Gossen Metrawatt Metrahit Coil Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Gossen Metrawatt Metrahit Coil (76 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 67 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Gossen Metrawatt Metrahit Coil of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Gossen Metrawatt |
| Categorie: | Multimeter |
| Model: | Metrahit Coil |
Handleiding Gossen Metrawatt Metrahit Coil – volledige tekst
2 GMC-I Messtechnik GmbHLeveringsomvang Contact PersonenLeveringsomvang METRAHIT ISO1 Isolatiemultimeter1 Rubberen beschermhoes 1 Kabelset KS17-21 DAkkS-calibratiecertificaat2 Batterijen 1,5 V, type AA in het apparaat geplaatst1 Korte handleiding *Leveringsomvang METRAHIT COIL1 Isolatiemultimeter1 Rubberen beschermhoes 1 Kabelset KS17-21 DAkkS-calibratiecertificaat2 Batterijen 1,5 V, type AA in het apparaat geplaatst1 COIL TEST ADAPTER voor het meten van de windingssluiting1 Korte handleiding ** Een uitgebreide handleiding is beschikbaar om te downloaden vanaf de website www.gossenmetrawatt.com1)voor 15000 meetwaarden, opslagfrequentie kan worden ingesteld van 0,1 s tot 9 hFunctie METRAHIT ISO METRAHIT COILV AC+DC TRMS (Ri = 1 M) V AC / Hz TRMS (Ri 9 M) Filter FilterV AC+DC TRMS (Ri 9 M) V DC (Ri 9 M)Hz (V AC)... 300 kHz ... 300 kHzBandbreedte V AC15 Hz ...
GMC-I Messtechnik GmbH 3Contact PersonenToebehoren (sensoren, stekkerinzetdelen, adapter, verbruiksmateriaal)De toebehoren die verkrijgbaar zijn voor uw meetapparaat wor-den regelmatig gecontroleerd op conformiteit met de actueel gel-dende veiligheidsnormen en uitgebreid voor nieuwe gebruiksdoel-einden als dit nodig is. U vindt de actuele toebehoren die geschikt zijn voor uw meetapparaat samen met een afbeelding, het bestel-nummer, een beschrijving en al naar gelang de omvang van de toebehoren met een datablad en een bedieningshandleiding op internet.
4 GMC-I Messtechnik GmbHLeveringsomvang Contact PersonenRekalibratieserviceIn ons servicecenter kalibreren en rekalibreren wij (b.v. na een jaar in het kader van uw meetmiddelcontrole, vóór gebruik ...) alle ap-paraten van GMC-I Messtechnik GmbH en van andere fabrikan-ten en bieden wij u gratis meetmiddelmanagement.
GMC-I Messtechnik GmbH 5Contact PersonenVakkundige partnersGMC-I Messtechnik GmbH is gecertificeerd volgens DIN EN ISO 9001.Ons DAkkS-Kalibratielaboratorium is volgens DIN EN ISO/IEC 17025 geaccrediteerd bij de "Deutsche Akkreditierungsstelle GmbH" onder het nummer D-K-15080-01-01.Onze meettechnische vakkennis reikt van keuringsrapportage en het fabriekskalibratiecertificaat tot aan het DAkkS-kalibratiecertificaat.Een gratis meetmiddelmanagement rondt ons aanbod af.Als kalibratielaboratorium kalibreren wij natuurlijk ook apparaten van andere fabrikanten.
8 GMC-I Messtechnik GmbHVeiligheidsvoorschriften1 Veiligheidskenmerken en veiligheidsmaatregelenU heeft gekozen voor een apparaat dat een uitermate hoog veilig-heidsniveau biedt. Dit apparaat voldoet aan de eisen van de op dit moment gel-dende Europese en nationale EG-Richtlijnen. Wij bevestigen dit met het CE-symbool. U kunt de desbetreffende conformiteitsver-klaring aanvragen bij GMC-I Messtechnik GmbH. De TRMS Digital Multimeter is conform de veiligheidsbepalingen IEC 61010–1:2010 / DIN EN 61010–1:2011 / VDE 0411–1:2011gebouwd en gekeurd. Bij doelmatig gebruik (zie pagina 10) is zowel de veiligheid van de gebruiker als van het apparaat gega-randeerd. De veiligheid van gebruiker en apparaat is echter niet gegarandeerd als het apparaat op onoordeelkundige wijze be-diend wordt of als er onachtzaam mee omgegaan wordt.
Om het apparaat in veiligheidstechnisch feilloze staat te houden en de garantie te hebben dat het zonder enig gevaar gebruikt kan worden, is het absoluut noodzakelijk dat u de bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig doorleest en vóór gebruik alle punten daarin opvolgt. Voor uw veiligheid en die van uw multimeter is het apparaat uitge-rust met een automatische busvergrendeling. Deze is gekoppeld aan de draaischakelaar en maakt alleen de bussen vrij die u voor de gekozen functie nodig heeft. Als de meetleidingen zijn ingesto-ken, blokkeert de vergrendeling bovendien het omschakelen naar ongeoorloofde functies. Meetcategorieën en hun betekenis volgens IEC 61010-1Voor het voor u liggende meetapparaat geldt de meetcategorie en de toegewezen maximale nominale spanning, bijv. 600 V CAT III bzw. 1000 V CAT II die op het apparaat zijn ge-drukt.
Voor het gebruik van de meetkabels zie hoofdstuk 10. 2. Houdt u zich aan de volgende veiligheidsmaatregelen:• De multimeter mag niet in een explosiegevaarlijke omgeving wor-den gebruikt.
• De multimeter mag uitsluitend door personen worden bediend die in staat zijn, contactgevaren te herkennen en veiligheids-maatregelen te treffen. Volgens de norm bestaat er er contact-gevaar op plaatsen waar spanningen kunnen voorkomen die groter zijn dan 33V (effectieve waarde) resp. 70 V DC. Als u metingen verricht waarbij contactgevaar bestaat, zorg er dan voor dat u niet alleen werkt. Haal er een tweede man bij. • De maximaal geoorloofde spanning tussen de aansluitingen waar de spanning wordt gemeten c. q. alle verbindingen naar de aarde is 1000 V in meetcategorie II resp. 600 V in meetcategorie III. CAT DefinitieIMetingen aan stroomkringendie niet rechtstreeks verbonden zijn met het net: bijv. boordnetten in motorvoertuigen of vliegtuigen, accu’s. IIMetingen aan stroomkringen die rechtstreeks elektrisch verbonden zijn met het laagspanningsnet: via stekkers, bijv.
GMC-I Messtechnik GmbH 9Veiligheidsvoorschriften• Zwakke accuVerschijnt in het controlepaneeltje voor de accu het symbool voor 'zwakke batterij', dan mogen de relevante veiligheidsme-tingen niet meer worden uitgevoerd. Bovendien is het bij een zwakke batterij niet meer gegarandeerd dat kan worden vol-daan aan de gespecificeerde gegevens. • Houd er rekening mee dat aan meetobjecten (bijv. aan defecte apparaten) onvoorspelbare spanningen kunnen voorkomen. Condensatoren kunnen bijv. gevaarlijk geladen zijn. • Overtuig u er van dat de meetkabels in feilloze staat verkeren, b. v. onbeschadigde isolatie, geen onderbreking in kabels en stekkers enz. • In stroomkringen met corona-ontlading (hoogspanning) mag u met dit apparaat geen metingen verrichten. • Wees uiterst voorzichtig als u in HF-stroomkringen metingen verricht. Daar kunnen gevaarlijke mengspanningen bestaan.
• Het is niet geoorloofd metingen te verrichten in een vochtige omgeving. • Zorg er absoluut voor dat u de meetbereiken niet meer overbe-last dan geoorloofd is. U vindt de grenswaarden in hoofdstuk 8 „Technische gegevens“ in de tabel „Meetfuncties en meetbe-reiken“ in de kolom „Overbelastbaarheid“. • Gebruik de multimeter alleen als er batterijen of accu’s in zitten. An-ders bestaat de kans dat gevaarlijke stromen of spanningen niet aan-gegeven worden en uw apparaat beschadigd wordt. • Het apparaat mag niet worden gebruikt als het deksel van het vakje voor de zekeringen of de batterijen er niet op zit of als de behuizing open is. • De ingang van de stroommeetbereiken is uitgerust met een smeltzekering. De maximaal geoorloofde spanning van de meetstroomkring (= nominale spanning van de zekering) be-draagt 1000 V AC/DC.
Zorg er absoluut voor dat u alleen de voorgeschreven zekering in het apparaat zet, zie pagina 67. De zekering moet een mini-mum uitschakelvermogen hebben van 30 kA.
Het apparaat openen / reparatieHet apparaat mag alleen worden geopend door bevoegde vak-mensen zodat het apparaat feilloos blijft werken en veilig gebruikt kan worden en de garantie behouden blijft. Ook originele reserveonderdelen mogen uitsluitend worden inge-bouwd door bevoegde vakmensen. Indien geconstateerd wordt dat het apparaat is geopend door on-bevoegd personeel, geeft de fabrikant geen enkele garantie meer betreffende de veiligheid van personen, de meetnauwkeurigheid, de conformiteit met de geldende veiligheidsmaatregelen of ge-volgschade in welke vorm dan ook. Herstellend onderhoud en vervanging van onderdelen door bevoegde vakmensenAls u het apparaat opent, kunnen er delen vrij komen te liggen die onder spanning staan. Voordat u reparaties aan het apparaat ver-richt of voordat u onderdelen vervangt, moet u het apparaat af-koppelen van de meetkring.
Als daarna een reparatie aan het ge-opende apparaat onder spanning onvermijdelijk is, dan mag deze alleen door een vakman worden verricht die vertrouwd is met de gevaren die daarmee gepaard gaan.
10 GMC-I Messtechnik GmbHVeiligheidsvoorschriftenFouten en buitengewone belastingenAls u moet aannemen dat het apparaat niet meer zonder gevaar gebruikt kan worden, dan moet u het buiten werking stellen en zodanig beveiligen dat het niet per ongeluk kan worden gebruikt.In de volgende gevallen kunt u er niet meer van uit gaan dat het ap-paraat zonder gevaar gebruikt kan worden:• als het apparaat zichtbare beschadigingen heeft,• als het apparaat niet meer werkt of als er storingen in de wer-king optreden,• na langdurige opslag in ongunstige omstandigheden (b.v.
vocht, stof, temperatuur), zie „Omgevingsomstandigheden“ op pagina 66.1.1 Doelmatig gebruik• De multimeter vóór u is een draagbaar apparaat dat u tijdens het verrichten van metingen in uw hand kunt houden.• Met het meetapparaat worden uitsluitend metingen verricht zoals beschreven in hoofdstuk 5.• Het meetapparaat inclusief de meetkabels en de opsteekbare meetpennen wordt alleen gebruikt binnen de aangegeven meetcategorie, kijk op pagina 67 en voor de betekenis in de tabel op pagina 8.• De grenzen van de overbelastbaarheid worden niet overschre-den. Kijk voor de overbelastingscijfers en de overbelastings-duur in de Technische gegevens op pagina 62.• De metingen worden uitsluitend verricht binnen de aangegeven omgevingsomstandigheden.
Kijk voor het bereik van de arbeid-stemperatuur n de relatieve luchtvochtigheid op pagina 66.• Het meetapparaat wordt alleen gebruikt cconform de aange-geven beschermingsgraad (IP-code), zie pagina 68.1.2 Betekenis van de gevarensymbolenWaarschuwing voor een gevaarlijke plaats (Let op, kijk in de documentatie!)Waarschuwing voor gevaarlijke spanning op de meetingang: U > 15 V AC of U > 25 V DC1.3 Betekenis van akoestische waarschuwingenWaarschuwing voor hoge spanning: > 1000 V (intervaltoon) Waarschuwing voor hoge stroom: > 11 A (continu signaal)!
decimale punt naar rechts schuiven (functie MAN)6 Draaischakelaar voor meetfuncties, voor de betekenis van de symbolen zie pagina 147 DAkkS-Kalibratiemerk8 Aansluitbus voor massa/aardpotentiaal9 Aansluitbus voor het meten van stroom met automatische vergrendeling10 Aansluitbus voor het meten van spanning, weerstand, temperatuur, diodes, capaciteit en windingssluiting met automatische vergrendeling11 DATA / MIN / MAX Knop voor de functie meetwaarde behouden, vergelijken, wissen en MIN/MAX Waarden verlagenBedrijfsmodus Menu: afzonderlijke menupunten kiezen met de stroomrichting mee12MEASURE | SETUP Knop voor het omschakelen van meet- op menufunctie13 ZERO | ESC Knop voor het instellen van het nulpunt Bedrijfsmodus Menu: Het menuniveau verlaten – terugspringen naar een hoger niveau,het invoeren van parameters verlaten zonder op te slaanAlleen apparaatversie METRAHIT COIL – functie COIL: UCOIL ON / OFF meten windingssluiting zolang de knop ingedrukt blijft, zie hoofdstuk 5.
I I I, zie ook „Meet-categorieën en hun betekenis volgens IEC 61010-1“ op pagina 8Doorlopende dubbele of versterkte isolatieEG-conformiteitsmerk▲ IR ▼Plaats van de infraroodinterface, venstertje aan de kopse kant van het apparaatPlaats van de netadapteraansluiting, zie ook hoofdstuk 3.1Zekering voor de stroommeetbereiken, zie hoofdstuk 9.3Het apparaat mag niet samen met het normale huisvuil worden verwijderd. Meer informatie over WEEE-ken-merking vindt u op onze internetsite www.gossenmet-rawatt.com onder de zoekterm WEEE, zie ook hoofd-stuk 9.5.Kalibratiemerk (blauw zegel):zie ook „Rekalibratie“ op pagina 73!5V/600mADoorlopend nummerRegistratienummerDatum van kalibratie (jaar – maand)Deutsche Akkreditierungsstelle GmbH – Kalibratielaboratorium XY1232012-06D-K-15080-01-01
16 GMC-I Messtechnik GmbHIngebruikname – Instelling3 Ingebruikname3. 1 BatterijenAls u niet precies weet hoe u de batterijen moet plaatsen, kijk dan absoluut in hoofdstuk 9. 2. U kunt de huidige batterijspanning opvragen in het menu Info, zie hoofdstuk 6. 3. Let op. Koppel het apparaat van de meetkring af voordat u het deksel van het batterijenvakje openmaakt om de batterijen te vervangen. Gebruik met netadapter (wordt niet meegeleverd, zie hoofdstuk 10. 3)Als de stroomtoevoer via de netadapter loopt, NA X-TRA worden de ingezette batterijen elektronisch uitgeschakeld. U kunt de bat-terijen dus in het apparaat laten zitten. Als u accu's gebruikt, moet u deze extern laden. Als de externe stroomtoevoer wordt uitgeschakeld, schakelt het apparaat onderbrekingsvrij over op batterijfunctie. 3.
2 InschakelenApparaat handmatig inschakelen➭ Druk op de knop ON / OFF | LIGHT totdat de displayweergave verschijnt. Het inschakelen gaat gepaard met een kort geluidssignaal. Zo-lang u de knop ingedrukt houdt, verschijnen alle segmenten van het liquid crystal display (LCD) in beeld. Een afbeelding van het LCD vindt u op pagina 13. Als u de knop loslaat is het apparaat klaar om te meten. DisplayverlichtingAls het apparaat is ingeschakeld, kunt u met een korte druk op de knop ON / OFF | LIGHT de displayverlichting aanzetten. Als u de knop opnieuw indrukt, gaat de verlichting uit. De verlichting gaat na ca. 1 minuut ook automatisch uit. Apparaat met de pc inschakelenAls de pc een gegevensblok heeft overgedragen, wordt de multi-meter ingeschakeld op voorwaarde dat de parameter „irStb “ op „ir on “ is gezet (zie hoofdstuk 6. 4). Wij adviseren echter de stroombesparende functie „ir off “.
OpmerkingElektrische ontladingen en hogefrequentiestoringen kunnen ervoor zorgen dat er verkeerde gegevens worden weerge-geven en kunnen het meten blokkeren. Koppel het apparaat van de meetkring af. Schakel het apparaat uit en opnieuw in; dan is het gereset.
Als dit niet het gewenste resultaat oplevert, dan moet u het contact tussen de batterij en de aansluitcontacten even verbreken, zie ook hoofdstuk 9. 2. 3. 3 Gebruiksparameters instellenDatum en tijd instellenZie parameter „t iME “ en dAtE “ in hoofdstuk 6. 4. Weergavemogelijkheden digitale displayHiermee kunt u kiezen uit twee weergavemogelijkheden, zie para-meter „0. d iSP “ in hoofdstuk 6. 4.
GMC-I Messtechnik GmbH 17Ingebruikname – Instelling3.4 UitschakelenApparaat handmatig uitschakelen➭ Houd de knop ON / OFF | LIGHT ingedrukt totdat de displayweer-gave 0FF verschijnt.Het uitschakelen gaat gepaard met een kort geluidssignaal.Automatische uitschakelingUw apparaat schakelt zichzelf automatisch uit, als de meet-waarde lang constant is (maximale meetwaardeschommeling ca. 0,8 % van het meetbereik per minuut resp. 1 C of 1 F per mi-nuut) en als gedurende een vooraf aangegeven tijd in minuten geen knop noch de draaischakelaar gebruikt wordt, zie de para-meter „APoFF “ pagina 57.
Het uitschakelen gaat gepaard met een kort geluidssignaal.Uitzonderingen: zend- of geheugenfunctie, continu gebruik of als er een gevaar-lijke spanning (U > 15 V AC of U > 25 V DC) op de ingang aanligt.Automatisch uitschakelen blokkerenU kunt uw apparaat ook op „CONTINU AAN“ zetten.➭ Druk daartoe bij het inschakelen tegelijkertijd op de knoppen en . De functie „CONTINU AAN“ wordt op het display rechts van het batterijensymbool aangegeven met het symbool ON. U kunt de instelling on voor „CONTINU AAN“ met een parameterver-andering ongedaan maken of door ze met de hand uit te schakelen. In dit geval wordt de parameter teruggezet op 10 min, zie „APoFF “ pagina 57.ON / OFFLIGHTFUNCENTERON / OFFLIGHTAutorange88.8.8.8Verlichting AAN800.00ON / OFFLIGHTVerlichting UITON / OFFLIGHT0ffON / OFFLIGHTlang(1 s)800.00
18 GMC-I Messtechnik GmbHBedieningsfuncties4 Bedieningsfuncties4. 1 De meetfuncties en meetbereiken kiezen4. 1. 1 Automatische meetbereikkeuzeDe multimeter heeft automatische meetbereikfunctie voor alle meetfuncties, met uitzondering van temperatuurmeting, dioden-test en doorgangstest. De automatische functie werkt meteen nadat het apparaat is ingeschakeld. Het apparaat kiest op basis van de bestaande meetgrootheid automatisch het meetbereik met het beste oplossende vermogen. Bij het overschakelen op frequentiemeting blijft het eerder ingestelde spanningsmeetbereik behouden. AUTO-Range functieDe multimeter schakelt automatisch over naar het eerstvolgende hogere bereik bij (3099 D + 1 D 0310 D) en naar het eerstvol-gende lagere bereik bij (280 D - 1 D 2799 D).
Bij een hoog oplossend vermogen (deze functie is alleen beschik-baar bij een klantspecifieke variant) schakelt de multimeter auto-matisch over naar het eerstvolgende hogere bereik bij (30999 D + 1 D 03100 D) en naar het eerstvolgende lagere bereik bij (2800 D - 1 D 27999 D). 4. 1. 2 Handmatige meetbereikkeuzeU kunt de automatische meetbereikfunctie uitschakelen en de be-reiken aan de hand van de volgende tabel handmatig kiezen en fixeren. Dit doet u door op de knop MAN / AUTO te drukken. Vervolgens kunt u het gewenste meetbereik instellen met de curs-orknop of . U keert terug naar de automatische bereikkeuze als u op de knop MAN / AUTO drukt, als u de draaiknop gebruikt of als u het appa-raat uitschakelt en opnieuw inschakelt.
Overzicht automatische bereikfunctie en handmatige bereikkeuze * Alleen met handmatige bereikkeuzeDe multimeter wordt in het ingestelde meetbereik gehouden. Als de grens van het bereik wordt overschreden, verschijnt 0L in beeld. Dan moet u met de cursorknop overschakelen naar het eerstvolgende hogere meetbereik.
GMC-I Messtechnik GmbH 19Bedieningsfuncties4. 1. 3 Snelle metingenAls er sneller gemeten moet worden dan mogelijk is bij de auto-matische meetbereikkeuze, dan moet het juiste meetbereik ge-fixeerd worden. Een snelle meting is gegarandeerd met de vol-gende twee functies:•met de handmatige meetbereikkeuze, d. w. z. door het meetbereik te kiezen met het beste oplossend vermogen, zie hoofdstuk 4. 1. 2. of•met de functie DATA, zie hoofdstuk 4. 4. Hierbij wordt na de eer-ste meting automatisch het juiste meetbereik gefixeerd, zodat er vanaf de tweede meetwaarde sneller wordt gemeten. Bij beide functies blijft het gefixeerde meetbereik ingesteld voor de daarop volgende seriemetingen. 4.
2 Nulpuntcorrectie/relatieve metingenAl naar gelang de afwijking van het nulpunt kan de gebruiker een nulpuntinstelling of een referentiewaarde voor relatieve metingen opslaan:Voor de desbetreffende meetfunctie wordt de betreffende referen-tie- of correctiewaarde als offset afgetrokken van alle toekomstige metingen en blijft deze behouden totdat hij weer gewist wordt of totdat de multimeter wordt uitgeschakeld. Het instellen van het nulpunt of de referentiewaarde is zowel mo-gelijk bij de automatische meetbereikkeuze als voor het handma-tig gekozen meetbereik. Opmerking: In de schakelaarstand M@UISO is de nulpuntcorrectie niet beschikbaar. Nulpunt instellen➭ Sluit de meetleidingen aan op het apparaat en verbind de vrije uiteinden met elkaar. Doe dit niet bij capaciteitsmeting en stroommeting. In dit geval blijven de uiteinden van de leiding open. ➭ Druk even op de knop ZERO | ESC.
Het apparaat bevestigt de nulpuntinstelling met een geluidssig-naal en op het LCD-display verschijnt het symbool „ZERO REL“. De waarde die gemeten werd op het ogenblik dat de knop werd ingedrukt, wordt gebruikt als referentiewaarde. ➭ U kunt de nulpuntinstelling wissen door opnieuw op de knop ZERO | ESC te drukken.
OpmerkingAls gevolg van de TRMS effectieve waardemeting geeft de multimeter bij kortgesloten meetleidingen in het nulpunt van de V AC/I AC resp. V(AC+DC)/I (AC+DC)-meting een rest-waarde aan van 1. 10/35 digit (alineariteit van de TRMS-converter). Deze heeft geen invloed op de gespecificeerde nauwkeurigheid boven 1% van het meetbereik (resp. 3% in de mV, V(AC+DC)-bereiken). Referentiewaarde vastleggen➭ Sluit de meetleidingen aan op het apparaat en meet een refe-rentiewaarde (max. 1500 digit). Afwijking van het nulpunt – bij kortgesloten meetleidinguiteinden voor V, , A– bij open ingang voor capaciteiten eenheid FDisplay0. 200 digit ZERO REL> 200. 1500 Digit REL.
20 GMC-I Messtechnik GmbHBedieningsfuncties➭ Druk even op de knop ZERO | ESC. Het apparaat bevestigt het opslaan van de referentiewaarde met een geluidssignaal en op het LCD-display verschijnen de symbolen „ZERO REL“ of „REL“. De waarde die gemeten werd op het ogenblik dat de knop werd ingedrukt, wordt gebruikt als referentiewaarde. ➭ U kunt de referentiewaarde wissen door opnieuw op de knop ZERO | ESC te drukken. Opmerkingen over de relatieve meting•De relatieve meting heeft alleen betrekking op het digitale display. Het analoge display geeft nog steeds de originele meetwaarde aan. • Bij relatieve metingen kunnen er ook bij -/F- of AC-meet-grootheden negatieve waarden ontstaan. 4. 3 Weergave (LCD)4. 3. 1 Digitale displayMeetwaarde, meeteenheid, stroomsoort, polariteitHet digitale display geeft de meetwaarde aan met de komma op de juiste plaats en het juiste voorteken.
Bovendien verschijnt de geko-zen meeteenheid en de stroomsoort in beeld. Bij het meten van ge-lijke grootheden verschijnt er een minteken vóór de cijfers, als de positieve pool van de meetgrootheid bij de „“-ingang aanligt. Met de parameters „0. d iSP “ kan de gebruiker instellen of de nul-len vooraan bij het weergeven van de meetwaarde al dan niet in beeld moeten verschijnen, zie hoofdstuk 6. 4. Overschrijding van het meetbereikAls de meetbereikwaarde wordt overschreden d. w. z. vanaf 3100 digit verschijnt er „0L “ (OverLoad) in beeld. Uitzonderingen: bij spanningsmeting in het 1000 V-bereik verschijnt „0L “ vanaf 1000,0 V in beeld, bij de diodemeting vanaf 5,100 V, in het 10 A-bereik vanaf 11,00 A. 4. 3. 2 Analoge displayMeetewaarde, polariteitHet analoge display heeft het dynamische gedrag van een draaispoelmeetwerk.
Bij het meten van gelijke grootheden geeft de analoge schaalver-deling een negatief bereik aan van 5 schaaldelen aan zodat u de meetwaardeschommelingen rond „nul“ heel nauwkeurig kunt be-kijken. Als de meetwaarde het negatieve bereik van 5 schaaldelen overschrijdt, dan wordt de polariteit van het analoge display om-geschakeld. De schaalverdeling van de analoge schaalverdeling wordt auto-matisch geschaald. Dit is een zeer goed hulpmiddel bij de hand-matige meetbereikkeuze. Overschrijding van het meetbereikAls het meetbereik in het positieve bereik wordt overschreden, wordt dit aangegeven met het rechter driehoekje. DisplayrefreshHet analoge display wordt 40 keer per seconde geactualiseerd.
GMC-I Messtechnik GmbH 21Bedieningsfuncties4. 4 Meetwaarden opslaan „DATA“ (Auto-Hold / Compare)Met de functie DATA (Auto-Hold) kunt u een afzonderlijke meet-waarde automatisch „vasthouden“. Dit is bijv. vooral handig als het aftasten van het meetpunt met de meetpennen al uw aan-dacht opeist. Als het meetsignaal aanligt en de stabilisiering van meetwaarde voldoet aan de „voorwaarde“ in de volgende tabel, houdt het apparaat de meetwaarde op het digitale display vast en geeft het een akoestisch signaal. Nu kunt u de meetpennen van het meetpunt afnemen en de meetwaarde aflezen van het digitale display. Als het meetsignaal hierbij onder de grenswaarde komt die in de tabel genoemd is, wordt de functie voor een nieuwe op-slag gereactiveerd.
Meetwaardevergelijking (DATA Compare)Als de huidige vastgehouden waarde met minder dan als 100 digit afwijkt van de eerste opgeslagen waarde, dan weerklinkt het signaal twee maal. Als de afwijking groter is dan 100 digit, dan weerklinkt er slechts een kort signaal. OpmerkingDATA beïnvloedt het analoge display niet. U kunt daarop nog steeds de huidige meetwaarde aflezen. Houdt u er echter rekening mee dat bij „vastgehouden“ digitale display ook het cijfer achter de komma niet meer verandert (meetbereik gefixeerd, symbool MAN). Zolang de functie DATA actief is, mag u de meetbereiken niet handmatig veranderen. De functie DATA wordt uitgeschakeld als u de knop DATA/MIN/MAX "lang" (ca. 1 s) indrukt, als u van meetfunctie verandert of als u het apparaat uitschakelt en opnieuw inschakelt.
1)Reactiveren door onderschrijding van de aangegeven meetwaardegrenzen2)Als een meetwaarde voor het eerst als referentiewaarde wordt opgeslagen 2x geluidssignaal. Bij daaropvolgend vasthouden alleen 2x, als de huidige vastge-houden waarde minder dan 100 digit afwijkt van de eerste opgeslagen waarde. Legenda: MW = Meetwaarde, v.
MB = van het meetbereikFunctieDATAKnop DATA/MIN/MAXVoorwaarde Reactie op het apparaatMeetfunc-tieMeetsig-naalDisplayGe-luids-signaalMWdigitaalDATAActiveren kort knippert 1 xOpslaan(gestabili-seerde meet-waarde)V, A, F, Hz, %> 10% v. MBver-schijntin beeldstatisch1 x2 x 2) 0LReactiveren 1)V, A, F, Hz, %< 10% v. MB be-waarde MWknippert = 0LOversch. naarMIN/MAXkort zie tabel hoofdstuk 4. 4. 2Verlaten langverschijnt gewistverschijntgewist2 xV, A, Hzt [s]100%10%geactiveerdgereactiveerdopslaanopslaan3000 Digitvan het meetbereikF, %.
22 GMC-I Messtechnik GmbHBedieningsfunctiesVoorbeeldHet spanningsmeetbereik is handmatig ingesteld op 30 V. De eerste meetwaarde is 5 V en wordt opgeslagen omdat hij gro-ter is dan 10 % van het meetbereik (= 3 V) en dus zeker boven de achtergrondruis ligt. Zodra de meetwaarde onder de 10 % van het meetbereik komt te liggen, d.w.z. als hij kleiner is dan 3 V, wat hetzelfde is als het afnemen van de meetpennen van het meet-punt, is het apparaat gereed om een nieuwe waarde op te slaan.4.4.1 Functie DATA bij de isolatiemeting *Deze DATA-functie verschilt van de standaard DATA-Compare-functie.In de functie stoorspanning meten V(ac+dc)1M activeert u met een druk op de knop DATA de speciale DATA-functie voor de isola-tiemeting – DATA knippert op het display. Tijdens het meten van de stoorspanning worden er nog geen DATA-waarden berekend of bewaard.
Met een korte druk op de knop FUNC | ENTER activeert u de isolatiemeting en schakelt u de testspanning in. Door het inter-valsignaal weet de gebruiker dat de testspanning er is (tegelijker-tijd knippert het ISO-symbool op het display). Als u de meetpen-nen heeft aangezet, kunt u controelren of er een geldige meet-waarde is. Zodra er een stabiele meetwaarde op het display staat, wordt DATA-waarde bewaard (bevroren op het display). Een lang geluidssignaal geeft aan dat de meting is beëindigd. De testspan-ning wordt weer uitgeschakeld en DATA knippert niet meer. De ge-bruiker kan den meetwaarde aflezen en noteren. Door herhaade-lijk op de knop FUNC | ENTER te drukken, schakelt u de testspan-ning opnieuw in en activeert u DATA (DATA knippert op het display).Als er geen DATA-waarde wordt gevonden of als er OL op het dis-play staat, dan wordt de testspanning na ca.
GMC-I Messtechnik GmbH 23Bedieningsfuncties4.4.2 Minimumwaarde en maximumwaarde opslaan „MIN/MAX“Met de functie MIN/MAX kunt u de minimum- en maximum-waarde „vasthouden“ die bij de ingang van het meetapparaat be-stond nadat MIN/MAX geactiveerd was. De belangrijkste toepas-sing is het bepalen van de minimum- en de maximumwaarde bij het langdurig bekijken van meetgrootheden.De functie MIN/MAX kan in alle meetfuncties geactiveerd worden.MIN/MAX beïnvloedt het analoge display niet; u kunt nog steeds de huidige meetwaarde van dat display aflezen.Breng de meetgrootheid op het apparaat en fixeer het meetbereik met de knop MAN / AUTO voordat u de functie MIN/MAX activeert.De functie MIN/MAX wordt uitgeschakeld als u de knop DATA/MIN/MAX „lang“ (ca.
1 s) indrukt, als u van meetfunctie verandert of als u het apparaat uitschakelt en opnieuw inschakelt.OpmerkingIn tegenstelling tot de functie DATA kan de functie MIN/MAX ook bij de temperatuurmeting worden gebruikt.FunctieMIN/MAXKnop DATA/MIN/MAXMIN- en MAX-MeetwaardenReactie op het apparaatDisplay Ge-luidssignaalMeetwaarde digitaalmaxmin1.Activeren en opge-slagen2 x kortwordenopgeslagenhuidige Meetwaardemax en min2 x2.Opslaan en TonenkortOpslaan gaat door op de ach-tergrond,nieuwe MIN- en MAX-waar-den verschijnen in beeldopgesl. MIN-waardemin 1 xkortopgesl. MAX-waardemax 1 x3. Terug naar 1.kortzie 1.,Opgeslagen waarden worden niet gewistzie 1. zie 1. 1 xAnnuleren lang worden gewisthuidige Meetwaardewordt gewist2 x
24 GMC-I Messtechnik GmbHBedieningsfuncties4.5 Registreren meetgegevensDe multimeter biedt de mogelijkheid om de meetgegevens met instelbare cyclussen over een lange periode te registreren als meetreeksen. De gegevens worden in een batterijgebufferd ge-heugen opgeslagen en blijven ook behouden als de multimeter wordt uitgeschakeld. Het systeem registreert de meetwaarden hierbij relatief ten opzichte van realtime.De bewaarde meetwaarden kunnen met het pc-programma METRAwin 10 worden uitgelezen. Voorwaarde is een pc die aan een USB-interfacekabel met de bidirectionele interface-adapter USB X-TRA op een isolatiemultimeter, gekoppeld is.
Zie ook hoofdstuk 7 „Interfacegebruik“.Overzicht van de geheugenparameters Menufunctie STORE➭ Stel eerst de sampling rate in voor het geheugengebruik (zie hoofdstuk 6.4 parameter „rAtE “) en start vervolgens het ge-heugengebruik.➭ Kies allereerst de gewenste meetfunctie en een zinvol meetbe-reik.➭ Als u langdurige meetwaarderegistraties gaat verrichten, moet u eerst de laadtoestand van de batterijen resp. accu's contro-leren, zie hoofdstuk 6.3.Sluit eventueel de netadapter NA X-TRA aan.Het registreren starten met menufuncties➭ Schakel over naar de gebruiksmodus „SET “ door op MEASURE | SETUP te drukken en kies daar het hoofdmenu „StorE “. 1nFo ... StorE 000.0 % StArt ➭ Als u bevestigt met FUNC | ENTER wordt het geheugengebruik gestart. STORE verschijnt onder het analoge display in beeld en geeft aan dat het geheugengebruik is ingeschakeld.
GMC-I Messtechnik GmbH 25BedieningsfunctiesTijdens het registrerenTijdens het geheugengebruik, STORE verschijnt onder het analoge display in beeld, kunt u de hoeveelheid gebruikt geheugen controleren:StoP 000.3 %Zodra het geheugen vol is, verschijnt het bericht „100.0 %“.Om de meetwaarden tijdens het opslaan te kunnen bekijken, moet u overschakelen naar de meetfunctie. Dit doet u door op MEASURE | SETUP te drukken. Als u opnieuw op MEASURE | SETUP drukt, keert u terug naar het geheugenmenu.Als u een andere meetfunctie kiest door de draaischakelaar te ge-bruiken of op de knop FUNC | ENTER te drukken, wordt er een nieuw geheugenblok aangemaakt. Het opslaan loopt dan auto-matisch door.Registreren beëindigen➭ Als u op de knop MEASURE | SETUP gedrukt heeft, verschijnt „StoP “ op het display.StoP start➭ Bevestig de weergave „StoP “ met FUNC | ENTER. De tekst STORE verdwijnt.
Dit geeft aan dat het optekenen ten einde is.➭ Met MEASURE | SETUP keert u terug naar de meetfunctie.➭ U kunt het geheugengebruik ook beëindigen door de multime-ter uit te schakelen.Hoeveelheid gebruikt geheugen opvragenIn het menu „1nFo “ kunt u de hoeveelheid gebruikt geheugen ook tijdens het opslaan oproepen, zie ook hoofdstuk 6.3Bereik van het gebruikte geheugen: 000.1 % ... 099.9 %. 1nFo bAtt: ... 0CCUP %: 017.4 %Met het menu „StorE “ kunt u het gebruikte geheugen oproepen voordat u begint met opslaan. 1nFo ... StorE 017.4 % StArt Geheugen wissenMet deze functie wist u alle opgeslagen meetwaarden!Deze functie kan tijdens het geheugengebruik niet worden uitge-voerd. 1nFo ... StorE 017.4 % StArt CLEAr emptyFUNCENTERMEASURESETUPFUNCENTERMEASURESETUPFUNCENTERMEASURESETUPFUNCENTERFUNCENTER
26 GMC-I Messtechnik GmbHMetingen V/Hz – – – Temp (°C/°F) – – M@UISO – COIL/M@UISO – A/Hz5 Metingen5. 1 SpanningsmetingOpmerkingen over de spanningsmeting• Gebruik de multimeter alleen als er batterijen in zitten. Anders bestaat de kans dat gevaarlijke spanningen niet aangegeven worden en uw apparaat beschadigd wordt. • De multimeter mag uitsluitend door personen worden bediend die in staat zijn, contactgevaren te herkennen en veiligheids-maatregelen te treffen. Contactgevaar bestaat op plaatsen waar spanningen kunnen voorkomen die groter zijn dan 33 V (effectieve waarde). Raak de meetpennen bij het testen alleen achter de vingerbe-scherming aan. Raak in geen geval de metaalachtige meetpennen aan. • Als u metingen verricht waarbij contactgevaar bestaat, zorg er dan voor dat u niet alleen werkt. Haal er een tweede man bij.
• De maximaal geoorloofde spanning tussen de aansluitingen (9) resp. (10) en aarde (8) bedraagt 1000V in de meetcategorie II resp. 600V in de meet-categorie III• Houd er rekening mee dat aan meetobjecten (b. v. aan defecte apparaten) onvoorspelbare spanningen kunnen voorkomen. Condensatoren kunnen b. v. gevaarlijk geladen zijn. • In stroomkringen met corona-ontlading (hoogspanning) mag u met dit apparaat geen metingen verrichten. • Wees uiterst voorzichtig als u in HF-stroomkringen metingen verricht. Daar kunnen gevaarlijke mengspanningen bestaan. • Houd er rekening mee dat gevaarlijke spanningspieken bij een meting met een laagdoorlaatfilter onderdrukt worden. Wij raden u aan de spanning allereerst zonder laagdoorlaatfilter te meten zodat u mogelijke gevaarlijke spanningen kunt herkennen. • Zorg er absoluut voor dat u de meetbereiken niet meer overbe-last dan geoorloofd is.
GMC-I Messtechnik GmbH 27Metingen V/Hz – – – Temp (°C/°F) – – M@UISO – COIL/M@UISO – A/Hz5.1.1 Gelijkspanning en mengspanning meten V DC en V (DC+AC)➭ Zet de parameter CL iP in het setupmenu Stroomtang op 0FF. Doet u dit niet, dan worden alle meetwaarden aangegeven in A en gecorrigeerd met de gekozen omzettingsverhouding voor een aangesloten stroomtangsensor weergegeven. 1nFo ... SET rAtE ... CL IP 1 / 10/100/1000 / 0ff ➭ Zet de draaischakelaar in functie van de te meten spanning op V resp. V .➭ Sluit de meetleidingen aan zoals getoond op de afbeelding.
De aansluitbus „“ moet hierbij op aardpotentiaal liggen (zo dicht mogelijk bij aarde).OpmerkingBinnen het bereik 1000 V wordt u gewaarschuwd door een intervalsignaal als de meetwaarde de eindwaarde van het meetbereik overschrijdt.Overtuig u er van dat er geen stroommeetbereik („A“) is ingescha-keld als u uw multimeter aansluit om spanning te meten! Als de uitschakelgrenswaarden van de zekeringen bij verkeerde bedie-ning worden overschreden, dan is dit gevarlijk voor u en voor uw apparaat!De multimeter staat na het inschakelen in schakelaarstand V altijd in het meetbereik 3V. Zodra u de knop MAN / AUTO indrukt en de gemeten waarde < 280mV is, schakelt de multimeter over naar het mV-meetbereik.MEASURESETUPFUNCENTERFUNCENTERFUNCENTERCOM mA AVTemp MISO– (+)+ (–)V= : 100 V1000 VVV> 15 V AC of > 25 V DC: > 1000 V:Waarschuwingen voor gevaarlijke spanningen:max.
28 GMC-I Messtechnik GmbHMetingen V/Hz – – – Temp (°C/°F) – – M@UISO – COIL/M@UISO – A/Hz5. 1. 2 Wisselspanning en frequentie meten V AC en Hz elk met inschakelbaar laagdoorlaatfilter➭ Zet de parameter CL iP in het setupmenu Stroomtang op 0FF. Doet u dit niet, dan worden alle meetwaarden aangegeven in A en gecorrigeerd met de gekozen omzettingsverhouding voor een aangesloten stroomtangsensor weergegeven. 1nFo . SET rAtE . CL IP 1 / 10/100/1000 / 0ff ➭ Zet de draaischakelaar in functie van de meten spanning c. q. frequentie op V~ resp. Hz/%. ➭ Sluit de meetleidingen aan zoals getoond op de afbeelding. De aansluitbus „“ moet hierbij op aardpotentiaal liggen (zo dicht mogelijk bij aarde). SpanningsmetingOpmerkingBinnen het bereik 1000 V wordt u gewaarschuwd door een intervalsignaal als de meetwaarde de eindwaarde van het meetbereik overschrijdt.
Overtuig u er van dat er geen stroommeetbereik („A“) is ingescha-keld als u uw multimeter aansluit om spanning te meten. Als de uitschakelgrenswaarden van de zekeringen bij verkeerde bedie-ning worden overschreden, dan is dit gevarlijk voor u en voor uw apparaat. ➭ U kunt heen en weer schakelen tussen spanning meten met of zonder laagdoorlaatfilter. ➭ Druk op de multifunctionele knop FUNC | ENTER, totdat de een-heid V resp. V/Fil op het display verschijnt. Frequentiemeting➭ Leg de meetgrootheid aan zoals bij het meten van spanning. ➭ Kies met de hand het meetbereik voor de spanningsamplitude. Bij het overschakelen op frequentiemeting blijft het eerder in-gestelde spanningsmeetbereik behouden. ➭ U kunt heen en weer schakelen tussen frequentie meten met of zonder laagdoorlaatfilter. Druk op de multifunctionele knop FUNC | ENTER, totdat de een-heid Hz resp. Hz/Fil op het display verschijnt.
Houd er rekening mee dat gevaarlijke spanningspieken bij deze meting onderdrukt worden, zie ook spanningscompa-rator. Wij raden u aan de spanning allereerst zonder laagdoorlaat-filter te meten zodat u mogelijke gevaarlijke spanningen kunt herkennen. Desgewenst kunt u een 1 kHz/-3dB-laagdoorlaatfilter inschakelen om bij metingen bijv. aan kabels capacitief ingekoppelde hoogfre-quente impulsen > 1 kHz uit te filteren, d. w. z. ongewenste span-ningen van meer dan 1 kHz te onderdrukken. Als het desbetreffende laagdoorlaatfilter is ingeschakeld, ziet u Fil op het display staan. De multimeter schakelt automatisch over naar de handmatige meetbereikkeuze. Met ingeschakeld filter en bij signalen > 500 Hz wordt de gespeci-ficeerde meetnauwkeurigheid niet gehaald. MEASURESETUPFUNCENTERFUNCENTERFUNCENTER.
GMC-I Messtechnik GmbH 29Metingen V/Hz – – – Temp (°C/°F) – – M@UISO – COIL/M@UISO – A/HzSpanningscomparator voor het weergeven van gevaarlijke spanningenHet ingangsignaal resp. het meetsignaal wordt door een span-ningscomparator onderzocht op gevaarlijke pieken, omdat deze door de functie van het laagdoorlaatfilter onderdrukt worden. Bij U > 15 V AC of U > 25 V DC verschijnt er een gevarensymbool in beeld: COM mA AVTem p MISOmax. 1000 V 3 kHzV~: 10 mV 1000 VHz: 1Hz 300 kHz~Pmax = 3 x 106 V x HzMeetbereiken:> 15 V AC of > 25 V DC: > 1000 V:Waarschuwingen voor gevaarlijke spanningen:230.05 Bereiken: 300 mV/3 V/30 V300 V/1000 VV~HzV~ & FilterHz & Filter!!MEASURESETUP ... SET ...
30 GMC-I Messtechnik GmbHMetingen V/Hz – – – Temp (°C/°F) – – M@UISO – COIL/M@UISO – A/HzMeting mark-space-verhouding (Functie niet bij METRAHIT ISO)➭ Zet de draaischakelaar op V~. ➭ Druk op de multifunctionele knop FUNC | ENTER, totdat de een-heid % op het display verschijnt.➭ Sluit de meetleidingen aan zoals getoond op de afbeelding.Overtuig u er van dat er geen stroommeetbereik („A“) is ingescha-keld als u uw multimeter aansluit om een frequentie of een puls/periodeverhouding te meten!Hier wordt bij periodieke rechthoeksignalen de verhouding geme-ten tussen impulsduur en impulsperiodeduur en weergeven in procent.
OpmerkingDe aanliggende frequentie moet tijdens het meten van de puls/periodeverhouding constant zijn.Puls/periodeverhouding (%) =Impulsbreedte (tE)Periodeduur (tP) 100COM mA AVTemp MISOUttEtPTijdgrootheden van een pulsfPPulsfrequentie = 1/tP tEImpulsduurtP ImpulsperiodeduurtP – tEImpulspauzetE/tPPuls- of periodeverhoudingMeetbereiken:Hz tE/tP15 Hz ... 1 kHz 5 ... 95 %1 kHz ... 4 kHz 10 ... 90 %V~Hz%1232.3Hz0002.0%Hz%tE/tPfPFUNCENTER
32 GMC-I Messtechnik GmbHMetingen V/Hz – – – Temp (°C/°F) – – M@UISO – COIL/M@UISO – A/Hz5.2 Weerstandsmeting „“➭ Sluit de stroomtoevoer van de stroomkring van het apparaat af dat u wilt meten en ontlaad alle hoogspanningscondensatoren.➭ Overtuig u er van dat het meetobject spanningsvrij is. Stoor-spanningen vervalsen het meetresultaat! De spanningsvrijheid meten met behulp van de gelijkspan-ningsmeting, zie hoofdstuk 5.1.1.➭ Zet de draaischakelaar op „“.
➭ Sluit het testobject aan zoals getoond op de afbeelding.OpmerkingGebruik bij hoogohmige weerstanden korte of afge-schermde meetleidingen.Verbeteren van de nauwkeurigheid door nulpuntinstellingIn alle meetbereiken kunt u de weerstand van de toevoerleidingen en overgangsweerstanden elimineren door een nulpuntinstelling, zie hoofdstuk 4.2.COM mA AVTemp MISORxRx0V !!6 Bereiken: 300 3k30k / 300k/ 3M/ 30 MMeetbereiken: 0,1 k ... 31 M0000.0k
GMC-I Messtechnik GmbH 33Metingen V/Hz – – – Temp (°C/°F) – – M@UISO – COIL/M@UISO – A/Hz5.3 Temperatuurmeting Temp RTD en Temp TCDe temperatuurmeting gebeurt met de weerstandsthermometer van het type Pt100 of Pt1000 en het thermoelement type K (toe-behoren, wordt niet meegeleverd), dat aangesloten wordt op de spanningsingang.Temperatuureenheid kiezen 1nFo ...
tEMP °C / °F (°C = Standaardwaarde/fabrieksinstelling)5.3.1 Meting met weerstandsthermometers➭ Zet de draaischakelaar op „TempRTD“.Met FUNC | ENTER.gaat u naar de andere meetfunctie.Het type Pt100 of Pt1000 wordt automatisch herkend en verschijnt in beeld.Er zijn twee mogelijkheden om de weerstand van de toevoerlei-ding te compenseren:Automatische compensatie➭ Druk op de knop ZERO | ESC.De tekst „Short leads“ verschijnt in beeld.Als u de weerstand van de toevoerleiding zelf wilt invoeren, kunt u de volgende prompt overslaan.➭ Sluit de aansluitleidingen van het meetapparaat kort. Op het display verschijnt „000.0 “. Als u op de knop FUNC | ENTER drukt, vindt er bij toekomstige metingen een automati-sche compensatie van de weerstand plaats.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Gossen Metrawatt Metrahit Coil stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Multimeter Gossen Metrawatt
Handleiding Multimeter
Nieuwste handleidingen voor Multimeter