Gardena PowerMax 1800/37 G2 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Gardena PowerMax 1800/37 G2 (11 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Gardena PowerMax 1800/37 G2 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Gardena |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | PowerMax 1800/37 G2 |
Handleiding Gardena PowerMax 1800/37 G2 – volledige tekst
nl Accu-grasmaaier1. VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN. 162. MONTAGE. 183. BEDIENING. 184. ONDERHOUD. 195. OPBERGEN. 196. STORINGEN VERHELPEN. 197. TECHNISCHE GEGEVENS. 208. TOEBEHOREN / ONDERDELEN. 209. SERVICE. 2010. AFVOEREN. 20Vertaling van de originele instructies. 1. VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN1. 1 Uitleg van de symbolen:Lees de gebruiksaanwijzing. WAARSCHUWING – Kijk uit voor weggeblazen voor werpen – houd omstanders uit de buurt. WAARSCHUWING – Trek de stekker uit het stopcontact vóór onderhoudswerkzaamheden of wanneer het netsnoer is beschadigd. WAARSCHUWING – Houd het netsnoer uit de buurt van het blad. WAARSCHUWING – Houd handen en voeten uit de buurt van de bladen. De bladen draaien na het uitschakelen van de motor door. WAARSCHUWING – Verwijder de accu van de acculader vóór onderhoudswerkzaamheden. WAARSCHUWING – Verwijder de blokkeervoorziening vóór onderhoudswerkzaamheden.
WAARSCHUWING – Bedien de blokkeervoorziening vóór onderhoudswerkzaamheden. 1. 2 Algemene veiligheidsaanwijzingen1. 2. 1 Algemene veiligheidsaanwijzingen voor machinesWAARSCHUWING. Lees alle veiligheidsaanwijzingen, instructies, illustraties en technische gegevens, waarvan deze machine is voorzien. Nalatigheden bij het in acht nemen van de veiligheids aanwijzingen en instructies kunnen een elektrische schok, brand en / of ernstige verwondingen veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsaanwijzingen en instructies voor toekomstig gebruik. Het in de veiligheidsaanwijzingen gebruikte begrip “machine” heeft betrekking op machines die met netspanning worden gebruikt (met een netsnoer) en op machines die met een accu werken (zonder netsnoer). 16nl.
1) Veiligheid op de werkpleka) Houd het gedeelte waar u werkt netjes en goed verlicht. Chaos of slecht verlichte werkplekken kunnen leiden tot ongevallen. b) Werk met de machine niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stof bevinden. Machines veroorzaken vonken die stof of dampen kunnen ontsteken. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van de machine op afstand. Bij afleiding kunt u de controle over de machine verliezen. 2) Elektrische veiligheida) De aansluitstekker van de machine moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaarde machines. Onveranderde stekkers en passende contactdozen verkleinen het risico op een elektrische schok. b) Voorkom lichaamscontact met geaarde oppervlakken zoals buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten.
Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok, wanneer uw lichaam geaard is. c) Houd machines uit de buurt van regen of vocht. Het binnendringen van water in een machine verhoogt het risico op een elektrische schok. d) Gebruik de voedingskabel niet anders dan voor de eigenlijke bestem-ming, dus niet om de machine aan te dragen, aan op te hangen of om de stekker mee uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen of bewegende machineonderdelen. Beschadigde of in elkaar gewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektri-sche schok. e) Wanneer u met een machine in de openlucht werkt, dient u alleen ver-lengsnoeren te gebruiken die ook geschikt zijn voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis ver-kleint het risico op een elektrische schok.
f) Wanneer het gebruik van de machine in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, dient u van een aardlekschakelaar gebruik te maken. Het gebruik van een aardlekschakelaar verkleint het risico op een elektri-sche schok.
3) Veiligheid van personena) Wees attent. Let erop wat u doet en ga verstandig aan het werk met een machine. Gebruik geen machine, wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onoplet-tendheid bij het gebruik van de machine kan leiden tot ernstige verwondingen. b) Draag een persoonlijke beschermingsuitrusting en altijd een veilig-heidsbril. Het dragen van een persoonlijke beschermingsuitrusting zoals een stofmasker, slipvaste veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescher-ming, afhankelijk van het type en gebruik van de machine, verkleint het risico op verwondingen. c) Voorkom een onopzettelijke ingebruikname. Zorg ervoor dat de machine uitgeschakeld is voordat u deze op de stroomvoorziening en / of de accu aansluit, de machine oppakt of draagt.
Wanneer u uw vin-gers tijdens het dragen van de machine op de schakelaar houdt of de machine ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dat leiden tot ongevallen. d) Verwijder instelgereedschappen of stelsleutels voordat u de machine inschakelt. Gereedschap of sleutels die zich in een draaiend machineonderdeel bevinden, kunnen verwondingen veroorzaken. e) Voorkom een abnormale lichaamshouding. Let erop dat u altijd veilig en stevig staat, en zorg ervoor dat u altijd uw evenwicht behoudt. Daardoor hebt u de machine in onverwachte situaties beter onder controle. f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden of lang haar kan door bewegende onderdelen wor-den gegrepen.
g) Wanneer stofafzuig- en opvangvoorzieningen kunnen worden gemon-teerd, dienen deze aangesloten te worden en correct te worden gebruikt. Gebruik van een stofafzuiging kan risico’s door stof verkleinen. h) Waan u niet in schijnveiligheid en houd u altijd aan de veiligheidsre-gels voor machines, ook wanneer u na veelvuldig gebruik vertrouwd bent met de machine.
Onoplettend handelen kan binnen een fractie van seconden leiden tot ernstig letsel. 4) Gebruik en behandeling van de machinea) Overbelast de machine niet. Gebruik voor uw werkzaamheden de daarvoor bestemde machine. Met de juiste machine werkt u beter en veiliger binnen het vermelde vermogensbereik. b) Gebruik geen machine waarvan de schakelaar defect is. Een machine die niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu voordat ude machines instelt, toebehoren wisselt of de machine weglegt. Deze voorzorgsmaatregel verhindert dat de machine onopzettelijk start. d) Berg ongebruikte machines buiten reikwijdte van kinderen op. Laat de machine niet gebruiken door personen die hiermee niet vertrouwd zijn of die deze instructies niet hebben gelezen.
Machines zijn gevaarlijk wanneer ze door onervaren personen worden gebruikt. e) Onderhoud machines zorgvuldig. Controleer of bewegende onder-delen onberispelijk functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebro-ken zijn of zodanig zijn beschadigd dat de functie van de machine wordt belemmerd. Laat beschadigde onderdelen repareren alvorens de machine te gebruiken. Veel ongevallen vinden hun oorzaak in slecht onderhouden machines. f) Houd uw snijgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschappen met scherpe snijranden blijven minder snel haken en zijn gemakkelijker te bedienen. g) Gebruik de machine, toebehoren, gebruiksgereedschappen enz. over-eenkomstig deze instructies. Houd daarbij rekening met de werkomstan-digheden en de uit te voeren werk zaamheden. Het gebruik van machines voor andere dan de voorziene toepassingen kan leiden tot gevaarlijke situaties.
5) ServiceLaat uw machine alleen repareren door gekwalificeerd en geschoold per-soneel en alleen met originele onderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van de machine behouden blijft. 1. 2. 2 Veiligheidsaanwijzingen voor grasmaaiersa) Gebruik de grasmaaier niet bij slecht weer, vooral niet bij onweer. Dit vermindert het risico om door de bliksem te worden getroffen. b) Controleer het te maaien gebied grondig op de aanwezigheid van wilde dieren. Wilde dieren kunnen gewond raken door de draaiende machine. c) Controleer het te maaien gebied grondig en verwijder alle stenen, stokken, draden, botten en andere vreemde voorwerpen. Weggeslingerde voorwerpen kunnen leiden tot verwondingen. d) Controleer vóór gebruik van de machines altijd of het maaimes en het maaisysteem niet versleten of beschadigd zijn. Versleten of beschadigde onderdelen verhogen het risico op verwondingen.
e) Controleer het netsnoer en eventuele verlengsnoeren vóór gebruik op tekenen van beschadiging of veroudering. Wordt het netsnoer tijdens het gebruik beschadigd of raakt het versleten, schakel de machine dan uit en raak het snoer niet aan voordat u de stekker uit het stopcontact heeft getrokken. Een beschadigd net- of verlengsnoer kan een elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken. f) Controleer de grasopvangbak regelmatig op slijtage. Een versleten of beschadigde grasopvangbak verhoogt het risico op verwon dingen. g) Laat de mesbeschermingen op hun plaats zitten. Mesbeschermingen moeten gebruiksklaar zijn en volgens de voorschriften zijn bevestigd. Een losse, beschadigde of niet goed werkende mesbescherming kan leiden tot verwondingen. h) Zorg dat luchtinlaatopeningen niet dicht gaan zitten door afzettingen.
Daardoor verkleint u het risico op voetletsel door contact met het ronddraaiende maaimes. j) Draag tijdens het gebruik van de machine altijd een lange broek. Een blote huid vergroot de waarschijnlijkheid op verwondingen door wegslinge-rende objecten. k) Gebruik de machine niet wanneer het gras nat is. Ga tijdens het maaien nooit rennen. Daardoor verkleint u het risico op uitglijden en vallen, hetgeen zou kunnen leiden tot verwondingen. l) Gebruik de machine nooit op buitensporig steile hellingen. Daarmee wordt het risico verkleind de controle te verliezen, uit te glijden en te vallen, hetgeen zou kunnen leiden tot verwondingen. m) Let er tijdens het werken op hellingen op, dat u stevig staat; werk altijd dwars t. o. v. de helling, nooit naar beneden of naar boven toe, en wees zeer voorzichtig wanneer u van werkrichting verandert.
Daarmee wordt het risico verkleind de controle te verliezen, uit te glijden en te vallen, hetgeen zou kunnen leiden tot verwondingen. n) Wees vooral voorzichtig bij achteruitmaaien of wanneer u de machine naar u toe trekt. Dit verkleint het risico op contact met voeten of benen. o) Houd het netsnoer uit de buurt van het maaiblad. Een beschadigd nets-noer kan een elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken. p) Schakel de maaier uit en trek de stekker uit het stopcontact, wanneer het netsnoer verward is geraakt of werd beschadigd. Verwarde of bescha-digde snoeren kunnen het risico op een elektrische schok verhogen. q) Raak geen blad of andere gevaarlijke onderdelen aan die nog bewe-gen. Daarmee vermindert u het risico op letsel door bewegende onderdelen.
Zet het maaimiddel stil, wanneer de machine voor het transport moet worden gekanteld, bij het rijden over andere oppervlakken dan gras en bij het transporte-ren van de machine naar het te maaien gebied toe en er vanaf. Kantel de machine bij het inschakelen van de motor niet, tenzij de machine voor het starten moet worden gekanteld. In dit geval kantelt u de machine niet meer dan beslist noodzakelijk is, en tilt u alleen het gedeelte omhoog dat van de bedie-ner verwijderd is.
Zet de machine stil, trek de stekker uit het stopcontact en zorg ervoor dat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen:– Nadat u tegen een vreemd voorwerp bent gebotst, dient u de machine op schades te controleren en deze te verhelpen voordat u de machine weer in gebruik neemt– Wanneer de machine begint abnormaal te trillen, dient u deze direct op scha-des te controleren, alle beschadigde onderdelen te vervangen of te repareren en alle losse onderdelen te controleren en vast te draaien. Onderhoud de maaier met regelmatige tussenpozen. Zo wordt de levensduur van de maaier verlengd. Gebruik alleen door GARDENA aanbevolen onderdelen. Alleen zo kan een veilig gebruik van de maaier worden gewaarborgd. nl17.
Let er bij het afstellen van de machine op dat er geen vingers tussen bewegende maaimiddelen en vaste onderdelen van de machine bekneld raken. Laat de machine altijd afkoelen voordat u deze opbergt. Let er bij het onderhoud van het maaisysteem op, dat het maaisysteem ook nog kan bewegen, wanneer de stroombron is uitgeschakeld. Wij adviseren het dragen van gehoorbescherming. 1. 3 Extra veiligheidsaanwijzingen1. 3. 1 Gebruik volgens de voorschriften:De GARDENA-Grasmaaier is bedoeld voor het maaien van gazons in particuliere tuinen en in volkstuinen. Het product is niet geschikt om langdurig te gebruiken (professioneel gebruik). GEVAAR. Lichamelijk letsel.
v Gebruik het product niet voor het snoeien van struiken, hagen en heesters, voor het snoeien van klimplanten of gras op daken of in balkon-bakken, voor het fijn maken van takken en twijgen en om onregelmatig-heden in de bodem vlak te maken. v Gebruik het product niet op hellingen die steiler zijn dan 20°. 1. 3. 2 Aanvullende veiligheidsaanwijzingen inzake elektriciteit GEVAAR. Hartstilstand. Dit product genereert tijdens de werking een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden invloed hebben op de werkwijze van actieve of passieve medische implantaten. Om het gevaar van situaties die kunnen leiden tot ernstige of dodelijke verwondingen uit te sluiten, dienen personen met een medisch implantaat hun arts en de fabrikant van het implantaat te raadplegen alvorens dit product te gebruiken. v Gebruik deze niet in een explosiegevaarlijke omgeving.
v Gebruik het product niet bij regen of vocht. Dit kan het risico op een elektrische schok verhogen. 1. 3. 3 Aanvullende persoonlijke veiligheidsaanwijzingen GEVAAR. Verstikkingsgevaar. Kleinere onderdelen kunnen gemakkelijk worden ingeslikt. De polyzak vormt een verstikkingsgevaar voor kleine kinderen. v Houd kleine kinderen tijdens de montage uit de buurt. v Maai het gras niet door de machine naar u toe te trekken.
v Maak de luchtinlaatopeningen schoon met een borstel alvorens de grasmaaier op te bergen. v Grijp tijdens het gebruik van de maaier niet in de openingen. v Personen met een beperking of zwakke personen dienen voor het transport een tweede persoon om hulp te vragen (gewicht). v Demonteer het product niet verder dan de staat waarin het werd geleverd. v Draag handschoenen, antislipschoenen en een veiligheidsbril. v Start de grasmaaier alleen met rechtopstaande hendel. v Voorkom overbelasting van de grasmaaier. v Werk niet met het product wanneer u moe of ziek bent of wanneer u onder invloed bent van alcohol, drugs of medicijnen. 2. MONTAGE GEVAAR. Snijwonden door het blad. Risico op snijwonden door onopzettelijk starten. v Draag veiligheidshandschoenen. v Wacht tot het blad stilstaat. v Trek de stekker uit het stopcontact. 2. 1 Steel monteren [ afb. A1 ]:1. Klap beide hendels M naar buiten.
2. Draai de beide steelopeningen 2 naar de bedienpositie. 3. Druk de beide hendels M tegen de steel 1. 4. Draai de beide voorgemonteerde schroeven 3 uit de steelopeningen 2. 5. Schuif de steel 1 in de steelopeningen 2. Zorg ervoor dat de steel volledig in de openingen is gestoken en dat degaten in de steel in één lijn liggen met de gaten in de steelopeningen. 6. Steek beide schroeven 3 in de gaten van de steelopeningen 2. 7. Draai beide schroeven 3 vast met een schroevendraaier. Zorg ervoor dat de schroeven volledig zijn vastgedraaid. 2. 2 Kabel aan de hendel bevestigen [ afb. A2 ]:v Bevestig het snoer 4 in de klemmen 5 op de steel 1. Zorg ervoor dat het snoer niet tussen de steel en de maaier vast-geklemd zit, omdat het snoer anders beschadigd kan raken. 2. 3 Grasopvangbak monteren [ afb. A3 ]:1.
Druk de tong 6 vervolgens in het verbindingspunt 9 aan de zijkantvan de grasopvangbak 8 totdat de verbinding hoorbaar vastklikt. Zorg ervoor dat het verbindingspunt is vastgeklikt. 3. Plaats eerst de handgreep van de opvangbak 0 achter in het dekselvan de opvangbak q. 4. Druk de handgreep van de opvangbak 0 daarna aan de voorkantin het deksel van de opvangbak q totdat de verbindingen hoorbaar vastklikken. Zorg ervoor dat alle verbindingspunten zijn vastgeklikt. 3. BEDIENING GEVAAR. Snijwonden door het blad. Risico op snijwonden door onopzettelijk starten. v Draag veiligheidshandschoenen. v Wacht tot het blad stilstaat. v Trek de stekker uit het stopcontact. 3. 1 Grasmaaier aansluiten [ afb. O1 ]:LET OP. Elektrische schok. Om schades aan de stekker te voorkomen, moet het verlengsnoer in de kabelvergrendeling worden gestoken.
v Voer het verlengsnoer door de snoervergrendeling alvorens de maai-er te gebruiken. 1. Steek de aansluiting w van het verlengsnoer e op de stekker r vande maaier. 2. Maak een lus in het verlengsnoer e, voer de lus door de snoervergren-deling t en trek de lus vast. 3. Steek de stekker van het verlengsnoer e in een stopcontact. 3. 2 Werkpositie:v Stel de hoogte van de steel zodanig in dat u rechtop staat, wanneer ude maaier gebruikt. 3. 2. 1 Steellengte instellen [ afb. O2 ]:De steellengte kan op uw lichaamsgrootte worden ingesteld. 1. Draai beide moeren z los. 2. Stel de steel 1 in op de gewenste lengte. 3. Draai beide moeren z weer vast. 3. 3 Maaihoogte instellen [ afb. O3 ]:De maaihoogte kan van 35 – 65 mm in 4 standen worden ingesteld. 3. 3. 1 Maaihoogte verkleinen:v Druk op de knop o en druk de greep l naar beneden om de maaihoogte te verkleinen. 3. 3.
3. 4 Maaien met de grasopvangbak [ afb. O4 ]: GEVAAR. Snijwonden door het blad. Risico op snijwonden door onopzettelijk starten. v Grijp niet met uw handen in de afvoeropening. 3. 4. 1 Grasopvangbak op de maaier plaatsen:1. Til de veiligheidsklep u omhoog. 2. Plaats de grasopvangbak 8 aan de handgreep 0 op de maaier. Zorg ervoor dat de grasopvangbak stevig vastzit. 3. Start de maaier. 3. 4. 2 Grasopvangbak legen:Tijdens het maaien gaat de niveau-indicator ö open. Wanneer deze tijdens het maaien dichtgaat, is de grasopvangbak vol. 1. Wanneer de grasopvangbak 8 vol is, moet de maaier worden stilgezet. 2. Til de veiligheidsklep u omhoog. 3. Verwijder de grasopvangbak aan de handgreep 0. 4. Leeg de grasopvangbak 8. 3. 5 Maaier starten / stoppen [ afb. O1 / O5 ]: GEVAAR. Lichamelijk letsel. Risico op letsel, wanneer het product bij het loslaten van de starthendel niet stopt.
v Omzeil de veiligheidsvoorzieningen of schakelaars niet. v Maak de starthendel bijvoorbeeld niet aan de handgreep vast. 3. 5. 1 Maaier starten:Het product is uitgerust met een tweehands-veiligheidsvoorziening (Start-hendel en veiligheidsblokkering), waardoor onopzettelijk inschakelen van het product wordt voorkomen. 1. Druk de veiligheidsblokkering a met een hand in en trek de start-hendels met de andere hand naar de handgreep. De maaier start. 2. Laat de veiligheidsblokkering a los. 3. 5. 2 Maaier stoppen:v Laat de starthendel s los. De maaier stopt. 3. 6 Maaitips:3. 6. 1 Tips voor het gebruik van de maaier:Trek de maaier ca. 1 m naar achteren wanneer er grasresten in de afvoer-opening zijn achtergebleven, zodat deze er naar beneden kunnen uitvallen. Voor een goed onderhouden gazon adviseren wij het gras regelmatig te maaien, indien mogelijk één keer per week.
Het gazon wordt dichter wanneer er regelmatig wordt gemaaid. Maai na langere tussenpozen zonder maaien (vakantie) eerst in één richting op de hoogste maaihoogte en vervolgens in dwarsrichting op de gewenste maaihoogte.
Dit voorkomt een mogelijke blokkade van het blad door te veel gemaaid materiaal. Maai het gras indien mogelijk alleen wanneer het droog is. Wanneer het gras vochtig is, wordt het maaipatroon onregelmatig. 4. ONDERHOUD GEVAAR. Snijwonden door het blad. Risico op snijwonden door onopzettelijk starten. v Draag veiligheidshandschoenen. v Wacht tot het blad stilstaat. v Trek de stekker uit het stopcontact. 4. 1 Maaier reinigen: GEVAAR. Lichamelijk letsel. Verwondingsgevaar en risico op beschadiging van het product. v Reinig het product niet met water of een waterstraal (in het bijzonder niet onder hoge druk). v Reinig niet met chemicaliën inclusief benzine of oplosmidde-len. Sommige stoffen kunnen belangrijke kunststof onderdelen beschadigen. De ventilatiegleuven moeten altijd schoon zijn. v Reinig de boven- en onderkant van de maaier na elk gebruik. 4. 1.
1 Bovenkant van de maaier reinigen:1. Reinig de bovenkant van de maaier met een vochtige doek. 2. Reinig de luchtstroomsleuven met een zachte borstel(gebruik geen scherpe voorwerpen). 4. 1. 2 Onderkant van de maaier reinigen [ afb. M1 ]:1. Leg de maaier voorzichtig op zijn kant. 2. Reinig de onderkant, het blad en de afvoeropening d met een zachteborstel (gebruik geen scherpe voorwerpen). 4. 1. 3 Grasopvangbak reinigen:v Reinig de grasopvangbak met een zachte borstel (gebruik geen scherpe voorwerpen). 5. OPBERGEN5. 1 Buitenbedrijfstelling:Het product moet voor kinderen ontoegankelijk worden bewaard. 1. Trek de stekker uit het stopcontact. 2. Leeg de grasopvangbak. 3. Reinig de maaier (zie 4. ONDERHOUD). 4. Berg de maaier op een droge, dichte en vorstbestendige plaats op. 5. 1. 1 Ruimtebesparend opbergen [ afb. S1 ]:1. Klap beide hendels M naar buiten. 2.
Klap de steel 1 naar beneden op de maaier. Zorg ervoor dat het snoer niet tussen de steel en de maaier vast-geklemd zit, omdat het snoer anders beschadigd kan raken. 3. Druk de beide hendels M tegen de steel 1. 6. STORINGEN VERHELPEN GEVAAR.
Snijwonden door het blad. Risico op snijwonden door onopzettelijk starten. v Draag veiligheidshandschoenen. v Wacht tot het blad stilstaat. v Trek de stekker uit het stopcontact. 6. 1 Snijblad vervangen: GEVAAR. Lichamelijk letsel. Risico op snijwonden, wanneer een beschadigd of verbogen blad of een blad dat in onbalans is of met beschadigde randen ronddraait. v Gebruik de maaier niet met een beschadigd of verbogen blad, met een blad dat in onbalans is of beschadigde randen heeft. v Slijp het blad niet. GARDENA reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de GARDENA dealer of bij de GARDENA servicedienst. nl19.
1. Gebruik alleen een origineel GARDENA Reserveblad art. 41032. Laat het mes vervangen door de GARDENA servicedienst of door eendoor GARDENA erkende gespecialiseerde dealer. 6. 2 Storingen-tabel:Probleem Mogelijke oorzaak OplossingMaaier start niet Verlengsnoer is niet aan-geslotenof is beschadigd. v Sluit het verlengsnoer aan of vervang het indien nodig. Motor is geblokkeerd Obstakel blokkeert de motor. v Verwijder het obstakel. Maaihoogte is te klein ingesteld. v Stel een grotere maaihoogte in. Veel lawaai, de maaier rateltSchroeven van de motor, van de bevestiging of van de maaierbehuizing zitten los. v Laat de schroeven door een erkende gespecialiseerde dealer of door de GARDENA- servicedienst vastdraaien. Maaier loopt onregelmatig of trilt hevigBlad is beschadigd of versleten. v Vervang het blad. Bladbout zit los. v Draai de bladbout vast. Blad is erg vuil. v Reinig de maaier.
Wanneer het probleem daardoor niet wordt opgelost, dient u zich te wenden tot de GARDENA servicedienst. Het gazon is niet netjes gemaaidMes is bot of beschadigd. v Vervang het blad. Maaihoogte is te klein ingesteld. v Stel een grotere maaihoogte in. AANWIJZING:Reparaties mogen alleen door de GARDENA servicecenters en door speciaalzaken worden uitgevoerd, die door GARDENA zijn goedgekeurd. v Wendt u zich bij andere storingen tot het GARDENA servicecenter. 7. TECHNISCHE GEGEVENSElektrische grasmaaierEenheid Waarde (art. 14637)Nominaal vermogen W 1800Netspanning V (AC) 230Netfrequentie Hz 50 / 60Toerental van het blad / t. p.
1701 AANWIJZING: De vermelde vibratie-emissiewaarde werd gemeten overeenkom-stig een genormeerde keuringsprocedure en kan worden geraadpleegd om elektrische gereedschappen met elkaar te vergelijken. Deze waarde kan ook worden gebruikt voor de voorlopige beoordeling van de blootstelling. De vibratie-emissie-waarde kan tijdens het werkelijke gebruik van het elektrische gereedschap variëren, al naargelang hoe de machine wordt gebruikt. Als veiligheidsmaatregel dient u maximaal 1 uur zonder onderbreking met de machine te werken. 8. TOEBEHOREN / ONDERDELENGARDENA-Reserveblad Als vervanging voor stompe snijbladen. art. 41039. SERVICENeem contact op via de contactgegevens op de bijgaande garantiekaart. 10. AFVOEREN10. 1 Maaier afvoeren (conform richtlijn 2012/19/EU / S. I. 2013 No. 3113):Het product mag niet met het normale huishoudelijke afval worden afgevoerd.
Het moet volgens de geldende lokale milieuvoorschriften worden afgevoerd. BELANGRIJK. v Voer het product via of door uw plaatselijke recyclinginstantie af. nl20.
nl EU-conformiteitsverklaringDe ondergetekende bevestigt als gevolmachtigde van de fabrikant, GARDENA Germany AB, PO Box 7454, S-103 92, Stockholm, Zweden, dat het / de onderstaand vermelde apparaat/apparaten in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet / voldoen aan de eisen van de geharmoniseerde EU-richtlijnen, EU-veiligheidsnormen en productspecifieke normen. Bij een niet met ons afgestemde verandering van het apparaat/de apparaten verliest deze verklaring haar geldigheid. sv EU-försäkran om överensstämmelseUndertecknad intygar som befullmäktigad företrädare för tillverkaren, GARDENA Germany AB, PO Box 7454, S-103 92, Stockholm, Sverige, att nedan angiven apparat / nedan angivna apparater i det utförande vi har släppt på marknaden, uppfyller fordringarna i de harmoniserade EU-direktiven, EU-säkerhetsstandarderna och de produktspecifika standarderna.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Gardena PowerMax 1800/37 G2 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Gardena
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier