Husqvarna-Viking Tribute 140C Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna-Viking Tribute 140C (48 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen. Heb je een vraag over Husqvarna-Viking Tribute 140C of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/48
140TH ANNIVERSARY LIMITED EDITION SEWING MACHINE
W
ING MACHIN
E
Handleiding

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Husqvarna-Viking
Categorie: Naaimachine
Model: Tribute 140C

Handleiding Husqvarna-Viking Tribute 140C – volledige tekst

VEILIGHEIDSINSTRUCTIESDeze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28.ELEKTRISCHE AANSLUITINGDeze naaimachine moet worden gebruikt met het voltage dat is aangegeven op het betreffende plaatje.OPMERKINGEN OVER DE VEILIGHEID• Deze naaimachine is niet bedoeld voor gebruik door personen (ook kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of mentale functies, of met onvoldoende ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of geïnstrueerd worden over het gebruik van de naaimachine door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.• Kinderen moeten onder toezicht staan, zodat ze niet met de naaimachine kunnen spelen.• Een naaimachine mag nooit zonder toezicht met de stekker in het stopcontact blijven staan.• Verwijder direct na gebruik en voordat u de machine schoonmaakt de stekker van de naaimachine uit het stopcontact.• Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke.• Gebruik de naaimachine nooit als het snoer of de stekker beschadigd zijn.• Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen.

Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald.• Draag een veiligheidsbril.• Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor de naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen zoals in deze handleiding wordt beschreven.• Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het lampje vervangt. Vervang het lampje door het zelfde type (voltage en watt).Let op! Dit product moet op een veilige manier gerecycled worden volgens de geldende nationale wetgeving voor elektrische/elektronische producten. Raadpleeg bij twijfel uw leverancier voor advies.

E wa een, in 1689, een koninklijke wapenfabriek die werd opgericht bij de watervallen in het Zweedse plaatsje Huskvarna. Hier werden de beste karabijnen en geweren gemaakt voor het leger van de koning, dat Europa probeerde te veroveren. Door de jaren heen werden de oorlogen steeds minder en wilde het bedrijf nieuwe voorwerpen gaan produceren.In 1872 besloot de directie van Husqvarna dat ze naaimachines zouden gaan maken en zo zag de NORDSTJERNAN™ (POOLSTER) naaimachine het licht!Tien jaar later was de FREJA™ naaimachine onmiddellijk een succes. De machine kon steken naaien in een keurige rechte lijn, wat op eerdere modellen niet mogelijk was.Door de jaren heen bouwden de naaimachines van HUSQVARNA VIKING® hun reputatie op als de meest innovatieve machines die tijdbesparende functies bieden zodat de gebruiksters zich kunnen concentreren op het leuke aspect van het naaien.

INHOUDSOPGAVEMachine-overzicht. 5Bijgeleverde accessoires. 6Vo bereidingenUitpakken. 7De machine opbergen na het naaien. 7Doos met accessoires. 7Uitgebreid naaioppervlak. 7De vrije arm gebruiken. 7Het snoer van het voetpedaal aansluiten. 8Het snoer en het voetpedaal aansluiten. 8Verzink de tanden van de transporteur. 8De naaivoet verwisselen. 9De naald vervangen. 9Naalden. 9Garenpennen en garenschijven. 10De bovendraad inrijgen. 11Draadinsteker. 12De draad afsnijden. 12Een tweelingnaald inrijgen. 13De spoel opwinden. 13-14De spoel in de machine plaatsen. 15Draadspanning. 15EXCLUSIVE SENSOR SYSTEM™ (ESS). 16Sensor voetdr uk. 16Sensorvoet omhoog. 16Beginnen met naaien. 16De ma inebedienenFunctietoetsen. 17Naaldstop boven/onder. 17Sensorvoet omhoog/extra hoog. 17Sensorvoet omlaag/draaistand. 17STOP. 17Snelheid. 17FIX. 17Achteruit. 17Functietoetsen op het voorpaneel. 18Weergave afwisselen.

101234569876 BIJGELEVERDE ACCESSOIRESNaaivoetenNaaivoet AIs bij levering op de machine bevestigd. Deze voet wordt hoofdzakelijk gebruikt voor rechte steken en zigzagsteken met een steeklengte van meer dan 1,0 mm. Naaivoet BGebruik deze voet bij het naaien van decoratieve steken of zigzagsteken en andere nuttige steken van minder dan 1,0 mm lang. De groef op de onderkant van de naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken. Knoopsgatvoet CDeze voet wordt gebruikt voor het stap voor stap naaien van knoopsgaten. Gebruik de streepjes op de voet om de rand van het kledingstuk te plaatsen. De twee groeven op de onderkant van de voet zorgen voor een soepel transport over de knoopsgatranden. Het hieltje aan de achterkant van de voet houdt de draad vast bij knoopsgaten met inlegdraad. Blindzoomvoet DDeze voet wordt gebruikt voor het maken van blindzomen.

De binnenrand van deze voet geleidt de stof. De rechterkant van de voet is zo ontworpen dat hij langs de rand van de zoom beweegt. Ritsvoet EDeze voet kan rechts of links van de naald op de machine worden geklikt, waardoor het eenvoudiger is om dicht bij de beide kanten van de tandjes van de rits te naaien. Verplaats de naaldpositie naar rechts of links om dichter langs de ritssluiting te naaien of om breed koord te overdekken. Naaivoet met antikleeÁ aag HDeze voet, met een speciale antikleeÁ aag aan de onderkant, wordt gebruikt bij het naaien van schuimrubber, plastic of leer, om de kans dat deze materialen aan de voet blijven kleven tot een minimum te beperken. Kantsteekvoet JDeze voet wordt gebruikt voor afwerksteken en zomen/afwerken. De steken worden over de pen heen gevormd, waardoor het rimpelen van de naad aan de rand van de stof wordt voorkomen.

Eenstaps-knoopsgat-sensorvoetWanneer deze voet op de machine is aangesloten, wordt het knoopsgat op een lengte genaaid die geschikt is voor de grootte van de knoop die in de machine is ingevoerd. 1. Glijplaatjes met antikleeÁ aag (2)2. Gloeilamphulp 3. Tornmesje4. Borsteltje5. Schroevendraaier6. Vilten onderlegger (2)7. Extra garenschijfjes, een grote en een klein. 8. Spoelen (5)9. Multifunctioneel gereedschap/ Knopenhulpstuk10. Draadnetjes. Schuif die op de klos wanneer u syn-thetisch garen gebruikt dat gemakkelijk afrolt (2). Naalden – niet afgebeeld.

Vo bereidingen – 7 UITPAKKEN1. Zet de machine op een stevige vlakke ondergrond, verwijder de verpakking en til het deksel eraf.2. Verwijder het verpakkingsmateriaal en het voetpedaal.3. De machine wordt geleverd met een zak met accessoires, een elektriciteitssnoer en een voetpedaalsnoer.4. Neem de machine af met een doek, met name rondom de naald en de steekplaat, om eventueel vuil te verwijderen voordat u gaat naaien.DE MACHINE OPBERGEN NA HET NAAIEN1. Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF.2. Haal de stekker eerst uit het stopcontact en vervolgens uit de machine.3. Haal de stekker van het voetpedaalsnoer uit de machine. Rol het snoer van het voetpedaal op in de ruimte op de onderkant van het voetpedaal.4. Controleer of alle accessoires in de doos zitten. Schuif de doos met accessoires op de machine, achter de vrije arm.5. Zet het voetpedaal in de ruimte boven de vrije arm.6.

Doe het deksel op de machine.DOOS MET ACCESSOIRESDe doos met accessoires heeft speciale ruimten voor naaivoeten en spoelen, plus ruimte voor naalden en andere accessoires. Berg de accessoires op in de doos zodat u ze altijd binnen handbereik hebt.UITGEBREID NAAIOPPERVLAKDe ruimte rechts van de naald, tussen de naald en de arm, geeft u veel extra ruimte. Dat maakt het naaien van grote werkstukken en quilts veel eenvoudiger dan met andere naaimachines. Houd de doos met accessoires op de machine om een groot, vlak werkoppervlak te maken.DE VRIJE ARM GEBRUIKENSchuif de doos met accessoires naar links en verwijder de doos wanneer u de vrije arm wilt gebruiken.Gebruik de vrije arm om gemakkelijker naden in broekspijpen en mouwen te kunnen naaien.Om de doos met accessoires terug te plaatsen, schuift u de doos op de machine totdat hij op zijn plaats zit.

1238 – Vo bereidingenHET SNOER VAN HET VOETPEDAAL AANSLUITENBij de accessoires vindt u het snoer van het voetpedaal en het elektriciteitssnoer. U hoeft het snoer alleen de eerste keer dat u de machine gaat gebruiken op het voetpedaal te bevestigen.1. Pak het snoer van het voetpedaal. Draai het voetpedaal om. Sluit het snoer aan op de uitgang in de ruimte in het voetpedaal.2. Duw goed aan zodat het snoer goed is aangesloten.3. Leg het snoer in de gleuf op de onderkant van het voetpedaal. HET SNOER EN HET VOETPEDAAL AANSLUITENOp de onderkant van de machine vindt u informatie over de voedingsspanning (V) en de frequentie (Hz). Controleer voordat u het voetpedaal aansluit of het van het type “FR5” is (zie de onderkant van het voetpedaal).1. Sluit het snoer van het voetpedaal aan op het voorste contact op de rechter onderkant van de machine.2.

Sluit de voedingskabel aan op het achterste contact, op de rechter onderkant van de machine.3. Zet de AAN/UIT-schakelaar op ON om de voedingsspanning en het licht in te schakelen. VERZINK DE TANDEN VAN DE TRANSPORTEURDe tanden van de transporteur worden verzonken wanneer u de schakelaar op de voorkant van de vrije arm naar rechts brengt. Zet de schakelaar naar links als u de tanden van de transporteur omhoog wilt brengen. De tanden van de transporteur gaan omhoog als u begint met naaien. De tanden van de transporteur moeten omlaag worden gebracht bij het aannaaien van knopen en bij het naaien uit de vrije hand.

1ADBC2Vo bereidingen – 9 DE NAAIVOET VERWISSELEN Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF. 1. Zorg ervoor dat de naald in de hoogste stand staat en dat de naaivoet omhoog staat. Trek de naaivoet naar u toe. 2. Lijn het dwarspennetje op de voet uit met de opening in de persvoethouder. Duw het naar achteren totdat de voet vastklikt. DE NAALD VERVANGEN Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF. 1. Gebruik het gat in het multifunctionele gereedschap om de naald vast te houden. 2. Maak de schroef in de naaldklem los met de schroevendraaier. 3. Verwijder de naald. 4. Plaats de nieuwe naald met het gereedschap. Duw de nieuwe naald omhoog met de platte kant van u af totdat hij niet verder kan. 5. Draai de schroef vast met de schroevendraaier. NAALDENDe naaimachinenaald speelt een belangrijke rol bij succesvol naaien.

Om er zeker van te zijn dat u een kwaliteitsnaald gebruikt, raden we naalden aan van systeem 130/705H. Bij de naalden die bij uw machine worden geleverd, zitten naalden van de meest gebruikte afmetingen voor het naaien met geweven en elastische stoffen. Universele naald (A)Universele naalden hebben een licht afgeronde punt en zijn verkrijgbaar in veel verschillende maten. Voor algemeen naaien in veel verschillende stoftypen en -dikten. Stretchnaald (B)Stretchnaalden hebben een speciale las om overgeslagen steken te verwijderen wanneer er rek in de stof zit. Voor breisels, zwemkleding, Á eece, synthetische suède en kunstleer. Gemarkeerd met een gele streep. Denimnaald (C)Denimnaalden hebben een scherpe punt om door dicht geweven stoffen te prikken zonder dat de naald verbuigt. Voor canvas, denim, microÀ ber. Gemarkeerd met een blauwe streep.

Zwaardnaalden (D)De zwaardnaald heeft brede vleugels naast de naald om gaatjes in de stof te prikken bij het naaien van entredeux- en andere ajoursteken op natuurlijke stoffen. Verminder de steekbreedte voor een optimaal resultaat. Let op: Vervang de naald regelmatig. Gebruik altijd een rechte naald met een scherpe punt (1).

AB10 – Vo bereidingenGARENPENNEN EN GARENSCHIJVENUw naaimachine heeft twee garenpennen: een hoofdgarenpen en een extra garenpen. De garenpennen zijn geschikt voor alle soorten garen. De hoofdgarenpen is instelbaar en kan worden gebruikt in een horizontale positie (de draad wordt van de stilstaande pen afgerold) of in een verticale positie (het klosje draait). Gebruik de horizontale positie voor normaal naaigaren en de verticale positie voor grote klossen of speciale garens. Horizontale positieTil de garenpen iets op uit de horizontale positie om het garenklosje gemakkelijk op de pen te kunnen plaatsen. De draad moet over de bovenkant en linksom afrollen, zoals op de afbeelding te zien is. Schuif er een garenschijfje op (zie hieronder) en zet de garenpen weer in horizontale positie. Er zitten bij levering twee garenschijven op de garenpen.

Bij gemiddelde garenklosjes wordt het gemiddelde schijfje (A) op het klosje geplaatst. Bij grote klossen wordt het grote schijfje (B) op de klos geplaatst. De platte kant van de garenschijf moet goed tegen het garenklosje worden gedrukt. Er mag geen ruimte zijn tussen de garenschijf en het garenklosje. Bij de accessoires van uw machine zitten ook twee extra garenschijven: een kleine en een grote. De kleine garenschijf kan worden gebruikt voor kleine garenklosjes. Het tweede grote garenschijfje kan worden gebruikt wanneer u een spoel opwindt vanaf een tweede garenklosje of bij het naaien met een tweelingnaald. Verticale positieBreng de garenpen omhoog en helemaal naar rechts. Vergrendel de garenpen in de verticale positie door de pen iets omlaag te duwen. Schuif de grote garenschijf op de pen.

Voor spoelen die kleiner zijn dan het gemiddelde garenschijfje of wanneer u speciale garens gebruikt, legt u een vilten ringetje onder de garenklos om te voorkomen dat de draad te snel afrolt. Voor grotere klosjes is het vilten ringetje niet nodig.

Let op: Er mag geen schijfje op de bovenkant van het garenklosje worden geplaatst, omdat het klosje dan niet meer kan draaien. Extra garenpenDe extra garenpen wordt gebruikt wanneer u een spoeltje wilt opwinden vanaf een tweede garenklosje of voor een tweede klosje wanneer u met een tweelingnaald naait. Til de extra garenpen op en breng de pen naar links. Schuif de grote garenschijf erop. Plaats een vilten onderlegger onder klosjes die kleiner zijn dan de garenschijf van gemiddelde grootte om te voorkomen dat de draad te snel wordt afgewikkeld. Gebruik de vilten onderlegger niet voor grotere klosjes.

1234ABC12 – Vo bereidingenDRAADINSTEKERWanneer u de draadinsteker wilt gebruiken, moet de naald zich in de bovenste stand bevinden. Bovendien raden wij u aan om de naaivoet te laten zakken.1. Gebruik de hendel om de draadinsteker helemaal naar beneden te trekken, zodat de draad onder de geleider blijft steken (A).2. Duw de hendel naar achteren om de draadinsteker naar voren te brengen totdat de metalen Á enzen de naald bedekken. Een klein haakje gaat door het oog van de naald heen (B).3. Plaats de draad onder de Á enzen voor de naald, zodat de draad achter het kleine haakje blijft hangen (C).4. Laat de draadinsteker voorzichtig terugdraaien. Het haakje trekt de draad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald. Trek de lus er achter de naald uit.5. Leg de draad onder de naaivoet.Let op: De draadinsteker is ontworpen voor naalden nr. 70-120.

Wanneer u gebruik maakt van naalden met nr. 60 of kleiner, een zwaardnaald, een tweelingnaald of een drielingnaald, of wanneer de knoopsgat-sensorvoet is geplaatst, kunt u de draadinsteker niet gebruiken. Er zijn ook enkele optionele accessoires waarbij u de draad met de hand moet insteken.Steek de draad van voren naar achteren door de naald als u de draad handmatig in de naald steekt. De witte kleur van de naaivoethouder zorgt ervoor dat u het oog van de naald duidelijk kunt zien. Het spoeldeksel kan worden gebruikt als vergrootglas.DE DRAAD AFSNIJDENWanneer u klaar bent met naaien, snijdt u de draden af door de naaivoet omhoog te brengen en de draden van achteren naar voren in de draadafsnijder aan de linkerkant van de machine te trekken.

ACDBDCVo bereidingen – 13 EEN TWEELINGNAALD INRIJGEN Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF. 1. Plaats een tweelingnaald. 2. Gebruik een tweede garenklosje of spoel garen dat u als tweede bovendraad wilt gebruiken op een spoeltje. 3. Breng de garenpen omhoog en helemaal naar rechts. Vergrendel de garenpen in de verticale positie door de pen iets omlaag te duwen. Schuif de grote garenschijf erop. Plaats een vilten onderlegger onder klosjes die kleiner zijn dan de garenschijf van gemiddelde grootte. 4. Schuif het eerste garenklosje op de garenpen. Het klosje moet rechtsom draaien wanneer de draad afrolt. 5. LINKER NAALD: Rijg de machine in volgens de beschrijving op pagina 12 en controleer of de draad tussen de linker draadspanningsschijven ligt (A). Rijg de linker naald met de hand in. 6. Trek de extra garenpen uit en schuif er een grote garenschijf op.

Plaats een vilten onderlegger onder klosjes die kleiner zijn dan de garenschijf van gemiddelde grootte. 7. Schuif het tweede garenklosje op de garenpen. Het klosje moet linksom draaien wanneer de draad afrolt. 8. RECHTER NAALD: Rijg de machine in zoals eerder omschreven, maar zorg ervoor dat deze draad tussen de rechter draadspanningsschijven (A) ligt en buiten de draadgeleider (B). Rijg de rechter naald met de hand in. DE SPOEL OPWINDEN ALS DEMACHINE INGEREGEN ISZorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de hoogste stand bevinden. Let op. Gebruik geen plastic naaivoet bij het spoelen. 1. Plaats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING®-spoelen. 2. Trek de draad vanaf de naald onder de naaivoet door en naar rechts door de draadgeleider (C). 3.

Er verschijnt een pop-upbericht op het graÀ sche display. Duw het voetpedaal in om te beginnen met spoelen. Houd het uiteinde van de draad goed vast wanneer u begint met spoelen. Wanneer het opspoelen is begonnen, knipt u het losse uiteinde af. Als de spoel vol is, stopt het spoelen automatisch. Duw de spoelas terug naar links, verwijder de spoel en snijd de draad af op de draadafsnijder. Let op: Gebruik alleen symmetrische tweelingnaalden (C). Gebruik dit type tweelingnaald niet (D); uw naaimachine kan erdoor beschadigen.

ABCABCD14 – Vo bereidingenDE SPOEL OPWINDEN MET DE VERTICALE GARENPEN1. Plaats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING®-spoelen. 2. Plaats het grote garenschijfje en een vilten onderlegger onder de spoel op de hoofdgarenpen die in verticale positie moet staan. 3. Breng de draad over en achter de voorspanningsdraadgeleider (A) en omlaag rond de draadspanningsschijven (B) en dan door de draadgeleider (C), zoals afgebeeld. 4. Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel (D). 5. Duw de spoelas naar rechts. Er verschijnt een pop-upbericht op het graÀ sche display. Duw het voetpedaal in om te beginnen met spoelen. Houd het uiteinde van de draad goed vast wanneer u begint met spoelen. Wanneer het opspoelen is begonnen, knipt u het losse uiteinde af.

Als de spoel vol is, stopt het spoelen automatisch. Duw de spoelas terug naar links, verwijder de spoel en snijd de draad af op de draadafsnijder. DE SPOEL OPWINDEN MET DE EXTRA GARENPEN1. Plaats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING®-spoelen. 2. Vouw de extra garenpen uit en plaats een groot garenschijfje en een vilten onderlegger onder het klosje. 3. Breng de draad over en achter de voorspanningsdraadgeleider (A) en omlaag rond de draadspanningsschijven (B) en dan door de draadgeleider (C), zoals afgebeeld. 4. Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel (D). 5. Duw de spoelas naar rechts. Er verschijnt een pop-upbericht op het graÀ sche display. Duw het voetpedaal in om te beginnen met spoelen.

Houd het uiteinde van de draad goed vast wanneer u begint met spoelen. Wanneer het opspoelen is begonnen, knipt u het losse uiteinde af. Als de spoel vol is, stopt het spoelen automatisch.

123EFG1234IHVo bereidingen – 15 DE SPOEL IN DE MACHINE PLAATSEN Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF. 1. Verwijder het spoeldeksel door dit naar u toe te schuiven. 2. Plaats de spoel in het spoelhuis. De spoel past er slechts op één manier in, met het logo omhoog. De draad wordt afgewikkeld vanaf de linkerkant van de spoel. De spoel draait dan linksom wanneer u aan de draad trekt. 3. Plaats uw vinger op het spoeltje om te voorkomen dat het kan draaien als u de draad stevig naar rechts trekt en vervolgens naar links in het spanningsveertje (E) totdat het op zijn plaats “klikt”. 4. Ga verder met het inrijgen om (F) heen en naar de rechterkant van de draadafsnijder (E). Schuif het spoelhuisdeksel (H) weer op zijn plaats. Trek de draad naar links om hem af te snijden (I). DRAADSPANNINGGebruik de aanbevolen bovendraadspanninginstelling die op het graÀ sch display wordt gegeven.

Voor speciale garens, stoffen en/of technieken kan het zijn dat u de bovendraadspanning moet aanpassen. Om de spanning in te stellen draait u aan de genummerde spanningsknop. Hoe hoger het nummer hoe hoger de spanning. Gewoonlijk is de bovendraadspanning ingesteld op ongeveer 4. Stel bij het naaien van knoopsgaten en decoratieve steken de draadspanning in rond de 3. Verhoog bij het doorstikken met een stugge draad in dikke stof de spanning tot 7-9. Test het een paar keer uit op een proeÁ apje van de stof die u gaat naaien en controleer de spanning. Juiste en onjuiste draadspanningNaai een paar rechte voorbeeldsteken met verschillende instellingen om te zien wat de juiste draadspanning is. 1. Begin met een spanning die te laag is, bijvoorbeeld ingesteld op het laagste nummer. De spoeldraad ligt recht en de bovendraad wordt naar de onderkant van de stof getrokken. 2.

16 – Vo bereidingen EXCLUSIVE SENSOR SYSTEM™ (ESS)SensorvoetdrukDankzij de sensorvoetdruk, voelt de naaivoet echt de dikte van de stof, het borduurmotief of het naaiwerk om er soepel en gelijkmatig overheen te naaien met een perfecte stofdoorvoer. Ga naar het menu SET (zie pagina 25) als u wilt zien hoe de naaivoetdruk is ingesteld voor de geselecteerde stof en de druk handmatig wilt aanpassen.Sensorvoet omhoogDe naaivoet op uw naaimachine wordt in vier niveaus omhoog en omlaag gebracht met de toetsen Sensorvoet Omhoog en Omlaag (zie volgende pagina).De naaivoet wordt automatisch omlaag gebracht wanneer u met naaien begint. Wanneer u stopt met de naald in de lage positie, meet de naaivoet automatisch de dikte van de stof en wordt de naaivoet opgetild tot precies de juiste hoogte om over de stof te “zweven” om te kunnen draaien.

Ga naar het menu SET om deze functie uit te schakelen (zie pagina 25).BEGINNEN MET NAAIEN De toetsen aan de onderkant van het aanraakscherm zijn de toetsen van de Exclusive SEWING ADVISOR™, die u helpt de beste steek en instellingen te verkrijgen wanneer u aan het naaien bent.Druk op de toets voor het type en het gewicht van de stof die u gebruikt en druk op de toets voor de gewenste naaitechniek of selecteer een steek uit één van de menu's (zie pagina 30).Breng de boven- en de onderdraad onder de naaivoet en naar de achterkant. Leg voor de beste resultaten wanneer u aan de rand van de stof begint een vinger op de draden om ze op hun plaats te houden terwijl u begint.Leg de stof in positie onder de naaivoet.Duw het voetpedaal in om te beginnen met naaien. De naaivoet wordt automatisch omlaag gebracht.Geleid de stof voorzichtig met uw handen terwijl de machine de stof transporteert.

2135467De ma inebedienen – 17 1. Naaldstop boven/onderDruk op deze toets om de naald omlaag of omhoog te bewegen. De instelling van de naaldstoppositie wordt tegelijkertijd veranderd. De bovenste LED naast de toets brandt wanneer naald omhoog is ingeschakeld en de onderste LED brandt wanneer naald omlaag is ingeschakeld. Natuurlijk kunt u ook het voetpedaal gebruiken om de naald omhoog of omlaag te brengen. Als zowel de naald als de naaivoet in de hoogste stand staan, gaat alleen de naaivoet omlaag wanneer u de eerste maal op het voetpedaal tikt. Tik opnieuw op het voetpedaal om ook de naald omlaag te brengen. 2. Sensorvoet omhoog/extra hoogMet deze toets wordt de naaivoet omhoog gebracht. Druk nogmaals op de toets om de naaivoet naar een extra hoge stand te brengen zodat u makkelijk zware of pluizige stoffen en tussenlagen onder de naaivoet kunt plaatsen en verwijderen. 3.

Sensorvoet omlaag/draaistand Druk op Sensorvoet omlaag en draaien; de naaivoet wordt helemaal omlaag gebracht en de machine houdt de stof stevig vast. Druk nogmaals op Sensorvoet omlaag om de naaivoet omhoog te brengen tot de draaistand of tot een stand waarbij de naaivoet vlak boven de stof “zweeft” om beter te kunnen plaatsen. De naaivoet wordt automatisch omlaag gebracht wanneer u met naaien begint. U kunt ook op het voetpedaal tikken om de naaivoet omlaag te brengen. Wanneer u stopt met de naald in de lage stand, wordt de naaivoet automatisch omhoog gebracht in de draaistand. Deze functie kan worden uitgeschakeld in het menu SET, zie pagina 25. 4. STOPSTOP wordt gebruikt om een steek te beëindigen of om slechts één onderdeel van de steek te naaien. Uw naaimachine hecht de draad af en stopt automatisch wanneer één steekonderdeel of stekenprogramma is voltooid.

STOP wordt ook gebruikt om de stopsteek, trenzen en automatisch taperen te herhalen met dezelfde grootte. TIP: als u de STOP-functie meerdere malen achter elkaar wilt herhalen voor een steekeenheid, kunt u de steek in een programma opslaan met een STOP aan het einde (zie programmeren, pagina 22). 5. SnelheidAlle steken van uw naaimachine hebben een vooraf ingestelde, aanbevolen naaisnelheid. Druk op de toets SPEED om de naaisnelheid te verhogen of te verlagen. Er zijn drie snelheidsniveaus. Het snelheidsniveau staat aangegeven op het display. U kunt geen hogere snelheid selecteren dan de standaard maximumsnelheid voor de geselecteerde steek. 6. FIXMet de toets FIX kunt u de steek aan het begin en/of aan het eind vastzetten. Het lampje naast de toets brandt wanneer FIX is ingeschakeld. Druk op de FIX-toets om de functie uit te schakelen.

De FIX-functie wordt automatisch ingeschakeld wanneer er een steek wordt geselecteerd of wanneer STOP is gebruikt. U kunt de automatische FIX-functie uitschakelen in het menu SET, zie pagina 25. De FIX-functie kan worden geprogrammeerd (zie pagina 23). 7. AchteruitAls u op de toets drukt tijdens het naaien, naait de machine achteruit totdat u de toets weer loslaat. Daarna naait uw naaimachine vooruit. De LED naast de toets brandt wanneer “achteruit” is ingeschakeld. Druk eenmaal op de toets voordat u begint te naaien als u permanent achteruit wilt naaien. Uw naaimachine naait achteruit totdat u opnieuw op de toets drukt. Achteruitnaaien wordt ook gebruikt bij het naaien van knoopsgaten, trenzen en stopsteken om tussen delen van de steken heen en weer te gaan. FUNCTIETOETSEN.

218 9 10 1112131514 161817 192018 – De ma inebedienenFUNCTIETOETSEN OP HET VOORPANEEL8. Weergave afwisselenWanneer u een cordonsteek selecteert, worden de instellingen van de lengte en de breedte getoond op het graÀ sch display. Met de toets Weergave afwisselen wordt de dichtheidsinstelling getoond in plaats van de lengte-instelling. 9. Steeklengte/dichtheidAls u een steek selecteert, stelt uw machine automatisch de beste steeklengte in. De steeklengte is te zien op het graÀ sch display. U kunt de steeklengte veranderen door op de toetsen + of - te drukken. Als u een knoopsgat hebt geselecteerd, staat op het graÀ sch display de dichtheidsinstelling in plaats van de lengte-instelling van de steek. Nu kunt u de dichtheidsinstelling veranderen met de toetsen + en -. Als u op de toets Weergave afwisselen drukt, toont het graÀ sch display de dichtheidsinstelling voor cordonsteken.

Gebruik de toetsen + en - om de instelling te veranderen. 10. Steekbreedte/naaldpositieDe steekbreedte wordt op dezelfde manier ingesteld als de steeklengte. De vooraf ingestelde breedte is te zien op het graÀ sch display. De breedte kan worden aangepast tussen 0 en 7 mm. Sommige steken hebben een beperkte steekbreedte. Als er een rechte steek is geselecteerd, worden de toetsen + en - gebruikt om de naald in 29 posities naar links of rechts te bewegen. 11. WissenDruk op deze toets om een enkele steek of alle steken in een stekenprogramma te wissen. Of gebruik de toets om de steken en stekenprogramma's die u hebt opgeslagen in het menu “Mijn steken” te wissen. Deze toets wordt ook gebruikt om tapering in te stellen voor Decoratieve taperingsteken. 12. StekenselectieDoor op één van de toetsen van 0 tot 9 te drukken, selecteert u meteen de steek die op die toets staat afgebeeld.

Als het steeknummer niet bestaat in het geselecteerde stekenmenu, hoort u een piep en wordt het eerst ingevoerde cijfer geselecteerd als steek. 13. Pijltoetsen voor eenvoudige selectie. Maak uw selecties met de pijltoetsen en bevestig uw selecties of veranderingen met de OK-toets. Gebruik de pijltoetsen links/rechts om steken stap voor stap in nummervolgorde te selecteren binnen het geselecteerde stekenmenu. De pijltoetsen worden ook gebruikt bij het programmeren om steken te selecteren binnen het programma of om letters te selecteren om in het programma in te voeren. De pijltoetsen omhoog en omlaag worden ook gebruikt om de grootte van een knoopsgat in te stellen en om het aantal steken in te stellen bij het aannaaien van een knoop. 14. StekenmenuDruk op deze toets om een steek te selecteren uit één van de stekenmenu's die op het graÀ sch display staan. 15.

Font MenuDruk op deze toets om het font menu op het graÀ sch display te openen om een lettertype te selecteren. 16. Veranderen naar kleine letters, hoofdletters of cijfersDruk op deze toets om te veranderen naar hoofdletters of cijfers bij het programmeren van letters. 17. Opslaan in Mijn stekenDeze toets opent het menu waarin u uw eigen persoonlijke steken of stekenprogramma's kunt opslaan. Druk opnieuw op de toets om Mijn steken te verlaten. 18. ProgrammeermodusDruk op deze toets om de programmeermodus te openen. Druk opnieuw op de toets om de programmeermodus te verlaten.

De ma inebedienen – 19 19. SET menuDruk op deze toets om de modus voor de machine-instellingen te openen. Maak veranderingen en selecties met de pijltoetsen (13). Druk opnieuw op de toets om het menu SET te verlaten.20. Horizontaal spiegelenDruk op deze toets om de geselecteerde steek horizontaal te spiegelen. Als u op deze toets drukt wanneer er een rechte steek met linker naaldpositie is geselecteerd, wordt de naaldpositie veranderd van links naar rechts. Als u op de toets drukt in de uitvoermodus voor stekenprogramma's, wordt het hele stekenprogramma gespiegeld. De verandering is te zien op het graÀ sch display.21. Exclusive SEWING ADVISOR™De Exclusive SEWING ADVISOR functie stelt de beste steek, steeklengte, steekbreedte, naaisnelheid en Sensorvoetdruk in voor de geselecteerde stof en naaitechniek.

20 – De ma inebedienenKnoopsgatsensorNAAIMODUSDe naaimodus is de eerste weergave op het graÀ sch display nadat u de machine aanzet. Hier vindt u alle basisinformatie die u nodig hebt om te beginnen met naaien. Dit is ook het menu waarin u de instellingen van uw steek aanpast. Standaard is de rechte steek geselecteerd. 1. Aanbevolen naald voor de geselecteerde stof. 2. Aanbevolen naaivoet voor de geselecteerde steek. 3. De naaisnelheid wordt in drie niveaus aangegeven op het graÀ sch display. Verlaag of verhoog de snelheid met de toets SPEED. 4. De stof en naaitechniek die op de Exclusive SEWING ADVISOR™ functie zijn geselecteerd. 5. Aanbevolen draadspanning voor de geselecteerde stof en steek. De aanbeveling wordt alleen weergegeven op de modellen 8356. De geselecteerde steek, zowel afgebeeld als weergegeven met het nummer. 7. Steeklengte.

Verklein of vergroot de steeklengte door op de toetsen - en + eronder te drukken. 8. Wanneer er een rechte steek is geselecteerd, wordt de naaldpositie weergegeven in plaats van de steekbreedte. Verander de naaldpositie met de toetsen - en + voor de steekbreedte. 9. Geeft aan dat de functie Horizontaal spiegelen is ingeschakeld. 10. Bij het naaien van een handmatig knoopsgat of bij het stopprogramma is het pictogram voor achteruitnaaien te zien om aan te geven dat u op de achteruitnaaitoets moet drukken wanneer de kolommen van het knoopsgat of de stopsteek de gewenste lengte hebben. 11. De steekdichtheid wordt weergegeven in plaats van de steeklengte wanneer er een knoopsgat, trens of stopsteek is geselecteerd of wanneer er een cordonsteek is geselecteerd en de toets Weergave afwisselen wordt ingedrukt. Verklein of vergroot de steekdichtheid door op de toetsen - en + eronder te drukken.

Stel de grootte van de knoop in met de pijlen omhoog en omlaag. 14. Aanbeveling om versteviging te gebruiken onder uw stof. 15. Het pictogram voor het omlaag brengen van de tanden van de transporteur wordt weergegeven wanneer Free Motion is ingeschakeld of knopen aannaaien is geselecteerd. 16. Stel het aantal steken dat op de knoop moet worden genaaid in met de pijltoetsen omhoog en omlaag. 17. Aanbeveling om het multifunctionele gereedschap/knopenhulpstuk te gebruiken bij het aanzetten van een knoop. Leg het dunne einde van het multifunctionele gereedschap/knopenhulpstuk onder de knoop bij het naaien op dunne stoffen. Gebruik het dikke uiteinde voor zwaardere stoffen. Normale naaimodus, Rechte steekHandmatig knoopsgatKnoop aannaaienNormale naaimodus, Decoratieve steek1234567811121314101516179.

De ma inebedienen – 21 Een steek selecterenDruk op de toets van het stekenmenu om een stekenmenu te selecteren. Gebruik de pijltoetsen om een menu te selecteren: 1. Nuttige steken 2. Quiltsteken 3. Decoratieve steken 4. Decoratieve stekenU. Mijn steken.De naam en het nummer van het geselecteerde menu staan onderaan het display. De steken staan afgebeeld in het deksel van uw machine met de menunummers links en de steeknummers binnen de menu’s in het midden. Wanneer u het menu hebt geselecteerd, drukt u op het nummer van de steek die u wilt gebruiken met de stekenselectietoetsen. Als u op OK drukt, wordt de eerste steek van het geselecteerde menu geselecteerd (steeknummer 10). Druk opnieuw op de toets van het stekenmenu om het selectiemenu te sluiten zonder een selectie te maken. De steken 0-9 zijn in alle stekenmenu’s hetzelfde.

Als u eenmaal op één van de stekenselectietoetsen drukt, selecteert u meteen de steek die op die toets staat afgebeeld, los van het geselecteerde stekenmenu.Door snel achter elkaar op twee cijfers te drukken, kunt u een steek van 10 en hoger selecteren van het geselecteerde stekenmenu. Als het steeknummer niet bestaat in het menu, hoort u een piep en wordt het eerst ingevoerde cijfer geselecteerd als steek.Het geselecteerde stekenmenu en het geselecteerde steeknummer zijn te zien op het display in de naaimodus. Om een andere steek te selecteren in hetzelfde menu, drukt u gewoon op het nummer van de steek of gebruikt u de pijltoetsen links en rechts om steek voor steek te stappen in nummervolgorde.

Om een steek te selecteren in een ander menu, moet u eerst het stekenmenu veranderen en dan de steek selecteren.Een lettertype selecterenDruk op de toets van het menu voor de keuze van het lettertype om dat menu te openen. Gebruik de pijltoetsen om een lettertype te selecteren:Block, Brush Line, Cyrillic, HiraganaDruk op de OK-toets. Dit opent automatisch de modus voor het programmeren van letters, zie pagina 22.Font Menu1U324

4. 6. 22 – De ma inebedienenPROGRAMMERENDe programmeerfunctie op uw machine maakt het mogelijk om steken aan te maken met uw eigen persoonlijke instellingen en om steken en letters te combineren in stekenprogramma's. U kunt tot 40 steken en letters toevoegen in hetzelfde programma. Sla uw eigen steken en programma's op in Mijn steken en roep ze op wanneer u wilt. Alle steken van uw naaimachine zijn programmeerbaar, behalve knoopsgaten, stoppen, knopen aannaaien en trenzen. Een stekenprogramma aanmaken1. Druk op de toets PROG om de programmeermodus te openen. 2. Het stekenmenu dat eerder was geselecteerd blijft behouden wanneer u naar de programmeermodus gaat. Om het stekenmenu te veranderen, drukt u op de toets Stekenmenu en selecteert u een ander stekenmenu met de pijltoetsen. 3. Druk op het nummer van de steek die u wilt gebruiken. De steek verschijnt in de programmeermodus. 4.

Als u op het nummer van de volgende steek drukt, verschijnt die steek links van de steek die u het laatst hebt ingevoerd. Let op: Boven het stekenprogramma aan de linkerkant van het graÀ sch display staan twee getallen. Het eerste getal is de positie van de geselecteerde steek in het programma. Het tweede getal, dat tussen haakjes staat, is het totale aantal steken van het programma. Het nummer boven het stekenprogramma aan de rechterkant van het graÀ sche display is het nummer van de geselecteerde steek. Letters toevoegen5. Druk op de toets Font Menu (lettertypemenu). Gebruik de pijltoetsen om een lettertype te selecteren en druk op OK. De machine geeft het alfabet in hoofdletters weer in de programmeermodus. 6. Gebruik de pijltoetsen om een letter te selecteren en druk op OK om de letter aan het programma toe te voegen. 7.

Kies voor hoofdletters, kleine letters of cijfers door het indrukken van de daarvoor bestemde toets. Letters programmerenZowel hoofdletters als kleine letters worden genaaid met een steekbreedte van 7 mm.

Als er letters onder de basislijn van het programma gaan (zoals j, p, y), wordt de hoogte van de hoofdletters verminderd. Alle tekst die op hetzelfde werkstuk moet worden genaaid, moet in hetzelfde programma staan om ervoor te zorgen dat alle letters met dezelfde hoogte worden genaaid. Een naam en een adres moeten bijvoorbeeld in hetzelfde programma staan met een STOP achter de naam. Programmeermodus“Husqvarna” en “VIKING” staan in hetzelfde programma. “Husqvarna” en “VIKING” zijn apart geprogrammeerd.

De ma inebedienen – 23 Opdrachten toevoegenEen enkele steek of letter aanpassenSteken of letters toevoegen op andere positiesAls u een steek of een letter wilt toevoegen op een andere positie in het programma, verplaatst u de cursor met de pijltoetsen. De steek of letter wordt rechts van de cursor ingevoegd. Let op: Druk bij het programmeren van letters op de pijltoets omlaag om de cursor in het stekenprogramma te activeren in plaats van in het alfabet. Dezelfde steek meerdere malen toevoegenAls u dezelfde steek meerdere malen na elkaar wilt toevoegen, kunt u gewoon op de OK-toets drukken meteen nadat de eerste steek is ingevoegd. Voor iedere maal dat u op OK drukt, wordt dezelfde steek nogmaals ingevoegd. U kunt ook de cursor verplaatsen om een andere steek te selecteren en op de OK-toets drukken. De steek of letter wordt nogmaals rechts van de cursor ingevoegd.

Steken of letters wissenOm een steek van het programma te verwijderen, selecteert u de steek met de cursor door op de pijltoetsen te drukken en drukt u op de toets Clear (CLR). Om het hele programma te wissen, verplaatst u de cursor naar links van de eerste positie en drukt u op de toets Clear (CLEAR). Er verschijnt een pop-upbericht dat u vraagt of u echt wilt wissen. Selecteer Ja of Nee met de pijltoetsen en druk op OK. Opdrachten toevoegenDe opdrachten FIX en STOP kunnen aan het programma worden toegevoegd. Elke opdracht neemt één geheugenplaats van het programma in. Let op: Als “autoÀ x” is ingeschakeld op uw machine, hoeft u geen FIX toe te voegen aan het begin van het programma. Twee stekenprogramma's in één samenvoegenU kunt een eerder opgeslagen programma toevoegen aan een nieuw programma in de programmeermodus.

Druk op de toets Stekenmenu, selecteer Mijn steken en het programma dat u wilt toevoegen. Druk op OK en het programma wordt in de programmeermodus rechts van de cursor toegevoegd.

Een enkele steek of letter aanpassenOm de instellingen van een enkele steek in een programma aan te passen, moet u de steek selecteren in de programmeermodus. U kunt de steekbreedte, steeklengte, dichtheid, of naaldpositie aanpassen of de steek spiegelen. De instellingen voor de geselecteerde steek staan op het graÀ sche display. Druk op de toets Weergave afwisselen om tussen verschillende instellingen te schakelen. Het hele stekenprogramma aanpassenIn de naaimodus maakt u aanpassingen die invloed hebben op het hele programma en niet alleen op afzonderlijke steken. Druk op de toets PROG om de programmeermodus te verlaten en naar de naaimodus te gaan. In de naaimodus kunt u de breedte en de lengte aanpassen of het hele programma spiegelen. Er zijn een aantal zaken die u moet weten bij het aanpassen van het stekenprogramma in de naaimodus.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Husqvarna-Viking Tribute 140C stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden