Gardena Sileno City 600 Handleiding

Gardena Grasmaaier Sileno City 600

Bekijk gratis de handleiding van Gardena Sileno City 600 (56 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 67 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Gardena Sileno City 600 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/56
gardena.com
Gebruiksaanwijzing
SILENO city | smart SILENO city | SILENO life | smart SILENO life

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Gardena
Categorie: Grasmaaier
Model: Sileno City 600
Kleur van het product: Blue, Grey
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 7300 g
Breedte: 380 mm
Diepte: 550 mm
Hoogte: 230 mm
Geluidsniveau: 57 dB
Soort: Robotgrasmaaier
Stroombron: Batterij/Accu
Internationale veiligheidscode (IP): IPX5
Oplaadtijd: 1 uur
Automatisch terug naar basisstation: Ja
Maximale grasoppervlakte: 600 m²
Maaibreedte: 160 mm
Minimale maaihoogte: 200 mm
Maximale maaihoogte: 500 mm
Maaimethode: Draaiende messen
Weerbestendig: Ja
Aantal bladen: 3
Batterijtechnologie: Lithium-Ion (Li-Ion)
Type batterij: Ingebouwde accu
Accuduur (max): 65 min
Mulchfunctie: Nee

Handleiding Gardena Sileno City 600 – volledige tekst

Inhoud1 Veiligheid1. 1 Veiligheidsdefinities. 31. 2 Algemene veiligheidsinstructies. 31. 3 Veiligheidsinstructies voor installatie. 41. 4 Veiligheidsinstructies voor bediening. 41. 5 Veiligheidsinstructies voor onderhoud. 51. 6 Veiligheid bij accu's. 51. 7 Product optillen en verplaatsen. 52 Inleiding2. 1 Inleiding. 62. 2 Productoverzicht. 72. 3 Symbolen op het product. 82. 4 Symbolen op het display. 82. 5 Symbolen op de accu. 92. 6 Algemene gebruiksinstructies. 92. 7 Overzicht menustructuur 1. 102. 8 Overzicht menustructuur 2. 112. 9 Display. 122. 10 Toetsenbord. 123 Installatie3. 1 Inleiding - installatie. 133. 2 Belangrijkste onderdelen voor de installatie. 133. 3 Voorbereiden op installatie. 133. 4 Vóór de installatie van de draden. 133. 5 Montage van het product. 193. 6 De draad positioneren met krammen. 203. 7 De begrenzingsdraad of geleidingsdraadingraven. 213.

8 De begrenzingsdraad of geleidingsdraadverlengen. 213. 9 Na de installatie van het product. 213. 10 De productinstellingen uitvoeren. 224 Werking4. 1 De ON/OFF-knop gebruiken. 314. 2 Product starten. 314. 3 Bedieningsmodi. 314. 4 Product stoppen. 324. 5 Het product uitschakelen. 324. 6 De accu opladen. 324. 7 Maaihoogte aanpassen. 325 Onderhoud5. 1 Introductie - onderhoud. 345. 2 Product reinigen. 345. 3 De bladen vervangen. 355. 4 Firmware-update. 355. 5 Accu. 365. 6 Winterbeurt. 366 Probleemoplossing6. 1 Introductie - problemen oplossen. 386. 2 Foutmeldingen. 396. 3 Informatiemeldingen. 446. 4 Indicatielampje in het laadstation. 456. 5 Symptomen. 466. 6 Breuken in de lusdraad opsporen. 477 Vervoer, opslag en verwerking7. 1 Transport. 507. 2 Opslag. 507. 3 Afvoeren. 508 Technische gegevens8. 1 Technische gegevens.

1 Veiligheid1. 1 VeiligheidsdefinitiesWaarschuwingen, voorzorgsmaatregelen enopmerkingen worden gebruikt om te wijzen opbelangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruiktom te wijzen op de kans op ernstig offataal letsel voor de gebruiker of omstanderswanneer de instructies in de handleiding nietworden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien ereen risico bestaat op schade aan hetproduct en andere eigendommen of aande omgeving wanneer de instructies in dehandleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in eenbepaalde situatie. 1. 2 Algemene veiligheidsinstructiesWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat u hetproduct gaat gebruiken. • Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door enzorg dat u de instructies hebt begrepen voordat uhet product gaat gebruiken. Bewaren om later tekunnen raadplegen.

• Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik doorkinderen of personen met fysieke, zintuiglijke ofgeestelijke beperkingen (die van invloed kunnenzijn op het veilig bedienen van het product), ofeen gebrek aan kennis en ervaring, tenzij zebegeleiding bij of aanwijzingen voor het gebruikvan het apparaat hebben ontvangen van eenpersoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Volgens EU-vereisten mag het apparaat echterworden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar enouder en andere personen die ondanks hunfysieke, sensorische of geestelijke handicap ofgebrek aan ervaring en kennis onder toezicht ofinstructie van een verantwoordelijke persoon instaat zijn veilig gebruik te maken van het apparaaten op de hoogte zijn van alle gevaren. Kinderenmogen niet spelen met het apparaat. Kinderenmogen het apparaat niet zonder toezicht reinigenof onderhouden.

• Het product mag uitsluitend worden gebruiktin combinatie met apparatuur aanbevolen doorGARDENA. Elk ander gebruik is onjuist. • Gebruik het product niet als personen, met namekinderen, of huisdieren zich in het werkgebiedbevinden.

• Er moeten waarschuwingsborden wordengeplaatst rondom het werkgebied van het productals het in openbare gebieden wordt gebruikt. De borden moeten de volgende tekst bevatten:Waarschuwing. Automatische gazonmaaier. Blijfuit de buurt van de machine. Houd toezicht opkinderen. • Raak geen bewegende gevaarlijke onderdelen,zoals de maaischijf, aan voordat de maaier volledigtot stilstand is gekomen. • Zet het product op OFF voordat u een blokkadeverhelpt, onderhoud uitvoert of het productonderzoekt, en als het product abnormaal begintte trillen. Controleer het product op beschadigingvoordat u het opnieuw start. Gebruik het productniet als het beschadigd is. • Als zich een letsel of ongeval voordoet, dient umedische hulp in te schakelen. • Plaats de voedingskabel en de verlengkabel nietin het werkgebied. Dit kan schade aan de kabelsveroorzaken.

• Sluit geen beschadigde kabel of stekker aan enraak een beschadigde kabel niet aan voordatde kabel is losgekoppeld van het stopcontact. Koppel de stekker los van het stopcontactals de kabel beschadigd raakt tijdens hetgebruik. Een versleten of beschadigde kabelverhoogt het risico op elektrische schokken. Eenbeschadigde kabel moet worden vervangen dooronderhoudspersoneel. • Wanneer u de voedingskabel op het stopcontactaansluit, moet u een aardlekschakelaar (RCD)gebruiken met een afschakelstroom van maximaal30 mA. • Laad het product alleen op in het meegeleverdelaadstation. Voor veilig afvoeren van de accuraadpleegt u Accu op pagina 36. Onjuist gebruikkan leiden tot elektrische schokken, oververhittingof lekkage van corroderende vloeistof uit de accu. Spoelen met water/neutralisatiemiddel in geval vanlekkage van elektrolyt. Roep medische hulp in alser bijtende vloeistof in uw ogen komt.

• Gebruik alleen originele accu's die wordenaanbevolen door GARDENA. De veiligheid vanhet product kan niet worden gegarandeerd metniet-originele accu's. Gebruik geen niet-oplaadbareaccu's.

• Als er kans op onweer is, raadt GARDENAaan om de voedingskabel en alle draden naarhet laadstation los te koppelen om het risicoop schade aan elektrische componenten teverminderen. Sluit de voedingskabel en alledraden weer aan als er geen onweer meer dreigt. Het is belangrijk dat alle draden correct zijnaangesloten. • Volg de onderhoudsinstructies op en gebruikindien nodig originele reserveonderdelen vanGARDENA, zie Onderhoud op pagina 34. • Voor technische gegevens zoals gewicht,afmetingen en geluidsemissiewaarden raadpleegtu Technische gegevens op pagina 51. • De gebruiker is verantwoordelijk in geval vanongelukken of gevaren met betrekking tot anderepersonen of eigendommen. • Het product mag uitsluitend worden bediend,onderhouden en gerepareerd door personen dievolledig vertrouwd zijn met de speciale kenmerkenvan en veiligheidsregels voor het product.

• Het is niet toegestaan om het originele ontwerpvan het product te wijzigen. • Volg de nationale voorschriften voor elektrischeveiligheid. • GARDENA staat niet garant voor volledigecompatibiliteit tussen het product en andere typendraadloze systemen, zoals afstandsbedieningen,radiozenders of dergelijke. • Het ingebouwde alarm maakt een zeer hardgeluid. Let op, in het bijzonder wanneer hetproduct in een gesloten ruimte wordt gehanteerd. • Bedrijfs- en opslagtemperatuurbereik is 0-50 °C. Temperatuurbereik voor het opladen is 0-45 °C. Te hoge temperaturen kunnen schade aan hetproduct veroorzaken. 1. 3 Veiligheidsinstructies voorinstallatieWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat u hetproduct gaat gebruiken. • Installeer het laadstation, inclusief accessoires,niet op een plek die zich onder of binnen 60cm / 24 inch van brandbaar materiaal bevindt.

Ingeval van een storing kunnen het laadstation ende voeding heet worden en kan er brandgevaarontstaan. • Zet de voeding niet op een hoogte waar er eenrisico bestaat dat deze in het water komt te staan. Zet de voeding niet op de grond.

• Kapsel de voeding niet in. Condenswater kan devoeding beschadigen en het risico op elektrischeschokken vergroten. • Installeer het laadstation niet op een plek waarzich ongedierte bevindt, zoals mieren. • Van toepassing voor USA/Canada. Als devoedingseenheid buiten is opgesteld: Risico vanelektrische schok. Alleen aansluiten op eenafgedekt GFCI-stopcontact (RCD), klasse A, datvoorzien is van een behuizing die waterdicht is,ongeacht of de kap van de aansluitstekker isgeplaatst. • Installeer het laadstation niet op een plek waar ereen risico bestaat op water vorming. 1. 4 Veiligheidsinstructies voorbedieningWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat u hetproduct gaat gebruiken. • Houd handen en voeten uit de buurt van roterendemessen. Plaats uw handen of voeten niet in debuurt van of onder het product wanneer het op ONstaat.

• Gebruik de functie Parkeren of zet het productop OFF wanneer personen, vooral kinderen, ofdieren zich in het werkgebied bevinden. Zie Hetproduct uitschakelen op pagina 32. GARDENAraadt aan om het product in te stellen op gebruikwanneer er in het werkgebied geen activiteit is. Het product kan 's nachts letsel bij dieren in hetwerkgebied veroorzaken, bijvoorbeeld bij egels. Zie De schema-instellingen uitvoeren op pagina22. • Controleer of er geen voorwerpen zoals stenen,takken, gereedschappen of speelgoed op hetgazon aanwezig zijn. De messen kunnenbeschadigd raken als ze een voorwerp raken. • Til het product niet op en verplaats het nietwanneer het op ON is gezet. • Laat het product niet in botsing komen metpersonen of dieren. Als een persoon of dier inde baan van het product komt, moet het productonmiddellijk worden gestopt. Zie Product stoppenop pagina 32.

• Zet geen objecten boven op het product of hetlaadstation. • Gebruik het product niet als de STOP-knop nietwerkt. • Zet het product altijd op OFF wanneer u het nietgebruikt. Het product kan alleen worden gestart alsu de juiste pincode invoert.

• Gebruik het product niet tegelijkertijd met een pop-up-sproeier. Gebruik de functie Schema zodat hetproduct en de pop-up-sproeier niet tegelijkertijdwerken. Zie De schema-instellingen uitvoeren oppagina 22. • Gebruik dit product niet als er plassen water inhet werkgebied bevinden. Bijvoorbeeld als zwareregenval waterplassen veroorzaakt. 4 - Veiligheid 1298 - 022 - 22. 09. 2023.

1.5 Veiligheidsinstructies vooronderhoudWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat uonderhoud aan het product gaat uitvoeren.• Zet het product op OFF voordat u onderhoud aanhet product uitvoert.• Reinig het product niet met een hogedrukspuit.Gebruik geen oplosmiddelen om het product tereinigen.• Ontkoppel de stekker naar het laadstation voordatu reinigings- of onderhoudswerkzaamhedenverricht aan het laadstation.1.6 Veiligheid bij accu'sWAARSCHUWING: Lees devolgende waarschuwingen voordat u hetproduct gaat gebruiken.• Lithium-ionaccu's kunnen ontploffen of brandveroorzaken, indien gedemonteerd, kortgesloten,blootgesteld aan water, brand of hogetemperaturen. Behandel de accu voorzichtig,demonteer de accu niet, open de accu niet envoorkom elektrisch/mechanisch misbruik.

Zet eenaccu niet in direct zonlicht.1.7 Product optillen en verplaatsenWAARSCHUWING: Het productmoet uitgeschakeld zijn voordat u het optilt.Het product is uitgeschakeld wanneer hetindicatielampje op de ON/OFF-knop uitgaat.OPGELET: Til het product niet opals het in het laadstation is geparkeerd.Hierdoor kunnen het laadstation en/of hetproduct worden beschadigd. Druk op deSTOP-knop en trek het product uit hetlaadstation voordat u het optilt.Voor het veilig verplaatsen van het product uit of binnenhet werkgebied:1. Druk op de STOP-knop om het product te stoppen.2. Druk 3 seconden lang op de ON/OFF-knop om hetproduct uit te schakelen.3. Controleer of het product is uitgeschakeld. Hetindicatielampje op de ON/OFF-knop gaat uitwanneer het product wordt uitgeschakeld. ZieToetsenbord op pagina 12.4.

2 Inleiding2.1 InleidingSerienummer:Pincode:Productregistratiecode:Het serienummer staat op de productverpakking en op het productplaatje. Zie Productoverzicht op pagina 7.• Gebruik het serienummer om uw product te registreren op www.gardena.com.2.1.1 OndersteuningNeem contact op met uw GARDENA-service voorondersteuning met betrekking tot het GARDENA-product.2.1.2 ProductbeschrijvingLet op: GARDENA werkt het uiterlijk en de werkingvan producten regelmatig bij. Zie Ondersteuning oppagina 6.Het product is een robotmaaier. Het product bevateen accu en maait het gras automatisch. Hierbijwisselen maaien en laden elkaar continu af.

Hetbewegingspatroon is willekeurig, wat betekent dat hetgazon gelijkmatig en met minder slijtage wordt gemaaid.De begrenzingsdraad en de geleidingsdraad regelende beweging van het product binnen het werkgebied.Sensoren in het product detecteren wanneer hetproduct de begrenzingsdraad nadert. De voorzijde vanhet product rijdt altijd een bepaalde afstand voorbijde begrenzingsdraad voordat het product omkeert.Wanneer het product een obstakel raakt of debegrenzingsdraad nadert, kiest het een nieuwe richting.De gebruiker selecteert de instellingen voor de werkingmet de toetsen op het toetsenblok.

Het display toont degeselecteerde en mogelijke instellingen voor de werking,en de bedrijfsmodus van het product.2.1.2.1 MaaitechniekDeze regelmatige maaitechniek verbetert de kwaliteitvan het gras en vermindert het gebruik van meststoffen.Het gras hoeft niet te worden verzameld.2.1.2.2 Laadstation zoekenHet product werkt totdat de laadstatus van de acculaag is, en het gaat vervolgens naar het laadstation.De geleidingsdraad wordt vanaf het laadstation naareen afgelegen deel van het werkgebied of door eensmalle doorgang gelegd. De geleidingsdraad wordtaangesloten op de begrenzingsdraad waardoor hetproduct het laadstation veel gemakkelijker en snellerkan vinden.6 - Inleiding 1298 - 022 - 22.09.2023

25. Meetlat als hulpmiddel bij het installeren van debegrenzingsdraad (de meetlat wordt van de dooslosgemaakt)26. voeding Smart Gateway (alleen voor smart-model)27. Laagspanningskabel28. Smart Gateway (alleen voor smart-model)29. LAN-kabel Smart Gateway (alleen voor smart-model)30. Bedieningshandleiding en beknopte handleiding2. 3 Symbolen op het productDeze symbolen staan op het product. Bestudeer zezorgvuldig. WAARSCHUWING: Lees degebruikersinstructies voordatu het product gebruikt. WAARSCHUWING: Schakelhet product uit voordat uwerkzaamheden aan het pro-duct uitvoert of het productoptilt. WAARSCHUWING: Bewaareen veilige afstand tot hetproduct als dit in gebruik is. Houd uw handen en voetenuit de buurt van de roterendemessen. WAARSCHUWING: Ga nietop het product zitten of staan. Plaats uw handen of voetenniet in de buurt van of onderhet product.

Gebruik een losse voedingmet de specificaties die ophet typeplaatje naast hetsymbool staan vermeld. Dit product voldoet aan de geldende EU-richtlijnen. Dit product voldoet aan de geldende UK-richtlijnen. Het is niet toegestaan om dit product alsnormaal huishoudelijk afval af te voeren. Zorg dat het product wordt gerecycledvolgens de lokale wettelijke voorschriften. De laagspanningskabel mag niet wordeningekort, verlengd of gesplitst. Gebruik geen trimmer in de buurt van delaagspanningskabel. Wees voorzichtig bijhet knippen van randen waar de kabelsliggen. 2. 4 Symbolen op het displayHet schemamenu wordt gebruikt om inte stellen wanneer het product het gazonmaait. De functie SensorControl pastautomatisch de maai-intervallen aan degrasgroei aan. Het menu Instellingen wordt gebruikt omde algemene productinstellingen in testellen. Alleen voor smart SILENO city en smartSILENO life.

Het GARDENA smart system maaktdraadloze interactie mogelijk tussen uwsmart product en het GARDENA smartsystem. Het product maait het gras niet door deschemafunctie. Het product overschrijft de schemafunctie.

2.5 Symbolen op de accuWAARSCHUWING: Lithium-Ion accu'skunnen ontploffen of brand veroorzakenindien ze zijn gedemonteerd ofkortgesloten of indien er ruw mee wordtomgegaan. Stel ze niet bloot aan water,vuur of hoge temperaturen.Lees de gebruikersinstructies goed door.Dank de accu niet af door deze in eenvuur te gooien en stel de accu niet blootaan een warmtebron.Dompel de accu niet onder in water.2.6 Algemene gebruiksinstructiesVoor het gemak wordt het volgende systeem in debedieningshandleiding gebruikt:•Cursief gedrukte tekst geeft teksten aan dieworden weergegeven op het display of iseen verwijzing naar een ander gedeelte in debedieningshandleiding.• Vet gedrukte tekst geeft de knoppen op hetproduct aan.1298 - 022 - 22.09.2023 Inleiding - 9

2.9 DisplayOp het display op het product wordt informatie over deinstellingen van het product weergegeven.Om toegang te krijgen tot het display drukt u op de knopSTOP en opent u de klep.2.10 Toetsenbord Met het toetsenbord op het product kan de gebruikernavigeren in het menu. Om toegang te krijgen tot hettoetsenblok, drukt u op de knop STOP en opent u deklep.• Gebruik de knop ON/OFF (A) om het product inen uit te schakelen. Het indicatielampje op hettoetsenbord is een belangrijke statusindicator.

ZieDe ON/OFF-knop gebruiken op pagina 31.• Gebruik de knop Start (B) om het product testarten.• Gebruik de knop Menu (C) om naar het hoofdmenute gaan.Let op: De knop Menu wordt ook gebruikt alseen knop voor Terug om omhoog te gaan in demenulijsten.• Gebruik de knop Mode (D) om de bedrijfsmodus teselecteren.• Gebruik de knop OK (E) om de instellingen tebevestigen die u in de menu's selecteert.• Gebruik de pijltoetsen (F) voor navigatie in hetmenu. Gebruik de pijltoetsen omhoog/omlaag omde pincode, de tijd en de datum in te voeren.ABDCEF12 - Inleiding 1298 - 022 - 22.09.2023

3 Installatie3. 1 Inleiding - installatieZie www. gardena. com voor meer informatie over deinstallatie en instructievideo's. Wij raden u aan de firmware bij te werken voordatu het product installeert, om er zeker van te zijn dathet product de nieuwste firmware heeft. Zie Firmware-update op pagina 35. WAARSCHUWING: Zorg dat u hethoofdstuk over veiligheid hebt gelezen enbegrepen voordat u het product monteert. OPGELET: Gebruik originelereserveonderdelen en origineelinstallatiemateriaal. 3. 2 Belangrijkste onderdelen voor deinstallatieDe installatie bestaat uit de volgende onderdelen:• Een robotmaaier die het gazon automatisch maait. • Een laadstation met 3 functies:• Controlesignalen door de begrenzingsdraadverzenden.

• Controlesignalen langs de geleidingsdraadsturen, zodat het product de geleidingsdraadnaar specifieke afgelegen gebieden in detuin kan volgen en terug kan keren naar hetlaadstation. • Het product opladen. • Een voeding, die is aangesloten tussen hetlaadstation en een stopcontact van 100-240 V. • De lusdraad, die langs de randen van hetwerkgebied wordt gelegd en ook rondomvoorwerpen en planten die de robotmaaierniet mag raken. De lusdraad dient alsbegrenzingsdraad en ook als geleidingsdraad. 3. 3 Voorbereiden op installatieLees het hoofdstuk over installatie voordat u deinstallatie start. Bereid de installatie zorgvuldig voor,zodat het product naar behoren werkt. • Maak een blauwdruk van het werkgebied en neemer alle obstakels in op. Dit maakt het gemakkelijkerom te onderzoeken waar het laadstation, debegrenzingsdraad en geleidingsdraad geplaatstmoeten worden.

• Breng een markering aan op de blauwdrukwaar het laadstation, de begrenzingsdraad en degeleidingsdraad moeten worden geplaatst. • Breng een markering op de blauwdrukaan waar de geleidingsdraad aansluit opde begrenzingsdraad. Zie De geleidingsdraadinstalleren op pagina 20. • Vul de gaten in het gazon in om het vlak te maken.

OPGELET: Gaten met water inhet gazon kunnen schade aan hetproduct veroorzaken. • Maai het gras en trim de randen voordat uhet product installeert. Zorg ervoor dat het grasmaximaal 4 cm/1. 6 inch is. Let op: De eerste weken na de installatie kan hetgeluidsniveau bij het maaien van het gras hoger zijn dangewoonlijk. Het geluidsniveau wordt na verloop van tijdlager. 3. 4 Vóór de installatie van de dradenU kunt kiezen om de draden met staken te bevestigenof om ze in te graven. U kunt de 2 procedures voorhetzelfde werkgebied gebruiken. OPGELET: Graaf de begrenzingsdraaden de geleidingsdraad in indien ueen verticuteermachine gebruikt in hetwerkgebied om te voorkomen dat zebeschadigd raken. 3. 4. 1 Onderzoeken waar het laadstationmoet worden geplaatst• Zorg voor minimaal 2m/6. 6ft vrije ruimtevóór het laadstation. Zie Onderzoeken waar degeleidingsdraad moet worden gelegd op pagina17.

• Plaats het laadstation in de buurt van eenstopcontact.• Plaats het laadstation op een vlakke ondergrond.• De bodemplaat van het laadstation mag nietgebogen zijn.Max 5 cm/2"Max 5 cm/2"Max +/- 2 cm / 0.8 in.• Als het werkgebied twee delen heeft die zijngescheiden door een steile helling, raden wij aanhet laadstation op het laagste deel te plaatsen.• Plaats het laadstation in een gebied metbescherming tegen de zon.• Als het laadstation op een eiland is geplaatst,dient u ervoor te zorgen dat u de geleidingsdraadmet het eiland verbindt. Zie Een eiland maken oppagina 16.3.4.2 Onderzoeken waar de voeding moetworden geplaatstWAARSCHUWING: U mag delaagspanningskabel niet doorsnijden ofverlengen.

Er bestaat een gevaar voorelektrische schokken.OPGELET: Zorg ervoor dat de messenop het product niet de laagspanningskabeldoorsnijden.OPGELET: Plaats delaagspanningskabel niet in een spoel ofonder de plaat van het laadstation. Debobine veroorzaakt interferentie met hetsignaal van het laadstation.• Plaats de voeding in een gebied met een dak enbescherming tegen de zon en de regen.• Plaats de voeding in een gebied met een goedeluchtstroom.• Gebruik een aardlekschakelaar met eenafschakelstroom van maximaal 30 mA wanneer ude voeding aansluit op het stopcontact.Laagspanningskabels van verschillende lengtes zijnverkrijgbaar als accessoires.3.4.3 Onderzoeken waar u debegrenzingsdraad plaatstOPGELET: Er dient een barrièrevan minimaal 15 cm/6 inch hoog tussende begrenzingsdraad en waterpartijen,hellingen, afgronden of openbare wegen testaan.

OPGELET: Voor een zorgvuldigewerking zonder geluid isoleert u alleobstakels zoals bomen, wortels en stenen.De begrenzingsdraad moet als een lus om hetwerkgebied worden geplaatst. De sensoren inhet product detecteren wanneer het product debegrenzingsdraad nadert en het product een andererichting selecteert. Alle delen van het werkgebiedmoeten zich op maximaal 15 m/50 ft van debegrenzingsdraad bevinden.Om de verbinding tussen de geleidingsdraad ende begrenzingsdraad eenvoudiger te maken, is hetraadzaam een oogje te maken op de plaats waar degeleidingsdraad wordt aangesloten. Maak het oogjecirca 20 cm/8 inch van de begrenzingsdraad.Let op: Maak een blauwdruk van het werkgebiedvoordat u de begrenzingsdraad en de geleidingsdraadinstalleert.ABCEDF• Plaats de begrenzingsdraad rond het volledigewerkgebied (A).

Pas de afstand tussen debegrenzingsdraad en de obstakels aan.• Plaats de begrenzingsdraad 35 cm/14 inch (B) vaneen obstakel dat hoger is dan 5 cm/2 inch.35 cm /14"> 5 cm / 2"• Plaats de begrenzingsdraad 30 cm/12 inch (C) vaneen obstakel dat 1-5 cm/0.4-2 inch hoog is. 1-5 cm / 0.4 - 2"30 cm / 12" • Plaats de begrenzingsdraad 10 cm/4 inch (D) vaneen obstakel dat kleiner is dan 1 cm/0.4 inch.10 cm / 4"max 1 cm / 0.4"• Als u een tegelpad op niveau van het gazon hebt,plaatst u de begrenzingsdraad lager dan de tegels.Let op: Indien het tegelpad breder is dan 30cm/12 inch, gebruikt u de fabrieksinstelling voor defunctie Rijd over draad om al het gras naast hettegelpad te maaien. Zie De functie Rijd over draadinstellen op pagina 27.• Als u een eiland maakt, plaatst u debegrenzingsdraden die naar en van het eilandlopen dicht bij elkaar (E). Plaats de kabels indezelfde kram.

• Maak een oogje (F) op de plaats waar degeleidingsdraad met de begrenzingsdraad moetworden verbonden. 3. 4. 3. 1 De begrenzingsdraad op een helling plaatsenHet product kan gebruikt worden op hellingen van 35%. Hellingen die te steil zijn, moeten worden geïsoleerdmet de begrenzingsdraad. De hellingshoek (%) wordtberekend als verticale hoogte gedeeld door horizontaleafstand. Voorbeeld: 10 cm/100 cm = 10%. 10 cm/4"100 cm/40"10%• Voor hellingen steiler dan 35% binnenhet werkgebied isoleert u de helling metbegrenzingsdraad. • Voor hellingen steiler dan 10% langs de buitenrandvan het gazon plaatst u de begrenzingsdraad 20cm/8 inch (A) van de rand. A>10%0-25%• Voor hellingen grenzend aan een openbare wegplaatst u een afzetting van minimaal 15 cm / 6 inchlangs de buitenrand van de helling. U kunt eenmuur of hek als afzetting gebruiken. 3. 4. 3.

2 DoorgangenEen doorgang is een sectie met begrenzingsdraad aanelke kant die 2 delen van het werkgebied verbindt. Deafstand tussen de begrenzingsdraad moet aan elke kantvan de doorgang minimaal 60 cm/24 inch bedragen. Let op: Als een doorgang minder dan 2 m/6. 5ft breed is, installeert u een geleidingsdraad door dedoorgang. De aanbevolen minimumafstand tussen degeleidingsdraad en de begrenzingsdraad is 30cm/12 inch. Het product loopt altijd links vande geleidingsdraad, gezien in de richting van hetlaadstation. Het is raadzaam om te zorgen voor zo veelmogelijk vrije ruimte links van de geleidingsdraad (A). A>30 cm / 12">60 cm / 24"3. 4. 3. 3 Een eiland makenOPGELET: Kruis geen gedeelte vande begrenzingsdraad over een andergedeelte. De begrenzingsdraadgedeeltenmoeten evenwijdig lopen. OPGELET: Kruis de geleidingsdraadniet over de begrenzingsdraad.

Isoleer gebieden in het werkgebied met debegrenzingsdraad om een eiland te maken. We radenaan alle stabiele objecten in het werkgebied te isoleren. Sommige obstakels kunnen tegen een botsing, zoalsbomen en struiken die hoger zijn dan 15 cm/5. 9 inch. Het product botst tegen het obstakel en selecteertvervolgens een nieuwe richting. • Plaats de begrenzingsdraad op en rond hetobstakel om een eiland te maken. • Plaats de 2 stukken begrenzingsdraad die naar envan het eiland lopen dicht bij elkaar. Hierdoor loopthet product over de draad. • Zet de 2 stukken begrenzingsdraad in dezelfdestaak vast. 0 cm / 0"3. 4. 3. 4 Een bijgebied makenMaak een bijgebied (B) als het werkgebied 2 gebiedenheeft die niet zijn verbonden met een doorgang. Hetwerkgebied met het laadstation is het hoofdgebied (A). BALet op: Het product moet handmatig wordenverplaatst tussen het hoofdgebied en het secundairegebied.

• Plaats de begrenzingsdraad rond het bijgebied (B)om een eiland te maken. Zie Een eiland maken oppagina 16. Let op: De begrenzingsdraad moet als 1 lusrond het gehele werkgebied (A + B) wordengeplaatst. Let op: Wanneer het product gras maait inhet bijgebied, moet de modus Bijgebied wordengeselecteerd. Zie Bijgebied op pagina 31. 3. 4. 4 Onderzoeken waar degeleidingsdraad moet worden gelegdLeg de geleidingsdraad van het laadstation doorhet werkgebied en sluit deze aan op debegrenzingsdraad. De installatie van de geleidingsdraadis belangrijk voor een succesvolle geleidingskalibratie,zie Geleidingskalibratie op pagina 22. FDC EAB• Plaats de geleidingsdraad in een lijn op minimaal 1m/3. 3 ft afstand vóór het laadstation (A). • Plaats de geleidingsdraad minimaal 30 cm /1 inchvan de begrenzingsdraad (B). • Startpunt (C). Zie Start punt op pagina 27. • Minimale afstand 60 cm/2 ft.

Let op: Het product beweegt altijd binnende doorrijbreedte, maar de afstand tot degeleidingsdraad wordt afgewisseld.3.4.4.1 Onderzoeken waar de geleidingsdraad voor deLONA-installatie geplaatst moet wordenVolg de onderstaande aanwijzingen als u een virtueelwerkgebied met de LONA-functie installeert.• Plaats de geleidingsdraad in alle delen van hetwerkgebied.• Wij adviseren dat u de geleidingsdraad in een lijnin alle delen van het werkgebied plaatst.• Installeer de geleidingsdraad in een lus als ditnodig is. Plaats de geleidingsdraad in een lusaan de rechterkant van het laadstation.

Plaats degeleidingsdraad met een minimale afstand van 1,5m / 4,9 inch (A) van het andere gedeelte van degeleidingsdraad.A3.4.5 Voorbeelden van werkgebieden• Als het laadstation in een klein gebied (A) wordtgeplaatst, zorgt u ervoor dat de afstand tot debegrenzingsdraad minimaal 2 m/6.6 ft vóór hetlaadstation bedraagt.• Als het werkgebied een doorgang (B) zondergeleidingsdraad heeft, is de minimale afstandtussen de begrenzingsdraden 2 m / 6.5 ft. Alser wel een geleidingsdraad is aangebracht inde doorgang, is de minimale afstand tussen degeleidingsdraden 60 cm / 24 inch.

Gebruik defunctie Maaien in een doorgang om de doorgangte maaien, zie Tuindekking en Maaien in eendoorgang op pagina 25.• Als het werkgebied gebieden heeft die doormiddel van een smalle doorgang (B) met elkaarzijn verbonden, kunt u het product zodaniginstellen dat dit eerst de geleidingsdraad volgten deze dan na een bepaalde afstand (C)verlaat. De instellingen kunnen worden gewijzigd inTuindekking en Maaien in een doorgang op pagina25.• Indien het werkgebied een bijgebied (D) omvat,raadpleegt u Bijgebied op pagina 31. Zet hetproduct in het bijgebied en selecteer de modusBijgebied.18 - Installatie 1298 - 022 - 22.09.2023

BDCA3. 5 Montage van het product3. 5. 1 Installatiegereedschappen• Hamer/kunststof hamer: om het plaatsen van dekrammen te vereenvoudigen. • Kantensnijder/rechte spade: om debegrenzingsdraad te begraven. • Combinatietang: voor het knippen van debegrenzingsdraad en het samenknijpen van deconnectoren. • Instelbare tang: voor het samenknijpen van dekoppelingen. 3. 5. 2 Laadstation monterenOPGELET: Het is niet toegestaan omnieuwe gaten in de plaat van het laadstationte maken. OPGELET: Plaats uw voeten niet op debodemplaat van het laadstation. WAARSCHUWING: Zorg ervoordat de pluggen van de laagspanningskabelen de voedingseenheid schoon en droogzijn voordat u ze aansluit. Gebruik bij het aansluiten van de voeding altijdeen stopcontact dat is aangesloten op eenaardlekschakelaar (RCD). 1. Lees en begrijp de instructies over het laadstation. Zie Laadstation monteren op pagina 19. 2.

Plaats het laadstation in het geselecteerde gebied. Let op: Bevestig het laadstation pas aan degrond met de schroeven nadat de geleidingsdraadis geïnstalleerd. Zie De geleidingsdraad installerenop pagina 20. 3. Sluit de laagspanningskabel aan op hetlaadstation. 4. Zet de voeding op een minimale hoogte van 30cm/12 inch. min 30 cm / 12”5. Sluit de voedingskabel aan op een stopcontact van100-240V. Let op: Het product kan in het laadstationworden geplaatst om op te laden terwijl ude begrenzingsdraad en de geleidingsdraadinstalleert. 6. Plaats de laagspanningskabel met staken inde grond of graaf de kabel in. Zie De draadpositioneren met krammen op pagina 20 of Debegrenzingsdraad of geleidingsdraad ingraven oppagina 21. 7. Sluit de draden aan op het laadstationnadat de installatie van de begrenzingsdraaden de geleidingsdraad is voltooid.

3. 5. 3 De begrenzingsdraad installerenOPGELET: Wikkel resterende draadniet op tot een spoel. De spoel veroorzaaktinterferentie met het product. 1. Plaats de begrenzingsdraad rond het volledigewerkgebied. Start en voltooi de installatie achterhet laadstation. 1298 - 022 - 22. 09. 2023Installatie - 19.

2. Open de connector en leg de begrenzingsdraad inde connector.3. Sluit de connector met een tang.4. Snijd de begrenzingsdraad 1-2 cm/0.4-0.8 inchboven elke connector.5. Druk de rechterconnector op de metalen pen vanhet laadstation met de markering "R".6. Druk de linkerconnector op de metalen pen vanhet laadstation met de markering "L".3.5.4 De geleidingsdraad installerenOPGELET: Een tweeaderige kabelof een kroonsteentje geïsoleerd metisolatietape levert geen adequate lassen op.Het vocht in de grond zorgt ervoor dat dedraden gaan oxideren, waardoor het circuitna een tijdje wordt onderbroken.1. Open de connector en leg de draad in deconnector.2. Sluit de connector met een tang.3. Knip de geleidingsdraad 1-2 cm/0.4-0.8 inch bovenelke connector af.4. Druk de geleidingsdraad door de sleuf in de plaatvan het laadstation.5.

Druk de connector op de metalen pen van hetlaadstation met de markering "G".6. Ontkoppel het laadstation van het stopcontact.7. Plaats het uiteinde van de geleidingsdraad in hetoogje op de begrenzingsdraad.8. Knip de begrenzingsdraad door met eendraadtang.9. Sluit de geleidingsdraad met behulp van eenkoppeling op de begrenzingsdraad aan.a) Plaats de 2 uiteinden van debegrenzingsdraad en het uiteinde van degeleidingsdraad in de koppeling.Let op: Zorg ervoor dat u dedraaduiteinden kunt zien door hettransparante gedeelte van de koppeling.b) Duw met een verstelbare tang op het dekselop de koppeling om de draden in dekoppeling te bevestigen.10. Bevestig de geleidingsdraad aan de grond metbehulp van staken of begraaf de geleidingsdraadin de grond. Zie De draad positioneren metkrammen op pagina 20 of De begrenzingsdraadof geleidingsdraad ingraven op pagina 21.11.

OPGELET: De kabelisolatie kanbeschadigd raken wanneer het gras meteenna de installatie te kort wordt gemaaid. Beschadigingen aan de isolatie zorgensoms pas weken of maanden later voorproblemen. 1. Plaats de begrenzingsdraad en de geleidingsdraadop de grond. 2. Zet de staken maximaal 100 cm/40 inch vanelkaar. 3. Bevestig de staken in de grond met een (kunststof)hamer. Let op: De draad is na enkele weken overgroeid metgras en niet meer zichtbaar. 3. 7 De begrenzingsdraad ofgeleidingsdraad ingraven• Snijd met een kantsnijder of een rechte schop eengroef in de grond. • Plaats de begrenzingsdraad of de geleidingsdraad1-20 cm/0. 4-8 inch in de grond. 3. 8 De begrenzingsdraad ofgeleidingsdraad verlengenLet op: Verleng de begrenzingsdraad ofgeleidingsdraad als deze te kort is voor het werkgebied. Gebruik originele reserveonderdelen, bijvoorbeeldkoppelingen. 1.

Ontkoppel het laadstation van het stopcontact. 2. Knip de begrenzingsdraad of geleidingsdraadaf met een draadtang op de plaats waar hetverlengstuk moet worden geplaatst. 3. Voeg draad toe aan de locatie waar hetverlengstuk moet worden geplaatst. 4. Plaats de begrenzingsdraad of de geleidingsdraadin positie. 5. Plaats de draaduiteinden in een koppeling. Let op: Zorg ervoor dat u de uiteinden van debegrenzingsdraad of de geleidingsdraad door hettransparante gedeelte van de koppeling heen kuntzien. 6. Duw met een waterpomptang op het dopje vande koppeling om de draden in de koppeling tebevestigen. 7. Positioneer de begrenzingsdraad of degeleidingsdraad met staken. 8. Sluit het laadstation aan op het stopcontact. 3. 9 Na de installatie van het product3. 9. 1 Visuele controle van het laadstationuitvoeren1. Controleer of de led-indicator op het laadstationgroen brandt. 2.

2 De basisinstellingen uitvoerenVoordat u het product voor de eerste keer gaatgebruiken, moet u de basisinstellingen opgeven. 1. Plaats het product in het laadstation. 2. Druk 3 seconden lang op de knop ON/OFF. Let op: Als de accu bijna leeg is, moet hetproduct worden opgeladen voordat u het productkunt inschakelen. 3. Druk op de pijltoetsen en de knop OK. Selecteertaal, land, datum, tijd, beginpunt en stel eenpincode in. 1298 - 022 - 22. 09. 2023Installatie - 21.

Let op: Het is niet mogelijk om 0000 als pincodete gebruiken. 4. Druk op de knop Start en sluit de klep om degeleidingskalibratie te starten. Let op: Als de accu bijna leeg is,moet het product de accu's opladen voordatde geleidingskalibratie wordt gestart. ZieGeleidingskalibratie op pagina 22. 3. 9. 3 GeleidingskalibratieHet kalibratieproces verloopt automatisch en stelt eenzo breed mogelijke doorrijbreedte in om spoorvormingop het gazon te verminderen. Let op: Het product beweegt altijd binnen dedoorrijbreedte, maar de afstand tot de geleidingsdraadwordt afgewisseld. De geleidingskalibratie begint wanneer het productzich bij het beginpunt bevindt. Het product beweegtlinks loodrecht van de geleidingsdraad af op eenmaximale afstand van 1. 35 m/4. 4 ft. of tot het debegrenzingsdraad of een obstakel raakt. Links betekentaan uw linkerkant als u recht vooruit naar het laadstationkijkt.

Deze afstand wordt ingesteld als de maximaledoorrijbreedte en de geleidingskalibratie is voltooid. Het product beweegt langs de geleidingsdraad omte testen of het de geleidingsdraad kan volgen. Het product volgt de geleidingsdraad naar het puntwaar de geleidingsdraad op de begrenzingsdraad isaangesloten. Het product begint te maaien wanneer hetzich aan de begrenzingsdraad bevindt. Raadpleeg Omeen nieuwe geleidingskalibratie uit te voeren op pagina27om een nieuwe geleidingskalibratie uit te voeren. 3. 10 De productinstellingen uitvoerenGebruik het display en het toetsenblok van het apparaatom alle instellingen voor het apparaat in te stellen. U heeft toegang tot alle functies via de menu's. Defuncties hebben fabrieksinstellingen die van toepassingzijn voor de meeste werkgebieden, maar de instellingenkunnen worden aangepast aan de omstandigheden vanelk werkgebied.

Gebruik de GARDENA smart system app voor deproducten die over de GARDENA smart systembeschikken om instellingen en de werking van hetproduct in te stellen. Zie GARDENA smart system oppagina 29. 3. 10. 1 De GARDENA Bluetooth® Appdownloaden en koppelenDe GARDENA Bluetooth® App is een gratis app voor uwmobiele apparaat. De GARDENA Bluetooth® App wordtgebruikt voor het instellen en bedienen van het product. De interactie met het product op de korte afstand wordtBluetooth® genoemd. Wanneer de koppeling tussen hetproduct en de app is bevestigd, hebt u toegang totde menu's en functies zolang u zich op korte afstandbevindt (Bluetooth®). 1. Download de GARDENA Bluetooth® App op uwmobiele apparaat. 2. Schakel het product uit en weer in. 3. Koppel de GARDENA Bluetooth® App aan hetproduct. Let op: De Bluetooth®-koppelmodus isgedurende 3 minuten actief. 4. Voer de pincode in.

Zie Inleiding op pagina 6. 3. 10. 2 MenustructuurHet hoofdmenu bevat het volgende:•Schema•SensorControl•Smart system (alleen voor smart SILENO city ensmart SILENO life)•InstellingenZie Overzicht menustructuur 1 op pagina 10 enOverzicht menustructuur 2 op pagina 11. 3. 10. 3 Toegang krijgen tot het menu1. Druk op de knop STOP. 2. Gebruik de pijltoetsen omhoog/omlaag en de knopOK om de pincode in te voeren. 3. Druk op MENU. 3. 10. 4 De schema-instellingen uitvoerenU kunt het schema op twee manieren instellen:• Het schema instellen met behulp van de wizard. Zie Wizard op pagina 23. • Het schema instellen in het menu Geavanceerd. Zie Het schema instellen op pagina 23. Let op: Voor een optimaal resultaat mag het gazonniet te vaak worden gemaaid. Als u het product te veellaat maaien, kan het gazon er geplet uitzien. Ook wordthet product blootgesteld aan onnodige slijtage.

3. 10. 4. 1 WizardDe wizard is een snelle tool om geschikte schema-instellingen voor uw gazon te vinden. 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tot hetmenu op pagina 22. 2. Gebruik de pijltoetsen en de knop OK om demenustructuur Schema > Wizard te doorlopen. 3. Voer de geschatte grootte van uw gazon in. Het isniet mogelijk om een groter gazon in te voeren dande maximale werkcapaciteit. 4. Druk op OK om de grootte van het gazon tebevestigen. Bij het invoeren van de grootte van uwgazon komt de wizard met een geschikt dagelijksschema (zie stap 7) of vraagt om gegevens voorinactieve dagen. 5. Kies welke dag(en) het product inactief moet zijn. Gebruik de pijltoetsen omhoog/omlaag om tussendagen te wisselen. 6. Druk op OK om de gekozen inactieve dag(en) tebevestigen. 7. De wizard stelt een dagelijks schema voor deactieve dagen voor.

Als u het schema-interval naareerder of later op de dag wilt verplaatsen, drukt uop de pijltoetsen omhoog/omlaag. 8. Druk op OK om het dagschema te bevestigen. Er wordt een overzicht van het dagelijkse schemaweergegeven. Druk op OK om terug te gaan naarhet hoofdmenu. Let op: Als u de schema-instellingen voor bepaaldewerkdagen wilt wijzigen, gebruikt u het menu Schema >Geavanceerd. 3. 10. 4. 2 Het schema instellen1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tot hetmenu op pagina 22. 2. Gebruik de pijltoetsen en de knop OK omde menustructuur Schema > Geavanceerd >Overzicht te doorlopen. 3. Gebruik de pijltoetsen en de knop OK om de dagte selecteren. 4. Gebruik de pijltoets links om de periode teselecteren. 5. Druk op de knop OK. 6. Bereken de geschikte bedrijfsuren. Zie Eenschatting van de benodigde bedrijfstijd maken oppagina 23. 7. Voer de tijd in met de pijltoetsen.

Het product kanhet gras 1 of 2 perioden per dag maaien. 8. Als het product op een bepaalde dag niet moetmaaien, maakt u de selectie van het vakje naastde 2 perioden ongedaan. 3. 10. 4.

3 Een schatting van de benodigde bedrijfstijdmakenAls het werkgebied kleiner is dan de maximaleproductcapaciteit, stelt u het schema in om schade aanhet gazon en slijtage van het product te verminderen. Het product heeft een maximale maaitijd per dag. U kuntde bedrijfstijd van het product in het schema instellen. De bedrijfstijd omvat maaien, zoeken en opladen. Debedrijfstijd kan om veel redenen verschillen, bijvoorbeeldde indeling van het werkgebied, de grasgroei ende leeftijd van de accu. Wanneer het product demaximale maaitijd per dag heeft bereikt, wordt hetbericht Vandaag maaien voltooid weergegeven op hetdisplay van het product. De onderstaande tabel vermeldt de aanbevolenbedrijfstijden voor enkele voorbeelden vanwerkgebieden. Als het resultaat niet bevredigend is,moet u de bedrijfstijd verlengen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Gardena Sileno City 600 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden