Evolar EVO-M1000CH Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Evolar EVO-M1000CH (34 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Evolar EVO-M1000CH of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Evolar |
| Categorie: | Airco |
| Model: | EVO-M1000CH |
Handleiding Evolar EVO-M1000CH – volledige tekst
1 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES BELANGRIJK! AIRCONDITIONERS MOETEN ALTIJD RECHTOP WORDEN OPGESLAGEN EN VERVOERD, ANDERS KAN ONHERSTELBARE SCHADE WORDEN VEROORZAAKT AAN DE COMPRESSOR; BIJ TWIJFEL STELLEN WIJ VOOR MINSTENS 24 UUR TE WACHTEN NA DE INSTALLATIE, VOORDAT U DE UNIT OPSTART. ⚫ Lees de instructies zorgvuldig voordat u het apparaat installeert en/of bedient. ⚫ Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor gebruik binnenshuis. ⚫ Dit apparaat mag alleen worden aangesloten op een geaard stopcontact van 220-240 V / 50 Hz. ⚫ De installatie moet in overeenstemming zijn met de voorschriften van het land waar het apparaat wordt gebruikt. ⚫ Als u twijfelt over de geschiktheid van uw elektrische voeding, laat deze dan controleren en indien nodig aanpassen door een gekwalificeerde elektricien. ⚫ Deze airconditioner is getest en veilig in gebruik.
Gebruik deze echter, zoals bij elk elektrisch apparaat, met zorg. ⚫ Schakel de stroom naar het apparaat uit voordat u het apparaat demonteert, monteert of reinigt. ⚫ Raak geen bewegende delen van het apparaat aan. ⚫ Steek nooit vingers, potloden of andere voorwerpen door de beschermer. ⚫ Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens. Het is ook niet bedoeld voor gebruik door personen met een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. ⚫ Laat kinderen niet zonder toezicht bij dit apparaat. ⚫ Maak het apparaat niet schoon door het te besproeien of onder te dompelen in water. ⚫ Sluit het apparaat nooit met een verlengsnoer aan op een stopcontact.
Als er geen stopcontact beschikbaar is, moet dit worden geïnstalleerd door een gekwalificeerde elektricien. ⚫ Gebruik het apparaat alleen als het volledig is geïnstalleerd volgens de richtlijnen in deze handleiding.
2 ⚫ Gebruik dit apparaat nooit als het snoer of de stekker beschadigd is. Zorg ervoor dat het netsnoer niet wordt uitgerekt en niet wordt blootgesteld aan scherpe voorwerpen / randen. ⚫ Een beschadigd netsnoer moet worden vervangen door de fabrikant of een gekwalificeerde elektricien om gevaar te voorkomen. ⚫ Elk ander onderhoud dan het regelmatig reinigen of vervangen van het filter moet worden uitgevoerd door een geautoriseerde servicevertegenwoordiger. Als u zich hier niet aan houdt, kan de garantie komen te vervallen. ⚫ Gebruik het apparaat niet voor een ander doel dan waarvoor het bedoeld is. ⚫ Start de airconditioner niet opnieuw op, tenzij er 3 minuten zijn verstreken sinds hij is uitgeschakeld. Dit voorkomt schade aan de compressor. ⚫ Gebruik de netstekker nooit als schakelaar om de airconditioner in en uit te schakelen. Gebruik de meegeleverde AAN-UITKNOP op het bedieningspaneel.
⚫ Het apparaat mag niet in wasruimtes of natte ruimtes worden geïnstalleerd. ⚫ Het toestel moet worden geïnstalleerd in een ruimte zonder ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gastoestel of een werkende elektrische kachel). ⚫ De unit moet door een bevoegd persoon op een stevige verticale wand worden geïnstalleerd. De elektriciteitsvoorziening mag pas worden aangesloten nadat de installatie is voltooid. ⚫ Koelgas R290 voldoet aan de Europese milieurichtlijnen. ⚫ R290 heeft een laag GWP (Global Warming Potential) van 3. ⚫ De airconditioner bevat ongeveer 290 g R290-koelgas. ⚫ Niet installeren of bewaren in een ongeventileerde ruimte met een oppervlakte kleiner dan 15 m 2 per unit.
De ruimte moet zodanig zijn dat stagnatie van mogelijke lekken van koelmiddelgas wordt voorkomen, aangezien er brand- of explosiegevaar kan zijn als het koelmiddel in contact komt met elektrische verwarmingstoestellen, kachels of andere ontstekingsbronnen.
⚫ Als het apparaat wordt geïnstalleerd, gebruikt of opgeslagen in een ongeventileerde ruimte, moet de ruimte zodanig zijn dat stagnatie van mogelijke lekken van koelgas wordt voorkomen, aangezien er brand- of explosiegevaar kan zijn als het koelmiddel in contact komt met elektrische verwarmingstoestellen, kachels of andere ontstekingsbronnen. ⚫ Koelgas kan geurloos zijn. ⚫ Gebruik het product niet en neem contact op met de winkelier voor advies als er schade aan de unit is opgetreden waardoor het koelsysteem in gevaar kan zijn gebracht. ⚫ Reparaties of onderhoud mogen alleen aan de unit worden uitgevoerd door een voldoende gekwalificeerde monteur. Voordat de unit wordt geopend en er onderhoud aan wordt gepleegd, moet de bevoegde monteur in het bezit zijn van een exemplaar van de onderhoudshandleiding van de fabrikant en moet hij de daarin opgenomen.
3 veiligheidsinformatie volgen om ervoor te zorgen dat alle gevaren tot een minimum worden beperkt. ⚫ Het koelsysteem mag niet worden geperforeerd of doorboord. Tips voor energiebesparing en beveiliging van de unit ⚫ Bedek of beperk de luchtstroom van de uitlaat- of inlaatroosters niet. ⚫ Houd de filters schoon. Onder normale omstandigheden hoeven filters slechts éénmaal per drie weken (ongeveer) schoongemaakt te worden. Aangezien de filters in de lucht zwevende deeltjes verwijderen, kan het nodig zijn om vaker te reinigen, afhankelijk van de luchtkwaliteit. ⚫ Stel bij de eerste keer opstarten de ventilatorsnelheid in op maximum en de thermostaat op 4-5 graden lager dan de huidige temperatuur. Zet daarna de ventilatorschakelaar op laag en stel de thermostaat in op de gewenste instelling.
⚫ Om het apparaat te beschermen, raden we aan om de m Koelen niet te gebruiken oduswanneer de omgevingstemperatuur hoger is dan 35 ℃℃℃℃℃. OPMERKING: sommige afbeeldingen en informatie kunnen afwijken van het uiteindelijke product. Dit komt door voortdurende productverbetering.
9 VOORDAT U MET DE INSTALLATIE BEGINT, ZORGT U ERVOOR DAT U ALLE GESCHIKTE APPARATUUR BESCHIKBAAR HEBT EN DE STAPPEN VAN DE INSTALLATIE BEGRIJPT. BIJ TWIJFEL KAN PROFESSIONEEL ADVIES WORDEN GEVRAAGD. DE INSTALLATEUR MOET ERVOOR ZORGEN DAT DE GEPLANDE POSITIE VAN DE AIRCONDITIONER GESCHIKT IS EN DAT ER GEEN KABELS, LEIDINGEN OF ANDERE BELEMMERINGEN ZIJN DIE EEN GEVAAR KUNNEN VORMEN EN/OF DE VOLTOOIING VAN DE INSTALLATIE VERMINDEREN. INSTALLATIE Dit toestel moet aan een buitenmuur worden geïnstalleerd, aangezien het rechtstreeks uit de achterkant ventileert. Installeer de unit alleen op een vlakke, stevige en betrouwbare muur. Zorg ervoor dat er zich geen kabels, buizen, stalen staven of andere obstakels achter de muur bevinden. Laat minimaal 10 cm ruimte links, rechts en aan de onderkant van de machine.
10 Plak het meegeleverde installatiesjabloonpapier op zijn plaats op de muur en zorg er met behulp van een waterpas voor dat de referentielijn horizontaal is. Het gat voor de afvoerleiding moet worden geboord met een boor van 20 mm. Zorg ervoor dat het gat in een neerwaartse hoek staat (min 5 graden), zodat het water correct kan weglopen. Gebruik een kernboormachine van 180 mm om de twee gaten voor de ventilatie-units te boren, waarbij u ervoor zorgt dat beide gaten zijn uitgelijnd met het sjabloon. Gebruik het sjabloon om de positie van de schroeven voor de ophangrail te markeren; gebruik een waterpas om ervoor te zorgen dat deze recht en waterpas is. Boor de gemarkeerde gaten met een geschikte boor van 8 mm en breng de muurpluggen aan. Lijn de ophangrail uit met de gaten en bevestig de rail op zijn plaats met behulp van de meegeleverde schroeven.
11 Rol de plastic ventilatieplaten tot een buis en voer ze van binnenuit in de eerder gemaakte gaten. Zorg ervoor dat de buizen strak tegen de binnenmuur zitten. Ga naar buiten en snijd de overtollige ontluchtingsbuis af met een scherp mes, en houd de rand zo netjes mogelijk. 、 Plaats de bevestigingsring voor binnen vanaf de ventilatieklep op de binnenzijde van de luchtschacht. Vouw vervolgens de externe ventilatieopeningsafdekking in de helft. Maak de kettingen aan elke zijkant van het ventilatiedeksel vast, voordat u het deksel naar buiten schuift door de ventilatieopening.
12 Vouw de externe afdekking uit, voordat u de kettingen stevig vastmaakt door die aan de binnenste bevestigingsring vast te haken. Dit houdt de externe afdekking stevig op zijn plaats. Herhaal dit voor de tweede opening. Zodra de kettingen zijn aangebracht en vastgezet, moet een eventuele overtollige ketting worden verwijderd door de ketting door te snijden.
13 Til de unit tot aan de muur, lijn de ophanggaten uit met de haken aan de ophangrail en laat het apparaat voorzichtig op zijn plaats rusten. Schuif tegelijkertijd de afvoerleiding door de afvoeropening. OPMERKING: Het uiteinde van de externe waterleiding moet in een open ruimte, direct naar buiten of op een afvoer worden geplaatst. Voorkom beschadiging of vernauwing van de afvoerleiding om ervoor te zorgen dat de unit het condenswater correct afvoert. Bevestigingsplaat 4x10 zelftappende schroef
15 AFSTANDSBEDIENING De airconditioner kan worden bediend met de afstandsbediening. Deze werkt op twee -AAAbatterijen. OPMERKING meer informatie over de functies vindt u op de volgende pagina.: POWER (“AAN/UIT”) Druk op de knop POWER om de machine in of uit te schakelen. MODE (“MO-DUS”) Druk op de knop MODE om te schakelen tussen koelen, verwarmen, ventileren of ontvochtigen. FAN (“VEN-TILA-TOR”) Druk op de knop FAN om te schakelen tussen hoge, middelmatige en lage snelheden. LED Druk op de knop LED om de ledverlichting op de unit in of uit te schakelen; evt. keuze slaapstand. Druk op PIJL OMHOOG om de gewenste temperatuur of tijdsduur te verhogen. Druk op PIJL OMLAAG om de gewenste temperatuur of tijdsduur te verlagen. SILENT (“STIL-LE MO-DUS”) Druk op deze knop voor de stille modus; de machine maakt dan minder geluid (ventilator op lage snelheid, lage frequentie).
16 FUNCTIES AAN/UIT Druk op de knop AAN/UIT om de unit in of uit te schakelen. MODUS Druk op deze knop om te schakelen tussen de 4 verschillende modi Het display toont het. pictogram van de momenteel geselecteerde modus. KOELEN De modus Koelen is standaard ingesteld op 22 °C; de lucht wordt gekoeld en de warme lucht wordt naar buiten geblazen. De gewenste temperatuur kan met behulp van de knoppen Meer / Minder worden aangepast van 16 °C tot 30 °C. Met de knop Ventilatorsnelheid kunt u ook de draaisnelheid van de ventilator aanpassen. ONT-VOCHTI-GEN In de modus Ontvochtigen wordt vocht aan de lucht onttrokken; dit vocht wordt via de drainagebuis naar buiten afgevoerd. In de modus Ontvochtigen kan de ventilatorsnelheid niet worden aangepast. VENTI-LEREN In de modus Ventileren circuleert het apparaat de lucht die in de ruimte aanwezig is; er wordt niet gekoeld, verwarmd of ontvochtigd.
De draaisnelheid van de ventilator kan worden aangepast met de knop Ventilatorsnelheid. VER-WARMEN De modus Verwarmen is standaard ingesteld op 24 °C; de lucht wordt verwarmd en de koele lucht wordt naar buiten geblazen. De gewenste temperatuur kan met behulp van de knoppen Meer / Minder worden aangepast van 16 °C tot 30 °C. Met de knop Ventilatorsnelheid kunt u ook de draaisnelheid van de ventilator aanpassen. STILLE MODUS De Stille modus kan worden ingeschakeld via de APP of de afstandsbediening. U kunt ook tegelijkertijd op " op het bedieningspaneel van de unit drukken. Het "+" " apparaat zal nu alleen koelen of verwarmen; de ventilator gaat langzamer draaien en maakt minder geluid. VENTILATOR-SNELHEID Druk op deze knop om te schakelen tussen een lage, middelmatige of hoge ventilatorsnelheid. Bij Ontvochtigen of Stille modus kan de ventilatorsnelheid niet worden aangepast.
Deze timers kunnen niet worden gecombineerd; u kunt wel de app gebruiken om werkingsperioden in te stellen. TIMER VOOR UITSCHAKELEN: Druk bij een werkende unit op de knop Timer; in het display knippert de “0” 5 keer. Gebruik na de 5e keer knipperen de knoppen Meer / Minder om de tijdsduur in stappen van een uur aan te passen van 1 tot 24 uur. Als deze periode is verstreken, zal de unit automatisch worden uitgeschakeld.
17 TIMER VOOR UITGESTELDE START : Druk bij een unit in stand-bystand op de knop Timer; in het display knippert de “0” 5 keer. Gebruik na de 5e keer knipperen de knoppen Meer / Minder om de tijdsduur in stappen van een uur aan te passen van 1 tot 24 uur. Nadat deze periode is verstreken, zal de unit opstarten in dezelfde modus en met dezelfde instellingen als toen deze werd uitgeschakeld. KNOPPEN MEER/MINDER Deze worden in de modi Koelen en Verwarmen gebruikt om de gewenste kamertemperatuur aan te passen. Ze worden ook gebruikt om bij het instellen van de timer de tijdsduur aan te passen. MODUS LUCHT-STROOM VARIËREN Druk, nadat de machine is ingeschakeld, op de knop SWING: het ventilatierooster beweegt voortdurend op en neer. Als u opnieuw op deze knop drukt, stopt de beweging en blijft het rooster in zijn huidige positie staan.
De modus Luchtstroom variëren kan alleen vanaf de afstandsbediening worden bediend en is bij het inschakelen standaard ingeschakeld. COMPRESSOR-BEVEILIGING Bij het inschakelen geldt een vertraging van 3 minuten. Om de compressor en de elektronische componenten te beschermen, mag u de unit pas minimaal 5 minuten na het uitschakelen opnieuw inschakelen.
18 WIFI INSTELLEN EN SLIMME FUNCTIES WIFI INSTELLEN VOORDAT U BEGINT ⚫ Controleer of uw router een standaard 2,4GHz-verbinding levert. ⚫ Als u een dual-bandrouter heeft, zorg er dan voor dat beide netwerken verschillende netwerknamen (SSID's) hebben. De fabrikant van uw router of uw internetprovider kan u over uw specifieke router adviseren. ⚫ Plaats de airconditioner tijdens de installatie zo dicht mogelijk bij de router. ⚫ Als de app op uw telefoon is geïnstalleerd, schakelt u de mobiele gegevensverbinding uit en zorgt u ervoor dat uw telefoon via wifi met uw router is verbonden. DOWNLOAD DE APP NAAR UW TELEFOON Download de app "SMART LIFE" met behulp van onderstaande QR-code uit de store van uw voorkeur, of zoek deze zelf in de store op. BESCHIKBARE VERBINDINGSMETHODEN VOOR DE INSTALLATIE De airconditioner heeft twee verschillende installatiemodi: Quick Connection en AP (Access Point).
Quick Connection is een snelle en eenvoudige manier om de unit in te stellen. De AP-verbinding maakt gebruik van een rechtstreekse lokale wifiverbinding tussen uw telefoon en de airconditioner om de netwerkgegevens te uploaden. Voordat u met de installatie begint, drukt u - met aangesloten maar uitgeschakelde airconditioner - op de knop Ventilatorsnelheid en houdt u deze 3 seconden vast (tot u een pieptoon hoort) om in de wifiverbindingsmodus te komen.
19 Controleer of uw apparaat zich in de juiste wifiverbindingsmodus voor het beoogde verbindingstype bevindt; dit wordt aangegeven door hert knipperen van het wifilampje op de airconditioner. Verbindingstype Knipperfrequentie Quick Connection Knippert tweemaal per seconde AP (Access Point) Knippert eenmaal per drie seconden SCHAKELEN TUSSEN VERBINDINGSTYPEN Om de unit om te schakelen tussen de twee wifiverbindingsmodi houdt u de knop Ventilatorsnelheid 3 seconden ingedrukt. DE APP REGISTREREN 1. Druk op de knop Registreren onderaan het scherm. 2. Lees de privacyverklaring en druk op Akkoord. 3. Voer uw e-mailadres of telefoonnummer in en druk op Doorgaan om u te registreren. 4. Er wordt een verificatiecode 5. Voer het wachtwoord in dat u 6. De app is nu geregistreerd Na .
20 verzonden volgens de methode die u in stap 3 hebt geselecteerd. Voer de code in in de app. wilt gebruiken. Dit moet 6-20 tekens lang zijn en zowel letters als cijfers bevatten. de registratie wordt u automatisch aangemeld. UW HOME INSTALLEREN IN DE APP SMART LIFE is ingesteld om samen te werken met een groot aantal compatibele slimme apparaten in uw woning. De app kan ook worden ingesteld om samen te werken met meerdere apparaten in verschillende woningen. Daarvoor vereist de app dat in het installatieproces verschillende gebieden worden gecreëerd en benoemd om al uw apparaten eenvoudig te kunnen beheren. Als er nieuwe apparaten worden toegevoegd, worden die toegewezen aan een van de kamers die u hebt gecreëerd. KAMERS CREËREN
21 1. Druk op de knop WONING TOEVOEGEN. 2. Voer een naam voor uw woning in. 3. Druk op de knop Locatie om de locatie van uw woning te selecteren. (Zie UW LOCATIE INSTELLEN hieronder.) 4. U kunt nieuwe kamers toevoegen door te drukken op ANDERE KAMERS TOEVOEGEN, onderaan het scherm. (Zie ANDERE KAMERS TOEVOEGEN hieronder.) 5. Deselecteer alle kamers die u niet in de app nodig hebt. 6. Druk op KLAAR rechtsboven in het scherm. UW LOCATIE INSTELLEN Gebruik uw vinger om het oranje HOME-pictogram te verschuiven. Als het pictogram zich in de buurt van uw woning bevindt, drukt u op de knop Bevestigen in de rechterbovenhoek. ANDERE KAMERS TOEVOEGEN Voer de naam van de kamer in en druk op Klaar in de rechter-bovenhoek. VERBINDING MAKEN VIA QUICK CONNECTION Voordat u de verbinding opzet, controleert u of de unit zich in de stand-bymodus bevindt, waarbij het wifilampje tweemaal per seconde knippert.
22 omschakelen van de verbindingsmodus. Zorg er ook voor dat uw telefoon is verbonden met het wifinetwerk. (We raden u aan om mobiele gegevens tijdens het instellen uit te schakelen. ) 1. Open de app en druk op “+” of op de knop Apparaat toevoegen om een apparaat toe te voegen. 2. Selecteer “Airconditioner” als type van het apparaat. 3. Controleer of het wifilampje op de airconditioner tweemaal per seconde knippert; druk dan op de oranje knop onderaan het scherm om uw selectie te bevestigen. 4. Voer uw wifiwachtwoord in en druk op Bevestigen . 5. De instellingen worden nu naar de airconditioner overgebracht. Wacht tot dit proces is voltooid. Als het mislukt, probeert u het nogmaals. Als het blijft mislukken, raadpleegt u het gedeelte Probleemoplossing voor hulp.
23 VERBINDING MAKEN VIA DE -MOD (ALTERNATIEVE METHODE)AP US Voordat u de verbinding opzet, controleert u of de unit zich in de stand-bymodus bevindt, waarbij het wifilampje eenmaal per seconde knippert. Is dat niet zo, volg dan de instructies voor het omschakelen van de wifiverbindingsmodus. Zorg er ook voor dat uw telefoon is verbonden met het wifinetwerk. (We raden u aan om mobiele gegevens tijdens het instellen uit te schakelen.) 1) Open de app en druk op “+” of op de knop Apparaat toevoegen om een apparaat toe te voegen. 2) Selecteer c“Air onditioner” als type van het apparaat. 3) Druk op de knop AP-modus in de rechterbovenhoek van het scherm. 4) Controleer of het wifilampje op de airconditioner langzaam knippert (eenmaal per drie seconden) en druk dan op de oranje knop onderaan het scherm om uw selectie te bevestigen. 5) Voer uw wifiwachtwoord in en druk op Bevestigen .
24 De instellingen worden nu naar de airconditioner overgebracht. Als het verbindingsproces is afgerond, gaat u terug naar de netwerkinstellingen op uw telefoon om te controleren of uw telefoon opnieuw verbinding heeft gemaakt met uw wifirouter. HET APPARAAT BEDIENEN MET DE APP HET STARTSCHERM Elk apparaat heeft zijn eigen vermelding op het startscherm, zodat de gebruiker snel de unit in of uit Omschakelen tussen woningen: als u meerdere units in verschillende woningen hebt, kunt u daartussen schakelen. Omgevingsinformatie: hier ziet u buitentemperatuur en luchtvochtigheid op basis van de ingevoerde locatiegegevens. Kamers: hier ziet u de units die in elke kamer zijn ingesteld. Apparaat toevoegen: hier voegt u een apparaat toe aan de app en doorloopt u het installatieproces. Smart Scene: hiermee kunt u slim gedrag programmeren op basis van de omstandigheden binnen en buiten.
Kamerbeheer: hier kunt u kamers toevoegen, verwijderen of hernoemen. Apparaat toevoegen: hier voegt u een apparaat toe aan de app en doorloopt u het installatieproces. Profiel: hier kunt u instellingen wijzigen en apparaten toevoegen met behulp van een QR-code die u van iemand krijgt.
25 kan schakelen of het scherm van het apparaat kan openen om wijzigingen aan te brengen. APPARAATSCHERM APPARAATSCHERM Het apparaatscherm is het hoofdbedieningsscherm van de airconditioner en geeft toegang tot de bedieningsorganen voor het wijzigen van functies en instellingen. Terug: brengt u terug naar het startscherm. Huidige kamertemperatuur: toont de huidige temperatuur in de kamer. MODUS::::: hiermee schakelt u tussen de werkingsmodi van de aircon-ditioner: Koelen, Verwarmen, Ontvochtigen en Ventileren. SNELHEID: druk hierop om te schakelen tussen een lage, middelmatige of hoge ventilatorsnelheid. Merk op dat in de modus Ontvochtigen de snelheid niet gewijzigd kan worden. Naam wijzigen: druk hierop om de naam van de airconditioner te wijzigen Gewenste kamertemperatuur: toont de gewenste temperatuur in de kamer.
Huidige modus: toont de modus waarin de airconditio-ner zich momenteel bevindt. LUCHTSTROOM VARIËREN: druk hierop om de modus Luchtstroom variëren in of uit te schakelen. PLANNING: druk hierop om een geplande werking te programmeren of toe te voegen. U kunt een aantal programma’s combi-neren om een automatische werking te specificeren. TIMER: hiermee kunt u een uitschakeltimer toevoegen terwijl de unit is ingeschakeld Naam van de airconditioner: druk hierop om het apparaatscherm te openen. AAN-UITKNOP: om de unit snel in of uit te schakelen.
26 *Doordat de app voortdurend verder wordt ontwikkeld, kunnen lay-out en beschikbare functies gewijzigd zijn. SMART SCENES Smart scenes is een krachtig hulpmiddel waarmee u de werking van de airconditioner kunt aanpassen op basis van zowel de omstandigheden in de kamer als invloeden van buitenaf. Zo kunt u bijzonder slimme acties specificeren. Die kunnen worden onderverdeeld in de categorieën Scene en Automatisering. SCENE Met Scene kunt u een snelkoppeling aan het startscherm toevoegen. Deze kunt u gebruiken om in één keer een aantal instellingen te wijzigen en alle instellingen in de unit aan te passen. U kunt eenvoudig een aantal Scenes instellen, zodat u kunt schakelen tussen een aantal vooringestelde configuraties. Hieronder een voorbeeld van het instellen van een Scene: 1. Druk op de knop Smart Scene onderaan het startscherm. 2.
27 4. Druk op het potloodpictogram naast “Voer naam van Scene in” om de naam van uw Scene in te voeren. Op dashboard tonen: laat dit ingeschakeld als u de Scene als knop wilt weergeven op het startscherm. Druk op het rode plusteken om de vereiste actie toe te voegen. Selecteer daarna de airconditioner uit de lijst met apparaten. 5. Kies de functie, stel de waarde voor de functie in en druk dan op de knop Terug in de rechterbovenhoek om terug te keren naar het vorige scherm. 6. Als alle gewenste functies zijn toegevoegd, drukt u op de knop Opslaan in de rechterbovenhoek om de nieuwe Scene af te ronden en op te slaan. AUTOMATISEREN Met Automatiseren kunt u een automatische actie voor het apparaat instellen. Deze kan worden gestart door de timer, de binnentemperatuur, de vochtigheid van de kamer, de weersomstandigheden of een aantal andere invloeden.
28 1. Druk op de knop Smart scene onderaan het startscherm. 2. Druk op het plusteken in de rechterbovenhoek om een Smart scene toe te voegen. 3. Select Automatiseren om een eernieuwe Automatische Scene te creëren. 4. De installatie lijkt sterk op die van een Scene op de vorige pagina, maar omvat een extra gedeelte voor het specificeren van een starter die de Scene in werking stelt. Druk op het potloodpictogram naast “Voer naam van Scene in” om de naam van uw Scene in te voeren. Druk op het rode plusteken naast "Als aan een voorwaarde wordt voldaan" om de starter toe te voegen. Druk op het rode plusteken naast "Voer de volgende acties uit" om de vereiste actie toe te voegen. Selecteer daarna de airconditioner uit de lijst met apparaten. 5. Selecteer de voorwaarde waarbij de automatische actie moet starten. U kunt een aantal starters combineren. 6.
Kies de functie, stel de waarde voor die functie in en druk dan op de knop Terug in de rechterbovenhoek om terug te keren naar het vorige scherm. 7. Als alle gewenste functies zijn toegevoegd, drukt u op de knop Opslaan in de rechterbovenhoek om de nieuwe Scene af te ronden en op te slaan. Nu het automatiseren is ingesteld, kunt u het in- of uitschakelen met behulp van de schuifknop die wordt afgebeeld in stap 2.
29 DE KNOP PROFIEL Via de knop Profiel kunt u uw persoonlijke gegevens bijwerken en de extra functies van de unit gebruiken. DE NAAM VAN HET APPARAAT WIJZIGEN In elk van de apparaatschermen hebt u toegang tot de extra instellingen van het apparaat door op de drie punten in de rechterbovenhoek te drukken. Via de bovenste optie daarvan kunt u de naam van het apparaat wijzigen in een naam die relevanter is in het gebruik, zoals "Airconditioner in woonkamer". In dit menu hebt u ook de mogelijkheid om een vergrendelingspatroon in te stellen of uw wachtwoord te wijzigen. APPARATEN DELEN Hier kunt u de toegang tot de bediening van uw airconditioner delen met familie of vrienden. INTEGRATIE Hier kunt u de unit integreren met uw favoriete hardware voor woningautomatisering, zoals Google Home of Amazon Echo.
30 P BLEEMOPLOSSINGRO Probeer de airconditioner niet te repareren of te demonteren. Ondeskundige reparaties leiden tot verlies van garantie en kunnen leiden tot storingen, verwondingen en schade aan eigendommen. Gebruik het apparaat alleen zoals in deze gebruikshandleiding is aangegeven en voer alleen handelingen uit die hierin worden geadviseerd. Probleem Oorzaken Oplossingen De airconditioner werkt niet. Er is geen stroom. Controleer of de unit op het elektriciteitsnet is aangesloten en het stopcontact normaal functioneert. D omgevingstemperatuur is te laag of te e hoog. Gebruik de machine alleen bij een kamertemperatuur tussen °C. 7 en 35 In de modus Koelen: de kamertemperatuur is lager dan de gewenste temperatuur. In de modus Verwarmen: de kamertemperatuur is hoger dan de gewenste temperatuur. Pas de gewenste kamertemperatuur aan.
In de modus Ontvochtigen: de omgevingstemperatuur is te laag. Zorg ervoor dat de kamertemperatuur hoger dan 17 °C is. Er is direct zonlicht. Gebruik gordijnen om de warmte van het zonlicht te verminderen. Het koel- of verwarmingseffect is zwak. Er staan deuren of ramen open; er zijn veel mensen in de kamer; in de modus Koelen: er zijn andere warmtebronnen (bijvoorbeeld koelkasten). Sluit deuren en ramen; vergroot het vermogen van de airconditioner. Het filter is vuil. Maak het filter schoon of vervang het. De luchtinlaat of -uitlaat is verstopt. Verwijder obstakels; controleer of de unit volgens de instructies is geïnstalleerd. De airconditioner lekt. De unit hangt niet horizontaal. Controleer met een waterpas of de eenheid horizontaal hangt; zo niet, verwijder deze van de wand en hang deze horizontaal. De drainagebuis is verstopt. Controleer of de drainagebuis is verstopt of vernauwd.
33 Nettogewicht 43 kg44 kg Afmetingen (l x d x h) 1000 x 200 x 585 mm 1000 x 200 x 585 mm In de modi Koelen en Verwarmen moet de unit naar de buitenlucht ontluchten. In het kader van de EU-verordening EN12102 geldt dit apparaat als een airconditioner en produceert het een geluidsenergie van minder dan 58 dB(A).
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Evolar EVO-M1000CH stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Evolar
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco