Gardol GMSE 1535 Handleiding

Gardol Zaagmachine GMSE 1535

Bekijk gratis de handleiding van Gardol GMSE 1535 (188 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Gardol GMSE 1535 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/188
GMSE 1535
Art.-Nr.: 45.018.22 I.-Nr.: 11014
7
DE Originalbetriebsanleitung
Benzin-Kettensäge
GBOriginal operating instructions
Petrol Chainsaw
FR Mode d’emploi d’origine
Tronçonneuse à motor à essence
ITIstruzioni per l’uso originali
Motosega a benzina
ES Manual de instrucciones original
Motosierra con motor de gasolina
NL Originele handleiding
Benzine kettingzaag
PLInstrukcją oryginalną
Spalinowa piła łańcuchowa
CZOriginální návod k obsluze
Benzínová řetězová pila
SKOriginálny návod na obsluhu
Benzínová reťazová píla
HUEredeti használati utasítás
Benzinmotoros láncfűrész
SIOriginalna navodila za uporabo
Bencinska verižna žaga
HROriginalne upute za uporabu
Benzinska lančana pila
BG Оригиналноупътванезаупотреба
Бензиновверижентрион
Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1.indb 1Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1.indb 109.05.14 08:2809.05.14 08:28

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Gardol
Categorie: Zaagmachine
Model: GMSE 1535

Handleiding Gardol GMSE 1535 – volledige tekst

NL- 77 -Gevaar. Bij het gebruik van toestellen dienen enkele veiligheidsmaatregelen te worden nageleefd om lichamelijk gevaar en schade te voorkomen. Lees daarom deze handleiding / veiligheidsinstructies zorgvuldig door. Bewaar deze goed zodat u de in-formatie op elk moment kunt terugvinden. Mocht u dit toestel aan andere personen doorgeven, gelieve dan deze handleiding / veiligheidsins-tructies mee te geven. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handleiding en van de vei-ligheidsinstructies. 1. VeiligheidsaanwijzingenDe overeenkomstige veiligheidsinstructies vindt u in de bijgaande brochure. Gevaar. Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzin-gen. Nalatigheden bij de inachtneming van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of zware letsels tot gevolg hebben.

5 KETTINGREMHENDEL / HANDBESCHER-MER beschermt de linkerhand van de bedie-ningspersoon mocht die bij draaiende zaag wegglijden van de voorste greep. 5 KETTINGREM is een veiligheidsfunctie ter vermindering van letsel als gevolg van terugstoten; door deze rem wordt de rote-rende zaagketting binnen milliseconden stilgezet.

Ze wordt geactiveerd door de KET-TINGREMHENDEL. 10 STOPSCHAKELAAR stopt de motor on-middellijk als hij uitgeschakeld wordt. De stopschakelar dient op EIN (AAN) te worden gezet om de motor (opnieuw) te starten. 11 VEILIGHEIDSLOSSER voorkomt een toeval-lige verhoging van de motortoeren. De ga-shendel (19) kan alleen worden ingedrukt als de veiligheidslosser ingedrukt is. 20 KETTINGVANGELEMENT reduceert het let-selgevaar mocht de zaagketting bij draaiende motor scheuren of ontglijden. Het kettingvan-gelement dient om een om zich heen slagen-de ketting op te vangen. Aanwijzing: Maakt u zich vertrouwd met de zaag en haar onderdelen. 2. 2 LeveringsomvangGelieve de volledigheid van het artikel te contro-leren aan de hand van de beschreven omvang van de levering.

Indien er onderdelen ontbreken, gelieve u dan binnen 5 werkdagen na aankoop van het artikel te wenden tot ons servicecenter of tot het verkooppunt waar u het apparaat heeft ge-kocht, en leg een geldig bewijs van aankoop voor. Gelieve daarvoor de garantietabel in de service-informatie aan het einde van de handleiding in acht te nemen. • Open de verpakking en neem het toestel voorzichtig uit de verpakking. • Verwijder het verpakkingsmateriaal alsmede verpakkings-/transportbeveiligingen (indien aanwezig). • Controleer of de leveringsomvang compleet is. • Controleer het toestel en de accessoires op transportschade. • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot het verloop van de garantieperiode. Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1. indb 77Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1. indb 77 09. 05. 14 08:2909. 05. 14 08:29.

NL- 78 -Gevaar. Het toestel en het verpakkingsmateriaal zijn geen speelgoed voor kinderen. Kinderen mo-gen niet met plastic zakken, folies en kleine stukken spelen. Er bestaat inslik- en verstik-kingsgevaar. • Originele handleiding • Veiligheidsinstructies 3. Reglementair gebruik De ketting is conform het reglementaire gebruik uitsluitend bedoeld om er hout mee te zagen. Het vellen van bomen mag enkel gebeuren mits overeenkomstige opleiding. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door niet reglementair gebruik of foutieve bediening. De machine mag slechts voor werkzaamheden worden gebruikt waarvoor ze bedoeld is. Elk ander verder gaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voortvloeiende schade of verwon-dingen van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk.

Wij wijzen erop dat onze gereedschappen overe-enkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij geven geen garantie indien het ge-reedschap in ambachtelijke of industriële bedrij-ven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. 4. Technische gegevens Cilinderinhoud van de motor. 41 cm3Maximaal motorvermogen. 1,5 kWSnijlengte. 33,5 cmLengte van het zwaard. 14” (35 cm)Steek van de ketting. (3/8”), 9,525 mmDikte van de ketting. (0,05”), 1,27 mmStationair toerental. 3300±300 t/min. Maximumtoerental met snijgereedschap. 11000 t/min. Tankinhoud. 260 cm3Olietankinhoud. 210 cm3Antitrilfunctie. jaVertanding kettingwiel. 6 tanden x 9,525 mmKettingrem. jaKoppeling. jaAutomatisch oliën van de ketting. jaKetting met geringe terugstoot. jaNettogewicht zonder ketting en geleiderail. 4,5 kgNettogewicht (droog).

NL- 79 -5. Vóór inbedrijfstellingLet op. Start de motor pas als de zaag helemaal geassembleerd en gebruiksklaar is. Let op. Draag bij het hanteren van de ketting alti-jd veiligheidshandschoenen. 5. 1 Aanbrengen van de geleiderailGEBRUIK ALLEEN DE ORIGINELE RAIL om te verzekeren dat aan de rail en aan de ketting olie wordt toegevoerd. De olieuitlaatopening (fi g. 2, pos. A) dient vrij te zijn van verontreinigingen en aankoekingen. 1. Vergewis u er zich van dat de kettingremhen-del naar de stand ONTKOPPELD is terugge-trokken (fi g. 3A). 2. Verwijder de railbevestigingsmoer (B). Neem de afdekking af (fi g. 3B). 3. Draai de justeerschroef (D) TEGEN DE RICHTING VAN DE WIJZERS VAN DE KLOK IN tot de AREND (E) (uitstekend punt) zich aan het einde van zijn schuifafstand in richting koppelingscilinder en tandwiel be-vindt (fi g. 3B/3C). 4.

Plaats het gekeepte einde van de geleiderail over de railbouten (F) (fi g. 3C/3D). 5. 2 Aanbrengen van de zaagketting1. Spreidt de ketting in een lus uit zodat de snij-kanten (A) MET DE WIJZERS VAN DE KLOK MEE rond de lus zijn uitgericht (fi g. 4A). 2. Schuif de ketting rondom het tandwiel (B) achter de koppeling (C). De kettingschakels moeten tussen de tanden in worden gevoegd (fi g. 4B). 3. Voer de aandrijfschakels de gleuf (D) in en leid ze rond het uiteinde van de rail (fi g. 4B). Aanwijzing: Het zou kunnen dat de zaagketting aan de onderkant van de rail lichtjes doorhangt. Dit is normaal. 4. Trek de geleiderail naar voren tot de ketting nauw aansluit. Vergewis u er zich van dat alle aandrijfschakels zich in de groef van de rail bevinden. 5. Breng de afdekking van de koppeling aan (fi g. 5) en draai de bevestigingsmoeren (B) met de klok mee om deze te bevestigen.

Daarbij mag de ketting niet van de geleiderail afglijden. Draai de bevestigingsmoeren handvast aan en volg de aanwijzingen voor het instellen van de kettingspanning zoals beschreven in het hoofdstuk INSTELLEN VAN DE KETTING-SPANNING. 5.

Als de zaagketting correct is gespannen, hou dan de top van de geleiderail recht omhoog en haal de beide bevestigingsmoeren van de rail goed aan. Voorzichtig: Een nieuwe zaagketting wordt lan-ger en moet bijgevolg na ca. 5 sneden worden bijgeregeld.

NL- 80 -Voorzichtig: Als de zaagketting TE LOS of TE HARD GESPANNEN is, gaan het aandrijfwiel, de geleiderail, de ketting en het lager van de krukas sneller afslijten. Fig. 6 informeert over de correcte spanning A (koude toestand) en spanning B (war-me toestand). Fig. C toont een te slappe ketting. 5. 4 Mechanische test van de kettingremDe kettingzaag is voorzien van een kettingrem die letsels op grond van het gevaar voor terugsto-ten vermindert. De rem wordt geactiveerd door druk uit te oefenen op de remhendel als bij een terugstoot b. v. de hand van de bedieningsper-soon tegen de hendel slaat. Bij activering van de rem stopt de ketting abrupt. Let op. De kettingrem is wel bedoeld om het letselrisico als gevolg van terugstoot te verminde-ren, maar ze kan geen behoorlijke bescherming bieden als met de zaag zorgeloos wordt gewerkt.

Controleer de kettingrem altijd voor elk gebruik van de zaag en ook regelmatig terwijl u er mee werkt. Controleren van de kettingrem1. De kettingrem is ONTKOPPELD (ketting kan bewegen) als de REMHENDEL NAAR ACHTEREN IS GETROKKEN EN GEARRE-TEERD IS (fi g. 7A). 2. De kettingrem is INGEKOPPELD (ketting is vastgezet) als de remhendel naar voren is getrokken en het mechanisme (fi g. 7B, pos. A) zichtbaar is. De ketting mag dan niet meer kunnen bewegen (fi g. 7 B). Aanwijzing: De remhendel moet in de beide standen vastklikken. Gebruik de zaag niet als u een harde weerstand voelt of als de hendel niet kan worden verschoven. Breng de zaag dan on-middellijk naar de professionele dienst na verko-op om ze te laten herstellen. 5. 5 Motorbrandstof en olieMotorbrandstofGebruik voor optimale resultaten normale loodv-rije brandstof gemengd met speciale 2-takt-moto-rolie in een mengverhouding van 40 tot 1.

Gebruik voor deze zaag nooit onverdun-de brandstof. De motor zou daardoor schade oplopen en u zou het recht op garantie voor dit product verliezen. Gebruik geen brandstofmenge-ling die langer dan 90 dagen is opgeslagen. Let op. Als u een 2-takt-olie in afwijking van de speciale olie gebruikt, dient u superolie voor luchtgekoelde 2-takt-motoren met een mengver-houding van 40 tot 1 te gebruiken. Neem geen 2-takt-olieproduct met een mengverhouding van 100 tot 1. Door onvoldoend oliën wordt de motor beschadigd en u verliest in dit geval het recht op garantie voor de motor. Benzine- en oliemengeling 40 tot 1 Alleen olieAanbevolen brandstoff enSommige gebruikelijke soorten benzine zijn vermengd met additieven zoals alcohol- of etherverbindingen om aan normen voor zuivere uitlaatgassen te beantwoorden.

De motor draait tevredenstellend op alle soorten benzine die als aandrijfmiddel bedoeld zijn, ook op met zuurstof verrijkte soorten benzine. Gebruik liefst loodvrije normale benzine. Oliën van ketting en geleiderailTelkens als u de brandstoftank met benzine vult dient ook de kettingolietank te worden bijgevuld. Het is aan te bevelen daarvoor in de handel ver-krijgbare kettingolie te gebruiken. Controles voor het starten van de motorLet op. Start of bedien de zaag nooit als de geleiderail en de ketting niet naar behoren erop geplaatst zijn. 1. Vul de brandstoftank met de correcte brand-stofmengeling (A) (fi g. 8). 2. Vul de olietank (B) met kettingolie (fi g. 8). 3. Vergewis u er zich van dat de kettingrem (C) ontkoppeld is voordat u de motor start (fi g. 8). Na het vullen van de ketting- en olietank de tank-dop met de hand aanhalen. Gebruik daarvoor geen gereedschap.

Laat de starttrekkabel na het starten niet terugschieten. 6. 2 Herstarten van de warme motor1. Vergewis u er zich van dat de schakelaar naar de stand EIN (AAN) is gebracht. 2. Trek tien keer de starterkoord. De motor moet aanslaan. 6. 3 Stoppen van de motor1. Laat de gashendel los en wacht tot de motor stopt. 2. Schuif de STOP-schakelaar omlaag om de motor te stoppen. Aanwijzing: Om de motor in geval van nood te stoppen, activeert u de kettingrem en brengt u de AAN/UIT-schakelaar naar de stand “Stop (0)”. 6. 4 Algemene instructies voor het snijdenLet op. Het vellen van een boom zonder oplei-ding is niet toegestaan. Vellen• Vellen betekent het afzagen van een boom. Kleine bomen met een diameter van 15 tot 18 cm zaagt men normaal met één snede af. Bij grotere bomen moeten kerfsneden worden aangezet. Kerfsneden bepalen de richting waarin de boom gaat vallen.

de achterzij-de van de te verwachten valrichting verlopen, zoals voorgesteld in fig. 11. • Bij het vellen van een boom op een helling moet de bedieningspersoon van de ketting-zaag op de opstijgende kant van de helling gaan staan omdat de boom na het vellen hoogstwaarschijnlijk de helling eraf gaat rol-len of glijden. • De valrichting (B) wordt door de kerfsnede bepaald. Voordat u begint te snijden dient u rekening te houden met de plaats van grotere takken en met de natuurlijke schuinte van de boom om het neerkomen van de boom te schatten (fig. 11). • Vel geen boom als er een harde wind of wind uit wisselende richtingen waait of als het gevaar voor schade aan eigendom bestaat. Raadpleeg een specialist voor het vellen van bomen. Vel geen boom als die op leidingen terecht zou kunnen komen en verwittig de overheid die voor deze leiding bevoegd is voordat u de boom velt.

Algemene richtlijnen voor het vellen van bo-men (fi g. 12)Normaal worden bij het vellen 2 hoofdsneden toe-gepast: inkepen (C) en velsnede (D). • Begin met de bovenste kerfsnede (C) aan de overkant van de valzijde van de boom (E). Let er op bij de onderste snede niet de diep de boomstam in te snijden. De inkeping (C) mag niet te diep zijn zodat een verankeringspunt (F) van voldoende breedte en dikte gewaar-borgd is. De inkeping moet breed genoeg zijn om het neerkomen van de boom zo lang mogelijk te controleren. • Ga nooit voor een boom gaan staan die inge-keept is. Breng de velsnede (D) aan de ande-re kant van de boom aan, ca. 3-5 cm boven de onderkant van de inkeping (C). Zaag de Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1. indb 81Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1. indb 81 09. 05. 14 08:2909. 05. 14 08:29.

NL- 82 -boomstam nooit helemaal door. Er moet altijd een verankeringspunt blijven staan. Het ver-ankeringspunt houdt de boom op zijn plaats. Als de boom helemaal wordt doorgezaagd kunt u de valrichting niet meer controleren. Steek een wig of een velhefboom de snede in nog voordat de boom onstabiel wordt en begint te bewegen. Op die manier kan de geleiderail niet in de velsnede worden vast-geklemd als u de valrichting verkeerd heeft geschat. Verbiedt toeschouwers de toegang tot het gebied waar de boom gaat neerkomen voordat u hem omverduwt. • Voordat u de definitieve snede uitvoert, dient u er zich van te vergewissen dat geen toeschouwers, dieren of hindernissen op de plaats aanwezig zijn waar de boom neerkomt. Velsnede• Voorkom het vastklemmen van de geleiderail of de ketting (B) in de snede d. m. v. houten of plastiek wiggen (A). Wiggen controleren eve-neens het vellen (fig. 13).

• Is de diameter van het te snijden hout groter dan de lengte van de geleiderail, maakt u twee sneden zoals getoond in de figuur (fig. 14). • Als de velsnede het verankeringspunt nadert, begint de boom te vallen. Zodra de boom be-gint neer te komen trekt u de zaag de snede uit, stopt u de motor, legt u de kettingzaag neer en verlaat u de plaats via het terugtrek-pad (fig. 11). Verwijderen van takken• Takken worden van de gevelde boom verwij-derd. Verwijder de steuntakken (A) pas als de stam op lengte is gesneden (fig. 15). Takken waarop spanning staat dienen van beneden naar boven te worden gesneden zodat de kettingzaag niet kan worden vastgeklemd. • Snij nooit takken van de boom terwijl u op de boomstam staat. Op lengte snijden• Snij een gevelde boomstam op de juiste leng-te. Let erop dat u veilig staat en ga aan de bo-venkant van de stam gaan staan als u op een helling zaagt.

Als de beide einden van de stam ondersteund zijn en u in het midden moet snijden, maak dan een halve snede van boven door de stam en vervolgens de snede van beneden naar boven. Daardoor voorkomt u het vastklemmen van de geleiderail en de ketting in de stam. Let er goed op dat de ketting bij het op maat snijden niet de grond in snijdt want daardoor wordt de ketting snel bot. Ga bij het op maat snijden altijd aan de bovenkant van de helling gaan staan. 1. Stam over de totale lengte onder-steund: snij van boven en let er goed op niet de grond in te snijden (fig. 16A). 2. Stam aan slechts één uiteinde onder-steund: snij eerst 1/3 van de stamdiameter van beneden naar boven om het afbreken te voorkomen. Snij dan van boven naar de eerste snede toe om het vastklemmen te ver-mijden (fig. 16B). 3.

Stam aan de beide uiteinden onder-steund: snij eerst 1/3 van de stamdiameter van boven naar beneden om het afbreken te voorkomen. Snij dan van beneden naar de eerste snede toe om het vastklemmen te ver-mijden (fig. 16C). • Om een boomstam op lengte te snijden ge-bruikt u best een zaagbok. Is dit niet mogelijk is het aan te raden de stam op te tillen of te ondersteunen m. b. v. stronken van takken of via steunblokken. Zorg ervoor dat de te snij-den stam veilig is ondersteund. Op lengte snijden op een zaagbok (fi g. 17)Voor uw veiligheid en om het zaagwerk te verge-makkelijken is de juiste positie vereist om de stam recht naar beneden op lengte te snijden. A. Hou de zaag met de beide handen vast en leidt ze tijdens het snijden rechts aan uw lichaam voorbij. B. Hou de linkerarm zo recht mogelijk. C. Verdeel uw gewicht op beide voeten.

NL- 83 -7. Reiniging, onderhoud, opbergen en bestellen van wisselstukken Trek vóór alle schoonmaak- en onderhoudswerk-zaamheid de bougiestekker uit het stopcontact. 7. 1 Reiniging• Hou de veiligheidsinrichtingen, de ventila-tiespleten en het motorhuis zo veel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het toestel met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon. • Het is aan te bevelen het toestel direct na elk gebruik te reinigen. • Reinig het toestel regelmatig met een vochti-ge doek en wat zachte zeep. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen; die zouden de kunststofcomponenten van het toestel kun-nen aantasten. Let er goed op dat geen water in het toestel terechtkomt. 7. 2 OnderhoudLet op. Alle onderhoudswerkzaamheden op de kettingzaag buiten de punten vermeld in deze handleiding mogen slechts door de geautoriseer-de klantenservice worden uitgevoerd. 7. 2.

1 Bedrijfstest van de kettingremControleer regelmatig of de kettingrem naar be-horen werkt. Test de kettingrem voor elke snede, na herhaaldelijk snijden en in elk geval aan het einde van onderhoudswerkzaamheden die aan de kettingrem worden verricht. Test de kettingrem als volgt (Fig. 10):1. Leg de zaag op een schone, vaste en eff en onderlaag. 2. Start de motor. 3. Grijp de achterste greep (A) met de rechter-hand vast. 4. Met de linkerhand pakt u de voorste greep (B) [niet de kettingremhendel (C)] vast. 5. Breng de gashendel naar de stand 1/3 toerental en activeer dan meteen de ket-tingremhendel (C). Let op. Activeer de kettingrem langzaam en met overleg. De zaag mag niets aanraken en mag evenmin vooraan omlaag hangen. 6. De ketting moet abrupt stoppen. Laat vervol-gens de veiligheidslosser meteen los. Let op.

7. 2. 2 Luchtfi lterLet op. Gebruik de zaag nooit zonder luchtfi lter. Anders worden stof en vuil de motor in gezogen die daardoor schade oploopt. Hou de luchtfi lter schoon. De luchtfi lter moet om de 20 bedrijfsuren worden gereinigd of vervangen. Schoonmaken van de luchtfi lter (fi g. 18A/18B)1. Verwijder de bovenste afdekking (A) door de bevestigingsschroef (B) van de afdekking te verwijderen. De afdekking kan dan worden weggenomen (fi g. 18A). 2. Til er de luchtfi lter (C) uit (fi g. 18B). 3. Maak de luchtfi lter schoon. Was de fi lter in schoon warm zeepsop. Laat hem dan aan de lucht helemaal drogen. Aanwijzing: Het is aan te raden een fi lter altijd in reserve te houden. 4. Zet de luchtfi lter terug in. Breng de afdekking van de motor/luchtfi lter weer aan. Let erop dat de afdekking exact terug op zijn plaats komt. Haal de bevestigingsschroef van de afdek-king aan. 7. 2. 3 Brandstoffi lterLet op.

Gebruik de zaag nooit zonder de brand-stoffi lter. Telkens na 100 bedrijfsuren moet de brandstoffi lter worden schoongemaakt of bij beschadiging vervangen. Maak de brandstoftank helemaal leeg voordat u de fi lter verwisselt. 1. Neem de dop van de brandstoftank af. 2. Buig een zachte metalen draad passend. 3. Steek de draad de opening van de brand-stoftank in en haak de brandstofslang eraan vast. Trek de brandstofslang behoedzaam de opening uit tot u hem met de vingers kan vastgrijpen. Aanwijzing: Trek de slang niet helemaal de tank uit. 4. Til de fi lter (A) de tank uit (fi g. 19). 5. Trek de fi lter met een draaibeweging af en Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1. indb 83Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1. indb 83 09. 05. 14 08:2909. 05. 14 08:29.

NL- 84 -maak hem schoon; indien hij beschadigt is, verwijdert u de fi lter naar behoren. 6. Zet er een nieuwe fi lter in. Steek een einde van de fi lter de tankopening in. Vergewis u er zich van dat de fi lter in de onderste hoek van de tank zit. Zet de fi lter, indien nodig mits ge-bruikmaking van een lange schroevendraaier, op zijn juiste plaats zonder hem echter te beschadigen. 7. Vul de tank met verse brandstof/olie. Zie hoof-dstuk MOTORBRANDSTOF EN OLIE. Breng de dop op de tank terug aan. 7. 2. 4 Bougie (fi g. 18B)Let op. Om het volle vermogen van de zaagmo-tor te verzekeren, dient de bougie schoon te zijn en de correcte elektrodenafstand (0,6 mm) te hebben. De bougie moet om de 20 bedrijfsuren worden gereinigd of vervangen. 1. Breng de AAN/UIT-schakelaar naar de stand “stop (0)“. 2. Verwijder de bovenste afdekking (A) door de bevestigingsschroef (B) van de afdekking te verwijderen.

De afdekking kan dan worden weggenomen (fi g. 18A). 3. Trek de ontstekingskabel (D) al draaiend af van de bougie (fi g. 18B). 4. Verwijder de bougie met behulp van een bougiesleutel. GEBRUIK GEEN ANDER GE-REEDSCHAP. 5. Maak de bougie schoon m. b. v. een koper-draadborstel of draai er een nieuwe in. 7. 2. 5 CarburatorafstellingDe carburator is reeds in de fabriek afgesteld op een optimaal vermogen. Mochten bijregelingen noodzakelijk zijn, breng dan de zaag naar de geautoriseerde klantenservice. 7. 2. 6 Onderhoud van de geleiderailRegelmatig oliën van de geleiderail van de ketting en van de tandketting is noodzakelijk. Het is bel-angrijk de geleiderail voldoende te onderhouden, zoals uitgelegd in het volgende hoofdstuk zodat uw zaag met optimaal vermogen kan werken. Voorzichtig: De vertanding van de nieuwe ketting is in de fabriek reeds vooraf met olie gesmeerd.

Als u de vertanding niet als volgt met olie smeert, zal de scherpte van de tanden en bijgevolg het zaagvermogen achteruitgaan waardoor u het recht op garantie verliest.

Gereedschap voor het oliënDe oliespuit (optie) is aan te bevelen om olie op de vertanding van de geleiderail aan te brengen. De oliespuit heeft een naaldpunt dat noodzakelijk is om olie op de getande punten aan te brengen. Ga als volgt te werk om de vertanding te oliënDe vertanding dient na 10 bedrijfsuren of een-maal per week, naarmate welk geval er zich eerst voordoet, met olie te worden gesmeerd. Vóór het oliën dient u de vertanding van de geleiderail grondig schoon te maken. Aanwijzing: Om de vertanding van de geleiderail te oliën hoeft de zaagketting niet te worden verwi-jderd. Het oliën kan tijdens het werk bij afgezette motor gebeuren. Let op. Draag hoogvaste werkhandschoenen als u de geleiderail en de ketting hanteert. 1. Breng de AAN/UIT-schakelaar naar de stand “stop (0)“. 2. Maak de vertanding van de geleiderail schoon. 3.

Steek het naaldpunt van de oliespuit (optie) het olie vulgat in en spuit er olie in tot die aan de buitenkant van de vertanding te voorschijn komt (fi g. 20). 4. Draai de zaagketting met de hand. Herhaal het oliën tot de gehele vertanding met olie is gesmeerd. De meeste problemen met de geleiderail kunt u voorkomen door de kettingzaag goed te onder-houden. Een onvoldoend geoliede geleiderail en het gebruik van de zaag met een te HARD GESPAN-NEN ketting dragen aan een snelle slijtage van de geleiderail bij. Om de slijtage van de rail te verminderen bevelen wij de volgende stappen voor het onderhoud van de geleiderail aan. Let op. Draag bij onderhoudswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen. Onderhoud de zaag niet als de motor nog warm is. Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1. indb 84Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1. indb 84 09. 05. 14 08:2909. 05. 14 08:29.

NL- 85 -Omdraaien van de geleiderailDe geleiderail dient om de 8 werkuren te worden omgedraaid om een gelijkmatige slijtage te ver-zekeren. Maak de gleuf van de geleiderail en het olievulgat altijd schoon m. b. v. het optioneel bijgeleverde rei-nigingsgereedschap voor railgleuven (fi g. 21A). Controleer de randen van de railgleuf regelmatig op slijtage, verwijder baarden en, indien nodig, vijl de randen van de railgleuf recht m. b. v. een vlakvijl (fi g. 21B). Let op. Maak een nieuwe ketting nooit op een afgesleten geleiderail vast. OleidoorlaatopeningenOliedoorlaatopeningen op de geleiderail moeten worden schoongemaakt teneinde het behoorlijk oliën van de rail en de ketting tijdens het bedrijf te verzekeren. Aanwijzing: De toestand van de oliedoorlaato-peningen kan gemakkelijk worden gecontroleerd.

Als de doorlaatopeningen schoon zijn, gaat er enkele seconden naar het starten van de zaag automatisch olie wegspatten van de ketting. De zaag heeft een automatische smeerinrichting. Automatische kettingsmeringDe kettingzaag is uitgerust met een automatische smeerinrichting met tandwielaandrijving. Deze inrichting voorziet de geleiderail en de ketting au-tomatisch van de juiste hoeveelheid olie. Naarma-te het motortoerental wordt verhoogd, gaat ook de olie sneller naar de plaat van de geleiderail stromen. De kettingsmering is in de fabriek optimaal afge-steld. Mochten bijregelingen noodzakelijk zijn, breng dan de zaag naar de geautoriseerde klan-tenservice. Aan de onderkant van de kettingzaag bevindt zich de afstelschroef voor de kettingsmering (fi g. 26, pos. A).

Door de schroef naar links te draaien ver-hoogt u de kettingsmering, door ze naar rechts te draaien vermindert u de kettingsmering. Om de kettingsmering te controleren houdt u de kettingzaag met de ketting over een blad papier en geeft u enkele seconden vol gas. Op het pa-pier kan dan telkens de afgestelde hoeveelheid olie worden gecontroleerd. 7. 2.

7 Onderhoud van de kettingScherpen van de kettingVoor het scherpen van de ketting is speciaal ge-reedschap vereist waarmee gewaarborgd is dat de messen met de juiste hoek en de juiste diepte worden gescherpt. Aan de onervaren gebruiken van kettingzagen is aan te bevelen de zaagketting door een deskundige van de lokale dienst na verkoop te laten scherpen. Als u het scherpen van uw eigen zaagketting aandurft, koop dan het speciale gereedschap aan bij de professionele dienst na verkoop. Ketting scherpen (fi g. 22)Scherp de ketting met veiligheidshandschoenen en een ronde vijl, ø4,8 mm. Scherp de punten alleen met naar buiten gerichte bewegingen (fi g. 23) en neem de waarden vol-gens fi g. 22 in acht. Na het scherpen moeten alle snijschakels even breed en lang zijn. Let op. Een scherpe ketting produceert welge-vormde spanen. Als de ketting zaagmeel produ-ceert, is ze aan een scherpbeurt toe.

Nadat de snijvlakken 3 tot 4 keer zijn gescherpt dient u telkens de hoogte van de dieptebegren-zers te controleren en die, indien nodig, met een vlakvijl dieper te leggen en dan de voorste hoek af te ronden (fi g. 24). KettingspanningControleer dikwijls de spanning van de ketting en regel die zo vaak mogelijk bij zodat de ketting nauw bij de geleiderail aansluit, maar nog los genoeg is om met de hand te kunnen worden ge-trokken. (zie hieromtrent ook punt 5. 3)Inlopen van een nieuwe zaagkettingEen nieuwe ketting en geleiderail dienen na min-der dan 5 sneden te worden bijgeregeld. Dit is normaal tijdens de inloopperiode en de afstanden tussen verdere bijregelingen zullen alsmaar gro-ter worden. Let op. Verwijder nooit meer dan 3 schakels uit een kettinglus. Anders zou de vertanding schade kunnen oplopen. Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1. indb 85Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1. indb 85 09. 05. 14 08:2909.

NL- 86 -Oliën van de kettingVergewis u er zich van dat de automatische smeerinrichting naar behoren werkt. Zorg voor een steeds gevulde olietank met olie voor ketting, geleiderail en vertanding. Terwijl u met de zaag werkt, dienen de geleiderail en de ketting altijd voldoende te worden geolied om wrijving met de geleiderail te verminderen. De geleiderail en de ketting mogen nooit zonder olie zijn. Als u de zaag droog of met te weinig olie gebruikt, gaat het snijvermogen achteruit, wordt de levensduur van de zaagketting korter, wordt de ketting snel bot en slijt de geleiderail fl ink af als gevolg van oververhitting. Te weinig olie ziet u aan de ontwikkeling van rook of aan het verkleuren van de geleiderail. 7. 3 OpbergenVoorzichtig: Berg de kettingzaag nooit langer dan 30 dagen weg zonder de volgende stappen te doorlopen.

Opbergen van de kettingzaagAls u een kettingzaag langer dan 30 dagen op-bergt, dient de zaag hiervoor klaargemaakt te worden. Anders zou de rest van de brandstof die zich in de carburator bevindt verdampen en een rubberachtig bezinksel achterlaten. Dit zou de start kunnen bemoeilijken en dure herstelwerk-zaamheden tot gevolg hebben. 1. Neem de dop van de brandstoftank langzaam eraf om eventuele druk in de tank af te laten. Maak de tank voorzichtig leeg. 2. Start de motor en laat hem draaien tot de zaag stopt teneinde de brandstof uit de car-burator te verwijderen. 3. Laat de motor afkoelen (ca. 5 minuten). 4. Verwijder de bougie (zie 7. 2. 4). 5. Giet een koffi elepel schone tweetaktolie de verbrandingskamer in. Trek meermaals lang-zaam aan de starterkoord om de binnenste componenten van een laag te voorzien. Zet de bougie er weer in (fi g. 25).

Haal de starterkoord snel door om overtollige olie uit de verbrandingskamer te verwijderen. 3. Maak de bougie schoon en let op de juiste elektrodeafstand op de bougie of monteer een nieuwe bougie met de juiste elektrodeaf-stand. 4. Maak de zaag klaar om ermee te werken. 5. Vul de tank met de juiste brandstofoliemenge-ling. Zie hoofdstuk MOTORBRANDSTOF EN OLIE. 7. 4 Bestellen van wisselstukken:Gelieve bij het bestellen van wisselstukken vol-gende gegevens te vermelden:• Type van het toestel• Artikelnummer van het toestel• Ident-nummer van het toestel• Wisselstuknummer van het benodigd stukActuele prijzen en info vindt u terug onder www. isc-gmbh. info8. Verwijdering en recyclageHet toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan naar de grondstofkringloop worden teruggevo-erd.

Het toestel en zijn accessoires bestaan uit diverse materialen, zoals b. v. metaal en kunststof. Defecte toestellen horen niet thuis in het huisvuil. Om zich van het toestel naar behoren te ontdoen dient het naar een geschikte verzamelplaats te worden gebracht. Als u geen verzamelplaats kent gelieve u dan bij de gemeente te informeren. Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1. indb 86Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1. indb 86 09. 05. 14 08:2909. 05. 14 08:29.

NL- 87 -9. Foutopsporing Probleem Mogelijke oorzaak Verhelpen De motor start niet of hij start maar blijft niet draaien. - Foutief verloop van de start. - Fout ingestelde carburatormenge-ling. - Bougie vol roet. - Brandstoffi lter verstopt geraakt. - Volg de instructies in deze handlei-ding op. - Laat de carburator instellen door de geautoriseerde dienst na verkoop. - Bougie schoonmaken / afstellen of vervangen. - Vervang de brandstoffi lter. De motor start maar draait niet met vol vermogen. - Verkeerde stand van de hendel aan de choke. - Vervuilde luchtfi lter - Fout ingestelde carburatormenge-ling. - Breng de hendel naar de stand (BETRIEB (bedrijf)). - Filter verwijderen, schoonmaken en terug op zijn plaats zetten. - Laat de carburator instellen door de geautoriseerde dienst na verkoop. Motor draait onre-gelmatig- Fout ingestelde carburatormenge-ling.

NL- 88 - Service-informatieWij werken in alle landen die in het garantiebewijs zijn genoemd, samen met competente servicepart-ners, wier contactgegevens u kunt afl eiden uit het garantiebewijs. Deze staan voor alle diensten zoals reparatie, het verschaff en van wisselstukken of slijtdelen of voor de aankoop van verbruiksmaterialen te uwer beschikking.U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen.Categorie VoorbeeldSlijtstukken* Zwaard, bougie, luchtfi lter, benzinefi lterVerbruiksmateriaal/verbruiksstukken* ZaagkettingOntbrekende onderdelen * niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen!Bij gebreken of defecten verzoeken wij u om de fout te melden op het internet onder www.isc-gmbh.info.

Gelieve te zorgen voor een nauwkeurige beschrijving van de fout en daarbij in elk geval de volgende vragen te beantwoorden:• Heeft het toestel reeds eenmaal gewerkt of was het vanaf het begin defect?• Is u iets opgevallen voordat het defect zich voordeed (symptoom vóór het defect)?• Welke foutieve werkwijze vertoont het toestel volgens u (hoofdsymptoom)? Beschrijf deze foutieve werkwijze.Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1.indb 88Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1.indb 88 09.05.14 08:2909.05.14 08:29

NL- 89 - Garantiebewijs Geachte klant,onze producten worden onderworpen aan een strenge kwaliteitscontrole. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren werken, spijt het ons ten zeerste en verzoeken wij u zich te wenden tot onze service-dienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs, of tot het verkooppunt waar u het toestel heeft gekocht. Voor eisen in verband met het recht garantie geldt het volgende:1. Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor u gratis. 2. De garantie geldt uitsluitend voor gebreken aan het apparaat die aantoonbaar vallen te herleiden tot een materiaal- of fabricagefout, en is naar ons goeddunken beperkt tot het verhelpen van zulke defecten of de vervanging van het apparaat.

Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet ontworpen zijn voor com-mercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Van een garantiecontract is derhalve geen sprake, als het apparaat binnen de garantieperiode in commerciële, ambachtelijke of industriële bedrijven werd ingezet of aan een daarmee gelijk te stellen belasting werd blootgesteld. 3. Van onze garantie zijn uitgesloten: - Schade aan het apparaat als gevolg van niet-inachtneming van de montagehandleiding of op grond van ondeskundige installatie, als gevolg van niet-inachtneming van de gebruiksaanwijzing (zoals bijv. door aansluiting aan een verkeerde netspanning of stroomsoort) of niet-inachtneming van de onderhouds- en veiligheidsvoorschriften, door blootstelling van het apparaat aan abnormale omgevingsvoorwaarden of door nalatig onderhoud en verzorging.

- Schade aan het apparaat als gevolg van misbruik of ondeskundige toepassingen (zoals bijv. over-belasting van het apparaat of de inzet van niet toegelaten gereedschappen of toebehoren), binnen-dringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals bijv.

zand, stenen of stof, transportschade), gebruik van geweld of als gevolg van externe invloeden (zoals bijv. schade door vallen). - Schade aan het apparaat of aan delen van het apparaat die valt te herleiden tot slijtage als gevolg van gebruik, en als gevolg van normale of andere natuurlijke slijtage. 4. De garantieperiode bedraagt 60 maanden en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vast-stellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het indienen van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt niet tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht.

Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit. 5. Gelieve om een garantieclaim geldend te maken het defecte apparaat aan te melden onder: www. isc-gmbh. info. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie, dan bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug. Voor slijtstukken, verbruiksmateriaal en ontbrekende onderdelen wordt verwezen naar de beperkingen van deze garantie conform de service-informatie van deze handleiding. Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1. indb 89Anl_GMSE_1535_SPK7_Teil1. indb 89 09. 05. 14 08:2909. 05. 14 08:29.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Gardol GMSE 1535 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden