Flir DM93 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Flir DM93 (50 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Flir DM93 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/50
Gebruikershand-
leiding
FLIR DM93
IndustriëleTrueRMS-multimeter

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Flir
Categorie: Multimeter
Model: DM93

Handleiding Flir DM93 – volledige tekst

1 Disclaimers 1. 1 Copyright © 2013, FLIR Systems, Inc. Alle rechten wereldwijd voor- behouden. Geen enkel deel van de software, inclusief de broncode, mag worden geproduceerd, verzonden, over- gezet of vertaald in enige taal of computertaal, in welke vorm dan ook of op welke manier dan ook (elektronisch, magnetisch, optisch, handmatig of anderszins), zonder toestemming vooraf van FLIR Systems. De documentatie mag geheel noch gedeeltelijk worden gekopieerd, gefotokopieerd, gereproduceerd, vertaald of verzonden naar een elektronisch medium of een door een machine leesbare vorm zonder schriftelijke toestemming vooraf van FLIR Systems. Namen en merken die voorkomen op de producten in deze publicatie zijn gedeponeerde handelsmerken of han- delsmerken van FLIR Systems en/of zijn dochteronderne- mingen.

Alle andere handelsmerken, handelsnamen of bedrijfsnamen waarnaar in deze publicatie wordt verwe- zen worden uitsluitend gebruikt ter identificatie en zijn het eigendom van de respectieve eigenaars. 1. 2 Kwaliteitsbewaking Het systeem voor kwaliteitsbeheer waarbinnen deze pro- ducten zijn ontwikkeld en geproduceerd is gecertificeerd volgens de ISO 9001-norm. FLIR Systems is voortdurend bezig met nieuwe ontwikke- lingen; daarom behouden wij ons het recht voor om zon- der voorafgaande kennisgeving wijzigingen en verbeteringen aan te brengen in alle producten. 1. 3 Updates documentatie Onze handleidingen worden meerdere keren per jaar bij- gewerkt en we geven ook regelmatig berichten over es- sentiële wijzigingen ten aanzien van het product uit. Voor de nieuwste handleidingen en berichten gaat u naar het tabblad Download op:http://support. flir.

4 Afdanken van elektronischafval Net als de meeste andere elektronische producten moet deze apparatuur worden afgedankt op een milieuvriende- lijke wijze en conform de geldende regelgeving voor elek- tronisch afval. Neem voor nadere informatie contact op met uw FLIRSystems-vertegenwoordiger. #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 1.

2 VeiligheidsinformatieOPM. Zorg ervoor dat u, voordat u het apparaat gaat gebruiken, alle instructies, ge- vareninformatie, waarschuwingen, opmerkingen en juridische informatie hebt doorgelezen en begrepen, en dat u deze opvolgt en in acht neemt.OPM. FLIR Systems behoudt zich te allen tijde het recht voor om zonder vooraf- gaande kennisgeving bepaalde modellen, onderdelen of accessoires en an- dere artikelen uit de handel te nemen of specificaties te wijzigen.OPM. Verwijder de batterijen wanneer het apparaat gedurende een langere tijd niet zal worden gebruikt.WAARSCHUWING Gebruik het apparaat niet als u niet over de juiste kennis beschikt. Er kunnen officiële erkenningen en/of nationale wettelijke voorschriften voor de elektro- technische inspecties gelden.

Een onjuist gebruik van het apparaat kan scha- de, een elektrische schok, letsel of de dood tot gevolg hebben.WAARSCHUWING Start de meetprocedure niet voordat u de functieschakelaar in de juiste stand hebt gezet. Anders kan het instrument beschadigd raken en kan letsel het ge- volg zijn.WAARSCHUWING Schakel niet over op stroom of weerstand wanneer u de spanning meet. Hier- door kan het instrument beschadigd raken en kan letsel het gevolg zijn. #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 2

2 VeiligheidsinformatieWAARSCHUWING Meet de stroom niet in een stroomkring wanneer de spanning hoger wordt dan 1000 V. Anders kan het instrument beschadigd raken en kan letsel het ge- volg zijn.WAARSCHUWING U dient de meetsnoeren van de door u geteste stroomkring los te koppelen voordat u van bereik verandert. Doet u dit niet, dan kan het instrument be- schadigd raken en kan letsel het gevolg zijn.WAARSCHUWING Vervang de batterijen of de zekeringen niet voordat u de meetsnoeren hebt verwijderd. Anders kan het instrument beschadigd raken en kan letsel het ge- volg zijn.WAARSCHUWING Gebruik het apparaat niet als de meetsnoeren en/of het apparaat tekenen van beschadiging vertonen. Er bestaat dan letselgevaar.WAARSCHUWING Wees voorzichtig wanneer u meet terwijl de spanningen meer dan 25 VAC rms of 35 VDC bedragen. Er bestaat gevaar van een elektrische schok door deze spanningen.

2 VeiligheidsinformatieWAARSCHUWING Gebruik het apparaat niet als instrument om spanningvoerende klemmen op te sporen. U dient de juiste instrumenten te gebruiken. Er bestaat letselgevaar als u niet de juiste instrumenten gebruikt.WAARSCHUWING Zorg dat er geen kinderen bij het apparaat kunnen komen. Het apparaat bevat gevaarlijke componenten en kleine onderdelen die kinderen kunnen inslikken. Raadpleeg onmiddellijk een arts indien een kind een dergelijke component of klein onderdeel inslikt. Er bestaat dan letselgevaar.WAARSCHUWING Laat kinderen niet met de batterijen en/of het verpakkingsmateriaal spelen. Deze kunnen gevaar voor kinderen opleveren wanneer deze ze als speelgoedgebruiken.WAARSCHUWING Raak batterijen waarvan de uiterste gebruiksdatum is verstreken of die be- schadigd zijn niet zonder handschoenen aan. Er bestaat dan letselgevaar.WAARSCHUWING Sluit de batterijen niet kort.

Hierdoor kan het instrument beschadigd raken en kan letsel het gevolg zijn.WAARSCHUWING Werp de batterijen niet in het vuur. Er bestaat dan letselgevaar. #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 4

2 VeiligheidsinformatieVOORZICHTIG Gebruik het apparaat niet voor een procedure waarvoor het niet is bedoeld. Dit kan de bescherming schaden. Dit symbool, naast een ander symbool of een aansluiting, geeft aan dat de gebruiker de handleiding dient te raadplegen voor na- dere informatie. Dit symbool, naast een aansluiting, geeft aan dat er, bij normaal gebruik, gevaarlijk spanningen aanwezig kunnen zijn. Dubbele isolatie. UL Listing (USA compliance-Listing) is geen indicatie of verificatie van de nauwkeurigheid van de meter 2.1 FCC-naleving Dit apparaat voldoet aan paragraaf 15 van de FCC-regelgeving. Voor de bedie- ning ervan gelden de volgende twee voorwaarden: 1. Dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken. 2. Dit apparaat moet alle ontvangen interferentie accepteren, ook interferentie die ongewenst functioneren kan veroorzaken.

Deze apparatuur is getest en valt binnen de grenzen voor digitale apparaten van klasse B conform paragraaf 15 van de FCC-regelgeving. Deze grenzen zijn op- gesteld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie bij installatie in een woonomgeving. Deze apparatuur genereert en gebruikt radi- ofrequentie-energie en kan deze uitstralen. Als deze apparatuur niet wordt geïn- stalleerd en gebruikt conform de instructies kan er schadelijke interferentie van radiocommunicatie optreden. Er wordt echter niet gegarandeerd dat er bij be- paalde installaties geen interferentie optreedt.

Als deze apparatuur schadelijke interferentie veroorzaakt in de ontvangst van radio of tv (dit kan worden bepaald door de apparatuur in en uit te schakelen), raden wij gebruikers aan om te probe- ren de interferentie te corrigeren met een of meerdere van de volgendemaatregelen: • Verander de richting of de plaats van de ontvangstantenne #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 5

2 Veiligheidsinformatie • Vergroot de afstand tussen de apparatuur en de ontvanger • Sluit de apparatuur aan op een uitgang in een andere kring dan die waarop de ontvanger is aangesloten • Vraag de dealer of een ervaren radio-/tv-monteur om hulpVOORZICHTIG Blootstelling aan radiostraling Om aan de FCC/IC-normen voor blootstelling aan radiostraling te voldoen, dient een scheidingsafstand van ten minste 20 cm te worden gehandhaafd tussen de antenne van dit apparaat en alle personen. Dit apparaat mag niet worden verplaatst of in werking gesteld in combinatie met een andere antenne of zender.WAARSCHUWING Bij wijzigingen of aanpassingen zonder uitdrukkelijke toestemming van de in- stanties die verantwoordelijk zijn voor de naleving vervalt de bevoegdheid van de gebruiker om met de apparatuur te werken.

2.2 Industry Canada-naleving Dit apparaat voldoet aan de licence-exempt RSS-norm(en) van Industry Canada. Voor de bediening ervan gelden de volgende twee voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken, en (2) dit apparaat moet eventu- ele interferentie van andere bronnen accepteren, ook interferentie die ongewenst functioneren van het apparaat kan veroorzaken.VOORZICHTIG Blootstelling aan radiostraling Om aan de RSS 102-normen voor blootstelling aan radiostraling voor mobiele configuraties te voldoen, dient een scheidingsafstand van ten minste 20 cm te worden gehandhaafd tussen de antenne van dit apparaat en alle personen. Dit apparaat mag niet worden verplaatst of in werking gesteld in combinatie met een andere antenne of zender. #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 6

3 Inleiding Hartelijk dank dat u voor een FLIR DM93 digitale multimeter hebt gekozen. Dit apparaat wordt volledig getest en gekalibreerd geleverd en zal, bij juist ge- bruik, jarenlang betrouwbaar werken. 3.1 Belangrijkste kenmerken en functies • 4000/40.000-counts, extra groot digitaal display. • Automatische selectie van AC/DC in spannings- en stroommodi. • Menuselectie op het scherm en bediening met navigatietoetsen. • Modus voor frequentiegeregelde aandrijvingen (laagdoorlaatfilter). • Nauwkeurigheid bij gelijkspanning 0,05%. • Low-Z-meting. • Auto Hold (automatisch vasthouden). • Peak Hold-meting. • dB/dBm-meting. • Capaciteit voor automatische gegevensopslag van 20.000 records. • Geheugen met 99 records voor handmatig opslaan en oproepen vangegevens. • Alleen gebruik binnen; 2000 m. • Inclusief Bluetooth-interface met software.

4 Beschrijving De meter kan via de sonde-ingangen de weerstand, de doorgang of de polariteit van een diode meten. Het type meting wordt gese- lecteerd met de toets . De meter kan via de sonde-ingangen de capaciteit of met behulp van een thermokoppeladapter de temperatuur meten. Het type meting wordt geselecteerd met de toets . De meter kan via de sonde-ingangen de stroom meten. 4.3 Functietoetsen • Gebruik de toets om de modus Auto select (automatische se- lectie) of Manual select (handmatige selectie) te selecteren, zie paragraaf 5.2 Modus Auto/Manual select (automatische/ handmatige selectie), pagina 14. • Druk in de modus voor handmatige selectie op de toets om van bedrijfsmodus te veranderen.

• Gebruik de toets om de modus Auto range (automatische be- reikinstelling) of Manual range (handmatige bereikinstelling) te selecteren, zie paragraaf 5.3 Modus Auto/Manual range (auto- matische/handmatige bereikinstelling), pagina 15. • Druk in de modus voor handmatige bereikinstelling op de toets om het bereik (de schaal) te veranderen. • Druk op de toets om om te schakelen tussen de normale mo- dus en de vasthoudmodus, zie paragraaf 5.12 Modus Normal Hold en Auto Hold, pagina 26. • Houd de toets 5 seconden ingedrukt om de vergrendelde mo- dus in of uit te schakelen, zie paragraaf 5.13 Modus Locked (vergrendeld), pagina 26. Gebruik de selectietoetsen om de modi met uitgebreide functiona- liteit in te schakelen en door de modusopties te navigeren. Druk op de toets om een modus met uitgebreide functionaliteit teverlaten. #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 10

4 Beschrijving • Druk op de toets om de achtergrondverlichting van het display in of uit te schakelen. • Houd de toets 2 seconden ingedrukt om het werklampje in of uit te schakelen. Druk op de toets om de METERLiNK® (Bluetooth)-communicatie in of uit te schakelen, zie paragraaf 5.14 Streamen van meetgege- vens met Bluetooth, pagina 27. 4.4 Beschrijving van het display 1. Secundair display. 2. Hoofddisplay. 3. Staafdiagram (komt overeen met de aflezing op het hoofddisplay). 4.5 Pictogrammen en indicatoren op het display Geeft aan dat de meter gestabiliseerde spanning meet. Geeft aan dat de gemeten spanning hoger is dan 30 V (AC of DC). Geeft aan dat de modus voor automatische selectie actief is. Geeft aan dat de meter maximale afleeswaarden weergeeft. Geeft aan dat de meter minimale afleeswaarden weergeeft. Geeft aan dat de meter de gemiddelde aflezing weergeeft.

4 Beschrijving Pictogram van de modus 99-point Data Recording (gegevensregi- stratie van 99 meetpunten). Pictogram van de modus 20,000 point Automatic Data Recording (Sampling) (automatische gegevensregistratie van 20.000meetpunten). Pictogram van de modus Setup (instelling). Pictogram van de modus Silent (stil). 4.5.1 Sonde-indicator Als de meetsnoeren niet in de juiste aansluitingen voor de met de functieschake- laar geselecteerde meting worden gestoken, wordt de melding PROBEweergegeven. 4.5.2 Waarschuwing Buiten bereik Als het ingangssignaal bij handmatige bereikinstelling boven/onder het volle schaalbereik ligt, of als het signaal bij automatische bereikinstelling de maximale/ minimale ingangswaarde heeft overschreden, wordt weergegeven.OL #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 13

5 BedieningOPM. Zorg ervoor dat u, voordat u het apparaat gaat gebruiken, alle instructies, ge- vareninformatie, waarschuwingen, opmerkingen en juridische informatie hebt doorgelezen en begrepen, en dat u deze opvolgt en in acht neemt.OPM. Wanneer de meter niet wordt gebruikt, dient de functieschakelaar in de stand te staan.OPM. Bij het aansluiten van de meetsnoeren op het te testen apparaat, dient het min-snoer eerder te worden aangesloten dan het plus-snoer. Bij het verwijde- ren van de meetsnoeren dient het plus-snoer eerder te worden verwijderd dan het min-snoer. 5.1 Meter inschakelen 1. Zet de functieschakelaar in een willekeurige stand om de meter in teschakelen. 2. Als de batterij-indicator aangeeft dat de batterijspanning laag is of als de meter niet wordt ingeschakeld, vervang dan de batterij. Zie paragraaf 6.2 Batterijen vervangen, pagina 28.

5.1.1 Automatische uitschakeling Nadat de meter een programmeerbaar aantal minuten niet is gebruikt, schakelt hij over naar de sluimermodus; zie paragraaf 5.11.10 ,Modus Setup (instellen) pagina 24. De meter piept driemaal 10 seconden voordat hij wordt uitgeschakeld. Druk op een willekeurige toets of draai aan de functieschakelaar om te voorkomen dat de meter wordt uitgeschakeld. De time-out voor automatische uitschakeling wordt dan gereset. 5.2 Modus Auto/Manual select (automatische/handmatige selectie) In de modus voor automatische selectie probeert de meter automatisch op basis van het ingangssignaal de juiste bedrijfsmodus te selecteren: #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 14

5 Bediening Als de functieschakelaar in de stand , , of wordt gezet, probeert de meter te bepalen of de AC- of de DC-modus moet worden gebruikt. De modus voor automatische selectie is de standaard bedrijfsmodus. Als er met de functieschakelaar een nieuwe functie wordt geselecteerd, is de beginmodus Auto select en wordt de indicator weergegeven. Om de modus voor handmatige selectie te activeren, drukt u op de toets . Om handmatig de bedrijfsmodus te selecteren, drukt u herhaaldelijk op de toets. Om de modus voor automatische selectie te selecteren, houdt u de toets ingedrukt totdat de indicator wordt weergegeven.OPM. Houd er rekening mee dat de gegevensregistratiefunctie van de DM93 niet kan worden gebruikt wanneer de meter in de modus Auto Select (automati- sche selectie) staat.

Om de gegevensregistratie te kunnen gebruiken, moet de meter eerst op de modus Manual Select (handmatige selectie) wordeningesteld. 5.3 Modus Auto/Manual range (automatische/handmatigebereikinstelling) In de modus voor automatische bereikinstelling kiest de meter automatisch de meest geschikte meetschaal. In de modus voor automatische bereikinstelling wordt het gewenste bereik (de schaal) handmatig ingesteld. De modus voor automatische bereikinstelling is de standaard bedrijfsmodus. Als er met de functieschakelaar een nieuwe functie wordt geselecteerd, is de begin- modus Auto range en wordt de indicator weergegeven. Om over te schakelen naar de handmatige bereikinstelling, drukt u op de toets . Om het bereik te veranderen, drukt u herhaaldelijk op de toets tot- dat het gewenste bereik wordt weergegeven.

5 Bediening 5.4 Spanningsmetingen 1. Zet de functieschakelaar in een van de volgende standen:• voor het meten van hoge spanning.• voor het meten van lage spanning.• voor spanningsmetingen waarbij de modus voor lage ingangsimpe- dantie van de meter wordt gebruikt. De indicator wordt weergegeven. 2. Steek het zwarte meetsnoer in de negatieve -aansluiting en het rode meetsnoer in de positieve aansluiting . 3. Gebruik de toets om wisselspannings- (AC), gelijkspannings- (DC) of wissel- + gelijkspanningsmeting (AC+DC) te selecteren. • Voor wisselspanningsmetingen wordt de indicator weergegeven. • Voor gelijkspanningsmetingen wordt de indicator weergegeven. • Voor wissel- + gelijkspanningsmetingen wordt de indicatorweergegeven. 4. Sluit de meetsnoeren parallel aan op het te testen onderdeel. 5. Lees de spanningswaarde af van het display.

5.5 WeerstandsmetingenWAARSCHUWING Voer geen diode-, weerstands- of doorgangstests uit voordat u de condensa- toren en het te testen apparaat spanningsloos hebt gemaakt. Anders bestaat er letselgevaar. 1. Zet de functieschakelaar in de stand . 2. Zorg dat de meter is ingesteld op weerstandsmeting. De eenheid Ω wordtweergegeven. Als de indicator of wordt weergegeven, drukt u herhaaldelijk op detoets totdat de eenheid Ω wordt weergegeven. 3. Steek het zwarte meetsnoer in de negatieve -aansluiting en het rode meetsnoer in de positieve aansluiting . #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 16

5 Bediening 4. Houd de pennen van de sondes tegen de te testen stroomkring ofcomponent. 5. Lees de weerstandswaarde af van het display. 5.6 DoorgangstestWAARSCHUWING Voer geen diode-, weerstands- of doorgangstests uit voordat u de condensa- toren en het te testen apparaat spanningsloos hebt gemaakt. Anders bestaat er letselgevaar. 1. Zet de functieschakelaar in de stand . 2. Gebruik de toets om de doorgangsmeting te selecteren. De indicator wordt weergegeven. 3. Steek het zwarte meetsnoer in de negatieve -aansluiting en het rode meetsnoer in de positieve aansluiting . 4. Houd de pennen van de sondes tegen de te testen stroomkring ofcomponent. 5. Als de weerstand 30 ± 5 (nominaal) of minder is, geeft de meter eenΩpieptoon.OPM. Deze drempel kan door de gebruiker worden geselecteerd in het menu SET UP Cntinonder de instelling : • Bereik: 10–50 Ω. • Stap: 1. • Standaard: 30 Ω.

5 Bediening 1. Zet de functieschakelaar in de stand . 2. Gebruik de toets de diodetestfunctie te selecteren. De indicator wordt weergegeven. 3. Steek het zwarte meetsnoer in de negatieve -aansluiting en het rode meetsnoer in de positieve aansluiting . 4. Houd de pennen van de sondes tegen de te testen diode of halfgeleiderlaag. Noteer de waarde op het display. 5. Keer de polariteit van de sondes om door de meetlocaties van de sondes teverwisselen. 6. Houd de pennen van de sondes tegen de te testen diode of halfgeleiderlaag. Noteer de nieuwe waarde op het display. 7.

De diode of halfgeleiderlaag kan als volgt worden geëvalueerd: • Als een van de uitlezingen een waarde weergeeft (normaal 0,400 V of 0,900 V) en de andere uitlezing , is de component in orde.OL • Als beide uitlezingen weergeven, is de component onderbroken.OL • Als beide uitlezingen een lage waarde of 0 weergeven, is de componentkortgesloten. 5.8 CapaciteitsmetingenWAARSCHUWING Voer geen capaciteitsmetingen uit voordat u de condensator of andere appa- raten of circuits voor de test spanningsloos hebt gemaakt. Anders bestaat erletselgevaar. 1. Zet de functieschakelaar in de stand . 2. Gebruik de toets om de capaciteitsmeting te selecteren. De eenheid F (farad) wordt weergegeven. 3. Steek het zwarte meetsnoer in de negatieve -aansluiting en het rode meetsnoer in de positieve aansluiting . 4. Houd de pennen van de sondes tegen het te testen onderdeel. #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 18

5 Bediening 5. Lees de capaciteitswaarde af van het display.OPM. Bij zeer hoge capaciteitswaarden kan het enkele minuten duren alvorens de meting zich herstelt en de uiteindelijke aflezing zich stabiliseert. 5.9 Temperatuurmetingen type K 1. Zet de functieschakelaar in de stand . 2. Gebruik de toets om de temperatuurmeting te selecteren. De eenheid ℉ ℃of wordt weergegeven. 3. Steek de thermokoppeladapter in de negatieve -aansluiting en de posi- tieve aansluiting en let daarbij op de juiste polariteit. 4. Houd de pen van het thermokoppel tegen het te testen onderdeel. Houd de pen van het thermokoppel tegen het onderdeel totdat de aflezing op het dis- play stabiel is. 5. Lees de temperatuurwaarde af van het display. 6. Om een elektrische schok te voorkomen, dient de thermokoppeladapter te worden losgekoppeld voordat de functieschakelaar in een andere stand wordt gedraaid.

5.10 Stroommetingen Stroom wordt gemeten door het te testen onderdeel los te koppelen en de meet- snoeren in serie op het onderdeel aan te sluiten, zie afbeelding 5.1. Figuur 5.1 Losgekoppelde component 1. Zet de functieschakelaar in de stand . #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 19

5 Bediening 2. Steek het zwarte meetsnoer in de negatieve -aansluiting en het rode meetsnoer in een van de volgende positieve aansluitingen:• voor het meten van hoge stroom.• voor het meten van lage stroom. 3. Gebruik de toets om wisselspannings- (AC), gelijkspannings- (DC) of wissel- + gelijkspanningsmeting (AC+DC) te selecteren. • Voor wisselspanningsmetingen wordt de indicator weergegeven. • Voor gelijkspanningsmetingen wordt de indicator weergegeven. • Voor wissel- + gelijkspanningsmetingen wordt de indicatorweergegeven. 4. Sluit de meetsnoeren volgens afbeelding 5.1 in serie aan op het te testenonderdeel. 5. Lees de stroomwaarde af van het display. 5.11 Uitgebreide functionaliteit Naast de basismetingen kan de meter worden ingesteld op verschillende modi voor een uitgebreide functionaliteit.

5.11.1 Modus selecteren De voor het geselecteerde type meting geldende moduspictogrammen worden in het onderste gedeelte van het display weergegeven. Als een bepaalde modus is ingeschakeld, is het desbetreffende pictogram omkaderd. Figuur 5.2 Moduspictogrammen (wisselspanningsmetingen): de modus Peak (piek) en de modus Silent (stil) zijn ingeschakeld 1. Druk op de toets of om naar het gewenste moduspictogram te navige- ren. Het huidige geselecteerde pictogram knippert. 2. Druk op de toets om de geselecteerde (knipperende) modus in teschakelen. 3. Druk op de toets of om door de modusopties te bladeren. Zie de para- graaf over de specifieke modus voor gedetailleerde instructies. #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 20

5 Bediening 4. Druk op de toets om de geselecteerde (knipperende) modus uit teschakelen. 5.11.2 Modus VFD (alleen wisselspanning en wisselstroom) In de modus VFD (variable-frequency drive, frequentiegeregelde aandrijving) wordt hoogfrequente ruis door een laagdoorlaatfilter uit de spanningsmeting ver- wijderd. De modus VFD is beschikbaar bij het meten van wisselspanning ofwisselstroom. 1. Selecteer en schakel de VFD-modus in zoals beschreven in paragraaf 5.11.1 , pagina 20.Modus selecteren 5.11.3 Modus Peak (piek) (alleen wisselspanning en wisselstroom) In de piekmodus worden door de meter de positieve en negatieve piekwaarden geregistreerd en weergegeven, en de weergave wordt alleen bijgewerkt als er een hogere/lagere waarde wordt geregistreerd. 1. Selecteer en schakel de modus Peak (piek) in zoals beschreven in para- graaf 5.11.1 , pagina 20.Modus selecteren 2.

Druk op de toets of om om te schakelen tussen de weergave van Peak Max en Peak Min. • In de modus Peak Max wordt de indicator weergegeven. • In de modus Peak Min wordt de indicator weergegeven. 3. Druk op de toets om de piekmodus te pauzeren. Druk opnieuw op de toets om verder te gaan. 5.11.4 Modus Min/Max/Avg (minimum/maximum/gemiddeld) In de modus Min/Max/Avg worden door de meter de minimum- of maximumwaar- den geregistreerd en weergegeven, en de weergave wordt alleen bijgewerkt als er een hogere/lagere waarde wordt geregistreerd. De meter berekent tevens het gemiddelde van alle geregistreerde waarden. 1. Selecteer en schakel de modus MIN/MAX/AVG (minimum/maximum/ge- middeld) in zoals beschreven in paragraaf 5.11.1 , paginaModus selecteren20. #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 21

5 Bediening 2. Druk op de toets of om door de weergaven van de minimum-, maxi- mum- en gemiddelde aflezingen te bladeren. De desbetreffende pictogram- men worden weergegeven: , of . 3. Druk op de toets om de modus Min/Max/Avg te pauzeren. Druk op- nieuw op de toets om verder te gaan. 5.11.5 Modus Frequency (frequentie) (alleen wisselspanning enwisselstroom) In de frequentiemodus wordt in het hoofddisplay de frequentie weergegeven en in het secundaire display wordt de periode weergegeven. De frequentiemodus is beschikbaar bij het meten van wisselspanning of -stroom. 1. Selecteer en schakel de modus Frequency (frequentie) in zoals be- schreven in paragraaf 5.11.1 , pagina 20.Modus selecteren 5.11.6 Modus Relative (relatief) In de relatieve modus wordt in het hoofddisplay het verschil (Δ) tussen de stroomaflezing en een opgeslagen referentiewaarde weergegeven.

In het secun- daire display wordt de referentiewaarde weergegeven.Selecteer en schakel de modus Relative (relatief) in zoals beschreven in pa- ragraaf 5.11.1 , pagina 20.Modus selecteren 5.11.7 Modus dBm (alleen wisselspanning) De decibel (dB) is een logaritmische eenheid die de grootte van een fysische grootheid ten opzichte van een gespecificeerd of impliciet referentieniveau uit- drukt. In de modus dBm geeft de meter op het secundaire display wisselspan- ningsmetingen in dB of dBm weer. dB en dBm worden als volgt gedefinieerd: • dB = 20 log (VAC/1). • dBm = 20 log (VAC/0,7746). 1. Selecteer en schakel de modus dBm zoals beschreven in paragraaf 5.11.1 , pagina 20.Modus selecteren 2. Druk op de toets of om om te schakelen tussen de weergave van dB en dBm. #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 22

5 Bediening 5.11.8 Modus Manual Data Recording (handmatige gegevensregistratie) De meter heeft 99 geheugenlocaties voor het opslaan van meetgegevens. 1. Selecteer en schakel de modus Manual Data Recording (handmatige gegevensregistratie) zoals beschreven in paragraaf 5.11.1 Modus selecte- ren, pagina 20. 2. Druk op de toets of om door de modusopties SAVE LOAD, , en CLEAR op het secundaire display te bladeren. 3. Druk op de toets om de weergegeven optie te activeren: • SAVE: de gegevens op het hoofddisplay worden opgeslagen op de ge- heugenlocatie die wordt aangegeven door de indicator in het bo- venste gedeelte van het display. • LOAD: de gegevens die zijn opgeslagen op de door de indicator aangegeven geheugenlocatie worden weergegeven. Gebruik de toets of om van geheugenlocatie te wisselen. Druk op de toets om de laadfunctie te verlaten.

• : de gegevens op alle geheugenlocaties worden gewist.CLEAR 5.11.9 Modus Automatic Data Recording (automatischegegevensregistratie) In de modus Automatic Data Recording (automatische gegevensregistratie) regi- streert de meter met de door de gebruiker geprogrammeerde samplesnelheid meetgegevens. De geregistreerde gegevens kunnen later worden opgeroepen om opnieuw te worden bekeken. Er kunnen maximaal 20.000 records in het ge- heugen worden geregistreerd. De samplesnelheid kan worden ingesteld op een waarde in het bereik van 1 tot 600 seconden. 1. Selecteer en schakel de modus Automatic Data Recording (automati- sche gegevensregistratie) in zoals beschreven in paragraaf 5.11.1 Modus selecteren, pagina 20. 2. Druk op de toets of om door de modusopties START,VIEW, enSEND RATE op het secundaire display te bladeren. #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 23

5 Bediening 3. Druk op de toets om de weergegeven optie te activeren: • : het secundaire display toont de huidige geheugenlocatie. HetVIEW hoofddisplay toont de op de huidige geheugenlocatie opgeslagen gege- vens. Gebruik de toets of om van geheugenlocatie te wisselen. Ge- bruik de toets of om de geheugenlocatie naar het begin of het eind te verplaatsen. Druk op de toets om deze weergavefunctie teverlaten. • RATE: druk op de toets of om de samplesnelheid te wijzigen. • : druk op de toetsSEND om de gegevens via Bluetooth te verzenden. Het hoofddisplay toont het percentage van de gegevensoverdracht (0% tot 100%). Aan het eind van de overdracht wordt er op het hoofddisplay End OKweergegeven (druk op om terug te keren naar het vorige scherm). Als er tijdens de gegevensoverdracht op de toets CANCEL wordt gedrukt, wordt de gegevensoverdracht gestopt.

Tevens wordt het toetsenpaneel vergrendeld en is alleen de toets actief.CANCEL • START: druk op de toets om de automatische gegevensregistratie te starten. Druk opnieuw op de toets om de automatische gegevensre- gistratie te pauzeren. Houd de toets kort ingedrukt om de automa- tische gegevensregistratie te stoppen. Houd de toets ingedrukt om de gegevensregistratie te stoppen en terug te keren naar de hoofddisplaymodus. De gegevens die tot dat mo- ment zijn geregistreerd, worden op de gekozen locatie opgeslagen.OPM. Bij een hoog ingestelde samplesnelheid (1 of 2 seconden) kunnen gegevens- punten tijdens de automatische bereiksinstelling van de meter verloren gaan. In dit uitzonderlijke geval worden er streepjes in plaats van gegevens weerge- geven. Stel een lagere samplesnelheid in om de kans hierop tot een minimum te beperken.

5 Bediening • Automatische uitschakeling (aangegeven door de tekst ): een modusAPO waarin de tijd kan worden ingesteld na afloop waarvan de meter naar de slui- mermodus overschakelt. Het bereik is 1 tot 30 minuten, of Off (uit). De fa- brieksinstelling is 10 minuten. • Automatische uitschakeling van de achtergrondverlichting (aangegeven door de tekst b. Lit): een modus waarin de tijd kan worden ingesteld na afloop waar- van de achtergrondverlichting wordt uitgeschakeld. Het bereik is 1 tot 30 mi- nuten, of Off (uit). De fabrieksinstelling is 5 minuten. • Drempelwaarde voor doorbeltest (aangegeven door de tekst ): een mo-Cntin dus waarin de drempelwaarde voor doorgangstests kan worden ingesteld. • Auto Hold (aangegeven door de tekst ): een modus waarin de modusA. Hold Auto Hold en de normale Hold-modus kunnen worden ingesteld. Zie para- graaf 5.

5 BedieningSelecteer en schakel de modus Silent (stil) in zoals beschreven in paragraaf 5.11.1 , pagina 20.Modus selecteren 5.12 Modus Normal Hold en Auto Hold De meter heeft twee vasthoudmodi: • Modus Normal Hold (normale vasthoudmodus). • Modus Auto Hold (automatische vasthoudmodus). 5.12.1 Modus Normal Hold In de modus Normal Hold bevriest de meter de laatste aflezing van het hoofddis- play, waarna deze waarde continu wordt weergegeven. Om de modus Normal Hold te selecteren/verlaten, drukt u op de toets . In de Hold-modus wordt de indicator weergegeven. 5.12.2 Modus Auto Hold In de automatische vasthoudmodus bevriest het secundaire display de laatste af- lezing van het hoofddisplay, waarna deze waarde continu wordt weergegeven. Op het hoofddisplay wordt de huidige aflezing weergegeven.

De vastgehouden aflezing (op het secundaire display) verandert niet tenzij het verschil tussen deze vastgehouden aflezing en een willekeurige nieuwe aflezing groter is dan 50 digits. Auto Hold-limiet: • Functieschakelaar in stand V:

5 Bediening Houd de toets 3 seconden ingedrukt om de vergrendelde modus te acti-veren/verlaten. In de vergrendelde modus wordt de indicator weergegeven. 5.14 Streamen van meetgegevens met Bluetooth 5.14.1 Algemeen Sommige infraroodcamera's van FLIR Systems ondersteunen Bluetooth-commu- nicatie, en naar die camera's kunt u meetgegevens van de meter streamen. De gegevens worden vervolgens ingevoegd in de resultatentabel in hetinfraroodbeeld. Het streamen van meetgegevens is een handige manier om belangrijke informa- tie toe te voegen aan een infraroodbeeld. Als u bijvoorbeeld een oververhitte ka- belaansluiting vaststelt, wilt u waarschijnlijk weten wat de stroom in die kabel is. Het Bluetooth-bereik is maximaal 10 m. 5.14.2 Procedure 1. Koppel de infraroodcamera aan het instrument. Zie de handleiding van de camera voor informatie over het koppelen van Bluetooth-apparatuur. 2.

6 Onderhoud 6.1 Reiniging en opslag Reinig de meter met een vochtige doek en een mild reinigingsmiddel; gebruik geen schuurmiddelen of oplosmiddelen. Als de meter gedurende een langere tijd niet wordt gebruikt, dienen de batterijen te worden verwijderd en apart te worden bewaard. 6.2 Batterijen vervangen 1. Om een elektrische schok te voorkomen, moet de meter als deze op een stroomkring is aangesloten eerst worden losgekoppeld, de sonde-/thermo- koppelsnoeren moeten van de aansluitingen worden losgekoppeld en de functieschakelaar moet in de stand worden gezet, alvorens de batterijen te vervangen. 2. Schroef het klepje van het batterijvak los en verwijder het. 3. Vervang de zes standaard AAA-batterijen; let erop dat de batterijpolen in de juiste richting wijzen. 4. Bevestig het klepje van het batterijvak.

6.3 Zekeringen vervangen De zekeringen zijn toegankelijk via het klepje van het batterijvak. 6.4 Afdanken van elektronisch afval Net als de meeste andere elektronische producten moet deze apparatuur wor- den afgedankt op een milieuvriendelijke wijze en conform de geldende regelge- ving voor elektronisch afval. Neem voor nadere informatie contact op met uw FLIR Systems-vertegenwoordiger. #T559824; r. AI/ 10373/10373; nl-NL 28

7 Technische specificaties CAT Toepassingsveld I Niet op het lichtnet aangeslotencircuits II Direct op een laagspanningsinstalla- tie aangesloten circuitsIII Gebouwinstallatie. IV Bron van de laagspanningsinstallatie EMC: EN 61326-1. Vervuilingsgraad: 2. Trillingsvastheid: volgens MIL-PRF-28800 voor een instrument van klasse 2. Valbestendigheid: 1,5 m (5 ).ʹ 7.2 Elektrische specificaties • Nauwkeurigheid is ±(% van aflezing + aantal digits (dgt)) bij 18 ±-28 ℃ (

7 Technische specificaties Minimumresolutie: 1 µV in het 40mV-bereik. CMRR/NMRR (common/normal-mode--onderdrukkingsverhouding): • V AC: CMRR > 60 dB bij DC, 50 Hz/60 Hz. • V DC: CMRR > 100 dB bij DC, 50 Hz/60 Hz. • NMRR > 50 dB bij DC, 50 Hz/60 Hz. AC-conversietype: AC-gekoppeld, True RMS, gekalibreerd op de sinusgolfin- gang. Voor niet-sinusvormige golven moeten de volgende piekfactorcorrecties worden doorgevoerd: • Voor een piekfactor van 1,4–2,0 moet er 1,0% bij de AC-nauwkeurigheid wor- den opgeteld. • Voor een piekfactor van 2,0-2,5 moet er 2,5% bij de AC-nauwkeurigheid wor- den opgeteld. • Voor een piekfactor van 2,5-3,0 moet er 4,0% bij de AC-nauwkeurigheid wor- den opgeteld. Tabel 7.2 Stroom.

9 Garanties 9. 1 FLIR Wereldwijde beperkte levenslange garantie Een gekwalificeerd test- en meetinstrument van FLIR (het “Product”), hetzij rechtstreeks gekocht van FLIR Commer- cial Systems Inc en gelieerde ondernemingen (FLIR) of bij een erkende FLIR distributeur of wederverkoper, dat de koper online bij FLIR registreert, komt in aanmerking voor dekking onder de beperkte levenslange garantie van FLIR, onder de voorwaarden en bepalingen in dit docu- ment. Deze garantie geldt alleen voor aankopen vanin aanmerking komendeproducten (zie hieronder) die zijn aangeschaft en gefabriceerd na 1 april 2013.

LEES DIT DOCUMENT ZORGVULDIG DOOR; HIERIN VINDT U BELANGRIJKE INFORMATIE OVER DE PRO- DUCTEN DIE IN AANMERKING KOMEN VOOR DEK- KING IN HET KADER VAN DE BEPERKTE LEVENSLANGE GARANTIE, VERPLICHTINGEN VAN DE KOPER, HET ACTIVEREN VAN DE GARANTIE, GA- RANTIEDEKKING EN ANDERE BELANGRIJKE VOOR- WAARDEN, UITSLUITINGEN EN VRIJWARINGEN. 1. PRODUCTREGISTRATIE. Om in aanmerking te ko- men voor de beperkte levenslange garantie van FLIR, dient de koper het product rechtstreeks bij FLIR online op http://www. flir. com volledig te registreren, binnen zestig (60) DAGEN na de datum waarop het product is aange- schaft door de eerste kleinzakelijke klant (de “aankoopda- tum”). In aanmerking komendePRODUCTEN DIE NIET BINNEN ZESTIG (60) DAGEN NA DE AANKOOPDATUM ONLINE ZIJN GEREGISTREERD, HEBBEN EEN BE- PERKTE GARANTIE VAN ÉÉN JAAR VANAF DE DATUM VAN AANKOOP. 2. IN AANMERKING KOMENDE PRODUCTEN.

Na regi- stratie komen de volgende test- en meetinstrumenten in aanmerking voor dekking onder de beperkte levenslange garantie van FLIR: MR7x, CM7x, CM8x, DMxx, VP5x, ex- clusief accessoires waarvoor een eigen garantie kangelden. 3. GARANTIEPERIODEN. In het kader van de beperkte levenslange garantie wordt levensduur gedefinieerd als zeven (7) jaar nadat het product niet meer wordt geprodu- ceerd, of tien (10) jaar vanaf de datum vanaankoop, naar- gelang welke periode langer is.

Deze garantie geldt alleen voor de oorspronkelijke eigenaar van de producten. Elk product dat onder garantie wordt gerepareerd of ver- vangen, valt onder deze beperkte levenslange garantie gedurende honderdtachtig (180) dagen vanaf de datum van retourzending door FLIR of voor de resterende duur van de toepasselijke garantietermijn, naargelang welke periode langer is. 4. BEPERKTE GARANTIE. In overeenstemming met de voorwaarden en bepalingen van deze beperkte levens- lange garantie, en behalvezoals uitgesloten of gevrij- waard in dit document, garandeert FLIR vanaf de aankoopdatum dat alle volledig geregistreerde producten gedurende de van toepassing zijnde garantieperiode vol- doen aan de door FLIR gepubliceerde productspecifica- ties en vrij zijn van materiaal- en fabricagefouten.

DE ENIGE EN EXCLUSIEVE VERHAALMOGELIJKHEID VAN DE KOPER ONDER DEZE GARANTIE IS, NAAR EI- GEN GOEDDUNKEN VAN FLIR, REPARATIE OF VER- VANGING VAN DEFECTE PRODUCTEN OP EEN MANIER, EN DOOR EEN SERVICECENTRUM, ZOALS GEAUTORISEERD DOOR FLIR. ALS DEZE OPLOSSING BIJ ARBITRAGE ALS ONVOLDOENDE WORDT BE- OORDEELD, VERGOEDT FLIR DE DOOR DE KOPER BETAALDE AANKOOPPRIJS EN BESTAAT ER GEEN ENKELE ANDERE VERPLICHTING OF AANSPRAKE- LIJKHEID JEGENS DE KOPER. 5. UITSLUITINGEN EN VRIJWARINGEN VAN GARAN- TIE. FLIR GEEFT GEEN ANDERE GARANTIES VAN WELKE AARD DAN OOK MET BETREKKING TOT DE PRODUCTEN.

ALLE ANDERE GARANTIES, EXPLICIET OF IMPLICIET, INCLUSIEF, MAAR NIET BEPERKT TOT, IMPLICIETE GARANTIES VAN VERHANDELBAARHEID, GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL (OOK ALS DE KOPER FLIR VAN HET BEOOGDE GEBRUIK VAN DE PRODUCTEN OP DE HOOGTE HEEFT GESTELD), EN NIET-INBREUK ZIJN UITDRUKKELIJK UITGESLO- TEN VAN DEZE OVEREENKOMST. DEZE GARANTIE GELDT UITDRUKKELIJK NIET VOOR ROUTINEMATIG PRODUCTONDERHOUD, SOFT- WARE-UPDATES EN VERVANGING VAN HANDLEIDIN- GEN, ZEKERINGEN OF WEGWERPBATTERIJEN.

FLIR WIJST VOORTS UITDRUKKELIJK ELKE GARANTIE- DEKKING AF VOOR GEVALLEN WAARIN DE BE- WEERDE NON-CONFORMITEIT TE WIJTEN IS AAN NORMALE SLIJTAGE, WIJZIGING, AANPASSING, RE- PARATIE, POGING TOTREPARATIE, ONEIGENLIJK GE- BRUIK, ONJUIST ONDERHOUD, VERONACHTZAMING, MISBRUIK, ONJUISTE OPSLAG, HET NIET OPVOLGEN VAN INSTRUCTIES BIJ HET PRODUCT, BESCHADI- GING (AL DAN NIET VEROORZAAKT DOOR EEN ON- GEVAL) OF ENIG ANDERE ONJUISTE BEHANDELING OF ONJUIST GEBRUIK VAN DE PRODUCTEN VER- OORZAAKT DOOR ANDEREN DAN FLIR OF DE EXPLI- CIET DOOR FLIR GEAUTORISEERDEVERTEGENWOORDIGER. DIT DOCUMENT BEVAT DE VOLLEDIGE GARANTIE- OVEREENKOMST TUSSEN DE KOPER EN FLIR EN VERVANGT ALLE EERDERE GARANTIEONDERHAN- DELINGEN, OVEREENKOMSTEN, TOEZEGGINGEN EN AFSPRAKEN TUSSEN DE KOPER EN FLIR. DEZE GA- RANTIE KAN NIET WORDEN GEWIJZIGDZONDER DE UITDRUKKELIJKE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN FLIR. 6.

9 Garanties FLIR binnen dertig (30) dagen na vaststelling van enige duidelijke zichtbare materiaal- of fabricagefout op de hoogte te stellen. Voordat de koper een product voor on- derhoud of reparatie onder garantie mag opsturen, dient de koper eerst een autorisatienummer voor retourzending (RMA-nummer) bij FLIR aan te vragen. Om het RMA- nummer te verkrijgen, dient de eigenaar een origineel aankoopbewijs te verstrekken. Voor aanvullende informa- tie, voor het op de hoogte stellen van FLIR van een duide- lijk zichtbare materiaal- of fabricagefout, of om een RMA- nummer aan te vragen, kunt u terecht op http://www. flir. com. De koper is zelf verantwoordelijk voor naleving van alle RMA-instructies van FLIR, waaronder maar niet be- perkt tot een deugdelijke verpakking van het product voor verzending naar FLIR en betaling van alle verpakkings- en verzendkosten.

FLIR draagt de kostenvoor retourzending naar de koper van elk product dat FLIR onder garantie re- pareert of vervangt. FLIR behoudt zich het recht voor, naar eigen goeddunken, te bepalen of een geretourneerd product onder de garan- tie valt. Indien FLIR bepaalt dat een geretourneerd pro- duct niet onder de garantie valt of anderszins is uitgeslotenvan garantiedekking, kan FLIR de koper een redelijke vergoeding voor behandeling in rekening bren- gen en het product naar de koper terugsturen, voor kosten van de koper, of de koper voorstellen om het product als een retourzending buiten de garantie te behandelen. 7. RETOURZENDING BUITEN DE GARANTIE. De koper kan FLIR verzoeken om een product dat niet onder de ga- rantie valt te beoordelen en onderhouden of repareren, waarmeeFLIR naar eigen goeddunken kan instemmen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Flir DM93 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden