Fiat Strada (2006) Handleiding

Fiat Auto Strada (2006)

Bekijk gratis de handleiding van Fiat Strada (2006) (174 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 104 mensen. Heb je een vraag over Fiat Strada (2006) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/174
FIAT
STRADA
603.50.926 NL
INSTRUCTIEBOEK

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Fiat
Categorie: Auto
Model: Strada (2006)

Handleiding Fiat Strada (2006) – volledige tekst

Bovendien zult u belangrijke aanwijzingen vinden voor uw veiligheid, het inconditie houden van de auto en milieubewust autorijden.In de SERVICE- EN GARANTIEHANDLEIDING vindt u naast het schema voor het geprogrammeerd onder-houd:• het garantiecertificaat en de bijbehorende voorwaarden• een overzicht van de speciale aanvullende service voor cliënten.Veel leesplezier en goede reis!Hoewel in dit instructieboekje alle uitvoeringen van de Fiat Strada beschreven worden, dient u zich aan de informatie te houden met betrekking tot de uitrusting, de motoruitvoering en het model van de auto die u gekocht hebt.

2ABSOLUUT LEZEN!BRANDSTOF TANKENTank uitsluitend diesel voor motorvoertuigen conform de Europese specificatie EN590.STARTEN VAN DE MOTORControleer of de handrem is aangetrokken; zet de versnellingspook in vrij; trap het koppelingspedaal volle-dig in, maar trap het gaspedaal niet in; en daarna:Draai de start-/contactsleutel in stand MAR en wacht tot de waarschuwingslampjes Yen mdoven;draai de start-/contactsleutel in stand en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.AVV KPARKEREN BOVEN BRANDBARE MATERIALENOnder normale bedrijfsomstandigheden bereikt de katalysator hoge temperaturen.

Parkeer daarom nietboven gras, droge bladeren, dennennaalden of ander brandbaar materiaal: brandgevaar.BESCHERMING VAN HET MILIEUDe auto is uitgerust met een diagnosesysteem, dat continu controles uitvoert op de componenten die vaninvloed zijn op de uitlaatgasemissie zodat overmatige vervuiling van het milieu wordt voorkomen.U

3CODE-cardBewaar deze op een veilige plaats, maar niet in de auto. Wij raden u aan de elektronische code altijd bij u tehebben omdat deze onmisbaar is voor het uitvoeren van een noodstart.ELEKTRISCHE APPARATUURAls u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die stroom verbruiken (waardoor de accu langzaamkan ontladen), wendt u dan tot de Fiat-dealer. Deze kan controleren of de elektrische installatie van deauto geschikt is voor het extra stroomverbruik.쇵GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDBedenk dat een goed onderhoud van de auto de beste manier is om de prestaties en de veiligheid van deauto gedurende langere tijd te garanderen. Daarbij wordt ook het milieu ontzien en blijven de exploitatie-kosten laag.IN HET INSTRUCTIEBOEKJE....…vindt u informatie, tips en belangrijke waarschuwingen voor het juiste gebruik, veilig rijden en het onder-houd van uw auto.

WELKOM AAN BOORD VAN DE FIAT STRADADe Fiat Strada is een originele auto waarmee u bent verzekerd van perfect rijplezier en een maximum aanveiligheid. Bovendien is de Fiat Strada een auto met respect voor het milieu. Zowel de nieuwe multikleps-motoren, de veiligheidsvoorzieningen, de robuustheid en het grote comfort voorde bestuurder en zijn passagier, als het grote gebruiksgemak dragen ertoe bij dat u de persoonlijkheid van uwFiat Strada zult waarderenVerder zult u ontdekken dat naast de karakteristieke stijl en het temperament, door nieuwe productietech-nieken de onderhoudskosten laag zullen blijven.Zo is de eerste onderhoudsbeurt van de Fiat Strada bijvoorbeeld pas bij 30.000 km.Wij herinneren u er bovendien aan dat Fiat hard heeft gewerkt een zeer ambitieus doel te bereiken: 100%recycling.

Als uw Fiat Strada buiten gebruik moet worden gesteld, zorgt Fiat ervoor dat dit op milieuvriendelijkewijze gebeurt en dat alle materialen gerecycleerd worden (volgens de wettelijke normen). Voor het milieu heeftdat grote voordelen: niets gaat verloren, niets wordt gestort en er zijn minder nieuwe grondstoffen nodig.Dankzij dit project kunnen de Fiat-dealers uw voertuig aan het einde van zijn lange levensduur milieuvriende-lijk (en geheel volgens de wettelijke normen) buiten gebruik stellen, als u tot de aanschaf van een nieuwe autoovergaat. Voor het milieu heeft dat grote voordelen: niets gaat verloren, niets wordt gestort en er zijn mindernieuwe grondstoffen nodig4

SIGNALEN VOOR EEN CORRECT GEBRUIK VAN UW AUTODe signalen die u op deze pagina ziet, zijn zeer belangrijk. Zij staan bij onderdelen in dit boekje waar we extraaandacht voor vragen.Zoals u ziet, bestaat elk signaal uit een verschillend symbool. Zo wordt direct duidelijk om welk onderwerphet gaat:Veiligheid van de inzittenden.Let op. Het niet of gedeeltelijkopvolgen van deze instructies kangevaar opleveren voor de inzitten-den.Bescherming van het milieu.Aanwijzing voor het juiste gedrag,zodat het gebruik van de auto zo minmogelijk schade aan het milieu ople-vert.Conditie van de auto.Let op. Het niet of gedeeltelijkopvolgen van deze instructiesschaadt de conditie van de auto enzal in veel gevallen ook de garantiedoen vervallen.5

8SYMBOLENOp of in de nabijheid van enkeleonderdelen van uw Fiat Strada zijnplaatjes met een bepaalde kleur aan-gebracht met daarop symbolen dieuw aandacht vragen en die voor-zorgsmaatregelen aangeven die u inacht moet nemen als u met hetbetreffende onderdeel te makenkrijgt.DE SLEUTELS fig. 1Bij de auto worden geleverd:– twee sleutels als de auto niet isA uitgerust met een afstandsbediening;– twee sleutels B als de auto is uit-gerust met een diefstalalarm of eenafstandsbediening voor de centraleportiervergrendeling.Sleutel Ais voor het normalegebruik en dient voor:– het starten;– de portieren;– de uitschakeling van de airbag aanpassagierszijde.Sleutel B, met ingebouwdeafstandsbediening, heeft dezelfdefuncties als sleutel Aals de auto isuitgerust met afstandsbediening voorde centrale portiervergrendelingen/of diefstalalarm.fig.

1P4E02914FIAT CODEVoor een nog betere beschermingtegen diefstal is de auto uitgerustmet een elektronische startblokke-ring (Fiat CODE). Het systeem scha-kelt automatisch in als de start-/con-tactsleutel wordt uitgenomen. In dehandgreep van de sleutels bevindtzich een elektronisch component,dat bij het starten van de motor eensignaal ontvangt via een specialeantenne die in het start-/contactslotis ingebouwd. Dit signaal wordtomgezet in een gecodeerd signaal envervolgens aan de regeleenheid vande Fiat CODE gezonden, die, als decode wordt herkend, het starten vande motor mogelijk maakt.

9Samen met de sleutels heeft u deCODE-card fig. 2 ontvangen waar-op staat aangegeven:A - de elektronische code voor hetuitvoeren van een noodstart (zie“Noodstart” in het hoofdstuk“Noodgevallen”);B- de mechanische code van desleutels die bij aanvraag van dupli-caatsleutels aan de Fiat-dealermoet worden overhandigd;C - vakjes voor het aanbrengen vande codestickers van de afstandsbe-dieningen als de auto is uitgerust methet “Diefstalalarm” (optional). De codes op de CODE-card en desleutel met bordeauxrode hand-greep moeten op een veilige plaatsworden opgeborgen. Wij raden u aan de elektronischecode van de CODE-card te noterenen altijd bij u te hebben, omdat dezeonmisbaar is voor het uitvoeren vaneen noodstart. Om veiligheidsredenen kan er geenduplicaat worden gemaakt van deCODE-card. Wij raden u daaromaan het nummer te noteren om hetrisico van verlies te vermijden.

WERKINGIedere keer als u de contactsleutelin stand STOP PARKof uitneemt,schakelt het beveiligingssysteem destartblokkering in. Draai bij het starten van de motorde start-/contactsleutel in standMAR:1) Als de code wordt herkend, gaathet controlelampje op het instru-Ymentenpaneel kort knipperen; hetbeveiligingssysteem heeft de door desleutel gezonden code herkend ende startblokkering wordt opgeheven. Draai de sleutel in stand AVV om demotor te starten. fig. 2P4E013692) Als het lampje Yblijft branden(samen met het lampje U), wordtde code niet herkend. In dat gevalraden wij u aan de sleutel in standSTOP en vervolgens opnieuw instand MAR te draaien; als de motorgeblokkeerd blijft, probeer het danopnieuw met de andere geleverdesleutel. Als de motor nog niet aanslaat,voer dan zelf een noodstart uit (ziehet hoofdstuk “Noodgevallen”) enwendt u tot de Fiat-dealer.

Tijdens het rijden met de contact-sleutel in stand MAR: 1) Als het lampje Ygaat branden,betekent dit dat het systeem zichzelfcontroleert (bijv. bij een verminde-ring van de spanning).

De Fiat-dealerkan u vragen uw eigendomsrecht opde auto te bewijzen.Als de auto wordt ver-kocht, moeten alle sleu-tels en de CODE-cardoverhandigd worden aan denieuwe eigenaar.Als tijdens het opslaan van eennieuwe sleutelcode de reeds opge-slagen sleutelcodes niet opnieuwworden ingevoerd, worden ze uithet geheugen gewist, zodat eventu-eel verloren sleutels niet meergebruikt kunnen worden voor hetstarten van de motor.DE AFSTANDS-BEDIENINGDe in de contactsleutel ingebouw-de afstandsbediening is uitgerust meteen knopje A-fig. 3 en een lampje B;het knopje schakelt de zender in enhet lampje knippert als de zendereen code stuurt naar de ontvanger.De afstandsbediening werkt opradiogolven.fig. 3P4E02915

11Ministeriële goedkeuringIn overeenstemming met de wetge-ving in ieder land ten aanzien vanradiozendapparatuur:– staat, voor de landen waar eenzendmachtiging verplicht is, het toe-latingsnummer op de sleutel metafstandsbediening.EXTRA AFSTANDSBEDIE-NINGEN BESTELLENDe ontvanger kan in totaal 8afstandsbedieningen herkennen.Als u na verloop van tijd een nieu-we afstandsbediening nodig hebt,wendt u dan tot de Fiat-dealer enneem alle in uw bezit zijnde sleutelsen de CODE-card mee.BATTERIJEN VERVANGENAls u op het knopje van de afstands-bediening drukt en het lampje op deafstandsbediening knippert één keerkort, dan moet u de batterijen vervan-gen door nieuwe exemplaren van het-zelfde type: open het kunststof deksel-tje met behulp van een schroevendraai-er op plaats A-fig.

12Als het start-/contact-slot is geforceerd (bijv.bij een poging tot dief-stal) moet u, voordat u weermet de auto gaat rijden, de wer-king van het slot laten controle-ren bij de Fiat-dealer.STUURSLOTInschakelen: zet de sleutel instand of STOP PARK, trek desleutel uit het start-/contactslot endraai het stuur totdat het vergren-delt.Verwijder de sleutelnooit uit het contactslotals de auto nog in beweging is.Bij de eerste stuuruitslag blok-keert het stuur automatisch.Dit geldt in alle gevallen, ook alsde auto gesleept wordt.START-/CON-TACTSLOTDe sleutel kan in 4 standen wordengedraaid fig. 6:– STOP: motor uit, sleutel uit-neembaar en stuur geblokkeerd.Enkele elektrische installaties kunnenwerken (bijv. autoradio, centraleportiervergrendeling, diefstalalarmenz.).– MAR: contact aan.

Alle afstellingen mogenuitsluitend bij een stil-staande auto wordenuitgevoerd.ZITPOSITIEINSTELLENSTOELEN fig. 12Demonteer de stoelenniet en voer ook geenonderhouds- en/of repa-ratiewerkzaamheden uit: ver-keerd uitgevoerde werkzaam-heden kunnen de werking vande veiligheidssystemen ingevaar brengen; wendt u altijdtot de Fiat-dealer.Rugleuning naar voren kantelenHaak met de hendel de stoel los.Cfig. 12P4E02847Verstellen in lengterichtingTrek de hendel Aomhoog enschuif de stoel naar voren of naarachteren: als u rijdt, moeten dearmen licht gebogen zijn en de han-den op het stuurwiel steunen. Laat de hendel los en controleer ofde stoel goed geblokkeerd is doorhem naar voren en naar achteren teschuiven.

19BINNENSPIEGEL fig. 15Deze kan worden versteld. Zet dehendel Ain stand:1) normale stand2) anti-verblindingsstand.De spiegel is uitgerust met een vei-ligheidsvoorziening: de spiegelspringt tijdens een botsing los.Let erop dat de hoofd-steunen zo zijn ingestelddat ze het hoofd steunenen niet de nek. Alleen in dezepositie bieden ze bescherming,wanneer de auto van achterenwordt aangereden.Het stuur mag alleenworden versteld als deauto stilstaat.Het stuur kan in verticale richtingworden versteld:1) Zet de hendel A in stand 1.2) Zet het stuur in de gewenstestand.3) Zet de hendel terug in stand 2om het stuur weer te vergrendelen.STUURWIEL fig. 14HOOFDSTEUNEN fig. 13Om de veiligheid van de inzittendente vergroten zijn de hoofdsteunen inhoogte verstelbaar en vergrendelenautomatisch in de gewenste stand.fig. 15P4E01375fig. 14P4E02766fig. 13P4E01307

20Als de breedte van despiegels in een nauwedoorgang problemenoplevert, dan kunnen de spie-gels van stand 1-fig. 16 in stand2 worden geklapt.fig. 16P4E02115BUITENSPIEGELSHandbediende verstellingfig. 16Van binnenuit met de knop A.Elektrisch verstelbare buiten-spiegels fig.16aDe verstelling is alleen mogelijk metde start-/contactsleutel in standMAR.Met de schakelaar kunt de spie-Agel in 4 richtingen verstellen.Met de schakelaar kiest u welkeBspiegel u wilt verstellen (links ofrechts).Wij raden u aan de spiegel af testellen als de auto stilstaat en dehandrem is aangetrokken.Het spiegelglas van derechter spiegel is para-bolisch waardoor hetblikveld wordt vergroot.

Ditheeft tot gevolg dat de omvangvan de objecten die men in despiegel ziet, kleiner lijken.Hierdoor kan de indruk ont-staan dat deze objecten verderverwijderd zijn dan in werkelijk-heid.Het linker uiteinde vande spiegel aan bestuur-derszijde is asferisch envergroot het blikveld aan dekant van de bestuurder. Ditheeft tot gevolg dat de omvangvan de objecten die men in despiegel ziet, kleiner lijken.Hierdoor kan de indruk ont-staan dat deze objecten verderverwijderd zijn dan in werkelijk-heid.fig. 16aP4E02913

21VEILIGHEIDS-GORDELSGEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS fig. 17Maak de gordel vast door de gespA Bin de sluiting te drukken, totdathij hoorbaar vergrendelt. Als tijdens het uittrekken van degordel de rolautomaat blokkeert,laat dan de gordel een stukje terug-lopen en trek de gordel vervolgensweer geleidelijk uit.Druk, om de gordel los te maken,op de knop . Begeleid de gordel tij-Cfig. 17P4E01376dens het teruglopen om te voorko-men dat de gordelband draait.Via de rolautomaat wordt de leng-te van de gordel automatisch aange-past aan het postuur van de drager,waarbij voldoende bewegingsruimteoverblijft. Als de auto op een steile helling staat,kan de rolautomaat blokkeren; dit iseen normaal verschijnsel. Bovendien blokkeert de rolautomaatals u de gordel snel uittrekt. Hij blok-keert ook bij hard remmen, botsingenen bij hoge snelheden in bochten.

22De veiligheidsgordelsmogen alleen wordenversteld als de auto stil-staat.De hoogte van de gordel moetaltijd worden aangepast aan het pos-tuur van de inzittende. Zo wordt dekans op letsel bij een ongeval ver-kleind.Voor een maximalebescherming door degordelspanners moet deveiligheidsgordel zo wordenomgelegd dat hij goed aansluitop borst en bekken.HOOGTEVERSTELLING VANDE VEILIGHEIDSGORDELSDe gordel is goed afgesteld als hijover de schouder halverwege tussennek en uiteinde van de schouder ligt.De geleidebeugel kan in 4 standenworden gezet fig. 18:Omhoog: trek de beugel Comhoog in de gewenste stand.

23Draag altijd veiligheids-gordels. Rijden zonderveiligheidsgordels ver-groot het risico op ernstig letselof dodelijke afloop bij een onge-val.Controleer na hetafstellen altijd of de beu-gel vergrendeld is in eenvan de vaste standen.Omlaag D-fig.: druk op de knop 18 en schuif tegelijkertijd de beugelComlaag in de gewenste stand. Controleer na het instellen altijd ofde beugel goed vergrendeld isCdoor hem naar beneden te duwenzonder de knop Din te drukken.fig. 18P4E01309ALGEMENE OPMERKINGENOVER HET GEBRUIK VANVEILIGHEIDSGORDELSDe bestuurder is verplicht zich tehouden aan de wettelijke voorschrif-ten met betrekking tot het verplich-te gebruik van de veiligheidsgordels(en de passagier erop attent temaken).De gordelband magnooit gedraaid zijn. Hetdiagonale gordelgedeeltemoet via het midden van deschouder schuin over de borst lig-gen.

Het horizontale gordelge-deelte moet over het bekken enniet over de buik liggen, zodatwordt voorkomen dat u onder degordel uitschuift fig. 19. Gebruikgeen voorwerpen (wasknijpers,klemmen, enz.) die een goed aan-sluiten van de gordel op hetlichaam verhinderen.fig. 19P4E01377fig. 20P4E01378Gebruik de gordel nietvoor een kind dat bij eenvolwassene op schoot zit,waarbij de gordel beiden zoumoeten beschermen fig. 20.

24ZEER GEVAAR-LIJK:als de auto isuitgerust met eenairbag aan passagierszijde, danmag er geen kinderzitje op depassagiersstoel worden gemon-teerd.Ook vrouwen die in verwachtingzijn moeten een gordel dragen: ookvoor hen (zowel voor de aanstaandemoeder als het kind) is de kans opletsel bij een ernstig ongeval kleinerals ze een gordel dragen.Uiteraard moeten zwangere vrou-wen het onderste deel van de gordelmeer naar beneden omleggen, zodatde gordel onder de buik langs looptfig. 21.fig. 21P4E01379HOE U DE VEILIGHEIDS-GORDELS IN OPTIMALESTAAT HOUDT1) Zorg dat de gordel goed uitge-trokken en niet gedraaid is; contro-leer ook of de oprolautomaat zon-der haperingen werkt.2) Vervang de gordels na een onge-val, ook al zijn ze ogenschijnlijk nietbeschadigd.3) U kunt de gordels met de handwassen met warm water en een neu-trale zeep. Spoel ze uit en laat ze inde schaduw drogen.

Gebruik geenbijtende, blekende of kleurende mid-delen. Vermijd het gebruik van allechemische producten die het weefselkunnen aantasten.4) Voorkom dat vocht in de oprol-automaat komt: de werking van deoprolautomaten is alleen gegaran-deerd, als ze niet nat zijn geweest.

25KINDEREN VEI-LIG VERVOEREN(als het vervoeren vankinderen in bestelauto’swettelijk is toegestaan)Voor optimale bescherming bij eenongeval moeten alle inzittenden zittendreizen en beschermd worden doorgoedgekeurde veiligheidssystemen.Dit geldt met name voor kinderen.Het hoofd van kleine kinderen is in ver-houding met de rest van het lichaamgroter en zwaarder dan dat van vol-wassenen, terwijl spieren en botstruc-tuur nog niet volledig zijn ontwikkeld.Daarom moeten kleine kinderen doorandere systemen beschermd wordendan door de veiligheidsgordels.De resultaten van onderzoek naar deoptimale bescherming van kleine kinde-ren zijn verwerkt in de EuropeseECE/R44-voorschriften die wettelijkverplicht zijn. De systemen zijn onder-verdeeld in vier groepen fig.

22:Groep 0 gewicht: 0-10 kgGroep 1 gewicht: 9-18 kgGroep 2 gewicht: 15-25 kgGroep 3 gewicht: 22-36 kgZoals u ziet is er een gedeeltelijkeoverlapping tussen de groepen; daaromzijn in de handel systemen verkrijgbaardie geschikt zijn voor verschillendegewichtsgroepen.Alle systemen moeten zijn voorzienvan de typegoedkeuring en van eengoed vastgehecht plaatje met hetcontrolemerk, dat absoluut niet magworden verwijderd.Kinderen met een lengte van meerdan 1,50 m worden, met betrekkingtot de veiligheidssystemen, gelijkge-steld met volwassenen en moetendan ook normaal de veiligheidsgor-dels omleggen.In het Fiat Lineaccessori-pro-gramma zijn kinderzitjes opgeno-men voor elke gewichtsgroep, diespeciaal ontworpen en ontwikkeldzijn voor de Fiat-modellen.fig. 22P4E00197

26Er bestaan kinderzitjesdie geschikt zijn voor degewichtsgroepen 0 en 1,die uitgerust zijn met een beves-tigingspunt achter. Deze kinder-zitjes hebben zelf gordels omhet kind te beschermen.Vanwege het gewicht kan hetgevaarlijk zijn als ze verkeerdworden gemonteerd, waarbijeen kussen tussen het kinderzit-je en de veiligheidsgordels vande auto wordt geplaatst. Houdtu voor de montage strikt aan debijgeleverde instructies.De afbeelding dientalleen ter illustratie vande bevestiging. Houdt ubij de montage van het kinder-zitje strikt aan de instructies.De fabrikant is verplicht dezeinstructies bij te leveren.De afbeelding dientalleen ter illustratie vande bevestiging. Houdt uvoor de montage van het kin-derzitje aan de instructies. Defabrikant is verplicht dezeinstructies bij te leveren.Monteer absoluut geenkinderzitje op de stoelvan de passagier voor alsdeze is uitgerust met een air-bag.

Als bij een ongeval de air-bag in werking treedt(opblaast), kan dit ernstig letselen zelfs de dood tot gevolg heb-ben, onafhankelijk van dezwaarte van het ongeluk. GROEP 0Kinderen tot 10 kg moeten in zitjesworden vervoerd die achterstevorenzijn geplaatst, waardoor het achter-hoofd wordt gesteund en bij plotse-ling remmen de nek niet wordtbelast. Het wiegje moet op zijn plaats wor-den gehouden door de veiligheids-gordel, zoals in fig. 23 is aangegeven,en het kind moet op zijn beurt wor-den beschermd door de gordel vanhet wiegje zelf.GROEP 1Kinderen met een gewicht vanaf 9kg moeten worden vervoerd in kin-derzitjes met een kussen die naarvoren zijn gekeerd fig. 24, waarbijde veiligheidsgordel van de autozowel het kinderzitje als het kind opzijn plaats moet houden.fig. 23P4E00198fig. 24P4E00199

27GROEP 2Vanaf 15 kg kunnen kinderen directdoor de veiligheidsgordels van deauto worden beschermd. Kinderenmoeten zo in de kinderzitjes wordengeplaatst, dat het diagonale gordelge-deelte schuin over de borst en nietlangs de nek ligt. Het horizontalegordelgedeelte moet over het bek-ken en niet over de buik van het kindliggen fig. 25.GROEP 3Vanaf 22 kg kunnen kinderen opeen zittingverhoger vervoerd wor-den fig. 26. De borstomvang is danvan dien aard dat de kinderengewoon tegen de rugleuning kunnensteunen en niet meer in een kinder-zitje hoeven te worden vervoerd.Kinderen die langer zijn dan 1,50 mkunnen net zoals volwassenen deveiligheidsgordels omleggen.Hieronder zijn de richtlijnenvoor een veilig vervoer van kin-deren aangegeven.

U dient zichhieraan te houden.1) Als de passagiersstoel is uitge-rust met een airbag, dan mogen kin-deren nooit op de zitplaats voor ver-voerd worden.2) Houdt u bij de montage van hetkinderzitje strikt aan de instructies.De fabrikant is verplicht dezeinstructies bij te leveren. Bewaar deinstructies samen met het instructie-boekje in de auto. Monteer geengebruikte kinderzitjes waarvan degebruiksaanwijzingen ontbreken.3) Controleer of de gordels goedzijn vastgemaakt door aan de gordel-band te trekken.4) In elk kinderzitje kan slechts éénkind vervoerd worden: vervoernooit twee kinderen in een zitje.5) Controleer altijd of de gordelniet langs de nek van het kind loopt.6) Zorg er tijdens de rit voor dathet kind geen afwijkende houdingaanneemt of de gordels losmaakt.7) Vervoer kinderen nooit in uwarmen, ook geen pasgeboren kinde-ren.

Niemand is sterk genoeg om zebij een ongeval vast te houden.8) Na een ongeval moet het zitjedoor een nieuw exemplaar wordenvervangen.fig. 25P4E00200fig. 26P4E00201De afbeelding dientalleen ter illustratie vande bevestiging. Houdt ubij de montage van het kinder-zitje strikt aan de instructies.De fabrikant is verplicht dezeinstructies bij te leveren.

Passagiersstoel28GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN KINDERZITJESAls de wetgeving van het land waarin u zich bevindt het transport van kinderen in bestelauto’s toestaat, dan moeten dekinderzitjes als volgt gemonteerd moeten worden:GroepGroep 0, 0+Groep 1Groep 2Groep 3Gewichttot 13 kg9 - 18 kg15 - 25 kg22 - 36 kgGeschikt voor “Universele” kinderzitjes overeenkomstig de Europese ECE/R44-voorschriften voor de aangegeven “groepen”

29Werkzaamheden waar-bij stoten, sterke trillin-gen of verhitting (maxi-maal 100°C gedurende tenhoogste 6 uur) optreden, kun-nen de gordelspanners bescha-digen of activeren: bij dieomstandigheden horen niet tril-lingen die voortgebracht wor-den door een slecht wegdek ofdoor contacten met kleineobstakels zoals trottoirbanden. Wendt u altijd tot de Fiat-dealer. De gordelspannerbehoeft geen enkelonderhoud of smering. Het is streng verboden onder-delen van de gordelspanners tedemonteren of open te maken. Dergelijke werkzaamhedenkunnen de werking van de vei-ligheidssystemen in gevaarbrengen. Werkzaamheden aande gordelspanners moeten wor-den uitgevoerd door de Fiat-dealer. De gordelspanner behoeft geen enkelonderhoud of smering. Elke verande-ring van de oorspronkelijke staat zal dedoelmatigheid verminderen.

Als degordelspanner door extreme natuurlij-ke omstandigheden (overstromingen,zeestormen) met water en modder incontact is geweest, dan moet de span-ner worden vervangen. Voor een maximale beschermingdoor de gordelspanner moet de veilig-heidsgordel zo worden omgelegd dathij goed aansluit op borst en bekken. De gordelspannerwerkt slechts een maal. Als de gordelspannershebben gewerkt, moet u zichtot de Fiat-dealer wenden omze te laten vervangen. De gel-digheid van het systeem staatvermeld op een plaatje dat zichin het dashboardkastje bevindt:laat voor het verstrijken vandeze termijn het systeem doorde Fiat-dealer vervangen. GORDEL-SPANNERSVoor een nog effectievere bescher-ming zijn de veiligheidsgordels van deFiat Strada voorzien van gordelspan-ners. Dit systeem wordt bij een hef-tige botsing door een sensor in wer-king gesteld en trekt de gordel enigecentimeters aan.

Op deze wijze wor-den de inzittenden veel beter op hunplaats gehouden en wordt de voor-waartse beweging beperkt. Het blok-keren van de veiligheidsgordel geeftaan dat de gordelspanner in werkingis geweest; de gordel wordt nietmeer opgerold, ook niet als hijwordt begeleid. Er kan een beetje rook ontsnappen.

30INSTRUMENTENSNELHEIDSMETER fig. 27Afhankelijk van de uitvoering kanhet meetbereik van de snelheidsme-ter verschillen.BELANGRIJK Als de wijzernaaldeen lege brandstoftank aangeeft enhet waarschuwingslampje voor debrandstofreserve knippert,A-fig. 28 dan is er een storing in het systeem.Wendt u in dit geval tot de Fiat-dealer om het systeem te laten con-troleren.KOELVLOEISTOFTEMPERA-TUURMETER fig. 30Als het waarschuwingslampje Agaat branden, dan is de koelvloeistof-temperatuur te hoog. Onder norma-le gebruiksomstandigheden kan dewijzer op verschillende posities inhet meetbereik staan. Dit is afhanke-lijk van de gebruiksomstandighedenvan de auto en van de zelfreguleren-BRANDSTOFMETER fig.

28De wijzer geeft globaal de hoeveel-heid brandstof aan die in de tank aan-wezig is.Het waarschuwingslampje Ageeftaan dat er nog ongeveer 5,5÷7,5 literbrandstof aanwezig is.Rijd niet met een bijna lege brand-stoftank: door een onregelmatigebrandstoftoevoer kan de katalysatorbeschadigen.E- brandstoftank leeg.F- brandstoftank vol.fig. 27P4E02811fig. 28P4E02906fig. 30P4E02906

31de werking van het motorkoelsys-teem, maar de wijzer moet altijd bui-ten de rode gevarenzone staan.BELANGRIJK Als de wijzernaaldaan het begin van de schaal staat(lage temperatuur) en het waarschu-wingslampje voor te hoge koelvloei-stoftemperatuur brandt,A-fig. 30 dan is er een storing in het systeem.Wendt u in dit geval tot de Fiat-dealer om het systeem te laten con-troleren.De wijzernaald kan ook in het rodegebied komen, terwijl u met hogebuitentemperaturen langzaam rijdt.Het is in dat geval raadzaam te stop-pen en de motor uit te zetten. Start de motor vervolgens opnieuwen trap het gaspedaal iets in.Als de wijzernaald inhet rode gebied komt,zet dan onmiddellijk demotor uit en wendt u tot deFiat-dealer.Als deze situatie aan-houdt ondanks de geno-men maatregelen, zetdan de motor uit en wendt u totde Fiat-dealer.TOERENTELLER fig.

32Lichtsterkte interieur auto regelen– als het beginscherm wordt weer-gegeven, dan kunt u hiermee delichtsterkte in het interieur regelen.Setup-menu– binnen het menu kunt u het menunaar boven of beneden doorlopen;– tijdens het instellen kunt u de waar-de verhogen of verlagen.BEDIENINGSKNOPPEN fig. 33-34NOm het scherm en de keuzemo-gelijkheden naar boven te door-lopen of de weergegeven waardete verhogen.MODE Kort indrukken voor toe-gang tot het menu en/ofnaar het volgende schermte gaan of de keuze tebevestigen.Even ingedrukt houden omterug te keren naar hetbeginscherm.OOm het scherm en de keuzemo-gelijkheden naar beneden tedoorlopen of de weergegevenwaarde te verlagen.Opmerking Bij de knoppen NenOhangt de werking van het vol-gende af: MULTIFUNCTIONEELDISPLAYBEGINSCHERM fig.

32Op het beginscherm kan het volgen-de worden weergegeven:AStand koplampverstelling (alleenals het dimlicht is ingeschakeld).BTijd (altijd weergegeven, ook bijuitgenomen contactsleutel engesloten voorportieren).CKilometerteller (weergave kilo-meter-/mijltotaalteller).Opmerking Bij uitgenomen con-tactsleutel wordt bij het openen vaneen van de voorportieren het displayverlicht en wordt enkele secondende tijd en de kilometer- of mijltotaal-teller weergegeven.fig. 34P4E02778fig. 33P4E02779fig. 32P4E02890

33Een menupunt selecteren– als u de knop MODE kort indrukt,kunt u in het menu de instellingselecteren die u wilt wijzigen;– met de knop N en O (door deknop telkens in te drukken) kan denieuwe instelling worden geselec-teerd;– als u de knop kort indrukt,MODEkunt u de instelling opslaan en tegelij-kertijd terugkeren naar het eerder ge-selecteerde menupunt.“Klokje instellen” selecteren– druk kort op de knop MODE omde eerste eenheid (uren) te wijzigen;– met de knop N en O (door deknop telkens in te drukken) kan denieuwe instelling worden geselec-teerd;– als u de knop kort indrukt,MODEkunt u de instelling opslaan en tegelij-kertijd verdergaan naar het volgendeonderdeel van het instelmenu (minu-ten);– na het instellen van de tijd keert uterug naar het eerder geselecteerdemenupunt.SETUP-MENUHet menu bestaat uit een aantalfuncties dat “cyclisch” wordt weer-gegeven.

De functies kunnen met deknoppen N en O worden gekozen,waarna u keuzemogelijkheden kuntselecteren of instellingen (setup)kunt uitvoeren.Het setup-menu kan worden inge-schakeld door de knop MODE kortin te drukken.Door de knoppen N Oen telkensin te drukken, kunt u de lijst van hetsetup-menu doorlopen.De werking is afhankelijk van het ge-selecteerde menupunt.Als u de knop even ingedruktMODEhoudt:– als u zich in het menu bevindt, danverlaat u het setup-menu;– als u zich in een menu-onderdeelbevindt, dan verlaat u dat menu-onderdeel;– worden alleen de reeds opgeslageninstellingen bewaard (reeds bevestigddoor het indrukken van de knopMODE).Het setup-menu heeft een tijdrege-ling; als het menu na een bepaaldetijd verdwijnt, worden alleen dedoor u opgeslagen wijzigingen(bevestigd door het kort indrukkenvan de knop MODE) bewaard.

34klinkt bij de weergave van een sto-ring/waarschuwing, worden ingesteld. Ga voor het instellen van hetgewenste volume als volgt te werk:– druk kort op de knop MODE; ophet display verschijnt het opschrift(bUZZ);– druk op de knop N Oen om hetgewenste volume in te stellen(instelling mogelijk op 8 niveaus). – druk kort op de knop MODE omterug te keren naar het menuschermof houd de knop even ingedrukt omterug te keren naar het beginschermzonder op te slaan. Meeteenheid instellenMet deze functie kunt u de meet-eenheid instellen. Ga voor het instellen als volgt tewerk:– druk kort op de knop MODE; ophet display verschijnt het opschrift(Unit) en de ingestelde meeteenheid(km) of (mijl);– druk op de knop N Oen om degewenste meeteenheid in te stellen.

– druk kort op de knop MODE omterug te keren naar het menuschermof houd de knop even ingedrukt omterug te keren naar het beginschermzonder op te slaan. Als u dicht bij de juiste waarde bent,stelt u de exacte waarde in door de knoptelkens in te drukken en los te laten. – druk kort op de knop MODE omterug te keren naar het menuschermof houd de knop even ingedrukt omterug te keren naar het beginschermzonder op te slaan. Klokje instellenMet deze functie kunt u het klokjeinstellen.

Ga voor het instellen als volgt tewerk:– druk kort op de knop MODE; ophet display knipperen de “uren”;– druk op de knop N Oen om deinstelling uit te voeren;– druk kort op de knop MODE; ophet display knipperen de “minuten”;– druk op de knop N Oof om deinstelling uit te voeren;– druk kort op de knop MODE omterug te keren naar het menuschermof houd de knop even ingedrukt omterug te keren naar het beginschermzonder op te slaan. Volumeregeling buzzerMet deze functie kan het volume vanhet akoestische signaal (buzzer), datSnelheidslimiet instellenMet deze functie kan de snelheidsli-miet van de auto (km/h of mph) wor-den ingesteld.

Als deze limiet wordtoverschreden, wordt de bestuurdergewaarschuwd (zie hoofdstuk“Lampjes en berichten”). Ga voor het instellen van de snel-heidslimiet als volgt te werk:– druk kort op de knop MODE; ophet display verschijnt het opschrift(SPEEd) en de ingestelde meeteen-heid (km/h of mph);– druk op de knop N Oof om desnelheidslimiet in te schakelen (On)of uit te schakelen (OFF);– als de functie al was ingeschakeld(On), kan met de knop N Oof degewenste snelheidslimiet wordeningesteld en worden bevestigd doorhet indrukken van de knop MODE;Opmerking De waarde kan wor-den ingesteld tussen 30 en 200 km/hof tussen 20 en 125 mph, afhankelijkvan de ingestelde meeteenheid (zie deparagraaf “Meeteenheid instellen”). Elke keer als u de knop N/O indrukt,wordt de waarde 5 eenheden ver-hoogd of verlaagd. Als u de knop ingedrukt houdt, lopende cijfers automatisch snel door of terug.

35Op het beginscherm kan het vol-gende worden weergegeven:A Datum.B Kilometerteller (weergave kilo-meter-/mijltotaalteller).C Tijd (altijd weergegeven, ook bijuitgenomen contactsleutel engesloten voorportieren).Even ingedrukt houden omterug te keren naar hetbeginscherm.O Om het scherm en de keuzemo-gelijkheden naar beneden tedoorlopen of de weergegevenwaarde te verlagen.Opmerking Bij de knoppen N enO hangt de werking van het volgen-de af:Lichtsterkte interieur auto regelen– als het beginscherm wordt weer-gegeven, dan kunt u hiermee delichtsterkte in het interieur regelen.Setup-menu– binnen het menu kunt u het menunaar boven of beneden doorlopen;– tijdens het instellen kunt u de waar-de verhogen of verlagen.D Buitentemperatuur.E Stand koplampverstelling (alleenals het dimlicht is ingeschakeld).Opmerking Bij uitgenomen con-tactsleutel wordt bij het openen vaneen van de voorportieren het displayverlicht en wordt enkele secondende tijd en de kilometer-/mijltotaaltel-ler weergegeven.BEDIENINGSKNOPPEN fig.

36“Datum” en “Klokje instellen” selecteren:– als u de knop MODE kort indrukt,kunt u de instelling selecteren die uwilt wijzigen (bijv. uren /minuten ofjaar /maand /dag);– met de knop (door deN Oofknop telkens in te drukken) kan denieuwe instelling worden geselec-teerd;– als u de knop kort indrukt,MODEkunt u de instelling opslaan en tegelij-kertijd doorgaan naar het volgendemenupunt. Als dit menupunt het laat-ste is, dan wordt teruggekeerd naarhet daarvoor geselecteerde menupunt.SETUP-MENU fig.

38Het menu bestaat uit een aantal func-ties dat “cyclisch” wordt weergegeven.De functies kunnen met de knoppenN Oen worden gekozen, waarna ukeuzemogelijkheden kunt selecterenof instellingen (setup) kunt uitvoeren.Het setup-menu kan worden geacti-veerd door de knop kort inMODEte drukken.Door de knop N of O steeds in tedrukken, kunt u de lijst van het setup-menu doorlopen.De werking is afhankelijk van het ge-selecteerde menupunt.Een menupunt selecteren– als u de knop MODE kort indrukt,kunt u in het menu de instellingselecteren die u wilt wijzigen;– met de knop N Oof (door deknop telkens in te drukken) kan denieuwe instelling worden geselecteerd;– als u de knop kort indrukt,MODEkunt u de instelling opslaan en tegelij-kertijd terugkeren naar het eerder ge-selecteerde menupunt.Als u de knop MODE even ingedrukthoudt:– u verlaat het setup-menu en alleende al opgeslagen wijzigingen (beves-tigd door het kort indrukken van deknop MODE) worden bewaard.Het setup-menu heeft een tijdrege-ling; als het menu na het verstrijkenvan een bepaalde tijd wordt afgeslo-ten, dan blijven alleen de reeds opge-slagen instellingen bewaard (reedsbevestigd door het kort indrukkenvan de knop MODE).

37DagJaarMODEknopkortindrukkenMaandDeutschPortuguêsEnglishEspañolFrançaisItalianoNederlandsPolskiBijvoorbeeld:TAALSERVICEMENU VERLATENTRIP B KLOK INSTELLENKLOKWEERGAVEDATUM INSTELLENAUDIO HERH.VERGR. PORT.EENHEID AFST.VERBRUIKEENHEID TEMP.VOL. TOETSENVOL. ZOEMERSNELH.LIM.fig. 38Bijvoorbeeld:+–+––++––++–––++++––––+++––++–MODEknop kortindrukkenDruk kort op de knop MODE om vanuit het begin-scherm te navigeren. Druk op de knop N Oof omin het menu te navigeren.Opmerking Als de auto rijdt is om veiligheidsrede-nen alleen een beperkt menu (instellen van de snel-heidslimiet) toegankelijk. Als de auto stilstaat is hetuitgebreide menu toegankelijk.P4E2835i

38Snelheidslimiet (Snelh. Lim. )Met deze functie kan de snelheidsli-miet van de auto (km/h of mph) wor-den ingesteld. Als deze limiet wordtoverschreden, wordt de bestuurdergewaarschuwd (zie hoofdstuk “Lamp-jes en berichten”). Ga voor het instellen van de snel-heidslimiet als volgt te werk:– druk kort op de knop MODE; ophet display knippert (Off); – druk kort op de knop N; op het dis-play knippert (On);– druk kort op de knop MODE en stelvervolgens met de knop N Oof de ge-wenste snelheid in (tijdens de instellingknippert de waarde). Opmerking De waarde kan wordeningesteld tussen 30 en 250 km/h of tus-sen 20 en 155 mph, afhankelijk van de in-gestelde eenheid; zie de paragraaf “Meet-eenheid afstand” - (Eenheid Afstand”)hierna. Elke keer als u de knop N/O in-drukt, wordt de waarde 5 eenheden ver-hoogd of verlaagd.

Als u de knop N / Oingedrukt houdt, lopen de cijfers auto-matisch snel door of terug. Als u dicht bijde juiste waarde bent, stelt u de exactewaarde in door de knop telkens in tedrukken en los te laten. – druk kort op de knop MODE om te-rug te keren naar het menuscherm ofhoud de knop even ingedrukt om terugte keren naar het beginscherm zonderop te slaan. Ga als volgt te werk als u de instellingwilt annuleren:– druk kort op de knop ; opMODEhet display knippert (On);– druk op de knop ; op het displayOknippert (Off); – druk kort op de knop MODE om te-rug te keren naar het menuscherm ofhoud de knop even ingedrukt om terugte keren naar het beginscherm zonderop te slaan. Trip B (Trip B)Met deze functie kan de weergave vanTrip B (dagteller) worden ingeschakeld(On) of uitgeschakeld (Off). Zie voor meer informatie de para-graaf “Trip computer”.

Ga voor het in-/uitschakelen als volgtte werk:– druk kort op de knop ; opMODEhet display knippert (On) of (Off), af-hankelijk van de instelling;– druk op de knop N Oof om dekeuze uit te voeren;– druk kort op de knop MODE om te-rug te keren naar het menuscherm ofhoud de knop even ingedrukt om terugte keren naar het beginscherm zonderop te slaan. Tijd instellen (Klok Instellen)Met deze functie kunt u het klokje in-stellen. Ga voor het instellen van de tijdals volgt te werk:– druk kort op de knop ; opMODEhet display knipperen de “uren”;– druk op de knop om de in-N Oof stelling uit te voeren;– druk kort op de knop ; opMODEhet display knipperen de “minuten”;– druk op de knop om de in-N Oof stelling uit te voeren. Opmerking Elke keer als u de knopN Oof indrukt, wordt de waarde eeneenheid verhoogd of verlaagd. Als u deknop ingedrukt houdt, lopen de cijfersautomatisch snel door of terug.

39Tijdweergave (Klokweergave)Met deze functie kan de tijd wor-den weergegeven in 12h of 24h. Ga voor het instellen als volgt tewerk:– druk kort op de knop ; opMODEhet display knippert 12h of 24h, afhan-kelijk van de instelling;– druk op de knop N Oof om dekeuze uit te voeren;– druk kort op de knop MODE omterug te keren naar het menuschermof houd de knop even ingedrukt omterug te keren naar het beginschermzonder op te slaan. Datum instellen (DatumInstellen)Met deze functie kan de datumworden ingesteld (jaar - maand -dag).

Ga voor het instellen als volgt tewerk:– druk kort op de knop MODE; ophet display knippert het “jaar”;– druk op de knop N of O om deinstelling uit te voeren;– druk kort op de knop MODE; ophet display knippert de “maand”;– druk op de knop om deN of Oinstelling uit te voeren;– druk kort op de knop MODE; ophet display knippert de “dag”;– druk op de knop om deN of Oinstelling uit te voeren. Opmerking Elke keer als u de knopN Oof indrukt, wordt de waardeeen eenheid verhoogd of verlaagd. Als u de knop ingedrukt houdt, lopende cijfers automatisch snel door ofterug. Als u dicht bij de juiste waar-de bent, stelt u de exacte waarde indoor de knop telkens in te drukkenen los te laten. – druk kort op de knop MODE omterug te keren naar het menuschermof houd de knop even ingedrukt omterug te keren naar het beginschermzonder op te slaan. Informatie audiosysteem her-halen (Audio Herh.

)Met deze functie kan op het displayde informatie over de autoradioworden weergegeven. – Radio: frequentie of RDS-berichtvan het geselecteerde radiostation,automatisch zoeken of AutoSToreinschakelen;– audio-CD: nummer van hetmuziekstuk;– CD-wisselaar (indien aanwezig):CD-nummer en nummer muziekstuk;– Cassettespeler: werking.

Ga voor het inschakelen (On) ofuitschakelen (Off) van de informatievan het audiosysteem op het displayals volgt te werk:– druk kort op de knop MODE; ophet display knippert (On) of (Off),afhankelijk van de instelling;– druk op de knop N Oof om dekeuze uit te voeren;– druk kort op de knop MODE omterug te keren naar het menuschermof houd de knop even ingedrukt omterug te keren naar het beginschermzonder op te slaan.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Fiat Strada (2006) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden