Fiat 500L Living (2018) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Fiat 500L Living (2018) (224 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen. Heb je een vraag over Fiat 500L Living (2018) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Fiat |
| Categorie: | Auto |
| Model: | 500L Living (2018) |
Handleiding Fiat 500L Living (2018) – volledige tekst
Dit Instructieboek is bedoeld om de bedrijfsomstandigheden van het voertuig te verduidelijken.Voor de enthousiaste gebruiker die de inzichten, curiositeiten en gedetailleerde informatie over de eigenschappen en functies van het voertuig wil weten, biedt Fiat de gelegenheid om een speciaal gedeelte te raadplegen dat beschikbaar is in elektronisch formaat.ONLINE INSTRUCTIEBOEKHet volgende symbool is weergegeven in de tekst van het Instructieboek, naast de onderwerpen waarvoor updates worden verschaft.Ga naar de website www.mopar.eu/owner en open uw persoonlijke zone.
Beste klant,Wij feliciteren u en bedanken u dat u voor een Fiat hebt gekozen. Wij hebben dit boekje opgesteld om u te helpen alle kenmerken van dit voertuig te leren kennen en het op de beste manier tegebruiken. Dit boekje bevat informatie, adviezen en belangrijke waarschuwingen voor een juist gebruik van het voertuig, zodat u het maximumuit de technologische eigenschappen kunt halen. Het wordt geadviseerd het eerst helemaal te lezen voordat u voor de eerste keer de weg op gaat, om bekend te raken met debedieningselementen en met name die elementen die betrekking hebben op de remmen, stuurinrichting en versnellingsbak,tegelijkertijd kunt u het gedrag van het voertuig op verschillende wegdekken begrijpen. In dit document vindt u een beschrijving van de speciale kenmerken en tips, evenals essentiële informatie over veilig rijden,onderhoud van en zorg voor uw voertuig.
Geadviseerd wordt het instructieboek, nadat u het gelezen hebt, in het voertuig te bewaren, zodat u het in de toekomst gemakkelijkkunt raadplegen en om ervoor te zorgen dat het aan boord van het voertuig blijft indien het verkocht mocht worden. In het bijgevoegde Garantieboekje vindt u ook een beschrijving van de Diensten die Fiat haar klanten biedt, het Garantiecertificaaten de details van de voorwaarden om de geldigheid ervan te behouden. Wij zijn ervan overtuigd dat u met behulp van deze middelen spoedig vertrouwd zult raken met uw nieuwe auto en de service vande mensen bij Fiat zult waarderen. Veel leesplezier gewenst. en goede reis. Dit instructieboekje beschrijft alle voertuigversies.
Bijzonderheden die tijdens de fabricage van het model geïntroduceerd zijn, behalve het speciale verzoek om opties ophet moment van de aanschaf, zullen aangegeven worden met de tekst (Indien aanwezig). Alle in deze publicatie vermelde gegevens zijn bedoeld om u te helpen uw voertuig op de best mogelijke wijze tegebruiken. FCA Italy S. p. A. streeft naar een constante verbetering van de gefabriceerde voertuigen. Daarom behoudtzij zich het recht voor wijzigingen aan het beschreven model aan te brengen om technische en/of commerciëleredenen. Neem voor meer informatie contact op met het Fiat Servicenetwerk.
AANDACHTIG LEZENTANKEN Benzinemotoren: Tank uitsluitend loodvrije benzine met een minimum octaangetal van 95 RON die aan de Europese specificatieEN228 voldoet. Gebruik geen benzine die methanol of ethanol E85 bevat. Het gebruik van dergelijke mengsels kan leiden totproblemen met de ontsteking en het rijden, evenals tot beschadiging van fundamentele componenten van hetbrandstoftoevoersysteem. Dieselmotoren: tank uitsluitend dieselolie voor motorvoertuigen die aan de Europese norm EN590 voldoet. Het gebruik vanandere producten of mengsels kan de motor onherstelbaar beschadigen en derhalve de garantie, door de veroorzaakte schade,ongeldig maken. Zie voor nadere details over het gebruik van de correcte brandstof de paragraaf “Tanken” in het hoofdstuk “Starten en rijden”.
DE MOTOR STARTEN Versies met handmatige versnellingsbak (benzinemotoren): Controleer of de handrem is aangetrokken, zet de versnelling inde vrijstand, trap het koppelingspedaal volledig in zonder het gaspedaal in te trappen, draai de contactsleutel naar de stand AVVen laat hem los zodra de motor start. Versies met handmatige versnellingsbak (dieselmotoren): controleer of de handrem is aangetrokken, zet de versnellingspookin de vrijstand, trap het koppelingspedaal volledig in zonder het gaspedaal in te trappen, draai de contactsleutel naar MAR enwacht tot de mwaarschuwingslampjes uitgaan. Draai de contactsleutel naar AVV en laat uiteindelijk de sleutel los zodra demotor start.
MILIEUBESCHERMING Het voertuig is uitgerust met een diagnosesysteem dat continu controles uitvoert op de componenten die verband houden met deuitlaatgasemissie, om het milieu beter te beschermen. ELEKTRISCHE ACCESSOIRES Als na aanschaf van het voertuig besloten mocht worden om elektrische accessoires toe te voegen (met het risico dat de acculangzaam ontlaadt), neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk. Zij kunnen het totale stroomverbruik berekenen encontroleren of de elektrische installatie van het voertuig geschikt is voor het extra stroomverbruik. GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD Een correct onderhoud van de auto is van essentieel belang om de prestaties en de veiligheid van de auto, zijn milieuvriendelijkheiden lage bedrijfskosten gedurende langere tijd te garanderen. K쇵.
GEBRUIK VAN HET INSTRUCTIEBOEKBEDIENINGSAANWIJZINGENElke keer als er aanwijzingen over de richting van de auto worden gegeven (links/rechts of vooruit/achteruit), dan moeten deze begrepenworden als gezien door een inzittende op de bestuurdersstoel. Speciale uitzonderingsgevallen op deze regel zullen duidelijk in de tekst zijnaangegeven. De afbeeldingen in het Instructieboek zijn alleen bedoeld als voorbeeld: dit betekent dat sommige details van de afbeelding niet overeenkunnen komen met de daadwerkelijke uitrusting van uw voertuig. Bovendien is het Instructieboek geschreven uitgaande van voertuigen methet stuurwiel aan de linkerkant; het is dus mogelijk dat bij voertuigen met het stuur rechts, sommige plaatsen of constructie vanbedieningselementen niet de exacte afspiegeling is ten opzichte van de afbeelding.
Om het hoofdstuk te vinden met de informatie die u nodig hebt, kunt u de inhoudsopgave achterin dit Instructieboek raadplegen. Hoofdstukken kunnen gemakkelijk gevonden worden dankzij de speciale grafische tabbladen, aan de zijkant van elke oneven pagina. Enkelepagina’s verderop vindt u een verklaring om de volgorde van de hoofdstukken en de bijbehorende symbolen op de tabbladen te lerenkennen. Er is in ieder geval een aanwijzing in tekst van het betreffende hoofdstuk aan de zijkant van elke even pagina. BELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN EN WAARSCHUWINGENTijdens het lezen van dit Instructieboek zult u een reeks aantreffen om handelswijzen teBELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN voorkomen die tot schade aan uw voertuig zouden kunnen leiden.
Er zijn ook die zorgvuldig moeten worden opgevolgd om onjuist gebruik van de onderdelen van hetVOORZORGSMAATREGELEN voertuig te voorkomen, die zouden kunnen leiden tot ongevallen of letsel. Daarom moeten alle en altijd zorgvuldig in acht genomenBELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN en WAARSCHUWINGEN worden.
BELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN en WAARSCHUWINGEN worden in de tekst aangegeven met de volgende symbolen: veiligheid van de inzittenden; veiligheid van het voertuig; milieubescherming. OPMERKING Deze symbolen zijn, indien nodig, naast de titel of aan het einde van elke regel weergegeven en gevolgd door een getal. Dit getal verwijst naar de betreffende informatie achterin dit Instructieboek.
SYMBOLENSommige onderdelen van de auto zijn voorzien van gekleurde plaatjes met daarop symbolen die de voorzorgsmaatregelen aangeven die inacht genomen moeten worden wanneer het betreffende onderdeel wordt gebruikt.Een plaatje waarop deze symbolen zijn samengevat bevindt zich onder de motorkap.VERANDERINGEN/WIJZIGINGEN AAN HET VOERTUIGBELANGRIJK Elke verandering of wijziging aan het voertuig kan ernstige negatieve invloed hebben op de veiligheid en de wegligging ervan,hetgeen kan leiden tot ongevallen waarbij de inzittenden zelfs dodelijk gewond kunnen raken.
11LAMPJES EN MELDINGEN31) BELANGRIJKE OPMERKINGENBELANGRIJK Lampjes worden vergezeld van een specifiek bericht en/of een geluidssignaalwanneer van toepassing. Deze meldingen zijn korte waarschuwingen en mogen vanwege hun beknopte karakter niet wordenbeschouwd als volledig en/of een alternatiefvoor de informatie die is opgenomen in het Instructieboek. Het wordt daarom geadviseerd het instructieboek altijd aandachtigte lezen. Zie de informatie in dit hoofdstuk in de gevallen dat een storing wordt gemeld.BELANGRIJK De storingen die op het display worden weergegeven, kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën:ernstige storingen en minder ernstige storingen. Ernstige storingen worden herhaaldelijk en langdurig weergegeven. Minder ernstige storingen worden kort herhaaldelijk weergegeven. De weergavecyclus van beide categorieën kan wordenonderbroken door op de knop Menu te drukken.
Het lampje op het instrumentenpaneel blijft branden tot de oorzaakvan de storing is verholpen.–LAAG REMVLOEISTOFNIVEAU/HANDREM – AANGETROKKENHet lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven. Remvloeistofniveau te laagDit lampje gaat branden wanneer het remvloeistofniveau in het reservoir zich onder het minimumpeil bevindt, bijvoorbeelddoor een lek in het remcircuit. Bij sommige versies verschijnt een speciaal bericht op het display.
Handrem aangetrokkenHet lampje gaat branden wanneer de handrem is aangetrokken.Op bepaalde versies, als de auto in beweging is, klinkt er ook een geluidssignaal.BELANGRIJK Controleer, als het lampje tijdens het rijden gaat branden, of de handrem is aangetrokken.AIRBAG STORINGHet lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven.Het lampje blijft continu branden als er een storing in het airbagsysteem is. Bij bepaalde versies wordt op het display het bijbehorende bericht weergegeven.xx¬¬
KENNISMAKING MET DE AUTO12AFKOELING HETE MOTOR Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven. Het lampje of symbool op het display gaat branden wanneer de motor oververhit is, op sommige versies, samen met eenspeciale melding op het display. ❒ Tijdens een normale rit breng de auto tot stilstand, zet de motor af en controleer of het koelvloeistofniveau in hetreservoir onder het MIN-teken staat. Als dit het geval is, wacht dan tot de motor is afgekoeld, draai vervolgens langzaamen voorzichtig de dop open, vul koelvloeistof bij en controleer of het peil tussen het MIN- en MAX-teken op het reservoirstaat. Controleer ook op de aanwezigheid van vloeistoflekken. Als het waarschuwingslampje bij de volgende keerstarten weer gaat branden, neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.
❒ wanneer het voertuig onder veeleisende omstandigheden wordt gebruikt (bijv. bij het bergop trekken van eenaanhanger of wanneer de auto volgeladen is): ga langzamer rijden en, als het lampje blijft branden, breng de auto tot stilstand. Stop gedurende twee of drie minuten met lopende motor en geef een beetje gas om de circulatie van de koelvloeistof tevergemakkelijken, schakel vervolgens de motor uit. Controleer of het koelvloeistofpeil correct is, zoals hiervoor beschreven is. BELANGRIJK Het is raadzaam om onder zware bedrijfsomstandigheden de motor voor het afzetten enkele minuten te latendraaien met het gaspedaal iets ingetrapt. Op bepaalde versies wordt het speciale bericht weergegeven. uu{{“DUALDRIVE” STORING ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGINGWanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden, maar dit moet na enkele seconden doven.
Als het lampje, bij sommige versies samen met het bericht op het display blijft branden, zou de elektrischestuurbekrachtiging niet meer kunnen werken waardoor aanzienlijk meer inspanning nodig is om het stuurwiel te bedienen,sturen blijft echter wel mogelijk.
Neem in dat geval contact op met het Fiat Servicenetwerk. Als het lampje tijdens het rijden gaat branden (bij sommige versies verschijnt er ook een speciaal bericht op het display) zoude stuurbekrachtiging niet meer kunnen werken. Hoewel het mogelijk blijft de auto te besturen, kan het draaien van hetstuurwiel meer inspanning vereisen: neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk. BELANGRIJK Onder bepaalde omstandigheden kan het branden van het lampje op het instrumentenpaneel te wijten zijnaan andere factoren dan de elektrische stuurbekrachtiging. Breng in dergelijke gevallen de auto tot stilstand (indien inbeweging), zet de motor af en wacht ongeveer 20 seconden alvorens de motor opnieuw te starten. Als het waarschuwingslampje blijft branden, contact opnemen met het Fiat Servicenetwerk.
BELANGRIJK Als de accu werd losgekoppeld moet de stuurbekrachtiging worden geïnitialiseerd. Het lampje gaat brandenom dit aan te geven. Ga hiervoor als volgt te werk: draai het stuurwiel van het ene uiteinde naar het andere terwijl op eenrechtlijnig traject van ongeveer honderd meter wordt gereden.
13ONVOLDOENDE MOTOROLIE/DRUK/UITGEWERKTE MOTOROLIEWanneer de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden (voor bepaalde versies/markten),maar het moet doven zodra de motor is gestart. OPMERKING voor bepaalde versies/markten kan het indicatielampje geel zijn. Motoroliedruk te laagHet lampje gaat branden of het symbool wordt permanent weergegeven, samen met een bericht op het display (voorbepaalde versies/markten) wanneer het systeem detecteert dat de motoroliedruk laag is. Motorolie verslechterdHet lampje gaat branden en er wordt een bericht weergegeven(voor bepaalde versies/markten). Afhankelijk van de versie kan het lampje op verschillende manieren knipperen:❑ cycli van 3 minuten met intervallen van 5 seconden waarin het lampje niet brandt totdat de olie wordt ververst.
Na de aanvankelijke waarschuwing blijft het waarschuwingslampje, elke keer als de motor wordt gestart, op dezelfdemanier knipperen tot de olie is ververst. In aanvulling op het waarschuwingslampje verschijnt er een speciaal bericht op hetdisplay (voor bepaalde versies/markten). Het gaan branden van het lampje moet niet als een storing worden beschouwd, maar wil de bestuurder eropwijzen dat de motorolie moet worden ververst na een normaal gebruik van de auto. De verslechtering van de olie wordt versneld door:❑ overwegend stadsgebruik van de auto, waardoor het DPF-regeneratieproces vaker moet worden uitgevoerd❑ gebruik van de auto voor korte ritten, waardoor de motor niet helemaal op bedrijfstemperatuur kan komen;❑ meermaals onderbreken van het regeneratieproces, aangegeven door het DPF waarschuwingslampje dat gaat branden.
vvvvPORTIEREN/MOTORKAP/BAGAGERUIMTE OPEN (versies met multifunctioneel display)Het lampje gaat branden op het display, samen met een speciaal bericht, bij sommige versies, wanneer één of meerdereportieren, de achterklep of de motorkap (voor bepaalde versies/markten) niet goed gesloten zijn.
Er klinkt ook een geluidssignaal als de portieren geopend zijn en de auto in beweging is. wwOPLADEN LEGE ACCU Wanneer de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden. Het moet doven nadat de motor isgestart (als de motor stationair draait, kan het voorkomen dat het lampje iets later dooft). Als het lampje of het symbool op het display (samen met een speciale melding op het display op sommige versies) aanblijven, neem dan meteen contact op met het Fiat Servicenetwerk.
KENNISMAKING MET DE AUTO14RSPORTIEREN/MOTORKAP/BAGAGERUIMTE OPEN (kleurendisplay) De symbolen verschijnen op het display, samen met een speciaal bericht, op sommige versies, wanneer één of meerdereportieren, de achterklep of de motorkap (voor bepaalde versies/markten) niet goed gesloten zijn. Er klinkt ook een geluidssignaal als de portieren geopend zijn en de auto in beweging is.
RSSTORING “DUALOGIC” VERSNELLINGSBAK (voor bepaalde versies/markten) Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat dit lampje branden maar het moet na enkele seconden doven.Het lampje gaat eerst knipperen, en er verschijnt een speciaal bericht op het display en er klinkt een geluidssignaal, om eenstoring in de versnellingsbak aan te geven.VEILIGHEIDSGORDELS NIET OMGELEGD Het lampje gaat continu branden wanneer bij stilstaand voertuig de veiligheidsgordel aan bestuurders- of passagierszijde (indien een passagier aanwezig is) niet is omgelegd.Wanneer met de auto wordt gereden met niet goed omgelegde veiligheidsgordels, dan gaat het lampje knipperen en klinkter een geluidssignaal.Neem, voor permanente uitschakeling van het geluidssignaal (de zoemer) van het SBR-systeem. (Seat Belt Reminder)-systeem neem contact op met een Fiat Servicenetwerk.
15EBD STORING (kleurendisplay)Wanneer de waarschuwingslampjes bij draaiende motor tegelijk gaan branden, dan is er een storing in het EBD-systeem ofis het systeem niet beschikbaar. In dit geval kunnen de achterwielen bij hard remmen plotseling blokkeren waardoor deauto begint te slippen. Bij sommige versies verschijnt een speciaal bericht op het display. Rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbijzijnde werkplaats van het Fiat Servicenetwerk om het systeem te laten controleren. x>x>SNELHEIDSLIMIET OVERSCHREDEN (Kleurendisplay – voor bepaalde versies/markten)Het symbool wordt weergegeven op het display samen met een speciaal bericht en een geluidssignaal, wanneer hetvoertuig de snelheidslimiet overschrijdt in het setupmenu (bijv. 120km/h). 120PASSAGIERSAIRBAG/ZIJAIRBAGS UITGESCHAKELDHet lampje geeft de status aan van de passagiersairbagbescherming.
Als het lampje uit is, is de airbag van de passagieractief: gebruik het Setup Menu om deze zijairbag uit te schakelen (in dat geval gaat de led branden). Wanneer de motorwordt gestart (sleutel in stand MAR), brandt het waarschuwingslampje gedurende ongeveer 8 seconden, als ten minste 5seconden na de vorige uitschakeling zijn verstreken. Als dit niet het geval is, neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk. Als de motor binnen 5 seconden opnieuw wordt in-/uitgeschakeld, kan het waarschuwingslampje gedoofd blijven. Controleer in dit geval de correcte werking van het lampje, zet de motor af, wacht minstens 5 seconden en start de motor weer. Het controlelampje kan met verschillende lichtsterkte branden, afhankelijk van de voertuigcondities. De lichtsterkte kan ook tijdens dezelfde sleutelcyclus variëren.
““ESCESCASR-SYSTEEM AFGESLOTEN (Kleurendisplay)Het symbool gaat samen met een speciaal bericht op het kleurendisplay branden wanneer het ASR-systeem isuitgeschakeld met behulp van de ASR-OFF knop op het dashboard. Tegelijkertijd gaat de led in de knop branden.
VVABS STORING Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven. Het lampje gaat branden, bij sommige versies verschijnen er een bericht en een symbool op het display, als het systeemniet doeltreffend of niet beschikbaar is. In dat geval blijft het remsysteem normaal werken, maar met uitsluiting van het ABS-systeem. Rijd zeer voorzichtig wendt u zo snel mogelijk tot het Fiat Servicenetwerk. >>.
KENNISMAKING MET DE AUTO16UITSCHAKELING Start&Stop-SYSTEEM (voor bepaalde versies/markten)De uitschakeling van het Start&Stop-systeem wordt aangeduid door het gaan branden van het lampje of het symbool ophet display samen met een speciaal bericht op het dislpay op sommige versies. TTSTART&STOP SYSTEEM ACTIEF (voor bepaalde versies/markten)Dit lampje vast gaat branden, verschijnt er ook een bericht op het display, op sommige versies, als er een storing is in hetStart&Stopsysteem. UUSTORING INSPUIT/ EOBD SYSTEEM FAULT Onder normale omstandigheden gaat het lampje branden als de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid. Het moetdoven nadat de motor is gestart. Het lampje blijft branden of gaat branden tijdens het rijden, op sommige versies samen met een speciaal bericht op hetdisplay, als het inspuitsysteem niet goed werkt.
In het bijzonder duidt een continu brandend lampje op een storing in hetinspuit-/ontstekingssysteem die zou kunnen leiden tot overmatige uitlaatgasemissies, mogelijk prestatieverlies, slechterijeigenschappen en een hoog brandstofverbruik. Onder deze omstandigheden kan met gematigde snelheid verder gereden worden zonder te veel eisen aan de motor testellen. Het langdurig rijden met brandend lampje kan schade veroorzaken. Neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk. Alleen benzinemotorenAls het waarschuwingslampje knippert, betekent dit dat de katalysator beschadigd kan zijn. Als het waarschuwingslampje knippert moet het gaspedaal worden losgelaten om het motortoerental te verlagen, totdat hetlampje niet meer knippert. Rijd verder met gematigde snelheid en voorkom rijomstandigheden die kunnen leiden tot hetopnieuw gaan knipperen van het lampje.
Neem zo spoedig mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk. START&STOP SYSTEEMSTORING (versies met kleurendisplay) (voor bepaalde versies/markten)Het symbool verschijnt samen met een bericht op het display op sommige versies, als er een storing is in hetStart&Stopsysteem.
17BRANDSTOFRESERVE - BEPERKT BEREIKHet lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven. Het lampje gaat branden of het symbool verschijnt op het display wanneer er nog ongeveer 5 liter brandstof in de tank is. De driehoek rechts van het symbool geeft de zijde van de auto met de brandstofvulopening aan. BELANGRIJK Als het lampje knippert of het symbool continu wordt weergegeven, afhankelijk van de versies, is er eenstoring in het systeem. Als dit het geval is, ga naar een Fiat Servicepunt om het systeem te laten controleren. GLOEIBOUGIE/VOORVERWARMFOUT GLOEIBOUGIE (diesel versies)GloeibougiesDit lampje gaat branden wanneer de sleutel naar MAR wordt gedraaid (voor bepaalde versies/markten). Het lampje dooftzodra de voorgloeibougies de van te voren ingestelde temperatuur hebben bereikt.
De motor kan worden gestart zodra hetlampje gedoofd is. BELANGRIJK Als de buitentemperatuur erg hoog of gematigd is, kan het lampje al na zeer korte tijd doven. Storing voorgloeisysteemHet waarschuwingslampje gaat knipperen (bij sommige versies verschijnt er ook een speciaal bericht op het display) omeen storing in het voorgloeisysteem aan te geven. Neem in deze gevallen zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk om de storing te laten verhelpen. mmDPF REINIGING (OPVANG ROETDEELTJES) BEZIG (diesel versies met DPF)Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven.
Het lampje of symbool gaat continu branden, bij sommige versies verschijnt ook een speciaal bericht op het display, om debestuurder te waarschuwen dat het DPF-systeem bezig is met het verwijderen van de opgehoopte vervuilende deeltjes(roet) door middel van het regeneratieproces. Het lampje blijft uit tijdens het regeneratieproces; het gaat alleen branden als de rijomstandigheden de aandacht van debestuurder vereisen.
Het voertuig moet tot de voltooiing van het regeneratieproces in beweging blijven opdat het lampje definitief dooft. Een regeneratieproces duurt gemiddeld 15 minuten. De optimale omstandigheden om het proces te voltooien worden bereikt door de voertuigsnelheid op 60 km/h te houdenmet een toerental van meer dan 2000 tpm. Als dit lampje gaat branden, wijst dit niet op een storing en hoeft het voertuig dus niet naar een werkplaats te wordengebracht. Bij sommige versies verschijnt er, als het lampje gaat branden, ook een bericht op het display. tt.
KENNISMAKING MET DE AUTO18WATER IN DIESELFILTER (Dieselversies)Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, verschijnt het symbool, maar dit moet na enkele seconden doven.Het symbool blijft constant aan tijdens het rijden om aan te geven dat er water in het dieselfilter is waargenomen.Bij sommige versies gaat, als alternatief ,het lampje èbranden en verschijnt er een speciaal bericht op het display.EESTORING FIAT CODE SYSTEEM Met de sleutel in de MAR-positie gaat op sommige versies het lampje of het symbool op het display continu aan, samenmet een speciaal bericht op het display om een mogelijke fout in het Fiat CODE-systeem te signaleren.Als het lampje of symbool bij draaiende motor knippert, betekent dit dat de auto niet beschermd is door de startblokkering.Neem in dat geval zo snel mogelijk contact op met een Fiat Servicenetwerk.MISTACHTERLAMPEN Het lampje gaat branden wanneer de mistachterlichten worden ingeschakeld.ALGEMENE STORINGSMELDINGHet lampje gaat onder de volgende omstandigheden branden.
Neem in dergelijke gevallen contact op met het FiatServicenetwerk om de storing zo spoedig mogelijk te verhelpen.Storing motoroliedruksensorHet waarschuwingslampje gaat branden als de motoroliedruksensor defect is.Interventie/storing afsluiter van brandstoftoevoerDit lampje gaat branden, bij sommige versies verschijnt er ook een speciaal bericht op het display, als er een storing is ininschakeling van de afsluiter van de brandstof.Storing buitenverlichtingHet lampje gaat aan wanneer er een externe lichtfout is waargenomen.44èè
19ESC-SYSTEEM (voor bepaalde versies/markten)Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven.Inschakeling ESC-systeemHet lampje gaat tijdens het rijden knipperen om aan te geven dat het ESC systeem in werking is getreden.Storing ESC-systeemAls het lampje niet uit gaat of blijft branden samen met de LED op de knop ASR OFF tijdens het rijden.
Op het display verschijnt een bijbehorend bericht.Neem contact op met het Fiat Servicenetwerk.Storing Hill HolderDit lampje gaat branden, bij sommige versies verschijnt er ook een bericht op het display, als er een storing is in het HillHoldersysteem.Neem in dat geval zo snel mogelijk contact op met een Fiat Servicenetwerk.Storing parkeersensorHet waarschuwingslampje gaat branden en er verschijnt een bericht op het display wanneer er een storing van eenparkeersensor gedetecteerd wordt.Start&Stop-systeemfout (versies met multifunctioneel display)Een storing van het systeem wordt aangegeven door het aangaan van het lampje.
Een speciaal bericht verschijnt op hetinstrumentenpaneel.Storing waarschuwingslampje Airbag (voor bepaalde versies/markten)Het lampje gaat knipperen wanneer een fout van het ¬waarschuwingslampje wordt waargenomen.ESCESCSLIJTAGE REMBLOKKEN Het lampje gaat branden samen met een bijbehorend bericht op het display, als de remblokken van de voor- ofachterremmen (voor bepaalde versies/markten) versleten zijn. Laat ze in dat geval zo snel mogelijk vervangen.ddKANS OP GLAD WEGDEK Het symbool verschijnt op het display (bij sommige versies samen met een speciaal bericht) wanneer de buitentemperatuurgelijk is aan of lager is dan 3°C.èè(versioni con displaymultifunzionale)(versioni con displaya colori)
KENNISMAKING MET DE AUTO20STORING BRANDSTOFAFSLUITSYSTEEM (kleurendisplay)Het symbool en het bijbehorende bericht verschijnen op het display als de afsluiter van de brandstoftoevoer defect is. Neem contact op met het Fiat Servicenetwerk. BRANDSTOFAFSLUITSYSTEEM (kleurendisplay)Het symbool en het bijbehorende bericht verschijnen op het kleurendisplay als de afsluiter van de brandstoftoevoer inwerking treedt. Voor de heractiveringsprocedure van het brandstofafsluitsysteem, zie de paragraaf “brandstofafsluitsysteem” inhethoofdstuk “In een noodgeval”. ssSTORING BUITENVERLICHTING (kleurendisplay)Het display toont een symbool en een speciaal bericht wanneer er een storing in een van de volgende lichten optreedt:dagrijlichten (DRL) - stadslichten - richtingaanwijzers - mistachterlicht - kentekenplaatverlichting.
De storing kan de volgende oorzaken hebben: lamp doorgebrand, zekering doorgebrand of elektrische verbindingonderbroken. Het wordt geadviseerd contact op te nemen met het Fiat Servicenetwerk om de vloeistof te laten vervangen. BBSERVICE (GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD) VEVALLEN Wanneer het onderhoudsinterval bijna is vervallen, verschijnt het symbool op het scherm, gevolgd door het aantalresterende kilometers of mijlen. Dit wordt automatisch weergegeven, met de contactsleutel op MAR, 2000 km (of hetequivalent in mijlen) vóór de onderhoudsbeurt of, indien aanwezig, 30 dagen vóór de onderhoudsbeurt. Het wordt ook elkekeer weergegeven wanneer de sleutel op MAR wordt gedraaid of, voor bepaalde versies/markten, om de 200 km (of hetequivalent in mijlen).
Neem contact op met het Fiat Servicenetwerk om de werkzaamheden van het “Geprogrammeerd onderhoudsschema” telaten verrichten en het bericht te resetten. STORING REMLICHT (kleurendisplay)Op het kleurendisplay verschijnt het symbool samen met een speciaal bericht wanneer er een storing in de remlichten is.
21STORING SCHEMERSENSORHet symbool gaat branden en er verschijnt een bericht op het display indien er een storing van de schemersensor is. Neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk.STORING REGENSENSORHet symbool gaat branden als er een storing van de regensensor is. Neem zo snel mogelijk contact op met het FiatServicenetwerk.STORING HILL HOLDER (kleurendisplay) (voor bepaalde versies/markten)Het symbool wordt weergegeven op het display samen met een speciaal bericht als er een storing is in het Hill Holdersysteem.Neem in dit geval zo snel mogelijk contact op met een Fiat Servicenetwerk.**STORING SPEED LIMITERHet symbool gaat branden als er een storing van het Speed Limiter-systeem is.
Neem zo snel mogelijk contact op met hetFiat Servicenetwerk om de storing te laten verhelpen.STORING PARKEERSENSOR (kleurendisplay – voor bepaalde versies/markten)Het symbool wordt weergegeven op het display samen met een speciaal bericht als er een storing is in deparkeersensoren. Neem contact op met een Fiat Servicenetwerk.
KENNISMAKING MET DE AUTO22STADSLICHT EN DIMLICHT - FOLLOW ME HOME Stadslicht en dimlichtHet lampje gaat branden wanneer het stadslicht en het dimlicht worden ingeschakeld.Follow Me HomeHet waarschuwingslampje gaat branden, bij sommige versies verschijnt er ook een bericht op het display, als het “Followme home”-systeem in gebruik is.33iTPMS SYSTEEM (voor bepaalde versies/markten)Lage bandenspanningHet lampje gaat continu branden om aan te geven dat de spanning van een of meer banden lager is dan de aanbevolenwaarde of om een geleidelijk verlies van bandenspanning aan te geven.Zo wordt de bestuurder door het iTPMS gewaarschuwd dat een of meer banden leeg en mogelijk lek kunnen zijn. In dat gevalwordt geadviseerd de correcte bandenspanning te herstellen.
Zodra de normale bedrijfsomstandigheden van het voertuig hersteld zijn, de procedure Reset banden uitvoeren.BELANGRIJK Rijd niet verder met een of meerdere lekke banden, dit kan de bestuurbaarheid van de auto in gevaar brengen.Breng het voertuig tot stilstand, voorkom bruusk remmen en sturen.Storing iTPMS/iTPMS tijdelijk uitgeschakeldHet waarschuwingslampje knippert ongeveer 75 seconden en blijft daarna permanent branden (er verschijnt ook een berichtop het display) om aan te geven dat het systeem tijdelijk uitgeschakeld of defect is.Het systeem gaat weer normaal werken zodra de bedrijfsomstandigheden dat toelaten.
Als dat niet het geval is deResetprocedure uitvoeren na het herstellen van de normale bedrijfsomstandigheden.Als de storingswaarschuwing zich blijft voordoen, zo snel mogelijk contact opnemen met een het Fiat Servicenetwerk.nMISTLAMPEN Het lampje gaat branden wanneer de mistlampen worden ingeschakeld.LINKER RICHTINGAANWIJZER Het lampje gaat branden wanneer de richtingaanwijzerhendel omlaag wordt verplaatst of, samen met de rechterrichtingaanwijzer, wanneer de drukknop voor de alarmknipperlichten wordt ingedrukt.55FR
23RECHTER RICHTINGAANWIJZERHet lampje gaat branden wanneer de richtingaanwijzerhendel omhoog wordt verplaatst of, samen met de linkerrichtingaanwijzer, wanneer de drukknop voor de alarmknipperlichten wordt ingedrukt.DEINSCHAKELEN CRUISE CONTROLHet lampje gaat branden wanneer de cruise control ingeschakeld is.DE SPEED LIMITER INSCHAKELENHet waarschuwingslampje gaat branden wanneer de speed limiter wordt geactiveerd.INSCHAKELING ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING “DUALDRIVE” De indicatie CITY gaat aan wanneer de elektrische stuurbekrachtiging “Dualdrive” wordt ingeschakeld door op de “CITY”-knop op het dashboard te drukken.
Druk nogmaals op de knop om de functie uit te schakelen.CITYSPORTECODUALOGICVERSNEL-LINGSBAKBERICHTEN11GROOTLICHT Het lampje gaat branden wanneer het grootlicht wordt ingeschakeld.SPORTFUNCTIE AAN De indicatie SPORT verschijnt op het display wanneer de “SPORT”-functie wordt geselecteerd door te drukken op debijbehorende knop op het dashboard. De indicatie SPORT verdwijnt wanneer er nogmaals op de knop wordt gedrukt. Bij sommige versies wordt in plaats van de indicatie “SPORT” een scherm weergegeven.ECO FUNCTIE AANDe indicatie ECO verschijnt op het display wanneer de “ECO”-functie wordt geselecteerd door te drukken op debijbehorende knop op het dashboard. De indicatie ECO verdwijnt wanneer er nogmaals op de knop wordt gedrukt.
Op sommige versies wordt in plaats van de indicatie “ECO” een scherm weergegeven.Bij versies uitgerust met “Dualogic” versnellingsbak, kunnen de volgende berichten worden weergegeven:Versnelingen verminderen – Manuele modus niet beschikbaar – Automatische modus niet beschikbaar – Te hogetemperatuur koppeling – Rempedaal indrukken – Rempedaal indrukken - Vertraagde start – Versnelling niet beschikbaar Manoeuvre niet toegestaan – Rempedaal indrukken en manoeuvre herhalen – Schakelen naar vrijstand.
25U kunt langs de instelmenulijst lopendoor een keer te drukken op de + of – knoppen. De bedieningswijzenverschillen afhankelijk van de gekozenoptie. Het menu biedt de volgendefuncties:❒ DIMMER ❒ PIEP SNELHEID❒ INSCHAKELING/GEGEVENS TRIP B ❒ TIJD INSTELLEN❒ DATUM INSTELLEN ❒ AUTOCLOSE ❒ UNITS ❒ TAAL ❒ VOLUME ZOEMER ❒ VOLUME TOETSEN❒ ZOEMER VEILIGHEIDSGORDEL❒ SERVICE ❒ AIRBAG/PASSAGIERSAIRBAG ❒ STADSLICHT❒ RESET ITPMS❒ RADIO HERHALING(voor bepaalde markten/versies)❒ ZIE TELEFOON(voor bepaalde markten/versies)❒ ZIE NAVIGATIE(voor bepaalde markten/versies)❒ MENU AFSLUITENTRIP COMPUTERDe Trip-computer geeft informatie overde werking van de auto weer op hetdisplay, wanneer de contactsleutel inde stand MAR staat. Deze functiebestaat uit “Trip A” en “Trip B”. Beide functies kunnen gereset worden(reset – begin van een nieuwe reis).
“Trip A” kan worden gebruikt omwaarden weer te geven met betrekkingtot: bereik (voor bepaaldemarkten/versies), reisafstand,gemiddeld brandstofverbruik (voorbepaalde markten/versies), huidigverbruik (voor bepaaldemarkten/versies), gemiddelde snelheid,reisduur. In "Best gemiddeld verbruik" wordt inde ECO-modus een schermweergegeven waarin het bestegemiddelde verbruik wordtsamengevat (waar aanwezig). Het symbool geeft de besteprestaties weer. Deze informatie kanworden gereset door Trip A teresetten. “Trip B” kan worden gebruikt omwaarden weer te geven: bereik,reisafstand B, gemiddeldbrandstofverbruik B (voor bepaaldemarkten/versies), gemiddelde snelheidB, reisduur B. TIJD INSTELLEN (KLOKINSTELLEN)De tijd wordt ingesteld met hetmultifunctionele display. ❒ Druk op de MENU -knop; devolgende twee submenu’s wordenop het display getoond: “Tijd” en“Formaat”.
KENNISMAKING MET DE AUTO26UITSCHAKELINGVOORSTEPASSAGIERSAIRBAG ENZIJAIRBAG(voor bepaalde versies/markten)Met deze functie kan de zijairbag aanpassagierszijde in-/uitgeschakeldworden. Ga als volgt te werk:❒ druk kort op MENU Nknop en nade weergave van het bericht(Passagiersairbag: Uit) (om uit te schakelen) of het bericht(Passagiersairbag: Aan) (om in teschakelen) door te drukken op de +en – knoppen, druk opnieuw op de MENU Nknop;❒ op het display verschijnt de meldingom de instelling te bevestigen;❒ druk op de knop + of – om (Ja) (om hetinschakelen/uitschakelen tebevestigen) of (Nee) (om teannuleren) te selecteren; ❒ druk kort op MENU om instelling tebevestigen en ga terug naar hetmenuscherm of houd de knopingedrukt om terug te gaan naar hetstandaardscherm zonder op teslaan. Met Passagiersbescherming nietactief, gaat de LED “ op hetinstrumentenpaneel vast branden.
ONDERHOUD(GEPROGRAMMEERDONDERHOUD)Met deze functie kan de informatieover de kilometerstand of, voorbepaalde versies/markten, de nogresterende tijd tot de volgendeonderhoudsbeurt van het voertuigworden weergege ven. Ga voor het raadplegen van dezeinformatie als volgt te werk:– druk op de knop MENU N: op hetdisplay verschijnen de resterendekilometers/mijlen tot de volgendeservicebeurt (waar voorzien) op grondvan wat eerder is ingesteld (zieparagraaf “Meeteenheden”);– druk kortstondig op de MENU Nknop om terug te keren naar hetmenuscherm of druk langdurig op deknop om terug te keren naar hetstandaardscherm. BELANGRIJK In het“GeprogrammeerdOnderhoudsschema” zijn deonderhoudsbeurten van de auto opvaste intervallen vermeld, zie hethoofdstuk “Onderhoud en zorg”.
Het wordt ook elke keer weergegevenwanneer de sleutel op MAR wordtgedraaid of, voor bepaaldeversies/markten, om de 200 km (of hetequivalent in mijlen). Onder dezedrempel wordt dit bericht met kortereintervallen weergegeven. Het bericht verschijnt in kilometers ofmijlen, afhankelijk van de meeteenheiddie is ingesteld. Wanneer het volgendeonderhoudsinterval bijna is vervallen ende sleutel in de stand MAR wordtgedraaid, verschijnt het woord “Service”op het display, gevolgd door het aantalresterende kilometers/mijlen of het aantalresterende dagen (indien aanwezig). Neem contact op met het FiatServicenetwerk om de werkzaamhedenvan het “Geprogrammeerdonderhoudsschema” te laten verrichtenen het bericht te resetten. Wanneer het interval voor deonderhoudsbeurt is vervallen endaarna voor ongeveer 1000 km/600mijl of 30 dagen, wordt een berichthierover weergegeven.
27HOOGTEREGELING KOPLAMPENDruk, met de contactsleutel in de standMAR en ingeschakeld dimlicht, op deknop + om de koplampen omhoog teverstellen of op de knop – om dekoplampen omlaag te verstellen.BANDEN RESETTEN(ITPMS RESETTEN)(voor bepaalde versies/markten)Met deze functie kan het iTPMSgereset worden (zie paragraaf“iTPMS”). Ga als volgt te werk om deResetprocedure uit te voeren:❒ druk kort op de knop MENUN: ophet display wordt “Reset”weergegeven;❒ druk op knop + of – om (“Ja” or“Nee”) te selecteren; er verschijnteen speciaalresetbevestigingsbericht;❒ druk kort op de knop MENU N:op het display wordt “Bevestigen”weergegeven;DE SLEUTELS1) 1) 1)CODE-CARD(voor bepaalde versies/markten)Bij de auto worden tweecontactsleutels samen met de CODE-card fig.
KENNISMAKING MET DE AUTO28FIAT CODESYSTEEM Het Fiat Code systeem is eenelektronische startblokkering die debeveiliging tegen diefstalpogingenverbetert. Het systeem wordtautomatisch ingeschakeld wanneer decontactsleutel wordt verwijderd. Elkekeer dat de motor wordt gestart door desleutel naar de stand MAR te draaien,stuurt de regeleenheid van het FiatCODE-systeem een herkenningscodenaar de motorregeleenheid om destartblokkering uit te schakelen. Als de code tijdens het starten nietcorrect wordt herkend, gaat het lampjeop het instrumentenpaneel branden. Draai in dit geval de sleutel naar STOP envervolgens naar MAR; als de motorgeblokkeerd blijft, probeer dan nogmaalsmet een van de andere geleverdesleutels. Neem contact op met het FiatServicenetwerk als de motor nog steedsniet gestart kan worden.
OPMERKING elke sleutel heeft eenspecifieke code die in de regeleenheidvan het systeem moet wordenopgeslagen. Neem contact op met het FiatServicenetwerk om nieuwe sleutels(maximaal 8) te laten opslaan. CONTACTSLOTDe sleutel kan naar 3 verschillendestanden worden gedraaid, fig. 10:❒ STOP: motor uit, sleutel kanverwijderd worden, stuurgeblokkeerd. Sommige elektrischeapparaten (bijv. autoradio, centraleportiervergrendeling enz. ) kunnenwerken;❒ MAR: rijstand. Alle elektrische apparaten/systemenkunnen werken;❒ AVV: motor starten. Het contactslot is voorzien van eenbeveiliging: als de motor bij de eerstepoging niet aanslaat, moet de sleutelteruggedraaid worden naar de standSTOP om opnieuw te kunnen starten. 10 DVDF0S011cDoor te drukken op knop B gaat demetalen baard open/dicht.
29STUURSLOTVER-GRENDELING 2)Inschakeling: draai de sleutel naar destand STOP, verwijder de sleutel enverdraai het stuurwiel tot hetvergrendelt.Uitschakeling: draai het stuur ietsheen en weer terwijl de contactsleutelnaar de stand MAR wordt gedraaid.Afstelling in de hoogte: Gebruikhendel B-fig. 13 om het achterste deelvan het zitkussen omhoog of omlaag teverstellen voor de meest comfortabelerijstand.Opklappen van de rugleuning: Om de rugleuning voorover te klappen,hendel D-fig. 14 (beweging 1)aanpassen en de rugleuning naarvoren duwen totdat deze vergrendelt(beweging 2); laat hendel D los en,door tegen de rugleuning te duwen, de stoel naar voren schuiven(beweging 3).13 DVDF0S013cSTOELEN 3) 4) 2))VOORSTOELEN Afstelling in de lengte: breng hendelA-fig. 11 omhoog en duw de stoel naarvoren en naar acheren om de vereistestand te bereiken.Verstelling rugleuning: draai aanknop C-fig.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Fiat 500L Living (2018) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Fiat
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto