Friedrich Chill Premier Inverter CCV12A10A Handleiding


Pagina's 75 Engels

Bekijk gratis de handleiding van Friedrich Chill Premier Inverter CCV12A10A (75 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 57 mensen. Heb je een vraag over Friedrich Chill Premier Inverter CCV12A10A of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

1PB
Service Manual
93012001_00
Fixed Chassis, Cool Only
CCV08A10A, CCV10A10A, CCV12A10A
Chill Premier Inverter
®
Series
Room Air Conditioners
R-32 Refrigerant
THE EXPERTS IN ROOM AIR CONDITIONING

Beoordeel deze handleiding


Foutcodes Friedrich Chill Premier Inverter CCV12A10A

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing Pagina
E1 Storing van de kamertemperatuursensor. Controleer de aansluiting op de hoofdprintplaat en sluit de sensor opnieuw aan. Controleer de sensorweerstand op een onderbreking of kortsluiting en vervang de sensor indien nodig. Vervang de displayprintplaat als de storing blijft bestaan. 26
E2 Storing van de temperatuursensor van de binnenwarmtewisselaar. Controleer de aansluiting op de hoofdprintplaat en sluit de sensor opnieuw aan. Controleer de sensorweerstand op een onderbreking of kortsluiting en vervang de sensor indien nodig. Vervang de displayprintplaat als de storing blijft bestaan. 26
E3 Storing van de temperatuursensor van de buitenwarmtewisselaar door een onderbreking of kortsluiting. Controleer de sensoraansluiting op de hoofdprintplaat en sluit deze opnieuw aan. Controleer de sensorweerstand en vervang de sensor bij een onderbreking of kortsluiting. Vervang de hoofdprintplaat als het probleem blijft bestaan. 28
E6 Storing van de binnenventilatie. Controleer bij uitgeschakelde voeding of de ventilatorbladen soepel draaien. Stel zo nodig de motor en de bladen af. Controleer de motoraansluiting op de hoofdprintplaat en sluit deze opnieuw aan. Controleer op aansluiting CN-4 de spanning van 310 VDC op de zwarte/rode draden en bij een ventilatievraag 15 VDC op de witte draad en 3 VDC op de gele draad. Vervang de ventilatormotor of de hoofdprintplaat volgens de uitkomst van de controles. 27
E7 Storing van de omgevingstemperatuursensor door een onderbreking of kortsluiting. Controleer de sensoraansluiting op de hoofdprintplaat en sluit deze opnieuw aan. Controleer de sensorweerstand en vervang de sensor bij een onderbreking of kortsluiting. Vervang de hoofdprintplaat als het probleem blijft bestaan. 28
E8 Storing van de persgastemperatuursensor door een onderbreking of kortsluiting. Controleer de sensoraansluiting op de hoofdprintplaat en sluit deze opnieuw aan. Controleer de sensorweerstand en vervang de sensor bij een onderbreking of kortsluiting. Vervang de hoofdprintplaat als het probleem blijft bestaan. 28
E9 Storing van de IPM-module of compressoraandrijving. Verschijnt nadat het apparaat zes keer achtereen is gestopt door IPM-beveiliging P0. Start het apparaat opnieuw om de werking te hervatten. Laat het 30 minuten draaien en controleer de weergegeven foutcodes. Vervang de hoofdprintplaat als eerst F9 of FA verschijnt. Volg bij voorafgaande codes F5, F6, F7, P0 of P2 de bijbehorende oplossing. Vervang de compressor als de storing blijft bestaan. 29
EF Storing van de DC-ventilatormotor van de buitenunit. Schakel het apparaat uit en controleer met de hand of het ventilatorblad vrij draait. Monteer de DC-motor opnieuw indien nodig. Controleer de aansluiting op de printplaat en sluit deze opnieuw aan. Meet bij een extern aangestuurde motor met drie aansluitingen de spanning tussen U/V/W; normaal is deze 20–200 VAC. Controleer de werking van de motor. Vervang de ventilatormotor en, als de storing blijft bestaan, de hoofdprintplaat. 30
EU Storing van de spanningsmeetsensor. Meet de spanning tussen de aansluitingen L en N van de hoofdprintplaat. Als deze niet hoger is dan ongeveer 50 V, zoek en verhelp dan de oorzaak van het netspanningsprobleem. Vervang de hoofdprintplaat als het apparaat daarna niet werkt of als de spanning wel boven deze grens ligt. 31
F5 N/A 29
F6 N/A 29
F7 N/A 29
F9 Storing van het temperatuurmeetcircuit van de IPM-module. Vervang de hoofdprintplaat. 29
FA Storing van het meetcircuit voor de fasestroom van de compressor. Vervang de hoofdprintplaat. 29
P0 IPM-beveiliging. Start het apparaat opnieuw. Controleer de bedrading van U/V/W en sluit deze zo nodig opnieuw aan. Controleer of de compressor start, of de buitenventilator werkt en of de spanning tussen U/V/W 20–200 VAC bedraagt. Controleer de koelmiddeldruk; bij koeling wordt 117–188 PSI aangegeven. Reinig een vervuilde condensor of verdamper. Vervang volgens de uitkomst van de controles de buitenventilatormotor, hoofdprintplaat, compressor of een verstopt capillair. 32
P1 Beveiliging tegen over- of onderspanning. De tekst noemt een voedingsspanning boven 160 VAC of onder 85 VAC en een DC-busspanning boven 420 VDC of onder 150 VDC. Controleer de voedingsspanning tussen L en N en de spanning op de grote elektrolytische condensator van de hoofdprintplaat. Wacht tot de voedingsspanning of DC-busspanning is hersteld. Vervang de hoofdprintplaat als het apparaat daarna niet normaal werkt. 33
P2 Overstroombeveiliging. Controleer of de buitenventilatormotor werkt en vervang deze indien nodig. Reinig een vervuild luchtfilter of een vervuilde condensor. Start het apparaat opnieuw. Vervang de hoofdprintplaat als P2 blijft verschijnen. 34
P4 Beveiliging tegen een te hoge temperatuur van de afgevoerde lucht. Controleer of de afvoertemperatuur buiten hoger is dan 140 °F; het schema duidt dit aan als normale beveiliging. Controleer op een vervuilde condensor of een geblokkeerd filter en reinig deze. Controleer op langzaam draaiende of stilstaande ventilatormotoren en geblokkeerde ventilatorbladen. Stel de bladen af of vervang de ventilatormotor of printplaat. Controleer het capillair en vervang dit bij verstopping. Controleer de koelmiddeldruk; bij koeling wordt 117–188 PSI aangegeven. Het schema noemt ook koelmiddel bijvullen en de hoofdprintplaat vervangen. 35
P5 Beveiliging tegen een te lage temperatuur in de koel- of droogmodus. Bij een lage omgevingstemperatuur kan deze beveiliging gemakkelijk optreden tijdens koeling. Schakel het apparaat na enkele minuten opnieuw in. Reinig een vervuild luchtfilter en een geblokkeerde luchtinlaat. Controleer of het ventilatorblad vrij draait en herstel dit indien nodig. Vervang een defecte ventilatormotor. Vervang de IPT-sensor als deze afwijkend werkt. Vervang de displayprintplaat als de storing blijft bestaan. 36
P6 Oververhittingsbeveiliging in de koelmodus. In de koel- of droogmodus schakelt de hoofdprintplaat de buitenunit uit wanneer de temperatuur van de condensorwarmtewisselaar buiten, gemeten door OPT, ten minste 144 °F is. Controleer of de buitenventilatormotor normaal werkt en vervang deze als hij defect is. Controleer of de sensor loszit in de aansluiting en sluit deze opnieuw aan. Controleer de sensor op een onderbreking of kortsluiting en vervang de OPT-sensor indien nodig. Vervang de hoofdprintplaat als de storing blijft bestaan. 37

Product specificaties

Merk: Friedrich
Categorie: Airco
Model: Chill Premier Inverter CCV12A10A

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Friedrich Chill Premier Inverter CCV12A10A stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden