Festool SSU 200 EB Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Festool SSU 200 EB (205 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Festool SSU 200 EB of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Festool |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | SSU 200 EB |
Handleiding Festool SSU 200 EB – volledige tekst
Inhoudsopgave1 Symbolen. 792 Veiligheidsvoorschriften. 793 Gebruik volgens de voorschriften. 844 Technische gegevens. 855 Apparaatelementen. 856 Transport en opslag. 867 Instellingen. 868 Ingebruikneming. 879 Gebruik. 8810 Accessoires. 8811 Onderhoud en verzorging. 9012 Milieu. 9213 Foutoplossing. 921 SymbolenWaarschuwing voor algemeen gevaarWaarschuwing voor elektrische schokLees de gebruiksaanwijzing en veiligheidsvoorschriften. Zuurstofmasker dragen. Gehoorbescherming dragen. Beveiligingsklasse IIDe machine niet blootstellen aan regen. Bij beschadiging of doorsnijden van de beweeglijke netkabel de stekker onmiddellijk van het lichtnet scheiden. Akoestische uitgangswaarde200 mmmax. 250 mmMax. zaagdiepte en lengte van het zwaardCE-markering: Bevestigt de conformiteit van het elektrische gereedschap met de richtlijnen van de Europese Unie. Niet met het huisvuil meegeven.
Tip, aanwijzingHandelingsinstructie2 Veiligheidsvoorschriften2. 1 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappenWAARSCHUWING. Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen. Worden de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen om ze later te kunnen raadplegen. Het begrip “elektrisch gereedschap” dat in de veiligheidsinstructies gebruikt wordt, heeft betrekking op elektrisch gereedschap met netvoeding (met netsnoer) of elektrisch gereedschap met accuvoeding (zonder netsnoer). 2. 2 Veiligheidsinstructies voor kettingzagenAlgemene veiligheidsinstructies voor kettingzagen– Houd bij lopende zaag alle lichaamsdelen verwijderd van de zaagketting.
– Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand aan de achterste greep en uw linkerhand aan de voorste greep vast. Het vasthouden van de kettingzaag in omgekeerde werkhouding verhoogt het risico op verwondingen en mag niet toegepast worden. – Houd de kettingzaag alleen aan de geïsoleerde greepvlakken vast omdat de zaagketting verborgen stroomleidingen of de eigen netkabel kan raken. Het contact van de zaagketting met een spanningvoerende leiding kan ook metalen apparaatonderdelen onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden. – Draag oogbescherming. Verdere beschermende uitrusting voor gehoor, hoofd, handen, benen en voeten wordt aanbevolen. Passende beschermende kleding vermindert het letselgevaar door rondvliegend spaanmateriaal en toevallig aanraken van de zaagketting.
situatie. Bij gebruik in een dergelijke situatie bestaat ernstig letselgevaar. – Let altijd op een stevige positie en gebruik de kettingzaag alleen als u op een stevige en vlakke ondergrond staat. Gladde ondergrond of instabiele posities kunnen tot verlies van het evenwicht of tot verlies van de controle over de kettingzaag leiden. – Houd er bij het zagen van een onder spanning staande tak rekening mee dat deze terugveert. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de gespannen tak de gebruiker treffen en/of de kettingzaag de controle verliezen. – Wees bijzonder voorzichtig bij het zagen van kreupelhout en jonge bomen. Het dunne materiaal kan in de zaagketting blijven steken en op u slaan of u uit evenwicht brengen. – Draag de kettingzaag aan de voorste greep in uitgeschakelde toestand en de zaagketting van uw lichaam verwijderd.
Bij transport of opberging van de kettingzaag steeds de beschermende afdekking aanbrengen. Zorgvuldige omgang met de kettingzaag vermindert de waarschijnlijkheid dat de lopende zaagketting wordt aangeraakt. – Volg de aanwijzingen voor de smering, de kettingspanning en het vervangen van geleiderail en ketting. Een ondeskundig gespannen of gesmeerde ketting kan breken of het terugslagrisico verhogen. – Alleen hout zagen. De kettingzaag niet voor werkzaamheden gebruiken waarvoor deze niet bedoeld is. Voorbeeld: Gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van metaal, plastic, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor niet-beoogde werkzaamheden kan tot gevaarlijke situaties leiden. – Deze kettingzaag is niet geschikt om bomen te kappen.
Oorzaken en vermijden van een terugslagTerugslag kan optreden als de punt van de geleiderail een voorwerp raakt of als het hout zich buigt en de zaagketting in de zaagsnede vastklemt. Een aanraking met de railpunt kan in sommige gevallen tot een onverwachte naar achteren gerichte reactie leiden waarbij de geleiderail naar boven en in de richting van de gebruiker wordt geslagen. Het vastklemmen van de zaagketting aan de bovenkant van de geleiderail kan de rail snel in de gebruikersrichting terugstoten. Al deze reacties kunnen ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en u mogelijk ernstig verwonden. Vertrouw niet uitsluitend op de ingebouwde veiligheidsvoorzieningen van de kettingzaag. Als gebruiker van een kettingzaag moet u diverse maatregelen treffen om zonder ongelukken en verwondingen te werken.
Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik van de kettingzaag. Door passende voorzorgsmaatregelen die hierna worden beschreven, kan dit echter worden voorkomen:– Houd de zaag met beide handen vast waarbij duimen en vingers de greep van de kettingzaag omsluiten. Breng uw lichaam en armen in zo'n positie dat u de terugslagkrachten kunt opvangen. Wanneer de juiste maatregelen zijn getroffen, kan de gebruiker de terugslagkrachten beheersen. De kettingzaag nooit loslaten. – Vermijd een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Daardoor wordt een onbedoeld aanraken met de railpunt vermeden en is een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties mogelijk. – Gebruik steeds de door de fabrikant voorgeschreven vervangende rails en zaagkettingen.
Verkeerde vervangende rails en zaagkettingen kunnen tot het breken van de ketting en/of tot een terugslag leiden. – Houd u aan de instructies van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting. Houd u aan de instructies van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting.
Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot een terugslag. 2. 3 Overige veiligheidsvoorschriften– Gebruik de elektrische machine alleen voor het beoogde doel. Het gebruik van de elektrische machine als stationaire zaag is verboden. – Onbevoegde personen mogen de elektrische machine en de netkabel niet aanraken. Nederlands80.
– De geldende juridische voorschriften op het gebied van arbeidsveiligheid, de veiligheidsinstructies en algemeen geldende gezondheids- en arbeidsprincipes moeten beslist nageleefd worden. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die als gevolg van niet-toegestane wijzigingen aan de elektrische machine zijn ontstaan. – Gebruik geschikte zoekapparaten om verborgen toevoerleidingen op te sporen of raadpleeg het plaatselijke nutsbedrijf. Aontact van inzetgereedschap met een spanningvoerende leiding kan brand veroorzaken of tot een elektrische schok leiden. Beschadiging van een gasleiding kan een explosie veroorzaken. Het penetreren van een waterleiding veroorzaakt materiële schade. – Draag bij werkzaamheden een veilligheidsbril en gehoorbescherming die voldoen aan de nationale voorschriften voor persoonlijke beschermingsuitrusting.
Draag een beschermende zaagoverall of een beschermende zaagbroek. Draag stevige schoenen met slipvaste zolen. Draag geen wijde jassen, sjaals, sieraden etc. die in de zaagketting terecht kunnen komen. – Om aan de beveiligingsklasse te voldoen, moet de zaag op veiligheid gecontroleerd worden. Daarom moeten deze werkzaamheden door een erkende elektrotechnische werkplaats uitgevoerd worden. – Wij adviseren om een aardlekschakelaar met een uitschakelstroom van 30 mA of minder te gebruiken. – Buiten mogen alleen de toegestane en als zodanig gekenmerkte verlengingskabels gebruikt worden. De verlengingskabel moet regelmatig gecontroleerd en bij beschadiging meteen vervangen worden. – Let op omgevingsinvloeden. Laat de elektrische machine niet in de regen staan en gebruik deze niet in een vochtige of natte omgeving.
De warme elektrische machine mag niet weggelegd worden waar het zou kunnen ontvlammen en deze moet in schone staat gehouden worden. – Controleer regelmatig de beweeglijke netkabel. Indien deze beschadigd is, moet hij door een erkende werkplaats vervangen worden. De beweeglijke netkabel mag niet gebruikt worden om de elektrische machine te dragen en hieraan mag ook niet getrokken worden om de stekker uit het stopcontact te trekken. De kabel moet tegen hoge temperaturen, tegen olie en voor overgangen over scherpe kanten beschermd worden. – Vóór elk gebruik van de elektrische machine moeten alle beschermende afdekkingen en elementen en de beweeglijke delen gecontroleerd worden. Alle onderdelen moeten correct gemonteerd en aan alle voorwaarden voor het juiste gebruik van de elektrische machine moet voldaan zijn.
Beschadigde beschermende afdekkingen en elementen moeten vakkundig in een erkende werkplaats gerepareerd of vervangen worden. Beschadigde schakelaars moeten door een erkende werkplaats vervangen worden. Gebruik de elektrische machine niet als de schakelaars niet in- of uitgeschakeld kunnen worden. – Vermijd dat de schakelaar in de positie AAN vastklemt. – De gereedschappen moeten zorgvuldig onderhouden worden. Alleen met scherp en schoon gereedschap kan er beter en veiliger gewerkt worden. Defecte, botte gereedschappen of gereedschappen met ontoereikende maten mogen niet gebruikt worden. Neem de aanwijzingen voor het onderhoud van de machine en de gereedschapswissel in acht. – Gebruik nooit botte of beschadigde kettingen. Door het gebruik van onscherpe of verkeerd ingestelde kettingen ontstaat hogere belasting, wat tot vernieling en aansluitende verwonding kan leiden.
– Het beschermprofiel is een vast onderdeel van de elektrische machine. Deze aan te passen, te verkorten of te demonteren is verboden. Let erop dat deze in het vlak van het zwaard ligt, dat de ketting correct gespannen is en het beschermprofiel niet raakt. De minimale afstand van de ketting tot het beschermprofiel bedraagt 5 mm. – Het beschermprofiel werkt alleen als deze in de zaaggleuf ligt. Het beschermprofiel Nederlands81.
verhindert niet de terugslag bij korte zaagsneden. – Als het beschermprofiel verbogen is, mag er niet met de zaag gewerkt worden. – De beschermingsafdekkingen en beschermingsmiddelen mogen niet verwijderd worden en hun correcte werking mag niet beinvloed worden. – Gebruik altijd alleen door de fabrikant aanbevolen zwaarden, kettingen en kettingwielen. Het zwaard moet altijd goed bevestigd zijn. – Kettingen met kettingtanden voor stationaire elektrische machines mogen niet gebruikt worden. – Zaag geen werkstukken die te groot of te klein zijn voor de elektrische machine. – Invalzaagsneden zijn in principe niet mogelijk. De constructie van het beschermprofiel verhindert dat. Het beschermprofiel mag niet verwijderd worden. – Insteek (invallen) met lopende zaag in volle, gesloten vlakken is verboden. Gevaar voor letsel door terugslag van de elektrische machine.
– Als de elektrische machine niet gebruikt wordt of bij reparatie of wissel van gereedschap moet de stekker van de beweeglijke netkabel uit het stopcontact getrokken worden. Veilig werkenVóór het begin– Zorg voor orde op uw werkplek. Wanorde op de werkplek kan tot een arbeidsongeval leiden. – De beweeglijke netkabel zo leggen dat deze niet door de machine gegrepen kan worden en dat deze geen extra gevarenbron vormt waarover bijv. gestruikeld kan worden. – Bij gebruik van de elektrische machine in een gesloten ruimte moet voor voldoende ventilatie gezorgd of een afzuiging gebruikt worden. Het zagen van materialen die schadelijk voor de gezondheid zijn, bijv. asbest, moet vermeden worden. – Voordat u met het werk begint, moet u het oliepeil en de juiste smeerfunctie controleren. – Controleer de originele kettingwielafdekking op volledigheid.
Indien de originele kettingwielafdekking onvolledig of beschadigd is, mag deze niet gebruikt worden. Men mag ze ook niet door andere onderdelen vervangen, bijv. door moeren.
Het spansysteem werd speciaal voor uw zaag geconstrueerd, met het oog op de optimale werking en arbeidsveiligheid. – Voordat u begint te zagen, moet de instellingshendel voor het kantelen en voor de hoekinstelling van het zwaard voldoende en betrouwbaar vastgezet worden. Als de positie van het zwaard tijdens het zagen nieuw ingesteld wordt, kan dit tot vastklemmen en een terugslag leiden. – Van het te zagen materiaal moeten alle vreemde deeltjes, vooral van metaal, verwijderd worden omdat ze de zaag kunnen beschadigen en verwondingen kunnen veroorzaken. – Vóór het inschakelen van de elektrische machine moet gecontroleerd worden of het zwaard correct bevestigd en de ketting juist gespannen is. – Belangrijk is de juiste kettingspanning. Controleer de kettingspanning voordat u begint te werken en voortdurend tijdens het werk.
De kettingvoeding moet zo gekozen worden dat de ketting niet wordt gestopt. – De elektrische machine mag pas ingeschakeld worden als het op het te zagen werkstuk is gezet. Begin pas te zagen als de elektrische machine het volle toerental heeft bereikt. Tijdens het werk– Tijdens het zagen kan de gekozen zaagrichting niet met geweld worden gewijzigd. – Let erop dat uw handen op veilige afstand van de zaag en de ketting zijn. Houd met de andere hand de extra greep vast. Als u de zaag met beide handen vasthoudt, kunnen de handen niet gewond raken. – Houd het werkstuk dat gezaagd moet worden nooit in de hand of over de knie vast. Het werkstuk moet op een stevige ondergrond bevestigd worden.
Het is belangrijk dat het te zagen werkstuk goed ondersteund wordt en dat het gevaar van contact met een lichaamsdeel, het vastklemmen van de ketting of verlies van controle zo veel mogelijk wordt geminimaliseerd. – Grijp niet met uw handen onder het te zagen materiaal. Het beschermprofiel kan u niet voldoende tegen aanraking van de ketting onder het te zagen werkstuk beschermen. Nederlands82.
– Als u grote platen zaagt, moet u voor een goede ondersteuning zorgen om een vastklemmen van de ketting en een terugslag te verhinderen. Grote platen neigen door hun eigengewicht door te buigen. De ondersteuning moet onder de plaat aan beide zijden van de zaagsnede en in de buurt van de plaatkanten aangebracht worden. – Bij het zagen in lengterichting moet altijd de geleiderail of de parallelaanslag gebruikt worden. De zaagnauwkeurigheid wordt daardoor verbeterd en het risico op een vastklemmende ketting neemt af. – Als de ketting verdraaid of in de snede niet uitgelijnd is, kunnen de tanden aan de achterste rand van de ketting van boven op het houtoppervlak stoten, de ketting springt uit de snede en de zaag wordt naar de bediener geworpen.
– Mocht de ketting vastklemmen of als het om een of andere reden nodig is om de ketting los te maken, moet de zaag uitgeschakeld worden en de zaag in het materiaal gehouden worden tot de ketting compleet stilstaat. Probeer nooit om de zaag uit de snede te tillen of deze terug te trekken zolang de ketting niet stilstaat; in dergelijke gevallen kan er een terugslag plaatsvinden. Zoek naar oorzaken voor het vastklemmen van de ketting en naar middelen hoe de oorzaken verholpen kunnen worden. – Bij de nieuwe start van de zaag met de ketting in het werkstuk, moet de ketting in de zaagsnede gecentreerd worden en moet u ervoor zorgen dat de tanden niet tegen het materiaal stoten. Als de ketting vastgeklemd is, kan deze na de nieuwe start de zaag naar boven uit het werkstuk drukken of het kan tot een terugslag leiden. – Opgelet bij spaanuitwerping.
Als de spaanuitwerper verstopt raakt, moet de elektrische machine uitgeschakeld en de netkabel uit het stopcontact getrokken worden. Pas als de ketting stilstaat, kan men de kettingwielafdekking afnemen en de verstopte opening reinigen. Zolang de elektrische machine niet volledig stilstaat, mag men niet in de spaanuitwerper grijpen.
– De elektrische machine moet pas van het te zagen werkstuk verwijderd worden als de zaag stilstaat. – Na het zagen en uitschakelen van de elektrische machine moet het zolang in de werkstand gehouden worden tot het volledig stilstaat. – Wij adviseren u om de elektrische machine op de geleidetafel of Systainer neer te leggen. Zo vermijdt u een eventuele beschadiging van de ketting en het zwaard. – Voordat u de zaag op de werktafel of op de grond legt, moet u altijd controleren of de ketting stilstaat en dat de zaag op het beschermende profiel steunt. Een niet-beschermde, nalopende ketting veroorzaakt een terugslag en zaagt alles door wat in de weg staat. Neem de tijd in acht die na het uitschakelen tot aan de stilstand van de ketting nodig is. Het verdient aanbeveling om de zaag op één vlak op de geleidezool of de Systainer weg te leggen.
– Als de elektrische machine niet wordt gebruikt, moet altijd de beschermende afdekking van de ketting geplaatst worden. Dit geldt ook als de elektrische machine wordt gedragen. – De elektrische machine nooit met lopende ketting dragen. – Als de elektrische machine niet gebruikt wordt, moet deze veilig, droog en afgesloten, buiten reikwijdte van kinderen en onbevoegde personen opgeborgen worden. 2. 4 Resterende risico'sOok bij aanbevolen gebruik van de elektrische machine en bij naleving van de veiligheidsvoorschriften kunnen door de constructieve uitvoering van de elektrische machine en het gebruik ervan de volgende resterende veiligheidsrisico's ontstaan:– Verwonding aan kettingtanden bij het vervangen van de ketting. – Verwonding bij aanraking van de ketting in het zaagbereik. – Vastgrijpen van kleding door lopende ketting.
de beweeglijke netkabel uit het stopcontact. – Gehoorschade bij langdurig werken zonder gehoorbescherming. 2. 5 EmissiewaardenMeetwaarden vastgesteld volgens EN 62841. Het A-beoordeelde geluidsniveau van het apparaat bedraagt:Geluidsdrukniveau LPA = 91 dB(A)Geluidsvermogensniveau LWA = 102 dB(A)Akoestische uitgangswaarde volgens vastgeschreven richtlijn 2000/14/EG, bijlage VI gemeten. Gemeten geluidsvermogensniveauLWA = 102 dB(A)Onzekerheid K = 3 dBGegarandeerd geluidsvermogensniveauLWAd = 104 dB(A)Beoordelingsprocedure van de conformiteit volgens bijlage VI. Productcategorie: 6. Aangewezen instantie:SLG Prüf- und Zertifizierungs GmbHBurgstädter Straße 2009232 HartmannsdorfDuitsland VOORZICHTIGGeluid dat bij het werk optreedtBeschadiging van het gehoor► Gehoorbescherming gebruiken.
De hand-arm-trilling is typischah = 3,0 m/s2OnzekerheidK = 1,5 m/s2De aangegeven emissiewaarden (trilling, geluid)– zijn geschikt om machines te vergelijken,– om tijdens het gebruik een voorlopige inschatting van de trillings- en geluidsbelasting te maken– en gelden voor de belangrijkste toepassingen van het elektrische gereedschap. VOORZICHTIGEmissiewaarden kunnen van de aangegeven waarden afwijken. Dit hangt af van het gebruik van de machine en de soort van het bewerkte werkstuk. ► Beoordeel de werkelijke belasting tijdens de gehele bedrijfscyclus. ► Afhankelijk van de werkelijke belasting moeten passende veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener worden vastgelegd. 3 Gebruik volgens de voorschriften3. 1 Functionele beschrijvingDe zwaardzaag SSU 200 EB is voor het veelzijdige gebruik bij werkzaamheden met hout ontwikkeld.
Met deze elektrische machine kan men rechthoekig en onder een instelbare hoek tot 200 mm diep zagen. Met verschillende kettingtypes is de keuze van het juiste gereedschap voor elke toepassing mogelijk.
De zaaghoek kan aan de hand van twee zwenksegmenten en een goed afleesbare schaal snel en probleemloos tot 60° ingesteld worden. De elektrische machine is met een uittrekbare parallelle aanslag uitgerust die aan beide zijden van de geleideslede gebruikt kan worden en een nauwkeurige en rechte zaagsnede garandeert. Het zwaard kan snel 10° naar achteren geklapt worden. Het spannen van de ketting gebeurt comfortabel zonder gereedschap met het spanwiel dat bovenaan de hoofdgreep gemakkelijk toegankelijk is. De opening voor de spaanuitwerping zorgt voor een betrouwbare spaanafvoer uit de elektrische machine en maakt het gebruik van een afzuigapparaat mogelijk. De ketting wordt tijdens het zagen optimaal door de oliedoseerpomp gesmeerd.
Na het inschakelen van de elektrische machine loopt de motor soepel, gestuurd door de elektronische besturingseenheid, tot aan het maximale toerental op. De elektronica beschermt de motor. Bij eventuele plotselinge overbelasting van de motor wordt deze automatisch uitgeschakeld. Bij langdurige overbelasting vindt een omschakeling naar de zogenaamde koelmodus plaats waarbij de elektrische machine met lager koelingstoerental tot aan de afkoeling loopt en pas daarna in de normale werking teruggaat. Bij het uitschakelen van de elektrische machine wordt de elektronische rem geactiveerd die de nalooptijd van de ketting aanzienlijk verkort. AfNederlands84.
hankelijk van het ingestelde toerental kan de nalooptijd duidelijk verschillen. 3. 2 Eigenschappen van de machineDe zwaardzaag SSU 200 EB is voor het zagen van dwars- en kortere lengtesneden in massief hout of vergelijkbare materialen bedoeld. De elektrische machine wordt door een persoon bediend die het aan de daarvoor bedoelde grepen vasthoudt en leidt, d. w. z. aan de voorste extra greep en aan de achterste greep. De elektrische machine op de achterste hulpgreep vasthouden is alleen toegestaan als er geen risico op terugslag bestaat. Elk ander gebruik geldt voor deze elektrische machine als niet-beoogd gebruik. De elektrische machine is niet bedoeld voor het kappen van bomen of het snoeien van bomen en struiken. Personen onder 16 jaar mogen deze elektrische machine niet bedienen. De gebruiker is aansprakelijk bij gebruik dat niet volgens de voorschriften plaatsvindt.
[4-2]Handschroef voor de instelling van de verstekhoek[4-3]Schaal[4-4]Kettingindicator voor 45°[4-5]Kettingindicator voor 60°[4-6]Zaagindicator voor 0°[5-1]Oliepeilindicatie[5-2]Oliedoseringswiel[6-1]Afstandsschroeven[7-1]Geleiderail[7-2]Schroefklemmen[7-3]Instelbare hoekaanslag[7-4]Verbindingsstuk[7-5]Snelspanner[8-1]Borgring[8-2]Schijf[8-3]Kettingwiel[8-4]SpindelAfgebeelde of beschreven accessoires behoren voor een deel niet tot de leveringsomvang. De vermelde afbeeldingen staan aan het begin en aan het einde van de gebruiksaanwijzing. 6 Transport en opslagDe zwaardzaag SSU 200 EB wordt in onberispelijke en gecontroleerde toestand verpakt in de Systainer geleverd. Het oliereservoir van de elektrische machine is niet met olie gevuld.
Na de levering van de elektrische machine pakt u de elektrische machine meteen uit de verpakking en controleert u het op eventuele beschadiging bij het transport. Als een beschadiging aan het transport te wijten valt, moet dit onmiddellijk aan de vervoerder gemeld worden. 6. 1 OpbergenDe verpakte zaag kan in een droge en onverwarmde ruimte opgeborgen worden waar de temperatuur niet lager is dan -5 °C. De uitgepakte zaag mag alleen in een droge, afgesloten ruimte opgeborgen worden waar de temperatuur niet lager is dan +5 °C en waar geen plotselinge temperatuursveranderingen voorkomen. 7 Instellingen WAARSCHUWINGGevaar voor letsel, elektrische schokken► Trek vóór alle werkzaamheden aan de machine altijd de stekker uit het stopcontact. 7. 1 Trekkende snedeHet kettingprofiel met beschermprofiel kan in lengterichting 10° naar achteren omgeklapt worden.
Deze instelling wordt vooral gebruikt als in één keer meerdere achter elkaar liggende lagen gezaagd worden. Een afdrukken van het gereedschap en een niet-rechte zaagsnede worden daarmee vermeden. ► De hendel [3-1] (afb. [3A]) naar boven losmaken.
► Door trekken aan de greep het kettingprofiel naar achteren omklappen en weer met de hendel [3-1] naar onderen vergrendelen (afb. [3B]). 7. 2 Instelling van de verstekhoekBij verstekzaagsneden is de maximale zaagdiepte begrensd. ► De handschroeven [4-2] aan beide zijden losmaken. ► Aan de hand van de schaal [4-3] de zaaghoek op de gewenste waarde instellen (de schaalindeling bedraagt 1°). ► De handschroeven [4-2] weer vastdraaien. 7. 3 ElektronicaZachte aanloopDe elektronisch geregelde zachte aanloop zorgt ervoor dat het elektrische gereedschap stootvrij aanloopt. Door de beperkte aanloopstroom worden ook huishoudelijke zekeringen niet geactiveerd. Toerentalvermindering bij onbelaste loopBij de onbelaste loop van de elektrische machine zorgt de elektronica voor een toerentalvermindering; daardoor wordt ook het geluidsniveau verminderd.
Constant toerentalHet motortoerental wordt elektronisch constant gehouden. Hierdoor wordt ook bij belasting een gelijkblijvende zaagsnelheid bereikt. ToerentalregelingHet toerental kan met de toerentalregelaar [1-15] traploos in het toerentalbereik (zie hoofdstuk 4) afhankelijk van het materiaal worden ingesteld. Nederlands86.
OverbelastingsbeveiligingBij extreme overbelasting van het elektrische gereedschap wordt de stroomtoevoer gereduceerd. Als de motor enige tijd is geblokkeerd, wordt de stroomtoevoer volledig onderbroken. Na het ontlasten of uitschakelen van het elektrische gereedschap is het weer klaar voor gebruik. TemperatuurbeveiligingOm oververhitting van de motor te voorkomen, wordt bij een te hoge motortemperatuur het opgenomen vermogen begrensd (bijv. bij te hoge druk tijdens het werken). Gaat de temperatuur verder omhoog, dan wordt het elektrische gereedschap uitgeschakeld. Het gereedschap kan pas weer worden ingeschakeld als de motor is afgekoeld. HerstartbeveiligingDe ingebouwde herstartbeveiliging voorkomt dat het elektrische gereedschap bij continuwerking na een spanningsonderbreking weer automatisch start.
Voor de heringebruikneming moet het elektrische gereedschap eerst uitgeschakeld en vervolgens ingeschakeld worden. 8 Ingebruikneming8. 1 Netaansluiting WAARSCHUWINGOntoelaatbare spanning of frequentie. Risico van ongevallen► De netspanning en de frequentie van de stroombron dienen met de gegevens op het typeplaatje overeen te stemmen. ► In Noord-Amerika mogen alleen Festool-machines met een spanningsopgave van 120 V / 60 Hz worden gebruikt. De elektrische machine mag alleen met eenfase-wisselstroom met nominale spanning 220-240 V / 50-60 Hz worden gebruikt. De elektrische machine is in het tweede niveau tegen een ongeval door elektrische stroom volgens norm EN 62841 beveiligd en heeft een ingebouwde vonkontstoring volgens norm EN 55014.
► Demonteer de kettingwielafdekking [2-1] door het spanwiel [2-2] linksom te draaien (afb. [2]). ► Plaats de nieuwe ketting [2-3] op het zwaard [2-4] en leg deze in de elektrische machine. Let op de juiste positie van de kettingtanden volgens de draairichting. De draairichting is met een pijl op de elektrische machine gemarkeerd, en onder de kettingwielafdekking bevindt zich een markering die aangeeft hoe de ketting ingelegd wordt. ► De kettingschakels op het kettingwiel zo [2-8] uitlijnen en met het spanwiel [2-9] draaien dat de opening voor de spanbout [2-5] op de spanbout [2-6] vastklikt. – Rechtsom draaien om los te maken: bij aanzicht van boven beweegt de schroef naar boven. – Linksom draaien om vast te draaien: bij aanzicht van boven beweegt de schroef naar onderen.
► Vervolgens de kettingwielafdekking [2-1] op de bevestigingsschroef [2-7] leggen en door rechtsom draaien van het spanwiel [2-2] vastdraaien. ► Vóór het volledig vastdraaien moet de ketting correct gespannen zijn (zie hoofdstuk 11. 1). 8. 3 Vullen van het oliereservoirLET OPBij levering is het oliereservoir voor de ketting leeg. Gebruik met onvoldoende gevuld oliereservoir of niet-functionerend smeersysteem leidt tot beschadiging van de zaag. ► Vóór de eerste ingebruikneming moet het oliereservoir met kettingsmeerolie gevuld zijn. Het oliereservoirdeksel [1-10] is van een opening met een inlaatventiel voor luchtdrukvereffening voorzien. Indien met de elektrische machine anders dan in horizontale positie gewerkt wordt, kan het voorkomen dat de ketting niet wordt gesmeerd. De uitlaat van het oliereservoir bevindt zich onderaan het oliereservoir. Bij Nederlands87.
het omdraaien van de elektrische machine kan de pomp geen olie aanzuigen. Het oliepeil in het reservoir wordt in de oliepeilindicatie [1-9] getoond. 9 Gebruik VOORZICHTIGBeschadiging van de zaagGebruik van de elektrische machine met onvoldoende gevuld oliereservoir of met niet-functionerend smeersysteem leidt tot vernieling van de oliedoseerpomp en de gehele zaagmachine. ► Vóór elk begin van het werk het oliepeil in de oliepeilindicatie [1-9] en het goed functioneren van de kettingsmering controleren. 9. 1 In-/uitschakelenVóór het inschakelen► Vóór het inschakelen moeten alle bevestigings- en spanmoeren vastgedraaid worden. ► De SSU 200 EB met beide handen aanpakken en zodanig op het te zagen werkstuk zetten dat de ketting vrij en na het inschakelen niet in de ingreep is.
Inschakelen► Aan de zijde op de greep de inschakelvergrendeling [1-1] indrukken en vervolgens de motorschakelaar [1-3] indrukken. Uitschakelen► De schakelaar [1-3] loslaten. De inschakelblokkering [1-1] gaat naar de uitgangspositie terug en verhindert zo een onbedoelde inschakeling. Bij het uitschakelen wordt gelijktijdig de rem geactiveerd die de nalooptijd van de ketting aanzienlijk verkort. De SSU 200 EB van het werkstuk pas verwijderen als de ketting volledig stilstaat. 9. 2 Regeling smering van de ketting en van het zwaardDe hoeveelheid smeerolie kan aan de hand van het doseerwiel [5-2] geregeld worden. Door indrukken van het doseerwiel [5-2] kan de positie 0, 1, 2 en MAX tegenover de streepmarkering [5-1] ingesteld worden. De positie 0 is de minimale smering voor zuivere zaagsneden, deze mag echter niet langdurig gebruikt worden.
Na een dergelijke zaagsnede moeten de ketting en het zwaard altijd verhoogd doorgesmeerd worden. Voor een langdurig gebruik is de hoeveelheidsinstelling van niveau 2 en MAX geschikt. 9.
3 ZaagindicatorZagen zonder geleiderailVoor het vastleggen van de binnenste snijrand van de ketting moeten alle kettingindicaties op de geleideslede gebruikt worden:bij de rechthoekige zaagsnede:– indicatie 0° [4-1]bij de schuine zaagsnede:– indicatie 45° [4-4]– indicatie 60° [4-5]Voor de vastlegging van de buitenste snijrand gebruikt u de zaagindicator [4-6]. Zagen met geleiderailVoor het vastleggen van de binnenste snijrand van de ketting moet alleen– indicatie 0° [4-1]gebruikt worden. 9. 4 ParallelaanslagDe parallelaanslag maakt parallelle zaagsneden langs een parallel lopende kant mogelijk. ► De parallelaanslag [1-4] in de houders in de geleideslede [1-7] plaatsen en met spanschroeven [1-6] vergrendelen. 9. 5 Afzuiging WAARSCHUWINGSchadelijke stoffenAandoening van de luchtwegen► Nooit zonder afzuiging werken. ► Nationale voorschriften in acht nemen. ► Draag een ademmasker.
10 AccessoiresOnderaan de geleideslede is de SSU 200 EB met een lengtegroef voor het opzetten van de geleiderail voorzien. Daardoor kan men eenvoudig en nauwkeurig grotere stukken zagen. 10. 1 Geleidesysteem (FS/2)Voor gemakkelijke en veilige omgang bij het zagen van grote werkstukken en om nauwkeurige hoekzaagsneden te realiseren, wordt de toeNederlands88.
passing van het geleidesysteem aanbevolen. Hiermee zijn zuivere zaagsneden mogelijk dankzij de nauwkeurige geleiding langs de afgetekende kant. De zijdelingse speling van de zaagslede op de geleiderail kan met de afstandsschroeven in de extra grepen [6-1] ingesteld worden. Bevestigen van de geleiderailHet bevestigen van de geleiderail [7-1] gebeurt met schroefklemmen FSZ 300 [7-2] of aan de hand van snelspanners FS‑RAPID/L [7-5] die in de daarvoor bedoelde geleidegroef (afb. [7A]) geplaatst worden. Dit zorgt voor een veilige ondersteuning op oneffen vlakken. Onderaan de geleiderail zijn slipvrije strips aangebracht die voor het veilig aanleggen zorgen en krassen op het materiaaloppervlak verhinderen. VOORZICHTIGBij het zagen in verstek kan het gereedschap met schroefklemmen of met snelspanners in botsing komen. ► De zaag zo in een hoek draaien dat de ketting niet botst tegen de klem.
10. 2 Hoekaanslag (FS‑AG-2)Door de combinatie van de geleiderail [7-1] en de traploos instelbare hoekaanslag [7-3] zijn nauwkeurige hoekzaagsneden mogelijk, bijv. bij paswerkzaamheden. ► De hoekaanslag [7-3] volgens afb. [7B] aanbrengen. ► Op de schaal [4-3] kan de gewenste zaaghoek ingesteld worden. 10. 3 Inbouw van het verbindingsstuk (FSV)Al naar gelang de toepassing en grootte van het werkstuk kan men meerdere geleiderails met gebruikmaking van het verbindingsstuk [7-4] (afb. [7C]) met elkaar verbinden. Om een vaste verbinding van de geleiderail te realiseren, kan de verbindingsveer met schroeven in de daarvoor bedoelde schroefdraadgaten vergrendelen. 10. 4 Snelspanner (FS‑RAPID/L)De geleiderail kan men snel met dit accessoire [7-5] bevestigen dat in de onderste gleuf wordt ingezet. De bevestiging gebeurt door het indrukken van de pistooltoets.
► De greep van de snelspanner moet na het vastdraaien links naar het materiaal gedraaid worden, dan kan deze ook bij maximaal verstek van 60° niet botsen. 10. 5 Aanbevolen zaagkettingenZaagkettingToepassingsgebiedSC 3/8"‑91 U‑39E– Zaagketting Uni– Kettingsteek 3/8"– Voor lengte- en dwarszaagsneden– Te gebruiken met zwaard GB 10"‑SSU 200SC 3/8"‑91 L‑39E– Zaagketting Lengte– Kettingsteek 3/8"– Voor lengtezaagsneden– Te gebruiken met zwaard GB 10"‑SSU 200SC 3/8"‑91 F‑39E– Zaagketting Fijn– Kettingsteek 3/8"– Voor fijne en dwarszaagsneden– Te gebruiken met zwaard GB 10"‑SSU 200SC 3/8"‑91 I‑39E– Zaagketting ISO– Kettingsteek 3/8"– Voor flexibel en drukvast isolatiemateriaal– Te gebruiken met zwaard GB 10"‑SSU 200Nederlands89.
11 Onderhoud en verzorging WAARSCHUWINGGevaar voor letsel, elektrische schokken► Vóór alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de stekker altijd uit het stopcontact trekken. ► Alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, waarvoor het vereist is om de motorbehuizing te openen, mogen alleen in een geautoriseerde onderhoudswerkplaats worden uitgevoerd. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel► Vóór alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de zaag, de ketting en het zwaard laten afkoelen. ► Veiligheidshandschoenen dragen ter bescherming tegen verwondingen aan scherpe tanden van de ketting of scherpe kanten van het zwaard. Klantenservice en reparatie alleen door fabrikant of door servicewerkplaatsen. Adres bij u in de buurt op: www. festool. nl/serviceAlleen originele Festool-reserveonderdelen gebruiken. Bestelnr. op: www. festool.
nl/serviceEKAT12354Het zaaggereedschap van de elektrische machine heeft een kettingschakelafstand van 3/8" en de aandrijfschakels zijn 1,3 mm dik. Ander gereedschap mag alleen met uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant gebruikt worden. De kettingschakelafstand moet identiek zijn aan de deling van het kettingwiel en met de afstand van de geleiderol van het zwaard. De complete zaaggereedschapsset bestaat uit:– Kettingwiel [8-3]– Zwaard [2-4]– Ketting [2-3]De standtijd van de zaaggereedschapsset hangt vooral af van de smering en spanning van de ketting. Om die reden moet de kettingspanning vóór het werkbegin en tijdens het werk gecontroleerd en bijgesteld worden. 11. 1 Kettingspanning► Bij iets losgemaakte kettingwielafdekking [2-1] het spanwiel [2-9] zo lang in de pijlrichting draaien tot de onderzijde van de ketting strak tegen het zwaard ligt (afb. [10]).
[10]), zodat een spleet van ca. 5 mm ontstaat. Na de ontspanning moet de ketting naar de oorspronkelijke positie teruggaan en strak tegen het zwaard liggen. LET OP Kettingen die warm in de bedrijfstoestand gespannen werden, moeten na de werkzaamheden beslist ontspannen worden. Bij de afkoeling van de gespannen ketting komen grote krimpspanningen voor die de elektrische machine zouden kunnen beschadigen. 11. 2 Scherpslijpen van de kettingAls de spanen te fijn zijn (afb. [11]) moet de ketting door een erkende werkplaats scherpgeslepen worden. 11. 3 Kettingsmering► Olie bijvullen als het oliepeil in de oliepeilindicatie [1-9] naar de onderste kant zakt. ► Het gedeelte van het oliereservoirdeksel zorgvuldig reinigen voordat het oliereservoir wordt geopend.
Spanen en stof die in het oliereservoir terechtkomen, leiden tot verstopping van de oliekanalen en daardoor tot een verstoorde kettingsmering. ► Gebruik alleen olie die bedoeld is voor het smeren van zaagkettingen. Afgewerkte olie en olie die niet uitdrukkelijk als kettingolie beschreven is, mogen niet gebruikt worden. Biologisch afbreekbare oliën voor het smeren van kettingen hebben een lagere smeerkracht en kunnen na een langere bedrijfsonderbreking verharsing van de smeerkanalen veroorzaken. ► Als er olie in de motor terechtkomt, neem dan contact op met de fabrikant of een servicewerkplaats (zie hoofdstuk 11). ► De oliereservoirinhoud bedraagt 240 ml. Om een hoge slijtage te vermijden, moet de ketting en het zwaard tijdens het gebruik ononderbroken gesmeerd worden.
11. 4 Onderhoud van het zwaard► Eenzijdige slijtage van het zwaard kan vermeden worden als het zwaard na elke slijpbeurt van de ketting omgedraaid wordt. ► Gewelfde buitenglijvlakken (afb. [9B]) zijn een normale gebruiksslijtage. Overstekende randen aan de geleiderail met een platte vijl verwijderen. ► Slijtage van de inwendige geleidingsvlakken (afb. [9A]) komt bij onvoldoende smering, bij verkeerde kettingsmering of verkeerde bediening voor. Het zwaard moet vervangen worden. WAARSCHUWINGOptimale kettinggeleiding niet gegarandeerdGevaar voor letsel door wegspringende of scheurende ketting► De kettingschakels mogen in geen geval de groefbodem van het zwaard raken. Als de ketting de groefbodem raakt, is het zwaard versleten en moet vervangen worden. ► De smeeropeningen en de groef van het zwaard moeten altijd schoon zijn. 11.
5 Onderhoud van het kettingwiel WAARSCHUWINGVerkeerde kettingspanning of te late vervanging van het kettingwielGevaar voor letsel door wegspringende of scheurende ketting► Kettingwiel tezamen met de tweede kettingwissel of eerder vervangen. 11. 6 Vervanging van de ketting en het zwaard► De elektrische machine in de uitgangsstand 0° uitlijnen en de kettingwielafdekking [2-1] door draaien van het spanwiel [2-2] rechtsom afnemen (afb. [2]). ► De ketting [2-3] over het kettingwiel [2-8] trekken en tezamen met het zwaard [2-4] afnemen. ► Nieuwe ketting [2-3] op (nieuw) zwaard [2-4] opzetten en in de zaag plaatsen. De juiste positie van de kettingtanden t. o. v. de draairichting in acht nemen. De draairichting is op de zaag met een pijl gemarkeerd. Bovendien bevindt zich onder de kettingwielafdekking [2-1] een markering die aangeeft hoe de ketting ingelegd moet worden.
– Rechtsom draaien om los te maken: bij aanzicht van boven beweegt de schroef naar boven. – Linksom draaien om vast te draaien: bij aanzicht van boven beweegt de schroef naar onderen. ► Vervolgens de kettingwielafdekking [2-1] op de bevestigingsschroef [2-7] leggen en door rechtsom draaien van het spanwiel [2-2] vastdraaien. Vóór het volledig vastdraaien moet de ketting correct gespannen zijn. 11. 7 Vervanging van het kettingwiel► De ketting met het zwaard afnemen (zie hoofdstuk 11. 6). ► Met een schroevendraaier de veiligheidsbeugelklem [8-1] van de spil [8-4] verwijderen, de ring [8-2] en het kettingwiel [8-3] afnemen. ► Na de vervanging het kettingwiel, de ring en beveiliging weer inleggen. 11. 8 Smering en reinigingWij adviseren om de elektrische machine regelmatig te reinigen. Houd de elektrische machine vrij van stof, spanen, hars en overige verontreinigingen.
Bij gebruik van oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen kunnen gelakte oppervlakken of kunststofdelen beschadigd raken. Indien dergelijke reinigingsmiddelen gebruikt worden, adviseren wij om de uitwerking eerst op een klein, niet-zichtbaar vlak te testen. Bij elk slijpen of bij de vervanging van de snijgereedschapsset moet het inwendige van de afdekking van stof en spanen vrij zijn, de geleidegroef, de smeeropeningen en de spanvlakken van het zwaard moeten gereinigd worden. De ventilatieopeningen van de motorafdekking mogen niet verstopt zijn. Nederlands91.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Festool SSU 200 EB stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine Festool
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine