Gardena R38LI Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Gardena R38LI (84 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 33 mensen. Heb je een vraag over Gardena R38LI of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/84
R38Li, R40Li, R45Li,
R50Li, R70Li, R80Li
GEBRUIKSAANWIJZING
GARDENA RobotMAAIER
OMSLAG QG, BRUX, 1155943-.indd 22014-10-17 10.17

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Gardena
Categorie: Grasmaaier
Model: R38LI
Kleur van het product: Black, White
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 7400 g
Breedte: 460 mm
Diepte: 580 mm
Hoogte: 260 mm
Geluidsniveau: 58 dB
Soort: Robotgrasmaaier
Stroombron: Batterij/Accu
Vermogen: - W
Oplaadtijd: 1 uur
Automatisch terug naar basisstation: Ja
Batterij capaciteit: 1.6 Ah
Maximale grasoppervlakte: 380 m²
Maaibreedte: 170 mm
Aantal maaihoogte standen: Ja
Minimale maaihoogte: 20 mm
Maximale maaihoogte: 50 mm
Geschikt voor hellingen tot: 25 procent
Weerbestendig: Ja
Aantal bladen: 3
AC-ingangsspanning: 18 V
Batterijtechnologie: Lithium-Ion (Li-Ion)
Type beeldscherm: LCD
Aanbevolen gazongrootte: - m²
Grasvangbak: Nee
Inhoud opvangbak: - l
Accuduur (max): 65 min
Stroomverbruik per maand (max): 4 kWu
Anti-diefstalbeveiliging: Ja

Handleiding Gardena R38LI – volledige tekst

INHOUDSOPGAVENederlands - 3Introductie en veiligheid. 5Inleiding. 5Symbolen op het product. 6Symbolen in de gebruiksaanwijzing. 7Veiligheidsinstructies. 8Presentatie. 11Onderdelen. 12Inhoud pakket. 13Werking. 14Zoekmethode. 16Installatie. 17Voorbereidingen. 17Installatie van laadstation. 18Opladen van accu. 22Installatie van begrenzingskabel. 23Aansluiten van begrenzingskabel. 29Installatie van begeleidingskabel. 30De lus controleren. 34Ingebruikname en kalibratie. 34Test het dokken in het laadstation. 35Gebruik. 36Opladen van lege accu. 36Gebruik van de timer. 37Starten. 38Stoppen. 38Uitschakelen. 39Afstellen van maaihoogte. 39Controlepaneel. 40Selectie bedieningsmodus. 41Meerkeuzeknoppen. 42Getallen. 42Hoofdschakelaar. 42Menufuncties. 43Hoofdmenu. 43Menustruktuur. 44Timer. 46Installatie, R70Li, R80Li. 49Veiligheid). 53Instellingen. 55Tuinvoorbeelden. 59Onderhoud. 63Winterstalling.

4 - NederlandsDe productregistratiecode is een waardevol document en moet op een veilige plaats worden bewaard. Deze code hebt u bijvoorbeeld nodig om het product te registreren op de website van GARDENA of om de robotmaaier te ontgrendelen in het geval u uw pincode niet meer weet. De productregistratiecode staat op een apart document in de productverpakking.Als de robotmaaier wordt gestolen, is het belangrijk om GARDENA hiervan op de hoogte te stellen. Neem in dat geval contact op met GARDENA Central Service en geef het serienummer en de productregistratiecode door, zodat het product als gestolen kan worden geregistreerd in een internationale database.

Dit vormt een belangrijke stap in de diefstalbeveiliging van de robotmaaier en maakt het kopen en verkopen van gestolen maaiers minder aantrekkelijk.Zorg dat u het serienummer van de robotmaaier altijd bij de hand hebt wanneer u contact opneemt met GARDENA Central Service. Zo kunnen wij u sneller helpen. GARDENA Central Service (NL)Tel.: 036 5210040www.gardena.comGARDENA Central Service (BE)Tel.: 02 704 99 89www.gardena.comSerienummer:PIN-code:Productregistratiecode:1157069-36,R40Li_NL.book Page 4 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

Nederlands - 51. Introductie en veiligheid1.1 InleidingGefeliciteerd met uw keuze van een uitstekend kwaliteitsproduct. Om uw GARDENA robotmaaier optimaal te kunnen benutten is kennis nodig over de werking. Deze gebruiksaanwijzing bevat belangrijke informatie over de robotmaaier, de installatie en het gebruik ervan.Naast deze gebruiksaanwijzing is er aanvullende informatie te vinden op de website van GARDENA, op www.gardena.com. Hier vindt u meer hulp en adviezen over het gebruik van de robotmaaier.

Ter vereenvoudiging gebruiken we het volgende systeem in de gebruiksaanwijzing:• Tekst die cursief is geschreven, is een tekst die verschijnt in het display van de robotmaaier of die verwijst naar een ander deel van de gebruiksaanwijzing.• Woorden die vet zijn geschreven, zijn een van de knoppen op het controlepaneel van de robotmaaier.• Woorden die cursief in HOOFDLETTERS zijn geschreven, betreffen de stand van de hoofdschakelaar en de verschillende bedrijfsstanden die op de robotmaaier zitten.GARDENA werkt voortdurend aan het verder ontwikkelen van zijn producten en behoudt zich dan ook het recht voor om zonder aankondiging vooraf wijzigingen in vorm, uiterlijk en werking door te voeren.

BELANGRIJKE INFORMATIENeem de gebruiksaanwijzing grondig door en gebruik uw de robotmaaier niet voor u de inhoud begrijpt.WAARSCHUWINGDe robotmaaier kan bij verkeerd gebruik gevaarlijk zijn.WAARSCHUWINGGebruik de robotmaaier nooit wanneer personen, met name kinderen of huisdieren, zich in het maaigebied bevinden.www.gardena.com1157069-36,R40Li_NL.book Page 5 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

6 - Nederlands1.2 Symbolen op het product Deze symbolen staan op de robotmaaier. Bestudeer ze zorgvuldig.• Neem de gebruiksaanwijzing grondig door en gebruik uw robotmaaier niet voor u de inhoud begrijpt. De waarschuwingen en veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing moeten zorgvuldig worden opgevolgd om de maaier veilig en efficiënt te kunnen gebruiken.• De robotmaaier kan alleen starten als de hoofdschakelaar in stand 1 staat en de juiste PIN-code is aangegeven. Controle en/of onderhoud moet u uitvoeren met de schakelaar in stand 0.• Blijf op een veilige afstand van de de robotmaaier wanneer deze in bedrijf is. Hou handen en voeten uit de buurt van de draaiende messen.

Plaats uw handen of voeten nooit vlakbij of onder de carrosserie wanneer de robotmaaier werkt.• Probeer nooit op de robotmaaier mee te rijden.• Dit product voldoet aan de geldende EU-richtlijnen.• Geluidsemissie naar de omgeving. De emissies van de robotmaaier staan in hoofdstuk 10 Technische gegevens en op het productplaatje.• Het is niet toegestaan om dit product aan het einde van zijn nuttige levensduur af te voeren als normaal huishoudelijk afval. Zorg dat het product wordt gerecycled volgens de lokale wettelijke voorschriften. • Gebruik nooit een hogedrukreiniger, en zelfs geen stromend water, om de robotmaaier schoon te maken.1157069-36,R40Li_NL.book Page 6 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

Nederlands - 7• De laagspanningskabel mag niet worden ingekort, verlengd of gesplitst.• Gebruik geen trimmer in de buurt van de laagspanningskabel. Wees voorzichtig bij het knippen van randen waar de kabels liggen.1.3 Symbolen in de gebruiksaanwijzingDeze symbolen staan in de gebruiksaanwijzing. Bestudeer ze zorgvuldig.• Zet de hoofdschakelaar op 0 voordat u inspecties en/of onderhoud uitvoert.• Draag altijd handschoenen wanneer u aan het chassis van de robotmaaier werkt.• Gebruik nooit een hogedrukreiniger, en zelfs geen stromend water, om de robotmaaier schoon te maken.• Het waarschuwingsveld geeft aan dat het risico van persoonlijk letsel bestaat, vooral als men de gegeven instructies niet opvolgt.• Het informatieveld geeft aan dat het risico van materiaalschade bestaat, vooral als men de gegeven instructies niet opvolgt.

Dit veld wordt ook gebruikt wanneer het risico van verkeerd gebruik bestaat.3012-1351WAARSCHUWINGTekstBELANGRIJKE INFORMATIETekst1157069-36,R40Li_NL.book Page 7 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

8 - Nederlands1. 4 VeiligheidsinstructiesGebruik• De robotmaaier is bedoeld voor het maaien van gras op open en vlakke grondoppervlakken. Hij mag uitsluitend worden gebruikt in combinatie met door de fabrikant aanbevolen apparatuur. Elk ander gebruik is onjuist. De instructies van de fabrikant over bediening, onderhoud en reparaties moeten nauwkeurig worden gevolgd. • Gebruik de robotmaaier nooit wanneer personen, met name kinderen of huisdieren, zich in het maaigebied bevinden. Als er zich personen of huisdieren in het maaigebied bevinden, wordt aanbevolen het gebruik van de robotmaaier te plannen wanneer er zich geen personen in het gebied bevinden, bijvoorbeeld 's avonds. Zie 6. 3 Timer op pagina 46.

• De robotmaaier mag uitsluitend worden bediend, onderhouden en gerepareerd door personen die volledig vertrouwd zijn met de speciale kenmerken van en veiligheidsvoorschriften voor het product. Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en gebruik de robotmaaier niet voordat u de instructies hebt begrepen. • Het is niet toegestaan de originele uitvoering van de robotmaaier te ijzigingen vinden wijzigen. Alle wplaats op eigen verantwoordelijkheid. • Controleer of op het gras dat moet worden gemaaid geen stenen, takken, gereedschap, speelgoed en andere voorwerpen liggen, die de messen kunnen beschadigen en kunnen leiden tot vastlopen. • Start de robotmaaier volgens de instructies. Als de hoofdschakelaar in de stand 1 staat, moet u uw handen en voeten uit de buurt van de draaiende bladen houden. Steek uw handen of voeten nooit onder de maaier.

• De de robotmaaier nooit optillen of dragen terwijl de hoofdschakelaar in de stand 1 staat. • Sta niet toe dat iemand die de functie en het gedrag van de robotmaaier niet kent de maaier gebruikt. • De robotmaaier mag nooit in aanraking komen met personen of andere levende wezens. Als een persoon of ander levend wezen in de baan van de robotmaaier komt, moet deze onmiddellijk worden gestopt. Zie 4.

4 Stoppen op pagina 38. • Plaats geen voorwerpen op de robotmaaier of het laadstation. • Laat de robotmaaier niet werken met een kapotte maaischijf of carrosserie. De machine mag ook niet werken met kapotte messen, bouten, moeren of kabels. 1157069-36,R40Li_NL. book Page 8 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM.

Nederlands - 9• Gebruik de robotmaaier niet als de hoofdschakelaar niet functioneert.• Schakel de de robotmaaier altijd uit via de hoofdschakelaar wanneer de maaier niet in gebruik is.De robotmaaier start alleen als de hoofdschakelaar op 1 staat en als de juiste PIN-code is ingevoerd.• De robotmaaier mag niet werken wanneer een sprinkler wordt gebruikt. Gebruik daarom de timerfunctie, zie 6.3 Timer op pagina 46, zodat maaier en sprinkler niet tegelijkertijd actief zijn.• Het ingebouwde alarm maakt een zeer hard geluid. Let op, in het bijzonder wanneer de robotmaaier in een gesloten ruimte wordt gehanteerd.• We kunnen niet garanderen dat de robotmaaier volledig compatibel is met andere typen draadloze systemen, zoals afstandsbedieningen, radiozenders, ringleidingen, verzonken elektrische afrasteringen en dergelijke.• Metalen voorwerpen in de bodem (bv.

10 - NederlandsVerplaatsenBij transport over langere afstand moet u de robotmaaier verpakken in de emballage waarin hij is geleverd.Voor veilig verplaatsen van of naar het werkgebied:1. Druk op de STOP-knop om de robotmaaier te stoppen. Als de beveiliging is ingesteld op middelhoog of hoog niveau (zie 6.5 Veiligheid op pagina 53) moet de PIN-code worden ingevoerd. De PIN-code bestaat uit vier cijfers en wordt gekozen wanneer u de robotmaaier voor het eerst start. Zie 3.8 Ingebruikname en kalibratie op pagina 34.2. Zet de hoofdschakelaar in stand 0.3. Draag de robotmaaier aan de handgreep die helemaal achteraan onder de robotmaaier zit. Draag de robotmaaier met de maaischijf van uw lichaam weg.Onderhoud• Controleer de robotmaaier iedere week en vervang eventueel beschadigde of versleten onderdelen.• Controleer vooral of de messen en de maaischijf niet zijn beschadigd.

Controleer ook of de bladen vrij kunnen draaien. Vervang indien nodig alle messen en bouten tegelijkertijd zodat de draaiende delen in balans zijn, zie 8.6 Vervangen van messen .BELANGRIJKE INFORMATIETil de robotmaaier niet op als hij in het laadstation is geparkeerd. Dit kan het laadstation en/of de robotmaaier beschadigen. Open de klep en trek de robotmaaier uit het laadstation voordat u hem optilt.BELANGRIJKE INFORMATIEGebruik nooit een hogedrukreiniger en zelfs geen stromend water om de robotmaaier schoon te maken. Gebruik nooit oplosmiddelen om schoon te maken.1157069-36,R40Li_NL.book Page 10 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

Nederlands - 112. PresentatieDit hoofdstuk bevat informatie waarvan u zich bewust moet zijn bij het plannen van de installatie.Het systeem van de robotmaaier bestaat uit vier hoofdonderdelen:• Een robotmaaier die het gazon maait door in principe te bewegen in een willekeurig patroon. De robotmaaier wordt gevoed door een onderhoudsvrije accu.• Laadstation, dat de robotmaaier zelf opzoekt, wanneer het laadniveau in de accu te laag wordt.Het laadstation heeft drie functies:• Stuursignalen sturen naar de begrenzingskabel.• Stuursignalen verzenden door de geleidingsdraad zodat de de robotmaaier het laadstation kan vinden.• De accu van de robotmaaier opladen.• Transformator, die wordt aangesloten tussen het laadstation en een 100-240V stopcontact. De transformator is aangesloten op het wandstopcontact en op het laadstation met een 10 m lang laagspanningskabel.

De laagspanningskabel mag niet worden ingekort of verlengd. Er is een laagspanningskabel van 20 meter beschikbaar als accessoire. Neem voor meer informatie contact op met GARDENA Central Service. • Een kabel die in een lus het werkgebied voor de robotmaaier vormt. De luskabel wordt rond de randen van de tuin, voorwerpen en planten gelegd en vormt een grens die de robotmaaier niet overschrijdt. De luskabel dient zowel als begrenzingskabel als begeleidingskabel.• De meegeleverde luskabel is 200 m lang (150 m voor de GARDENA R38Li, R40Li, R45Li & R50Li de robotmaaier). Is die niet lang genoeg, dan kunt u extra luskabel aankopen en met een originele koppeling aan de bestaande luskabel lassen.De maximaal toegestane lengte voor de lusdraad is 400 m. 1157069-36,R40Li_NL.book Page 11 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

12 - Nederlands2.1 Onderdelen?De getallen in de afbeelding komen overeen met: 1. Huis2. Deksel van display, toetsenblok en maaihoogteafstelling3. Stopknop/vergrendelingsknop voor openen van het deksel4. Contactstrip5. Lampje voor werkingscontrole van het laadstation, de grensdraad en de geleidingsdraad6. Laadstation7. Handvat8. Accudeksel9. Maaischijf10. Chassiskast met elektronica, accu en motoren11. Hoofdschakelaar12. Achterwiel13. Laadstrip14. Toetsenblok15. Display16. Lusdraad voor grensdraad en geleidingsdraad17. Laagspanningskabel18. Connector voor de aansluiting van de luskabel aan het laadstation.19. Schroeven voor bevestiging van het laadstation20. Transformator (het uiterlijk van de transformator kan afhankelijk van de markt verschillen)21. Haakjes22. Meetplaat ten behoeve van installatie grensdraad (de meetplaat wordt van de doos afgebroken)23.

14 - Nederlands2.3 WerkingCapaciteitDe robotmaaier is geschikt voor gazons tot de max. capaciteit vermeld in het hoofdstuk Technische gegevens.Hoe groot het oppervlak is dat de robotmaaier gemaaid kan houden, hangt voornamelijk af van de toestand van de bladen en de soort, groei en vochtigheid van het gras. Ook de vorm van de tuin is van belang. Wanneer de tuin voornamelijk uit open grasvelden bestaat, kan de robotmaaier meer per uur maaien dan wanneer de tuin uit een aantal kleine grasvelden bestaat, van elkaar gescheiden door veel bomen, borders en passages. Een volledig geladen de robotmaaier maait 40 tot 60 minuten lang, afhankelijk van de leeftijd van de accu en de dikte van het gras. Dan laadt de robotmaaier gedurende 60 tot 90 minuten op.

De laadtijd kan variëren; deze is onder meer afhankelijk van de omgevingstemperatuur.MaaitechniekHet maaisysteem voor de robotmaaier is gebaseerd op een efficiënt en energiezuinig principe. In tegenstelling tot normale grasmaaiers, snijdt de robotmaaier het gras af in plaats van het af te slaan.Voor de allerbeste maairesultaten raden wij aan om de robotmaaier voornamelijk bij droog weer het gras te laten maaien. De robotmaaier kan ook maaien als het regent, maar nat gras blijft makkelijker op de robotmaaier vastzitten en het risico dat de robotmaaier op steile hellingen slipt, is groter. Als er kans op onweer is, moet de transformator worden losgekoppeld van de voeding en van de grensdraad en geleidingsdraad van het laadstation.Voor het beste maairesultaat moeten de messen in goede conditie zijn.

Om de messen zo lang mogelijk scherp te houden, is het belangrijk dat het gazon vrij is van takken, kleine stenen en andere voorwerpen die de messen kunnen beschadigen.Vervang de bladen regelmatig voor de beste maairesultaten. Het vervangen van de bladen is heel eenvoudig. Zie 8.6 Vervangen van messen op pagina 67.1157069-36,R40Li_NL.book Page 14 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

Nederlands - 15WerkwijzeDe robotmaaier maait het gazon automatisch. Hij wisselt het maaien voortdurend af met opladen.De robotmaaier start met zoeken naar het laadstation wanneer de acculading te laag wordt. De robotmaaier maait niet wanneer hij het laadstation zoekt.Als de robotmaaier op zoek gaat naar het laadstation, zoekt hij eerst ongericht naar de geleidingsdraad.

Vervolgens volgt hij de geleidingsdraad naar het laadstation, keert hij vlak voor het station en rijdt hij er achteruit in.Als de accu volledig geladen is, rijdt de robotmaaier weg bij het laadstation en begint hij te maaien in een willekeurige richting van 90° tot 270° ten opzichte van de uitrijhoek.Voor een gelijkmatig maairesultaat, zelfs in de ontoegankelijke delen van de tuin, kan de robotmaaier de begeleidingskabel vanaf het laadstation volgen naar de locatie waar de begeleidingskabel is verbonden met de begrenzingskabel, om daar met maaien te beginnen.Als de robotmaaier tegen een obstakel rijdt, keert hij terug en kiest hij een nieuwe richting.Twee sensoren, één op de voorkant en één op de achterkant van de robotmaaier, detecteren wanneer de robotmaaier de begrenzingskabel nadert.

De robotmaaier rijdt maximaal 28 centimeter voorbij de draad voordat hij terugkeert.De STOP-knop bovenop de robotmaaier wordt vooral gebruikt om de rijdende robotmaaier te stoppen. Wanneer u de STOP-knop indrukt, wordt een klep geopend, waaronder een controlepaneel zit. De STOP-knop blijft ingedrukt tot de klep weer wordt dichtgedaan. Dit werkt als startvergrendeling.1157069-36,R40Li_NL.book Page 15 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

16 - NederlandsVia het controlepaneel op de bovenkant van de robotmaaier kunt u alle instellingen van de robotmaaier regelen. Open de klep voor het controlepaneel door de STOP-knop in te drukken.Wanneer de hoofdschakelaar voor het eerst naar stand 1 wordt gedraaid, wordt er een opstartprocedure geactiveerd, waarbij de taal, de datum- en tijdsindeling en de viercijferige PIN-code kunnen worden geselecteerd en de datum en tijd kunnen worden ingesteld. Zie 3.8 Ingebruikname en kalibratie op pagina 34.BewegingspatroonHet bewegingspatroon van de robotmaaier is onregelmatig en wordt door de robotmaaier zelf bepaald. Een bewegingspatroon wordt ook nooit herhaald. Met het maaisysteem wordt het gazon door de robotmaaier gelijkmatig gemaaid zonder maailijnen.2.4 ZoekmethodeDe robotmaaier rijdt onregelmatig tot hij de begeleidingskabel vindt.

De robotmaaier volgt altijd de begeleidingskabel om het laadstation te zoeken.De geleidingsdraad is een kabel die vanaf het laadstation bijvoorbeeld richting een ver af gelegen deel van het werkgebied of door een nauwe doorgang wordt gelegd, om vervolgens te worden aangesloten op de grensdraad. Nadere inlichtingen vindt u in 3.6 Installatie van begeleidingskabel op pagina 30.Start11234547 8095 62 31157069-36,R40Li_NL.book Page 16 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

Nederlands - 173. InstallatieDit hoofdstuk beschrijft de installatie van de GARDENA robotmaaier. Lees voordat u met de installatie begint eerst het vorige hoofdstuk, 2. Presentatie.Lees ook dit hoofdstuk volledig door voordat u met de installatie begint. Hoe de installatie is uitgevoerd, beïnvloedt hoed goed de robotmaaier functioneert. Daarom is het belangrijk de installatie zorgvuldig te plannen.De planning is gemakkelijker als u een schets maakt van het werkgebied, met inbegrip van alle obstakels. Zo vindt u eenvoudiger de beste positie voor het laadstation, de grensdraad en de geleidingsdraad. Teken de route van de grens- en geleidingsdraad af in de schets.Zie 7. Tuinvoorbeelden op pagina 59 voor installatievoorbeelden.Kijk ook op www.gardena.com voor meer beschrijvingen en tips over het installeren.

Voer de installatie uit volgens de volgende stappen:3.1 Voorbereidingen.3.2 Installatie van laadstation.3.3 Opladen van accu.3.4 Installatie van begrenzingskabel.3.5 Aansluiten van begrenzingskabel.3.6 Installatie van begeleidingskabel.3.7 De lus controleren.3.8 Ingebruikname en kalibratie3.9 Test het dokken in het laadstationHet laadstation, de grensdraad en de geleidingsdraad moeten zijn aangesloten om een volledige startprocedure voor de robotmaaier te kunnen uitvoeren. 3.1 Voorbereidingen1. Als het gras binnen het geplande werkgebied langer is dan 10 cm; moet u het met een normale grasmaaier maaien. Verzamel vervolgens het gras.2. Lees alle stappen voor de installatie zorgvuldig door.3.

18 - Nederlands• Laagspanningskabel (17)• Krammen (21)• Connector voor de aansluiting van de luskabel aan het laadstation(18)• Schroeven voor het laadstation (19)• Maatstok (22)• Verbindingen voor luskabel (23)Voor de installatie heeft u ook nodig: • Hamer/kunststof moker om de haken gemakkelijker in de grond te krijgen.• Combinatietang voor het knippen van de begrenzingsdraad en het samenknijpen van de connectoren.• Waterpomptang (voor het samenknijpen van de koppelingen).• Kantensteker/rechte spade als de grensdraad moet worden ingegraven.3.2 Installatie van laadstationBeste locatie voor het laadstationHoud rekening met de volgende aspecten bij het kiezen van de beste locatie voor het laadstation:• Zorg voor 3 meter vrije ruimte vóór het laadstation.• Het moet mogelijk zijn om vanaf het laadstation een grensdraad van minimaal 1,5 meter in een rechte lijn naar rechts en links te leggen.• Dicht bij een wandstopcontact.

De bijgeleverde laagspanningskabel is 10 meter lang. Er is een laagspanningskabel van 20 meter beschikbaar als accessoire. Neem voor meer informatie contact op met GARDENA Central Service. • Een vlakke ondergrond om het laadstation op te plaatsen.• Bescherming tegen waternevel van bijvoorbeeld een besproeiingsinstallatie• Bescherming tegen direct zonlicht• Locatie in het lagere deel van een werkgebied met een aanzienlijke hellingVoorbeelden van de beste installatielocatie voor het laadstation vindt u in 7. Tuinvoorbeelden op pagina 59.1157069-36,R40Li_NL.book Page 18 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

Nederlands - 19Het laadstation moet worden geplaatst met veel vrije ruimte aan de voorzijde (ten minste 3 meter). Het kan ook het best centraal in het werkgebied worden geplaatst, zodat de robotmaaier gemakkelijker alle hoeken van het werkgebied kan bereiken. Plaats het laadstation niet in krappe ruimtes in het werkgebied. Rechts en links van het laadstation moet een recht stuk grensdraad van minimaal 1,5 meter lang liggen. De draad moet in een rechte lijn worden gelegd vanaf de achterzijde van het laadstation. Elke andere locatie kan betekenen dat de gazonmaaier het laadstation zijdelings moet binnengaan, waardoor het dokken problemen kan geven. Plaats het laadstation niet in een hoek in het werkgebied. Rechts en links van het laadstation moet een recht stuk grensdraad van minimaal 1,5 meter lang liggen.Het laadstation moet op relatief horizontale grond worden geplaatst.

De voorkant van het laadstation mag maximaal 3 cm hoger liggen dan de achterkant. De voorkant van het laadstation mag nooit lager liggen dan de achterkant.Het laadstation mag niet zo worden geplaatst dat de plaat doorbuigt.3020-04331157069-36,R40Li_NL.book Page 19 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

20 - NederlandsWanneer de installatie wordt uitgevoerd in een werkgebied met een steile helling (zoals rond een huis op een heuvel) moet het laadstation onder aan de helling in het werkgebied worden geplaatst. Dit maakt het eenvoudiger voor de robotmaaier om de begeleidingskabel naar het laadstation te volgen. Plaats het laadstation niet op een eiland omdat het hierdoor lastiger is om de geleidingsdraad optimaal te leggen. Als het laadstation op een eiland moet worden geïnstalleerd, moet de geleidingsdraad ook op het eiland worden aangesloten. Zie de afbeelding hiernaast.

Meer informatie over eilanden is te vinden in hoofdstuk 3.4 Installatie van begrenzingskabel.Aansluiten van transformatorHoud bij het bepalen van de locatie voor de transformator rekening met de volgende punten:• Dicht bij het laadstation• Bescherming tegen regen• Bescherming tegen direct zonlichtWanneer de transformator op een stopcontact buiten wordt aangesloten, moet dit stopcontact zijn goedgekeurd voor gebruik buitenshuis. De laagspanningskabel naar de transformator is 10 meter lang en mag niet worden ingekort of verlengd. 1157069-36,R40Li_NL.book Page 20 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

Nederlands - 21Het is mogelijk dat u de laagspanningskabel het werkgebied laat kruisen. De laagspanningskabel moet met haken in de grond worden gezet of worden ingegraven en de maaihoogte moet zodanig worden ingesteld dat de bladen op de bladschijf nooit in contact kunnen komen met de laagspanningskabel. Zorg dat de laagspanningskabel over de grond met krammen wordt vastgezet. De kabel moet overal vlak tegen de grond liggen, zodat hij niet wordt doorgesneden voordat de graswortels er overheen zijn gegroeid. De laagspanningskabel mag nooit in een rol worden gelegd of onder de basisplaat van het laadstation omdat dit interferentie kan veroorzaken met de signalen van het laadstation.De transformator moet zo worden geplaatst dat er voldoende luchtverversing is en geen direct zonlicht. De transformator moet onder een afdak worden geplaatst.

Wij raden aan een aardlekschakelaar te gebruiken wanneer u de transformator op het stopcontact aansluit.Als de transformator niet direct op een wandcontactdoos kan worden aangesloten, mag deze in geen geval op een hoogte worden gemonteerd waar het gevaar bestaat dat de transformator onder water komt te staan (ten minste 30 cm van de grond). Het is niet toegestaan om de transformator op de grond te plaatsen.BELANGRIJKE INFORMATIEDe laagspanningskabel mag niet worden ingekort of verlengd.BELANGRIJKE INFORMATIEPlaats de laagspanningskabel zodanig dat de bladen op de bladschijf hiermee nooit in contact kunnen komen.BELANGRIJKE INFORMATIEHaal de stekker uit het laadstation wanneer u bijvoorbeeld de luskabel wilt schoonmaken of herstellen.3012-281min 30cm/12”3018-0941157069-36,R40Li_NL.book Page 21 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

22 - NederlandsInstallatie en aansluiten van laadstation 1. Plaats het laadstation op een geschikte plaats.2. Sluit de laagspanningskabel aan op het laadstation.3. Sluit de voedingskabel van de transformator aan op een wandstopcontact van 100-240V. Wanneer de transformator wordt aangesloten buiten op een stopcontact, moet dit stopcontact zijn goedgekeurd voor gebruik buitenshuis. 4. Bevestig het laadstation aan de grond met behulp van de bijgeleverde schroeven. Draai de schroeven zodanig aan dat ze helemaal verzonken zijn.3.3 Opladen van accuDe robotmaaier kan worden geladen zodra het laadstation wordt aangesloten.

Zet de hoofdschakelaar in de stand 1.Plaats de robotmaaier in het laadstation zodat de accu wordt geladen terwijl u de grens- engeleidingsdraad legt.Als de accu leeg is, duurt het ongeveer 80 tot 100 minuten om hem volledig te laden.þBELANGRIJKE INFORMATIEHet is niet toegestaan nieuwe gaten in de plaat te maken. Alleen de bestaande gaten mogen worden gebruikt om de plaat op de grond te bevestigen.BELANGRIJKE INFORMATIETrap of loop nooit op de plaat van het laadstation.BELANGRIJKE INFORMATIEU kunt de robotmaaier niet gebruiken voordat de installatie helemaal gereed is.1157069-36,R40Li_NL.book Page 22 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

Nederlands - 233.4 Installatie van begrenzingskabel De begrenzingskabel kan op een van de volgende manieren worden geïnstalleerd:1. De kabel met krammen op de grond te bevestigen.U kunt de grensdraad het best met de haakjes vastzetten als u tijdens de eerste paar weken van het gebruik de ligging wilt kunnen bijstellen. Na enkele weken zal het gras over de draad heen zijn gegroeid, waardoor deze niet langer zichtbaar is. Gebruik een hamer/kunststof moker en de bijgeleverde haken om de installatie uit te voeren. 2. De kabel ingraven. Als u het gazon wilt verticuteren of beluchten kunt u de grensdraad het best ingraven. Indien nodig kunt u beide manieren combineren, zodat een deel van de begrenzingslus wordt vastgekramd en de rest wordt ingegraven. De kabel kan worden ingegraven met behulp van bijvoorbeeld een kantensteker of een rechte spade.

Zorg dat u de grensdraad minimaal 1 cm en maximaal 20 cm onder de grond legt. Beste plaats voor de begrenzingskabelDe grensdraad moet zodanig worden gelegd dat:• deze een lus rond het werkgebied voor de robotmaaier vormt. Gebruik hiervoor uitsluitend grensdraad van Husqvarna. Dit is bestand tegen het vocht in de grond dat de draden anders makkelijk zou kunnen beschadigen. • de robotmaaier mag op geen enkel punt binnen het volledige werkgebied meer dan 15 meter verwijderd zijn van de kabel.• de begrenzingskabel mag in totaal niet langer zijn dan 400 m.• er 20 cm extra draad beschikbaar is om de geleidingsdraad later aan te bevestigen. Zie 3.6 Installatie van begeleidingskabel op pagina 30.De afstand van de grensdraad tot obstakels varieert; deze is afhankelijk van wat er pal naast het werkgebied ligt.

Onderstaande afbeelding laat zien hoe de grensdraad rond het werkgebied en rond obstakels moet worden gelegd. Gebruik de bijgeleverde meetlat om de juiste afstand te bepalen (zie 2.1 Onderdelen? op pagina 12). 1157069-36,R40Li_NL.book Page 23 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

24 - NederlandsAfbakeningen van het werkgebied Als een hoog obstakel, bijv. een wand of een muur, aan het werkgebied grenst, moet u de begrenzingskabel 30 cm van het obstakel leggen. Dan zal de robotmaaier niet op het obstakel botsen en zal de slijtage aan de carrosserie afnemen.Ongeveer 20 cm rond het vaste obstakel zal niet worden gemaaid. Als het werkgebied aan een kleine greppel grenst, bijv. een border, of aan een kleine verhoging zoals bijv. een lage steen (3 tot 5 cm), moet u de begrenzingskabel 20 cm binnen in het werkgebied leggen. Dit voorkomt dat de wielen in de greppel of op de stenen rijden.Ongeveer 12 cm gras langs de greppel/stenen afbakening zal niet worden gemaaid. Indien het werkgebied aan een pad of iets dergelijks grenst dat op hetzelfde niveau ligt als het gazon, is het mogelijk om de robotmaaier een stukje op het pad te laten rijden.

U moet de begrenzingskabel dan 5 cm van de rand van het pad leggen.Al het gras langs het tegelpad zal worden gemaaid. Als het werkgebied in tweeën wordt gedeeld door een vlak tegelpad, dat gelijk met het gazon ligt, is het mogelijk om de robotmaaier over het pad te laten rijden. De begrenzingskabel kan prima onder de tegels worden gelegd. Zorg ervoor dat de tegels op gelijke hoogte zijn met het gazon om overmatige slijtage op de robotmaaier te voorkomen.N.B.! De robotmaaier mag nooit over gravel, mulch of soortgelijk materiaal rijden, omdat de bladen hierdoor kunnen worden beschadigd.BELANGRIJKE INFORMATIEAls het werkgebied aan een waterpartij, helling, afgrond of openbare weg grenst, moet behalve de grensdraad ook een hek of iets dergelijks worden geplaatst. De hoogte moet in dat geval minimaal 15 cm zijn.

Nederlands - 25Afbakeningen in het werkgebied Gebruik de begrenzingskabel om de gebieden in het werkgebied af te bakenen door eilanden te creëren rond niet stootvaste hindernissen, bijvoorbeeld borders, struiken en fonteinen. Obstakels die tegen een stootje kunnen, bijv. bomen en struiken hoger dan 15 cm, hoeven niet afgegrensd te worden met de begrenzingskabel. De robotmaaier draait wanneer hij tegen een dergelijk obstakel stoot. Om te zorgen voor een veilige en stille werking is het raadzaam om alle vaste objecten in en rond het werkgebied to isoleren. Leg de kabel naar het gebied, trek hem rond het gebied dat moet worden afgebakend en vervolgens weer terug in het zelfde spoor. Indien u krammen gebruikt, moet u de kabel op de terugweg onder dezelfde kram leggen. Wanneer de begrenzingskabels naar en van het eiland dicht bij elkaar liggen, kan de robotmaaier over de kabel rijden.

De grensdraad mag niet worden gekruist op het traject van en naar een eiland. Obstakels die een lichte helling vertonen, bijvoorbeeld stenen of grote bomen met bovengrondse wortels, moeten worden geïsoleerd met een eiland of worden verwijderd. De robotmaaier kan anders op zulke obstakels glijden, met als gevolg dat de messen beschadigd raken en/of de robotmaaier zich vastrijdt. Bijgebieden Als het werkgebied uit twee zones bestaat, waarbij het voor de robotmaaier lastig is om van de ene naar de andere zone te gaan, kunt u beter een tweede werkgebied creëren. Voorbeelden hiervan zijn hellingen van 25% of een doorgang die smaller is dan 60 cm (90 cm voor de R38Li, R40Li, R45Li, R50Li). Leg de begrenzingskabel dan rond het bijgebied zodat dit een eiland vormt buiten het hoofdgebied.

De robotmaaier moet handmatig van het eerste werkgebied naar het tweede werkgebied worden verplaatst wanneer het tweede werkgebied moet worden gemaaid. Hiervoor moet de MAN-bedieningsmodus worden gebruikt, omdat de robotmaaier het traject tussen het tweede gebied en het laadstation niet zelfstandig kan afleggen.

Zie 5. 1 Selectie bedieningsmodus op pagina 41. In deze modus zal de robotmaaier nooit op zoek gaan naar het laadstation maar doorgaan met maaien totdat de accu leeg is. Wanneer de accu leeg is, stopt de robotmaaier en verschijnt de melding Moet handmatig laden op het display. Plaats de robotmaaier in het laadstation om de accu te laden. Als het eerste werkgebied na het laden moet worden gemaaid, kunt u de bedieningsmodus op Auto zetten voordat u de robotmaaier in het laadstation plaatst. BijgebiedHoofbijgebied1157069-36,R40Li_NL. book Page 25 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM.

26 - NederlandsDoorgangen tijdens het maaien Vermijd lang en smalle doorgangen en zones smaller dan 1,5-2 meter. Er bestaat een kans dan de robotmaaier tijdens het maaien langere tijd blijft hangen in een dergelijke doorgang of zone. Het gazon zal er dan geplet uitzien.Hellingen De begrenzingskabel kan dwars over een helling worden gelegd die minder dan 20 % helt.De begrenzingskabel moet niet dwars over een helling worden gelegd die steiler is dan 20 %. Het risico bestaat dat de robotmaaier daar problemen krijgt met omdraaien. Dan stopt de maaier en geeft de foutmelding Buiten het werkgebied.

Het risico is het grootst bij vochtig weer omdat de wielen dan in het natte gras kunnen slippen.Als er daarentegen een hindernis is, waar de robotmaaier tegenaan mag botsen, bijvoorbeeld een hek of een dichte haag, kan de begrenzingskabel dwars over een helling worden gelegd die steiler is dan 20 %.In het werkgebied kan de robotmaaier velden maaien met een hellingsgraad tot 25 cm per strekkende meter (25 %). Velden die meer hellen, moeten worden afgebakend met de begrenzingskabel.Indien een deel van het werkgebied meer dan 20 cm per strekkende meter (20 %) neigt, moet de begrenzingskabel circa 20 cm voor de grond begint te hellen op de vlakke grond worden gelegd.1157069-36,R40Li_NL.book Page 26 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

Nederlands - 27Plaatsen van begrenzingskabelAls u van plan bent de grensdraad met haakjes vast te zetten:• Maai het gras op de plek waar u de draad gaat leggen heel kort met een gewone grasmaaier of trimmer. In dat geval is het eenvoudiger om de kabel dicht bij de grond te leggen, waardoor de kans kleiner wordt dat de robotmaaier de kabel doorsnijdt of de isolatie van de kabel beschadigt.• Zorg ervoor de begrenzingskabel vlakbij de aarde te leggen en bevestig de krammen dicht bij elkaar, ongeveer 75 cm tussen iedere kram. De kabel moet overal vlak tegen de aarde liggen, zodat deze niet wordt doorgesneden voordat de graswortels er overheen zijn gegroeid.Gebruik een hamer om de krammen in de aarde te slaan. Wees voorzichtig bij het inslaan van de haakjes en zorg dat de draad niet te strak komt te staan.

Vouw de kabel niet in scherpe hoeken.Als u de grensdraad gaat ingraven:• Zorg ervoor dat de begrenzingskabel ten minste 1 cm en maximaal 20 cm onder de aarde ligt. De draad kan worden ingegraven met behulp van bijvoorbeeld een kantensteker of een rechte spade. Gebruik de inbegrepen meetplaat als hulpmiddel bij het leggen van de grensdraad. Zo kunt u eenvoudig de juiste afstand aanhouden tussen de grensdraad en de grens/het obstakel. De meetlat wordt van de doos gescheurd. Lus voor het aansluiten van de geleidingsdraadOm het aansluiten van de geleidingsdraad aan de grensdraad te vergemakkelijken, is het een goed idee om op het punt waar de geleidingsdraad later zal worden aangesloten een lus te creëren met behulp van een extra stuk grensdraad van ongeveer 20 cm. Bepaal voordat u begint met het uitleggen van de grensdraad waar u de geleidingsdraad wilt plaatsen.

Zie 3.6 Installatie van begeleidingskabel op pagina 30. BELANGRIJKE INFORMATIEExtra kabel mag niet in een rol buiten de begrenzingskabel worden gelegd. Dit kan leiden tot storingen aan de robotmaaier.1157069-36,R40Li_NL.book Page 27 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

28 - NederlandsUitleggen van begrenzingskabel naar het laadstation Rechts en links van het laadstation moet op één lijn met de achterkant van het laadstation een recht stuk begrenzingskabel van minstens 1,5 meter lang liggen. Zie de afbeelding. Als de grensdraad anders wordt gelegd, kan het voor de robotmaaier lastig zijn om het laadstation te vinden.De rechte route aan de rechterzijde van het laadstation moet in sommige gevallen worden vergroot, afhankelijk van de manier waarop de begrenzingsdraad in de installatie is aangebracht.Begrenzingskabel verlengen Gebruik een originele koppeling wanneer de grensdraad niet lang genoeg is en moet worden gelast.Dat is waterdicht en zorgt voor een betrouwbare elektrische verbinding.Steek beide uiteinden in de koppeling.

Verzeker u ervan dat de draden volledig in de koppeling zijn gestoken door te controleren of de draaduiteinden zichtbaar zijn door het transparante deel aan de andere zijde van de koppeling. Duw de knop boven op de koppeling vervolgens helemaal in. Gebruik een waterpomptang om de knop op de koppeling helemaal in te drukken.BELANGRIJKE INFORMATIEEen tweeaderige kabel of een schroefklemmenblok geïsoleerd met isolatietape levert geen adequate aansluiting op. De vochtigheid van de aarde maakt dat de geleiders oxideren en na een tijd veroorzaakt dat een onderbreking van het circuit1157069-36,R40Li_NL.book Page 28 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

Nederlands - 293.5 Aansluiten van begrenzingskabelSluit de begrenzingskabel aan op het laadstation:1. De kabeluiteinden in het contact leggen: • Open het contact.• Leg de kabel in de uitsparing van het contact.2. Druk het contact met een tang dicht. Druk tot u een klik hoort.3. Snijd overtollige begrenzingskabel 1 of 2 centimeter boven elke connector weg. 4. Druk de verbinder op de contactpen, met de markeringen AL (links) en AR (rechts) op het laadstation.Controleer zorgvuldig of de connector goed is bevestigd. BELANGRIJKE INFORMATIEDe begrenzingskabel mag bij het aansluiten op het laadstation niet gekruist worden.

Sluit het rechter uiteinde van de draad aan op de pen rechts op het laadstation en het linker uiteinde op de pen links.BELANGRIJKE INFORMATIEDe rechter connector moet zijn aangesloten op de rechter metalen pen op het laadstation en het linker draaduiteinde moet zijn aangesloten op de linker connector.1157069-36,R40Li_NL.book Page 29 Thursday, November 13, 2014 4:31 PM

30 - Nederlands3.6 Installatie van begeleidingskabelDe geleidingsdraad is een draad die vanaf het laadstation wordt gelegd, bijvoorbeeld richting een verre uithoek van het werkgebied of door een nauwe doorgang, en vervolgens aangesloten op de grensdraad.De begeleidingskabel wordt door de robotmaaier gebruikt om de weg naar het laadstation te vinden, maar dient ook om de robotmaaier naar uithoeken van de tuin te leiden. Voor een gelijkmatig maairesultaat kan de robotmaaier de begeleidingskabel vanaf het laadstation volgen naar de locatie waar de begeleidingskabel is verbonden met de begrenzingskabel, om daar met maaien te beginnen. Afhankelijk van de tuinindeling moet u instellen hoe vaak de robotmaaier de begeleidingskabel vanaf het laadstation moet volgen.

Zie 6.6 Instellingen op pagina 55.Zorg dat de robotmaaier op diverse afstanden vanaf de begeleidingskabel werkt om te voorkomen dat er sporen worden gevormd wanneer de robotmaaier de begeleidingskabel van en naar het laadstation volgt. Het gebied naast de kabel dat de robotmaaier dan gebruikt, wordt de corridor genoemd.De robotmaaier loopt altijd links van de begeleidingskabel, gezien in de richting van het laadstation. De corridor bevindt zich dus links van de geleidingsdraad. De corridor is 50 cm breed. Zorg daarom bij het installeren voor een vrije ruimte van minimaal 75 cm links van de geleidingsdraad en een vrije ruimte van minimaal 25 cm rechts van de geleidingsdraad, gezien in de richting van het laadstation. Het is niet toegestaan om de geleidingsdraad op een afstand van minder dan 30 cm vanaf de grensdraad te leggen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Gardena R38LI stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden