Fagor FACI205S Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Fagor FACI205S (136 pagina’s), behorend tot de categorie Overige keukenapparatuur. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 27 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Fagor FACI205S of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Fagor |
| Categorie: | Overige keukenapparatuur |
| Model: | FACI205S |
Handleiding Fagor FACI205S – volledige tekst
3VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 47ENERGIEBESPARING 52UITPAKKEN 53RECYCLAGE VAN GEBRUIKTE TO ESTELLEN 53BESCHRIJVING VAN HET TOESTEL 54KENMERKEN VAN HET TOESTEL 56INSTALLATIE 57MONTAGE VAN DE BEVEILIGING TEGEN HET OMVALLEN VAN HET FORNUIS 58BEDIENING 61ELEKTRONISCHE PROGRAMMATOR 62BEDIENING VAN DE KOOKVELDEN VAN DE KERAMISCHE PLAAT 65BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPS 77REINIGING EN ONDERHOUD 80HANDELSWIJZE BIJ PROBLEEMSITUATIES 85TECHNISCHE GEGEVENS 87INHOUDSTAFELNL
46Opgelet! Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft.Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden. De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die geen invloed hebben op de werking van het toestel.Beste klant Vanaf vandaag zijn de dagelijkse klusjes eenvoudiger dan ooit tevoren. Het apparaat is een combinatie van uit-zonderlijk bedieningsgemak en perfecte eectiviteit. Na het lezen van de gebruiksaanwijzing kent de bediening voor u geen geheimen meer. Ieder apparaat dat de fabriek verlaat is vóór het inpakken op controleplekken grondig gecontroleerd op veiligheid en functionaliteit. Wij vragen u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen voordat u het apparaat inschakelt. Naleving van de aan-wijzingen die erin zijn opgenomen beschermt u tegen onjuist gebruik.
47• Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik veilig en met begrip van de gevaren plaatsvindt onder toezicht of overeenkomstig de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden verrichten.• Om gevaren te voorkomen moet de vervanging van een beschadigde voedingskabel worden toevertrouwd aan de producent, de servicedienst of een gekwaliceerd specialist.• WAARSCHUWING: Dit apparaat en de bereikbare onder-delen ervan worden tijdens het gebruik heet. Raak nooit de verwarmingselementen van het apparaat aan.
Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kunnen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan.• WAARSCHUWING: De toegankelijke onderdelen worden tijdens het gebruik heet. Houd kinderen op afstand.• WAARSCHUWING: Brandgevaar: Geen voorwerpen ver-zamelen op de kookoppervlakte.• WAARSCHUWING: Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand. Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken.• Het apparaat is niet geschikt om te worden bediend met een externe klok of een afzonderlijk op afstand bestuurd besturingssysteem.• WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat is los-gekoppeld van het lichtnet voordat u het lampje gaat ver-vangen.
Hiermee voorkomt u elektrische schokken.• Gebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het fornuis.• Tijdens het gebruik wordt het apparaat heet. Wees voor-zichtig en voorkom dat u de hete elementen in de oven aanraakt.VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
48• WAARSCHUWING: Schakel de stroom uit als de op-pervlakte van de kookplaat is gebarsten om elektrische schokken te voorkomen.• Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of scher-pe metalen voorwerpen voor het schoonmaken van het glas van de deur, omdat deze krassen kunnen veroorzaken op het oppervlak. Dit kan leiden tot barsten van het glas.• Voordat u begint met schoonmaken moet u de grootste spatten en verontreinigingen verwijderen.• Leg geen metalen voorwerpen als messen, vorken, lepels, deksels op de oppervlakte van de kookplaat, zij kunnen heet worden.• Na aoop van het bakken zal de ventilator nog enige tijd doorwerken om te zorgen voor snelle afkoeling en langere storingsvrije werking van de oven.• Bak de gerechten met een gesloten ovendeur.
• Hang geen wasgoed of keukendoeken op de handgreep van de oven.• Bekleed de binnenkant van de oven niet met aluminium-folie om het schoonmaken te vergemakkelijken: overver-hitting kan beschadiging van het email van de ovenruimte veroorzaken.• WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat is los-gekoppeld van het lichtnet voordat u het lampje gaat ver-vangen. Hiermee voorkomt u elektrische schokken.• Opgelet. Het kookproces moet onder toezicht plaats-vinden. Kortdurend koken moet onder continu toezicht plaatsvinden.WAARSCHUWING: Om te voorkomen dat het toestel omvalt, dient u de bijgevoegde blokkade te installeren.Installatie• Verpakkingsmaterialen (bv. folie, polystyreen) kunnen gevaarlijk zijn voor kinderen - verstikkingsgevaar!• Bewaar de materialen buiten bereik van kinderen.
49• Na juiste installatie voldoet het product aan alle veilig-heidseisen voor deze categorie producten. Let goed op de onderkant van het apparaat. Dit is niet ontworpen en bestemd om aangeraakt te worden. Er kunnen zich scher-per of ruwe randen op bevinden die verwondingen kunnen veroorzaken.• Het apparaat is zwaar, wees voorzichtig bij het verplaatsen.• Het apparaat is gevoelig voor beschadigingen. Uitsluitend verplaatsen in verticale positie.• Controleer bij het uitpakken of het apparaat niet is be-schadigd.
Bij twijfel het apparaat niet gebruiken en contact opnemen met de klantenservice.• Controleer na installatie van het apparaat of de voedings-kabel niet klem zit.• Om alle gevaren (materiële schade, immateriële schade, lichamelijk letsel,…) te voorkomen moet de installatie, aansluiting op het lichtnet, inbedrijfname en het onderhoud worden uitgevoerd door gekwaliceerd personeel.• Waarschuwing: Voordat u zich toegang verschaft tot de klemmen, moet u de voeding loskoppelen.• Indien aanpassing van de elektrische installatie in de woning noodzakelijk is om het apparaat te kunnen aan-sluiten, moet u contact opnemen met een gekwaliceerd elektricien.• Aansluiting op het lichtnet in een vaste installatie moet plaatsvinden door middel van een meerpolige schakelaar die de voeding volledig uitschakelt indien zich een over-spanning van categorie III voordoet.• Instructie voor uitvoering van de aarding: Het apparaat dient geaard te worden.
Bij onjuiste werking of onderbre-king van de stroomvoorziening zorgt aarding voor een lager risico op elektrische schokken, omdat de stroom vanwege de lagere weerstand wegstroomt via de aardlei-ding. Het apparaat is uitgerust met een voedingskabel met een aardleiding en een stekker met een aardepin. Steek de stekker in een stopcontact dat juist is geïnstalleerd en geaard volgens alle lokale voorschriften.
50Gebruik• Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt in over-eenstemming met zijn bestemming, namelijk het thuis bereiden van gerechten. Alle andere toepassingen van het apparaat worden gezien als onjuist en zijn daarmee gevaarlijk.
De producent is niet aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door oneigenlijk of onjuist gebruik van het product.• Het is verboden om enige technische wijziging aan te brengen in het apparaat.• Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen.• Sluit het apparaat niet aan op een stopcontact zonder overspanningsbeveiliging (zekering).• Sluit het apparaat niet aan op het lichtnet via een stekker-doos of verlengsnoer.• WAARSCHUWING: De ventilatieopeningen in de behui-zing van het apparaat of de kastjes niet bedekken.• Bewaar geen explosieve substanties in het apparaat, zoals aerosolen die brandbare drijfgassen bevatten.• Om ontplongsgevaar of brand te vermijden mag u geen brandbare producten of producten die zijn gevuld met brandbare substanties in de buurt van of in het apparaat zetten.• Schakel de branders niet in voordat u er plannen op heeft gezet.• Gebruik het fornuis niet om ruimten te verwarmen.• Maak de kookplaat niet schoon met scherp gereedschap.
Gebruik de kookplaat niet als werkblad.• Gebruik het apparaat niet als de voedingskabel, het bedie-ningspaneel of de glazen oppervlakte zodanig beschadigd zijn dat de interne elementen zichtbaar zijn.• Let erop dat kleine huishoudelijke apparaten en hun kabels niet direct in aanraking kunnen komen met de hete oven of kookplaat, omdat de isolatie van dergelijke apparaten niet bestand is tegen hoge temperaturen.• Gebruik vaatwerk dat geschikt is voor dit type apparaat (meer informatie bevindt zich in het hoofdstuk Pankeuze).• Voordat u de kookplaat inschakelt moet u vloeistoen en
51verontreinigingen van het oppervlak verwijderen.• Met name suiker die wordt opgewarmd door de hoge temperatuur van de oppervlakte van de kookplaat kan onomkeerbare beschadigingen veroorzaken.• Gebruik voor het koken geen vaatwerk van aluminium of plastic. Leg geen voorwerpen van plastic of aluminiumfolie op hete kookzones.• Zet geen pannen met een natte bodem op een hete kookzone van de keramische kookplaat.
Hierdoor kunnen onuitwisbare vlekken ontstaan.• Plaats geen vaatwerk dat zwaarder is dan 15 kg op de openstaande ovendeur, en op de kookplaat - niet zwaarder dan 25 kg..• Doe geen vaatwerk en brandbare materialen in de lade onder de oven, omdat tijdens het gebruik van de oven de temperatuur in de lade hoog kan worden en de voorwerpen kunnen verbranden.• ATTENTIE: Leg geen zware of scherpe voorwerpen op de kookplaat.Onderhoud• Voordat u het katalytische schoonmaakprogramma start, moet u de grootste spatten en verontreinigingen verwijde-ren. Meer informatie bevindt zich in het hoofdstuk „Reini-ging en onderhoud”.Service en reparatie• In geval van beschadigingen moet u niet zelf proberen het apparaat te repareren. Ongekwaliceerd personeel kan tijdens de reparatie beschadigingen veroorzaken die niet onder de garantie vallen.
52ENERGIEBESPARINGDoor op verantwoorde wijze energie te gebruiken be-spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie-besparing! Dat kan op de volgende manier:• Gebruik goede potten en pannen om te koken.• Kookpotten en pannen mogen niet klei-ner zijn dan de kroon van de vlam van de brander.
Dek de potten en pannen steeds af met een deksel.• Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn.• Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van rei-nigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn.• Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn.• Vermijd onnodig opheen van dek-sels om het kookproces te controle-ren.• Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven.• Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden. Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis.• Gebruik de restwarmte in de oven. Schakel bij baktijden van meer dan 40 minuten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit.• Opgelet!
Hou rekening met de kortere baktijd bij het instellen van de program-mator.• Sluit de deur van de oven zorgvuldig.Otherwise energy consumption increa-ses unnecessarily.• Bouw het fornuis niet in in de onmid-dellijke nabijheid van koelkasten of diepvriezers.• Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.
53Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen be-schadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de ver-pakkingselementen te recycleren op milieuvriendelijke wijze.Alle materialen die gebruikt wor-den voor de verpakking zijn on-schadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmateria-len (zakjes uit polyethyleen, stuk-ken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het bereik van kinderen gehouden worden.UITPAKKENRECYCLAGE VAN GEBRUIKTE TO ESTELLENOp het einde van de ge-bruiksperiode mag dit product niet bij het ge-wone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektri-sche en elektronische toestellen.
Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking.De materialen die gebruikt zijn bij de productie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dank-zij dit hergebruik, de verwerking van materialen of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de be-scherming van het milieu.Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten.
57INSTALLATIEOpstelling van het fornuis• De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ven-tilatie bezitten in overeenstemming met de geldende technische voorschriften. • De ruimte moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem dat verbrandingsgas-sen die tijdens het verbrandingsproces ontstaan, naar buiten afvoert. Deze installatie moet bestaan uit een ventila-tierooster of een afzuigkap. Afzuigkappen moeten gemonteerd worden volgens de bijgevoegde gebruikershandleidingen. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselemen-ten garanderen.• De bekleding en de lijmen van de in-bouwmeubelen moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 100ºC. Als deze voorwaarde niet vervuld is, kan het oppervlak vervormd raken of kan de be-kleding losraken.
Als u niet zeker bent of de meubelen tegen zulke temperaturen bestand zijn, moet u bij het inbouwen een tussenruimte van ong. 2 cm vrijlaten tussen de meubelen en het fornuis.• Het fornuis moet opgesteld worden op een harde, een ondergrond (niet op een onderstel zetten).• Voordat u het fornuis in gebruik neemt, moet u het waterpas zetten. Dit is vooral belangrijk voor het gelijkmatige versprei-den van vet in de pan. Hiervoor dienen de regelpootjes die bereikbaar zijn als u de schuif wegneemt. Regelbereik +/- 5mm.
58MONTAGE VAN DE BEVEILI-GING TEGEN HET OMVALLEN VAN HET FORNUISOm te voorkomen dat het fornuis omvalt, moet u de blokkade installeren die is meege-leverd met het apparaat, volgens de onder-staande aanwijzingen.Boor op een hoogte van 6 cm vanaf de grond een gat in de muur waartegen het fornuis zal worden geïnstalleerd (A). Boor vervolgens een tweede gat op een hoogte van 10,3 cm vanaf de vloer (B). Bevestig de blokkade op de wand met de hulp van de meegeleverde schroeven en pluggen door de gaten in de blokkade te passen op de gaten die u in de muur heeft geboord.AB
59Aansluiting van het fornuis op de elektri-sche installatieOpgelet! De plaat mag enkel op de elektri-sche installatie aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalicaties. Het is verboden om zelfstandig wijzigingen of aanpassingen aan te brengen aan de elektrische installatie.Instructies voor de installateurHet fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met driefasige wisselstroom (400V 3N~50Hz). De nominale spanning van de verwarmingselementen van het fornuis be-draagt 230V. Het fornuis kan aangepast worden aan voeding met eenfasige stroom (230V) door een gepaste overbrugging op de contactstrip volgens het bijgevoegde aan-sluitschema. Er is ook een aansluitschema bij de aansluiting van het fornuis geplaatst. De contactstrip is bereikbaar nadat u het deksel van de aansluiting wegneemt door de klemmen te deblokkeren met een platte sleutel.
Vergeet niet een gepaste leiding te kiezen volgens het soort aansluiting en het nominale vermogen van het fornuis.21De aansluitleiding moet gemonteerd worden op de steun voor de aansluiting van het fornuis.Opgelet! Vergeet niet het aardingscircuit aan te sluiten op de klem van de contactstrip, die aangegeven is met het teken . De elek-trische installatie die het fornuis van stroom voorziet, moet beveiligd zijn met een gepaste zekering die de stroom afsluit in noodgevallen. De afstand tussen de werkcontacten van de zekering moet min. 3 mm bedragen.Voordat u het fornuis op de elektrische in-stallatie aansluit, moet u de informatie op het typeplaatje en het aansluitschema lezen.
60Opgelet! Bij elke aansluitingsvariant moet de aardingsleiding aangesloten zijn op de klem PEAanbevolen soort aansluit-leiding1 Bij een stroomnet van 230 V eenfasi-ge aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 1-2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 2 Bij een stroomnet van 400/230 V tweefasige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 3 Bij een stroomnet van 400/230 V drie-fasige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 4-5, de faseleidingen zijn aangesloten op 1, 2 en 3, de nulleiding op 4-5, aardingsleiding op . Faseleidingen - L1, L2, L3; N – nulleiding; PE – aardingsleiding SCHEMA MET MOGELIJKE AANSLUITINGENOpgelet! Spanning van de verwarmingselemen-ten 230V12354PEL1N12354L1L2PEN12354L1L2PENL3H05VV-F3G43X 4 mm2H05VV-F4G2,54X 2,5 mm2H05VV-F5G1,55X 2,5 mm2
61Voordat u het fornuis voor de eerste maal aanschakelt• Verwijder alle verpakkingsonderdelen, verwijder de onderhoudsmiddelen die in de fabriek aangebracht zijn, uit de ka-mer van de oven en van de kookplaat,• Neem de uitrusting uit de oven en reinig die in warm water met afwasmiddel,• Schakel de ventilatie in de ruimte aan of open een raam,• Warm de oven op (op een temp. van 250ºC, ong. 30 min.), verwijder vuil en reinig hem grondig. Warm de kookvel-den van de plaat ong. 4 minuten op zon-der potten of pannen.Belangrijk! Was de binnenkant van de oven enkel met warm water met een kleine hoe-veelheid afwasmiddel.Attentie!In ovens die zijn uitgerust met de elektro-nische programmeerfunctie, verschijnt na aansluiting op het lichtnet op het display de pulserende tijdsaanduiding „0:00”. Stel de actuele tijd van de programmeer-functie in.
62ELEKTRONISCHE PROGRAM-MATOROKOK - knop voor keuze werkingsmodus> - Plus-knop) ingedrukt, totdat het symbool verschijnt op de display, de punt onder het symbool gaat knipperen.• Stel binnen 7 s de actuele tijd in met de knoppen .Ca. 7 s na het instellen van de tijd worden de nieuwe gegevens opgeslagen en stopt de punt onder het symbool met knipperen.U kunt de tijd corrigeren door later tegelijker-tijd de knoppen < / > in te drukken; zolang de punt onder het symbool knippert kunt u de actuele tijd corrigeren.KookwekkerDe kookwekker kan op ieder moment worden geactiveerd, onafhankelijk van de activiteit van andere functies.
De kooktijd kan wor-den ingesteld van 1 minuut tot 23 uur en 59 minuten.Om de kookwekker in te stellen:• Druk op de knop OK, op de display knip-pert het symbool .• Stel de tijd van de kookwekker in met de knoppen , op de display worden de ingestelde tijd van de kookwekker en de actieve functie getoond, na het ver-strijken van de ingestelde tijd klinkt een geluidssignaal en knippert .• Houd de knoppen of OK ingedrukt om het signaal uit te schakelen, het sym-bool dooft en de display toont na circa 7 s de actuele tijd.Attentie:Als het geluidssignaal niet handmatig wordt uitgezet, schakelt het zichzelf na circa 7 mi-nuten automatisch uit.Halfautomatische werkingAls u wilt dat de oven op een bepaalde tijd uitschakelt, handelt u als volgt:• Zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de positie waarin de oven moet werken.• Druk op de knoppen OK totdat op de display kort dur verschijnt en het symbool gaat knipperen.• Stel de gewenste werkingstijd in met de knoppen binnen een bereik van 1 minuut tot 10 uur.De ingestelde tijd wordt na circa 7 s in het geheugen opgeslagen, het display toont opnieuw de actuele tijd terwijl het symbool is verlicht.Na het verstrijken van de ingestelde tijd schakelt de functie automatisch uit, het ge-
63luidssignaal klinkt en de symbolen en gaan knipperen. • Zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de positie uitgeschakeld. • Houd de knoppen of OK ingedrukt om het signaal uit te schakelen, de sym-bolen en doven en de display toont na circa 7 s de actuele tijd. Automatische werkingAls de oven voor een bepaalde werkingsduur moet worden ingeschakeld en op het ingestel-de tijdstip moet worden uitgeschakeld, moet u de werkingsduur en de eindtijd instellen:• Druk op de knop OK totdat op de display kort dur verschijnt en het symbool gaat knipperen. • Stel de gewenste werkingstijd in met de knoppen als voor halfautomatische werking. • Druk op de knop OK totdat op de display kort End verschijnt en het symbool gaat knipperen. • Stel de uitschakeltijd (eindtijd werking) in met de knoppen , deze is beperkt tot een tijd van 23 uur en 59 minuten.
• Zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de gewenste positie waarin de oven moet werken. De symbolen en zijn actief, de werking van de oven start op het tijdstip dat het resultaat is van het verschil tussen de ingestelde eindtijd en de ingestelde wer-kingstijd (bv. de ingestelde werkingstijd is 1 uur, de ingestelde eindtijd 14:00, de oven schakelt automatisch in om 13:00 uur). Na het bereiken van de ingestelde eindtijd schakelt de oven automatisch uit, het ge-luidssignaal klinkt en de symbolen en gaan knipperen. • Zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de positie uitgeschakeld. • Houd de knoppen of OK ingedrukt om het signaal uit te schakelen, de sym-bolen en doven en de display toont na circa 7 s de actuele tijd. Wissen instellingenU kunt de instelling van de kookwekker of de functie automatische werking op ieder moment wissen.
De toon van het geluidssignaal wijzigenU kunt de toon van het geluidssignaal als volgt wijzigen: • Druk tegelijkertijd op de knoppen. • Kies met de knop OK de functie ton, de aanduidingen gaan knipperen ton I. • Kies met de knoppen de gewenste toon:• binnen het bereik van 1 naar 3 met de knop >,• binnen het bereik van 3 naar 1 met de knop.
65BEDIENING VAN DE KOOKVELDEN VAN DE KERAMISCHE PLAATVoor het eerste gebruik van de kookplaatDe inductiekookplaat eerst grondig reinigen. Behandel inductiekookplaten als glasoppervlak-ken. Bij het eerste gebruik kan het apparaat kortstondig gaan walmen, schakel daarom de luchtventilatie in of zet een raam open. Neem bij het bedienen van het apparaat de veilighe-idsvoorschriften in acht. Principes van de werking van een inductieveldDe elektrische generator voedt de spoel die in het apparaat is geplaatst. Deze spoel genereert een magnetisch veld dat wordt doorgegeven aan het kookgerei. Het magnetische veld veroorzaakt dat het kookgerei opwarmt. Dit systeem vereist het gebruik van kookgerei dat gevoelig is voor de werking van een mag-netisch veld.
De inductietechnologie heeft twee grote voordelen:• de warmte wordt uitsluitend door het kookgerei overgedragen, het is mogelijk de warmte maximaal aan te wenden;• het warmtetraagheidsverschijnsel treedt niet op, omdat het kookproces automatisch begint op het moment dat het kookgerei op de kookplaat wordt gezet en eindigt, zodra hij weer van de kookplaat wordt afgehaald. Bij normaal gebruik van de inductiekookplaat kunt u verschillende geluiden horen die geen invloed hebben op de werking van de kookplaat. • Fluittoon met een lage frequentie. Dit geluid hoort u wanneer het kookgerei leeg is. Zodra u het gerei vult met water of een gerecht stopt het. • Fluittoon met een hoge frequentie. Dit geluid ontstaat bij maximaal vermogen in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen.
Dit geluid is ook hoorbaar wanneer u tegelijkertijd twee of meer kookzones op maximaal vermogen gebruikt. Het geluid verdwijnt of wordt minder intensief zodra u het vermogen verlaagt. • Krakend geluid. Dit geluid ontstaat in kookgerei dat is opgebouwd uit meerdere lagen van verschillende materialen. De intensiteit van het geluid hangt af van de kookwijze. • Zoemend geluid.
Dit geluid ontstaat tijdens de werking van de koelventilator voor de elektronische componenten. De geluiden die hoorbaar kunnen zijn bij juiste exploitatie worden veroorzaakt door de werking van de koelventilator, de afmetingen van het kookgerei en het materiaal waarvan het is gemaakt, de bereidingswijze van het gerecht en het toegepaste vermogen. Deze geluiden zijn een normaal verschijnsel en betekenen niet dat de kookplaat defect is.
66Veiligheidsinrichting:Bij juiste installatie en correct gebruik van de kookplaat is slechts zelden een veiligheidsin-richting noodzakelijk. Ventilator: dient voor bescherming en koeling van de besturings- aan aandrijvingsonderde-len. Hij werkt automatisch met twee verschil-lende snelheden. De ventilator gaat werken zodra u de kookzones uitschakelt en werkt bij een uitgeschakelde kookplaat totdat het elektrische systeem voldoende is afgekoeld. Transistor: De temperatuur van de elektroni-sche onderdelen wordt doorlopend gemeten met een sensor. Als de temperatuur op geva-arlijke wijze stijgt, verlaagt dit onderdeel au-tomatisch het vermogen van de kookzone of schakelt de kookzones uit die zich het dichtst bij de oververhitte elektronische onderdelen bevinden. Detectie: pandetectie maakt de werking van de kookplaat en daarmee de verwarming mo-gelijk.
Kleine voorwerpen die op de kookzone worden gelegd (bv. een lepeltje, mes, ring. ) worden niet herkend als pan en de kookplaat schakelt niet in. Pandetectie in de inductiekookzonePandetectie is geïnstalleerd in kookplaten met inductiekookzones. Tijdens de werking van de kookplaat schakelt de pandetectie de warmteafgifte in de kookzone automatisch in of uit op het moment dat er een pan op wordt geplaatst, respectievelijk weggenomen. Dit zorgt dus voor energiebesparing. • De display toont het warmteniveau als de kookzone wordt gebruikt in combinatie met een geschikte pan. • Inductiekoken vereist het gebruik van aangepaste pannen met een bodem van magnetisch materiaal (zie de tabel). De pandetectie werkt niet als in-/uit-schakelaar van de kookplaatDe inductiekookplaat is uitgerust met sen-sors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tiptoetsen).
Elke aanraking van een tiptoets gaat gepaard met een geluidssignaal. Zorg ervoor dat u bij het in- en uitschakelen en bij het instellen van het vermogensniveau altijd maar één tiptoets tegelijk aanraakt.
Als u meerdere tiptoetsen tegelijkertijd aanraakt (uitgezonderd de klok en de sleutel), negeert het systeem de ingevoerde besturingssi-gnalen. Bij langdurig aanraken klinkt het foutsignaal. Schakel de kookzones na afloop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie. Basisvoorwaarde voor de goede werking en eciëntie van de kookplaat is het gebruik van de juiste kwaliteit pannen.
67Keuze van het kookgerei voor het koken op een inductiekookzone SLECHT SLECHT GOED SLECHT SLECHTKenmerken van het kookgerei• Gebruik altijd kookgerei van hoge kwaliteit met een perfect vlakke bodem. Zo voorkomt u het ontstaan van punten met een te hoge temperatuur waar voedingsmiddelen tijdens het koken aan vast kunnen kleven. Pannen en koekenpannen met dikke, metalen wanden zorgen voor uitstekende verspreiding van de warmte. • Zorg ervoor dat de bodem van het kookgerei droog is. Controleer na het vullen, of wanneer u een pan gebruikt die in de koelkast heeft gestaan, of de oppervlakte volledig droog is voordat u het kookgerei op de kookplaat zet. Hierdoor voorkomt u verontreiniging van de oppervlakte van de kookplaat. • Het deksel verhindert dat de warmte ontsnapt, waardoor de kooktijd korter wordt en u minder energie verbruikt.
• Om vast te stellen of het kookgerei geschikt is, moet u controleren of de bodem een magneet aantrekt. • Voor een optimale temperatuurcontrole door de inductiemodule moet de bodem van het kookgerei vlak zijn. • Een holle bodem of een diep ingeslagen logo van de producent hebben een ne-gatieve invloed op de temperatuurcontrole door de inductiemodule en kunnen oververhitting van het kookgerei veroorzaken. • Gebruik geen beschadigd kookgerei bv. met een bodem die door te hoge tempe-raturen is gedeformeerd. • Bij toepassing van groot kookgerei met een ferromagnetische bodem waarvan de diameter kleiner is dan de totale diameter van het kookgerei, wordt uitsluitend het ferromagnetische deel van het kookgerei verhit. Hierdoor ontstaat de situatie dat de warmte zich ongelijkmatig door het kookgerei verspreidt.
Het ferromagnetische oppervlak wordt in de bodem van het kookgerei verminderd vanwege de aluminium elementen die erin zijn geplaatst, daardoor kan de geleverde hoeveelheid warmte lager zijn. Er kunnen ook problemen optreden met het detecteren van het kookgerei, of het gerei wordt helemaal niet gedetecteerd.
68Gebruik voor inductiekoken uitsluitend ferromagnetisch kookgerei van materialen als:• geëmailleerd staal• gietijzer• kookgerei van roestvrij staal dat geschikt is voor inductiekoken.Afmetingen kookgerei• Voor het beste kookresultaat moet u pannen toepassen met een bodem (het ferromagne-tische gedeelte) die overeenkomt met de omvang van de kookzone.• Wanneer u ander vaatwerk gebruikt waarvan de bodemdoorsnede kleiner is dan de kook-zone, is de eciëntie van de kookzone lager en duurt het kookproces langer.• Kookzones hebben met betrekking tot de panherkenning een ondergrens die afhankelijk is van de doorsnede van het ferromagnetische deel van de panbodem en het materiaal waarvan de pan is gemaakt. Het gebruiken van ongeschikt vaatwerk kan ertoe leiden dat de kookzone de pan niet herkent.
Markering van keukengerei Controleer of zich op het etiket een symbool bevindt, dat aangeeft dat de pan geschikt is voor inductiekookplatenGebruik magnetische pannen (van geëmailleerd staal, ferri-tisch roestvast staal, gietijzer), u kunt dit controleren door een magneet tegen de onderkant van de pan te houden (die moet vastkleven).RVS Aanwezigheid pan niet ontdektUitgezonderd pannen van ferromagnetisch staalAluminium Aanwezigheid pan niet ontdektGietijzer Bijzonder geschiktOpgelet: de pannen kunnen krassen op de kookplaat vero-orzakenGeëmailleerd staal Bijzonder geschiktAanbevolen worden pannen met een dikke, vlakke en gladde bodemGlas Aanwezigheid pan niet ontdektPorselein Aanwezigheid pan niet ontdektPannen met een koperen bodemAanwezigheid pan niet ontdektInductiekookzone Doorsnede van de pan voor inductiekoken Doorsnede (mm) Minimaal (mm) Maximaal (mm)210 125 210160 110 160
69Bedieningspaneel• Na het aansluiten van de kookplaat gaan alle indicatoren kort branden. De kookplaat is klaar voor gebruik. • De kookplaat is uitgerust met elektronische tiptoetsen die worden ingeschakeld door ze met de vinger minimaal 1 seconde aan te raken. • Bij iedere aanraking van een tiptoets hoort u een geluid. Plaats geen voorwerpen op de oppervlak-ten van de tiptoetsen (dit kan leiden tot een foutmelding) en houd deze goed schoon. Inschakelen van de kookplaatRaak de tiptoets in-/uitschakelen geduren-de minimaal 1 seconde met de vinger aan. De kookplaat is actief als op alle indicatoren (3) het cijfer “0” oplicht. Als u binnen 10 seconden geen van de tip-toetsen bedient, dan schakelt de kookplaat weer uit. Inschakelen van de kookzoneSchakel de gewenste kookzone (5) in, binnen 10 seconden na het aanzetten van de kook-plaat met de tiptoets. 1.
Na aanraking van de tiptoets van de gewenste kookzone (5) knippert op de bijbehorende indicator voor het vermo-gensniveau het verlichte cijfer “0”. 2. U kunt nu het gewenste verwarmingsni-veau instellen met de tiptoetsen of. Als u binnen 10 seconden geen van de tiptoetsen bedient, dan schakelt de kook-zone weer uit. De kookzone is actief als op alle displays een cijfer of letter oplicht. Dit betekent dat de kookzone klaar is om het verwarming-sniveau in te stellen. Instellen van het vermogensniveau voor verwarming van de inductiekookzoneZolang de verlichte “0” knippert op de kook-zoneindicator (3) kunnen we het gewenste vermogensniveau voor verwarming instellen met behulp van de tiptoetsen en. Uitschakelen van de kookzones• De kookzones moeten actief zijn. De indicator voor het vermogensniveau knippert.
• U schakelt de hele kookplaat uit door de tiptoets in-/uitschakelen aan te raken. Als de kookzone heet is verschijnt op de kookzoneindicator (3) de letter “H” - het symbool voor restwarmte. Boosterfunctie “P”De boosterfunctie is gebaseerd op het ver-hogen van het vermogen van de zone Ø 210 - van 2000W tot 3000W, zone Ø 160 - van 1200W tot 1400W. Om de boosterfunctie in te schakelen kiest u een kookzone en stelt u het vermogen in op “9”, vervolgens raakt u de tiptoets aan, waardoor de letter “P” op de display verschijnt. U schakelt de boosterfunctie uit door de tiptoets aan te raken bij een actieve inductiekookzone of nadat u de pan van de inductiekookzone heeft gehaald. Voor de kookzones Ø 210 en Ø 160 is de werkingsduur van de boosterfunctie door het bedieningspaneel beperkt tot 10 minu-ten.
70systemen en de spoelen dit toelaten. Als u de pan verwijdert van de kookzone als de boosterfunctie is ingeschakeld, dan blijft deze functie actief en wordt het aftellen van de tijd voortgezet. Indien tijdens de werking van de boos-terfunctie de temperatuur (van het elek-tronische systeem of de spoel) wordt overschreden, dan wordt de boosterfunctie automatisch uitgeschakeld. De kookzone keert terug naar het normale vermogen. Regeling van de boosterfunctieAfhankelijk van het model zijn de kook-zones verticaal of kruisgewijs aan elkaar gepaard. Het totale vermogen is over deze paren verdeeld. Pogingen om de boosterfuncties van beide kookzones tegelijkertijd in te scha-kelen zullen het maximaal beschikbare vermogen overschrijden. In dat geval zal het verwarmingsvermogen van de als eerste geactiveerde kookzone worden verlaagd naar het maximaal mogelijke niveau.
KinderbeveiligingHet kinderslot is bedoeld om de kookplaat te beschermen tegen onbedoelde inschakeling door kinderen. Inschakelen is alleen mogelijk als het kinderslot is uitgeschakeld. De kinderslotfunctie is mogelijk bij zowel een ingeschakelde als een uitgeschakelde kookplaat. In- en uitschakelen van de kinderslot-functieU schakelt de kinderslotfunctie in en uit met behulp van de tiptoets door hem 5 seconden ingedrukt te houden. Het inscha-kelen van de kinderslotfunctie wordt gesig-naleerd doordat de diode (9) gaat branden. De kookplaat blijft geblokkeerd totdat het kinderslot wordt opgeheven, zelfs wan-neer het bedieningspaneel wordt in- en uitgeschakeld. Het loskoppelen van de stroomvoorziening schakelt het kinderslot van de kookplaat uit. Restwarmte-indicatorNa afloop van het koken blijft in het ke-ramische glas warmte-energie achter die restwarmte wordt genoemd.
De restwarmteindicator blijft branden zolang de temperatuur hoger is dan 60°C. Bij een temperatuurbereik van 45°C tot 60°C toont de display de letter “h”. Deze letter staat voor een laag restwarmteniveau. Zodra de temperatuur daalt beneden 45°C dooft de restwarmteindicator. Raak tijdens het branden van de rest-warmteindicator de kookzone niet aan in verband met het risico voor verbran-dingen en zet er geen voorwerpen op die gevoelig zijn voor warmte. Bij stroomonderbreking wordt de rest-warmteindicator “H” niet getoond. On-danks dat kan de kookzone nog steeds heet zijn. Beperking van de werkingsduurOm de feilloze werking van de kookplaat te vergroten, is hij uitgerust met een beperking van de werkingsduur voor elk van de kook-zones. De maximale werkingsduur wordt vastgesteld op grond van het laatste gekozen vermogensniveau.
Als u het vermogensniveau gedurende lange-re tijd (zie tabel) niet verandert, wordt de bijbe-horende kookzone automatisch uitgeschakeld en de restwarmteindicator ingeschakeld. U kunt echter op ieder moment de respectie-velijke kookzones inschakelen en bedienen, volgens de gebruiksaanwijzing.
71Tredevermogensni-veauMaximalekooktijdin uren1 82 83 54 55 56 1,57 1,58 1,59 1,5P 0,16Automatisch bijwarmen• Activeer de gewenste kookzone met tiptoets (5)• Stel vervolgens met de tiptoetsen en het vermogensniveau in binnen het bereik van 1-8, en druk opnieuw op tiptoets (5)• Op de display worden afwisselend het cijfer van het ingestelde vermogensni-veau en de letter A getoond. Trede vermogensni-veau Tijdsduur auto-matisch bijwar-men met extra ver-mogen(in minuten)-1 0,82 1,23 2,34 3,55 4,46 7,27 28 3,2Na verloop van de tijd dat extra vermogen wordt geleverd, schakelt de kookzone automatisch over op het door u gekozen vermogensniveau dat zichtbaar is op de indicator. Wanneer u de pan van de kookzone haalt en opnieuw op de kookzone plaatst voor-dat de tijd van het automatisch bijwarmen is verstreken, dan wordt het bijwarmings-proces met extra vermogen afgemaakt.
TimerDe timer maakt het kookproces eenvou-diger, dankzij de mogelijkheid om de wer-kingstijd van de kookzones te programme-ren. Hij kan ook dienen als kookwekker. Aanzetten van de timerDe timer maakt het kookproces eenvou-diger, dankzij de mogelijkheid om de wer-kingstijd van de kookzones te programme-ren. Hij kan ook dienen als kookwekker. ● Met tiptoets (5) kiezen we de gewenste kookzone. Het cijfer “0” gaat knipperen. ● Stel met de hulp van de tiptoetsen en het gewenste vermogensniveau in binnen het bereik van 1 - 9. ● Activeer vervolgens binnen 10 seconden de timer door de tiptoets aan te raken. ● Stel met de hulp van tiptoetsen of de gewenste kooktijd in (01 tot 99 minu-ten). ● Bij de display van de timer brandt de diode (8) die overeenkomt met de kookzone. Alle kookzones kunnen tegelijkertijd werken met ingeprogrammeerde tijd met behulp van de timer.
Wanneer er meer dan één tijd is ingesteld op de display van de timer, dan wordt de kortste ingestelde tijd getoond. Dit wordt extra aangeduid met een knipperende diode (8).
72de timer door de tiptoets aan te raken. • Met hulp van de tiptoetsen of stelt u een nieuwe tijd in. Controle van de verstreken kooktijdU kunt de overgebleven kooktijd op ieder mo-ment controleren door de sensor van de timer aan te raken. De actieve werkingstijd van de timer voor de betre?ende kookzone wordt aangeduid door een knipperende diode (8). Uitzetten van de timerNa afloop van de ingeprogrammeerde kook-tijd klinkt een geluidssignaal. U kunt het uit-schakelen door op een willekeurige tiptoets te drukken. Na 2 minuten schakelt het alarm automatisch uit. Wanneer het noodzakelijk is om de timer eerder uit te schakelen:• Dan activeert u met tiptoets (5) de kook-zone. Het cijfer van het vermogensni-veau gaat helderder branden. • Houd vervolgens de tiptoets , 3 se-conden ingedrukt of wijzig de tijd van de kookwekker met de tiptoetsen en in „00”.
Timer als kookwekkerDe timer kan ook worden gebruikt als extra alarm, wanneer de kookzones niet door de timer worden aangestuurd. Aanzetten kookwekkerWanneer de kookplaat is uitgeschakeld:• Schakel de kookplaat in door de tiptoets in-/uitschakelen van de kookplaat aan te raken. • Activeer vervolgens met de tiptoets de kookwekker. • Stel met behulp van de tiptoetsen of de tijd van de kookwekker in. Uitschakelen kookwekkerNa afloop van de ingeprogrammeerde tijd klinkt een doorlopend geluidssignaal. U kunt het uitschakelen door op een willekeurige tiptoets te drukken. Na 2 minuten schakelt het alarm automatisch uit. Wanneer het noodzakelijk is om de kookwek-ker eerder uit te schakelen:• Houd de tiptoets 3 seconden inge-drukt of wijzig de tijd van de kookwekker met de tiptoetsen en in „00”. • Als de timer is ingesteld als kookwek-ker, dan werkt hij niet als timer voor de kooktijd.
De gese-lecteerde kookzone is ingeschakeld op een laag vermogensniveau. Het vermogen van de kookzone wordt zo gestuurd door de warm-houdfunctie, dat de temperatuur van het ge-recht bij benadering 65°C bedraagt. Hierdoor verandert een warm gerecht, dat klaar is om gegeten te worden, niet van smaak en blijft niet plakken aan de bodem van de pan. U kunt deze functie ook gebruiken voor het smelten van boter, chocolade etc. Voorwaarde voor juiste toepassing van deze functie is het gebruik van een geschikte pan met een vlakke bodem, zodat de temperatuur van de pan exact gemeten kan worden door de voeler die zich in de kookzone bevindt. U kunt de warmhoudfunctie op iedere kookzo-ne gebruiken. Uit microbiologische overwegingen bevelen wij aan om de geruchten niet te lang warm te houden. Het bedieningspaneel schakelt deze functie dan ook na 2 uur uit.
74Functies van de oven en bediening.Oven met automatische luchtcirculatieDe oven wordt verwarmd met behulp van verwarmingselementen onder en boven, een grillelement of met heteluchtverwarming. U bedient de oven met behulp van de func-tiedraaiknop – om de gekozen functie in te stellen zet u de draaiknop op de gewenste positie; Met behulp van de temperatuurregelaar – om de gekozen functie in te stellen zet u de draaiknop op de gewenste positie; 05050100150200250U schakelt het apparaat uit door beide draai-knoppen in de positie ● / 0 te zetten.Waarschuwing! Als u een verwarmingsfunc-tie kiest schakelt de verwarming (verwar-mingselement, grill etc.) pas in nadat u de temperatuur heeft ingesteld.0 Oven is uitgeschakeldSnel verwarmen: Het bovenste heteluchtverwarming en de gril-lelement zijn ingeschakeld.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Fagor FACI205S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Overige keukenapparatuur Fagor
Handleiding Overige keukenapparatuur
Nieuwste handleidingen voor Overige keukenapparatuur