Husqvarna-Viking Huskylock 905 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna-Viking Huskylock 905 (56 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 27 mensen. Heb je een vraag over Husqvarna-Viking Huskylock 905 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Husqvarna-Viking |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | Huskylock 905 |
Handleiding Husqvarna-Viking Huskylock 905 – volledige tekst
–1–VEILIGHEIDSINSTRUCTIESDeze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28.Elektrische aansluitingDeze naaimachine moet worden gebruikt met het voltage dat is aangegeven op het betreffende plaatje.Opmerkingen over de veiligheid• Laat kinderen niet spelen met de naaimachine.
Let goed op wanneer deze naaimachine wordt gebruikt door of in de buurt van kinderen.• Een naaimachine mag nooit zonder toezicht met de stekker in het stopcontact blijven staan.• Verwijder direct na gebruik en voordat u de machine schoonmaakt de stekker van de naaimachine uit het stopcontact.• Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke.• Gebruik de naaimachine nooit als het snoer of de stekker beschad-igd zijn.• Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald.• Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waar-voor de naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding.
Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen zoals in deze handleiding wordt beschreven.• Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het lampje ver-vangt. Vervang het lampje door het zelfde type (voltage en watt).Let op! Dit product moet op een veilige manier gerecycled worden volgens de geldende nationale wetgeving voor elektrische/elektronische producten. Raadpleeg bij twijfel uw leverancier voor advies.
21 Het plaatsen van de stof. 21 Beginnen met naaien en afhechten. 21~22 Sierkoord / decoratief band. 23 Rondingen. 243 - 2. Driedraads overlocksteek. 253 - 3. Tweedraads overlock. 26~273 - 4. Flatlock. 283 - 5. Steekkeuzetabel-tweedraads naaien. 293 - 6. Rolzoom. 30~313 - 7. Ingestikte sierplooien. 323 - 8. Verwisselen van het lampje. 333 - 9. Schoonmaken na gebruik. 343-10. Opbergen van de machine. 343-11. Vervangen van het onderste mes. 343-12. Smeren. 34.
–7–BA—3—Verwisselen van het naaivoetjeZet de hoofdschakelaar uit. (zie pagina 4)1. Zet het naaivoetje omhoog.2. Breng de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien.3. Druk op de knop (A) en het voetje laat los.4. Plaats de nieuwe voet met de pin onder de uitsparing van de houder. Zet de persvoetli-chter naar beneden en klik de voet aan de houder.BevestigenVerwijderenVoorklepAfdekplaat meshouder1-3. Voordat u gaat naaienHandwielDraai het handwiel altijd naar u toe.Openen van de voorklepDuw deel (B)-zie pijl-naar rechts en trek de voorklep met een neerwaartse beweging naar u toe.Sluiten van de voorklepSluit de voorklep zorgvuldig. De voorklep moet tijdens het naaien gesloten zijn. Door een ingebouwd veiligheidsmechanisme naait de ma chine niet wanneer de voorklep open is.
–8–—4—AccessoiredoosLicht de accessoiredoos iets op ➀ en schuif in de richting van de pijl ➁.De accessoiredoos bestaat uit twee delen. Het bevat het voetpedaal en andere accessoires. Om de doos weer terug te plaatsen herhaalt u de hierboven genoemde handelingen in omge-keerde volgorde.Het aansluiten van de machineControleer voordat u het voetpedaal aansluit of het voetpedaal van het type “YC-483” is.Op de achterzijde van de machine vindt u de informatie over het voltage. Alvorens de ma chine aan te sluiten dient u zich ervan te overtuigen dat voltage en stroomvoorziening overeenstemmen. Deze speciÀ caties kunnen van land tot land verschillen. Sluit het snoer met voetpedaal door middel van de plug aan op de machine en stop de stekker in het stop-contact ➀ ➁. Met het omzetten van de hoofd-schakelaar op de machine zijn machine en lampje ingeschakeld.
• Schakel de machine na gebruik altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact. • Als de hoofdschakelaar uit staat is ook het voetpedaal uitgeschakeld en zal de machine niet werken. • Zet niets op het voetpedaal.1212ONOFFAanUit
–9–—5—1-4. NaaisnelheidDe naaisnelheid van de machine kunt u regelen met de druk van uw voet op het voetpedaal. Meer druk geeft een hogere snelheid. U kunt kiezen uit twee naaisnelheden met de snel-heidskeuzeschakelaar: :0-1000 (max. snelheid 1000 steken/min.) :0-1300 (max. snelheid 1300 steken/min.)1-5. TelescoopstandaardTrek de telescoopstandaard maximaal uit en draai tot deze vastklikt. De ronde geleider moet nu links zitten.Linker naald Naald-klemschroefSnelheidkeuzeschakelaar1-6. Verwisselen van de naaldSchakel de machine uit voordat u de naalden vervangt.1. Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien.2. Om de rechternaald te verwisselen, draait u de rechter naaldklemschroef los met de inbus schroevendraaier en verwijdert u de naald. Om de linkernaald te verwisselen, draait u de linker naaldklemschroef los en verwijdert de naald.3.
Breng een nieuwe naald aan zover mogelijk in de gleuf van de naaldstang met de platte kant naar achteren en draai de schroef vast. Gebruik naalden van systeem 130/705H nummers 80-90. Dit zijn dezelfde naalden als die voor een gewone naaimachine ge-bruikt worden.Rechter naald Naald-klemschroefVastLosPlatte kant
–10–BA—6—1-7. Verwisselen van garensDe machine wordt ingeregen geleverd metoverlock-garen. Om garen te verwisselen kuntu de eenvoudige methode gebruiken zoalsuitgelegd op pagina 8-10 of de draadeinden aan elkaar knopen:1. Knip het garen dat in gebruik is af vlakbij de garenklos achter de telescoopstandaard. Plaats een nieuwe garenklos op de pen en knoop de draadeinden aan elkaar.2. Zet het naaivoetje omhoog om de draad-spanning op te heffen, waardoor de knoop de draadspanningsschijven gemakkelijk pas-seert.3. Trek de grijperdraad uit tot de draadknoop zich ongeveer 10 cm achter het naaivoetje bevindt.4. Bij het verwisselen van de naalddraad knipt u de knoop voor het oog van de naald af om verbuigen van de naald te voorkomen.GarennetjeIn sommige gevallen moet u het garennetje omde garenklos bevestigen om te voorkomen datde draad van de klos afglijdt.
Breng het netjezo aan dat de klos geheel bedekt is.KloshouderBij het gebruik van gewone garenklosjes, moet u de kloshouders gebruiken (zie afbeelding) om het klosje op zijn plaats te houden en om te voorkomen dat het garen van het klosje glijdt.Knip de draad doorKnoop de draad vastPersvoetlichterNaaivoetjeOog van de naald
–11–BA—7—Naaitong-schuifje(Overgaan van overlocksteek op rolzoom). Zetde naald op de hoogste stand door hethandwiel naar u toe te draaien.OverlockZet het naaitong-schuifje naast de “N” op desteekplaat.RolzoomZet het naaitong-schuifje naast de “R” op desteekplaat.PersvoetlichterGebruik de persvoetlichter om het naaivoetjeomhoog te trengen. De persvoetlichter stoptop stand A. Bij het naaien van dikke stof kande persvoetlichter verder omhooggebrachtworden tot stand B door deze verder op teheffen en in die stand vast te houden. Zorgervoor dat de bovenste grijper in de laagstestand staat.N.B. Naai nooit als het naaivoetje omhoog staat.Uitschakelen van het bovenmesOm langs de rand van de stof te naaien kanhet bovenmes uitgeschakeld worden.1. Verwijder één voor één de afdekplaten van het werkvlak en de vrije arm door deze in de richting van de pijlen te schuiven.2. Open de voorafdekplaat.3.
Druk de knop zo ver mogelijk in en draai het bovenmes volgens de pijlen op de knop tot in de uiterste stand. Wees voorzichtig bij het uitschakelen want het mes is erg scherp.4. Controleer of het mes helemaal naar beneden staat voordat u gaat naaien.N.B. U kunt langs de rand van de stof naaien als het mes is uitgeschakeld.Vrije armTrek de afdekplaat van het werkvlak a in derichting van de pijl. De vrije arm is praktisch bijhet naaien van broekspijpen, manchetten enb.v. kinderkleding.Verwijderen van de vrije armHoud de vrije arm volgens de afbeelding vast.1. Til de vrije arm iets omhoog totdat deze losk-ikt.2. Schuif de vrij arm naar links.Naaitong-schuifjeNaaivoetjeSteekplaatVoorklepabPersvoetlichter
–12–123456789CD ABDNDN1-8. InrijgenRijg de machine in volgens onderstaande vol-gorde:Onderste grijperdraad ( A )Bovenste grijperdraad ( B )Naalddraden ( C,D )Inrijgen bovenste grijperdraad ( A )1. Zet de bovenste grijper in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien.2. Zet het naaivoetje omhoog.3. Open de voorklep.4. Trek de draad van de klos door de geleider ➀ op de telescoopsteel en vervolgens door geleiders ➁ naar ➈.Wanneer u decoratief garen gebruikt, dan schuift u de draadgeleider voor siergaren/koord (B) naar rechts(D), en rijgt u het garen in.—8—5. Rijg de draad door het oog ➈ van de boven-ste grijper.6.
Trek de draad door tot een lengte van on-geveer 10 cm.N.B.Wanneer u met 3 of 4 draden naait, moet u het 2-draads “klik-klaar” grijperhendeltje plaatsen zoals afgebeeld.Gesponnen garen910 cmDecoratief garen / SierkoordWanneer u normaal garen gebruikt, schuift u de draadgeleider voor siergaren/koord (B) naar links(N).
–13–1234DNDNCD AB6578910—9—Inrijgen van de onderste grijperdraad ( B )1. Zet het naaivoetje omhoog.2. Open de voorklep.3. Trek de draad van de klos door de geleider ➀ van de draadstandaard en vervolgens door geleider ➁.N.B. Controleer of de draad in de gleuf van geleider ➁ en tussen de draadspan-ningsschijven valt. 4. Draai het handwiel naar u toe en zet de onderste grijper helemaal naar rechts.5. Rijg de draad vervolgens door de geleiders ④ tot ➇.6. Duw hendel (A) in de richting van de pijl tot de draadogen ➈ en ➉ precies achter elkaar liggen. Rijg de draad door de ogen ➈ en ➉ van de onderste grijper.7. Trek de draad door tot een lengte van on-geveer 10 cm8. De onderste draadgeleider keert automatisch terug tot de uitgangspositie wanneer u het handwiel eenmaal naar u toe draait.N.B.
Voor het beste resultaat bij het naaien van een platte lock, rolzoom en smalle zoom slaat u geleider ➄ over. Zie stippellijn.(A)10 cmGesponnen garenDecoratief garen / Sierkoord
–14–5. Trek de draad door het oog van de naald door tot een lengte van ongeveer 10 cm.Inrijgen van de naalddraden ( C ) ( D )1. Zet de het naaivoetje omhoog.2. Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien.3. Trek de draad van de klos door de geleider ➀.N.B. Controleer of de draad in de gleuf van geleider ➁ en tussen de draadspan-ningsschijven ➂ valt.4. Trek de draad door geleiders ④, ➄, en voor de rechternaald en door geleiders ➄ e n voor de linkernaald.N.B. Controleer of de draad voor de rech-ternaald (D) langs de rechterkant van geleider ➄ loopt en de draad voor de linkernaald (C) langs de linkerkant.—10—667Voorbereidingen en controleVerzeker u ervan dat er geen draad van degeleiders is afgegleden of dat er dradengebroken zijn. Controleer ook of het bovenmeszich op de juiste manier tegen het ondermesbeweegt door het handwiel langzaam naar utoe te draaien.
Ga na of er zich geen stukjesstof of draad tussen de messen bevinden.Draai het handwiel naar u toe en overtuig u ervan dat de draden de steek op de naaitong vande steekplaat vormen. Als dit niet het geval ismoet u de bedrading controleren. Nadat demachine op de juiste manier is ingeregen sluitu de voorklep en zet u het naaivoetje omlaag.1234CD AB65710cm
–15–—11—NaaivoetdrukU kunt de naaivoetdruk regelen met behulp van de naaivoetdrukregelaar aan de linkerzijde vande machine.Stand “N” is voor normale stoffen. Een lager nummer is voor dunne stoffen. Een hoger num-mer is voor dikke stoffen.1-9. DraadspanningstabelDe draadspanning volgens bovenstaande tabeld is slechts een aanbeveling. Model 910: Zie de aanbevolen instellingen op het informatievenster. Omdat de cijfers in de tabel gemiddelde cijfers zijn, kan het nodig zijn de spanning enigszins bij te stellen overeenkomstig de soort stof en garen.N.B. De structuur van stoffen en garens kan variëren in gewicht en soort.
–16–23 41—12—1-10. Instellen draadspanningGa uit van de normale stand. Wijzig de draad-spanning met de draadspannings- knoppen en controleer meteen het beoogde resultaat. Draai de knop naar een hoger nummer om de span-ning te verhogen. Draai de knop naar een lager nummer om de spanning te verlagen.➀ Linker naalddraad➁ Rechter naalddraad➂ Bovenste grijperdraad④ Onderste grijperdraadDe juiste spanningDe bovenste en onderste grijperdraden moeten goed op elkaar afgesteld zijn met de juiste draadspanning (de beide grijperdraden moeten bij de rand van de stof bij elkaar komen).
–18–—14—1-11. Regelen van de steekbreedte / snij-breedteDe afstand tussen de naald en de uiterste rand van de stof noemen we de steekbreedte /snij-breedte. • De snijbreedte kan worden ingesteld tussen 5 en 7 mm, afhankelijk van de soort stof. • De standaard steekbreedte/snijbreedte is 5.5 mm, wat overeenkomt met “N” op de knop. • Draai de knop a om de snijbreedte in te stel-len.N.B. Er staat een indexteken op de machine.1. Draai de knop a om de snijbreedte in te stel-len.2. Wanneer de draad lussen vormt buiten de rand van de stof, zet de knop dan op een ho-ger nummer om minder stof weg te snijden.3.
Wanneer de stof samentrekt, zet de knop dan op een lager cijfer om meer stof weg te snijden.Wanneer u ziet dat de draden zich buiten de rand van de stof verknopen, schuif de steek-tong dan iets naar u toe voor een À jnafstelling van de steekbreedte.Om af te stellen, schuift u de steektong naar u toe van de “N” stand naar het teken —. Er zijn twee À jnafstellingen. Test eerst uw steek voordat u met naaien begint.1-12. Instellen steeklengteDe standaard steeklengte is 2.5 mm wat over-eenkomt met “N” op de steeklengteknop. De steeklengte kan gewijzigd worden van 0.8 mm (rolzoom) tot 5 mm.SnijbreedteSteekbreedteNaaitongNaaitongschuifjeSteeklengteknopa
–19–—15—Differentieel transport knop1-13. Differentieel transportHet differentieel transport zorgt voor een goed resultaat bij het afwerken van alle soorten stof varierend van dunne geweven stoffen tot aan dikke gebreide stoffen. De Huskylock heeft twee transporteurs. De voorste transporteurs kunnen zo ingesteld worden dat ze in verhoud-ing tot de achterste transporteurs meer of minder transporteren (differentieel transport). De verhouding kan ingesteld worden tussen de 0.5-2.5. Voor dunne stoffen instellen dichter bij de 0.5. Voor rekbare gebreide stoffen instel-len dichter bij de 2.5. Het differentieel transport zorgt ook voor het rimpelen van geweven stof-fen. Voor een maximale rimpeling instellen op 2.5 en de steeklengte vergroten. • “N” geeft de standaard positie aan. Naai eerst een paar steken op een proeÁ apje van de stof die u gaat gebruiken.
–20–—16—De toetsen hieronder kunnen stap voor stap ingedrukt worden of vastgehouden worden tot de gewenste instelling is bereikt.1. A=AUTO-toets. Druk op de toets voor het Automatisch Menu. De standaard instellingen verschijnen in het venster.2. M=Memory-toets. Druk op de toets om de geprogrammeerde instellingen terug te zien of nieuw gekozen instellingen in het geheugen op te slaan.3. =Steekkeuze-toets. Roept de 11 voorgeprogrammeerde steken uit het Automatisch Menu op.4. =Stofkeuze-toets. Selecteert de soort stof uit het Automatisch Menu.2. Model 9102-1. Informatievenster5. =Cursor-toets. Toegang tot het Advies Menu om instellingen te activeren en/of te verand-eren. De cursor wijst achtereenvolgens aan: steeklengte-differentieel transport-naaitong stand-snijbreedte-draadspanning.6-7. Plus (+)-en Min (-)-toetsen in het Advies-Menu: De instellingen verhogen (+) of verlagen (-).
In het Memory Menu: De cursor gaat langs de opgeslagen gegevens.8. Informatievenster. Alle steekinstellingen worden in het venster worden afgebeeld.Functies informatievensterMenu en steeknummerMenu en voorgeprogrammeerde steken worden getoond.SteekkeuzeOmschrijving van de steek wordt getoond.SteeklengteDe steeklengte wordt getoond.NaaitongstandAanbevolen stand wordt in venster getoond. Deze aanduiding komt overeen met die op de naaldp-laat.1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.8.
–21–—17—2-2. TaalkeuzeU kunt kiezen uit de volgende talen:Amerikaans Engels, Brits Engels, Frans, Italiaans, Duits, Zweeds, Noors, Deens, Fins, Neder-lands, Spaans, Tsjechisch, Pools, Japans.Kies de taal als volgt:1. Zet de machine aan en druk tegelijk op de A-toets en de cursor-toets. De ingestelde taal wordt aangegeven.2. Druk op de plus-toets (+) of de min-toets (-) tot de gewenste taal is bereikt.3. Druk op de M-toets.4. De gekozen taal is nu opgeslagen en blijft in het geheugen, zelfs als u de machine uitzet.2-3. A:Auto-MenuDe aanbevolen instellingen die worden aangegeven in het menu geven een perfect naairesultaat.N.B. Stoffen en garens kunnen variëren. Test daarom eerst de instelling op een proeÁ apje.NaaldstandDe aanbevolen naaldstand wordt aangegeven.
De aanduiding komt overeen met de aanduiding op de naaldklem.SnijbreedteDe aanbevolen snijbreedte wordt aangegeven.DraadspanningDe aanbevolen draadspanning wordt aangegeven. Elke draadspanningsknop correspondeert met de gekleurde symbolen onder aan het venster.Differentieel transport verhoudingDe standaard verhouding wordt aangegeven.StoffenDe stofsoorten worden aangegeven.
–22–—18—2-4. SteekkeuzeZet de machine aan en “Auto A1” de soort stof “Gewev nor” en de steekkeuze “4draads overlock” verschijnt in het venster.Verander de steek door de steekkeuze-toets in te drukken.Steeds als u de toets indrukt worden de aanbevolen instellingen aangegeven.Voorbeeld: Als u de steekkeuzetoets drie maal indrukt wordt het volgende aangegeven: Vergelijk dit met de “stekentabel” op pagina 20 en ga door met het indrukken van de steek-keuzetoets tot de gewenste steek wordt aangegeven. Als het venster aangeeft “-” voor de draadspanning betekent dit: Hier geen garen gebruiken.2-5. StofkeuzeKies de stof met de stofkeuzetoets. De aanbevolen instelling verschijnt dan in het informatieven-ster. De informatie “Comb is onmogelijk” verschijnt als de instelling niet wordt aanbevolen. Zie stoffentabel op pagina 20.Stel uw Huskylock in volgens het advies op het informatievenster.
De machine is nu klaar voor gebruik.N.B. Stoffen en garens kunnen varieren. Maak eerst een proeÁ apje voordat u aan het werkelijke kledingstuk begint.2-6. :Advies-MenuHet Advies-Menu stelt u staat de automatische instelling te veranderen. Uw eigen istelling kan opgeslagen worden in het Memory-Menu zie pagina 19.2-7. Instellen in het Advies-MenuOpen het Advies-Menu door de cursor-toets in te drukken. Het te wijzigen nummer begint te knip-peren. Ga met de cursor-toets naar het nummer dat gewijzigd moet worden.
–23–—19—Opslaan van nieuweprogrammanummersVerhoog het ingestelde nummer door op deplustoets (+) te drukken en verlaag hetingestelde nummer door op de mintoets (-) tedrukken. Ga door met het indrukken van dezetoetsen tot de gewenste nummers verschijnen.N.B. Om deze instelling te bewaren kunt u deze in het Memory-Menu opslaan.2-8. M:Memory-MenuNa het programmeren van nieuwe instellingenin het Advies-Menu kunnen deze in hetMemory-Menu opgeslagen en weeropgeroepen worden.2-9. Opslaan van nieuwe instellingen in het geheugen1. Na de instellingen in het Advies-Menu gewijzigd te hebben, de M-toets indrukken waarna het Memory-nummer gaat knipperen. Als dit nummer al in gebruik is verschijnt de boodschap “Overschrijven OK?”2. Als u wilt vervangen drukt u op de M-toets.Voorbeeld: Memory-nummer 1 is in gebruik.3. Als u niet wilt vervangen drukt u op de plus-toets (+) tot u een leeg geheugen bereikt.
Als het geheugen leeg is zal “Leeg geheu-gen” knipperen. Druk de M-toets in om op te slaan.4. Als u niet wilt vervangen of opslaan drukt u toets A in om het Memory-Menu te verlaten.Voorbeeld: Druk twee maal op de plustoets (+) en het lege Memory-nummer 3 zal in het venster verschijnen.Er kunnen 50 verschillende instellingen in hetMemory-Menu worden bewaard. Op de laatstebladzijde van de handleiding is ruimte vooraantekeningen over de bewaarde instellingen.(zie pagina 46-47)
–24–2-10. Oproepen uit het geheugen1. Als u de machine aanzet verschijnen de aanbevolen standaard instellingen in het venster.2. Druk op de M-toets. Nu verschijnt M E M O R Y met de laatst door u geprogrammeerde instel-lingen voordat de machine werd uitgezet.3. Kies het door u gewenste geheugen door op de plustoets (+) of mintoets (-) te drukken.4. De machine is nu klaar voor gebruik.2-11. Verwijderen uit het geheugen1. Druk op de M-toets. Nu verschijnt M E M O R Y met de laatste door u geprogrammeerde instel-lingen voordat de machine werd uitgezet.2. Kies het geheugen dat u wilt verwijderen door op de plustoets (+) of mintoet (-) te drukken.3. Druk dan tegelijkertijd op de steekkeuze-toets en de stofkeuzetoets. Nu verschijnt “Geheugen gewist” in het venster en begint te knipperen.N.B. Als u afziet van verwijderen laat dan de beide toetsen los.4.
–25–—21—3-1. Vierdraads overlocksteek met 2 naaldenVoordat u gaat naaienNa het inrijgen trekt u de vier draden onder hetnaaivoetje door naar achteren. Draai hethandwiel 2 tot 3 slagen naar u toe zodat desteken op de naaitong gevormd worden.Waarschuwing:Houdt uw vingers weg van alle beweg-ende delen. Wees vooral voorzichtig bij het naaigedeelte en de onderste grijper. Raak het lampje niet aan als u met de machine werkt, u kunt uw vingers verbranden.Het plaatsen van de stofAls u klaar bent met de naaivoorbereidingen,plaatst u de stof onder het voorste gedeeltevan het naaivoetje. De persvoetlichter hoeftniet omhoog gezet te worden. Bij het naaienvan erg dikke stoffen is de extra ruimte van depervoetlichter misschien nodig. Plaats de stofonder de voet met de onafgewerkte kant voorhet mes.
–26–—22—AfhechtenAls u aan het eind van de stof bent, hecht u afmet een extra stekenketting van enkelecentimeters.N.B. Trek niet aan de draden want de naald zou kunnen buigen of breken.Snij de draad af met het draadmesje dat zichaan de linkerkant van de machine bevindt.N.B. Leg de draadketting van achteren naar voren in de draadafsnijder, trek de ketting vervolgens naar u toe.
–27–—23—Sierkoord / decoratief bandSierkoord of decoratief band kan gebruiktworden om de naden bij het naaien vanrekbare stoffen te verstevigen en het uitrekkente voorkomen. Hieronder vindt u tweemanieren voor het aÁ ocken met sierkoord. • Rijg het sierkoord door het oog uiterst links aan de telescoopstandaard en door de geleider aan de linkerkant van de machine.1. Plaats het smalle koord (ongeveer 3 mm) in het voorste gat van het naaivoetje en weer terug onder de voet, naai dan met de rech-ternaald over het koord.2. Rijg een smal koord door het gaatje aan de rechterkant van het naaivoetje bij de naalden (zie afbeelding). Het koord moet langs de rand van de stof meelopen. Naai vervolgens over het koord.1. 2.
–29–2121—25—3-2. Driedraads overlocksteekOm een driedraads overlocksteek te naaienverwijdert u eenvoudig een naald.1. Verwijder de rechternaald voor een brede driedraads overlockGebruik knop ➀ voor de spanning van de linkernaalddraad. Steekbreedte/snijbreedte is standaard 6 mm. De differentieel transport verhouding is standaard “N”.2. Verwijder de linkernaald voor een smalle driedraads overlockDe rechternaald naait een smallere zoom. Gebruik knop ➁ voor de spanning van de rechternaald-draad. Steekbreedte/snijbreedte is standaard 4 mm. De differentieel transport verhouding is standaard “N”.LinkernaaldRechternaald
–30–—26—2-draads “klik-klaar” grijperhendeltjeAccessoiredoos3-3. Tweedraads overlock (Model 905)1. Gebruik 1 naald (linker of rechternaald) en de onderste grijperdraad.2. Neem het 2-draads “klik-klaar” grijperhendeltje voor de bovenste grijper uit de accessoire-doos.3. Open de voorklep. Zorg ervoor dat de boven-ste grijper zich aan de rechterkant van de naald bevindt door het handwiel naar u toe te draaien. Plaats het grijperhendeltje op de bovenste grijper volgens de afbeelding.4. Druk het 2-draads “klik-klaar” grijperhendeltje ➀ terug zoals afgebeeld en plaats het haakje ➁ in het oogje van de bovenste grijper.213
–31–—27—2-draads “klik-klaar” grijperhendeltje3-3. Tweedraads overlock (Model 910)1. Open de voorklep.2. Gebruik 1 naald (linker of rechternaald) en onderste grijperdraad.3. Draai het handwiel naar u toe om de boven-ste grijper naar de rechterkant van de naald te kunnen bewegen.4. Druk het 2-draads “klik-klaar” grijperhendeltje voorzichtig met uw vinger naar beneden.Waarschuwing:Wanneer u het grijperhendeltje te hard naar beneden drukt, kan het handeltje buigen.5. Plaats het haakje ➀ van het “klik-klaar” gri-jperhendeltje in het oogje ➁ van de boven-ste grijper.6. Sluit de voorklep.Voor 3-draads/4-draads overlocken, plaats het 2-draads “klik-klaar” grijperhendeltje in de bovenste stand, door het haakje ➀ uit het oogje van de bovenste grijper te halen, zie afbeeld-ing.21
–32–2.5~3mm—28—StofgeleiderStelschroefGoede kant van de stofA.B.C.3-4. FlatlockEr zijn twee manieren om een Á atlock tenaaien, met de verkeerde kanten van de stofop elkaar voor een decoratief resultaat en metde goede kanten op elkaar voor een ladderstik-sel zoals bij lingerie.1. Vouw de stof met de verkeerde kanten op elkaar. Zet het naaivoetje omhoog, plaats de stof onder de naald en zet de naaivoet weer omlaag. Zet de steekbreedteknop op 5-7. Terwijl u naait laat u de draadlus over de rand van de stof vallen (C).Flatlock met de universeelvoet2. Verstel met de stelschroef de voet zo dat de naald zich 2.5-3.0 mm binnen de omgevou-wen rand van de stof beweegt zodat een deel van het stiksel over de rand lust.3. Naai met een gelijkmatige snelheid waarbij u de stof met de hand stuurt.N.B. Met deze naaivoet naait u gemakkelijker langs de omgevouwen zoom zonder daar-bij in de stof te snijden.4.
Leg de stof open zoals afgebeeld. Deze manier is niet geschikt voor dunne stoffen. Om de stofgeleider op de juiste stand af te stellen, kunt u met dezelfde stof eerst een proeÁ apje maken.N.B. Bij gebruik van siergarens in de grijper, vermindert u de spanning en slaat u de door u gekozen instellingen op in het Memory-Menu voor toekomstig gebruik.
–33–12345673N523N01212345673N523N012—29—Goede kantOnderste grijperdraadNaalddraad3-5. Steekkeuzetabel-tweedraads naaienStel de spanning in volgens bovenstaande tabel. Omdat de cijfers in de tabel het gemiddelde weergeven, kan het nodig zijn de spanning bij te stellen al naar gelang de soort stof, stofdikte en garen.N.B. Stof en garen kunnen varieren. Maak een proeÁ apje voordat u met het kledingstuk begint. De differentieel transport verhouding is gewoonlijk “N” (zie pagina 15).Bijstellen van de draadspanning / juiste draadspanningVerkeerd afgestelde bovenste grijperdradenverknopen zich aan de verkeerde kant van destof. • Verhoog de draadspanning van de onderste grijperdraad (knop ④) of verminder de span- ning van de rechter naalddraad (knop ➁).Verkeerd afgestelde naalddraadspanning. Steken te los.
–34–—30—3-6. RolzoomDriedraads rolzoomSmalle rolzoomDe stof wordt afgelockt met de bovenste enonderste grijper. De stof wordt gerold door dedraadspanning bij te stellen en wordt afgelocktmet de onderste grijperdraad.De twee bovengenoemde steken zijn geschiktvoor dunne stoffen.1. Verwijder de linkernaald (naai alleen met de rechternaald).2. Trek het naaitong-schuifje naar u toe tot stand “R” op de steekplaat.3. Naai langs de rand van de stof en snij de gewenste hoeveelheid stof af voor een prachtige afwerking van bijv. tafellinnen.2.0mm234
–35–—31—Tabel voor driedraads rolzoom en smalle zoomBijstellen al naar gelang de soort stof en het garen.Tweedraads rolzoom1. Schakel om naar tweedraads overlock, zie pagina 26-27.2. Gebruik alleen de rechter naald en trek het naaitongschuifje naar u toe tot de stand “R” op de steekplaat.DraadspanningTabel voor tweedraads rolzoom en smalle zoomDraadspanningSnijbreedteSteeklengte RolzoomN1 - 1.5 mm0.8 - NSmalle zoomN1 - 1.5 mm0.8 - NRechter naalddraad (2)Bovenste grijperdraad (3)Onderste grijperdraad (4)N-NN-6SnijbreedteSteeklengteRolzoom5 - 6 mm1 - 1.5 mmNSmalle zoom5 - 6 mm1 - 1.5 mmNRechter naalddraad (2)Bovenste grijperdraad (3)Onderste grijperdraad (4)3 - 53 - 57 - 93 - 54 - 63 - 5Differentieel transportverhoudingDifferentieel transportverhouding
–36–—32—3-7. Ingestikte sierplooienIngestikte sierplooien worden gestikt langs eendubbelgevouwen rand. Om afsnijden van destof te voorkomen gebruikt u de universelevoet. Ingestikte sierplooien zijn bijzondergeschikt voor kinderkleding en damesblouses.1. Gebruik de linkernaald voor brede plooien en de rechternaald voor smalle plooien.2. Breng de universele voet aan en stel de geleider in. (pagina 28)3. Zet het naaivoetje omhoog.4. De spanning is ingesteld op de normale over-lock “N”.Model 910: Gebruik steek B of CMarkeer de plooien en pers ze voor het naaien.De differentieel transport verhouding isgewoonlijk “N”.5. Plaats de stof onder het naaivoetje met de rand gelijk aan de zijkant van de steekplaat of de geleider van de universeel voet. Zet de naaivoet omlaag en begin met naaien. Maak een ketting van steken aan het eind van het naaiwerk.6.
–37–—33—3-8. Verwisselen van het lampjeWaarschuwing: Laat het lampje eerst afkoelen alvorens het te verwisselen. U zou uw vingers kunnen bran-den.N.B. Gebruik een lampje van max. 15W voor model 905 en max. 12V, 5W voor Model 910.Model 905:Trek de stekker uit het stopcontact.1. Verwijder de schroef aan de zijkant (bij de persvoetdrukregelaar).2. Verwijder het afdekkapje van de lamp.3. Verwissel het lampje.4. Plaats het afdekkapje weer terug en draai de schroef vast.Model 910:N.B. De machine heeft 2 lampjes. Trek de stekker uit het stopcontact. 1. Leg de machine met de achterkant naar beneden.2. Plaats de rubberen lampvervanger (uit de ac-cessoiredoos) met de diepe open kant rond het lampje. 3. Draai niet aan het lampje, maar trek het ge-woon naar beneden om het lampje te verwij-deren.Model:91041, 32Model:9054.
Om het nieuwe lampje te plaatsen, plaatst u de lampvervanger met de ondiepe kant rond het lampje, en drukt u het lampje in de machine.5. Controleer met uw vingers of het nieuwe lampje goed vastzit.
–38–1~2mm—34—3-9. Schoonmaken na gebruikHaal allereerst de stekker uit het stop-contact.1. Open de afdekplaten van de voorkant en de vrije arm (zie pagina 3).2. Verwijder alle stof en pluisjes met het bor-steltje uit de accessoiredoos.3-10. Opbergen van de machine1. Haal de stekker uit het stopcontact als de machine niet in gebruik is.2. Dek de machine af met de beschermhoes als u klaar bent met naaien.3. Berg de machine op, beschermd tegen zonli-cht en vocht.3-11. Vervangen van het onderste mesNieuwe messen zijn als onderdeel verkijgbaar bij uw vakhandelaar.Haal de stekker uit het stopcontact.1. Open de voorklep (zie pagina 3).2. Ontkoppel het bovenste mes en zet het in de laagste stand.3. Draai de schroef van het onderste mes los en verwijder het mes.4. Breng het nieuwe mes aan.5. Zet het bovenste mes terug in de juiste stand.6.
Draai het handwiel zo dat de naalden in de laagste stand staan.7. Controleer of de voorkant van het mes on-geveer 1-2 mm lager zit dan de snijkant van het onderste mes.8. Zet het nieuwe mes met de schroef vast.9. Reinig altijd met het borsteltje. 3-12. SmerenOm te zorgen dat de machine soepel blijftlopen moeten de bewegende delen een oftwee maal per maand gesmeerd worden bijnormaal gebruik en één maal per week bijveelvuldig gebruik. Haal altijd eerst de stekkeruit het stopcontact. Verwijder alle overtolligeolie voordat u weer gaat naaien.OndermesLaagste standBovenmesSchroef
Problemen oplossenProbleem OplossingZie paginaOorzaak• Steek de stekker(s) zorgvuldig in het stopcontact en/of machine• Verhoog de druk door de knop omlaag te zetten naar 5• Stel het differentieel transport bij• Vervang de naald• Zet de naald opnieuw in• Trek niet aan de stof• Machine opnieuw inrijgen• Draadspanning(en) opnieuw instellen• Naald opnieuw inzetten of vervan-gen• Naald vervangen• Naald opnieuw inzetten• Draad opnieuw inrijgen• Controleer de draadspanning(en)• Verminder de spanning van de naalddraad• Rijg de draad opnieuw in• Stel het differentieel transport in op 0.5-N• Stekker niet goed in stopcon-tact• Onvoldoende persvoetdruk• Differentieel transport niet goed ingesteld• Kromme of botte naald• Naald niet goed ingezet• Trekken aan de stof tijdens het naaien• Niet goed ingerengen• Draadspanning(en) te hoog• Verkeerd ingestelde spanning van de naald• Kromme of botte naald• Naald niet goed ingezet• Draad niet goed ingeregen• Spanning niet goed afgesteld• Spanning naalddraden te hoog• Draad niet goed ingeregen• Differentieel transport uitge-schakeld4111555228~10115558~1011~1511~158~1015Machine naait nietMachine trans-porteert niet goedNaald breektPlooivormingOnregelmatige stekenDraad breekt afSlaat steken overAls u de gebruiksaanwijzing zorgvuldig opvolgt, zijn voor deze machine onder normale omstan-digheden geen ingewikkelde of speciale aanpassingen nodig.De hieronder genoemde storingen zijn niet te wijten aan de machine.
–46–—42—Extra naaivoetjes en een speciaal afvalzakje zijn als extra verkrijgbaar. Voor deze acces-soires verwijzen wij u naar uw Husqvarna dealer.Parelvoet (extra accessoire)(artikelnummer: 2141002-501)1. Verander de steekbreedte in 7.2. Verwijder de rechternaald.3. Haal het steektongschuifje naar u toe tot “R” voor een rolzoom.4. Vervang de standaard naaivoet door de parelvoet.5. Zet de steeklengte op 4 tot 5 afhankelijk van de grootte van de parel.6. Vouw de stof, waar de parelketting moet komen, dubbel. Leid de gevouwen stofrand door de stofgeleider op het voetje.N.B. U kunt ook in het midden van de stof een parelketting opnaaien door gebruik te maken van de Á atlock instelling, pag. 28.7. Plaats de parelketting op de parelgeleider.8.
Begin met naaien.Rimpelvoet (extra accessoire)(artikelnummer: 2141002-502)Deze voet, ook wel de rimpelvoet genoemd, wordt gebruikt voor het aan elkaar naaien van twee lagen dunne stof waarbij de ene stof gerimpeld op de andere, vlakke stof genaaid wordt.Voorbereiding van de machineDifferentieel transport verhouding: 2-2.5Naaivoet: RimpelvoetSteeklengte: 3-5Naald: twee naalden of een naaldNaaiting: Normaal1. Klik de rimpelvoet aan.2. Doe de persvoetlichter omhoog.3. Zet de naald(en) in de hoogste stand.4. Plaats het onderste deel van de stof ➀ tus-sen de naaldplaat en de rimpelvoet met de goede kant boven en duw het naaar voren tot aan de naald, tegen het bovenste mes.5. Plaats het bovenste deel van de stof ➁ met de goede kant naar onder in de opening van de rimpelvoer ➂ en leg gelijk aan het onder-ste stofdeel.6. Zet de naaivoet omlaag.7.
–47–—43—Elastiekvoet (extra accessoire)(artikelnummer: 2141002-407)Dit voetje geleidt elastiek en wordt bij het naaien vastgehouden met despanningscontroleschroef op het voetje.StofElastiekSpanningscontroleschroef1. Vervang de standaardvoet door de elastiek-voet.2. Zet de steeklengte op 4 of 5 en de steek-breedte op 4.5 voor een 4draads overlock-machine.3. Zet de elastiekvoet omhoog, draai de span-ningscontroleschroef op de elastiekvoet los om de voorkant van de voet te openen en voer het elastiek door tot achter de voet.4. Zet de elastiekvoet omlaag en naai een paar steken op het elastiek om het resultaat te controleren. Draai de schroef vast om het elastiek uit te rekken. Draai vaster naar re-chts en losser naar links.5. Plaats de stof onder de voet en naai samen met het elastiek.6.
–48–—44—Goede kantKoordopnaaivoet (extra accessoire)(artikelnummer: 2141002-408 [dik] Uw Huskylock heeft twee extra koordopnaai-voetjes. Een voetje voor normaal koord en een voetje met een bredere gleuf voor dikker koord. De naaitechniek is voor beide soorten gelijk.1. Vervang de standaardvoet door de koordop-naaivoet.2. Leg het koord links tegen de naadlijn tussen de stof met de goede kanten op elkaar (zie afbeelding).3. Plaats de stof onder het voetje en let er op dat het koord vast ligt in de gleuf aan de onderzijde van het voetje.4. Naai het koord dat buiten de stof uitsteekt met een paar steken vast om te zien of de stof met het koord goed wordt getransport-eerd. Naai het vervolgens met de stof sa-men.5. Vouw de stof na het naaien open.Verkeerde kantVerkeerde kantGoede kant2141012-408 [dum])
–49–—45—TabelAfvalzakjeAfvalzakje(artikelnummer: 2141001-154) 1. Plaats het afvalzakje op de rand van de tafel zodat het netje als afgebeeld, naar beneden valt.2. Plaats de Huskylock op het afvalzakje zodat de stofresten in het netje vallen. Zorg ervoor dat de machine niet van de tafel af kan val-len.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Husqvarna-Viking Huskylock 905 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Husqvarna-Viking
Alle Husqvarna-Viking Naaimachine handleidingen