Ferroli AquaSol 4 LB 90 IT Handleiding

Ferroli Ketel & boiler AquaSol 4 LB 90 IT

Bekijk gratis de handleiding van Ferroli AquaSol 4 LB 90 IT (40 pagina’s), behorend tot de categorie Ketel & boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Ferroli AquaSol 4 LB 90 IT of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
Gebruikershandleiding
Montagehandleiding
Zie voor garantieregistratie ook op het internet : www.ferroli.nl bij “garantiebewijs
AquaSol 4
TYPE: LB 90 IT
zonneboiler

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Ferroli
Categorie: Ketel & boiler
Model: AquaSol 4 LB 90 IT

Handleiding Ferroli AquaSol 4 LB 90 IT – volledige tekst

2Gegevens installateur of onderhoudsbedrijf:Naam:Adres:Telefoonnummer:StempelGeachte meneer, mevrouwGefeliciteerd met de aanschaf van uw zonneboiler. Dit toestel biedt u naast een hoog comfort, een laagenergiegebruik, gunstig voor u en voor het milieu. Deze gebruikershandleiding biedt u diverse adviezenom goed met uw zonneboiler om te gaan. Wij raden udaarom aan deze zorgvuldig te lezen en te bewaren. GarantiebewijsAan het einde van deze gebruikershandleiding treft ueen garantiebewijs en een garantiekaart aan (of losbijgevoegd). Wij verzoeken u de garantiekaart volledigin te vullen en binnen 8 dagen te retourneren aanFerroli Nederland. Vul ook de toestelgegevens (hieron-der) in voor eenvoudige referentie. InstallatieHet toestel dient door een erkende installateur geïn-stalleerd, in bedrijf gesteld en onderhouden te worden.

Storing(en)Kijk in hoofdstuk 5 of de storing eenvoudig teverhelpen is. Zo niet, neem contact op met uwinstallateur. Vul, voor u contact met de installateur opneemt, deonderstaande toestelgegevens in. Wij behouden ons het recht voor wijzigingen in tekst, tekeningen en grafieken e. d. aan te brengen zonder voorafgaande kennisgevingGeachte installateur,Het tweede deel van deze handleiding is een montage-handleiding die tevens een storingsanalyse en uitleg overde werking van het toestel geeft. De montagehandleiding biedt u een handzame hulp bijhet installeren van het toestel. Aandachtspunten vóór montageU wordt in dit hoofdstuk geattendeerd op belangrijke zakendie u voorafgaand aan de montage moet weten. MontagehandleidingDeze instructie legt bondig uit hoe het toestel gemonteerden in bedrijf gesteld moet worden.

5DisplayFiguur 1. 1 AQUASOL 4 ITIntroductieDe AquaSol 4 IT is een zonneboiler welke met behulpvan een zonnecollector zonne-energie invangt en opslaatin de boiler. Vanuit de zonneboiler stroomt het voorver-warmde tapwater via het naverwarmingstoestel naar dewarmwater-tappunten. 1. ALGEMEENIn deze handleiding wordt voor installatie doeleindenuitgegaan van een Ferroli combi CV toestel met NZ keur,als naverwarmer. U kunt ook een ander toestel met eenNZ-keur gebruiken. 2. WERKING EN INSTELLINGENDe zonnecollector vangt het zonlicht in en zet dit om inbruikbare warmte. Deze warmte wordt via een warmte-wisselaar overgedragen aan het tapwater in dezonneboiler. Vanuit de zonneboiler wordt de afgekoeldecollector vloeistof weer naar de collector gepompt. Bij tapwatervraag stroomt het (voor)verwarmde tapwatervanuit de zonneboiler via de naverwarmer naar hettappunt.

BedrijfsstatusOp het display (figuur 1. 1) kan de temperatuur en hetfunctioneren van de zonneboiler afgelezen worden. In hoofdstuk 5 is een overzicht van de Indicaties op hetdisplay bij normaal bedrijf van de boiler weergegeven. InstellingenAls het water in de zonneboiler een temperatuur van60oC of meer bereikt, zal de naverwarmer niet wordeningeschakeld bij warm tapwater vraag. Voor uw veiligheid: Let op. 230 V Elektrische spanningDit toestel bevat componenten die onder eenspanning van 230 V werken. Heet waterEen tapwatertemperatuur van meer dan 60°Cop het tappunt dient voorkomen te worden. Om dit te bereiken moet een thermostatischmengventiel geplaatst worden, zoals in H8. 4omschreven. Warme leidingenDe temperatuur van de collectorleidingen kanop zonnige dagen oplopen tot ruim boven de60oC. De tapwaterleidingen (tot en met hetthermostatisch mengventiel) kunnen heetworden.

Naverwarming tapwaterDe naverwarmer moet altijd ingesteld zijn opeen minimale tapwatertemperatuur van 60oC. Wijzig deze instelling niet. Lees ook de gebruiksaanwijzing van denaverwarmer aandachtig door. Figuur 2.

6 3. HET IN EN UIT BEDRIJF NEMEN VAN HET TOESTELOm te voorkomen dat onderdelen van uw installatie ofwaterleidingen bevriezen, dient u; • de ruimte waarin de zonneboiler is opgesteld vorstvrijte houden. Dit kunt u bijvoorbeeld doen door de deurnaar de ruimte met de zonneboiler open te zetten. • de cv-installatie niet uitschakelen. • vul het collectorzijdig deel van de installatie metZonneboilervloeistof. 4. GEBRUIKERSADVIEZENIn dit hoofdstuk worden een aantal handreikingengedaan om zoveel mogelijk voordeel van uw toestel ende installatie te hebben. Tijdens het opwarmen van het tapwatervat zal hetsysteem altijd een minimale hoeveelheid energiegebruiken. De afkoeling van het systeem is zeer geringen er treden als gevolg hiervan slechts kleine stilstand-verliezen op. Het uitschakelen van de boiler bij langeafwezigheid is daarom niet noodzakelijk. 1.

Controleer of het toestel conform de montage voor-schriften van Hoofdstuk 8 is aangesloten. 2. Steek de stekker van het naverwarmingstoestel in hetstopcontact. 3. Steek de stekker van de zonneboiler in het stopcontact. Het toestel start nu een testprogramma op, wat zichtbaarwordt door het terugtellen van het display van 80 naar 0. Tijdens de opstart-procedure worden de zelftesten van hetsysteem uitgevoerd, de sensoren gecontroleerd en decollectorpomp aangestuurd. Alles gaat goed:Na de opstart procedure worden afwisselend de tempera-tuur van het tapwatervat en de bedrijfsstatus weergegeven. Het toestel is klaar voor gebruik en nu zal de boiler opge-warmd worden indien er voldoende licht inval op dezonnecollector is. Het opwarmen van het boiler vat wordtweergegeven door een knipperende punt achter het rechterdigit op het display (zie fig. 5. 1).

Er gaat iets mis: kijk op het displayHet toestel doet niets. Ook het display licht niet op:• Controleer of de stekker in het stopcontact zit,• Controleer of er spanning op het stopcontact staat.

De naverwarmer moet altijd zo zijn ingesteld dat detapwatertemperatuur minimaal 60°C is. NaverwarmertemperatuurBevriezingsgevaarOp vakantie. Laat de stekker in het stopcontact. In bedrijf nemenEen optredende storing wordt door een knipperenddisplay zichtbaar gemaakt. Hoofdstuk 11. 1 geeft een overzicht van de mogelijkoptredende functie- en storingscodes. De levering van warm tapwater wordt volledig doorde naverwarmer overgenomen. Neem de stekker van de zonneboiler uit het stopcontact. Voor het uit bedrijf nemen van de naverwarmer, zie dehandleiding van de naverwarmer. Uit bedrijf nemen.

75. DISPLAYDe regeling van uw zonneboiler is in staat om op hetdisplay het functioneren van de zonneboiler weer te geven. Drukknop Display Display Bedrijfssituatie:Knipperende cijfers. Er is een functie-onderbreking of storing. Kijk in hoofdstuk 5 of de storing eenvoudigop te lossen is. Tapwatertemperatuur in de zonneboiler. De knipperende punt rechtsonder geeft aandat de zonneboiler wordt opgewarmd metwarmte ingevangen door de zonnecollector. De besturing van het systeem is ingescha-keld. (standaard instelling)StoringenStoringen worden in het display weergegeven met eenknipperende storingscode (cijfers 71 t/m 84). De codes zijn omschreven in hoofdstuk 11 van demontagehandleiding. Bij het optreden van een storing aan de zonneboiler wordtde levering van warm tapwater volledig overgenomen doorde naverwarmer en blijft u het gebruikelijke warmwatercomfort houden.

Zelf oplossen van storingenGeen oplichtend displayMogelijke oorzaak en oplossing: • Stekker zit niet in het stopcontact;Steek de stekker in het stopcontact. • Er staat geen spanning op het stopcontact;Controleer dit door een ander apparaat (b. v. eenlooplamp) op het stopcontact aan te sluiten. Overige storingenHet herhaald voorkomen van een storing, of het nietleveren van warmwater, duidt op een storing die alleendoor uw installateur kan worden opgelost. Mocht er een situatie zijn waarin er geen levering vanwarm tapwater is, of dat het tapwater niet op temperatuuris, dan is er een storing aan de naverwarmer. Raad-pleeg hiervoor de handleiding van de naverwarmer. Waarschuw uw installateur:Op pagina twee van deze handleiding is een kaderopgenomen met gegevens die voor u en de installateurvan belang kunnen zijn. Vul deze gegevens aan, ennoteer ook de gegevens van uw installateur.

De zonneboiler warmt nu niet opDe besturing kan in- of uitgeschakeldworden door de drukknop (zie fig. 5. 1) tebedienen. De besturing zal nu van “oN” naar“oF” springen, of omgekeerd. Door de drukknop 5 seconden niet meer tebedienen wordt de gekozen bedrijfssituatieingesteld. Tijdens normaal bedrijf geeft het displayafwisselend weer: de tapwatertemperatuur[in °C] in de zonneboiler (ca. 8 sec. ) en debedrijfssituatie [oN / oF] (ca. 4 sec. ). Laat de besturing altijd op“oN” staan.

8Voor installatie van de zonneboiler dient er rekening teworden gehouden met onder andere de volgendevoorschriften: a. Het bouwbesluit waarin o. a. naar de volgendenormen wordt verwezen:b. NEN 1010 veiligheidsbepalingen voorlaagspanningsinstallaties; c. NEN 1006: Algemene voorschriften voor drinkwater-installaties AVWI met bijbehorende werkbladen; d. NEN 3215 de norm voor binnenriolering in woningenen woongebouwen; e. Brandweervoorschriften. • Voor alle voorschriften geldt dat aanvullingen opnormen of voorschriften of latere voorschriften op hetmoment van installeren van toepassing zijn. • De installatie van het toestel mag alleen geschiedendoor daartoe gekwalificeerde personen. • Uitdrukkelijk wordt gesteld dat deze technischemontagehandleiding als aanvulling op de bovenge-noemde voorschriften moet worden gezien en datdeze voorschriften prevaleren boven de informatie indeze handleiding.

• Raadpleeg de handleiding van uwnaverwarmingstoestel. Voor u overgaat tot montage van het toestel is hetbelangrijk een aantal mogelijkheden, met bijbehorendeaspecten, vooraf te bekijken. • OntwerpdrukDe ontwerpdruk van het systeem is minimaal 1 bar enmaximaal 8 bar. • Thermostatisch mengventielOm te hoge watertemperaturen aan het tappunt tevoorkomen moet een thermostatisch mengventielworden geplaatst. (zie hoofdstuk 8. 4) • Toestel ophangingBij het toestel wordt een wandmontageframe gele-verd. Dit frame moet op een wand van 200 kg/m2gemonteerd worden. Gebruik voor montage debijgeleverde bevestigingsmiddelen en houdt rekeningmet een uittrekkracht van 1200N per bout. • LeidingenOm tot een snelle warm tapwaterlevering te komenwordt geadviseerd om de afstand tussen het toestelen het tappunt zo kort mogelijk te houden.

• LeidingafschotDe leidingen tussen de zonnecollector en zonneboilermoeten altijd onder afschot naar de zonneboiler toeverlopen (min. 2 cm/m). Er mogen geen leiding-stukken zijn waarin water kan blijven staan. • LeidingisolatieAlle warmtevoerende leidingen moeten geïsoleerdworden met daartoe bestemd isolatie materiaal(Vidoflex). • DakdoorvoerDe dakdoorvoer voor de collectorleidingen moetworden afgedicht met een daartoe bestemd isolatie-materiaal. Gebruik hiervoor b. v. glaswol, steenwol,minerale wol. Het gebruik van PUR schuim wordt tensterkste afgeraden. Werk het doorvoergat na ISOLATIEaf met een afsluitplaat. • OpstellingsruimteDe ruimte waarin de zonneboiler is opgesteld dientvorstvrij te zijn. • Voeding van de zonneboilerZowel de zonneboiler als de naverwarmer hebbeneen 230V voeding nodig. Plaats hiervoor een gerand-aard stopcontact binnen 1,5 meter van het toestel.

• RioolaansluitingTijdens het opwarmen van de zonneboiler zal er altijdeen beetje water geloosd worden via de inlaat-combinatie in de koudwateraanvoerleiding. Voorkom de afvoer van het water uit de inlaat-combinatie van de zonneboiler en de condenswater-afvoer van de naverwarmer nooit. Zorg ervoor dat het water op een correcte manier naarhet riool afgevoerd wordt. 6. VOORSCHRIFTEN 7. AANDACHTSPUNTENVOOR MONTAGEVoor installatie doeleinden wordt uitgegaanvan een Ferroli MegaDens of MegaLux combiCV toestel. Wanneer een ander merk of typenaverwarmer gebruikt raadpleeg dan de handleidingvan het toestel).

97.2 LeveringsomvangLeveringsomvang bij de zonneboiler: • Bevestigingsset;- muurstrip,- opsluitbeugel,- wandmontage frame,- bevestigingsmateriaal. • Zonneboiler;- tapwatervat,- isolatie delen,- collectorpomp,- besturing,- deksel,- onderbak • Collector sensor verleng kabel 7 mtr.. • Handleiding7.1 OpstellingDe zonneboiler is geschikt om tegen praktisch elkewand bevestigd te worden. De wand moet vlak en instaat zijn om het gewicht (minimaal 200 kg/m2) van eenwerkend toestel te dragen. Hoewel U vrij bent om hettoestel naar eigen inzicht te plaatsen heeft Ferroli devolgende aanbevelingen:Aanbevelingen • Hang de zonneboiler en naverwarmer niet te ver uitelkaar, in verband met aansluitingen voor water,elektriciteit en de rioolafvoer. • Hang de naverwarmer links van de zonneboiler, inverband met onderlinge aansluitingen.

• Een opstelling van de zonneboiler boven de naverwar-mer wordt afgeraden in verband met rookgasafvoer-en luchttoevoerleidingen van de naverwarmer. • De afstand tussen onderzijde zonneboiler en grondmoet genoeg ruimte bieden voor mogelijke service en(de)montage werkzaamheden aan (onderdelen van)de zonneboiler (zie ook H8.1 Afmetingen, aansluitin-gen en vrije ruimte rondom de zonneboiler). Figuur 7.1 Leveringsomvang zonneboilerDekselOpsluitbeugelMuurstripHandleidingOnderbakWandmontage frameCollectorpompBesturing in kast

Hierin wordt informatie gegeven over zakendie voorafgaand aan de montage van belang zijn. Eerste ingebruikstelling van het toestelVolg de instructie in hoofdstuk 9 “Eerste ingebruikstellingvan de zonneboiler” voor het vullen (H 9. 1) en in bedrijfnemen (H 9. 4) van de zonneboiler. BeschadigingenEventuele beschadigingen aan de zonneboiler direct aanFerroli Nederland melden. 7. 3 Toesteltoebehoren8. MONTAGE-INSTRUCTIEBenodigdheden voor installatie: • Installatie leidingen (CU of RVS), • Vulkraan voor het vullen van het collector circuit, • Zonneboilervloeistof voor het vullen van het collectorcircuit, • Temperatuurbestendige leidingbeugels en leiding-isolatie materiaal. Houdt hierbij rekening met devolgende temperaturen;- max. 85°C voor tapwaterleidingen,- max. 130°C voor collectorleidingen, • Isoleer de warm tapwaterleidingen tussen zonneboi-ler en naverwarmer.

Voor leidingisolatieadviseert Ferroli Vidoflex, of gelijkwaardig materiaal, • Thermostatisch mengventiel, • Inlaatcombinatie (8 bar), • Rioolafvoer voor inlaatcombinatie, • Geaard stopcontact binnen 1,5 meter van toestel, • Zonnecollector, • Bevestiging voor zonnecollectoren (frame of dak-integratieplaat), • Naverwarmer voor tapwater, • Zonneboiler(voor het aansluiten van toestellendie niet over de juiste OpenThermcommunicatie beschikken)Voor uw veiligheid: Let op. 230 V Elektrische spanningDit toestel bevat componenten die onder eenspanning van 230 V werken. Heet waterEen tapwatertemperatuur van meer dan 60°Cop het tappunt dient voorkomen te worden. Om dit te bereiken moet een thermostatischmengventiel geplaatst worden, zoals in H8. 4omschreven. Warme leidingenDe temperatuur van de collectorleidingen kanop zonnige dagen oplopen tot ruim boven de60oC.

De tapwaterleidingen (tot en met hetthermostatisch mengventiel) kunnen heetworden. Naverwarming tapwaterDe naverwarmer moet altijd ingesteld zijn opeen minimale tapwatertemperatuur van 60oC. Wijzig deze instelling niet. Lees ook de gebruiksaanwijzing van denaverwarmer aandachtig door.

118.1 Afmetingen, aansluitingen en vrije ruimte rondom de AquaSol 4 ITAlle maten in mmBenodigde vrije ruimte rondom de boiler • Zijkanten • Onderkant • Bovenkant • VoorkantAdvies:>200500100>500Minimaal:13030040500*1 Figuur 8.1 Afmetingen, aansluitingen en vrije ruimte rondom de zonneboilermaten in mm • Raadpleeg de handleiding van de naverwarmervoor de vrije ruimte rondom de naverwarmer *1 Bij een gesloten kastdeur kan deze afstand worden teruggebracht tot 15 mm.Let op!Indien de ruimte rondom het toestel minder is dan hetadvies wordt de bereikbaarheid van het toestel voorservice-doeleinden beperkt.AAansluitingen:ABCDWarmwater naar de naverwarmerKoudwater naar de boilervan Collector naar Zonneboiler (warm)van Zonneboiler naar Collector (koud)(ø15 mm)(ø15 mm)(ø12 mm)(ø15 mm)BDCSerienummer(onder het deksel!)C DCA + B

12 5. Plaats de opsluitbeugel over de zonneboiler en demuurstrip (Fig. 8.4). Figuur 8.4 Plaats opsluitbeugel8.2 Ophangen van de AquaSol 4De zonneboiler kan met de bijgeleverde montage setaan de muur bevestigd worden. De wand waartegen dezonneboiler wordt opgehangen moet minimaal eenmassa van 200 kg/m² hebben. Er dient rekening gehou-den te worden met een bout uittrekkracht van 1200 N.Indien de wand niet aan deze waarde voldoet kan dezonneboiler hier niet aan opgehangen worden. Plaats deboiler dan op een frame vrijstaand van de muur.Ga voor het ophangen van de boiler als volgt te werk: 1. Bepaal aan de hand van figuur 8.2 waar de boorgatenmoeten komen, en teken deze af op de muur, Figuur 8.2 Positionering van de boorgaten.LET OP!Positioneer de sleuven in het ver-lengde van de opstaande randen zodatde zonneboiler recht op het wandmontage framekomt te staan.

Een scheve stand van de zonne-boiler t.o.v. het frame kan beschadigingen aande onderzijde van de zonneboiler tot gevolghebben. Figuur 8.3 Plaatsen zonneboiler op het wandmontage frameBAACHTER AANZICHTmuurstripopsluitbeugelzonneboiler2. Boor de gaten ø10 mm, ca. 60 mm diep,3. Bevestig de wand montage beugel (B) en demuurstrip zoals in fig 8.2 aangegeven,4. Schuif de twee sleuven (A) aan de onderzijde van dezonneboilermantel over de opstaande randen op destoel (B) en schuif de zonneboiler tot aan de muur.(zie figuur 8.3),Aan de onderzijde van de zonneboiler zitten kunststofnokken. Deze kunnen blijven steken tegen het wand-montage frame tijdens het plaatsen.

138.3 Aansluiten van de zonnecollectorPlaatsingshoogteDe zonnecollector moet altijd volledig leeg kunnen lopenin het geïntergreerde terugloopvat. Om dit te garanderenmoet de onderzijde van de zonnecollector altijd mini-maal 0,5 meter boven het hart van de collectorpompgemonteerd worden en moet een leiding-afschot vanminimaal 20 mm per meter aangehouden worden.De bovenkant van de collector mag maximaal 4 meterboven de collectorpomp zitten, omdat de collectorpompeen maximale opvoerhoogte van 4 meter heeft.LeidingwerkHet verdient verder de aanbeveling om de installatie-leidingen zo kort mogelijk te houden. Sluit op de collectorretour (van de pomp naar de collector, zie B in fig. 8.6)15 mm leidingwerk aan. De collector aanvoer (vancollector naar boiler, zie A in figuur 8.6) moet van 12 mmleidingwerk gemaakt worden.

Gebruik voor de installatiealleen koper of RVS leiding.De leidingen tussen de zonnecollector en de zonneboi-ler dienen onder afschot naar de zonneboiler toe geïn-stalleerd te worden. Als vuistregel voor het minimumafschot wordt 20 mm per meter leidinglengte gehan-teerd. Er mogen geen “zakken” (zwanenhals construc-ties), waar water in kan blijven staan, voorkomen.De leidingen dienen om de meter gebeugeld te worden.De gebruikte beugels en leiding isolatie materiaalmoeten een temperatuur van 130oC kunnen verdragen. A van Collector naar Zonneboiler (ø 12 mm) B van Zonneboiler naar Collector (ø 15 mm) C Collector D plat dak α leidingafschot (minimaal 20 mm per meter)Figuur 8.6 Collectorpomp opvoerhoogte.αααααA BDCLeidingwerk tussen collector en terugloopunit • Max. leidinglengte voor A en B: 10 meter perleiding (max. 20 meter samen).

14 8.4 Tapwaterzijdige aansluiting op de naverwarmerVoor u overgaat tot installatie van de zonneboiler,raadpleeg ook de handleiding van de naverwarmer.Schone leidingenVoorkom dat er bij het maken van de installatie vuil ofmetaaldeeltjes in de installatie komen. Verwijder bra-men en klop voor montage alle leidingen uit.Leiding aansluitingenAlle tapwater aansluitingen tussen de zonneboiler en denaverwarmer zijn in ø15 mm uitgevoerd. Een inlaatcombinatieEen doorstroombegrenzer met pakkingen.(Let op stromingsrichting: o-ring moet door dewaterstroom in de begrenzer gedrukt worden!)- MegaDens 3: 6 l/min., art.nr. 1501080- MegaDens 4: 8 l/min., art.nr. 1501081- MegaDens 5: 9 l/min., art.nr. 1501082Een thermostatisch mengventiel.

W = Warmwater aansluiting K = Koudwater aansluiting M = Mengwater naar huisinstallatieDit ventiel is verplicht.Thermostatisch mengventielOp zonnige dagen kan de temperatuur in een zonne-boiler tot 85oC oplopen. Om een te hoge tapwater-temperatuur te voorkomen is de plaatsing van eenthermostatisch mengventiel verplicht (Gaskeur NZ2003). Instelling van dit ventiel: minimaal 60oC.Monteer:Verwijder altijd dedoorstroombegrenzeruit het toestel.UITVOERING 1UITVOERING 2Verwijder altijd dedoorstroombegrenzeruit het toestel. 1. Verwijder de stromingssensor (incl. pijpje erboven) door deze in zijn geheel naar voren te schuiven. 2. Verwijder de clip. 3. Trek het pijpje los van de stromingssensor. 4. Verwijder de doorstroombegrenzer. 5.

Klik het pijpje weer vast op de stromingssensor en schuif het geheel weer op zijn plaats in de cv-ketel.Plaats een knelkoppeling met ingebouwdedoorstroombegrenzer:Let op de juiste richting!KoudwaterInlaatcombinatiePositie van een eventuele aparte brandervoorwaarde-thermostaat (tegen/in de boiler). Figuur 8.7 Tapwaterzijdige aansluiting van de AQUASOL 4 zonneboiler op een MegaDens of MegaLux combi cv-toestel12

15 4 Aansluiten van de collectorsensorDe collectorsensor heeft een verlengkabel met eenlengte van 7 meter. Indien dit onvoldoende is, kaneen langere verlengkabelset besteld worden, ziehiervoor hoofdstuk 7.3. De verlengkabel moet opde klemmen 2 - 3 worden aangesloten. 5 Aansluiten 230 VDe boiler werkt met 230 V voedingsspanning.Hiervoor wordt de boiler met een voorgemonteerderandaarde stekker (aangesloten op L - N - PE)geleverd. Bij de boiler moet een goed bereikbaargeaard stopcontact aanwezig zijn.LET OP!Steek de stekker pas in het stopcontactals de vulprocedure (zie H. 9) afgerond is. Figuur 8.8 Elektrische aansluiting van de AQUASOL 4 standaard 1 Aansluiten van de collectorpompDe collectorpompvoedingskabel is voorgemonteerdop klemmen 8-9 van de besturing, zie hiervoor fig. 8.8.

2 Aansluiten van de naverwarmerTussen de DT4 print en de naverwarmer hoeft alleenmaar een twee aderige kabel getrokken te wordent.b.v. de OpenTherm communicatie. De OpenThermuitgang van de AquaSol 4 (klem 6-7) moet aangeslo-ten worden op de ingang van de naverwarmer. Alsnaverwarmer zijn geschikt cv toestellen met NZ keur.Raadpleeg voor aansluiten van de naverwarmer dehandleiding van de naverwarmer.8.5 Elektrische aansluiting van de AQUASOL 4 IT 3 OpenTherm KamerthermostaatOp de aansluitingen 4 - 5 kan de OpenThermkamerthermostaat worden aangesloten.Voor installatie doeleinden wordt uitgegaan vaneen MegaDens of MegaLux combi CV-toestel.Indien u een ander merk of type naverwarmeraansluit, raadpleeg dan de documentatie of fabrikantvan dat toestel. Dit geldt voor zowel de waterzijdige alsde elektrische aansluitingen.

16Plaatsing op een schuin dakBij dakinbouw van de collector wordt een dakintegratie-plaat toegepast voor een waterdichte afwerking. De dakintegratieplaat is toepasbaar bij zowel gewelfde alsvlakke dakpannen (zoals b. v. een Stonewold pan). Het plaatsingsvoorschrift van de dakintegratieplaat isopgenomen bij de dakintegratieplaat, en als bijlage(bijlage I en II) in deze handleiding. Figuur 8. 8 Dakinbouw van de zonnecollector8. 6 Plaatsing van zonnecollectorenDe minimale collectorhoek voor de Ferroli zonnecollecto-ren is 20°. Plaatsing op een plat dakBij een plat dak opstelling worden de collectoren op eenballastframe geplaatst waarvan de collectorhellingshoekaltijd 30o is. Het frame wordt los op het plat dak geplaatst, waarna erballast in het frame wordt gelegd. De ballastgewichtenbestaan uit standaard tegels van 30 x 30 cm.

17 Figuur 9. 1 Vullen / controleren vulniveau van het collector-circuit met een vulpomp9. EERSTE INGEBRUIKSTELLING VAN DE AQUASOL 4 LB-90-ITControleer of de afsluiter van het vuldeel gesloten is. Draai de bout van het vuldeel los, en verwijder het dekselmet overstortventiel en de pakking van het vuldeel. Sluit de vulslang op het vuldeel en de kraan aan. Plaats een emmer onder het vuldeel. Let op. Gebruik uitsluitend zonneboilervloeistofOpen de afsluiter op het vuldeel door de as eenkwartslag te draaien. TIP: De afsluiter-as kan o. a. met het afgenomenvuldeksel bediend worden. Start de vulpomp. Het collectorcircuit is juist gevuld als er uit de overloopzonneboiler vloeistof komt. De vulpomp kan nu gestoptworden. Als er geen zonneboilervloeistof meer uit de overloop komtkan de afsluiter van het vuldeel gesloten worden.

Ontkoppel de vulslang van het vuldeel en de vulpomp enlaat de slang in de emmer leeglopen. Plaats de pakkingen deksel met overstort terug en draai de bout vast. Steek de stekker in het stopcontact. 9. 1 Vulprocedure / controle vulniveau, van het collector circuit m. b. v. vulpompNeem de stekker uit het stopcontact. 9. 2 Vulprocedure / controle vulniveau, van het collector circuit m. b. v. trechterAls er geen vulpomp voorhande is kan het collector zijdig deel ook met een trechter(na-)gevuld worden. Ook de controle van het vulniveau wordt op deze manier uitge-voerd. Ga hiervoor als volgt te werk;1) Neem de stekker uit het stopcontact, 2) Controleer of de afsluiter van het vuldeel gesloten is. Verwijder de bout uit het vuldeel en neem de deksel met overstort van het vul-deel. (Stap 1 en 2 van de procedure hierboven) 3) Neem de dop van de rechter (of linker) collectoraanvoer los.

4) Sluit op de leiding een vulleiding of vulslang aan met een minimale vertikaalhoogteverschil van 500 mm aan. 5) Zet een trechter op de vulleiding en vul het interne terugloopvat metzonneboilervloeistof. Indien het vat voor het eerst gevuld wordt zal er ca.

9,6 literzonneboilervloeistof in gaan. Het vat is correct gevuld als er zonneboiler vloeistofuit de overloop komt (stap 4 procedure hierboven). 6) Neem de vulleiding (vulslang) los en sluit de collector aanvoerleiding weer aan,of zet de dop terug. 7) Breng de deksel met overstort en bout weer aan (stap 6 van de procedure hier-boven) 8) Steek de stekker in het stopcontact. Figuur 9. 2 Vullen / controleren vulniveau van het collector-circuit met een trechter.

189. 3 Zonneboiler vullen (tapwater)De zonneboiler wordt gevuld door de stopkraan van deinlaatcombinatie en een warmwaterkraan op eentappunt te openen. Zodra er water uit de (warmwater)-kraan komt, is de boiler gevuld en kan de kraan op hettappunt worden gesloten. Ontlucht nu alle leidingen. 9. 4 In bedrijf nemen 1. Controleer of het toestel conform de montage voor-schriften van Hoofdstuk 8 is aangesloten. 2. Steek de stekker van het naverwarmingstoestel in hetstopcontact. 3. Steek de stekker van de AquaSol 4 in het stopcontact. Alles gaat goed:Op het display wordt er afgeteld van 80 naar 0. Tijdensdeze aftelprocedure worden de zelftesten van het systeemuitgevoerd, de sensoren gecontroleerd en de collector-pomp aangestuurd. Na de opstart procedure wordenafwisselend de temperatuur van het tapwatervat en debedrijfsstatus weergegeven.

Indien er voldoende licht op de collector valt voor hetopwarmen van de zonneboiler, zal de collectorpompingeschakeld worden. Gedurende de opstartperiode draait de collectorpomp ophet maximale toerental. Na de opstartperiode zal hettoerental van de collectorpomp automatisch omlaaggeregeld worden, naar de optimale snelheid (voldoendestroming bij een minimaal energie gebruik). De knipperende punt achter het rechter digit van het displaygeeft aan dat de zonneboiler wordt opgewarmt. Er gaat iets mis: kijk op het displayHet toestel doet niets. Ook het display licht niet op:• Controleer of de stekker in het stopcontact zit,• Controleer of er spanning op het stopcontact staat. In bedrijf nemenEen optredende storing wordt door een knipperenddisplay zichtbaar gemaakt. Hoofdstuk 11 geeft een overzicht van de mogelijkoptredende functie- en storingscodes.

De levering van warm tapwater wordt volledig doorde naverwarmer overgenomen. Neem de stekker van de AQUASOL 4 IT uit het stopcon-tact. Voor het uit bedrijf nemen van de naverwarmer, zie dehandleiding van de naverwarmer. Uit bedrijf nemen9.

6 Uit bedrijf nemenStandaard is de besturing ingesteld voor toepassing in deAquaSol 4 IT boiler. De besturing is geschikt voor toepas-sing in de AquaSol 4 IT en de AquaSol 4 ET boiler. Hetinstellen van de Applicatie hoeft alleen als er een serviceprint wordt geplaatst. Het controleren en/of instellen van de besturing kan metde drukknop op de besturing. Ga voor het controleren en/of wijzigen van de applicatieals volgt te werk, 1) Steek de stekker in stopcontact,In het display wordt nu afgeteld van 80 naar 0. 2) Als de teller voorbij de 70 is (dus lager dan 70), wordthet applicatie menu opgestart door 3 seconden dedrukknop, zie fig. 9. 3, ingedrukt te houden. Na 3seconden wordt de ingestelde applicatie weergegevendoor een knipperende code;Code “A0” is voor de AquaSol 4 IT,Code “A1” is voor de AquaSol 4 ET. Door de knop nu 3 sec.

lang in te drukken , of door 1minuut lang niets te doen gaat u nu door naar stap 5). 3) Het wijzigen van de applicatie kan nu door de drukknop1 maal in te drukken. 4) Bevestig de applicatie keuze door de drukknop nog-maals 3 seconden in te drukken. 5) De teller verschijnt nu weer in het display en telt verderaf naar 0, waarna de ingestelde regeling wordt geacti-veerd. Het roestel kan nu functioneren volgens deingestelde regeling. 9. 5 Applicatie keuze Drukknop DisplayFiguur 9. 3 Display en drukknop AquaSol 4 IT.

1910. INSPECTIE EN AFSTELLENDe AQUASOL 4 IT is een onderhoudsarme boiler. Ondernormale omstandigheden heeft de boiler zelf geenperiodiek onderhoud nodig.De kwaliteit van de in het collector circuit aanwezigezonneboilervloeistof dient periodiek gecontroleerd teworden. Minimaal dient deze controle om de twee jaarplaats te vinden. Raadplaag hiervoor de controle instruc-tie zoals opgenomen in bijlage III van deze handleiding.De meest actuele versie van deze instructie is te vindenop www.ferroli.nlGeadviseerd wordt om minimaal eens per 4 jaar hetterugloopniveau te controleren. 10.1 Naverwarmer afstellen op deAQUASOL 4 ITInstelling van de warmwatertemperatuur.Als de watertemperatuur in de zonneboiler beneden de60oC is zal de regeling altijd de naverwarmer ingescha-keld laten.

Pas boven de 60oC boilertemperatuur wordt denaverwarmer uitgeschakeld.Tapwater setpoint NAVERWARMERHet tapwatersetpoint van de naverwarmer moet zo zijningesteld dat de uitstromende watertemperatuur mini-maal 60°C bedraagt. Raadpleeg hiervoor de handleidingvan de naverwarmer.Raadpleeg de gebruiker of deze nog opmerkingen heeftover de werking van het toestel.Voor uw veiligheid: Let op!230 V Elektrische spanningDit toestel bevat componenten die onder eenspanning van 230 V werken.Heet waterEen tapwatertemperatuur van meer dan 60°Cop het tappunt dient voorkomen te worden.Om dit te bereiken moet een thermostatischmengventiel geplaatst worden, zoals in H8.4omschreven.Warme leidingenDe temperatuur van de collectorleidingen kanop zonnige dagen oplopen tot ruim boven de60oC.

De tapwaterleidingen (tot en met hetthermostatisch mengventiel) kunnen heetworden.Naverwarming tapwaterDe naverwarmer moet altijd ingesteld zijn opeen minimale tapwatertemperatuur van 60oC.Wijzig deze instelling niet !Lees ook de gebruiksaanwijzing van denaverwarmer aandachtig door.

Collectortemperatuur te hoogDe collectortemperatuur is na 5 minuten hoger dan130oC bij werkende collectorpomp; • Controleer het hoogte verschil tussen collector-pomp en hoogste punt van de zonnecollector; • Controleer de aansluiting en werking van decollector pomp; • Controleer vulniveau in het terugloopvat. • Controleer de doorverbinding van connector 12(zie fig 12. 3); • Controleer de onderste zonneboiler-sensor en decollector-sensor op juiste werking (zie tabel 11. 1en fig 12. 3); • Controleer de collectorleidingen op verstopping enafschot. Blokkerende storingen: (codes 71, 72 en 80)Het toestel is geblokkeerd. Als de oorzaak van de blok-kade is weg genomen zal het toestel automatisch weer inbedrijf komen. Vergrendelende storingen: (codes 74 en 75)Het toestel is vergrendeld. De oorzaak dient opgelost teworden.

Hierna wordt het toestel gereset door bedieningvan de drukknop op de besturing. Display weergave: (code 77)Dit is alleen maar een melding. Melding wordt opgehevenals de drukknop van de regeling wordt bediendInschakelvoorwaarde niet bereikt • De regeling is 30 dagen niet in bedrijf gekomen. •Controleer de onderste zonneboiler-sensor en decollector-sensor op juiste werking (zie tabel 11. 1en fig 12. 3);Communicatie onderbreking: (codes 82, 83 en 84)Deze meldingen treden alleen op als er communicatie meteen OpenTherm thermostaat en/of OpenTherm ketel isgeweest. Melding wordt opgeheven zodra de communicatieis hersteld. Geen communicatie met OpenTherm ketel • Controleer de aansluitingen, en de bedradingtussen DT4 en de naverwarmer op onderbrekin-gen. • Controleer de werking van de naverwarmer.

22TapwaterstroomVers tapwater stroomt bij (9) het tapwatervat (180)binnen, en verlaat het tapwatervat weer bij (8), naar denaverwarmer. De instroming van vers tapwater bij (9) ishorizontaal, waardoor opmenging met de warme kopvan het tapwatervat tot een minimum beperkt blijft. Zonneboilervloeistof stroomAls de collectorpomp (32) wordt aangestuurd, wordt dezonneboilervloeistof door de collectorpomp (32) uit hetterugloopvat (195) gezogen en via de collectorretour-leiding naar de zonnecollector getransporteerd. Dezonnecollector zet het ingevangen zonlicht om in bruik-bare warmte en warmt hiermee het door de zonneboiler-vloeistof. De opgewarmde zonneboilervloeistof komt viade collectoraanvoerleiding terug in de warmte wisselaarin het tapwatervat (180). De warmte wordt hier overge-dragen aan het tapwater.

Bij het verlaten van de warmte-wisselaar stroomt de zonneboilervloeistof terug in hetterugloopvat (195). VorstbeveiligingAls de collectortemperatuur (34) 3oC of minder is wordthet inschakelverschil met 15K (van ca. 10K naar ca. 25K)verhoogd. Zodra de collectortemperatuur boven de 3oCstijgt wordt het verhoogde inschakelverschil nog 24 uuraangehouden. 12. WERKING EN TECHNISCHE GEGEVENS12. 1 Werking van het toestel Figuur 12. 1 Principe werking van de AquaSol 4 standaardAansturingAls de regeling constateert dat de collectortemperatuur(34) minimaal 10oC (dit is het inschakelverschil) hoger isdan de boilervattemperatuur (42), en de boilervattempe-ratuur (155) minder is dan 65oC, zal de collectorpomp(32) inschakelen. De pomp zal eerst 400 seconden opmaximaal toerental draaien, waarna de pomp overgaatop laag toerental.

Het laagstandstoerental ligt tussen de20% en de 40% van het maximaal vermogen en isafhankelijk van het temperatuurverschil tussen decollectortemperatuur (34) en de boilervattemperatuur(42). De collectorpomp (32) schakelt uit als de collector-temperatuur (34) lager is dan de boilervattemperatuur(42) + 3,5oC, of als de boilervattemperatuur (42) boven de80oC.

Het werken van de collectorpomp (32) wordt weergege-ven door een knipperende punt op de rechter digit in hetdisplay (figuur 12. 1), zie blz. 6. TemperatuurweergaveOp het display (figuur 12. 1) wordt 4 seconden lang debedrijfsstatus weergegeven, gevolgd door 8 seconden detemperatuur van de bovenste sensor (155). Hierna volgtweer 4 sec. de bedrijfsstatus, enz. Nummer89323442101155180195Artikelwarm tapwater naar naverwarmerkoudtapwater inlaatcollectorpompcollectorsensoronderste boilersensorbesturingsprintbovenste boilersensortapwatervatterugloopvatDisplay.

27 STAP 3A: Monteer de dekintegratieplaat (DIP) in het midden van de Wakaflex slabbe(n).1. De nokken aan de onderzijde van de DIP moeten rusten op de houtlat van de Wakaflex slabbe (zie detail B).2. Schroef m.b.v. (13) de DIP(en) vast op de kruisende panlatten (of andere voldoende stevige fixatiepunten).3. Monteer afdekstrip 8 strak tegen de kopse kant van DIP m.b.v. schroef 14 .Elk leidinggat in de DIP moet in lijn liggen met het doorvoergat in het dakbeschot!4. Verwijder aan de achterzijde van het Wakaflex de twee banen schutfolie!5. Breng het Wakaflex goed op de pannen aan, zodat geen wind of water kan intreden.Bij montage van 2 collectoren moeten de dakintergratieplaten overlappend worden gemonteerd.Plaats de 2e nok van de LR-DIP over de nok van de LL-DIP.Monteer koppelstrippen 9 m.b.v.

schroef 14 op elke kruisende panlat.Onder een aantal DIP-verhogingen zijn verstevigingsprofielen aangebracht.Schroef enkel op deze verhogingen!Leidinggat DIP in lijn metdoorvoergat in dakbeschot! STAP 3B: Bij montage van een tweede DIP: STAP 4: Plak foam fingers 10 op de bovenrand van elke (LS, LL en LR) DIP en tussen de buitenste nokken van deDIP, zoals hieronder weergegeven:DRS5004/07

28 STAP 7: Controleer de loop van de Wakaflex slabbe(n). STAP 6: Plaats de dakpannen terug.Om de rechter rij netjes en stabiel terug te leggen, adviseert Ferroli Nederland de linkernok van deze rijdakpannen te verwijderen.Indien de rechter rij dakpannen dan nog niet stabiel ligt, is het raadzaam om deze rij te voorzien van eenboorgat ter hoogte van de panlat waar deze aanhangt.Borg de rij pannen op de panlat. STAP 5: Bevestig de zonnecollector aan de beugels op de dakintegratieplaat met bout 11 en sluitring 12 .Leidt de collectorleidingdoor het doorvoergat,zodat deze niet knikt.Moment:max. 7 NmDRS5004/07

31 STAP 3A: Monteer de dakintegratieplaat (DIP) in het midden van de Wakaflex slabbe(n).Elk leidinggat in de DIP moet in lijn liggen met het doorvoergat in het dakbeschot! Boven doorvoergat !1. De nokken aan de onderzijde van de DIP moeten rusten op de houtlat van de Wakaflex slabbe (zie detail B).2. Schroef m.b.v. (13) de DIP(en) vast op de kruisende panlatten (of andere voldoende stevige fixatiepunten).3. Monteer afdekstrip 10 strak tegen de kopse kant van DIP.4. Verwijder aan de achterzijde van het Wakaflex de twee banen schutfolie!5. Breng het Wakaflex goed op de pannen aan, zodat geen wind of water kan intreden.Bij montage van 2 of meer collectoren moeten de dakintergratieplaten overlappend worden gemonteerd.Plaats de 2e nok van de SR-DIP over de nok van de SL of SM-DIP.Monteer koppelstrippen 11 m.b.v.

32 STAP 8: Controleer de loop van de Wakaflex slabbe(n). STAP 7: Plaats de dakpannen terug.Om de rechter rij netjes en stabiel terug te leggen, adviseert Ferroli Nederland de linkernok van deze rijdakpannen te verwijderen.Indien de rechter rij dakpannen dan nog niet stabiel ligt, is het raadzaam om deze rij te voorzien van eenboorgat ter hoogte van de panlat waar deze aanhangt.Borg de rij pannen op de panlat.Linksboven op de zonnecollector isin de fabriek 1 bout voorgemonteerd STAP 5: Inhaken collector. A Haak de zonnecollector 1 links in de DIP. B Kantel de collector op zijn paats en leidt gelijktijdig de collectorleidingen en sensorkabel door de gaten C .Vergeet niet om ook devoorgemonteerde boutvast te draaien! STAP 6: Bevestig de zonnecollector op de DIP met bout 13 en sluitring 14 .Leidt de collectorleidingdoor het doorvoergat,zodat deze niet knikt.Moment:max.

35BIJLAGE IV: Controle instructie zonneboilervloeistofNormaal7,5 TOT 8,5< = -10°C=> 1,3627=> 1,023Minimaal7- -1,36271,023Maximaal- --10°C- -- -Actie1) Tap de vloeistof af.2) Spoel systeem grondig metschoon leiding water.3) Vul systeem opnieuw metzonneboiler vloeistofPHvriespuntbrekingsindexsoortelijke massaControlevorstbeschermingMethodeControleVloeistof controlePH controle Interval Iedere 2 jaar dient een monster genomen te worden ter bepaling van de kwaliteitvan de zonneboiler vloeistof. Controle kan bestaat uit een 2 jaarlijkse of een 4jaarlijkse controle. 2 jaarlijkse controle Controleer de PH van de vloeistof4 jaarlijkse controle Controleer de PH en de vorstbescherming van de vloeistofPH-Indicator papier:Meting wordt gedaan door een druppeltje vloeistof op een daarvoor bestemdPH-indicator papier te doen. Het indicator papier zal verkleuren en een PHindicatie geven.

Het gebruikte indicator papier dient gevoellig te zijn tussenPH 5 en 8 in stappen van maximaal 0,3.PH-meter:Met een PH-meter wordt de meetsonder ondergedompeld in de zonneboilervloeistof. Op het instrument is direct de PH waarde uit te lezen. De meter moeteen minimale gevoeligheid hebben van 0,3Refractor-meter:Met een refractometer wordt de brekingsindex van een vloeistof gemeten.Hiervoor volstaan enkele druppels vloeistof.

Uitlezing van de meter is inbrekingsindex, of direct de vriespuntsdaling (schaal voor Propaan-diol ofPropyleen Glycol) afhankelijk van de gebruikte meter uitvoeringSoortelijke massa:Met een SG-weger wordt de soortelijke massa van de vloeistof gemeten.Datum:Leverancier, artikelnummer:Verschijningsvorm:Merknaam:Samenstelling:20 juni 2007Ferroli Nederland, Postbus 3364, 4800 DJ Breda:Artikelnr 1480195Heldere, bijna geurloze vloeistofTyfocor L1.2 Propaan-diol met niet toxische toevoegingen tbv stabilisatie encorrosie bescherming. CAS #57-55-6ZonneboilervloeistofTyfocor L (25% in water) DRS5008/0310/09 Wijzigingen voorbehouden

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ferroli AquaSol 4 LB 90 IT stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden