Garmin Edge 130 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Garmin Edge 130 (22 pagina’s), behorend tot de categorie Fietscomputer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 201 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Garmin Edge 130 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/22
EDGE®130
Gebruikershandleiding

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Garmin
Categorie: Fietscomputer
Model: Edge 130
Kleur van het product: Zwart
Gewicht: 33 g
Breedte: 63 mm
Diepte: 16 mm
Hoogte: 41 mm
Soort: Draadloze fietscomputer
Gebruikershandleiding: Ja
Internationale veiligheidscode (IP): IPX7
Bluetooth: Ja
Beeldschermdiagonaal: 1.8 "
Resolutie: 303 x 230 Pixels
Versnellingsmeter: Ja
GPS: Ja
GLONASS: Ja
Intern geheugen: - GB
Levensduur accu/batterij: 15 uur
USB-kabel inbegrepen: Ja
Type batterij: Li-Ion
Schermgrootte (display): 27 x 36 mm
Barometrische hoogtemeter: Ja
Aantal routes: 100
Tijdsfuncties: Day time, Ride time
Additionele meetparameters: Hartslag
Inclusief klem: Ja

Handleiding Garmin Edge 130 – volledige tekst

© 2018 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijenAlle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.Garmin®, het Garmin logo, ANT+®, Auto Lap®, Auto Pause®, Edge®, Forerunner® en Virtual Partner® zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen.

Connect IQ™, Garmin Connect™, Garmin Express™, Varia™, en Vector™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van Garmin.Het woordmerk en de logo's van Bluetooth® zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie verkregen. The Cooper Institute®, en alle gerelateerde handelsmerken, zijn het eigendom van The Cooper Institute. Geavanceerde hartslaganalyse door Firstbeat. Apple® en Mac® zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. STRAVA en Strava™ zijn handelsmerken van Strava, Inc. Windows® is een geregistreerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen.

Inleiding WAARSCHUWINGLees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie. Raadpleeg altijd een arts voordat u een trainingsprogramma begint of wijzigt. KnoppenSelecteer deze knop om het toestel te activeren. Houd deze knop ingedrukt om het toestel in of uit te schakelen. Selecteer deze knop om door de gegevensschermen, opties en instellingen te bladeren. Houd deze knop in het startscherm ingedrukt om het toestelmenu weer te geven. Selecteer deze knop om door de gegevensschermen, opties en instellingen te bladeren. Selecteer deze knop in het startscherm om de widgets weer te geven. Selecteer deze knop om de timer te starten of te stoppen. Selecteer deze knop om een optie te kiezen of een bericht te bevestigen. Selecteer deze knop als u een nieuwe ronde wilt markeren.

Selecteer om terug te keren naar het vorige scherm. StatuspictogrammenEen niet-knipperend pictogram geeft aan dat het signaal is gevonden of de sensor is verbonden. GPS-statusBluetooth® statusHartslagstatusVermogensstatusLiveTrack statusSnelheid- en cadansstatusUw smartphone koppelenOm gebruik te maken van de connected functies van het Edge toestel moet het direct via de Garmin Connect™ Mobile app worden gekoppeld, in plaats van via de Bluetooth instellingen op uw smartphone. 1U kunt de Garmin Connect Mobile app via de app store op uw telefoon installeren en openen. 2Houd ingedrukt om het toestel in te schakelen. De eerste keer dat u het toestel inschakelt, stelt u de taal van het toestel in. In het volgende scherm wordt u gevraagd een koppeling tot stand te brengen met uw smartphone.

TIP: U kunt ingedrukt houden en Telefoon > Status > Koppel telefoon selecteren om handmatig naar de koppelmodus te gaan. 3Selecteer een optie om uw toestel toe te voegen aan uw Garmin Connect account:• Als dit het eerste toestel is dat u koppelt met de Garmin Connect Mobile app, volgt u de instructies op het scherm.

• Als u reeds een toestel hebt gekoppeld met de Garmin Connect Mobile app, selecteert u in het menu of Garmin toestellen > Voeg toestel toe, en volgt u de instructies op het scherm. Als het toestel is gekoppeld, wordt een bericht weergegeven en synchroniseert uw toestel automatisch met uw smartphone. De standaardsteun installerenVoor optimale GPS-ontvangst plaatst u de fietssteun zodanig dat de voorzijde van het toestel op de lucht is gericht. U kunt de fietssteun op de stuurpen of op de stuurstang plaatsen. 1Selecteer een geschikte en veilige plek om het toestel te bevestigen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar brengt. 2Plaats de rubberen schijf op de achterzijde van de fietssteun. De rubberen lipjes zijn in lijn met de achterzijde van de fietssteun, zodat deze op zijn plaats blijft. 3Plaats de fietssteun op de stuurpen. 4Bevestig de fietssteun stevig met de twee banden.

5Breng de lipjes aan de achterzijde van het toestel in lijn met de inkepingen op de fietssteun. 6Duw iets omlaag en draai het toestel met de klok mee totdat het vastklikt. De Edge losmaken1Draai de Edge rechtsom om het toestel te ontgrendelen. 2Til de Edge van de steun. Inleiding 1.

Het toestel opladenLET OPU voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel oplaadt of aansluit op een computer. Het toestel wordt van stroom voorzien met een ingebouwde lithium-ionbatterij die u kunt opladen via een standaard stopcontact of een USB-poort op uw computer. OPMERKING: Opladen is alleen mogelijk binnen het goedgekeurde temperatuurbereik (Edge specificaties, pagina 11). 1Trek de beschermkap van de USB-poort omhoog. 2Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort op het toestel. 3Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een netadapter of een USB-poort van een computer. 4Sluit de netadapter aan op een standaard stopcontact. Als u het toestel op een voedingsbron aansluit, wordt het toestel ingeschakeld. 5Laad het toestel volledig op.

Over de batterij WAARSCHUWINGDit toestel bevat een lithium-ionbatterij. Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie. Satellietsignalen ontvangenHet toestel dient mogelijk vrij zicht op de satellieten te hebben om satellietsignalen te kunnen ontvangen. De tijd en datum worden automatisch ingesteld op basis van uw GPS-positie. TIP: Ga voor meer informatie over GPS naar www. garmin. com/aboutGPS. 1Ga naar buiten naar een open gebied. De voorzijde van het toestel moet naar de lucht zijn gericht. 2Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt. Het kan 30 tot 60 seconden duren voordat satellietsignalen worden gevonden. Widgets weergevenUw toestel wordt geleverd met diverse vooraf geïnstalleerde widgets.

Koppel uw toestel met een smartphone om optimaal te profiteren van alle mogelijkheden van uw Edge toestel. • Selecteer in het startscherm of. Het toestel bladert door de beschikbare widgets. • Selecteer in een actieve widget om extra opties voor de desbetreffende widget weer te geven.

De schermverlichting gebruiken• Selecteer een willekeurige knop om de schermverlichting in te schakelen. • Houd ingedrukt en selecteer achtereenvolgens Systeem > Time-out van scherm en een optie om de verlichtingsduur aan te passen. TrainingEen rit makenAls bij uw toestel een ANT+® sensor is meegeleverd, zijn de toestellen al gekoppeld en kunnen ze bij eerste installatie worden geactiveerd. 1Houd ingedrukt om het toestel in te schakelen. 2Ga naar buiten en wacht tot het toestel satellieten heeft gevonden. brandt constant als het toestel gereed is. 3Selecteer in het startscherm. 4Selecteer om de activiteiten-timer te starten. OPMERKING: De geschiedenis wordt alleen vastgelegd als de activiteiten-timer is gestart. 5Selecteer om de activiteiten-timer te stoppen. 6Selecteer een optie:• Selecteer Hervat om uw rit te hervatten. • Selecteer Bewaar rit om uw rit te stoppen en op te slaan.

TIP: U kunt het rittype selecteren. Nauwkeurige rittypegegevens zijn belangrijk voor het maken van fietsvriendelijke routes in uw Garmin Connect account. • Selecteer Gooi rit weg om de rit te stoppen en van uw toestel te verwijderen. 2 Training.

• Selecteer Terug naar start om weer naar de beginlocatie te navigeren. • Selecteer Markeer positie om uw locatie te markeren en op te slaan. Een opgeslagen rit volgen1Houd ingedrukt. 2Selecteer Navigatie > Activiteit rijden. 3Selecteer een rit. TIP: U kunt selecteren om deze rit te verwijderen of om meer gedetailleerde informatie over uw rit weer te geven, zoals een samenvatting, kaartlocatie of rondegegevens. 4Selecteer Rijden. 5Selecteer om de activiteiten-timer te starten. SegmentenEen segment volgen: U kunt segmenten vanuit uw Garmin Connect account verzenden naar uw toestel. Nadat het segment is opgeslagen op uw toestel, kunt u het segment volgen. OPMERKING: Wanneer u een koers downloadt vanaf uw Garmin Connect account, worden alle segmenten in de koers automatisch gedownload.

Tegen een segment racen: U kunt tegen een segment racen en proberen om uw persoonlijke record of andere fietsers die het segment hebben gereden te evenaren of te overtreffen. Strava™ segmentenU kunt Strava segmenten downloaden op uw Edge 130 toestel. Volg Strava segmenten om uw prestaties te vergelijken met uw prestaties in vorige ritten en die van vrienden en profs die hetzelfde segment hebben gereden. Als u zich wilt aanmelden voor Strava lidmaatschap, gaat u naar de widget Segmenten in uw Garmin Connect account. Ga voor meer informatie naar www. strava. com. De informatie in deze handleiding is van toepassing op zowel Garmin Connect segmenten als Strava segmenten. Een segment volgen van Garmin ConnectVoordat u een segment kunt downloaden van Garmin Connect en kunt volgen, dient u te beschikken over een Garmin Connect account (Garmin Connect, pagina 6).

1Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer. OPMERKING: Wanneer u Strava segmenten gebruikt, worden uw favoriete segmenten automatisch overgebracht naar uw toestel als dit is verbonden met de Garmin Connect Mobile app of uw computer. 2Ga naar connect. garmin. com. 3Maak een nieuw segment of kies een bestaand segment.

4Selecteer Verzend naar toestel. 5Koppel het toestel los en schakel het in. 6Selecteer om de activiteiten-timer te starten en maak een rit. Als u een ingeschakeld segment tegenkomt, kunt u racen tegen het segment. Tegen een segment racenSegmenten zijn virtuele raceparkoersen. U kunt racen tegen een segment en uw prestaties vergelijken met uw eerdere prestaties, of met die van andere fietsers, connecties in uw Garmin Connect account of andere leden van de fietscommunity. U kunt uw activiteitgegevens uploaden naar uw Garmin Connect om uw segmentpositie te bekijken. OPMERKING: Als uw Garmin Connect account en Strava account zijn gekoppeld, wordt uw activiteit automatisch verzonden naar uw Strava account, zodat u uw segmentpositie kunt bekijken. 1Selecteer om de activiteiten-timer te starten en maak een rit. Als u een ingeschakeld segment tegenkomt, kunt u racen tegen het segment.

2Start met racen tegen het segment. Het segmentgegevensscherm verschijnt automatisch. 3Houd indien nodig ingedrukt en selecteer Hoofdmenu > Navigatie > Segmenten om uw doel tijdens de race te wijzigen. U kunt racen tegen de groepsaanvoerder, uw eerdere prestaties of andere fietsers (indien van toepassing). Het doel wordt automatisch aangepast op basis van uw huidige prestaties. Als het segment is voltooid, wordt een bericht weergegeven. Een segment instellen op automatisch aanpassenU kunt uw toestel instellen om de voorspelde racetijden van een segment automatisch aan te passen op basis van uw prestatiemeting tijdens het segment. OPMERKING: Deze instelling is standaard ingeschakeld voor alle segmenten. 1Houd ingedrukt. 2Selecteer Navigatie > Segmenten > Autom. inspann. Segmentgegevens weergeven1Houd ingedrukt. 2Selecteer Navigatie > Segmenten. 3Selecteer een segment.

4Selecteer een optie:• Selecteer Racetijd om de rittijd van de segmentleider weer te geven. • Selecteer Kaart om het segment op de kaart weer te geven. • Selecteer Hoogte om een hoogtegrafiek van het segment weer te geven.

Een segment verwijderen1Houd ingedrukt. 2Selecteer Navigatie > Segmenten. 3Selecteer een segment. 4Selecteer Wis > Ja. KoersenEen eerder vastgelegde activiteit volgen: U kunt bijvoorbeeld een vastgelegde koers volgen omdat de route u beviel. Of u kunt een fietsvriendelijke route naar uw werk vastleggen en volgen. Training 3.

Tegen een eerder vastgelegde activiteit racen: U kunt een vastgelegde koers ook volgen om te proberen eerdere prestaties op de koers te evenaren of te verbeteren. Stel bijvoorbeeld dat u de originele koers in 30 minuten hebt voltooid. U kunt dan nu tegen een Virtual Partner® racen om te proberen de koers in minder dan 30 minuten af te leggen. Een bestaande rit volgen van Garmin Connect: U kunt een koers vanuit Garmin Connect verzenden naar uw toestel. Nadat de rit is opgeslagen op uw toestel, kunt u die koers volgen of ertegen racen. Een koers volgen vanaf Garmin ConnectVoordat u een koers kunt downloaden van Garmin Connect , moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin Connect, pagina 6). 1Selecteer een optie:• Open de Garmin Connect Mobile app. • Ga naar connect. garmin. com. 2Maak een nieuwe koers of kies een bestaande koers. 3Selecteer Verzend naar toestel.

4Volg de instructies op het scherm. 5Houd ingedrukt op uw Edge toestel. 6Selecteer Navigatie > Koersen. 7Selecteer de koers. 8Selecteer Rijden. Tips voor trainen met koersen• Als u een warming-up doet, selecteert u om de koers te starten en voert u de warming-up uit zoals normaal. • Zorg ervoor dat u tijdens de warming-up niet op het pad van de koers komt. Als u klaar bent om te beginnen, gaat u naar de koers. Als u op het pad van de koers komt, wordt er een bericht weergegeven. OPMERKING: Zodra u selecteert, start uw Virtual Partner de koers en wordt niet gewacht tot de warming-up voorbij is. • Blader naar de kaart om de koerskaart weer te geven. Als u van de koers afwijkt, geeft het toestel een bericht weer. Koersgegevens weergeven1Houd ingedrukt. 2Selecteer Navigatie > Koersen. 3Selecteer een koers. 4Selecteer een optie:• Selecteer Rijden om de koers te rijden.

Een koers verwijderen1Houd ingedrukt. 2Selecteer Navigatie > Koersen. 3Selecteer een koers. 4Selecteer Wis > Ja. IndoortrainingenU kunt GPS uitschakelen bij indoortrainingen of om batterijvermogen te sparen. 1Houd ingedrukt. 2Selecteer Segmentwaar. > GPS > Uit. Als GPS is uitgeschakeld, zijn er geen snelheids- en afstandsgegevens beschikbaar, tenzij u over een compatibele sensor of indoortrainer beschikt die deze gegevens naar het toestel verzendt. Ronden markerenU kunt de functie Auto Lap® gebruiken, waarmee na een bepaalde afstand automatisch een ronde wordt vastgelegd, of u kunt uw ronden handmatig vastleggen. Dit is handig als u uw prestaties tijdens verschillende delen van een activiteit wilt vergelijken. 1Houd ingedrukt. 2Selecteer Segmentwaar. > Ronden. 3Selecteer een optie:• Selecteer Auto Lap om de functie Auto Lap te gebruiken.

Het toestel markeert automatisch een ronde na elke 5 mijl of 5 kilometer, afhankelijk van uw systeeminstellingen (Systeeminstellingen, pagina 10). • Selecteer Ronde-toets om te gebruiken voor het vastleggen van een ronde tijdens een activiteit. Auto Pause® gebruikenU kunt de functie Auto Pause gebruiken om de timer automatisch te pauzeren wanneer u stopt met bewegen. Dit is handig als in uw activiteit verkeerslichten of andere plaatsen waar u moet stoppen, voorkomen. OPMERKING: De pauzetijd wordt niet opgeslagen in uw geschiedenis. 1Houd ingedrukt. 2Selecteer Segmentwaar. > Auto Pause. Auto Scroll gebruikenMet de functie Auto Scroll doorloopt u automatisch alle pagina's met trainingsgegevens terwijl de timer loopt. 1Houd ingedrukt. 2Selecteer Segmentwaar. > Auto Scroll. 3Selecteer een weergavesnelheid.

5Selecteer om de indeling in te schakelen. 6Selecteer of om de gegevensvelden te bewerken. Een gegevensscherm toevoegenU kunt extra gegevensschermen toevoegen die worden weergegeven als de timer loopt. 1Houd ingedrukt. 2Selecteer Segmentwaar. > Gegevenspagina's. 3Selecteer > Voeg nieuwe toe. 4Selecteer een scherm dat u wilt toevoegen. Sommige schermen kunnen worden aangepast (Gegevensvelden wijzigen, pagina 4). Een gegevensscherm verwijderen1Houd ingedrukt. 2Selecteer Segmentwaar. > Gegevenspagina's. 4 Training.

3Selecteer om het gegevensscherm dat u wilt verwijderen te openen. 4Selecteer > Verwijder > Ja. Mijn statistiekenHet Edge 130 toestel kan uw persoonlijke statistieken bijhouden en prestatiemetingen berekenen. Voor prestatiemetingen is een compatibele hartslagmeter of vermogensmeter vereist. Uw gebruikersprofiel instellenU kunt de instellingen bijwerken voor geslacht, leeftijd, gewicht, hoogte en maximale hartslag. Het toestel gebruikt deze informatie om nauwkeurige ritgegevens te berekenen. 1Houd ingedrukt. 2Selecteer Mijn statistieken > Gebruikersprofiel. 3Selecteer een optie. Persoonlijke recordsBij het voltooien van een rit worden op het toestel eventuele nieuwe persoonlijke records weergegeven die u tijdens deze rit hebt gevestigd. Tot uw persoonlijke records behoren uw snelste tijd over een standaardafstand, uw langste rit en de grootste stijging tijdens een rit.

Indien het toestel wordt gekoppeld met een compatibele vermogensmeter, wordt het maximale vermogen weergegeven dat tijdens een periode van 20 minuten is geregistreerd. Uw persoonlijke records weergeven1Houd ingedrukt. 2Selecteer Mijn statistieken > Pers. records. Een persoonlijk record terugzettenU kunt elk persoonlijk record terugzetten op de vorige waarde. 1Houd ingedrukt. 2Selecteer Mijn statistieken > Pers. records. 3Selecteer een record om terug te zetten op de vorige waarde. 4Selecteer Opties > Gebruik vorige > Ja. OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze manier niet gewist. Een persoonlijk record verwijderen1Houd ingedrukt. 2Selecteer Mijn statistieken > Pers. records. 3Selecteer een persoonlijk record. 4Selecteer Opties > Wis record > Ja.

NavigatieNavigatiefuncties en -instellingen worden ook gebruikt bij het navigeren van koersen (Koersen, pagina 3) en segmenten (Segmenten, pagina 3). • Locaties (Locaties, pagina 5)• Kaartinstellingen (Gebruikerslocaties weergeven op de kaart, pagina 5)LocatiesU kunt op het toestel locaties vastleggen en bewaren.

Uw locatie markerenVoordat u een locatie kunt markeren, dient u satellieten te zoeken. Een locatie is een punt dat u vastlegt en in het toestel opslaat. Als u oriëntatiepunten wilt onthouden of wilt terugkeren naar een bepaald punt, markeer dan de locatie op de kaart. 1Maak een rit (Een rit maken, pagina 2). 2Houd ingedrukt. 3Selecteer Markeer positie. Er wordt een bericht weergegeven. Het standaardpictogram voor elke locatie is een vlag (De kaartpictogrammen aanpassen, pagina 5). Naar een opgeslagen locatie navigerenVoordat u naar een opgeslagen locatie kunt navigeren, dient u satellieten te zoeken. 1Houd ingedrukt. 2Selecteer Navigatie > Opgeslag. locaties. 3Selecteer een locatie. 4Selecteer Ga naar. 5Selecteer om de rit te beginnen. Terug naar startlocatie navigerenTijdens een rit kunt u op ieder gewenst moment terugkeren naar het startpunt. 1Maak een rit (Een rit maken, pagina 2).

2Selecteer om de rit te pauzeren. 3Selecteer Terug naar start. 4Selecteer Lngs zelfde route of Rechte lijn. 5Selecteer om uw rit te hervatten. Het toestel navigeert terug naar het startpunt van uw rit. Opgeslagen locaties weergevenU kunt details bekijken over opgeslagen locaties, zoals de hoogte en kaartcoördinaten. 1Houd ingedrukt. 2Selecteer Navigatie > Opgeslag. locaties. 3Selecteer een opgeslagen locatie. 4Selecteer Details. Gebruikerslocaties weergeven op de kaart1Houd ingedrukt. 2Selecteer Kaart > Gebr. locaties. 3Selecteer Toon. De kaartpictogrammen aanpassenU kunt kaartpictogrammen aanpassen om verschillende typen opgeslagen locaties te kunnen herkennen. U kunt bijvoorbeeld uw thuislocatie of cafés of restaurants markeren. 1Houd ingedrukt. 2Selecteer Navigatie > Opgeslag. locaties. 3Selecteer een opgeslagen locatie. 4Selecteer Wijzig pictogram. 5Selecteer een optie.

Bluetooth connected functiesHet Edge toestel beschikt over Bluetooth connected functies voor uw compatibele smartphone of fitnesstoestel. Voor sommige functies moet u de Garmin Connect Mobile app op uw smartphone installeren. Ga naar www. garmin. com/intosports/apps voor meer informatie. OPMERKING: Uw toestel moet zijn verbonden met uw Bluetooth smartphone om gebruik te kunnen maken van enkele van deze functies. LiveTrack: Geef uw vrienden en familie de gelegenheid om uw races en trainingsactiviteiten in real-time te volgen. U kunt volgers uitnodigen via e-mail of social media, waardoor zij uw live-gegevens op een Garmin Connect volgpagina kunnen zien. Activiteiten uploaden naar Garmin Connect: Uw activiteit wordt automatisch naar Garmin Connect verstuurd, zodra u klaar bent met het vastleggen van de activiteit.

Koersen en segmenten downloaden van Garmin Connect: Hiermee kunt u met uw smartphone zoeken naar koersen en segmenten op Garmin Connect en deze naar uw toestel verzenden. Interactie met social media: Hiermee kunt u een update op uw favoriete social media-website plaatsen wanneer u een activiteit uploadt naar Garmin Connect. Weerupdates: Verstuurt real-time weersberichten en waarschuwingen naar uw toestel. Meldingen: Geeft telefoonmeldingen en berichten weer op uw toestel. Hulp: Hiermee kunt u via de Garmin Connect Mobile app een automatisch sms-bericht met uw naam en GPS-locatie sturen naar uw contactpersonen voor noodgevallen. Garmin ConnectU kunt contact houden met uw vrienden op Garmin Connect. Garmin Connect biedt u de hulpmiddelen om te volgen, te analyseren, te delen en elkaar aan te moedigen.

Uw activiteiten opslaan: Nadat u een activiteit met uw toestel hebt voltooid en opgeslagen, kunt u die activiteit uploaden naar Garmin Connect en deze zo lang bewaren als u zelf wilt. Uw gegevens analyseren: U kunt meer gedetailleerde informatie over uw activiteit weergeven, zoals tijd, afstand, hoogte, hartslag, verbrande calorieën, cadans, een bovenaanzicht van de kaart, tempo- en snelheidsgrafieken, en instelbare rapporten. OPMERKING: Voor sommige gegevens hebt u een optioneel accessoire nodig, zoals een hartslagmeter. Uw training plannen: U kunt een fitnessdoelstelling kiezen en een van de dagelijkse trainingsplannen laden. Uw activiteiten delen: U kunt contact houden met vrienden en elkaars activiteiten volgen of koppelingen naar uw activiteiten plaatsen op uw favoriete sociale netwerksites.

Uw rit verzenden naar Garmin ConnectLET OPU voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel oplaadt of aansluit op een computer. 1Trek de beschermkap van de USB-poort omhoog. 2Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort op het toestel. 3Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een USB-poort van de computer. 4Ga naar www. garminconnect. com/start. 5Volg de instructies op het scherm. Hulp VOORZICHTIGHulp is een aanvullende functie en dient niet te worden beschouwd als primaire methode voor het verkrijgen van hulp bij ongelukken. De Garmin Connect Mobile app neemt geen contact op met hulpdiensten namens u. Als uw Edge toestel met GPS is verbonden met de Garmin Connect Mobile app, kunt u een automatisch sms-bericht met uw naam en GPS-locatie laten sturen naar uw contactpersonen voor noodgevallen.

Uw via Bluetoothgekoppelde smartphone moet zijn voorzien van een data-abonnement en zich bevinden in het dekkingsgebied van de netwerkprovider voor datacommunicatie. Uw contacten voor noodgevallen moeten sms-berichten kunnen ontvangen (standaard sms-tarieven kunnen van toepassing zijn). Op uw toestel wordt een bericht weergegeven met de mededeling dat uw contactpersonen na een afteltijd zullen worden gewaarschuwd. Als u geen hulp nodig hebt, kunt u het bericht annuleren. De hulpfunctie instellen1U kunt de Garmin Connect Mobile app via de app store op uw telefoon installeren en openen. 2Koppel uw smartphone met het toestel (Uw smartphone koppelen, pagina 1). 6 Bluetooth connected functies.

3Ga naar de instellingen van de Garmin Connect Mobile app, selecteer Contacten voor noodgevallen en geef uw fietsergegevens en de gegevens van in noodgevallen te waarschuwen contactpersonen op. Uw geselecteerde contactpersonen ontvangen een bericht waarin wordt bevestigd dat zij in noodgevallen de te waarschuwen contacten zijn. 4Schakel GPS in op uw Edge toestel (De satellietinstelling wijzigen, pagina 11). Hulp vragenVoordat u hulp kunt vragen, moet u GPS inschakelen op uw Edge toestel en de Garmin Connect Mobile app openen. 1Houd vijf seconden lang ingedrukt om de hulpfunctie te activeren. U hoort een pieptoon en het toestel verzendt het bericht nadat de wachttijd is verstreken. TIP: U kunt selecteren voordat de wachttijd is verstreken om het bericht te annuleren. 2Selecteer indien nodig om het bericht meteen te verzenden.

Een hulpbericht annulerenU kunt het bericht waarin u om hulp vraagt op uw Edgetoestel of uw gekoppelde smartphone annuleren voordat het naar uw contactpersonen voor noodgevallen wordt verzonden. Selecteer Annuleer > Ja voordat de wachttijd van dertig seconden is verstreken. Connect IQ™ functies die u kunt downloadenU kunt Connect IQ functies van Garmin® en andere leveranciers aan uw toestel toevoegen via de Connect IQ Mobile app. Gegevensvelden: Hiermee kunt u nieuwe gegevensvelden downloaden die sensors, activiteiten en historische gegevens op andere manieren presenteren. U kunt Connect IQ gegevensvelden toevoegen aan ingebouwde functies en pagina's. Draadloze sensorsUw toestel kan worden gebruikt in combinatie met draadloze ANT+ of Bluetooth sensors. Ga voor meer informatie over compatibiliteit en de aanschaf van optionele sensors naar http://buy. garmin. com.

De snelheidsensor installerenOPMERKING: Als u deze sensor niet heeft, kunt u deze stap overslaan. TIP: Garmin raadt u aan uw fiets stevig vast te zetten in een rek tijdens de installatie van deze sensor. 1Plaats de snelheidsensor op de wielnaaf.

2Trek de band om de wielnaaf en bevestig deze aan de haak op de sensor. De sensor staat mogelijk schuin bij montage op een asymmetrische naaf. Dit heeft geen invloed op de werking. 3Draai het wiel om de afstand te controleren. De sensor mag geen contact maken met andere onderdelen op de fiets. OPMERKING: De LED knippert vijf seconden groen om de werking te bevestigen nadat het wiel twee keer is rondgegaan. De cadanssensor installerenOPMERKING: Als u deze sensor niet heeft, kunt u deze stap overslaan. TIP: Garmin raadt u aan uw fiets stevig vast te zetten in een rek tijdens de installatie van deze sensor. 1Kies de bandgrootte die nauw aansluit op de pedaalarm. Bij twijfel kiest u de kleinste band die om de pedaalarm past. 2Plaats de platte kant van de cadanssensor aan de binnenkant van de pedaalarm, aan de kant waar niet de aandrijving zit.

3Trek de banden om de pedaalarm en bevestig deze aan de haken op de sensor. 4Draai de pedaalarm rond om de afstand te controleren. De sensor en banden mogen niet in contact komen met enig onderdeel van uw fiets of schoen. OPMERKING: De LED knippert vijf seconden groen om de werking te bevestigen nadat de pedaalarm twee keer is rondgegaan. 5Maak een testrit van 15 minuten en inspecteer de sensor en banden om te controleren of er geen beschadiging optreedt. Snelheid- en cadanssensorsDe cadansgegevens van de cadanssensor worden altijd opgenomen. Als er geen snelheid- en cadanssensor zijn gekoppeld met het toestel, worden GPS-gegevens gebruikt om de snelheid en afstand te berekenen. De cadans is de pedaal- of draaisnelheid. Deze wordt gemeten aan de hand van het aantal omwentelingen van de pedaalarm per minuut (RPM). Draadloze sensors 7.

De hartslagmeter aanbrengenOPMERKING: Als u geen hartslagmeter hebt, kunt u deze paragraaf overslaan. U dient de hartslagmeter direct op uw huid te dragen, net onder uw borstbeen. De hartslagmeter dient strak genoeg te zitten om tijdens de activiteit op zijn plek te blijven. 1Klik de hartslagmetermodule in de band. De Garmin logo's op de module en de band dienen niet ondersteboven te worden weergegeven. 2Bevochtig de elektroden en de contactoppervlakken aan de achterzijde van de band om een sterke verbinding tussen uw borst en de zender tot stand te brengen. 3Wikkel de band om uw borstkas en steek de haak van de band in de lus. OPMERKING: Het label met wasvoorschriften moet niet worden omgevouwen. De Garmin logo's moeten niet ondersteboven worden weergegeven. 4Zorg dat het toestel zich binnen 3 m (10 ft) van de hartslagmeter bevindt.

Nadat u de hartslagmeter omdoet, is deze actief en worden er gegevens verzonden. TIP: Zie (Tips voor onregelmatige hartslaggegevens, pagina 8) als de hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet worden weergegeven. Tips voor onregelmatige hartslaggegevensAls hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet worden weergegeven, kunt u deze tips proberen. • Bevochtig de elektroden en de contactoppervlakken (indien van toepassing). • Trek de band strakker aan om uw borst. • Voer gedurende 5 tot 10 minuten een warming-up uit. • Volg de instructies voor onderhoud (Onderhoud van de hartslagmeter, pagina 12). • Draag een katoenen shirt of maak beide zijden van de band goed nat. Synthetische materialen die langs de hartslagmeter wrijven of er tegen aan slaan, kunnen statische elektriciteit veroorzaken die de hartslagsignalen beïnvloedt.

Bronnen van interferentie zijn bijvoorbeeld sterke elektromagnetische velden, draadloze sensors van 2,4 GHz, hoogspanningsleidingen, elektrische motoren, ovens, magnetrons, draadloze telefoons van 2,4 GHz en draadloze LAN-toegangspunten. FitnessdoelstellingenAls u uw hartslagzones kent, kunt u uw conditie meten en verbeteren door de onderstaande principes te begrijpen en toe te passen. • Uw hartslag is een goede maatstaf voor de intensiteit van uw training. • Training in bepaalde hartslagzones kan u helpen uw cardiovasculaire capaciteit en kracht te verbeteren. Als u uw maximale hartslag kent, kunt u de tabel (Berekeningen van hartslagzones, pagina 15) gebruiken om de beste hartslagzone te bepalen voor uw fitheidsdoeleinden. Als u uw maximale hartslag niet kent, gebruik dan een van de rekenmachines die beschikbaar zijn op internet.

Bij sommige sportscholen en gezondheidscentra kunt u een test doen om de maximale hartslag te meten. De standaard maximale hartslag is 220 min uw leeftijd. HersteladviesU kunt uw Garmin toestel met een hartslagmeter gebruiken om de tijd weer te geven die resteert voordat u volledig bent hersteld en klaar bent voor uw volgende intensieve workout. Hersteltijd: De hersteltijd verschijnt direct na afloop van een activiteit. De tijd loopt af naar het optimale moment voor een nieuwe intensieve workout. Uw hersteltijd weergevenVoordat u de hersteltijdfunctie kunt gebruiken, moet u een hartslagmeter omdoen en deze koppelen met uw toestel (De draadloze sensoren koppelen, pagina 9). Als de hartslagmeter is meegeleverd met uw toestel, zijn het toestel en de sensor al gekoppeld.

indicatiesVO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in milliliter) dat u kunt verbruiken per minuut, per kilo lichaamsgewicht tijdens maximale inspanning. In eenvoudige bewoordingen: VO2 max. is een indicatie van atletische prestaties, die meegroeit met uw fitnessniveau. Waarden voor geschat VO2 max. worden geleverd en ondersteund door Firstbeat. U kunt uw Garmin toestel gekoppeld met een compatibele hartslagmeter en vermogensmeter gebruiken voor weergave van uw VO2 max. indicatie voor fietsen. Geschat VO2 max. weergevenVoordat u uw geschat VO2 max. kunt weergeven, moet u de hartslagmeter omdoen, de vermogensmeter installeren en de meters koppelen met uw toestel (De draadloze sensoren koppelen, pagina 9). Als de hartslagmeter is meegeleverd met uw toestel, zijn het toestel en de sensor al gekoppeld.

Vul uw gebruikersprofiel in en stel uw maximale hartslag in voor de meest nauwkeurige schatting (Uw gebruikersprofiel instellen, pagina 5). OPMERKING: In eerste instantie lijken de schattingen mogelijk onnauwkeurig. U moet het toestel een paar keer gebruiken zodat het uw fietsprestaties leert begrijpen. 1Fiets ten minste 20 minuten buiten met constante, hoge inspanning. 2Selecteer Bewaar rit na afloop van uw rit. 8 Draadloze sensors.

3Houd ingedrukt. 4Selecteer Mijn statistieken > VO2 max. Uw geschat VO2 max. wordt als een getal en positie weergegeven op de balk. Gegevens over en analyse van VO2 max. worden geleverd met toestemming van The Cooper Institute®. Raadpleeg de appendix (Standaardwaarden VO2 Max. , pagina 14), en ga naar www. CooperInstitute. org voor meer informatie. Tips voor VO2 max. -indicaties voor fietsenAls uw rit een langdurige, tamelijk grote inspanning vergt en hartslag en vermogen niet sterk variëren, kan de VO2 max. -waarde nauwkeuriger worden berekend. • Controleer vóór uw rit of uw toestel, hartslagmeter en vermogensmeter goed werken, zijn gekoppeld en zijn voorzien van een opgeladen batterij. • Houd uw hartslag gedurende uw rit van 20 minuten op meer dan 70% van uw maximale hartslag. • Houd gedurende uw rit van 20 minuten uw uitgangsvermogen tamelijk constant. • Vermijd heuvelachtig terrein.

• Rij niet in peloton als er veel wordt gewaaierd. De draadloze sensoren koppelenVoordat u kunt koppelen, moet u de hartslagmeter omdoen of de sensor plaatsen. Koppelen is het verbinden van ANT+ of draadloze Bluetooth sensoren, Bijvoorbeeld het verbinden van een hartslagmeter met uw Garmin toestel. 1Breng het toestel binnen 3 m (10 ft. ) van de sensor. OPMERKING: Zorg ervoor dat u minstens 10 m (33 ft. ) bij sensoren van andere gebruikers vandaan bent tijdens het koppelen. 2Houd ingedrukt. 3Selecteer Sensors > Voeg sensor toe. Er wordt een lijst met beschikbare sensoren weergegeven. 4Selecteer een of meerdere sensoren om te koppelen met uw toestel. Wanneer de sensor is gekoppeld met uw toestel, is de sensorstatus Verbonden. U kunt een gegevensveld aanpassen om sensorgegevens weer te geven. Trainen met vermogensmeters• Ga naar www. garmin.

De vermogensmeter kalibrerenVoordat u uw vermogensmeter kunt kalibreren, moet deze correct zijn geïnstalleerd, gekoppeld met uw toestel en actief gegevens vastleggen. Raadpleeg de documentatie van de fabrikant voor instructies over het kalibreren van uw vermogensmeter. 1Houd ingedrukt. 2Selecteer Sensors. 3Selecteer uw vermogensmeter. 4Selecteer Opties > Kalibreer. 5Zorg dat uw vermogensmeter actief blijft door te blijven trappen tot het bericht wordt weergegeven. 6Volg de instructies op het scherm. Vermogen in de pedalenVector meet het vermogen in de pedalen. Vector meet een paar honderd keer per seconde de kracht die u uitoefent. Vector meet ook uw cadans of pedaalrotatiesnelheid. Door de kracht, de richting van de kracht, de rotatie van de pedaalarm en de tijd te meten, kan Vector het vermogen bepalen (Watt).

OmgevingsbewustzijnUw Edge toestel kan worden gebruikt met Varia™ slimme fietsverlichting en achteruitkijkradar voor een verbeterd omgevingsbewustzijn. Raadpleeg de handleiding van het Varia toestel voor meer informatie. OPMERKING: U moet mogelijk de Edge software bijwerken voordat u Varia toestellen kunt koppelen (De software bijwerken via Garmin Express, pagina 13). GeschiedenisTot de geschiedenisgegevens behoren tijd, afstand, calorieën, snelheid, rondegegevens, hoogte en optionele ANT+ sensorgegevens. OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer de timer is gestopt of gepauzeerd. Als het geheugen van het toestel vol is, wordt er een bericht weergegeven. Het toestel overschrijft of verwijdert niet automatisch uw geschiedenis. Upload uw geschiedenis regelmatig naar Garmin Connect om al uw ritgegevens bij te houden. Ritdetails weergeven1Houd ingedrukt.

2Selecteer Geschiedenis > Ritten. 3Selecteer een rit. 4Selecteer een optie. Een rit verwijderen1Houd ingedrukt. 2Selecteer Geschiedenis > Ritten. 3Selecteer een rit om te verwijderen. 4Selecteer Wis > Ja.

Het toestel aansluiten op uw computerLET OPU voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel oplaadt of aansluit op een computer. 1Trek de beschermkap van de USB-poort omhoog. 2Sluit de kleine connector van de USB-kabel aan op de USB-poort. 3Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een USB-poort van de computer. Uw toestel wordt als verwisselbaar station weergegeven in Deze computer op Windows computers en als geïnstalleerd volume op Mac computers. Bestanden overbrengen naar uw toestel1Verbind het toestel met uw computer. Op Windows computers wordt het toestel weergegeven als een verwisselbaar station of draagbaar apparaat. Op Mac computers wordt het toestel weergegeven als een geïnstalleerd volume. OPMERKING: Op sommige computers met meerdere netwerkstations worden toestelstations mogelijk niet correct weergegeven.

Zie de documentatie bij uw besturingssysteem voor meer informatie over het toewijzen van het station. 2Open de bestandsbrowser op de computer. 3Selecteer een bestand. 4Selecteer Edit > Copy. 5Open het draagbare apparaat, station of volume voor het toestel. 6Blader naar een map. 7Selecteer Edit > Paste. Het bestand verschijnt in de lijst met bestanden in het geheugen van het toestel. Bestanden verwijderenLET OPAls u niet weet waar een bestand voor dient, verwijder het dan niet. Het geheugen van het toestel bevat belangrijke systeembestanden die niet mogen worden verwijderd. 1Open het Garmin station of volume. 2Open zo nodig een map of volume. 3Selecteer een bestand. 4Druk op het toetsenbord op de toets Delete. OPMERKING: Als u een Apple® computer gebruikt, moet u de map Trash leegmaken om de bestanden volledig te verwijderen.

De USB-kabel loskoppelenAls uw toestel als een verwisselbaar station of volume is aangesloten op uw computer, dient u het toestel op een veilige manier los te koppelen om gegevensverlies te voorkomen.

Als uw toestel als een draagbaar toestel is aangesloten op uw Windows computer, hoeft u het niet op een veilige manier los te koppelen. 1Voer een van onderstaande handelingen uit:• Op Windows computers: Selecteer het pictogram Hardware veilig verewijderen in het systeemvak en selecteer uw toestel. • Voor Apple computers selecteert u het toestel en selecteert u File > Eject. 2Koppel de kabel los van uw computer. Gegevenstotalen weergevenU kunt de totalen van verzamelde gegevens weergeven die u hebt opgeslagen op uw toestel, zoals het aantal ritten, tijd, afstand en calorieën. 1Houd ingedrukt. 2Selecteer Geschiedenis > Totalen. Uw toestel aanpassenSysteeminstellingenHoud ingedrukt en selecteer Systeem. Taal voor tekst: Hiermee kunt u de taal van het toestel instellen (De taal van het toestel wijzigen, pagina 10).

Time-out van scherm: Hiermee kunt u de tijdsduur instellen voordat de schermverlichting wordt uitgeschakeld. Geluiden: Hiermee schakelt u geluidssignalen voor knoppen en waarschuwingsberichten in of uit (De toesteltonen in- en uitschakelen, pagina 10). Eenheden: Hiermee kunt u de op het toestel gebruikte meeteenheden instellen. Tijd: Hiermee stelt u de tijdinstellingen in. Positieweergave: Hiermee stelt u de notatie in voor weergave van de geografische positiecoördinaten. Automatisch uitschakelen: Hiermee kunt u instellen dat het toestel automatisch wordt uitgeschakeld na 10 minuten inactiviteit. Herstel: Hiermee kunt u de systeeminstellingen herstellen of alle gebruikersgegevens wissen (Alle standaardinstellingen herstellen, pagina 13).

Over: Hiermee geeft u de softwareversie en de toestel-id weer en kunt u controleren of er software-updates zijn (Informatie over regelgeving en compliance op e-labels weergeven, pagina 12). De taal van het toestel wijzigen1Houd ingedrukt. 2Selecteer Systeem > Taal voor tekst. De maateenheden wijzigenU kunt de maateenheden voor afstand en snelheid aanpassen. 1Houd ingedrukt. 2Selecteer Systeem > Eenheden.

De toesteltonen in- en uitschakelen1Houd ingedrukt. 2Selecteer Systeem > Geluiden. De functie Automatisch uitschakelen gebruikenMet deze functie wordt het toestel automatisch uitgeschakeld na 10 minuten inactiviteit. 1Houd ingedrukt. 2SelecteerSysteem > Automatisch uitschakelen. RitinstellingenHoud ingedrukt en selecteer Segmentwaar. Gegevenspagina's: Hiermee kunt u gegevensschermen aanpassen en nieuwe gegevensschermen toevoegen voor de rit (Gegevensvelden wijzigen, pagina 4). Waarschuwingen: Hiermee stelt u de trainingswaarschuwingen in voor uw rit (Waarschuwingen, pagina 11). Ronden: Hiermee kunt u de opties instellen voor de functie Auto Lap (Ronden markeren, pagina 4). 10 Uw toestel aanpassen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Garmin Edge 130 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden