Garmin Edge 1050 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Garmin Edge 1050 (114 pagina’s), behorend tot de categorie Fietscomputer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 104 mensen. Heb je een vraag over Garmin Edge 1050 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Garmin |
| Categorie: | Fietscomputer |
| Model: | Edge 1050 |
Handleiding Garmin Edge 1050 – volledige tekst
© 2024 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijenAlle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www. garmin. com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product. Garmin®, het Garmin logo, ANT+®, Auto Lap®, Auto Pause®, Edge®, fēnix®, Forerunner®, inReach®, VIRB® en Virtual Partner® zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen.
Connect IQ™, Firstbeat Analytics™, Garmin Connect™, Garmin Express™, Garmin Pay™, HRM-Dual™, HRM-Fit™, HRM-Pro™ serie, Index™, Rally™, tempe™, Varia™, en Vector™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming van Garmin. Android™ is een handelsmerk van Google Inc. Apple® en Mac® zijn handelsmerken van Apple, Inc. , geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Het woordmerk en de logo's van BLUETOOTH® zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie verkregen. The Cooper Institute®, en alle gerelateerde handelsmerken, zijn het eigendom van The Cooper Institute. iPhone® is een handelsmerk van Apple Inc. , geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Di2™en Shimano STEPS™ zijn handelsmerken van Shimano, Inc.
Training Stress Score™ (TSS), Intensity Factor™ (IF) en Normalized Power™ (NP) zijn handelsmerken van Peaksware, LLC. STRAVA en Strava™ zijn handelsmerken van Strava, Inc. Wi‑Fi® is een geregistreerd handelsmerk van Wi-Fi Alliance Corporation. Windows® en Windows NT® zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Overige handelsmerken en merknamen zijn het eigendom van hun respectieve eigenaars. Dit product is ANT+® gecertificeerd. Ga naar www. thisisant. com/directory voor een lijst met compatibele producten en apps. M/N: A04741.
InhoudsopgaveInleiding. 1Overzicht van het toestel. 1Overzicht startscherm. 3Widgets weergeven. 3Glances weergeven. 4Het aanraakscherm gebruiken. 4Het aanraakscherm vergrendelen. 4Satellietsignalen ontvangen. 5Training. 5Een rit maken. 5De virtuele fietsbel gebruiken. 6Een activiteit evalueren. 6Uniforme trainingsstatus. 6Trainingsplannen. 7Garmin Connect trainingsplannen gebruiken. 7De trainingsagenda weergeven. 7Power Guide. 7Maken van een Power Guide. 8Starten met een Power Guide. 8Workouts. 8Een workout maken. 9Workoutstappen herhalen. 9Een workout bewerken. 9Een aangepaste workout maken op Garmin Connect. 10Een workout vanuit Garmin Connect volgen. 10Dagelijkse aanbevolen workouts. 10Een dagelijkse voorgestelde workout volgen. 10Aanwijzingen voor dagelijkse aanbevolen workouts in- en uitschakelen. 10Een workout beginnen. 11Een workout stoppen. 11Workouts verwijderen. 11Segmenten.
11Strava™ segmenten. 11De Strava widget Segmentverkenner gebruiken. 12Een segment volgen vanuit Garmin Connect. 12Segmenten inschakelen. 12Tegen een segment racen. 13Segmentgegevens weergeven. 13Segmentopties. 14Een segment verwijderen. 14Indoortrainingen. 14Uw indoortrainer koppelen. 14Een indoortrainer gebruiken. 15Weerstand instellen. 15Doelvermogen instellen. 15Intervalworkouts. 15Een intervalworkout maken. 16Een intervalworkout starten. 16Racen tegen een eerder voltooide activiteit. 16Training voor een wedstrijdevenement. 16Racekalender en Primair evenement. 17Een trainingsdoel instellen. 17Mijn statistieken. 17Prestatiemetingen. 18Trainingsstatusniveaus. 19Tips voor het verkrijgen van uw trainingsstatus. 19Over VO2 max. indicaties. 19Geschat VO2 max. weergeven. 20Tips voor VO2 max. -indicaties voor fietsen. 21Hartslag- en hoogteacclimatisatie. 21Acute belasting.
Activiteiten en prestatiemetingen synchroniseren. 29Prestatiemeldingen uitschakelen. 29Uw trainingsstatus pauzeren. 30Uw gepauzeerde trainingsstatus hervatten. 30Uw fitnessleeftijd weergeven. 30Minuten intensieve training weergeven. 30Persoonlijke records. 30Uw persoonlijke records weergeven. 30Een persoonlijk record terugzetten. 31Een persoonlijk record verwijderen. 31Trainingszones. 31Navigatie. 31Locaties. 31Uw locatie markeren. 31Locaties opslaan vanaf de kaart. 31Naar een locatie navigeren. 32Terug naar startlocatie navigeren. 32Een rit starten vanaf een gedeelde locatie. 33Tijdens een rit naar een gedeelde locatie navigeren. 34Stoppen met navigeren. 34Locaties bewerken. 34Een locatie verwijderen. 34Een locatie delen vanaf een kaart met behulp van de Garmin Connect app. 35Een gevaar melden. 35Koersen. 36Een koers plannen en volgen. 36Een rondrit maken en volgen.
37Een koers maken op basis van een recente rit. 37Een koers volgen vanaf Garmin Connect. 38Tips voor het rijden van een koers. 38Koersgegevens weergeven. 38Een koers op de kaart weergeven. 39Koersopties. 39De route van een koers wijzigen. 39Een koers stoppen. 39Een koers verwijderen. 39Trailforks routes. 39ClimbPro gebruiken. 40De widget Climb Explore gebruiken. 40Klimcategorieën. 41Kaartinstellingen. 41Instellingen kaartweergave. 41De oriëntatie van de kaart wijzigen. 42Kaarten beheren. 42Route-instellingen. 42Een activiteit selecteren voor routeberekening. 42Connected functies. 42Uw smartphone koppelen. 43Bluetooth connected functies. 43Veiligheids- en trackingfuncties. 44Ongevaldetectie. 44Ongevaldetectie in- en uitschakelen. 44Assistance. 45Hulp vragen. 45Contacten voor noodgevallen toevoegen. 45Uw contacten voor noodgevallen weergeven. 45Een automatisch bericht annuleren.
90Gebruikersgegevens en instellingen wissen. 90Demomodus verlaten. 91Levensduur van de batterij maximaliseren. 91De Batterijspaarstand inschakelen. 91Ik kan mijn smartphone niet koppelen met het toestel. 91De ontvangst van GPS-signalen verbeteren. 92Op mijn toestel wordt niet de juiste taal gebruikt. 92De hoogte instellen. 92Temperatuurmetingen. 92iv Inhoudsopgave.
Druk om het toestel in de slaapstand te zetten of eruit te halen.Houd ingedrukt om het toestel in of uit te schakelen en het aanraakscherm te vergrendelen.Druk op om een nieuwe ronde te markeren of naar de volgende fase van een workout te gaan.USB-poort (onder beschermkap)Til het beschermkapje op om het toestel op te laden of sluit het aan op een computer.Breng het beschermkapje van de USB-poort goed aan om beschadiging van de poort te voorkomen (De USB-poort reinigen, pagina86).Druk hierop om de activiteitentimer te starten of te stoppen.Korte blikVeeg omhoog op het startscherm om de glances te bekijken of te bewerken (Glances weergeven, pagina4).Selecteer om de glance of het menu te openen.Tik op deze knop om het hoofdmenu te openen.Dynamisch gebiedSelecteer of veeg door uw vorige ritten en totalen, dagelijkse aanbevolen workouts, trainingsstatusupdates en meer.ActiviteitenprofielVeeg naar links of rechts om het activiteitenprofiel te wijzigen.Selecteer om het activiteitenprofiel te openen en maak een rit.WidgetsVeeg vanaf de bovenkant van het scherm naar beneden om de widgets weer te geven en veeg naar links of rechts om meer widgets te bekijken (Widgets weergeven, pagina3).Elektronische contactpuntenU kunt opladen met behulp van een extern voedingsaccessoire.OPMERKING: Ga naar buy.garmin.com als u optionele accessoires wilt kopen.2 Inleiding
Overzicht startschermVanuit het startscherm hebt u snel toegang tot alle functies van de Edge fietscomputer.BatterijstatusGPS-signaalsterkteBluetooth® statusSynchronisatie bezigSelecteer om een rit te maken.Gebruik de pijlen om het fietsprofiel te wijzigen.Dynamisch gebiedSelecteer of veeg door uw vorige ritten en totalen, dagelijkse aanbevolen workouts, trainingsstatusupdates en recent gemaakte koersen en workouts.Selecteer om uw segmenten, workouts en andere trainingsopties te openen.Selecteer om de kaart te bekijken, een locatie te markeren, locaties te zoeken en een koers te maken of te navigeren.Selecteer om verbonden functies, persoonlijke records, contactpersonen en instellingen weer te geven.Selecteer om uw Connect IQ™ apps, widgets en gegevensvelden weer te geven.Widgets weergevenUw toestel wordt geleverd met diverse vooraf geïnstalleerde widgets, en als u uw toestel koppelt met een smartphone of ander compatibel toestel, zijn er nog meer widgets beschikbaar.1 Veeg in het startscherm of tijdens een rit omlaag vanaf de bovenkant van het scherm.De statuswidget wordt weergegeven.
Een knipperend pictogram geeft aan dat het toestel een signaal zoekt. Een niet-knipperend pictogram geeft aan dat het signaal is gevonden of de sensor is verbonden. U kunt elk pictogram selecteren om de instellingen te wijzigen.2 Veeg naar links of rechts om meer widgets te bekijken.Als u de volgende keer naar beneden veegt op de widgets te bekijken, wordt de laatst bekeken widget weergegeven.Inleiding 3
Glances weergevenGlances bieden snelle toegang tot gezondheidsgegevens, activiteitgegevens, ingebouwde sensoren en meer.• Veeg in het startscherm omhoog.Het toestel bladert door de glances.• Selecteer een glance om extra informatie weer te geven.• Selecteer om de glances aan te passen (De glances aanpassen, pagina77).Het aanraakscherm gebruiken• Tik op het scherm wanneer de timer loopt om de timer-overlay weer te geven.Met de timer-overlay kunt u teruggaan naar het startscherm tijdens een rit.• Selecteer om terug te keren naar het startscherm.• Veeg of selecteer de pijlen om te bladeren.• Veeg in het startscherm omhoog om de glances te bekijken.• Veeg in het startscherm of ritscherm omlaag om de widgets weer te geven.• Selecteer om een menu te openen.• Selecteer om terug te keren naar de vorige pagina.• Selecteer om uw wijzigingen op te slaan en de pagina te sluiten.• Selecteer om de pagina te sluiten en terug te keren naar de vorige pagina.• Selecteer om nabij een locatie te zoeken.• Selecteer om een item te verwijderen.• Selecteer voor meer informatie.Het aanraakscherm vergrendelenU kunt het scherm vergrendelen om te voorkomen dat u per ongeluk op het scherm tikt en functies activeert.• Houd ingedrukt en selecteer Vergrendel scherm.• Selecteer tijdens een activiteit.4 Inleiding
Satellietsignalen ontvangenHet toestel dient mogelijk vrij zicht op de satellieten te hebben om satellietsignalen te kunnen ontvangen. De tijd en datum worden automatisch ingesteld op basis van uw GPS-positie.TIP: Ga voor meer informatie over GPS naar www.garmin.com/aboutGPS.1 Ga naar buiten naar een open gebied.De voorzijde van het toestel moet naar de lucht zijn gericht.2 Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.Het kan 30 tot 60 seconden duren voordat satellietsignalen worden gevonden.TrainingEen rit makenAls u een draadloze sensor of draadloos accessoire gebruik, kunt u deze koppelen en activeren bij de eerste installatie (De draadloze sensoren koppelen, pagina61).
Als bij uw toestel een draadloze sensor is meegeleverd, zijn de toestellen al gekoppeld en kunnen ze bij eerste installatie worden geactiveerd.1 Houd ingedrukt om het toestel in te schakelen.2 Ga naar buiten en wacht tot het toestel satellieten heeft gevonden.De satellietbalken worden groen als het toestel gereed is.3 Veeg in het startscherm naar links of rechts om het fietsprofiel te veranderen.4 Druk op om de activiteitentimer te starten.OPMERKING: De geschiedenis wordt alleen vastgelegd als de activiteiten-timer is gestart.5 Veeg naar links of rechts om meer gegevensschermen te bekijken.U kunt omlaag vegen vanaf de bovenkant van de gegevensschermen om de widgets weer te geven.6 Tik indien nodig op het scherm om de statusoverlaygegevens (inclusief de levensduur van de batterij) weer te geven of terug te gaan naar het startscherm.7 Selecteer om de activiteitentimer te stoppen.TIP: Voordat u deze rit opslaat en deelt op uw Garmin Connect™ account, kunt u selecteren om het rittype wijzigen.
Het is uw verantwoordelijkheid op de hoogte te zijn van en te handelen in overeenstemming met alle toepasselijke wetten, voorschriften en verordeningen betreffende het gebruik van fietsbellen op de plaats waar u dit toestel wilt gaan gebruiken.U kunt voetgangers en andere fietsers waarschuwen wanneer u ze nadert of passeert.1 Maak een rit.2 Tik op het scherm om de timer-overlay weer te geven.3 Selecteer .Een activiteit evaluerenU kunt de instelling voor zelfevaluatie aanpassen voor uw activiteitenprofielen (Trainingsinstellingen, pagina70).1 Selecteer Sla op nadat u een activiteit hebt voltooid.2 Selecteer of om een getal te kiezen dat overeenkomt met uw waargenomen inspanning.OPMERKING: U kunt Overslaan selecteren om de zelfevaluatie over te slaan.3 Selecteer hoe u zich voelde tijdens de activiteit.4 Selecteer Accepteer.U kunt evaluaties in de Garmin Connect app bekijken.Uniforme trainingsstatusWanneer u meer dan één Garmin® toestel gebruikt met uw Garmin Connect account, kunt u kiezen welk toestel de primaire gegevensbron is voor dagelijks gebruik en voor trainingsdoeleinden.In de Garmin Connect app selecteert u > Instellingen.Primair trainingstoestel: Hiermee stelt u de belangrijkste gegevensbron in voor trainingsstatistieken, zoals uw trainingsstatus en focus op belasting.Primaire wearable: Hiermee wordt de belangrijkste gegevensbron ingesteld voor dagelijkse gezondheidsgegevens, zoals stappen en slaap.
TrainingsplannenU kunt een trainingsplan instellen in uw Garmin Connect account en de workouts van het trainingsplan naar uw toestel verzenden. Alle geplande workouts die naar het toestel worden verzonden, worden weergegeven in de trainingsagenda. Garmin Connect trainingsplannen gebruikenVoordat u een trainingsplan kunt downloaden en gebruiken, moet u over een Garmin Connect account beschikken (Garmin Connect, pagina67), en moet u de Edge fietscomputer met een compatibele smartphone koppelen. 1 In de Garmin Connect app selecteert u. 2 Selecteer Training & planning > Trainingsplannen. 3 Selecteer en plan een trainingsplan. 4 Volg de instructies op het scherm. 5 Bekijk het trainingsplan in uw agenda. De trainingsagenda weergevenAls u een dag selecteert in de trainingsagenda, kunt u de workout weergeven of starten. U kunt ook opgeslagen ritten weergeven. 1 Selecteer Training. 2 Selecteer.
3 Selecteer een dag om een geplande workout of een opgeslagen rit weer te geven. Power GuideU kunt een energiestrategie ontwikkelen en gebruiken om uw inspanningen op een koers te plannen. Uw Edge toestel gebruikt uw FTP, de koershoogte en de verwachte tijd die u nodig hebt om de koers te voltooien om een aangepaste power guide te maken. Een van de belangrijkste stappen bij het plannen van een succesvolle power guide strategie is het kiezen van uw inspanningsniveau. Door meer inspanning te leveren tijdens de koers wordt de energie-aanbeveling verhoogd, bij minder inspanning wordt deze verlaagd (Maken van een Power Guide, pagina8). Het primaire doel van een power guide is om u te helpen de koers te voltooien op basis van wat bekend is over uw vermogen, en niet om een specifieke doeltijd te bereiken. U kunt het inspanningsniveauniveau tijdens uw rit aanpassen.
Power guides zijn altijd gekoppeld aan een koers en kunnen niet worden gebruikt met workouts of segmenten. U kunt uw strategie bekijken en bewerken in Garmin Connect en synchroniseren met compatibele Garmin toestellen.
Maken van een Power GuideVoordat u een power guide kunt maken, moet u een vermogensmeter koppelen met uw toestel (De draadloze sensoren koppelen, pagina61).1 Selecteer Training > Power Guide > .2 Selecteer een optie:• Selecteer Opgesl. koers gebr.
om een opgeslagen koers te gebruiken en selecteer de koers.• Selecteer Koers maken om een nieuwe koers te maken, selecteer Sla op, voer een naam voor de koers in en selecteer .3 Selecteer Maak Power Guide.4 Geef een naam op voor de power guide en selecteer .5 Selecteer een rijpositie.6 Selecteer een gewicht van uitrusting.7 Selecteer Sla op.Starten met een Power GuideVoordat u een Power Guide kunt starten, moet u een Power Guide maken (Maken van een Power Guide, pagina8).1 Selecteer Training > Power Guide.2 Selecteer een power guide.3 Selecteer Rijden.4 Druk op om de activiteitentimer te starten.WorkoutsU kunt aangepaste workouts maken met doelen voor elke workoutstap en voor verschillende afstanden, tijden en calorieën. U kunt workouts maken met behulp van Garmin Connect en die overbrengen naar uw toestel.
Het is ook mogelijk een workout direct op uw toestel te maken en op te slaan.U kunt workouts plannen met behulp van Garmin Connect. U kunt workouts van tevoren plannen en ze opslaan in het toestel.8 Training
Een workout maken1 Selecteer Training > Workouts >. 2 Selecteer > Wijzig naam, voer een workoutnaam in en selecteer (optioneel). 3 Selecteer Voeg nwe stap toe. 4 Selecteer het type workoutstap. Selecteer bijvoorbeeld Rust om de stap als een rustronde te gebruiken. Tijdens een rustronde blijft de activiteitentimer doorlopen en worden gegevens vastgelegd. 5 Selecteer de duur van de workoutstap. Selecteer bijvoorbeeld Afstand om de stap te laten eindigen na een bepaalde afstand. 6 Voer indien nodig een aangepaste waarde in voor de duur. 7 Selecteer het doeltype voor de workoutstap. Selecteer bijvoorbeeld Hartslagzone als u een consistente hartslag wilt houden gedurende de stap. 8 Selecteer zo nodig een doelzone of voer een aangepast bereik in. U kunt bijvoorbeeld een hartslagzone invoeren.
Steeds wanneer de opgegeven waarde voor hartslag wordt overschreden of juist niet wordt bereikt, geeft het toestel een pieptoon en wordt er een bericht weergegeven. OPMERKING: U kunt ook een secundair doel selecteren. U kunt bijvoorbeeld vijf minuten rijden in een vermogenszone als uw primaire doel, met een cadanswaarde als uw secundaire doel. 9 Selecteer om de stap op te slaan. 10 Selecteer Voeg nwe stap toe om extra stappen toe te voegen aan de workout. 11 Selecteer Voeg nwe stap toe > Herhaal > om een stap te herhalen. 12 Selecteer om de workout op te slaan. Workoutstappen herhalenVoordat u een workoutstap kunt herhalen, moet u een workout met ten minste één stap maken. 1 Selecteer Voeg nwe stap toe. 2 Selecteer een optie:• Selecteer Herhaal als u een stap een of meer keren wilt herhalen. U kunt bijvoorbeeld een stap van 5 mijl tien keer herhalen.
• Selecteer Herhaal tot als u een stap gedurende een bepaalde tijd wilt herhalen. U kunt bijvoorbeeld een stap van 5 mijl gedurende 60 minuten herhalen of totdat uw hartslag 160bpm (slagen per minuut) bedraagt. 3 Selecteer Terug naar stap en selecteer een stap die u wilt herhalen. 4 Selecteer om de stap op te slaan.
Een aangepaste workout maken op Garmin ConnectVoordat u een workout kunt maken met de Garmin Connect app, moet u een Garmin Connect account hebben (Garmin Connect, pagina67).1 Selecteer in de Garmin Connect app het .2 Selecteer Training & planning > Workouts > Maak een workout.3 Selecteer een activiteit.4 Maak uw aangepaste workout.5 Selecteer Sla op.6 Geef een naam op voor de workout en selecteer Sla op.De nieuwe workout wordt weergegeven in uw lijst met workouts.OPMERKING: U kunt deze workout naar uw toestel verzenden (Een workout vanuit Garmin Connect volgen, pagina10).Een workout vanuit Garmin Connect volgenVoordat u een workout kunt downloaden van Garmin Connect, moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin Connect, pagina67).1 Selecteer een optie:• Open de Garmin Connect app en selecteer .• Ga naar connect.garmin.com.2 Selecteer Training & planning > Workouts.3 Zoek een workout of maak een nieuwe workout en sla deze op.4 Selecteer of Verzend naar toestel.5 Volg de instructies op het scherm.Dagelijkse aanbevolen workoutsDagelijkse aanbevolen workouts worden aanbevolen op basis van uw vorige activiteiten die zijn opgeslagen in uw Garmin Connect account.
Wanneer u traint voor een race-evenement, worden uw dagelijks aanbevolen workouts weergegeven in uw trainingsagenda (De trainingsagenda weergeven, pagina7) en worden deze aangepast aan uw komende race (Training voor een wedstrijdevenement, pagina16).OPMERKING: U moet één week met hartslag- en vermogensmeter fietsen om workout-aanbevelingen te ontvangen.Een dagelijkse voorgestelde workout volgenU moet één week met hartslag- en vermogensmeter fietsen om workout-aanbevelingen te ontvangen.1 Selecteer Training > Workouts > Dagelijkse aanbevolen workout.2 Selecteer Rijden.Aanwijzingen voor dagelijkse aanbevolen workouts in- en uitschakelen1 Selecteer Training > Workouts > Dagelijkse aanbevolen workout > .2 Selecteer Tonen op startscherm.10 Training
Een workout beginnen1 Selecteer Training > Workouts. 2 Selecteer een workout. 3 Selecteer indien nodig een optie:• Selecteer om een koers aan uw workout toe te voegen. • Selecteer om het weer te bekijken. • Selecteer om uw aanbevolen basisbenodigdheden voor de rit te bekijken. 4 Selecteer Rijden. 5 Druk op om de activiteitentimer te starten. Nadat een workout is gestart, geeft het toestel de verschillende stappen van de workout, het doel (indien ingesteld) en de huidige workoutgegevens weer. U hoort een geluidssignaal wanneer u op het punt staat een stap in de workout te voltooien. Er wordt een bericht weergegeven waarin de tijd of afstand tot de nieuwe stap wordt afgeteld. Een workout stoppen• U kunt op elk moment indrukken om een workoutstap te beëindigen en te beginnen met de volgende stap.
• Veeg in het scherm Workout vanaf de onderkant van het scherm omhoog en selecteer een optie: ◦ Selecteer om de huidige workoutstap te pauzeren. ◦ Selecteer om een workoutstap te beëindigen en de vorige stap te herhalen. ◦ Selecteer om een workoutstap te beëindigen en te beginnen met de volgende stap. • U kunt op elk gewenst moment indrukken om de activiteitentimer te stoppen. • U kunt op elk moment vanaf de bovenkant van het scherm naar beneden vegen en op de bedieningswidget Stop workout > selecteren om de workout te beëindigen. Workouts verwijderen1 Selecteer Training > Workouts > > Verwijder meerdere. 2 Selecteer een of meer workouts. 3 Selecteer. SegmentenEen segment volgen: U kunt segmenten vanuit uw Garmin Connect account verzenden naar uw toestel. Nadat het segment is opgeslagen op uw toestel, kunt u het segment volgen.
OPMERKING: Wanneer u een koers downloadt vanaf uw Garmin Connect account, worden alle segmenten in de koers automatisch gedownload. Tegen een segment racen: U kunt tegen een segment racen en proberen om uw persoonlijke record of andere fietsers die het segment hebben gereden te evenaren of te overtreffen.
Strava™ segmentenU kunt Strava segmenten downloaden op uw Edge 1050 toestel. Volg Strava segmenten om uw prestaties te vergelijken met uw prestaties in vorige ritten en die van vrienden en profs die hetzelfde segment hebben gereden. Als u zich wilt aanmelden voor een Strava lidmaatschap, gaat u naar de widget Segmenten in uw Garmin Connect account. Ga voor meer informatie naar www. strava. com. De informatie in deze handleiding is van toepassing op zowel Garmin Connect segmenten als Strava segmenten. Training 11.
De Strava widget Segmentverkenner gebruikenMet de Strava widget Segmentverkenner kunt u Strava segmenten in de buurt bekijken en afleggen.1 Selecteer een segment in de Strava widget Segmentverkenner.2 Selecteer een optie:• Selecteer om het segment te starten in uw Strava account.• Selecteer Download > Rijden om een segment op uw toestel te downloaden en te rijden.• Selecteer Rijden om een gedownload segment te rijden.3 Selecteer of om uw segmenttijden, de beste segmenttijden van uw vrienden en de tijd van de segmentleider te bekijken.Een segment volgen vanuit Garmin ConnectVoordat u een segment kunt downloaden van Garmin Connect en volgen, moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin Connect, pagina67).OPMERKING: Wanneer u Strava segmenten gebruikt, worden uw favoriete segmenten automatisch overgebracht naar uw toestel als dit is gesynchroniseerd met de Garmin Connect app.1 Selecteer een optie:• Open de Garmin Connect app.• Ga naar connect.garmin.com.2 Selecteer een segment.3 Selecteer of Verzend naar toestel.4 Volg de instructies op het scherm.5 Op de Edge fietscomputer selecteert u Training > Segmenten.6 Selecteer het segment.7 Selecteer Rijden.Segmenten inschakelenU kunt kiezen welke segmenten die momenteel op het toestel zijn geladen, worden ingeschakeld.1 Selecteer Training > Segmenten > > Schakel in/uit > Wijzig meerdere.2 Selecteer de segmenten die u wilt inschakelen.12 Training
Tegen een segment racenSegmenten zijn virtuele parcoursen. U kunt racen tegen een segment en uw prestaties vergelijken met uw eerdere prestaties, of met die van andere fietsers, connecties in uw Garmin Connect account of andere leden van de fietscommunity.
U kunt uw activiteitgegevens uploaden naar uw Garmin Connect om uw segmentpositie te bekijken.OPMERKING: Als uw Garmin Connect account en Strava account zijn gekoppeld, wordt uw activiteit automatisch verzonden naar uw Strava account, zodat u uw segmentpositie kunt bekijken.1 Druk op om de activiteitstimer te starten en een rit te starten.Als u een ingeschakeld segment tegenkomt, kunt u racen tegen het segment.2 Start met racen tegen het segment.Het segmentgegevensscherm verschijnt automatisch.3 Gebruik indien nodig de pijlen om uw doel tijdens de race te wijzigen.U kunt racen tegen de groepsaanvoerder, uw eerdere prestaties of andere fietsers (indien van toepassing).
Het doel wordt automatisch aangepast op basis van uw huidige prestaties.Als het segment is voltooid, wordt een bericht weergegeven.Segmentgegevens weergeven1 Selecteer Training > Segmenten.2 Selecteer een segment.3 Selecteer een optie:• Selecteer Kaart om het segment op de kaart weer te geven.• Selecteer Hoogte om een hoogtegrafiek van het segment weer te geven.• Selecteer Klassement om de rijtijden en de gemiddelde snelheid van de segmentaanvoerder, groepsaanvoerder of uitdager, van andere fietsers (indien van toepassing) en uw persoonlijke beste tijd en gemiddelde snelheid weer te geven.TIP: U kunt een klassementscore selecteren om het racedoel voor uw segment te wijzigen.• Selecteer Schakel in om segmentraces en aanwijzingen die u waarschuwen als u segmenten nadert in te schakelen.Training 13
SegmentoptiesSelecteer Training > Segmenten > .Afslagbegeleiding: Hiermee schakelt u afslagaanwijzingen in of uit.Inspanning automatisch kiezen: Activeert of deactiveert de automatische aanpassing van uw doelen op basis van uw huidige prestaties.Zoeken: Hiermee kunt u opgeslagen segmenten op naam zoeken.Schakel in/uit: Hiermee kunt u de op het toestel geladen segmenten in- of uitschakelen.Standaardprioriteit leider: Hiermee kunt u de volgorde voor doelstellingen selecteren tijdens het racen van een segment.Wis: Hiermee kunt u alle of meerdere opgeslagen segmenten van het toestel verwijderen.Een segment verwijderen1 Selecteer Training > Segmenten.2 Selecteer een segment.3 Selecteer > .IndoortrainingenHet toestel bevat een indooractiviteitenprofiel als GPS is uitgeschakeld.
Als GPS is uitgeschakeld, zijn er geen snelheids- en afstandsgegevens beschikbaar, tenzij u over een compatibele sensor of indoortrainer beschikt die deze gegevens naar het toestel verzendt.Uw indoortrainer koppelen1 Breng de Edge fietscomputer binnen 3m (10ft.) van de indoortrainer.2 Selecteer het indoorfietsprofiel.3 Start op de indoortrainer, ga trappen of druk op de koppelingsknop.Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding bij uw indoortrainer.4 Op de Edge fietscomputer verschijnt een bericht.OPMERKING: Als u geen bericht ziet, selecteert u > Sensors > Voeg sensor toe.5 Volg de instructies op het scherm.Zodra de indoortrainer is gekoppeld met uw Edge fietscomputer via ANT+® technologie, wordt de indoortrainer weergegeven als aangesloten sensor. U kunt uw gegevensvelden aanpassen om sensorgegevens weer te geven.14 Training
Een indoortrainer gebruikenVoordat u een compatibele indoortrainer kunt gebruiken, moet u de trainer koppelen met uw toestel met behulp van ANT+ technologie (Uw indoortrainer koppelen, pagina14). Niet alle functies en instellingen zijn beschikbaar voor elke indoortrainer. Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding bij uw trainer. U kunt uw toestel met een indoortrainer gebruiken om weerstand te simuleren terwijl u een koers, activiteit of workout volgt. GPS is automatisch uitgeschakeld, als u een indoortrainer gebruikt. 1 Selecteer Training > Indoortrainer. 2 Selecteer een optie:• Selecteer Vrije rit om het weerstandsniveau handmatig aan te passen. • Selecteer Volg een koers om een opgeslagen koers te volgen (Koersen, pagina36). • Selecteer Volg een activiteit om een opgeslagen rit te volgen (Een rit maken, pagina5).
• Selecteer Volg een workout om een opgeslagen workout te volgen (Workouts, pagina8). • Selecteer, indien beschikbaar, Stel hellingspercentage in, Stel weerstand in of Stel doelvermogen in om uw rit aan te passen. OPMERKING: De weerstand van de trainer verandert op basis van de cursus- of ritinformatie. 3 Selecteer een koers, activiteit of workout. 4 Selecteer Rijden. 5 Druk op om de activiteitentimer te starten. Weerstand instellen1 Selecteer Training > Indoortrainer > Stel weerstand in. 2 Selecteer or om de weerstandskracht van de trainer in te stellen. 3 Druk op om de activiteitentimer te starten. 4 Selecteer zo nodig or om de weerstandskracht tijdens uw training aan te passen. Doelvermogen instellen1 Selecteer Training > Indoortrainer > Stel doelvermogen in. 2 Stel het doelvermogen in. 3 Druk op om de activiteitentimer te starten.
Het weerstandsniveau van de trainer wordt aangepast om een constant vermogen te leveren op basis van uw snelheid. 4 Selecteer zo nodig or om het doelvermogen tijdens uw activiteit aan te passen. IntervalworkoutsU kunt intervalworkouts maken op basis van afstand of tijd.
Een intervalworkout makenUw Edge 1050 fietscomputer wordt geleverd met een standaard intervalworkout die u kunt aanpassen om uw eigen intervalworkout te maken. 1 Selecteer Training > Workouts > Intervallen > Wijzigen > Intervallen > Type doel. 2 Selecteer een optie. TIP: U kunt een interval met een open einde maken door het type in te stellen op Open. 3 Voer desgewenst een hoge of lage waarde voor het interval in. 4 Selecteer Duur, voer een tijdsintervalwaarde in en selecteer. 5 Selecteer. 6 Selecteer Rust > Type doel. 7 Selecteer een optie. 8 Voer desgewenst een hoge of lage waarde voor het rustinterval in. 9 Selecteer Duur, voer een tijdswaarde voor het rustinterval in en selecteer. 10 Selecteer. 11 Selecteer een of meer opties:• Selecteer Herhaal om het aantal herhalingen te bewerken. • Selecteer Warm-upom een warming-up met een open einde toe te voegen aan uw workout.
• Selecteer Cooldown om een coolingdown met een open einde toe te voegen aan uw workout. Een intervalworkout starten1 Selecteer Training > Workouts > Intervallen > Start workout. 2 Druk op om de activiteitentimer te starten. 3 Als uw intervalworkout een warming-up heeft, drukt u op het om aan de eerste interval te beginnen. 4 Volg de instructies op het scherm. Wanneer u alle intervallen hebt voltooid, verschijnt er een bericht. Racen tegen een eerder voltooide activiteitU kunt racen tegen een eerder vastgelegde activiteit of opgeslagen koers. 1 Selecteer Training > Race een activiteit. 2 Selecteer een optie:• Selecteer Race een activiteit. • Selecteer Opgeslagen koersen. 3 Selecteer de activiteit of koers. 4 Selecteer Rijden. 5 Druk op om de activiteitentimer te starten.
Training voor een wedstrijdevenementUw Edge fietscomputer kan dagelijkse workouts voorstellen om u te helpen trainen voor een fietsevenement, als u een geschatte VO2 max. hebt (Over VO2 max. indicaties, pagina19) en fietst met hartslag en vermogen, gedurende één week.
1 Ga op uw smartphone of computer naar uw Garmin Connect agenda. 2 Selecteer de dag van het evenement en voeg het race-evenement toe. U kunt naar een evenement in uw omgeving zoeken of uw eigen evenement maken. 3 Voeg details over het evenement toe, en voeg de baan toe als dat beschikbaar is. 4 Synchroniseer uw toestel met uw Garmin Connect account. 5 Blader op uw toestel naar de primaire evenement glance. U ziet dat er wordt afgeteld naar uw volgende race-evenement. 16 Training.
Racekalender en Primair evenementWanneer u een race-evenement aan uw Garmin Connect kalender toevoegt, kunt u het evenement op uw Edge fietscomputer bekijken door de glance voor primaire evenementen toe te voegen (De glances aanpassen, pagina77). De datum van het evenement moet in de komende 365 dagen liggen. Op het toestel wordt afgeteld tot het evenement, de tijd en locatie van het evenement, koersgegevens (indien beschikbaar) en weersinformatie. OPMERKING: Historische weerinformatie voor de locatie en datum is direct beschikbaar. Gegevens over de plaatselijke weersverwachting verschijnen ongeveer 14 dagen voor het evenement. Veeg in de glance voor het primair evenement om koersinformatie en weergegevens weer te geven. Afhankelijk van de beschikbare koersgegevens voor uw evenement kunt u hoogtegegevens, de koerskaart, koersvereisten en klimdetails bekijken.
Een trainingsdoel instellenDe functie Trainingsdoel werkt samen met de functie Virtual Partner® zodat u kunt trainen op afstand, afstand en tijd of afstand en snelheid. Tijdens uw trainingsactiviteit geeft het toestel u real-time feedback over uw vordering ten aanzien van het bereiken van uw trainingsdoel. 1 Selecteer Training > Stel een doel in. 2 Selecteer een optie:• Selecteer Alleen afstand om een vooraf ingestelde afstand te selecteren of voer een aangepaste afstand in. • Selecteer Afstand en tijd om een afstands- en tijdsdoel te selecteren. • Selecteer Afstand en snelheid om een afstands- en snelheidsdoel te selecteren. Het trainingsdoelscherm wordt weergegeven met uw geschatte finishtijd. De geschatte finishtijd is gebaseerd op uw huidige prestaties en de resterende tijd. 3 Selecteer. 4 Druk op om de activiteitentimer te starten.
PrestatiemetingenDeze prestatiemetingen zijn schattingen die u kunnen helpen om uw trainingsactiviteiten en hardloopprestaties te volgen en te analyseren. Voor deze metingen zijn enkele activiteiten met polshartslagmeting of een compatibele hartslagmeter met borstband vereist. Voor fietsprestatiemetingen is een hartslagmeter en een vermogensmeter vereist. Deze waarden worden geleverd en ondersteund door Firstbeat Analytics™. Ga voor meer informatie naar www. garmin. com/performance-data. OPMERKING: De schattingen lijken In eerste instantie mogelijk onnauwkeurig. U moet een paar activiteiten voltooien zodat het toestel uw prestaties leert begrijpen. Trainingsstatus: Trainingsstatus geeft het effect van uw training op uw fitness en prestaties aan. Uw trainingsstatus is gebaseerd op wijzigingen in uw trainingsbelasting en VO2 max. gedurende langere tijd. VO2 max. : VO2 max.
is het maximale zuurstofvolume (in milliliter) dat u kunt verbruiken per minuut, per kilo lichaamsgewicht tijdens maximale inspanning. Uw toestel geeft voor warmte en hoogte gecorrigeerde VO2 max. -waarden aan wanneer u acclimatiseert in zeer warme omgevingen of op grote hoogte. Trainingsbelasting: Trainingsbelasting is het totaal van uw extra zuurstofverbruik na een inspanning (Excess Post-exercise Oxygen Consumption (EPOC)) in de afgelopen 7 dagen. EPOC is een schatting van de hoeveelheid energie die uw lichaam nog heeft om te herstellen na een inspanning. Focus trainingsbelasting: Uw toestel analyseert en verdeelt uw trainingsbelasting in verschillende categorieën op basis van de intensiteit en structuur van elke vastgelegde activiteit. De focus trainingsbelasting omvat de totale verzamelde belasting per categorie en de focus van de training.
FTP (Functional Threshold Power): Het toestel gebruikt uw gebruikersprofiel uit de basisinstellingen om uw FTP te schatten. Voor een nauwkeuriger schatting kunt u een FTP-test uitvoeren. HSV stresstest: De HSV stresstest (hartslagvariaties) vereist een Garmin hartslagmeter met borstband. Het toestel registreert uw hartslagvariaties terwijl u 3 minuten stilstaat. Het geeft uw algehele stressniveau aan. De schaal loopt van 1 tot 100 en een lagere score geeft een lager stressniveau aan. Prestatieconditie: Uw prestatieconditie is een real-time conditiemeting die wordt vastgelegd na 6 tot 20 minuten van activiteit. De meting kan worden toegevoegd als een gegevensveld, zodat u uw prestatieconditie tijdens de rest van uw activiteit kunt bekijken. Bij het meten van uw prestatieconditie wordt uw real-time conditie vergeleken met uw gemiddelde fitnessniveau.
TrainingsstatusniveausTrainingsstatus geeft het effect van uw training op uw fitnessniveau en prestaties aan. Uw trainingsstatus is gebaseerd op wijzigingen in uw VO2 max. , acute belasting en HRV-status gedurende langere tijd. Met behulp van uw trainingsstatus kunt u toekomstige trainingen plannen en uw fitnessniveau blijven verbeteren. Geen status: U moet meerdere activiteiten gedurende twee weken registreren om uw trainingsstatus te bepalen. Onttrainen: U hebt een pauze in uw trainingsroutine of u traint een week of langer veel minder dan gewoonlijk. Ontraining betekent dat u uw fitnessniveau niet kunt handhaven. U kunt proberen uw trainingsbelasting te verhogen om de situatie te verbeteren. Herstel: Door de lichtere trainingsbelasting kan uw lichaam zich herstellen, wat essentieel is tijdens lange perioden waarin u hard traint.
U kunt de trainingsbelasting weer verhogen wanneer u voelt dat u er klaar voor bent. Aanhouden: Uw huidige trainingsniveau is voldoende om uw fitnessniveau te handhaven. Als u verbetering wilt zien, moet u proberen meer variatie aan te brengen in uw workouts of uw trainingsvolume te verhogen. Productief: Met de huidige trainingsbelasting gaan uw fitnessniveau en prestaties de goede kant op. U moet herstelperioden inlassen in uw training om uw fitnessniveau te handhaven. Piek: U bent in topvorm, perfect voor een wedstrijd. Door de onlangs verlaagde trainingsbelasting kan uw lichaam zich herstellen en eerdere trainingen volledig verwerken. U moet vooruit plannen, want u kunt deze piekstatus maar kort handhaven. Te intensief: Uw trainingsbelasting is zeer hoog en werkt averechts. Uw lichaam heeft rust nodig.
Het is een normaal resultaat na een zware training of een groot evenement. Uw lichaam kan moeite hebben om te herstellen. Daarom adviseren we u om aandacht te besteden aan uw algemene gezondheid. Tips voor het verkrijgen van uw trainingsstatusDe trainingsstatus is afhankelijk van de bijgewerkte beoordelingen van uw fitnessniveau, met minimaal één VO2 max. meting per week. Uw geschatte VO2 max. wordt bijgewerkt na zowel binnen- als buitenritten met vermogen waarbij uw hartslag gedurende enkele minuten ten minste 70% van uw maximale hartslag heeft bereikt. Volg deze tips om de functies Trainingsstatus optimaal te benutten. • Ga ten minste één keer per week fietsen met een vermogensmeter, waarbij u een hartslag hoger dan 70% van uw maximale hartslag bereikt gedurende ten minste 10 minuten. Als u het toestel een week lang hebt gebruikt, moet u kunnen beschikken over uw trainingsstatus.
• Registreer al uw fitnessactiviteiten op uw primaire trainingstoestel, zodat uw toestel meer over uw prestaties kan leren (Activiteiten en prestatiemetingen synchroniseren, pagina29). Over VO2 max. indicatiesVO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in milliliter) dat u kunt verbruiken per minuut, per kilo lichaamsgewicht tijdens maximale inspanning. In eenvoudige bewoordingen: VO2 max. is een indicatie van atletische prestaties, die meegroeit met uw fitnessniveau. Waarden voor geschat VO2 max. worden geleverd en ondersteund door Firstbeat. U kunt uw Garmin toestel gekoppeld met een compatibele hartslagmeter en vermogensmeter gebruiken voor weergave van uw VO2 max. indicatie voor fietsen. Mijn statistieken 19.
Geschat VO2 max. weergevenVoordat u uw geschat VO2 max. kunt weergeven, moet u de hartslagmeter omdoen, de vermogensmeter installeren en de meters koppelen met uw toestel (De draadloze sensoren koppelen, pagina61). Als de hartslagmeter is meegeleverd met uw toestel, zijn het toestel en de sensor al gekoppeld. Stel uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel instellen, pagina69) en maximale hartslag (Uw hartslagzones instellen, pagina58) in voor de meest nauwkeurige schattingen.OPMERKING: In eerste instantie lijken de schattingen mogelijk onnauwkeurig. U moet het toestel een paar keer gebruiken zodat het uw fietsprestaties leert begrijpen.1 Fiets ten minste 20 minuten met constante, hoge inspanning.2 Selecteer Sla op nadat u uw fietssessie hebt voltooid.3 Selecteer > Mijn statistieken > Trainingsstatus.4 Veeg om uw VO2 max. weer te geven.Uw geschat VO2 max.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Garmin Edge 1050 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fietscomputer Garmin
Handleiding Fietscomputer
Nieuwste handleidingen voor Fietscomputer