Honda NSC110 (2025) Handleiding


Pagina's 152 Motor

Bekijk de handleiding van Honda NSC110 (2025) gratis online of download de PDF. 35 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

XXX.XXXX.XX.S
VISION 110 (NSC110)
VISION 110 (NSC110)
https://www.hondamotopub.com/
NL
INSTRUCTIEBOEKJE
39K2CA20
00X39-K2C-A200
Online instructieboekje
GEDRUKT IN XXXXX

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Honda
Categorie: Motor
Model: NSC110 (2025)

Handleiding Honda NSC110 (2025) – volledige tekst

Dit instructieboekje dient als een permanent onderdeel van hetvoertuig te worden beschouwd en moet bij doorverkoop van hetvoertuig aan de nieuwe eigenaar worden verstrekt.Deze publicatie bevat de meest recente productinformatie diebeschikbaar was voor het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd.behoudt zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan tebrengen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder het aangaanvan enige verplichting.Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemmingworden gereproduceerd.Het kan zijn dat het afgebeelde voertuig in dit instructieboekjeverschilt van uw voertuig.© 2024 Honda Motor Co., Ltd.

Door te kiezenvoor een Honda maakt u deel uit van eenwereldwijde familie van tevreden klanten dieHonda's reputatie voor het leveren vanhoogwaardige producten waarderen.Met het oog op uw veiligheid en rijplezier:●Lees dit instructieboekje aandachtig door.●Volg alle aanbevelingen op en voer alleprocedures uit die in dit instructieboekjezijn vermeld.●Besteed extra aandacht aanveiligheidsinformatie in ditinstructieboekje en op het voertuig.● De volgende codes in dit instructieboekjeduiden elke bestemming aan.● De afbeeldingen hierin zijn gebaseerd ophet type NSC110 ED.BestemmingscodesCode BestemmingNSC110EDDirecte verkoop Europa,Gibraltar, Nieuw-Caledonië,Malediven, Noord-Macedonië,Israël, Montenegro, ServiëE Verenigd KoninkrijkTU TurkijeV, II V, III V,IV V, VI V, VII V,VIII V, IX VVietnam*De specificaties kunnen van land tot landverschillen.

Enkele opmerkingen over veiligheidUw veiligheid en de veiligheid van anderen zijnzeer belangrijk. Het veilig rijden op dit voertuig iseen belangrijke verantwoordelijkheid.Om u te helpen goed geïnformeerdeveiligheidsbeslissingen te nemen, hebben wijbedieningsprocedures en andere informatie in ditinstructieboekje en op veiligheidslabels verstrekt. Dezeinformatie maakt u attent op potentiële gevarenwaardoor u of anderen letsel kunnen oplopen.Het is vanzelfsprekend niet praktisch of niet mogelijk om ute waarschuwen voor alle gevaren die kunnen optreden bijhet rijden op en onderhouden van een voertuig.

U moetdan ook uw eigen gezonde verstand gebruiken.U zult belangrijke veiligheidsinformatie inverschillende vormen tegenkomen, waaronder:● Veiligheidslabels op het voertuig●Veiligheidsinformatie voorafgegaan dooreen waarschuwingssymbool en een vande drie waarschuwingswoorden:GEVAAR, WAARSCHUWING of LET OP.Deze signaalwoorden betekenen:3GEVAARU ZULT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies nietopvolgt.3WAARSCHUWINGU KUNT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies nietopvolgt.3LET OPU KUNT LETSEL OPLOPEN als u deinstructies niet opvolgt.Andere belangrijke informatie vindt uonder de volgende koppen:LET OPInformatie om beschadiging vanuw voertuig, andereeigendommen of het milieu tevoorkomen.

VeiligheidsrichtlijnenVolg deze richtlijnen met het oog op uw veiligheid:● Voer alle routine- en periodieke inspecties uitdie in dit instructieboekje zijn beschreven.● Zet de motor uit en houd vonken en vuur uitde buurt als u tankt.●Laat de motor niet draaien in afgesloten ofgedeeltelijk afgesloten ruimten. Koolmonoxide inuitlaatgassen is giftig en kan uw dood veroorzaken.Draag altijd een helmHet is bewezen dat helmen en beschermende kleding hetaantal en de ernst van hoofdletsel en ander letsel aanzienlijkkunnen verminderen. Draag dus altijd een goedgekeurdehelm en beschermende kleding. 2 BLZ. 10Voordat u gaat rijdenZorg ervoor dat u in goede lichamelijke conditie bent,geconcentreerd bent en niet onder de invloed van alcoholof drugs verkeert. Zorg ervoor dat u en uw duopassagierallebei een goedgekeurde helm en beschermende kledingdragen.

Draag duopassagiers op om zich aan dehandgreep of aan uw middel vast te houden, met u mee teleunen tijdens het schuinleggen van het voertuig in bochtenen hun voeten altijd op de voetsteunen te houden, zelfswanneer het voertuig stilstaat.Neem de tijd om te leren en te oefenenZelfs als u al op andere voertuigen hebt gereden,kunt u het beste in een veilige omgeving oefenen omvertrouwd te raken met de werking en hetstuurgedrag van dit voertuig en om gewend te rakenaan de afmetingen en het gewicht van het voertuig.Rijd defensiefBesteed altijd aandacht aan ander verkeer om uheen en veronderstel niet dat andere bestuurdersu zien.

Zorg dat u snel kunt stoppen of eenuitwijkmanoeuvre kunt maken.Zorg dat u goed zichtbaar bentZorg ervoor dat u beter zichtbaar bent, vooral 's avonds,door heldere reflecterende kleding te dragen, terijden op plaatsen waar andere bestuurders u kunnenzien, uw richting aan te geven voordat u afslaat ofvan rijstrook verandert en uw claxon te gebruikenindien nodig.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig3Vervolg

Rijd binnen uw grenzenRijd nooit harder dan u aankunt of sneller dan deverkeersomstandigheden toestaan. Vermoeidheiden onoplettendheid kunnen afbreuk doen aan uwbeoordelingsvermogen en het veilig rijden.Rijd niet onder de invloed van alcohol of drugsAlcohol of drugs en motorrijden gaan niet samen. Zelfséén alcoholisch drankje kan uw vermogen om opwisselende omstandigheden te reageren verminderen enuw reactiesnelheid wordt minder na elk aanvullenddrankje. Hetzelfde geldt voor het gebruik van drugs. Rijdniet onder de invloed van alcohol of drugs en laat uwvrienden dit ook niet doen.Houd uw Honda in veilige staatHet is belangrijk voor uw veiligheid en uw rijplezierdat u het voertuig goed onderhoudt.Inspecteer uw voertuig voor elke rit en voer al hetaanbevolen onderhoud uit. Houd u aan debeladingslimieten (2 BLZ.

16), bouw uw voertuigniet om en installeer geen accessoires die uwvoertuig onveilig maken (2 BLZ. 15).Betrokken zijn bij ongevallenPersoonlijke veiligheid is uw eerste prioriteit. Als uof iemand anders letsel heeft opgelopen, neemdan de tijd om de ernst van het letsel tebeoordelen en te bepalen of het veilig is om doorte rijden. Schakel indien nodig de hulpdiensten in.Volg tevens de geldende wet- en regelgevingindien een andere persoon of een ander voertuigbij het ongeval is betrokken.Als u besluit verder te rijden, zet dan eerst decontactschakelaar in de stand (Off) encontroleer de staat van uw voertuig. Inspecteer opvloeistoflekkage, controleer of cruciale moeren enbouten goed vastzitten en controleer het stuur, debedieningshendels, remmen en wielen. Rijdlangzaam en voorzichtig.Het kan zijn dat uw voertuig schade heeftopgelopen die niet onmiddellijk zichtbaar is.

Gevaar voor koolmonoxideUitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide, eenkleurloos, reukloos gas. Het inademen vankoolmonoxide kan bewusteloosheid veroorzakenen tot uw dood leiden.Als u de motor in een besloten of zelfs gedeeltelijkafgesloten ruimte laat draaien, kan de lucht die uinademt een gevaarlijke hoeveelheidkoolmonoxide bevatten.Laat uw voertuig nooit in een garage of anderebesloten ruimte draaien.3WAARSCHUWINGHet laten draaien van de motor van uwvoertuig in een afgesloten of zelfs ineen gedeeltelijk afgesloten ruimte, kanleiden tot een snelle opbouw van hetgiftige gas koolmonoxide.Het inademen van dit kleur- engeurloze gas kan leiden totbewusteloosheid en zelfs tot de dood.Laat de motor van uw voertuig alleendraaien in een goed geventileerderuimte buiten.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig5

AfbeeldingslabelsOp de volgende pagina's wordt de betekenisvan de labels beschreven. Sommige labelswaarschuwen u voor potentiële gevaren dieernstig letsel kunnen veroorzaken. Anderebieden belangrijke veiligheidsinformatie. Leesdeze informatie aandachtig en verwijder delabels niet.Als een label eraf valt of moeilijk te lezen is,neem dan contact op met uw dealer voor eenvervangend label.Elk label is voorzien van een specifiek symbool.De betekenis van elk symbool en elk label is alsvolgt.Lees de instructies in het instructieboekjeaandachtig door.Lees de instructies in de werkplaatshandleidingaandachtig door.

Laat om veiligheidsredenenhet onderhoud aan uw voertuig alleenuitvoeren door uw dealer.GEVAAR (met RODE achtergrond)U ZULT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.WAARSCHUWING (met ORANJEachtergrond)U KUNT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.LET OP (met GELE achtergrond)U KUNT GEWOND RAKEN als u dezeaanwijzingen niet opvolgt.AfbeeldingslabelsVeiligheid van het voertuig6

ACCULABELGEVAAR•Houd vonken en vlammen uit de buurt van de accu. Accu'sproduceren gas dat een explosie kan veroorzaken.• Draag een beschermbril en rubberen handschoenenbij het hanteren van de accu, anders kunt ubrandwonden oplopen of uw gezichtsvermogenverliezen door het elektrolyt van de accu.• Laat kinderen en andere personen geen accuaanraken tenzij ze op de hoogte zijn van devoorschriften voor het hanteren van accu's en dehieraan verbonden gevaren.•Wees buitengewoon voorzichtig bij het hanteren van deaccuvloeistof aangezien deze verdund zwavelzuur bevat.Contact met uw huid of ogen kan brandwonden veroorzakenof leiden tot verlies van uw gezichtsvermogen.•Lees dit instructieboekje aandachtig door en zorg ervoordat u de inhoud begrijpt voordat u de accu hanteert.

Hetniet opvolgen van de instructies kan lichamelijk letsel enbeschadiging van het voertuig veroorzaken.•Gebruik geen accu met het elektrolyt op of onder hetonderste merkstreepje. De accu kan exploderen enernstig lichamelijk letsel veroorzaken.AfbeeldingslabelsVeiligheid van het voertuig7Vervolgvoorbeeld

WAARSCHUWINGSLABEL ACCESSOIRES EN BELADINGWAARSCHUWINGType ED, EACCESSOIRES EN BELADING• De veiligheid, stabiliteit en het weggedrag van dit voertuig kunnennadelig worden beïnvloed door de toevoeging van accessoires enbagage.•Lees de instructies in het instructieboekje en de montagehandleidingaandachtig door voordat u een accessoire monteert.• Het totale gewicht van accessoires en bagage en het gewicht van debestuurder en de passagier mag niet meer zijn dan 170 kg, oftewelde maximale gewichtscapaciteit.• Het gewicht van de bagage mag niet meer zijn dan 15 kg onder alleomstandigheden.• Het monteren van grote kuipdelen op de voorvork of het stuur wordtniet aanbevolen.WAARSCHUWINGSLABEL CBSType ED, E, TUHet afstellen van de kabel moet worden uitgevoerd door een Honda-dealer.AfbeeldingslabelsVeiligheid van het voertuig8

LABEL BANDENINFORMATIE & BELADINGSLIMIETDraag altijd een helm en beschermende kleding met het oog op uwveiligheid.Bandenspanning in koudetoestand:[Alleen bestuurder]Voor200 kPa (2,00 kgf/cm2)Achter225 kPa (2,25 kgf/cm2)[Bestuurder en passagier]Voor200 kPa (2,00 kgf/cm2)Achter225 kPa (2,25 kgf/cm2)Beladingslimiet:Tassenhaak enbinnenvak1,5 kgMiddencompartiment 10 kgAchterdrager 3 kgBRANDSTOFLABELType ED, E, TUUitsluitend loodvrije benzineETHANOL tot 10 volumeprocentAfbeeldingslabelsVeiligheid van het voertuig9

Veiligheidsmaatregelen● Rijd voorzichtig met uw beide handen aan hetstuur en uw voeten op de treeplank.●Passagiers moeten zich aan de handgreep of aan uwmiddel vasthouden, en hun voeten moeten zich tijdenshet rijden op de voetsteunen bevinden.●Denk altijd aan de veiligheid van uw passagieren andere bestuurders en rijders.Beschermende uitrustingZorg ervoor dat u en uw duopassagier een goedgekeurdemotorfietshelm, beschermbril en duidelijk zichtbarebeschermende kleding dragen. Draag geen loshangendekleding om het gevaar dat er iets tussen de bewegende delenvan het voertuig komt, te voorkomen.

Rijd defensief en houdaltijd rekening met de weers- en wegomstandigheden.#HelmMoet voldoen aan de veiligheidsnorm, duidelijk zichtbaar zijnen de juiste afmetingen voor uw hoofd hebben●De motorhelm moet comfortabel passen enveilig met de kinriem zijn vastgemaakt● Vizier met een onbelemmerd gezichtsveld ofandere goedgekeurde oogbescherming3WAARSCHUWINGHet niet dragen van een helm verhoogthet risico op ernstig of dodelijk letsel ingeval van een botsing.Zorg ervoor dat u en uw duopassagieraltijd een goedgekeurde helm enbeschermende kleding dragen.#HandschoenenLeren handschoenen met volledige vingers en eenhoge slijtweerstand#Motorlaarzen of -schoenenStevige motorlaarzen met antislipzolen enenkelbeschermers#Motorjas en -broekBeschermende, duidelijk zichtbare motorjas metlange mouwen en duurzame broek voor het rijden(of een beschermend motorpak)VeiligheidsmaatregelenVeiligheid van het voertuig10

Voorzorgsmaatregelenvoor het rijdenInrijperiodeVolg deze richtlijnen tijdens de eerste 500 km omde toekomstige betrouwbaarheid en prestaties vanuw voertuig te waarborgen.● Vermijd het vol gas starten en snel accelereren.● Vermijd abrupt remmen.● Rijd behoedzaam.RemmenNeem de volgende richtlijnen in acht:● Vermijd sterk afremmen.u Door plotseling remmen kan de stabiliteitvan het voertuig verminderen.u Ga waar mogelijk langzamer rijden vooreen bocht; anders bestaat het gevaar dat uuit de bocht vliegt.● Wees voorzichtig op oppervlakken met eenlage tractie.u De banden slippen sneller op dit soortoppervlakken en de remweg is langer.● Vermijd continu remmen.u Door herhaaldelijk te remmen, zoals bijheuvelafwaarts rijden, kunnen de remmenernstig oververhit raken waardoor deremwerking vermindert.●Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijdvoor de meest efficiënte remwerking.#Combi-remUw voertuig is uitgerust met een remsysteem datde remkracht verdeelt tussen de voor- enachterrem.De verdeling van de remkracht tussen de voor- en deachterrem verschilt wanneer u uitsluitend devoorremhendel of de achterremhendel bedient.Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijd voorde meest efficiënte remwerking.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig11Vervolg

#Natte of regenachtige omstandighedenWegoppervlakken zijn glad wanneer ze nat zijn, ennatte remmen zorgen voor een verminderderemwerking.Wees bijzonder voorzichtig bij het remmen ondernatte omstandigheden.Als de remmen nat worden, rem dan tijdens hetrijden op lage snelheid om ze te laten drogen.Parkeren● Parkeer op een stevige, horizontaleondergrond.●Als u op een helling of onverhard terrein moetparkeren, parkeer het voertuig dan zodanig datdit niet kan wegrollen of omvallen.●Zorg ervoor dat hete onderdelen niet incontact kunnen komen met ontvlambarematerialen.●Raak de motor, geluiddemper, remmen enandere hete onderdelen niet aan voordat zezijn afgekoeld.●Type V, VI VVergrendel altijd het stuur, verwijder de sleutelen sluit de afdekking als u het voertuigonbewaakt achterlaat om de kans op diefstal teverminderen.Het gebruik van een antidiefstalvoorzieningwordt ook aanbevolen.Behalve type V, VI VOm de kans op diefstal te verkleinen, moet ualtijd het stuur en de contactschakelaarvergrendelen (2 BLZ.

37) en de Honda SMARTKey meenemen als u uw voertuig achterlaat.Deactiveer het Honda SMART Key-systeemindien nodig. 2 BLZ. 32Het gebruik van een antidiefstalvoorzieningwordt ook aanbevolen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig12

#Parkeren op de zijstandaard of demiddenbok1.Zet de motor uit.2.Zijstandaard gebruikenKlap de zijstandaard omlaag.Laat het voertuig langzaam naar links leunentotdat het volle gewicht op de zijstandaardsteunt.Middenbok gebruikenGa voor het neerklappen van de middenbokaan de linkerkant van het voertuig staan.Houd de linker stuurgreep en de achterdrager vast.Duw met uw rechtervoet op het uiteinde vande middenbok en trek tegelijkertijd omhoog ennaar achteren.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig13VervolgLinker stuurgreepAchter‐dragerMiddenbok

3.Draai het stuur volledig naar links.u Het draaien van het stuur naar rechtsreduceert de stabiliteit en kan tot gevolghebben dat het voertuig omvalt.4.Type V, VI VZet de contactschakelaar in de stand (Lock)(2 BLZ. 28), verwijder de sleutel en sluit deafdekking (2 BLZ. 30).Behalve type V, VI VZet de contactschakelaar in de stand (Lock)(2 BLZ. 28) en vergrendel de contactschakelaar(2 BLZ. 37).Richtlijnen voor tanken en brandstofVolg deze richtlijnen om de motor, hetbrandstofsysteem en de katalysator tebeschermen:● Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.● Gebruik het aanbevolen octaangetal. Hetgebruik van benzine met een lager octaangetalheeft een verminderde motorprestatie totgevolg.● Gebruik geen brandstof met een hoogalcoholgehalte. 2 BLZ.

139● Gebruik geen oude of verontreinigde benzineof een olie-benzinemengsel.●Laat geen vuil of water in de brandstoftankbinnendringen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig14

Accessoires &aanpassingenWij raden u ten sterkste aan om geen accessoireste installeren die niet specifiek door Honda vooruw voertuig zijn ontworpen en geen modificatiesaan het oorspronkelijke ontwerp van uw voertuigaan te brengen. Hierdoor kan uw voertuig onveiligworden.Het ombouwen van uw voertuig kan tevens uwgarantie doen vervallen en het gebruik van uwvoertuig op de openbare weg illegaal maken.Voordat u besluit om accessoires op uw voertuig teinstalleren, moet u nagaan of dit veilig en legaal is.3WAARSCHUWINGOndeugdelijke accessoires ofaanpassingen kunnen leiden tot eenongeval waarbij u ernstig of dodelijkletsel kunt oplopen.Volg alle aanwijzingen in dit instructieboekjebetreffende accessoires en aanpassingen.Trek geen aanhangwagen met uw voertuig enkoppel geen zijspan aan uw voertuig.

Uw voertuigis niet ontworpen voor dit toebehoren en hetgebruik hiervan kan het stuurgedrag van uwvoertuig nadelig beïnvloeden.Accessoires & aanpassingenVeiligheid van het voertuig15

Beladen● Het vervoeren van extra gewicht heeft invloedop het rijgedrag, het remgedrag en destabiliteit van uw voertuig.Rijd altijd met een veilige snelheid die isafgestemd op de belading.● Vermijd overbeladen en houd u aan devoorgeschreven beladingslimieten.Maximale gewichtscapaciteit/maximaalbagagegewicht 2 BLZ. 141● Maak alle bagage stevig vast, verdeel hetgewicht van de bagage gelijkmatig en plaatsde bagage dicht bij het midden van hetvoertuig.●Plaats geen bagage dicht bij de lampen of degeluiddemper.3WAARSCHUWINGOverbelasting of verkeerd beladen kaneen ongeval veroorzaken waarbij uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Volg alle limieten en richtlijnen voorbelading in dit instructieboekje.BeladenVeiligheid van het voertuig16

BasishandelingenBedieningshandleiding18#Inspectie voor het rijden (BLZ.71)Voor een veilige rit dient u uw voertuigeerst zorgvuldig te inspecteren.#Accelereren (BLZ.53)Draai het gas geleidelijk open.Houd u aan de snelheidslimiet.Het gebruik van basisfuncties.• Instrumenten (BLZ.22)• Indicatoren (BLZ.24)• Schakelaars (BLZ.26)• Stuurslot (BLZ.28)#Motor starten (BLZ.49)Start de motor en laat deze warmdraaien.Drijf het toerental niet op.#Voertuig starten(BLZ.53)Geef, voor u wegrijdt, uw richtingaan met de richtingaanwijzer-schakelaar en controleer of erander verkeer is.•Stop-/startsysteem (BLZ.46)•Behalve type V, VI VHonda SMART Key-systeem (BLZ.31)•Behalve type V, VI VResponssysteem (BLZ.40)•Type V, VI VAfdekking (BLZ.30)

InstrumentenBedieningshandleiding22Deze toont uw snelheid inkilometer per uur (km/h)en/of mijl per uur (mph),afhankelijk van de uitvoering.SnelheidsmeterDisplaycontroleWanneer de contactschakelaar op (On) wordt gezet, slaat de naald van desnelheidsmeter één keer uit naar de maximale stand op de wijzerplaat en wordt deopstartanimatie weergegeven. Als een deel van deze displays niet wordt weergegevenzoals het hoort, laat dan uw dealer controleren op problemen.

IndicatorenBedieningshandleiding24PGM-FI-storingslampje (elektronischgeregelde brandstofinspuiting) (MIL)Gaat kort branden als de contactschakelaar inde stand (On) wordt gezet.Als één van deze indicatoren niet gaat branden terwijl dat zou moeten, laat dan uw dealercontroleren op problemen. Honda SMART Key-indicatorType ED, E, TUGaat branden wanneer de verificatie van het voertuigen Honda SMART Key is voltooid en decontactschakelaar kan worden gebruikt. Gaat uit alsde contactschakelaar in de stand (On) wordt gezet.Als de Honda SMART Key-indicator knippert: (BLZ.102)Als dit gaat branden of knippert terwijl demotor draait: (BLZ.101) Richtingaanwijzer Indicator grootlichtStop-/startindicatorGaat kort branden wanneer de stop-/startschakelaarin de stand (Idling stop) staat terwijl decontactschakelaar in de stand (On) staat.Stop-/startsysteem: (BLZ.46)

SchakelaarsBedieningshandleiding26Stop-/startschakelaarDimlichtschakelaar• : Grootlicht• : DimlichtStartknopRichtingaanwijzerschakelaaru Door op de schakelaar te drukken, wordtde richtingaanwijzer uitgeschakeld.ClaxonknopStop-/startsysteem: (BLZ.46)Schakelt het stop-/startsysteemin/uit.• : het stop-/startsysteemis aan.• : het stop-/startsysteem is uit.

PUSHBedieningshandleiding27Vervolg Contactschakelaar (On)Schakelt het elektrische systeemin voor het starten/rijden.SEATBedient de schakelaar voorhet openen van het zadel. (Lock)Vergrendelt het stuur. (Off)Schakelt de motor uit.u De sleutel kan in de stand (Off) of (Lock) wordenverwijderd.Schakelt de motor uit. (Off)Vergrendelt het stuur. (Lock)Schakelt het elektrische systeemin voor het starten/rijden. (On)Bedient de schakelaar voorhet openen van het zadel.SEATType V, VI VBehalve type V, VI Vu Contactschakelaar ontgrendelen. (BLZ.36)Type V, VI V Behalve type V, VI VSchakelt het elektrische systeem in/uit, vergrendelt het stuuren bedient de schakelaar voor het openen van het zadel.

PUSHStuurslotVergrendel het stuur wanneer u parkeert omdiefstal te voorkomen.Een U-vormig wielslot of iets vergelijkbaarswordt ook aanbevolen.#VergrendelenType V, VI VaDraai het stuur volledig naar links of rechts.bDuw de sleutel omlaag en zet decontactschakelaar in de stand (Lock).cVerwijder de sleutel.u Draai het stuur als het stuur moeilijkvergrendeld kan worden.Behalve type V, VI VaDraai het stuur volledig naar links of rechts.bDuw de contactschakelaar omlaag en zet dezein de stand (Lock).u Draai het stuur als het stuur moeilijkvergrendeld kan worden.u Contactschakelaar ontgrendelen(BLZ.36)cVergrendel de contactschakelaar. (BLZ.37)Bedieningshandleiding28Schakelaars (Vervolg)ContactsleutelDuwenDraaienDraaienDuwenType V, VI VBehalve type V, VI V

Afdekking contactschakelaarType V, VI VDe contactschakelaar voor dit voertuig is uitgerust met eenafdekking. Sluit na het parkeren van het voertuig deafdekking om de kans op diefstal te verminderen.#SluitenaNeem de contactsleutel uit decontactschakelaar.bLijn de verdikking van de sleutel van deafdekking uit met de sleuf van de afdekking endraai de sleutel van de afdekking naar links.u U kunt de afdekking ook sluiten door deknop naar boven te schuiven zonder desleutel van de afdekking.cVerwijder de contactsleutel.#OpenenLijn de verdikking van de sleutel van deafdekking uit met de sleuf van de afdekking endraai de sleutel van de afdekking naar rechts.Bedieningshandleiding30Schakelaars (Vervolg)KnopSluitenSluitenOpenenContactsleutelVerdikkingSleufAfdekkingssleutel

Honda SMART Key-systeemBehalve type V, VI VMet het Honda SMART Key-systeem kunt u dehoofdschakelaar bedienen zonder een sleutel ineen sleutelgat te steken.Het systeem voert een identificatiecontrole inbeide richtingen uit tussen het voertuig en deHonda SMART Key om na te gaan of het eengeregistreerde Honda SMART Key betreft.Het Honda SMART Key-systeem maakt gebruikvan zwakke radiogolven. Deze kunnenmedische apparatuur beïnvloeden, zoals eenpacemaker.Bedieningshandleiding31Vervolg

Het Honda SMART Key-systeem in- ofuitschakelen#Het Honda SMART Key-systeemactiveren of deactiverenHoud de AAN/UIT-knop ingedrukt totdat deLED van de Honda SMART Key van kleurverandert.#De status van het Honda SMART Key-systeem controlerenDruk licht op de AAN/UIT-knop. De LED van deHonda SMART Key toont de status.Als de LED van de Honda SMART Key devolgende kleur heeft:Groen: (actief) Verificatie van het HondaSMART Key-systeem kanworden uitgevoerd.Rood:(inactief)Verificatie van het HondaSMART Key-systeem kanniet worden uitgevoerd.Bedieningshandleiding32Honda SMART Key-systeem (Vervolg)LEDAAN/UIT-knopResponsknop

WerkbereikHet werkbereik varieert wanneer decontactschakelaar wordt vergrendeld ofontgrendeld.Het Honda SMART Key-systeem maakt gebruikvan zwakke radiogolven. Daarom kan hetwerkbereik groter of kleiner worden of werkthet Honda SMART Key-systeem mogelijk nietgoed in de volgende situaties:• Als de batterij van de Honda SMART Keyleeg is.•Als er voorzieningen in de buurt zijn diesterke radiogolven of geluid genereren zoalstv-torens, krachtcentrales, radiostations ofluchthavens.• Als u de Honda SMART Key bij u hebt meteen laptop of draadloos communicatie-apparaat zoals een radio of mobieletelefoon.•Als de Honda SMART Key in contact komt metof wordt afgedekt door metalen voorwerpen.#Als de contactschakelaar ontgrendeld is:U kunt het systeem gebruiken binnen degearceerde ruimte getoond in de afbeelding.Bedieningshandleiding33Vervolg

#Als de contactschakelaar vergrendeld is:U kunt het systeem gebruiken binnen degearceerde ruimte getoond in de afbeelding.Iedereen kan de contactschakelaarontgrendelen en de motor starten als de HondaSMART Key binnen het werkbereik van uwvoertuig is, ook al bevindt u zich aan de anderekant van een muur of raam. Als u bij uwvoertuig vandaan bent maar de Honda SMARTKey nog wel binnen het werkbereik is, zet danhet Honda SMART Key-systeem uit.Het Honda SMART Key-systeem in- ofuitschakelen (BLZ.32)Bedieningshandleiding34Honda SMART Key-systeem (Vervolg)Ongeveer 2 m

Iedereen die in bezit is van de Honda SMARTKey kan de volgende zaken uitvoeren als deHonda SMART Key binnen het werkbereik is:• Motor starten•Contactschakelaar ontgrendelen• Zadelslot ontgrendelen• Stuurslot ontgrendelenDraag de Honda SMART Key altijd bij uwanneer u op en van het voertuig stapt ofwanneer u rijdt.Bewaar de Honda SMART Key niet in eencompartiment.Als de contactschakelaar in de stand (On)staat, kan het voertuig ook worden bedienddoor een persoon die niet beschikt over eengeverifieerde Honda SMART Key.Als u uw voertuig hebt geparkeerd, vergrendeldan de stuurinrichting en de contactschakelaar.(BLZ.37)Controleer of alle richtingaanwijzers één keerknipperen.Type Ⅱ V, Ⅲ V, Ⅳ V, Ⅶ V, Ⅷ V, Ⅸ VDe zoemer klinkt op dit moment ook.Bedieningshandleiding35Vervolg

Contactschakelaar omzetten#Contactschakelaar ontgrendelenaZorg ervoor dat het Honda SMART Key-systeem is geactiveerd. (BLZ.32)bDruk de contactschakelaar in om het HondaSMART Key-systeem te verifiëren.u Nadat het systeem is geverifieerd en decontactschakelaar is ontgrendeld, gaat deindicator van de Honda SMART Keybranden.uType Ⅱ V, Ⅲ V, Ⅳ V, Ⅶ V, Ⅷ V, Ⅸ VDe zoemer klinkt op dit moment ook 2 keer. Het geluid van de zoemer kanworden geannuleerd.

(BLZ.39)cZet de contactschakelaar in de stand (On) alsde indicator van de Honda SMART Key gaatbranden.u Als de contactschakelaar niet binnen 20 seconden nadat deze is ingedrukt in destand (On) wordt gezet, gaat de indicatorvan de Honda SMART Key uit, knipperende richtingaanwijzers één keer en wordt decontactschakelaar vergrendeld.uType Ⅱ V, Ⅲ V, Ⅳ V, Ⅶ V, Ⅷ V, Ⅸ VDe zoemer klinkt op dit moment ook.Als het Honda SMART Key-systeem nietgoed werkt (BLZ.107)Bedieningshandleiding36Honda SMART Key-systeem (Vervolg)

PUSHWanneer iemand zonder Honda SMART Key decontactschakelaar probeert te verdraaien, zal decontactschakelaar vrij ronddraaien. Als u merktdat de contactschakelaar in een andere standstaat, zet dan de contactschakelaar in deoorspronkelijke stand ( (Off) of (Lock)).#Contactschakelaar vergrendelenaZet de contactschakelaar in de stand SEAT, (Off) of (Lock).bVergrendel de contactschakelaar door hetvolgende te doen:• Verlaat het werkbereik met de HondaSMART Key. (BLZ.33)•Druk de contactschakelaar in.• Wacht ongeveer 20 seconden nadat decontactschakelaar van (On) naar SEAT, (Off) of (Lock) is gezet.•Schakel het Honda SMART Key-systeemnaar inactief. (BLZ.32)Bedieningshandleiding37VervolgHonda SMART KeyIndicatorHondaSMART KeyContactschakelaar

PUSHcControleer of de indicator van de HondaSMART Key uit gaat en de richtingaanwijzerseenmaal knipperen. Dit geeft aan dat decontactschakelaar is vergrendeld.uType Ⅱ V, Ⅲ V, Ⅳ V, Ⅶ V, Ⅷ V, Ⅸ VDe zoemer klinkt op dit moment ook 2 keer. Het geluid van de zoemer kanworden geannuleerd. (BLZ.39)Als het Honda SMART Key-systeem nietgoed werkt (BLZ.107)Bedieningshandleiding38Honda SMART Key-systeem (Vervolg)Contactschakelaar (On)SEAT (Lock) (Off)

Zorg er altijd voor dat de contactschakelaar inde stand (Off) of (Lock) staat als u hetvoertuig parkeert.Als de contactschakelaar is vergrendeld in destand SEAT, kan deze slechts eenmaal op (Off) worden gezet.Als de contactschakelaar is vergrendeld in destand (Off), kan de stuurinrichting nietworden vergrendeld. Ontgrendel decontactschakelaar om het stuur te vergrendelen.#Het geluid van de zoemer wanneer decontactschakelaar wordt vergrendeld/ontgrendeld omschakelenType Ⅱ V, Ⅲ V, Ⅳ V, Ⅶ V, Ⅷ V, Ⅸ VInschakelenaDeactiveer het Honda SMART Key-systeem.(BLZ.32)bDruk licht op de AAN/UIT-knop. De rode LEDvan de Honda SMART Key gaat branden.cTerwijl de rode LED is ingeschakeld, drukt u opde responsknop.uDe rode LED begint te knipperen wanneerde zoemer adequaat is geactiveerd.UitschakelenaDeactiveer het Honda SMART Key-systeem.(BLZ.32)bDruk licht op de AAN/UIT-knop.

ResponssysteemBehalve type V, VIHet responssysteem is een mechanisme om delocatie van uw voertuig te bepalen.Wanneer de startblokkering is ingeschakeld enu op de responsknop van de Honda SMARTKey drukt met de contactschakelaar in de stand (Off) of (Lock), knipperen derichtingaanwijzers om u te informeren over delocatie van uw voertuig.Type Ⅱ V, Ⅲ V, Ⅳ V, Ⅶ V, Ⅷ V, Ⅸ VDe zoemer klinkt op dit moment ook.Het responssysteem maakt gebruik van zwakkeradiogolven. Deze kunnen medische apparatuurbeïnvloeden, zoals een pacemaker.Bedieningshandleiding40Responsknop

PUSH#WerkingDruk op de responsknop van de Honda SMARTKey.uHet responssysteem werkt niet als decontactschakelaar in de stand (On) staat.Als de contactschakelaar langer dan 10 dagen inde stand (Off) of (Lock) staat, werkt hetresponssysteem niet meer. Wanneer het systeemactief is en het voertuig een signaal ontvangt doorop de responsknop te drukken, blijft het systeem10 dagen langer actief. Om het systeem teresetten, zet u de contactschakelaar eenmaal in destand (On).u Contactschakelaar ontgrendelen (BLZ.36)Als de accu van het voertuig bijna leeg is, werkthet responssysteem mogelijk niet.#Het geluidsvolume van de zoemer vanhet responssysteem afstellenType Ⅱ V, Ⅲ V, Ⅳ V, Ⅶ V, Ⅷ V, Ⅸ VU kunt kiezen uit 3 geluidsvolumes voor dezoemer.aZorg ervoor dat het Honda SMART Key-systeem actief is. (BLZ.32)bDruk de contactschakelaar in om het HondaSMART Key-systeem te verifiëren.

cHoud de contactschakelaar langer dan 4seconden ingedrukt terwijl de Honda SMARTKey-indicator gaat branden.u De Honda SMART Key-indicator begint teknipperen.dDruk op de contactschakelaar terwijl de HondaSMART Key-indicator knippert.u De Honda SMART Key-indicator gaat vanknipperen naar branden.u Als de contactschakelaar ongeveer 5 seconden niet wordt ingedrukt, stopt deHonda SMART Key-indicator metknipperen, klinkt de zoemer eenmaal enwordt deze modus geannuleerd. Ga in ditgeval terug naar b en voer de procedureopnieuw uit.eHerhaal het volgende 3 keer:Druk 2 keer de responsknop op de HondaSMART Key in en 1 keer decontactschakelaar.uWanneer de responsknop wordt ingedrukt,gaat de LED van de Honda SMART Keybranden.

Zorg ervoor dat de LED uit gaatvoordat u opnieuw op de knop drukt.u Als de responsknop of decontactschakelaar niet gedurende 1 minuutwordt ingedrukt, begint de Honda SMARTKey-indicator te knipperen, klinkt dezoemer eenmaal en wordt deze modusgeannuleerd. Ga in dit geval terug naar b en voer de procedure opnieuw uit.fDruk op de responsknop om een van de 3 niveaus voor geluidsvolume te selecteren. DeHonda SMART Key-indicator gaat brandentijdens het instellen.gWacht ongeveer 10 seconden tot de HondaSMART Key-indicator begint te knipperen ende zoemer eenmaal klinkt. Het geluidsvolumeis ingesteld.u Het geluidsvolume wordt ook ingesteld alsu de contactschakelaar ongeveer 2 seconden ingedrukt houdt voordat deHonda SMART Key-indicator begint teknipperen.Bedieningshandleiding42Responssysteem (Vervolg)

PUSH#Het geluidspatroon van de zoemer vanhet responssysteem wijzigenType Ⅱ V, Ⅲ V, Ⅳ V, Ⅶ V, Ⅷ V, Ⅸ VU kunt kiezen uit 3 geluidspatronen van dezoemer.aZorg ervoor dat het Honda SMART Key-systeem actief is. (BLZ.32)bDruk de contactschakelaar in om het HondaSMART Key-systeem te verifiëren. (BLZ.36)u De Honda SMART Key-indicator gaatbranden.cHoud de contactschakelaar langer dan 4seconden ingedrukt terwijl de Honda SMARTKey-indicator gaat branden.u De Honda SMART Key-indicator begint teknipperen.dDruk op de contactschakelaar terwijl de HondaSMART Key-indicator knippert.u De Honda SMART Key-indicator gaat vanknipperen naar branden.u Als de contactschakelaar ongeveer 5seconden niet wordt ingedrukt, stopt deHonda SMART Key-indicator metknipperen, klinkt de zoemer eenmaal enwordt deze modus geannuleerd.

u Wanneer de responsknop wordt ingedrukt,gaat de LED van de Honda SMART Keybranden. Zorg ervoor dat de LED uit gaatvoordat u opnieuw op de knop drukt.u Als de responsknop of decontactschakelaar niet gedurende 1 minuutwordt ingedrukt, begint de Honda SMARTKey-indicator te knipperen, klinkt dezoemer eenmaal en wordt deze modusgeannuleerd. Ga in dit geval terug naar ben voer de procedure opnieuw uit.fDruk op de responsknop om te kiezen uit 3geluidspatronen van de zoemer. De Honda SMARTKey-indicator gaat branden tijdens het instellen.gWacht ongeveer 10 seconden tot de HondaSMART Key-indicator begint te knipperen ende zoemer eenmaal klinkt.

Het geluidspatroonwordt ingesteld.uHet geluidspatroon wordt ook ingesteld als u decontactschakelaar ongeveer 2 seconden ingedrukthoudt voordat de Honda SMART Key-indicatorbegint te knipperen.#Tijdelijke stille modusType Ⅱ V, Ⅲ V, Ⅳ V, Ⅶ V, Ⅷ V, Ⅸ VDe tijdelijke stille modus is een manier om hetgeluid van de zoemer van het responssysteemonmiddellijk uit te schakelen.Inschakelen:Houd de responsknop ongeveer 2 secondeningedrukt. De LED van de Honda SMART Keywordt rood.Uitschakelen:Houd de responsknop nogmaals ongeveer 2seconden ingedrukt. De LED van de HondaSMART Key wordt groen.Bedieningshandleiding44Responssysteem (Vervolg)

AchterremblokkeringZorg ervoor dat de achterremblokkering isingeschakeld bij het starten en het warmdraaienvan de motor.#VergrendelenKnijp de achterremhendel in en stel deblokkeerhendel van de achterrem in.uDe achterremblokkering werkt niet als deachterrem niet juist is afgesteld. (BLZ.91)#OntgrendelenKnijp de achterremhendel in.u Controleer voordat u gaat rijden of deachterremblokkering volledig is vrijgezet, zodathet achterwiel niet aanloopt.Bedieningshandleiding45BlokkeerhendelachterremAchterremhendelAchterremhendelBlokkeerhendelachterrem

Stop-/startsysteemHet stop-/startsysteem is ontwikkeld om hetbrandstofverbruik en het lawaai te verminderen,door de motor te stoppen tijdens stationairdraaien wanneer u bijvoorbeeld moet wachtenbij een kruispunt.#Het stop-/startsysteem in- enuitschakelenHet stop-/startsysteem wordt in- ofuitgeschakeld met de stop-/startschakelaar.• AAN: (Idling Stop)uDe stop-/startindicator gaat brandenwanneer het stop-/startsysteem klaar is omde motor te stoppen tijdens het rijden.

Destop-/startindicator knippert wanneer demotor is gestopt door het stop-/startsysteem.• UIT: (Idling)uDe stop-/startindicator gaat niet brandenwanneer het stop-/startsysteemuitgeschakeld is.Het stop-/startsysteem activerenHet stop-/startsysteem is klaar om de motor testoppen en de stop-/startindicator gaatbranden wanneer aan de volgendevoorwaarden is voldaan met de stop-/startschakelaar in de stand (Idling Stop):•start de motor door op de startknop tedrukken• warm de motor voldoende op•rijd met het voertuig harder dan 10 km/h#De stop-/startindicator gaat nietbranden: (BLZ.104)Bedieningshandleiding46Stop-/startschakelaarStop-/startindicator

De motor stoppen met het stop-/startsysteemDe motor stopt en de stop-/startindicatorbegint te knipperen nadat u de gashendelvolledig hebt gesloten en het voertuig totstilstand hebt gebracht terwijl de stop-/startindicator brandt.uDe koplamp wordt gedimd als de motor isgestopt door het stop-/startsysteem.uAls de motor is gestopt door het stop-/startsysteem en u de stop-/startschakelaar op (Idling) zet, wordt het stop-/startsysteemuitgeschakeld. De motor wordt niet opnieuwgestart, ook niet bij het openen van degashendel.Veiligheidsmaatregelen voor het stop-/startsysteemLoop niet weg van het voertuig als de stop-/startindicator knippert.

Zet de contactschakelaaraltijd in de stand (Off) als u bij het voertuigwegloopt.uDe motor kan onverwacht starten als degashendel wordt geopend.#Motor wordt niet gestopt door stop-/startsysteem als indicator brandt:(BLZ.105)LET OPLangdurig stoppen via het stop-/startsysteem kaneen lege accu tot gevolg hebben.Bedieningshandleiding47VervolgStop-/startindicator

Motor opnieuw startenControleer of de indicator van het stop-/startsysteem knippert en open vervolgens degashendel.u Als de indicator niet knippert, kunt u de motorniet opnieuw starten met het stop-/startsysteem, zelfs niet als u de gashendelopent.u Wanneer de motor is gestopt door het stop-/startsysteem en u de zijstandaard bedient, gaatde knipperende stop-/startindicator uit of stoptdeze met knipperen en blijft deze branden; demotor wordt niet opnieuw gestart, ook niet bijhet openen van de gashendel.#Motor start niet, zelfs niet dooropenen gashendel: (BLZ.106)LET OPDe koplamp blijft aan nadat de motor is gestoptdoor het stop-/startsysteem. De accu kan leeglopenen u kunt de motor waarschijnlijk niet opnieuwstarten.Zet, als de accu zwak is, de stop-/startschakelaar inde stand (Idling) en gebruik het stop-/startsysteem niet.

Motor startenStart de motor volgens de volgende procedure,ongeacht of de motor koud of warm is.Dit voertuig is uitgerust met een zijstandaardmet onstekingsblokkeringssysteem.u Als de zijstandaard omlaag is geklapt, kan demotor niet worden gestart.u Als u de zijstandaard omlaag klapt terwijl demotor draait, slaat de motor automatisch af.Behalve type V, VI VDit voertuig is voorzien van een Honda SMARTKey-systeem. Houd de Honda SMART Key altijdbij u tijdens het rijden. (BLZ.33)Als de motor van dit voertuig wordtuitgeschakeld terwijl de contactschakelaar in destand (On) staat, wordt de verificatie na eenbepaalde tijd uitgeschakeld of als u hetverificatiebereik verlaat.

Start de motor opnieuwdoor stap b & c van de startprocedure uit tevoeren.u Als de motor van dit voertuig wordt gestoptdoor het stop-/startsysteem, wordt deverificatie niet uitgeschakeld.LET OP•Als de motor niet binnen 5 seconden start, moet ude contactschakelaar in de stand (Off) zettenen 10 seconden wachten voordat u de motoropnieuw probeert te starten om de accuspanningte verhogen.•Het langdurig versneld stationair draaien en hetverhogen van het toerental kunnen de motor en hetuitlaatsysteem beschadigen.•Zet, als het voertuig is omgevallen, eerst decontactschakelaar in de stand (Off) encontroleer het voertuig vervolgens nauwkeurig.Bedieningshandleiding49Vervolg

Behalve type ED, E, TUAls u uw voertuig wilt gebruiken op een hoogtevan meer dan 2500 m, vraag uw dealer dan omadvies.LET OPIndien het voertuig wordt getransporteerd naarterrein dat 2000 meter hoger of lager ligt dan hetbeginpunt, heeft dit mogelijk een verminderdemotorprestatie op deze nieuwe hoogte tot gevolg.Raadpleeg uw dealer alvorens het voertuig tetransporteren.aZet het voertuig op de middenbok.bVergrendel het achterwiel door deachterremhendel in te knijpen en deblokkeerhendel van de achterrem in te stellen.u De startmotor werkt uitsluitend wanneer deremhendel is ingeknepen en dezijstandaard omhoog is geklapt.Bedieningshandleiding50Motor starten (Vervolg)BlokkeerhendelachterremAchterremhendel

Als u de motor niet kunt starten:Draai de gashendel iets open (ongeveer 3 mm,zonder speling).Als de motor niet start:aOpen de gashendel volledig en drukgedurende 5 seconden op de startknop.u De motor start op dit moment niet.(Wanneer de gasklep helemaal open is,start de motor niet wanneer de startknopwordt ingedrukt). Laat na 5 seconden degashendel en de startknop los en ga verdermet stap b.bVolg de normale startprocedure.cAls de motor aanslaat maar onregelmatigstationair draait, draai de gashendel dan ietsopen.dAls de motor niet aanslaat, wacht dan 10 secondenen voer vervolgens stap a - c opnieuw uit.#Als de motor niet start (BLZ.100)Bedieningshandleiding52Motor starten (Vervolg)Circa 3 mm, zonder speling

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Honda NSC110 (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden