Falk Lux 22 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Falk Lux 22 (60 pagina’s), behorend tot de categorie GPS apparaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 60 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Falk Lux 22 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Falk |
| Categorie: | GPS apparaat |
| Model: | Lux 22 |
Handleiding Falk Lux 22 – volledige tekst
Impressum United Navigation GmbH Marco-Polo-Str. 1 D-73760 Ostfildern, Duitsland United Navigation GmbH behoudt zich het recht voor om de gegevens en informatie in dit handboek ook zonder voorafgaande aankondiging te wijzigen. Zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke toestemming van United Navigation GmbH mag deze documentatie niet geheel of gedeeltelijk voor welk doeleinde dan ook worden verveelvoudigd of overgedragen, ongeacht op welke manier of met welke middelen dat gebeurt. Alle in dit handboek genoemde kenmerken zijn uitsluitend bestemd voor de betreffende eigenaars en mogen daarom niet voor reclamedoeleinden of andere doeleinden worden gebruikt. Ondanks alle inspanningen kunnen fouten nooit helemaal worden uitgesloten, daarom kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid van de inhoud van dit handboek. Tips over fouten nemen we altijd dankbaar aan.
3. 15. 4 Gedetailleerde weergave van een track. 38 3. 16 Reisgids. 39 3. 16. 1 Een zoekcentrum bepalen. 40 3. 16. 2 Reisgids themacategorie. 40 3. 16. 3 Sorteren van aanvullende informatie. 41 3. 16. 4 Gedetailleerde weergave van een speciale bestemming. 41 3. 17 Bus & trein verbindingsplanner. 43 3. 18 GPX-manager. 43 3. 19 Kaartfout. 44 3. 19. 1 Kaartfouten in het menu aanmaken. 44 3. 19. 2 Kaartfout tijdens de tocht aanmaken. 44 3. 19. 3 Fout in een speciale bestemming aanmaken. 44 3. 19. 4 Fouten in kaarten en speciale bestemmingen bewerken. 45 3. 20 Hulp. 45 4 Tips en trucs. 46 5 Falk Navi-Manager. 47 5. 1 Importeren van GPX-bestanden. 47 5. 2 Inhoud importeren. 49 5. 2. 1 POI's importeren. 49 5. 2. 2 Geocaches importeren. 52 6 Problemen oplossen. 53 7 Service & Support. 54 8 Woordenlijst. 55.
1 Veiligheidsinstructies en onderhoud Veiligheidsinstructies Het toestel mag uitsluitend bij temperaturen van -20°C - 60°C worden bewaard resp. bij temperaturen van -10°C – 60°C worden gebruikt. Stel het toestel niet bloot aan extreme temperaturen. Het toestel mag uitsluitend worden opgeslagen of gebruikt bij een luchtvochtigheid van 0% tot 90%. Stel je toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurschommelingen. Hierbij zou condenswater kunnen ontstaan in het toestel, waardoor het beschadigd zou kunnen raken. Wacht bij de vorming van condenswater tot het toestel volkomen is opgedroogd. Het toestel is waterdicht overeenkomstig de IPX7-standaard. Dat betekent dat het toestel ook tegen kortstondig onderdompelen kan.
Let op: om te garanderen dat het toestel beschermd is tegen het binnendringen van vocht, controleer je of de rubber afdekking voor de USB-aansluiting aan de onderzijde van het toestel volledig is gesloten. Je mag je product niet in of naast hittebronnen of op plekken met hoge temperaturen houden, blootstellen aan direct zonlicht, in een magnetron of drukvat plaatsen, erin bewaren of achterlaten en ook niet blootstellen aan temperaturen van boven de 60ºC (140ºF). Gebruik uitsluitend originele onderdelen van Falk of door Falk goedgekeurd adapters. Het gebruik van anderen onderdelen kan leiden tot een gestoorde werking en/of zware beschadigingen. Let op: − Dit navigatiesysteem voor outdoor-gebruik is uitsluitend een hulpmiddel voor de oriëntatie en navigatie en kan een verstandige inschatting van de situatie nooit vervangen. Let altijd op hoe het terrein en de gebruikte wegen eruitzien.
Volg geen routes of routesuggesties die een gevaarlijke rijstijl of een rijstijl die in strijd is met de wet verlangen of waardoor je in een gevaarlijke situatie terecht kunt komen. − De regels voor het wegverkeer moeten, bijvoorbeeld tijdens het fietsen, te allen tijde in acht worden genomen en hebben altijd voorrang boven de routes van het navigatiesysteem.
− Bedien het navigatiesysteem nooit tijdens het rijden en laat je bij het rijden niet afleiden door het toestel. − Merk op dat United Navigation niet aansprakelijk kan worden gesteld voor schade doordat het toestel of de houder losraakt van de fiets. − De gebruikte kaartgegevens kunnen onnauwkeurige of onvolledige gegevens bevatten. Controleer daarom of de berekende route zinvol is en kies eventueel een eigen alternatieve route. − Het navigatiesysteem is NIET geschikt voor gebruik als autonavigatiesysteem.
Afvalverwerking AFVALVERWERKING VAN GEBRUIKTE ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE APPARATEN (VAN TOEPASSING IN DE LANDEN VAN DE EUROPESE UNIE EN ANDERE EUROPESE LANDEN MET EEN AFZONDERLIJK INZAMELSYSTEEM VOOR DEZE APPARATUUR) Het symbool op het product of zijn verpakking geeft aan dat dit product niet bij het normale huishoudelijk afval mag worden afgevoerd, maar moet worden ingeleverd bij een inzamelpunt voor het recyclen van elektrische en elektronische apparatuur. Door je bijdrage aan de juiste afvalverwerking van dit product bescherm je het milieu en de gezondheid van je medemens. Bij onjuiste afvalverwerking komen het milieu en de gezondheid in gevaar. Door materiaal te recyclen zijn er minder grondstoffen nodig. Voor meer informatie over het Gebruikershandboek 1.
recyclen van dit product kun je terecht bij je gemeente, je afvalverwerkingsbedrijf of de winkel waar je het product hebt aangeschaft. − WEEE-nr. DE 19715620 Vliegtuigen en ziekenhuizen In de meeste vliegtuigen, in veel ziekenhuizen en op veel andere plekken is het gebruik van elektronische apparatuur verboden. Het toestel mag in een dergelijke omgeving niet worden gebruikt. Schakel je toestel altijd uit als hierom wordt gevraagd. CE-certificaat en RoHs Het toestel voldoet aan de R&TTE-Richtlijnen 1999/5/EG en de Richtlijn 2002/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (ROHS).
De certificaten kunnen met de volgende link worden opgevraagd: http://www.falk-outdoor.com/nl/service/certificaten.html 2 Inleiding Functies die niet van toepassing zijn voor bepaalde productvarianten, omdat deze voor die producten niet tot de standaardlevering behoren, zijn met optioneel gemarkeerd. De hoofdstukken volgen de menustructuur van de toepassing. Zo weet je snel waar je moet zoeken om meer over een bepaalde functie te weten te komen. Als je toch eens iets niet kunt vinden, kun je in de Woordenlijst op begrippen zoeken. De Tips en trucs helpen je om je toestel efficiënt en snel te gebruiken. Als je problemen met de bediening hebt of iets niet lijkt te werken, kun je misschien een oplossing vinden bij Problemen oplossen. Mocht je dan nog steeds geen oplossing hebben, kun je contact opnemen met onze afdeling Service & Support (zie hoofdstuk 7).
3 Outdoor-modus 3.1 Navigatieweergave GPS-signaal: Toont de status van het GPS-signaal. GPS-signaal is niet toereikend om de positie te bepalen. Er worden minder dan 3 satellieten ontvangen. GPS-signaal is toereikend om de positie te bepalen. Er worden 3 satellieten ontvangen. GPS-signaal heeft een goede kwaliteit en kan ook worden gebruikt voor de bepaling van de hoogtepositie. Er worden minstens 4 satellieten ontvangen. GPS-status De basis van iedere navigatie is voldoende afdekking door satellieten, om voortdurend je verblijfplaats te kunnen bepalen m.b.v. een GPS (Global Positioning System)-signaal. Hoe je de GPS-status van je toestel controleert, kun je vinden in hoofdstuk 3.10.3.2. Opmerking: Het kan bij het inschakelen van het toestel enkele minuten duren voordat de GPS-positie wordt vastgesteld. Als het toestel al vaker is ingeschakeld, wordt je positie sneller herkend.
Accu: Het batterijsymbool toont je de status van de geplaatste accu. - Resterende batterijcapaciteit - Toestel is aangesloten op een voedingsbron Informatieveld: Geeft informatie over de berekende route. Tip in het veld om te wijzigen welke informatie wordt weergegeven. Je kunt bijv. ook de actuele hoogte, de tijd of de helling laten weergeven. Kaart: Geeft het kaartfragment met je huidige positie aan. Je kunt de kaart ook handmatig met je vinger verschuiven. Met de rode pijl kun je vervolgens weer naar je huidige positie schakelen. Zoom-button: Tip op zoom-button en vervolgens op het plus- of min-symbool om de schaal van de kaart aan te passen. Eerstvolgende manoeuvre: In het manoeuvreveld wordt door middel van een pijl de volgende afslagrichting weergegeven. Bovendien worden eerdere afslagen en wordt de afstand tot het volgende manoeuvre getoond.
Indien je je op een rotonde bevindt, worden naast de afslagpijl ook de afslagen getoond. Relevante dwarsstraten en kruisingen die zich vóór je volgende afslag bevinden, worden eveneens weergegeven. Als er meerdere dwarsstraten voor je manoeuvre komen, geven de cijfers opzij aan hoeveel dwarsstraten je nog moet passeren. Opmerking: Door op het manoeuvreveld te tippen, zal het systeem je de volgende afslaginstructie nogmaals aankondigen. Indien je kort na elkaar meerdere manoeuvres dient uit te voeren, wordt het daaropvolgende manoeuvre in de vorm van een richtingspijl boven het manoeuvreveld weergegeven. Zo is een tijdige oriëntering mogelijk. Huidige straat / coördinaten: Hier wordt de straat weergegeven waarop je je momenteel bevindt. Off-road worden de coördinaten van je huidige positie weergegeven. Hoofdmenu: Via de hoofdmenu-button kom je in het menu.
Hoogteprofiel: Het hoogteverschil dat moet worden overwonnen, is voor elke route belangrijk. Zo weet je hoeveel beklimmingen of afdalingen in welk deel van het traject je kunt verwachten. Het hoogteprofiel geeft dit grafisch weer. Je kunt het hoogteprofiel via Actieve route bekijken of in veel andere contexten via de knop. De x-as staat voor het traject in km (of in mijlen). De y-as is de geografische hoogte in m (of in voet). De ingetekende lijn geeft het verloop van de route aan. Met de plus- en min-toetsen kan de schaal worden gewijzigd. Tip: Zoom in om meer details in het hoogteprofiel te kunnen zien. Als je twee keer op een punt in de grafiek tipt, wordt hierop ingezoomd. Als je op een punt in de grafiek tipt, wordt het gemarkeerd en wordt de afstand tot het startpunt weergegeven.
Door op een van de informatievelden te klikken kunnen verschillende waarden worden gekozen die daar moeten worden weergegeven. Huidige positie: Je huidige positie wordt met een rode pijl in de kaart aangegeven. Snelmenu: Biedt snellere toegang tot bepaalde functies. Als je het snelmenu opent, worden de ingestelde functies in de balk onder aangegeven. Je kunt zelf bepalen welke functies daar worden weergegeven (zie hoofdstuk 3. 10. 3. 10). Klik in de kaart: Wanneer je op de zoom-button tipt en vervolgens een plaats in de kaart aanklikt, wordt deze plaats met een speld gemarkeerd en wordt het adres of de positie getoond. Als je dan op Acties tipt, kun je bijv. naar de gemarkeerde plaats navigeren of het punt als routepunt opslaan.
Als je op de zoom-button tipt en vervolgens op een symbool voor speciale bestemmingen in de kaart klikt, kun je je op een comfortabele manier op de weergegeven speciale bestemming (POI) informeren, de positie bewaren, in de omgeving zoeken of de speciale bestemming voor het berekenen van de route. Tip op Sluiten in het informatievenster of op de rode pijl onder bij de beeldschermrand, om terug te keren in de kaartweergave.
Overige informatie: Als je per ongeluk vergeet af te slaan of een verkeerde straat inrijdt, wordt automatisch een nieuwe route berekend. D. m. v. gesproken instructies, de indicatie van je positie en het te rijden traject, word je naar de gewenste bestemming geloodst. Je bevindt je automatisch in de modus 'Vrij rijden', tenzij je naar een bestemming rijdt of je in de simulatiemodus bevindt. Ook als je niet naar een bepaalde bestemming rijdt en gewoon de omgeving wilt verkennen, kun je toch via het navigatiescherm je actuele positie laten aangeven. Een navigatie resp. simulatie sluit je af met de knop Wis route. Gebruikershandboek 5.
3. 2 Hoofdmenu Het hoofdmenu kun je naar wens zelf samenstellen door onder Instellingen > Systeem / Algemeen > Hoofdmenufuncties de gewenste functies uit de lijst te activeren (zie hoofdstuk 3. 10. 3. 12). Via het hoofdmenu kun je beschikken over de verschillende functies van je toestel, die in de volgende hoofdstukken na elkaar worden verklaard. Om van de kaartweergave weer in het hoofdmenu te komen, tip je op. Om dan weer in de kaartweergave terug te keren, tip je op Kaart. 3. 3 Extra’s Functies die je in de instellingen voor het hoofdmenu hebt gedeactiveerd, worden in het menupunt Extra's opgevoerd. Deze functies worden ook in de volgende hoofdstukken toegelicht. 3. 4 Bestemmingsinvoer In de bestemmingsinvoer kun je een willekeurige bestemming invoeren om erheen te worden begeleid. Je kunt daarvoor beschikken over verschillende mogelijkheden die nu na elkaar worden verklaard. 3. 4.
1 Adres Hier kun je een bestemming invoeren door middel van een adres. Je kunt een volledig adres met straatnaam en huisnummer invoeren. Voor het invoeren van een adres voer je de volgende stappen uit: Tip eerst in het hoofdmenu op Bestemmingsinvoer en dan op Adres. Nu kun je als eerste de plaatsnaam invoeren of een postcode door op te tippen (niet met Basiskaart Plus (OSM). Tip op Verder, om de straatnaam en het huisnummer in te voeren. Je kunt ook op de plaatsnaam of de straatnaam in het tekstveld tippen om de invoer te bevestigen. Kies land Als je boven op de vlag van het land tipt, kun je het bestemmingsland kiezen. Tip op Ok. Opmerking: Je kunt alleen een bestemming invoeren als er een landkaart op je navigatietoestel geïnstalleerd is, die overeenkomt met het bestemmingsland.
Let op: Afhankelijk van het type product zijn niet alle meegeleverde, gedetailleerde kaarten vooraf op het navigatietoestel geïnstalleerd. Aanvullende landkaarten kun je met het pc-programma Falk Navi-manager op je navigatietoestel zetten.
Actuele landkaarten zijn op internet verkrijgbaar in de Falk online shop. Opmerking: Voor de berekening van een route in meerdere landen heb je in ieder geval de landkaart nodig van het land van bestemming en ook van de landen door welke je moet rijden. Als je niet over alle daartussen liggende landkaarten beschikt, moet het hoofdwegennet van Europa geïnstalleerd zijn om het land van je bestemming te kunnen Gebruikershandboek 6.
bereiken. Opmerking: Als je je zoekopdracht niet wilt begrenzen door een straat en/of huisnummer in te voeren en alleen naar het centrum van de plaats wilt navigeren, tip je nadat je de plaats hebt gekozen met Verder gewoon op Plaatsmidden. Als je alleen naar een straat, zonder huisnummer wilt navigeren, tip je nadat je de straatnaam hebt ingevoerd op Straatmidden. Met de button kun je de bestemming van tevoren in de kaart bekijken. Als je boven op de vlag van het land tipt, kun je het bestemmingsland kiezen (mits je extra landenkaarten hebt geïnstalleerd). Om trema's of speciale tekens in te voeren, druk je langer op de betreffende basisletter. Nadat je een letter hebt ingevoerd, verdwijnen alle letters die niet meer mogelijk zijn. Als je op tipt, verschijnt een lijst met alle mogelijke plaatsnamen voor je invoer. 3. 4.
2 Thuis Met de functie Thuis kom je altijd ongecompliceerd weer thuis. Als je je toestel voor de eerste keer opstart, word je gevraagd om je eigen adres in te voeren. Als je je eigen adres hebt ingevoerd, wordt het opgeslagen en kun je altijd direct naar huis navigeren door op Thuis te tippen. Dan wordt meteen automatisch de route vanuit je huidige positie naar huis berekend. Je kunt het opgeslagen adres te allen tijde weer wijzigen in het instellingsmenu. 3. 4. 3 Reisgids Met de reisgids kun je gericht op speciale bestemmingen zoeken. Je navigatiesysteem maakt hierbij gebruik van redactioneel gecontroleerde artikelen uit de Marco Polo-reisgids. Eerst moet je het zoekcentrum vaststellen. De speciale bestemmingen rond het zoekcentrum worden dan gesorteerd. 3. 4.
Je kunt afzonderlijke categorieën selecteren door ze aan te tippen of alle categorieën in één keer door op Alle (rechtsboven) te tippen. Tip op Verder (of op Zoek als je wilt zoeken op de naam van een categorie). De volgende stap is dat je een zogeheten zoekcentrum aangeeft voor je zoekopdracht. De speciale bestemmingen worden gesorteerd op de afstand tot dit punt. Het zoekcentrum kan een routepunt, de huidige plek, de huidige bestemming, langs de route, een stad, een adres, een positie in de kaart of coördinaten zijn. De resultaten worden vervolgens in een lijst weergegeven. Gebruikershandboek 7.
Je hebt dan de volgende mogelijkheden: Sorteren - hier kun je de speciale bestemmingen op verschillende criteria sorteren. Kaart - geeft de geselecteerde speciale bestemming in de kaart aan. Berekenen - start de routeberekening voor de geselecteerde speciale bestemming. Dubbelklikken - opent de gedetailleerde weergave van een speciale bestemming Met kun je via tekstinvoer zoeken naar een speciale bestemming 3.4.4.1 Gedetailleerde weergave van een speciale bestemming In de gedetailleerde weergave vind je alle beschikbare informatie over een speciale bestemming. Boven kun je tussen de weergaven Info, Kaart, Beeld (optioneel) en Opties schakelen door op de betreffende tabbladen te tippen Bij Info worden het adres, de afstand en de beschrijving weergegeven. Kaart toont de speciale bestemming in de kaartweergave.
Met Beeld kun je mits aanwezig, een foto bij de geselecteerde speciale bestemming bekijken. In het tabblad Opties heb je bovendien de volgende mogelijkheden: POI rondom POI zoeken - zoekt naar andere speciale bestemmingen in de buurt van de huidige speciale bestemming (als je bijvoorbeeld een restaurant in de buurt van je overnachtingsplek zoekt). Beoordeling invoeren - mogelijkheid om de speciale bestemming te beoordelen. Deze beoordeling verschijnt vervolgens in de gedetailleerde weergave bovenaan. POI als routepunt opslaan - voegt de speciale bestemming toe aan de eigen routepunten. Fout melden - hier kun je een fout over een speciale bestemming melden. Met behulp van de beide pijlen onderaan kun je naar de volgende of de vorige speciale bestemming uit de lijst bladeren. Met Berekenen wordt de routeberekening voor deze speciale bestemming gestart.
3.4.6 Positie op de kaart Hier kun je een punt op de kaart markeren om erheen te navigeren. Daarbij kun je de kaart ook met je vinger verschuiven. Als er een punt is gemarkeerd die in een plaats of aan een straat ligt, wordt het overeenkomstige adres weergegeven. Anders worden de geocoördinaten weergegeven. Tip: Zoom met de "min"-button uit om de kaart sneller naar de juiste plek te verschuiven. 3.4.7 Routepunten Een routepunt is een opgeslagen positie of adres. Je kunt zelf routepunten aanmaken (zie hoofdstuk 3.14.2) om later nog eens naar de plek te navigeren. Hier kun je nu een bestemming kiezen uit de routepunten die zich op je toestel bevinden. Dat kunnen zelf aangemaakte of geïmporteerde routepunten zijn. Dan moet er eerst een zoekcentrum worden vastgesteld. De routepunten worden gesorteerd op de afstand tot dit punt.
Het zoekcentrum kan de huidige positie, de huidige bestemming, langs de route, een stad, een adres, een plaats in de kaart of coördinaten zijn. Als alternatief voor een zoekcentrum kun je op Alle routepunten tonen tippen, dan worden alle routepunten gesorteerd weergegeven. De resultaten worden je vervolgens in een lijst getoond. Je hebt nu de volgende mogelijkheden: Sorteren - de routepunten kunnen alfabetisch of op afstand worden gesorteerd. Kaart - geeft het actueel gekozen routepunt in de kaart aan. Met Berekenen wordt de routeberekening voor het geselecteerde routepunt gestart. Dubbelklik - opent de gedetailleerde weergave van een routepunt. De overige functies rondom routepunten worden in hoofdstuk 3.14 uitgelegd. Gebruikershandboek 9
3.4.8 Coördinaten Je kunt je bestemming ook door middel van coördinaten invoeren. Deze functie is vooral handig als je in het vrije veld naar een bepaald punt wilt gaan, waarbij geen er geen adres kan worden ingevoerd. Opmerking: Bij het invoeren van de coördinaten is de juiste notatie van belang: coördinaten kunnen namelijk op verschillende manieren worden genoteerd. Vooraf ingesteld is het formaat graden/decimaal minuten (dd°mm,mmmm´). Om een ander formaat in te stellen tip je rechts op Formaat. Er verschijnt dan een lijst met mogelijke formaten. Je kunt het formaat te allen tijde wijzigen in de instellingen (zie hoofdstuk 3.10.3.7). Bij het formaat graden/decimaal wordt de breedtegraad eerst ingevoerd. Tip rechts op N voor Noord (Noord betekent noordelijk van de evenaar). Vervolgens voer je de coördinaten in. Als je op Verder tipt, kun je de lengtegraad invoeren.
Tip rechts op O voor Oost (Oost betekent oostelijk van de nulmeridiaan). Als je op Positie klikt, worden de coördinaten van de huidige positie weergegeven. Opmerking: Omdat Centraal-Europa ten noorden van de evenaar en ten oosten van de nulmeridiaan ligt, zul je bij het invoeren van coördinaten in dit formaat altijd de combinatie Noord/Oost gebruiken. Als je na het invoeren van de lengtegraad Verder tipt, wordt (indien mogelijk) aangegeven, welk adres zich in de buurt van de coördinaten bevindt. Tip op Kaart, om de plek op de kaart te bekijken of op Berekenen om de routebeschrijving ernaartoe te starten. 3.4.9 Menu sorteren Hier kun je de volgorde van de functies binnen de bestemmingsinvoer naar wens wijzigen. Kies een functie en verschuif deze met de hoekige pijl naar de gewenste plek. Geen zorgen, er gaat geen functie verloren.
3.5 Berekende route Nadat je een bestemming hebt ingevoerd, worden de routeopties opgevraagd. Als er dan een route werd berekend, kun je informatie over de route opvragen of alternatieve routes laten berekenen. - berekent twee alternatieve. - toont het hoogteprofiel bij de berekende routes. Als je al alternatieve routes hebt berekend, kun je hier de hoogteprofielen bij alle routes bekijken en vergelijken. - hier kun je indien gewenst de routeopties opnieuw instellen of de route verslepen (zie hoofdstuk 3.5.6). - toont de trajectinformatie met routebeschrijving bij de route in een lijst. Opmerking: De alternatieven worden eveneens met inachtneming van de vooraf ingevoerde routeopties berekend. Via Navigatie start je de routegeleiding. 3.5.1 Alternatieve routes Als je na een routeberekening alternatieve routes hebt berekend, worden deze in verschillende kleuren in de kaarten weergegeven.
Je kunt dan onder via de velden die ook gekleurd zijn weergegeven een alternatieve route kiezen. Je kunt dan ook de vermelde informatie bij de gekozen alternatieve route bekijken. 3.5.2 Hoogteprofiel Met de button kun je het hoogteprofiel in detail bekijken. De x-as staat voor het traject in km (of in mijlen). De y-as is de geografische hoogte in m (of in voet). Met de plus- en min-toetsen kan de schaal worden gewijzigd. Tip: Zoom in om meer details in het hoogteprofiel te kunnen zien. Als je twee keer op een punt in de grafiek tipt, wordt hierop ingezoomd. Gebruikershandboek 11
Als je op een punt in de grafiek tipt, wordt het gemarkeerd en wordt de afstand tot het startpunt weergegeven. Door op een van de informatievelden te klikken kunnen verschillende waarden worden gekozen die daar moeten worden weergegeven. Als je al alternatieve routes hebt berekend, kun je hier de hoogteprofielen bij alle routes bekijken en vergelijken. De hoogteprofielen worden telkens in dezelfde kleur als de route gemarkeerd. Met behulp van de pijlen kun je tussen de hoogteprofielen schakelen. 3.5.3 Routeopties en Route verslepen Om de ingestelde routeopties voor de berekende route te wijzigen, tip je op routeopties. Als je de routeopties wijzigt, wordt de route opnieuw berekend. Meer over de Routeopties vind je in hoofdstuk 3.10.1.1. Meer over de functie Route verslepen vind je in hoofdstuk 3.5.6. 3.5.4 Trajectinformatie De trajectinformatie kun je oproepen door op te tippen.
Hier kun je de trajectinformatie oproepen en een routebeschrijving in de vorm van een lijst laten weergeven. De volgende informatie wordt in de vorm van een Wegbeschrijving weergegeven: - De naam van de betreffende straat. - De afstand die op de betreffende straat wordt afgelegd. - Bij rijkswegen of snelwegen de afkorting (bijv. B311). - De bestemming verschijnt onderaan in een balkje. Met behulp van de knop Weergeven kun je het gekozen punt in de kaart bekijken en door de route bladeren. 3.5.5 Bus & Trein (optioneel) Met de functie Bus & trein kun je het openbaar vervoer betrekken in de routeberekening. Hierbij worden de haltes gekozen die het dichtstbij het start- en eindpunt van de route liggen. De routegeleiding loopt naar de instaphalte en van de uitstaphalte tot de uiteindelijke bestemming. In de routeberekening wordt rekening gehouden met de reistijden van het openbaar vervoer.
Tip na de routeberekening op Bus & trein. Er verschijnt een lijst met de start, het in- en uitstappen van het openbare vervoersmiddel en de bestemming. Gebruikershandboek 12
Alsje op Bewerken tipt, kun je de verbinding op de volgende manieren aanpassen: Verkeersmiddel vanaf startpunt wijzigen - hier kun je kiezen hoe je naar de instaphalte wilt navigeren (fiets, te voet). Verkeersmiddel vanaf uitstap wijzigen - hier kun je kiezen hoe je vanaf de uitstaphalte naar de bestemming wilt navigeren (fiets, te voet). Instaphalte veranderen - hier kun je een alternatieve halte uit een lijst kiezen. Uitstaphalte veranderen - hier kun je een alternatieve eindhalte uit een lijst kiezen. Tip op Berekenen om je selectie te bevestigen en de routeberekening te starten. Tip nogmaals op Navigatie om de routegeleiding naar de instaphalte te starten. Als je bij de instaphalte bent aangekomen, worden de Bus & trein-verbindingen automatisch in het navigatiescherm weergegeven. Opmerking: De automatische omschakeling is afhankelijk van het GPS-signaal.
Omdat in gebouwen en in metrohaltes vaak geen GPS-signaal kan worden ontvangen, schakelt het toestel mogelijk niet automatisch om. In dit geval kun je handmatig omschakelen. Kies onder Actieve route > Bus & Trein-Verbinding en tip op Instappen. In het navigatiescherm kun je tijdens de rit met het openbaar vervoer de weergegeven lijst met je vinger naar boven of beneden verschuiven. Als je op een element in de lijst tipt, wordt de halte in de kaart weergegeven. Met de knop Positie gaat de kaart terug naar de huidige positie. Door op de Bus & Trein-Verbinding te tippen, kun je de gehele verbinding bekijken. Op de uitstaphalte aangekomen, schakelt de navigatie automatisch over op de routegeleiding naar de uiteindelijke bestemming. 3. 5. 6 Route verslepen Na berekening van een route via de bestemmingsinvoer kun je de berekende route handmatig veranderen.
Tip na de berekening van de route op de button Route veranderen en vervolgens op de button Route verslepen. Als je nu op je route tipt, krijg je een markering die je naar een willekeurige plek in de kaart kunt slepen. Vervolgens wordt de nieuwe route weergegeven.
Verder wordt het oorspronkelijke punt weergegeven en verschijnen er twee buttons om verder te gaan op de versleepte route: Punt wissen – De vooraf aangebrachte markering wordt opgeheven. Een punt toevoegen – De zo-even aangebrachte markering wordt overgenomen en de nieuwe route wordt berekend. Aangebrachte punten worden met gemarkeerd. Opmerking: Als er een punt naast een weg wordt gezet, wordt het dichtstbijzijnde punt dat raakt aan een wegsegment gezocht. Vervolgens wordt dat punt gebruikt voor de berekening. Opmerking: Een aangebracht punt kan te allen tijde weer worden geselecteerd, verschoven of gewist. Gebruikershandboek 13.
3. 6 Tripcomputer De Tripcomputer voorziet je onderweg van veel details en cijfers. Als je op Tripcomputer tipt, worden er zes vooraf ingestelde gegevens weergegeven. Er kunnen echter nog veel meer andere waarden worden weergegeven. Tip dan op een van de weergegeven velden. Je kunt dan uit een lijst met alle beschikbare gegevens kiezen welke waarde je op dit veld wilt weergeven. In het rode veld onder wordt de bestemming weergegeven. Met Terug keer je terug in het hoofdmenu. Opmerking: De Tripcomputer kan alleen met de button Resetten worden gereset. Zo kunnen waarden van dagtochten of meerdaagse tochten worden verzameld. Ook door het toestel uit te schakelen, wordt de Tripcomputer niet gereset. Voor de duur van een trackopname wordt de Tripcomputer gereset, zodat alleen de waarden van de track worden weergegeven.
Als de track wordt beëindigd, worden de waarden van de track opgeteld bij de vooraf weergegeven tripcomputerwaarden. 3. 7 Tochtplanner Tochten zijn routes die bestaan uit meerdere bestemmingen achterelkaar. Je kunt zelf tochten op je toestel samenstellen. Daarbij kun je alle soorten bestemmingen gebruiken. 3. 7. 1 Nieuwe tocht aanmaken Via Tocht plannen kun je zelf een tocht samenstellen. Als startpunt is vooraf de huidige locatie ingesteld. Om dat te wijzigen, klik je gewoon op de knop Start. Je kunt dan op meerdere manieren een startpunt invoeren (bijv. adres, laatste bestemming enz. ) Zo kun je ook de bestemming invoeren. Als je op Berekenen tipt, wordt de route berekend en in de kaart weergegeven. Naast de functies voor de berekende route uit de normale bestemmingsinvoer kun je hier de berekende route ook laten simuleren (niet bij meerdere stations).
Daarbij wordt de route virtueel nagelopen. Je kunt op de kaart zien hoe de route loopt en waar je moet afslaan. Tip na de berekening op Demo. Voor routes met meerdere stations kun je bestemmingen aan de tocht toevoegen door op de knop Verdere bestemmingen toevoegen und dann + Station toevoegen tipt.
bestemmingen worden ingevoerd zoals bij de bestemmingsinvoer. Als je alle bestemmingen hebt ingevoerd, tip je Ok. Vervolgens word je verzocht om de route onder een vrij te kiezen naam op te slaan. Als de naam wordt bevestigd, wordt de tocht aangemaakt. Door op Starten begint de routegeleiding. Je kunt kiezen of de routeberekening vanaf de actuele positie of het eerste station moet starten. 3. 7. 2 Rondtrip plannen (optioneel) Tip in de tochtenplanner op Rondtrip plannen. Hier kun je een rondtrip starten vanaf een specifiek startadres. Als startpunt is ook hier standaard de huidige positie ingesteld. Met Start/Bestemming kun je een ander startpunt invoeren. Nadat je het startpunt hebt ingevoerd, kun je de gewenste afstand of de gewenste duur van de rondtrip aangeven.
De Falk Navigator berekent dan een rondtrip die overeenkomt met de ingestelde routeopties en waarbij je aan het einde weer terugkeert naar je startpunt. Opmerking: Om bijvoorbeeld een variant van de rondtrip met minder af te leggen hoogtemeters te verkrijgen, kun je de invoer minimaal variëren (bijv. met 1 km). 3. 7. 3 Opgeslagen tocht kiezen Als je al tochten hebt aangemaakt, kun je deze oproepen via Opgeslagen tocht kiezen. Geef eerst aan of de tochten om de huidige positie of een adres gesorteerd moeten worden weergegeven. Je kunt natuurlijk ook alle tochten laten weergeven. In dat geval worden de tochten in een alfabetische lijst weergegeven. Kies de gewenste tocht uit de lijst en tip vervolgens op Toer bekijken. Er verschijnt een gedetailleerde weergave van de tocht. Via Bewerken kun je de instellingen van de tocht wijzigen. Als je op Starten tipt, wordt de routegeleiding gestart.
Je kunt kiezen of de routeberekening vanaf de actuele positie of het eerste station moet starten. 3. 7. 4 Gedetailleerde weergave van een tocht Alle informatie over een tocht kun je vinden in de gedetailleerde weergave. Kies eerst een tocht en tip vervolgens op Toer bekijken.
Via de tabbladen boven kun je tussen drie weergaven schakelen: Info: Geeft het startpunt en de bestemming aan, de trajectlengte en het aantal stations. Kaart: Geeft de tocht in de kaart weer. Stations: Geeft een lijst met de afzonderlijke stations weer. In de lijst met stations kun je bovendien bepaalde bestemmingen van de tocht ongedaan maken als je deze tijdens de tocht niet aan wilt doen. Tip dan aan het einde van de regel van het station op. Gebruikershandboek 15.
betekent dat het station wordt genegeerd. betekent dat het station wordt aangedaan. betekent dat het station al is aangedaan (bij actueel tochtverloop). Als je op Starten tipt, wordt de tocht gestart. Voor meer instellingen met betrekking tot de tocht tip je op Bewerken. 3.7.4.1 Tocht bewerken Om een tocht te bewerken, kies je eerst een tocht uit en tip je vervolgens op Toer bekijken. Tip nu op Bewerken. Je kunt dan beschikken over de volgende instellingsmogelijkheden: Stations bewerken – hier kunnen meer stations worden toegevoegd, de volgorde van de stations kan worden gewijzigd en de stations kunnen weer worden gewist. Rijrichting instellen – hier kun je de tocht omkeren. De stations worden dan in omgekeerde volgorde. aangedaan. Naam wijzigen – hier kun je de naam van de tocht. veranderen Toer wissen - hier kan de gewenste tocht worden gewist.
3.8 Kompas Na de berekening van een route naar een geocache of een top of tijdens een navigatie kun je via het menupunt Kompas informatie laten weergeven. Weergave statische route-informatie: − Pijl die naar de bestemming, de geochache of de top wijst − Afstand tot de bestemming, de geocache of de top − De richting van de bestemming, de geocache of de top − Naam of coördinaten van de bestemming, de geocache of de top Weergave van variabele route-informatie via de route-informatiebutton: − bijv. de geocoördinaten van de huidige positie − bijv. de geocoördinaten van de bestemming, de geocache of de top − bijv. de GPS-nauwkeurigheid Als de bestemming een geocache is, verschijnen bij het bereiken van de bestemming een melding en de knop Acties. Als de bestemming een Peakhunter-top is, verschijnen bij het bereiken van de bestemming een melding en de knop Loggen.
Opmerking: Als het kompas moet worden gekalibreerd, verschijnt de knop A.u.b. kalibreren. Volg dan de aanwijzingen op het scherm om het kompas te kalibreren. Gebruikershandboek 16
3. 9 Peakhunter (optioneel) Peakhunter is een soort virtueel toppenboek, waarin je kunt aangeven dat je een top hebt bereikt. Verder kun je naar de al geïnstalleerde toppen navigeren of nieuwe toppen aanmaken. Op je Falk navigatietoestel zijn al bergtoppen voorgeïnstalleerd en je kunt direct gebruik maken van de functie Peakhunter. Als je meer gegevens op je toestel wilt downloaden, kunt je het GPX-bestand met de web-plugin direct op het navigatietoestel zetten. Hiervoor log je in op de homepage van Peakhunter en navigeer je naar de site Falk Outdoor Navigation. Eerst kies je het gewenste land van de top die je wilt downloaden, vervolgens installeer je de Falk device plugin. Als de Falk device plugin is geïnstalleerd, kun je het navigatietoestel selecteren dat is aangesloten op de pc. Vervolgens tip je op de knop Gegevens overzetten om de gegevens op je toestel te zetten. 3. 9.
1 Toppen zoeken Als je naar een top wilt navigeren, tip je op Peakhunter en vervolgens op Toppen zoeken. Geef vervolgens het gewenste zoekcentrum op. Je kunt je huidige positie (Rondom standoord) gebruiken, een adres invoeren (Rondom het adres) of coördinaten (Rondom de coördinaten) opgeven. De toppen worden nu gesorteerd op afstand tot het zoekcentrum. Als je een routepunt uit de lijst hebt gekozen, kunt je door op kaart te tippen het routepunt in de kaart laten weergeven, door op Bereken te klikken er direct naartoe navigeren of door dubbelklikken de gedetailleerde weergave openen. 3. 9. 1. 1 Lijstweergave In de lijstweergave worden alle toppen in de omgeving van je centrum weergegeven, op volgorde van afstand. Gelogde toppen hebben een groene cirkel met een witte pijl, aangemaakte toppen worden gesymboliseerd door een potlood. Hier kun je ook zoeken op de namen van de toppen.
3. 9. 1. 2 Detailweergave van een top In de detailweergave vind je alle beschikbare informatie over een top. Door op het tabblad te tippen, kun je schakelen tussen de weergaven Info, Kaart en Opties. Met het tabblad Info kun je aan de hand van de groene cirkel met witte pijl zien dat je de top al hebt gelogd. Verder worden bijvoorbeeld de geocoördinaten van de top, de hoogte van de top, de afstand tot je zoekcentrum en de hemelsrichting van je zoekcentrum weergegeven. Het tabblad Kaart toont de top in de kaartweergave. In Opties heb je de volgende mogelijkheden: Toppen loggen - hier kan een vermelding in het virtuele toppenboek worden gemaakt of kunnen andere vermeldingen worden bekeken. Bovendien kan commentaar worden toegevoegd, gecorrigeerd of gewist. POI rondom top zoeken - zoekt naar een speciale bestemming rondom de gekozen top.
Top als routepunt opslaan - brengt de top onder in de eigen routepunten. Met behulp van de beide onderste pijlen kun je naar de volgende of de vorige top uit de lijst bladeren. Met Berekenen wordt de routeberekening naar deze top gestart. Met Terug ga je terug naar de lijst met toppen. 3. 9. 2 Toppen loggen Een top kan alleen worden gelogd als je je minimaal op een afstand van 50 m van de top bevindt. Als je je naar de top hebt laten navigeren, verschijnt bij het bereiken van de bestemming de knop Loggen in de navigatieweergave. Als je zonder routegeleiding bij de top bent aangekomen, kun je de top ook loggen onder Peakhunter > Toppen loggen. 3. 9. 2. 1 De positie van een top corrigeren Als je je op een afstand van 50 m tot 200 m van een top bevindt, kan de positie van deze top worden gecorrigeerd. 3. 9.
3 Nieuwe top aanmaken Als je een top hebt bedwongen die nog niet is vermeld in Peakhunter, kun je deze top hier zelf aanmaken. In stap 1 geef je de top een naam, tipt vervolgens op Verder en in stap 2 geef je de hoogte van de top op. Aansluitend wordt de nieuwe vermelding in het toppenboek weergegeven. Hier kun je ook commentaar geven.
3.9.4 Mijn toppenboek In je toppenboek vindt je een lijst van je aangemaakte en gelogde toppen (zie hoofdstuk 3.9.1.1). Gelogde toppen zijn voorzien van een groene cirkel met witte pijl, aangemaakte toppen worden aangegeven met een potlood. 3.9.5 Aangemaakte toppen wissen Alle door jou aangemaakte toppen kunnen hier worden gewist. 3.10 Instellingen De instellingen voor je toestel zijn onderverdeeld in vier categorieën. De Navigatie-instellingen hebben betrekking op de routegeleiding, de Kaartinstellingen hebben betrekking op alle functies van de kaart, de Profiel-/sensorinstellingen hebben betrekking op het instellen en alle instellingen van de profielen en sensoren en de Systeem/algemene instellingen hebben betrekking op het toestel of de toepassing als geheel. 3.10.1 Navigatie-instellingen Hier kun je verschillende instellingen doorvoeren, die betrekking hebben op de routegeleiding.
Je klikt in het menu op Instellingen > Navigatie-instellingen. De volgende opties kunnen worden gewijzigd: 3.10.1.1 Routeopties Met de Routeopties kun je je individuele route. De routeopties bestaan uit drie instellingen: het vervoersmiddel, de trajectoptimalisatie en verkeerswegen. Standaard worden deze instellingen na iedere routeberekening opgevraagd. Bij het vervoersmiddel kun je kiezen tussen fiets en voetganger . Trajectoptimalisering Bij de trajectoptimalisatie kun je het traject op verschillende manieren aanpassen: Vlak - de route loopt bij voorkeur over vlak terrein. Bergachtig - de route loopt bij voorkeur over bergachtig terrein. Kort - berekent de kortste route naar de bestemming, er wordt geen rekening gehouden met stijgingspercentages. Hemelsbreedte - trekt een rechte lijn van de huidige positie naar de bestemming (pijlnaviagatie).
Opmerking: De geselecteerde trajectoptimalisering heeft ook uitwerkingen op de lengte van het traject. Zo worden bijvoorbeeld bij Vlak trajectstukken met te hoge stijging vermeden, wat tot een langer traject kan leiden. Gebruikershandboek 19
Verkeerswegen Bij de verkeerswegen heb je de volgende mogelijkheden: Fietspaden - maakt gebruik van of vermijdt fietspaden (uitsluitend in fietsmodus). Wandelpaden - maakt gebruik van of vermijdt wandelpaden ( uitsluitend in de fietsmodus) / maakt gebruik van of vermijdt wandelpaden ( uitsluitend in voetgangermodus) . Sterke hellingen - gebruikt of vermijdt stijgingspercentages van meer dan 8% (alleen in fietsmodus). Wegverkeer - maakt gebruik van of vermijdt autowegen (uitsluitend in de fietsmodus). Afslagen - om afslagen op het berekende traject toe te staan of zoveel mogelijk te vermijden. Veerboten - maakt gebruik van of vermijdt routes met veerboten. Tunnel - maakt gebruik van of vermijdt routegeleiding door tunnels. Bergpaden - maakt gebruik van of vermijdt steile bergpaden (uitsluitend in voetgangermodus). Paden - maakt gebruik van of vermijdt routes over paden en landwegen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Falk Lux 22 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding GPS apparaat Falk
Handleiding GPS apparaat
Nieuwste handleidingen voor GPS apparaat