561312118910OVERZICHT NAALDGEBIEDBOVENKANT VAN DE MACHINE1. Draadgeleiders2. Handvat3. Garenpen4. Gat voor extra garenpen5. Spoelas6. Spoelstopper7. Opspoelspanningsschijf8. Draadspanningsplaten9. Draadhevel1. Naaldplaat — zorgt voor een vlak gebied rondom de naaivoet om te naaien. Geleiderlijnen geven ver-schillende naadtoeslagen aan en worden gebruikt om stof te begeleiden tijdens het naaien.2. Transporteur — transporteert de stof onder de naai-voet tijdens het naaien.3. Naaivoet — houdt de stof tegen de tanden van de transporteur gedrukt, die de stof onder de naaivoet trekt terwijl u naait. 4. Naaivoethouderschroef — draai de schroef los om de naaivoethouder te verwijderen.5. Naaivoethouder — hier is de naaivoet aan bevestigd.6. Ingebouwde draadinsteker — rijg de draad snel en gemakkelijk in de naald.7. Knoopsgathendel — wordt gebruikt voor het naaien van knoopsgaten.8.

Draadgeleider — helpt de draad door te voeren tijdens het naaien.9. Naaivoetstang — hier is de naaivoethouder aan bevestigd.10. Naaldklemschroef — houdt de naald vast.11. Bovendraadgeleider — helpt de draad door te voe-ren tijdens het naaien.12. Ontgrendelingstoets spoelhuisdeksel - druk hierop om het spoelhuisdeksel te openen.13. Spoelhuisdeksel — beschermt de spoel tijdens het naaien.

ACCESSOIRESMEEGELEVERDE ACCESSOIRES (NIET AFGEBEELD)• Naalden• Voetpedaal• Netsnoer1. Schroevendraaier2. Vilten onderlegger (2)3. Tornmesje/kwastje4. Spoelen (4)5. Garenschijf groot6. Garenschijf klein7. Rand-/quiltgeleider8. Extra garenpen7Naaivoet A Bevestigd op de machine bij levering. Deze naaivoet wordt hoofdzakelijk gebruikt voor rechte steken en zigzagsteken met een steeklengte van meer dan 1 mm.7Naaivoet B Gebruik deze naaivoet voor het naaien van smalle zigzagsteken (cordonsteken) met een steeklengte van minder dan 1,0 mm, andere nuttige steken of siersteken. De groef aan de onderkant van de naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken.Knoopsgatvoet C (model Onyx 25) Deze naaivoet heeft een ruimte aan de achterkant om de grootte van het knoopsgat in te stellen.

De naaimachine naait een knoopsgat dat bij de grootte van die knoop past.Knoopsgatvoet C (model Onyx 15) Voor handmatige knoopsgaten. Deze voet heeft streepjes waarmee de lengte van het knoopsgat kan worden bepaald. De middelste richtlijn is op 12 mm vanaf de naaldpositie. De twee groeven in de onderkant van de naaivoet zorgen voor een soepel transport over de knoopsgatranden. Het hieltje aan de achterkant van de voet houdt de draad vast bij knoopsgaten met inlegdraad.NAAIVOETEN24673158

Blindzoomvoet D Deze naaivoet wordt gebruikt voor blindzoomsteken. De binnenrand van deze voet geleidt de stof. De rechterkant van de naaivoet is zo ontworpen dat hij langs de rand van de zoom beweegt.7Ritsvoet E Deze naaivoet kan zowel aan de rechterkant als aan de linkerkant van de naald worden vastgeklikt. Dit maakt het eenvoudig om beide kanten van de rits te naaien. Verplaats de naaldpositie naar rechts of naar links om dichter langs de ritssluiting te naaien of om breed koord te bedekken.7Glijvoet H Deze naaivoet heeft een speciale antikleeaag aan de onderkant en wordt gebruikt bij het naaien van schuimrubber, vinyl, plastic of leer, zodat deze materialen niet aan de naaivoet blijven plakken.Kantstikvoet J Wordt gebruikt voor afwerken en naaien/afwerken, met steken met een breedte van 5,0 mm en 5,5 mm.

De steken worden over het pennetje heen gevormd, waardoor het samentrekken van de naad aan de rand van de stof wordt voorkomen.Patchworkvoet P (model Onyx 25) Deze naaivoet wordt gebruikt bij het piecen van quiltblokken. De voet heeft naadgeleidermarkeringen van 6 mm en 3 mm.Open de aanschuiftafel voor het opbergen van accessoires. In de accessoiredoos zitten speciale vakjes voor naaivoe-ten en spoeltjes en er is ook ruimte voor naalden en andere accessoires. Berg de accessoires op in de doos zodat u ze altijd binnen handbereik heeft.ACCESSOIREDOOS

INLEIDINGSTEKENOVERZICHT (MODEL ONYX 15)Nuttige stekenDe steken die in onderstaande tabel worden beschreven, zijn nuttige steken, die hoofdzakelijk worden gebruikt voor nuttig naaiwerk. Gebruik tijdens het naaien een draadspanning van 3-5. Naai altijd eerst een proeapje en pas de spanning indien nodig aan. ToepassingRechte steek in het middenADe basissteek die wordt gebruikt voor naaien. Het meest voorkomende gebruik voor een rechte steek, is het aan elkaar naaien van twee lapjes stof. Rechte elastische steekASterker dan een normale rechte steek, op elastisch gebreide stoffen, omdat hij de stof drie keer opsluit — vooruit, achteruit en weer vooruit. Gebruik deze steek voor het verstevigen van naden van sportkleding en voor rond-lopende naden waar veel kracht op komt te staan. ZigzagsteekAEen zeer veelzijdige steek voor decoratief naaien, het bevestigen van sierranden en meer.

Multi-step zigzag-steekBWerk naadtoeslagen af zodat de stof niet rafelt. Bij het afwerken van naden helpt de korte stap van de steken om de stof platter te houden dan een normale zigzagsteek. De steek kan ook worden gebruikt voor het stoppen van scheuren en het naaien van elastiek. AfwerksteekBIn één stap een naad naaien en afwerken. Voor normale en normale/zware elastische stoffen. BlindzoomsteekDNaai zomen die vrijwel onzichtbaar zijn op de goede kant van de stof. De steek wordt gebruikt voor rokken, jurken, broeken, gordijnen, enz. van niet-elastische stof. Blindzoomsteek voor elastische stoffenDNaai zomen die vrijwel onzichtbaar zijn op de goede kant van de stof. Deze steek wordt gebruikt voor kleding en andere projecten die worden gemaakt van elastische gebreide stoffen. Schuine over-locksteekBIn één stap naaien en afwerken. Voor normale en dikke elastische stoffen.

HoningraatsteekBVoor het inzetten van elastiek, decoratief naaien, smokwerk, het opnaaien van dra-den en zomen. 4-staps knoopsgatCNaai knoopsgaten in woonaccessoires, kleding, handwerk en meer. Uw machine heeft ook decoratieve steken. De steken die niet in de vorige tabel worden besproken, zijn decoratieve steken. Zorg er bij het naaien van de decoratieve steken voor dat u versteviging gebruikt onder de stof voor een mooier resultaat. Gebruik een draadspanning tussen 3-5. Naai altijd eerst een proeapje en pas de spanning indien nodig aan. Decoratieve steken4213.

ToepassingRechte steek in het middenADe basissteek die wordt gebruikt voor naaien. Het meest voorkomende gebruik voor een rechte steek, is het aan elkaar naaien van twee lapjes stof. Rechte elastische steekASterker dan een normale rechte steek, op elastisch gebreide stoffen, omdat hij de stof drie keer opsluit — vooruit, achteruit en weer vooruit. Gebruik deze steek voor het verstevigen van naden van sportkleding en voor rond-lopende naden waar veel kracht op komt te staan. ZigzagsteekAEen zeer veelzijdige steek voor decoratief naaien, het bevestigen van sierranden en meer. Multi-step zigzag-steekBWerk naadtoeslagen af zodat de stof niet rafelt. Bij het afwerken van naden helpt de korte stap van de steken om de stof platter te houden dan een normale zigzagsteek. De steek kan ook worden gebruikt voor het stoppen van scheuren en het naaien van elastiek.

AfwerksteekBIn één stap naaien en afwerken. Voor normale en normale/zware elastische stoffen. BlindzoomsteekDNaai zomen die vrijwel onzichtbaar zijn op de goede kant van de stof. De steek wordt gebruikt voor rokken, jurken, broeken, gordijnen, enz. van niet-elastische stof. Blindzoomsteek voor elastische stoffenDNaai zomen die vrijwel onzichtbaar zijn op de goede kant van de stof. Deze steek wordt gebruikt voor kleding en andere projecten die worden gemaakt van elastische gebreide stoffen. Schuine over-locksteekBIn één stap naaien en afwerken. Voor normale en dikke elastische stoffen. Gesloten over-locksteekBNaai decoratieve zomen en overlappende naden, riemen en banden. Voor normale/dikke elastische stoffen. HoningraatsteekBVoor het inzetten van elastiek, decoratief naaien, smokwerk, het opnaaien van dra-den en zomen.

Gebruik tijdens het naaien een draadspanning van 3-5. Naai altijd eerst een proeapje en pas de spanning indien nodig aan. Uw machine heeft ook decoratieve steken. De steken die niet in de vorige tabel worden besproken, zijn decoratieve steken. Zorg er bij het naaien van de decoratieve steken voor dat u versteviging gebruikt onder de stof voor een mooier resultaat. Gebruik een draadspanning tussen 3-5. Naai altijd eerst een proeapje en pas de spanning indien nodig aan. Decoratieve stekenINLEIDING.

BAVOORBEREIDINGENNadat u de machine uit de doos heeft gehaald en al het ver-pakkingsmateriaal en de plastic zak heeft verwijderd, moet u de machine eerst schoonvegen, met name rondom de naald en de steekplaat, om eventuele olie te verwijderen voordat u gaat naaien. Opmerking: Uw naaimachine is erop gebouwd om de beste resultaten te leveren bij normale kamertemperatuur. Extreem warme en koude tempe-raturen kunnen de naairesultaten nadelig beïnvloeden. 1. Schakel de hoofdschakelaar uit. Na het uitschakelen kan er nog restspanning in de machine aanwezig zijn. Daardoor kan het licht nog enkele seconden blijven branden terwijl de stroom wordt verbruikt. Dit is normaal voor een energiezuinig apparaat. 2. Haal de stekker van het netsnoer eerst uit het stopcontact en vervolgens uit de machine. 3. Wikkel het snoer om het voetpedaal om het makkelijk op te kunnen bergen. 4.

Berg alle accessoires op in de accessoiredoos. Schuif de doos op de naaimachine om de vrije arm heen. 5. Plaats het voetpedaal en het snoer in de ruimte boven de vrije arm. 6. Plaats de beschermhoes op de machine om deze te beschermen tegen stof en pluizen. Bij de accessoires vindt u ook het netsnoer en voetpedaal. Rechts onderaan de machine vindt u de contacten en de AAN/UIT-knop. 1. Sluit het netsnoer aan op het achterste contact, rechts onder aan de machine (A). Steek de stekker in het stopcon-tact. 2. Zet de AAN/UIT-schakelaar (B) op "I" om de voe-dingsspanning en het licht in te schakelen. De naaisnelheid wordt geregeld met het voetpedaal. DE MACHINE UITPAKKENOPBERGEN VAN DE MACHINEAANSLUITEN OP DE STROOMVOORZIENINGVoor de VS en Canada Deze naaimachine heeft een gepolariseerde stekker (waar-bij het ene blad breder is dan het andere).

Om het risico van een elektrische schok te beperken kunt u deze stekker slechts op één manier in een gepolariseerd stopcontact ste-ken. Als de stekker niet volledig in het contact past, draait u de stekker om.

AVRIJE ARM / AFNEEMBARE ACCESSOIREDOOSNAAIVOETLICHTERDRAADAFSNIJDERBerg naaivoeten, spoeltjes, naalden en andere accessoires op in de accessoiredoos, zodat u ze binnen handbereik heeft.Houd de accessoiredoos op de machine om een groter, vlak werkoppervlak te maken.Gebruik de vrije arm om gemakkelijker broekspijpen en mou-wen te kunnen naaien. Om de vrije arm te gebruiken moet u de accessoiredoos verwijderen. Wanneer de doos is bevestigd, houdt een haak de accessoiredoos goed vast aan de machine. Schuif de accessoiredoos naar links om hem te verwijderen.Wanneer de accessoiredoos van de machine wordt verwi-jderd, opent u het deurtje door een vinger in de groef aan de linkerkant van de accessoiredoos te steken (A) en het voor-zichtig open te trekken.

Duw het deurtje dicht voordat u de accessoiredoos weer op de machine aanbrengt.De naaivoethendel zit aan de achterkant van de kop van de naaimachine. Deze hendel wordt gebruikt om de naaivoet omhoog en omlaag te brengen. Breng de hendel omhoog om de machine in te rijgen en omlaag om te naaien.Als u de naaivoethendel omhoog brengt en dan nog verder omhoog duwt, wordt de naaivoethoogte extra verhoogd zodat u zeer dikke lagen stof onder de naaivoet kunt leggen.Trek de draad zoals afgebeeld van achteren naar voren om de draadafsnijder te gebruiken. Door dit te doen blijven de draa-duiteinden lang genoeg, zodat de draad niet uit de naald gaat wanneer u weer begint te naaien.VOORBEREIDINGEN

ABAUw naaimachine heeft twee garenpennen: een hoofdgarenpen en een extra garenpen. De garenpennen zijn geschikt voor alle soorten garen. De hoofdgarenpen is instelbaar en kan worden gebruikt in een horizontale positie (de draad wordt van het klosje afgerold) of in een verticale positie (het klosje draait). Gebruik de horizontale positie voor normaal naaigaren en de verticale positie voor grote klossen of garen met speciale eigenschappen.Hoofdgarenpen Plaats het garenklosje op de garenpen. Controleer of de draad linksom van het klosje wordt afgerold en schuif dan een ga-renschijf op de pen. Gebruik een garenschijf die iets breder is dan het klosje. Gebruik bij smalle garenklosjes (A) een kleinere garenschijf voor het klosje. Gebruik bij brede garenklosjes (B) een grotere garenschijf voor het klosje. De platte zijde van de garenschijf moet stevig tegen het klosje worden gedrukt.

Er mag geen ruimte tussen de garenschijf en de klos zitten.Opmerking: Niet alle garenklosjes zijn op dezelfde manier gemaakt. Als u problemen heeft met het garen, draai het klosje dan om of gebruik de verticale positie.Extra garenpen De extra garenpen wordt gebruikt wanneer u een spoel wilt opwinden vanaf een tweede garenklos of wanneer u met grote garenklossen of speciale garens naait. Steek de extra garenpen in het speciale gat bovenop de naaimachine (A). Plaats een vilten onderlegger onder het garenklosje. Dit voorkomt dat het garen te snel van het klosje wordt afgewikkeld. Plaats geen garenschijf op de garenpen omdat het klosje dan niet meer kan draaien.GARENPEN

12345ACEDBCBA1. Schuif het garenklosje op de garenpen. Schuif een garen-schijf stevig op het klosje.2. Leid de draad van voor naar achter door de draadgeleider (A). Breng de draad rechtsom rondom de opspoelspan-ningsschijf (B) en zorg ervoor dat de draad stevig tussen de schijven wordt getrokken.3. Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel (C).4. Plaats de spoel op de spoelas. Controleer of de spoel stevig omlaag wordt geduwd.5. Duw de spoelas naar rechts. Houd het draaduiteinde vast DE SPOEL PLAATSENZorg ervoor dat de naald helemaal omhoog staat en dat de naaimachine is uitgeschakeld voordat u de spoel aanbrengt of verwijdert.1. Open het spoelhuis met het ontgrendelknopje rechts (A). Verwijder het deksel (B).2. Breng de spoel aan in het spoelhuis, waarbij de draad linksom loopt.3.

Trek de draad bij de pijltjes in de draadgeleider van de steekplaat van (C) naar (D).4. Trek de draad bij de pijltjes in de draadgeleider van de steekplaat van (D) naar (E). Trek de draad terug over het mesje bij punt (E) om het overtollige draad af te snijden. Sluit het spoelhuisdeksel.5. Plaats het deksel weer op het spoelhuis.Opmerking: Wanneer de spoelas naar rechts wordt geduwd, naait de naaimachine niet. Duw de spoelas terug in de naaipositie (links) voordat u gaat naaien.en druk op het voetpedaal om te beginnen met opspoelen. Haal na enkele slagen uw voet van het voetpedaal om te stoppen met opspoelen. Knip het overtollige draaduiteinde boven de spoel af, zo dicht mogelijk bij de spoel. Duw het voetpedaal in om door te gaan met opspoelen. Als de spoel vol is, vertraagt het spoelen en stopt dan automatisch.6. Duw de spoelas naar links. Verwijder de spoel en snijd de draad af.SPOELEN

EFABDCBelangrijk! Zorg ervoor dat de naaivoet omhoog staat en de naald in de hoogste stand is door het handwiel naar u toe te draaien. Dit is zeer belangrijk om te controleren of de machi-ne goed is ingeregen. Als u dat niet doet, kan de kwaliteit van de steken slecht zijn als u begint te naaien.1. Schuif het garen op de garenpen en breng een passende garenschijf aan.2. Trek de draad van voor naar achter in draadgeleider (A) en van achter naar voor in draadgeleider (B). Trek de draad tussen de spanningsschijven (C).3. Blijf de draad omlaag brengen door de rechter inrijggleuf, rondom de U-bocht en dan terug omhoog door de linker inrijggleuf.DE BOVENDRAAD INRIJGENMachine van bovenaf Machine vanaf de voorkant4. Breng de draad vanaf de rechterkant in de draadhefboom (D) en omlaag in de linker inrijggleuf, in de onderste dra-adgeleider (E) en naar de bovendraadgeleider (F).5.

ACDBDRAADINSTEKERNAALDENDe naaimachinenaald speelt een belangrijke rol bij succesvol naaien. Gebruik alleen naalden van goede kwaliteit. Wij raden naal-den van systeem 130/705H aan. In het naaldendoosje dat bij uw machine wordt geleverd, vindt u naalden in de meest gebruikte maten. Zorg ervoor dat u een naald aanbrengt die geschikt is voor het garen dat u gebruikt. Voor dikkere garens is een naald met een groter oog nodig. Als het oog van de naald te klein is voor de draad, kan het zijn dat de draadinsteker niet goed werkt. Universele naald Universele naalden hebben een iets afgeronde punt en zijn verkrijgbaar in veel verschillende maten. Voor algemeen naaien in veel verschillende stoftypen en -dikten. Stretchnaald Stretchnaalden hebben een ronde punt en een speciale las om overgeslagen steken te voorkomen wa-nneer er rek in de stof zit.

Voor breisels, zwemkleding, eece, synthetische suède en kunstleer. Denimnaald Denimnaalden hebben een scherpe punt die door dicht geweven stoffen kan prikken zonder dat de naald verbuigt. Voor canvas, denim en microvezels. Opmerking: Gebruik alleen een gemiddelde/lage snelheid en de aanbevolen naald als u op dikke stoffen werkt, om te voorkomen dat de naald breekt. Met de ingebouwde draadinsteker kunt u de draad snel en gemakkelijk in de naald steken. De naald moet in de hoogste positie staan om de ingebouwde draadinsteker te kunnen gebruiken. Draai het handwiel naar u toe totdat de naald in de hoogste positie staat. Het wordt ook aangeraden om de naaivoet omlaag te brengen. 1. Gebruik de hendel (A) om de draadinsteker helemaal omlaag te trekken. De naald wordt bedekt door de metalen enzen. Een klein haakje gaat door het oog van de naald heen (B). 2.

Leg de draad vanaf de achterkant over de draadgeleider (C) en onder het haakje (D). 3. Laat de draadinsteker voorzichtig terugdraaien. Het haakje trekt de draad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald. Trek de draadlus er achter de naald uit. 4.

Breng de naaivoet omhoog en leg de draad eronder. 5. Trek de draad ongeveer 15-20 cm verder dan het oog van de naald. Dit voorkomt dat de draad uit de naald schiet wanneer u begint te naaien. Opmerking: De draadinsteker is ontworpen voor naalddikte 75-100. U kunt de draadinsteker niet gebruiken bij naalden van maat 70 of dunner, zwaardnaalden of tweelingnaalden. Er zijn ook enkele optionele accessoires waarbij u de draad met de hand moet insteken. Wanneer u de draad handmatig in de naald steekt, zorg er dan voor dat de draad van voor naar achter door de naald wordt gestoken.

ABC431 2Vervang de naald regelmatig. Als algemene regel moeten naalden nadat er 6-8 uur mee is genaaid, worden vervangen.Belangrijke informatie over de naaldGebruik altijd een rechte naald met een scherpe punt en zorg ervoor dat de punt niet is verbogen of beschadigd (A).Een beschadigde naald (B) kan ervoor zorgen dat er steken worden overgeslagen, dat de naald breekt of dat de draad afbreekt. Een kapotte naald kan ook de steekplaat beschadi-gen.Gebruik geen asymmetrische tweelingnaalden (C), omdat uw naaimachine daardoor beschadigd kan raken.Opmerking: Voordat u begint met het vervangen van de naald, kan het handig zijn om een stukje papier of stof onder het naaldgebied te leggen, over het gat in de steekplaat, zodat de naald niet onbedoeld in de machine kan vallen.1. Draai de naaldklemschroef los.

Als deze strak aanvoelt, gebruik dan de schroevendraaier die bij uw accessoires zit om te helpen bij het losdraaien van de schroef.2. Verwijder de naald.3. Duw de nieuwe naald omhoog in de naaldklem met de platte kant van de naald van u af.4.

21ABCDRAADSPANNINGNAAIEN ZONDER DE TRANSPORTEURNAAIVOETDRUKOm de draadspanning in te stellen, draait u aan het wieltje bovenop de naaimachine. Afhankelijk van de stof, draad, enz. , is het mogelijk dat de draadspanning moet worden aangepast. Zorg ervoor dat de bovendraadspanning goed is afgesteld voor de mooiste en meest duurzame steek. Bij algemeen naaien komen de draden op gelijkmatig samen tussen de twee stoagen samen (A). Als de onderdraad zichtbaar is op de bovenkant van de stof, is de bovendraadspanning te hoog (B). Verlaag de bovendraad-spanning. Als de bovendraad zichtbaar is op de onderkant van de stof, is de bovendraadspanning te laag (C). Verhoog de bovendraad-spanning. Voor decoratieve steken en knoopsgaten moet de bovendraad zichtbaar zijn op de onderkant van de stof. Voer een paar testen uit op een proeapje van de stof die u gaat gebruiken en controleer de spanning.

Bij het aannaaien van knopen of bij andere naaitechnieken waarbij u niet wilt dat de stof wordt getransporteerd, moet u de transporteur verzinken. De transporteurhendel zit op de achterkant van de vrije arm. 1. Verzink de transporteur door de hendel naar de positie "Transporteur omlaag" te brengen. 2. Breng de transporteur omhoog door de hendel naar de positie "Transporteur omhoog" te brengen. Opmerking: De transporteur gaat niet onmiddellijk omhoog wanneer de hendel wordt omgezet. Draai het handwiel één volledige slag naar u toe of begin te naaien om de transporteur weer in te schakelen. De persvoetdruk wordt gebruikt om de hoeveelheid druk te regelen die de naaivoet uitoefent op de stof, voor een soepel transport van de stof tijdens het naaien. De persvoetdruk is vooraf ingesteld op de standaardwaarde "2".

Hoewel deze voor de meeste stoffen niet hoeft te worden aangepast, kan de naaivoetdruk worden aangepast voor zeer dikke of zeer dunne stof: verhoog de druk voor dikke stoffen, verlaag de druk voor dunne stoffen.

Opmerking: Als de knop te veel naar links wordt gedraaid, kunt u de knop eraf draaien. Als dit gebeurt, plaatst u de knop gewoon weer terug en draait u hem naar rechts totdat hij vast blijft zitten. Opmerking: Als de knop naar rechts wordt gedraaid tot hij stopt, is de maximale druk bereikt. Probeer de knop niet verder te draaien.

21A1. Zorg ervoor dat de naald in de hoogste stand staat. Trek de naaivoet naar u toe.2. Plaats het dwarspennetje op de voet met de opening in de persvoethouder. Druk naar achteren totdat de voet vastklikt.Opmerking: Als u het moeilijk vindt om de naaivoet in de juiste posi-tie aan te brengen, houd de ontgrendelingstoets dan ingedrukt terwijl u de naaivoet omlaag brengt. Gebruik uw duim om de naaivoet voorzi-chtig in de juiste positie te brengen zodat de naaivoet vastklikt.NAAIVOET VERWISSELENDE RAND-/QUILTGELEIDER BEVESTIGENBevestig de rand-/quiltgeleider in de sleuf (A) zoals afgebeeld. Pas de geleider aan zoals nodig is voor zomen, plooien, quil-ten, enz.Zet de hoofdschakelaar op uit (“O”) bij het uitvoeren van de bovenstaande handelingen!

BADCModel Onyx 15Model Onyx 25S1S2UW MACHINE BEDIENENEEN STEEK SELECTERENVoor het naaien van de grijze steekpatronenVoor het naaien van de steekpatronen S1 of S2Draai aan de stekenselectieknop totdat deze op zijn plaats klikt onder de stip direct boven de knop op de machine.Stel de steeklengteknop in op de gewenste lengte. De knop kan overal worden ingesteld tussen 0,5 en 4, waarbij 4 de langste instelling is.Voor het naaien van rechte steken kan de steekbreedteknop worden ingesteld op 0 voor de middelste naaldpositie of 6 voor de naaldpositie links.De stekenselectieknop wordt gebruikt om de steek te selecteren die u wilt naaien. De knop kan naar links of naar rechts worden gedraaid.A. Achteruitnaaihendel B. Steekbreedteknop (model Onyx 25)C. SteeklengteknopD.

StekenselectieknopSteekbreedteknopSteekbreedteknopSteeklengteknopSteeklengteknopDraai aan de stekenselectieknop totdat deze op zijn plaats klikt onder de stip direct boven de knop op de machine.Stel de steeklengteknop zo in dat de S1 of S2 gelijk valt met de stip boven deze knop. Deze knop moet worden ingesteld op de S1-markering voor de blauwe steken of op de S2-mar-kering voor de grijs steken, anders wordt het steekpatroon niet genaaid.Stel de steekbreedteknop in op een brede instelling (4-6). Indien gewenst kunt u deze instellen op een lagere instelling, afhankelijk van het gewenste effect.UW MACHINE BEDIENEN

217ACHTERUITNAAIENOm het begin en het einde van een naad vast te zetten, duwt u de achteruitnaaihendel omlaag. Naai enkele steken achte-ruit. Laat de achteruitnaaihendel los en de machine naait weer vooruit.STEEKBREEDTEKNOP & STEEKLENGTEKNOP Werking van de steekbreedteknop (model Onyx 25)De maximale zigzagsteekbreedte voor zigzagsteken is 6 mm; de breedte kan echter op elk patroon worden verminderd. De breedte neemt toe naarmate u de zigzagknop van "0" naar "6" beweegt. (1)Functie van de steeklengteknop bij het naaien van zigzag-stekenStel de stekenselectieknop in op zigzag. De dichtheid van zig-zagsteken neemt toe als de instelling van de steeklengteknop dichter bij "0" komt. Standaard zigzagsteken worden meestal bereikt bij "3" of lager. Dichte zigzagsteken worden cordon-steken genoemd.

Functie van de steeklengteknop bij het naaien van rechte stekenVoor het naaien van rechte steken draait u de stekenselec-tieknop op de instelling voor rechte steken. Draai aan de steeklengteknop; de lengte van de afzonderlijke steken neemt af naarmate de knop dichter bij "0" komt. De lengte van de afzonderlijke steken neemt toe naarmate de knop dichter bij "4" komt. In het algemeen gebruikt u een langere steeklengte bij het naaien van dikkere stoffen of als u een dikkere naald of dikker garen gebruikt. Gebruik een kortere steeklengte bij het naaien van dunnere stoffen of als u een dunnere naald of dunner garen gebruikt.

3-5 A3.5 2.5A B DC E3-5 A0 2-477A BNAAIENNAAIENBEGINNEN MET NAAIEN - RECHTE STEEKNaast iedere steek of naaitechniek die in dit gedeelte van de handleiding worden beschreven, staat een overzicht van de aanbevolen instellingen en naaivoet. Rechts ziet u een voor-beeld van het overzicht.Opmerking: In sommige stoffen zit nog veel overtollige verf, waardoor ze kunnen afgeven op andere stoffen, maar ook op uw naaimachine. De af-gegeven kleur kan zeer moeilijk of zelfs helemaal niet te verwijderen zijn. Fleece en denim geven vaak sterk af, vooral rood en blauw. Als u denkt dat uw stof/kant en klare kledingstukken af kunnen geven, was ze dan altijd eerst voordat u ze gaat naaien om te voorkomen dat ze afgeven.Opmerking: Gebruik voor de beste naairesultaten hetzelfde garen als boven- en onderdraad.

Gebruik gewoon naaigaren op de spoel als u met speciaal/decoratief garen naait.Stel uw machine in op een rechte steek (zie het overzicht rechts).Breng de naaivoet omhoog en leg de stof eronder, naast een van de naadgeleiders op de steekplaat. Op het spoelhuisdeksel staat een naadgeleider van 6 mm.Leg de bovendraad onder de naaivoet.Breng de naald omlaag op het punt waarop u wilt beginnen. Trek de draden naar achteren en breng de naaivoet omlaag. Druk het voetpedaal in. Geleid de stof voorzichtig langs de naadgeleider en laat de machine de stof transporteren (A). Als de onderdraad niet omhoog is getrokken, gebeurt dat automa-tisch wanneer u begint te naaien.Om het begin van een naad vast te zetten, houdt u de achte-ruitnaaihendel ingedrukt. Naai enkele steken achteruit. Laat de achteruitnaaihendel los en de machine naait weer vooruit (B).A. SteekB. Steekbreedte in mmC.

3-5 A0 S1,S277Om de naairichting te veranderen, stopt u de machine en brengt u de naald omlaag.Breng de naaivoet omhoog.Draai de stof om de naald om de naairichting naar wens te veranderen. Breng de naaivoet omlaag en naai verder in de nieuwe richting.Houd de achteruitnaaihendel ingedrukt en naai enkele steken achteruit aan het einde van de naad. Laat de toets los en naai weer vooruit tot aan het einde van de naad. Zo wordt de naad vastgezet, zodat de steken niet uitrafelen.Draai het handwiel naar u toe om de naald in de hoogste positie te brengen.

Breng de naaivoet omhoog en verwijder de stof, waarbij u de draden naar achteren trekt.Trek de draden omhoog en in de draadafsnijder, zodat de draden op de juiste lengte worden afgesneden en de draad niet uit de naald raakt wanneer u de volgende naad start.Deze steek is sterker dan de gewone rechte steek, omdat dit een drievoudige en elastische steek is. De rechte elastische steek kan worden gebruikt voor dikke elastische stoffen, voor kruisnaden waar veel kracht op komt te staan en voor het doorstikken van dikke stoffen.Geleid de stof voorzichtig tijdens het naaien omdat de stof achteruit en vooruit beweegt.NAAIRICHTING VERANDERENSTOPPEN MET NAAIENRECHTE ELASTISCHE STEEKIngesteld voor rechte elastische steek

3-5 B3-5 1773-5 B3-5 S1MULTI-STEP ZIGZAGSTEEKSCHUINE OVERLOCKSTEEKDe stikkende zigzagsteek wordt gebruikt om knipranden af te werken. Controleer of de naald door de stof gaat aan de linkerkant en de rand afwerkt aan de rechterkant.De steek kan ook worden gebruikt als elastische steek om te zorgen dat naden kunnen meerekken bij het naaien van gebreide stoffen.De schuine overlocksteek naait de naad en werkt tegelijker-tijd de rand af, perfect voor elastische stoffen. Deze steek is elastischer dan normale naden, is zeer duurzaam en wordt snel genaaid.Leg de stof onder de naaivoet en lijn de rand van de naaivo-et uit met de rand van de stof. Wanneer de naad is voltooid, knipt u overtollige stof buiten de naad weg.Tip: U kunt de blindzoomvoet ook gebruiken om helemaal op de rand van de stof te naaien. Pas het verlengstuk op de naaivoet aan en laat die langs de stofrand lopen.

Probeer het naaien altijd eerst uit op een proea-pje, omdat het resultaat anders kan zijn afhankelijk van de stofdikte en -kwaliteit.Ingesteld op stikkende zigzagsteekIngesteld op schuine overlocksteek

3-5 B5 S13-5D3-5 1-21 2AB77De gesloten overlocksteek kan worden gebruikt voor het naai-en van normale tot dikkere elastische stoffen.Gebruik deze steek om elastische stof te zomen (A) en voor riemlussen (B). Vouw een zoom naar de verkeerde kant en naai met de gesloten overlocksteek vanaf de goede kant. Knip het teveel aan stof weg.De blindzoomsteek wordt gebruikt voor het maken van on-zichtbare zomen in rokken, broeken en woningdecoraties. Er zijn twee soorten blinde zomen; één wordt aanbevolen voor normale tot dikke geweven stof (1), de andere voor normale tot dikke elastische stof (2).• Vouw de stof zoals is afgebeeld.

Zorg ervoor dat de gevouwen rand van de stof de binnenkant van de rechter "teen" van blindzoomvoet D volgt.• Breng de naaivoet omlaag en duw het voetpedaal in.• De beweging naar links van de naald moet de rand van de gevouwen stof net grijpen.• Stel indien nodig de steekbreedte af totdat de vouw precies wordt "gepakt".Opmerking: De blindzoomtechniek wordt niet aanbevolen voor dunne stoffen.GESLOTEN OVERLOCKSTEEKBLINDZOMENIngesteld op gesloten overlocksteekGoede kant van de stofGeweven stof Elastische stofIngesteld op blindzoom

3-5 A4-6 23-5 B5 1-2STOPPEN EN VERSTELLENGrote gaten reparerenScheuren reparerenBij grote gaten in de stof moet u een nieuw lapje op het bes-chadigde gedeelte naaien.Rijg het nieuwe lapje stof op het beschadigde gedeelte op de goede kant van de stof.Naai over de stofranden met de zigzagsteek of de multi-step zigzagsteek.Knip het beschadigde gedeelte vanaf de verkeerde kant van de stof dicht bij de naad weg.Bij scheuren, rafelranden of kleine gaatjes is het handig om een klein stukje stof op de verkeerde kant van de stof te leg-gen. Het beschadigde gedeelte wordt verstevigd door de stof die eronder ligt.Leg een lapje stof onder de beschadigde stof. Het lapje moet iets groter zijn dan de beschadigde plek.Naai over het beschadigde gedeelte met de zigzag- of multi-s-tep zigzagsteek.Knip het stukje verstevigingsstof bij.Ingesteld op zigzagIngesteld op multi-step zigzag

3-5 C54213BAIngesteld voor knoopsgatDe stof moet worden verstevigd op de plaats waar de knoops-gaten moeten worden genaaid. Het wordt aanbevolen om de stof iets vast te houden bij het naaien van knoopsgaten.Het knoopsgat voorbereidenMeet de diameter en de dikte van de knoop en voeg 3 mm toe voor de trenzen om de juiste knoopsgatlengte te verkrijgen. Markeer de startpositie en de knoopsgatlengte op de stof (A).Bevestig de knoopsgatvoet C. Leg de stof onder de naaivoet zodat de markering op de knoopsgatvoet (B) gelijk ligt met de startpositie (A) op de stof. Breng de naaivoet omlaag zodat de middenlijn van het knoo-psgat die op de stof is aangegeven gelijk ligt met het midden van de knoopsgatvoet (B). Naai het knoopsgat1. Selecteer steek “ 1 “ en naai de rechterkant van het knoo-psgat tot de gewenste lengte. 2. Breng de naald in de hoogste positie.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Husqvarna-Viking Onyx 15 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden