Husqvarna-Viking Huskylock 90 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna-Viking Huskylock 90 (40 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 118 mensen. Heb je een vraag over Husqvarna-Viking Huskylock 90 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Husqvarna-Viking |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | Huskylock 90 |
Handleiding Husqvarna-Viking Huskylock 90 – volledige tekst
Gebruik bei de overlockmachine 901 het voetpedaal type YC-190.Deze overlockmachine is bestemd voor huishoudelijk gebruik.OVERLOCKMACHINENoteer in de ruimte hieronder, het serie- en modelnummer van dit product.Het serienummer vindt u achter de vrÿe arm.Het modelnummer vindt u achter de vrÿe arm.Serienr.Modelnr. 901Bewaar deze nummers voor toekomstig gebruik.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIESDeze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28.Elektrische aansluitingDeze naaimachine moet worden gebruikt met het voltage dat is aangegeven op het betreffende plaatje.Opmerkingen over de veiligheid• Laat kinderen niet spelen met de naaimachine.
Let goed op wanneer deze naaimachine wordt gebruikt door of in de buurt van kinderen.• Een naaimachine mag nooit zonder toezicht met de stekker in het stopcontact blijven staan.• Verwijder direct na gebruik en voordat u de machine schoonmaakt de stekker van de naaimachine uit het stopcontact.• Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke.• Gebruik de naaimachine nooit als het snoer of de stekker beschadigd zijn.• Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald.• Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor de naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding.
Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen zoals in deze handleiding wordt beschreven.• Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het lampje vervangt. Vervang het lampje door het zelfde type (voltage en watt).Let op! Dit product moet op een veilige manier gerecycled worden volgens de geldende nationale wetgeving voor elektrische/elektronische producten. Raadpleeg bij twijfel uw leverancier voor advies.
–3–❈❈❈➁➀OFF ONOFF ON1-3. Voetpedaal en netsnoer aansluitenSluit het voetpedaal en c het netsnoer aan d.Controleer voordat u uw machine aansluit, of het voltage gelijk is aan dat van uw machine.(aangegeven op het plaatje achterop de machine).❈ Specifi caties kunnen per land verschillen.1-4.
Telescopische draadgeleider instellenTrek de telescopische draadgeleider helemaal uit,en draai hem dan tot hij vastklikt.Schakel de stroom in en zet het lampje aan.Schakel het lampje altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact als u de machine niet gebruikt, naalden, naaivoetjes of de steekplaat vervangt, of als u de machine repareert/schoonmaakt.Hoe verder u het voetpedaal indrukt, hoe sneller uw naaimachine gaat naaien.Wanneer de stroom is uitgeschakeld, zal de machine niet werken, dus ook niet als u op het voetpedaal drukt.❈ Elektronisch voetpedaal (alleen in VS/Canada) Dit voetpedaal geeft u altijd het beste resultaat zelfs bij lage snelheid voor alle naaibehoeften.❈ Elektronisch type voetpedaal (alleen voor VS/Canada)
–4–• Het openen van de afdekkap zijkant:a. Duw de kap naar links om hem te ontgrendelen, enb. Draai de kap van u af om hem te openen.• Het sluiten van de afdekkap zijkant:a. Duw de kap naar rechts, enb. Klik hem vast.• Het pincet vastzettenHaal het pincet uit de doos met toebehoren om hem in de voorklep vast te zetten.1-5. Openen en sluiten van de voorklep en de afdekkap zijkant• Het openen van de voorklep:a. Duw de klep zo ver mogelijk naar rechts, enb. Trek hem naar beneden.• Het sluiten van de voorklep:a. Duw de klep naar boven, enb. Schuif hem naar links tot hij vastklikt.❈ De voorklep voor heeft een veiligheidsschakelaar; de machine zal niet naaien als de voorklep niet helemaal is gesloten.Afdekkap voorkantAfdekkap zijkantPincet
–5–➀➀➀➀➁➁➁➁➂➂➂➂➃➃➃➃➄➄➅➅➄➄➅➆➇➇➇➈➈➉(C)(D)➆➇➈➉➆➇➈➄➅(A)(B)A1-6. Naalden vervangenVervang naalden op de volgende manier:Let op: Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de naalden vervangt.(1) Breng de naalden naar hun hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien.(2) Draai de naaldklemschroef los en verwijder twee naalden tegelijk.(3) Steek twee nieuwe naalden met de platte kant van u af helemaal omhoog in de groef van de naaldstang.Gebruik standaard naaimachinenaalden met de maten #11(#75) of #14(#90).Verwisselen van het naaivoetje❈ Zet de machine uit.1. Breng het naaivoetje omhoog.2. Zet de naalden in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien.3. Druk op de rode knop A en het voetje komt los.4. Zet het nieuwe voetje met de pin recht onder de groef van de houder en laat het naaivoetje zakken. Het voetje zal op zijn plaats klikken.2. INRIJGEN2-1.
InrijgenWanneer u de machine vanaf het begin inrijgt, moet u de onderstaande volgorde aanhouden:Eerst: bovengrijper inrijgen (A)Ten tweede: ondergrijper inrijgen (B)Tenslotte: Naalden inrijgen (C, D)(1) Bovengrijper inrijgen (A)• Zet de bovengrijper in de laagste stand door het handwiel naar u toe te draaien.• Trek het garen van de klos en haal het door de geleider c van de draadgeleider, en dan, in deze volgorde, door geleiders d ~ j (fi g. A).• Rijg de draad door de bovengrijper k met het pincet. Snijd de draad af en laat ca.10 cm draad hangen (fi g. D).• Sluit de voorklep.NaaldklemschroefVerwijderenBevestigenFig. A
➇➆➆❈10cmACBBehandel het bewegende deel van het bovenmesje met zorg, want het mesje is scherp.–6–➈➉⑨10cm1110cm➉11(2) Ondergrijper inrijgen (B)Open de voorklep en de afdekkap zijkant.Trek het garen van de klos en haal het door de geleider c van de draadgeleider, en dan, in deze volgorde, door geleider d en draadspanningsschijf e (fi g. A).Haal de draad door geleiders fghi en j.Breng de ondergrijper in de meest linkse positie door het handwiel naar u toe te draaien, en haal de draad door de draadgeleider k van de ondergrijper.Haal de draad van achter naar voren door de spleet l van de ondergrijper (Fig. B).Beweeg de ondergrijper iets naar rechts door het handwiel naar u toe te draaien.Rijg de draad door het oog van de bovengrijper met het pincet.Snijd de draad af en laat ca.10 cm draad hangen (fi g. C).
(3) Rechternaald inrijgen (C)• Verwijder het beweegbare snijmes door deze naar beneden te draaien, zodat u makkelijk kunt inrijgen. Druk met uw linker wijsvinger op de klemschroef A van het snijmes en draai de rechterkant van de houder C met uw rechtervingers in de richting van pijl B (fi g. E).• Neem het garen dat van de klos komt, en haal het door de draadgeleiders c ~ i. Haal de draad van voor naar achter met het pincet door het oog van de rechternaald j. Snijd de draad af en laat ca.10 cm draad hangen (fi g. E).(4) Linkernaald inrijgen (D)• Neem het garen dat van de klos komt, en leid het door de draadgeleiders c~e, f ~i, en haal de draad van voor naar achter door het oog van de linkernaald j(fi g. A, E).• Zet het snijmes weer terug in de snijpositie.Waarschuwing:Zorg ervoor dat het snijmes weer in de snijpositie staat voordat u gaat naaien.
–7–2-2. Draad vervangenDit is een gemakkelijke manier om draden te vervangen:(1) Snijd de gebruikte draad vlakbij de klos af (achter de telescopische draadgeleider). Zet de nieuwe klos op de as en knoop het aan het uiteinde van de originele draad.(2) Breng het naaivoetje omhoog.(3) Zet de spanning op 0 zodat de knoop soepel door de geleiders kan glijden. Trek de lusdraad naar buiten tot de knoop ca. 10 cm voorbij het naaivoetje komt.(4) Wanneer u de draad in de naald vervangt, snijd de knoop dan af voor hij het oog van de naald bereikt. Dit voorkomt verbuiging of beschadiging van de naald.Gebruik het pincet om het inrijgen te vergemakkelijken.Draden aan elkaar knopenDraad afknippenNaaldoog
–8–Wanneer u synthetisch garen gebruikt dat gemakkelijk van de klos loopt, trek dan het net over het garen vanaf de onderkant van de klos en laat de draad losjes bovenaan hangen zoals afgebeeld.Wanneer u standaard garenklosjes gebruikt, plaats dan het garenschijfje (wordt bij de machine geleverd) zoals getoond (laat 2 mm over tussen klosje en schijfje).2-3. Proefnaaien• Controleer of het bovenmes goed tegen het ondermes komt door het handwiel langzaam naar u toe te draaien. Als dit niet goed is, controleer dan of er stof of draadrestjes tussen de snijmesjes vastzit.• Draai het handwiel naar u toe terwijl u alle 4 draden vasthoudt en er zachtjes aan trekt. Controleer of alle 4 draden om het hieltje van de steekplaat lopen. Als niet alle 4 draden om het hieltje van de steekplaat lopen, controleer dan of elke draad juist is ingeregen.Garennetje
–9–3. NAAIEN3-1. 4-draads overlocksteek met 2 naaldenVoordat u gaat naaienWanneer het inrijgen klaar is, naait u een paar centimeter met de kettingsteek.PersvoetlichterLeg de stof goed door persvoetlichter omlaag te brengen zodat het naaivoetje omhoog komt.Leg de stof onder het naaivoetje en duw de stof naar de voorkant van het snijmes.Breng het naaivoetje omlaag.Let op: Voor dunne en normale stoffen hoeft u het naaivoetje niet omhoog te brengen.Beginnen en stoppen met naaien(1) Beginnen met naaienLeg uw linkerhand op de stof en duw er zachtjestegenaan tot de rand van de stof langs het naaivoetje uitsteekt.
–10–Trek de stof voorzichtig naar achteren en naarlinks terwijl de machine werkt en maakkettingsteken. Dit heet kettingsteken naaien.Snijd dan de draden 2 ~ 5 cm van het naaivoetje af.❈ Trek niet te hard, omdat de naald kan verbuigen en breken.Trek de draden voor een nettere afwerking naar achteren door de zoom met een haakje of een gewone naald.(2) StoppenMaak kettingsteken als u stopt met naaien om tevoorkomen dat de draden uitrafelen en om klaarte staan voor de volgende keer (dit heet afhechten).Persvoetdruk aanpassenDe persvoetdruk is vooraf ingesteld voor stoffen van gemiddelde (standaard-) dikte.Aanpassing is alleen nodig als u met hele dikke of dunne stoffen werkt.Naai dunnere stoffen met minder druk, en dikkere stoffen met meer druk. Verhoog of verminder de druk van het naaivoetje door de regelaar in de aangegeven richting te draaien.Vastdraaien Losdraaien
–11–➃➁➀➂1234234456456456Draadspanning aanpassenPas de draadspanning aan aan het type stof en de draaddikte die u gebruikt. Hoe hoger het getal op de draadspanningswieltjes, hoe hoger de draadspanning.(1) Juiste spanning • De onderste en bovenste grijperdraad moeten met dezelfde spanning worden uitgebalanceerd (beide grijperdraden moeten aan de rand van de stoffen kruisen).• De naalddraden mogen niet te los of te strak zijn, maar goed uitgebalanceerd.(2) Wanneer de bovenste grijperdraad uit balans is en onder de stof ligt: Verhoog de draadspanning van de bovenste grijperdraad (schijf e) of verminder de draadspanning van de onderste grijperdraad (schijf f).Onderste grijperdraadRechter naalddraadBovenste grijperdraadLinker naalddraadOnderste grijperdraadLinker naalddraadRechter naalddraadBovenste grijperdraadVerkeerde kantGoede kantVerkeerade kantGoede kant
–13–Differentieel transport aanpassenDe transporteurs werken onafhankelijk van elkaar zodat u een perfect resultaat krijgt wanneer u speciale stoffen naait.Gebruik het differentieel transport om te voorkomen dat elastische stoffen uitrekken en dunne stoffen rimpelen.❈ “N” geeft de neutrale positie aan.Kijk in de volgende tabel en test de steek op een lapje van de stof die u wilt gaan gebruiken.IndicatorDifferentieel transport-wielResultaat van aanpassingDifferentieel transporttempoDifferentieel transportwiel staat op “N”.StofGeweven dunnestoffenRekbare gebreide stoffenRekbare dunne stoffenGeorgette0,7-NNormale geweven stoffenGebreide jerseyNN-2
–14–Steekbreedte aanpassen• Pas de steekbreedte aan van 4,2 mm tot 6,2 mm afhankelijk van de soort stof. Bredere steken worden meestal gebruikt voor dikkere stoffen.• De standaardbreedte is 4,5 mm.• Open de afdekkap zijkant om de breedte aan te passen.(1) Om de breedte te vergroten, draait u het regelwieltje op een hogere waarde. (2) Om de breedte te verkleinen, draait u het regelwieltje op een lagere waarde. (3) Deze fi guur geeft aan dat de steekbreedte tussen de linkernaald en de rand van de stof 4,5 mm is.
–15–Steeklengte aanpassenDe machine is vooraf ingesteld op een steeklengte van 2,5 mm voor gewoon zomen en de overlocksteek. U kunt de steeklengte aanpassen van 1 mm (smalle rolzoom) tot 5 mm met de steeklengte-regelaar.❈ Stel voor een gewone overlocksteek de steeklengte in tussen 2,5 en 4,4 mm. Steeklengtes onder de 2,5 mm worden alleen voor rolzomen gebruikt.❈ Pas de steeklengte aan aan de stoffen en garens (zie tabel op p. 21).Bochten zomen naaienLeid voor een bocht naar binnen de stof voorzichtig met de rand rechtsvoor onder het naaivoetje.Oefen tegelijkertijd met uw linker- en rechterhand druk uit op de stof in tegenovergestelde richting, zoals getoond.De druk moet precies de andere kant op worden uitgeoefend voor bochten naar buiten.
–17–➁➀3-3. 3-draads overlocksteek met 1 naaldHoewel deze machine vooral wordt gebruikt voor 4-draads overlocksteken met 2 naalden, kunt u ook heel eenvoudig 3-draads overlocksteken met 1 naald maken door één van de naalden te verwijderen.Gebruik de 3-draadse steek voor decoraties.(1) Als u de rechternaald verwijdert: Krijgt u een brede 3-draads steek doordat alleen de linkernaald en de linker draadspanning (wieltje c) wordt gebruikt.Het differentieel transport staat meestal op “N” (zie p. 13).(2) Als u de linkernaald verwijdert: Krijgt u een brede 3-draads steek doordat alleen de rechternaald en de rechter draadspanning (wieltje d) wordt gebruikt.Het differentieel transport staat meestal op “N” (zie p. 13).Linker-naaldRechter-naald
–18–acb3-4. 2-draads overlocksteek met 1 naald1. Gebruik 1 draad in de naald (linker- of rechternaald) en de onderste grijperdraad. Verwijder de bovenste grijperdraad.2. Plaats het 2-draads grijperhendeltje op de bovengrijper.Instellen voor 2-draads overlocksteek(1) Open de voorklep. Zet de bovengrijper in de laagste stand door het handwiel naar u toe te draaien. Plaats het 2-draads grijperhendeltje op de bovengrijper.(2) Druk op uitsteeksel a van het hendeltje en steek punt b van het hendeltje in oog c van de bovengrijper. 2-draads grijperhendeltje
–19–456456456234SteekkeuzetabelOmdat de bovenstaande instellingen zijn gebaseerd op draad met een normaal gewicht, moet u de draadspanning aanpassen aan het steekpatroon en het type stof en garen dat u gebruikt.Het differentieel transportwiel staat normaal op “N”.DRAAD-SPANNINGSTEEKLinker-naaldMATERIAAL(zie p.22)Rechter-naaldBoven-grijperOnder-grijperSteek-lengte Steek-breedte2-draads overlocksteek (smal)2-draads overlocksteek (breed)2-draads rolzoom2-draads smalle zoomDunNormaalDikDunNormaalDikDunNormaalDikDunNormaalDik---112------1-21-22-3---4-64-6-5-65-6-------------3-43-4-4-64-6-3-43-44-53-43-44-52,5~34,52,5~34,51~1,5 5,51~1,55,5
–22–2-draads rolzoom(1) Stel de machine in voor een 2-draads overlock (zie p. 18).(2) Gebruik alleen de rechternaald en gebruik de steekplaat voor rolzomen (zie p. 21). STANDAARDTABEL VOOR ROLZOOM (2-draads rolzoom)Rol-zoomSmalle zoomDifferentieel transportSteeklengte1-1,5 mm 1-1,5 mm5,5 mm 5,5 mmNN6535--OnderstegrijperdraadBovenstegrijperdraadRechternaalddraadDraad-spanningSteekbreedte➃➁➂Smalle zoomRolzoomVerkeerde kantGoede kantVerkeerde kantGoede kant
–23–(1) (2)1~1.5A0.5~13-6. Overlocksteek met inlegdraadDe overlocksteek met inlegdraad kan worden gebruikt om steken te versterken bij het naaien van elastische stoffen zoals gebreide stoffen.Er zijn twee manieren om de overlocksteek met inlegdraad te naaien.(1) Haal de inlegdraad door het gat voor in het naaivoetje.(2) Leg een beetje breed koord of lint (ca. 3 mm) onder de rechternaald en begin te naaien terwijl u het koord of lint meeneemt.(3) Om een smal koord te naaien legt u het op de rand van de stof en omhul het met de overlocksteek.❈ Omzomen met lint kan voorkomen dat gebreide stoffen uitrekken, en maakt de zomen sterker.4. ONDERHOUD4-1. Snijmessen vervangenHet boven en ondermes zijn gemaakt van speciaal slijtvast staal en hoeven zelden te worden vervangen.
Wanneer ze de stof echter niet meer snijden, zelfs als ze in de juiste positie staan, dan moeten ze als volgt worden vervangen:Trek de stekker uit het stopcontact.Open de voorklep. (1) Het ondermes vervangen:a. Beweeg het beweegbare snijmes naar de blokkeerstand (zie fi guur E, p. 6).b. Maak de klemschroef van het ondermes los en verwijder het ondermes.c. Plaats een nieuw mes in de groef van de meshouder, zet het snijvlak in één lijn met het oppervlak van de steekplaat en draai de klemschroef aan.d. Zet het beweegbare snijmes weer terug in de snijpositie.(2) Het bovenmes vervangen:a. Zet het bovenmes in de laagste stand door het handwiel naar u toe te draaien.b. Maak de schroef van het bovenmes los.c. Plaats een nieuw beweegbaar snijmes in de groef van de meshouder.d. Zorg dat de snijpositie van het bovenmes ca. 0,5 tot 1,0 mm onder de bovenkant van de snijpositie van het ondermes staat.
–24–4-2. Het gloeilampje vervangenWaarschuwing:Laat het gloeilampje afkoelen voordat u het vervangt, zodat u uw vingers niet verbrandt.Wanneer het licht niet meer aangaat als de stroom wel is ingeschakeld, dan is het tijd om het gloeilampje te vervangen.(1) Trek de stekker uit het stopcontact.(2) Verwijder de lampekap.(3) Vervang de gloeilamp.(4) Zet de lampekap weer terug. Let op: Het maximum vermogen van de gloeilamp is 15 W.4-3. SmerenDeze machine hoeft niet te worden gesmeerd, omdat de belangrijkste bewegende delen zijn gemaakt van een speciaal van olie doordrongen metaal. Eén of twee druppeltjes olie op het getoonde smeerpunt verhogen echter wel de duurzaamheid. 4-4. SCHOONMAKENTrek de stekker uit het stopcontact.1. Open de voorklep en de afdekkap zijkant (zie p. 4).2. Verwijder alle stof- en textielresten met het meegeleverde borsteltje.4-5. OPBERGEN1.
Wanneer de machine niet wordt gebruikt, moet de stekker uit het stopcontact worden getrokken.2. Bedek de machine met de beschermhoes om hem tegen stof te beschermen.3. Bewaar de machine op een droge plaats zonder invloed van direct zonlicht.4-6. ONDERHOUDSWERKAlle vragen over onderhoudsservice en/of de werking moeten worden gesteld aan de winkel waar u de machine heeft gekocht.
–25–5. VERHELPEN VAN STORINGENAls de machine onder normale omstandigheden wordt gebruikt en de gebruiksaanwijzingen zorgvuldig worden opgevolgd, dan zijn er geen moeilijke of speciale aanpassingen nodig. De onderstaande problemen worden niet veroorzaakt door een defect aan de machine.
Controleer uw machine voordat u contact opneemt met uw Husqvarna Viking dealer• Steek het snoer goed in het stopcontact en in de machineRAADPLEEGPAGINA• Verhoog de druk door de regelaar aan te draaien• Pas het differentieel transport aan• Controleer draadspanningen•De draadspanning verlagen• Rijg de machine opnieuw in.• Zet het differentieel transport tussen 0,7~NPROBLEEMOORZAAK OPLOSSINGMachine naait nietMachine transporteert niet goedDe naald breektDraden brekenDe machine slaat steken overOnregelmatige stekenRimpels• Plaats een nieuwe naald• Plaats naald opnieuw• Gebruik geen kracht om aan de stof te trekken• Rijg de machine opnieuw in.• Stel de draadspanning(en) opnieuw in• Plaats naald opnieuw/vervang naald• Plaats een nieuwe naald• Plaats naald opnieuw• Rijg de machine opnieuw in.• Stekker niet goed in stopcontact.• Onvoldoende druk op het naaivoetje• Differentieel transport onjuist ingesteld• Verbogen of stompe naald• Naald niet goed geplaatst• Te hard aan de stof trekken bij het naaien• Niet goed ingeregen • Draadspanning(en) te hoog• Onjuiste naaldspanning ingesteld• Verbogen of stompe naald• Naald niet goed geplaatst• Niet goed ingeregen• Draadspanning(en) te hoog• Niet goed ingeregen• Spanning niet goed aangepast310135595~7115555~7115~71311
–27–7. OPTIONELE ACCESSOIRES7-1. Rimpelvoet (1257002-560)De rimpelvoet (ook wel smokvoet genoemd) wordt gebruikt om twee stukken dunne stof aan elkaar te naaien waarbij slechts één van de twee lagen wordt gerimpeld terwijl het op de andere laag wordt genaaid.De rimpelvoet wordt gebruikt bij 4-draads overlocksteken met 2 naalden.(1) Vervang de gewone voet door de rimpelvoet (zie p. 5).(2) Stel de spanning in op 6-6-6-6, het differentieel transport op 2, en de steekbreedte op 5 voor normale stof (zie p.
14,16 en 17).(3) Breng de naaivoet omhoog en zet de naald in de hoogste stand.Leg de onderste laag stof c (die gerimpeld moet worden) tussen de steekplaat en de rimpelvoet met de goede kant naar boven en leg het tot aan de naald tegen het bovenmes.Leg de bovenste laag stof d (die niet wordt gerimpeld) met de goede kant naar onderen in de opening van de rimpelvoet e en gelijk met de onderste laag.Breng de naaivoet omlaag. Naai een proeflapje.Leid de stof langs de stofgeleider f.(4) Laat de onderste stof makkelijk aanvoeren en rimpelen terwijl de bovenste laag gewoon wordt geleid met een 1:1 verhouding.➀➁➂➃
–28–7-2. Biezenvoet (1650002-460)De biezenvoet wordt gebruikt bij 4-draads overlocksteken met 2 naalden.(1) Vervang de gewone voet door de biezenvoet (zie p. 5).(2) Leg de bies met de rand langs de rand van de stof, tussen twee lapjes stof met de goede kanten op elkaar.(3) Leg de stof onder de voet, ervoor zorgend dat de rand van de bies in de groef onder de naaivoet ligt. (5) Open de stof na het naaien en de bies is klaar.(4) Begin door de bies uit de stof te laten steken, zodat de stof en de bies goed worden doorgevoerd. Naai verder op de stof.Verkeerde kantGoede kantVerkeerde kantGoede kant
–29–7-3. Elastiekvoet (1650002-450)De elastiekvoet wordt zowel gebruikt bij 3-draads 2-naalds als 4-draads 2-naalds overlocksteken. Deze voet geleidt elastiek en rekt het uit met de spanningscontroleschroef op de voet bij het naaien.(1) Vervang de gewone voet door de elastiekvoet (zie p.
5).(2) Stel de steeklengte in op 4 en de steekbreedte op 4,5 voor 4-draads overlocksteken.• Stel voor 3-draads overlocksteken de steekbreedte in op 3,0.(5) Leg de stof onder de voet en naai deze samen met het elastiek.(6) Controleer de vorming van de steken, en pas indien nodig de spanning aan door de schroef op de voet losser of vaster te draaien.(4) Breng de elastiekvoet omlaag en naai een paar steken op het elastiek om te controleren dat het goed wordt vastgenaaid.(3) Breng de elastiekvoet omhoog, maak de spanningscontroleschroef op de elastiekvoet los en plaats het elastiek tot het achter het voetje uitsteekt.SpanningscontroleschroefElastiekSpannings-controleschroefStof
65 mm–30–7-4. Blindzoomvoet (0,5 mm/1,0 mm) (1650002-440/1650012-440)De blindzoomvoeten zijn er in twee maten. De voet 0,5 mm wordt gebruikt voor fijne en normale stoffen en de voet 1,0 mm voor normale tot dikke stoffen.• Ze worden gebruikt bij 4-draads overlocknaaien met 2 naalden.(1) Vervang de gewone voet door de blindzoomvoet (zie p. 5). (4) Naai de zoom als de instellingen goed zijn. Open de stof als het naaien is afgerond. De steken moeten bijna onzichtbaar zijn aan de goede kant van de stof.(2) Vouw de stof zoals weergegeven.(3) Zet de steeklengte op 4-5 en de steekbreedte op 5,5. Leg de stof onder de blindzoomvoet. Draai de geleidingsschroef los om de geleiding op de voet aan te passen, zodat de linkernaald de vouw net raakt.GeleiderSchroef voor geleiderVerkeerde kantGoede kantVerkeerde kantUiteindelijke zoomlengteUiteindelijke zoomlengte
Wij behouden ons het recht voor de machine-uitrusting en het as sor ti ment toebehoren zonder voorafgaande kennisgeving te wij zi gen of wijzigingen aan te brengen in de prestaties of het ont werp.Dergelijke wijzigingen zullen echter altijd in het voordeel zijn van de gebruiker en ten goede komen aan het product.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Husqvarna-Viking Huskylock 90 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Husqvarna-Viking
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine