Evolar EVO-90C Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Evolar EVO-90C (24 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 27 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Evolar EVO-90C of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Evolar |
| Categorie: | Airco |
| Model: | EVO-90C |
Handleiding Evolar EVO-90C – volledige tekst
Veiligheid Belangrijke waarschuwingen: 1. Gebruik geen andere methoden voor het ontdooiproces of om de mobieleairconditioner schoon te maken dan die door de fabrikant worden aanbevolen. 2. Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu werkendeontstekingsbronnen zoals open vuur, een werkend gastoestel of een werkendeelektrische kachel. 3. De mobiele airconditioner of onderdelen hiervan niet doorboren of verbranden. 4. Houd er rekening mee dat het koudemiddel mogelijk geen geur bevatten. 5. Het apparaat moet worden geïnstalleerd en bediend in een ruimte met eenvloeroppervlak groter dan 11 m2. 6. Houd alle vereiste ventilatieopeningen vrij van obstructies. 7. Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant. 8.
Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarvan degrootte van de ruimte overeenkomt met de ruimte zoals gespecificeerd voor gebruik. 9. Elke persoon die betrokken is bij het werken aan of verbreken van eenkoudemiddelcircuit moet in het bezit zijn van een actueel geldig certificaat van eendoor de industrie geaccrediteerde beoordelingsinstantie, die hun bekwaamheidautoriseert om veilig met koudemiddelen om te gaan in overeenstemming met eendoor de industrie erkende beoordelings-specificatie. 10. Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals wordt aanbevolen door de fabrikantvan het apparaat. 11. Onderhoud en reparatie vereist voor de begeleiding van ander geschoold personeel,zal worden uitgevoerd onder het toezicht van de persoon die bekwaam is in hetgebruik van brandbare koudemiddelen.
Alle werkprocedures die van invloed zijn opveiligheidsmiddelen mogen alleen worden uitgevoerd door bevoegde personen. Opmerkingen: ● De airconditioner is alleen geschikt voor gebruik binnenshuis, en is niet geschikt voorandere toepassingen. ● Volg de lokale regels voor interconnectie op het net tijdens de installatie van deairconditioner. Zorg ervoor dat het apparaat goed geaard is.
Als je een vraag hebtover elektrische installatie, volg de instructies van de fabrikant en vraag indien nodigeen professionele elektricien om het apparaat te installeren. ● Plaats het apparaat op een vlakke en droge plaats. Houd een afstand van ten minste50 cm tussen het apparaat en de omliggende objecten of muren. ● Controleer, na installatie van de mobiele airconditioner, of de stekker intact is enstevig in het stopcontact is gestoken. Leg het snoer netjes neer om te voorkomen datiemand erover struikelt of de stekker eruit trekt. 3.
● Steek geen voorwerpen in de luchtinlaat en -uitlaat van de airconditioner. Houd deluchtinlaat en -uitlaat vrij van obstakels. ● Zorg ervoor dat bij het installeren van afvoerleidingen deze correct zijn aangesloten,en niet zijn vervormd of verbogen. ● Tijdens het afstellen van de bovenste en onderste windgeleiderstrips van deluchtuitlaat, trek deze voorzichtig aan om beschadiging van de windgeleiderstrips tevoorkomen. ● Zorg er bij het verplaatsen van het apparaat voor dat deze in een rechtopstaandepositie staat. ● Niet elke vloer is bestand tegen een dergelijke belasting bij het verplaatsen van hetapparaat. Evolar is nimmer aansprakelijk voor schade ontstaan door het gebruiken/of het verplaatsen van het apparaat. Evolar geeft geen aanwijzing of advies opwelk vloertype het apparaat vrijelijk middels de wielen verplaatst kan worden.
● Het apparaat mag niet in de buurt komen van benzine, brandbaar gas, fornuizen enandere warmtebronnen. ● Demonteer, reviseer en onderhoud het apparaat aandachtig, anders veroorzaakt heteen defect of brengt het zelfs schade toe aan personen en objecten. Om gevaar tevermijden, als een apparaatstoring optreedt, vraag de fabrikant of professionals omhet te repareren. ● Installeer en gebruik de airconditioner niet in een badkamer of andere vochtigeomgevingen. ● Trek niet aan de stekker of het snoer om het apparaat uit te zetten. ● Plaats geen bekers of andere voorwerpen op het apparaat om te voorkomen dat ervloeistoffen in de airconditioner komen. ● Gebruik geen insecticidesprays of andere brandbare stoffen in de buurt van deairconditioner. ● Reinig de airconditioner niet met chemische oplosmiddelen, zoals benzine enalcohol.
Als u de airconditioner gaat reinigen, koppelt u eerst de voeding los enreinigt u het apparaat met een vochtige, zachte doek. Voor ernstige vervuilingen kuntu een mild schoonmaakmiddel gebruiken. ● Het apparaat mag worden bediend door personen vanaf 8 jaar.
● Personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of mentale vermogens mogenhet apparaat bedienen als ze onder toezicht staan of instructie krijgen met betrekkingtot het gebruik van het apparaat op een veilige manier en als ze de gevarenbegrijpen die daarmee samenhangen. ● Kinderen onder de 8 jaar mogen niet aan het apparaat komen. ● Reiniging en onderhoud mag niet zonder toezicht door kinderen worden uitgevoerd. ● Als het netsnoer is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant, zijnserviceagent of vergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar te vermijden. ● Het apparaat moet worden geïnstalleerd in overeenstemming met nationalebedradingsvoorschriften. 4.
Transport, markering en opslag van de mobiele airconditioner 1. Transport van apparatuur die brandbare koudemiddelen bevat in overeenstemmingmet de transportvoorschriften. 2. Markeer tekens van het gebruik van de apparatuur in overeenstemming met deplaatselijke voorschriften. 3. Verwijdering van apparatuur met ontvlambare koudemiddelen in overeenstemmingmet nationale voorschriften. 4. De opslag van apparatuur moet in overeenstemming zijn met de instructies van defabrikant. 5. De verpakte (onverkochte) apparatuur dient beschermd te worden bij opslag.Mechanische schade aan de apparatuur in de verpakking mag geen lekkage van hetkoudemiddel veroorzaken. 6.
Het maximale aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen, wordt bepaalddoor lokale voorschriften.Kenmerken en componenten Kenmerken ● Nieuwe look, compacte structuur, gestroomlijnd apparaat ● Met koeling, ontvochtiging en ventilatorfunctie ● Continue waterafvoerfunctie ● LED bedieningspaneel ● Het apparaat is mooi en elegant ● Hoogwaardige afstandsbediening met gebruiksvriendelijk ontwerp ● Eenvoudige montage van de buiteninterface, die tevens zorgt voor een goededoorstroming van de warmtepijp ● Luchtfiltratie mogelijkheid ● Schakelfunctie met timer ● Beveiligingsfunctie voor het automatisch herstarten van de compressor na drieminuten, en een verscheidenheid aan andere beveiligingsfunctiesDe maximale bedrijfstemperatuur voor de airconditioner: 35/24 . ℃Werkingsbereik van de airconditioner: 7-35 . ℃5
Raam afdichtingsplaat montage Uitlaatpijp inrichting Bedieningsinterface 1. Aan/uit-knop 2. Modus keuzeknop 3. Keuzeknop ventilatorsnelheid 4. Omlaag-knop 5. Omhoog-knop 6. Slaap-knop 7. Timer-knop 8. LED-displayWanneer het apparaat voor de eerste keer wordt ingeschakeld, speelt de zoemer een vermogensgeluid af en gaat het apparaat in de stand-by status. Aan/uit-knop: druk op de knop om het apparaat in en uit te schakelen. Wanneer het apparaat ingeschakeld is, druk op de knop om het apparaat uit te schakelen; als de stroom is uitgeschakeld, drukt u op de knop om het apparaat in te schakelen. Modus keuzeknop: druk op de knop om te schakelen tussen koelen → ontvochtigen → ventilator → koel-modus. Keuzeknop ventilatorsnelheid : Druk in de koel-modus of ventilator-modus op de knop om een hogere of lagere windsnelheid te selecteren.
Omhoog-knop en Omlaag-knop: druk op de twee knopen om de insteltemperatuur of de insteltijd te wijzigen, het werkt als volgt: Druk tijdens het instellen van de temperatuur op de omhoog- of omlaag-knop om de gewenste temperatuur te selecteren (niet beschikbaar in ventilator- of ontvochtiging-modus). Druk tijdens het instellen van de tijd op de omhoog- of omlaag-knop om de gewenste tijd te selecteren. Slaap-knop: In de koel-modus, druk op de Slaap-knop om de slaap-modus in te schakelen, waarna het apparaat zal werken in energiebesparende, stille modus. Timing-knop: Druk in het geval van inschakelen op de knop om de timing te sluiten; in het geval van uitschakelen, druk op de knop om de timing te openen. Druk op de knop wanneer het tijdsymbool knippert, druk op de omhoog- en omlaag-knop om de gewenste tijdwaarde te selecteren.
De timingwaarden kunnen worden ingesteld in 1-24 uur en de timingwaarde kan een uur omhoog of omlaag worden aangepast. Opmerking: ● De slaapmodus kan niet worden ingeschakeld in de ontvochtiging- of ventilator-modus. ● De indicator voor vol water gaat aan en de zoemer gaat een aantal seconden afwanneer de maximale wateropslag in de binnenunit bereikt is. De compressor stoptmet werken.Bedieningsinstructies van de afstandsbediening Het afstandsbedieningspaneel bevat de volgende functies: 1. Aan-uit: druk op de knop om het apparaat in of uit teschakelen. 2. Timer: druk op de knop om de timing in te stellen. 3. Omlaag: druk op de knop om de ingestelde temperatuuren timing te verlagen. 4. Modus: druk op de knop om te schakelen tussen koel-,ventilatie- en ontvochtiging-modus. 5. Omhoog: druk op de knop om de ingestelde waarde voortemperatuur en timing te verhogen. 6.
Beschermingsfuncties Vriesbeschermingsfunctie: In koel-, ontvochtiging- of economische energiebesparing-modus: als de temperatuur van de uitlaatpijp te laag is, gaat het apparaat automatisch naar de beschermingsstatus. Als de temperatuur van de uitlaatpijp tot een bepaalde temperatuur stijgt, kan deze automatisch terugkeren naar de normale werking. Overloopbeschermingsfunctie: Als het waterniveau in de waterbak het waarschuwingsniveau overschrijdt, geeft het apparaat automatisch een alarmsignaal en gaat het indicatielampje "VOL" knipperen. Op dit moment moet u de afvoerleiding of de waterafvoer naar de goot of een andere afvoermogelijkheid verplaatsen om het water af te voeren (details: zie hoofdstuk Afvoerinstructies). Als de waterbak geleegd is, keert het apparaat automatisch terug naar de oorspronkelijke staat.
Automatisch ontdooien (alleen in koelmodellen): Het apparaat heeft een automatische ontdooifunctie. Ontdooien kan door middel van omkering van de vierwegklep. Beveiligingsfunctie van de compressor: Om de levensduur van de compressor te verlengen, heeft deze een opstartbeschermingsfunctie met een vertraging van 3 minuten nadat de compressor is uitgeschakeld. 9
Installatie en afstelling Installatie Let op: zorg ervoor dat de mobiele airconditioner vóór gebruik ten minste twee uur rechtop heeft gestaan. De airconditioner is eenvoudig te verplaatsen in een ruimte. Zorg er tijdens het verwijderen voor dat de airconditioner rechtop staat en dat de airconditioner op een vlak oppervlak wordt geplaatst. Installeer en gebruik de airconditioner niet in de badkamer of andere vochtige omgeving. 1. Installeer de warmtepijp zoals getoond op afbeelding 1.Afbeelding 1 1.1. Haal de buitenste connector en de uitlaatpijp eruit en verwijder de plastic zakken. 1.2. Steek de warmtepijp (het uiteinde van de uitlaatverbinding) in de ventilatiesleuf van het achterpaneel (naar links duwen) en voltooi de montage (zoals weergegeven in afbeelding 1). 2. Installatie van onderdelen van raamafdichtingsplaten. 2.1.
Open het raam half en monteer de raamafdichtingsplaat op het raam (zoals getoond in afbeelding 2 en afbeelding 3). Componenten kunnen in horizontale en verticale richting worden geplaatst. 2.2. Trek de onderling beweegbare onderdelen van de raamafdichtingsplaat uit elkaar om beide uiteinden van de constructie in contact te brengen met het raamkozijn. 2.3. Bevestig de verschillende onderdelen van de raamafdichtingsplaat. 10
Afbeelding 2 Afbeelding 3 3. Installeer het apparaat. 3.1. Verplaats het apparaat met geïnstalleerde warmtepijp en fittingen voor het raam naar een locatie waar de afstand tussen het apparaat en muren of andere objecten minimaal 50 cm bedraagt (zoals weergegeven in afbeelding 4). Afbeelding 4 3.2. Verleng de uitlaatpijp en klik het platte uiteinde van de uitlaatpijp in het gat van de raamafdichtingsplaat (zoals getoond in afbeelding 5 en afbeelding 6). 11
Afbeelding 5 Afbeelding 6 Opmerkingen: ● Het platte uiteinde van de uitlaatpijp moet op zijn plaats worden geklikt. ● De buis kan niet worden vervormd en mag niet verder worden verdraaid dan 45 °. ● Blokkeer de ventilatie van de uitlaatpijp nietBelangrijke mededeling: De lengte van de uitlaatslang bedraagt 280 ~ 1.500 mm, en deze lengte is gebaseerd op de specificaties van de airconditioner. Gebruik geen verlengbuizen en vervang de uitlaatslang niet door aan ander type uitlaatslang, omdat dit een storing kan veroorzaken. De uitlaatslang mag niet worden geblokkeerd omdat dit oververhitting kan veroorzaken. 12
Afvoerinstructies Dit apparaat heeft twee afvoermethoden: handmatige afvoer en continue afvoer. Handmatige afvoer 1. Wanneer het apparaat stopt nadat de waterbak vol is, zet u het apparaat uit. 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.Opmerking: Verplaats het apparaat voorzichtig, zodat u geen water morst vanuit de waterbak op de bodem van het apparaat. 3. Plaats een waterreservoir onder de wateruitlaat aan de achterkant van het apparaat. 4. Draai het afvoerdeksel los en haal de waterstop eruit; het water stroomt nuautomatisch in het waterreservoir.Opmerkingen: ● Bewaar het afvoerdeksel en de waterstop correct. ● Tijdens het draineren kan het apparaat iets naar achteren worden gekanteld. ● Als het geplaatste waterreservoir niet al het water uit de airconditioner kan opvangen,plaats dan de waterstop terug in de wateruitlaat om tussentijds het waterreservoir telegen. 5.
Wanneer al het water is afgevoerd, plaats dan de waterstop terug en draai hetafvoerdeksel vast.Continue afvoer (optioneel) (alleen van toepassing bij ontvochtiging-modus), zoals weergegeven in afbeelding: 1. Schroef het afvoerdeksel los en haal de waterstop eruit. 2. Plaats de afvoerbuis in de waterafvoer. 3. Sluit de afvoerleiding aan op een emmer.13
Reiniging Schakel vóór reiniging en onderhoud het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact. 1. Maak het oppervlak van het apparaat schoon.Maak het oppervlak van het apparaat schoon met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen chemicaliën, zoals benzeen, alcohol, benzine etc., omdat deze het oppervlak van de airconditioner of zelfs het hele apparaat kunnen beschadigen. 2. Reinig het filterscherm.Als het filterscherm is verstopt, vermindert dit de effectiviteit van de airconditioner. Het filterscherm dient eens in de twee weken schoongemaakt te worden. 3. Reinig het bovenste filter frameDraai de schroef los, die het EVA-filternet en de achterkant verbindt, met een schroevendraaier en verwijder het EVA-filternet. Plaats het EVA-filterscherm in warm water (ongeveer 40 ) met een neutraal ℃reinigingsmiddel en laat het aan de lucht drogen. 14
Opslag 1. Draai het afvoerdeksel los, haal de waterstop eruit en laat het water uit de waterbakin een ander waterreservoir lopen of kantel het lichaam direct om het water in eenander reservoir te lozen. 2. Zet het apparaat aan, stel deze in op windarme ventilatie-modus en handhaaf dezetoestand totdat de afvoerpijp droog is, om de binnenkant van het apparaat droog tehouden en schimmelvorming te voorkomen. 3. Schakel het apparaat uit, trek de stekker uit het stopcontact en wikkel het netsnoerom de wikkelpaal. 4. Installeer de waterplug en het afvoerdeksel. 5. Verwijder de uitlaatpijp en bewaar deze goed. 6. Dek de airconditioner af met een plastic zak. 7. Zet de airconditioner op een droge plaats, buiten het bereik van kinderen en neemmaatregelen voor stofbeheersing. 8.
Onderhoudsinstructies en -voorwaarden Informatie over onderhoud Inspecteer de omgeving Voordat wordt begonnen met werkzaamheden aan systemen die ontvlambare koudemiddelen bevatten, zijn veiligheidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het risico op ontsteking tot een minimum wordt beperkt. Voor reparatie aan het koelsysteem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen nageleefd worden alvorens werkzaamheden aan het systeem uit te voeren: 1. WerkprocedureHet werk moet worden uitgevoerd volgens een gecontroleerde procedure om het risico dat een brandbaar gas of damp aanwezig is, terwijl het werk wordt uitgevoerd, te minimaliseren. 2. Algemeen werkgebiedAl het onderhoudspersoneel en anderen die in de omgeving werken, moeten worden geïnstrueerd over de aard van het uitgevoerde werk. Werk in besloten ruimtes moet worden vermeden. Het gebied rond de werkruimte moet worden afgebakend.
Zorg ervoor dat de omstandigheden in het gebied veilig zijn gemaakt door controle op brandbaar materiaal. 3. Controle op aanwezigheid van koelmiddelDe ruimte moet voorafgaand aan en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte koudemiddeldetector om er zeker van te zijn dat de technicus zich bewust is van mogelijk ontvlambare atmosferen. Zorg ervoor dat de gebruikte lekdetectieapparatuur geschikt is voor gebruik met ontvlambare koudemiddelen, dwz niet-vonkend, voldoende afgesloten of intrinsiek veilig. 4. Aanwezigheid van brandblusserAls er hitte werk moet worden uitgevoerd aan de koelapparatuur of bijbehorende onderdelen, moet geschikte brandblusapparatuur voorhanden zijn. Zorg dat er een droog poeder- of CO2-brandblusser naast het onderhoudsgebied staat. 5.
Geen ontstekingsbronnenNiemand die werkzaamheden uitvoert met betrekking tot een koelsysteem, waarbij leidingen worden blootgelegd die ontvlambaar koelmiddel bevatten of hebben bevat, mogen ontstekingsbronnen gebruiken op een manier dat dit kan leiden tot brand- of explosiegevaar.
Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van sigaretten, dienen voldoende ver weg te worden gehouden van de plaats van installatie, reparatie, verwijdering en afvoer, waarbij brandbaar koelmiddel mogelijk naar de omringende ruimte kan vrijkomen. Voordat er werkzaamheden worden uitgevoerd, moet het gebied rond de apparatuur worden onderzocht om er zeker van te zijn dat er geen ontvlambare gevaren of ontstekingsrisico's zijn. "Niet roken" -borden moeten worden opgehangen. 16.
6. Geventileerde ruimteZorg ervoor dat de ruimte in de open lucht is of dat deze voldoende wordt geventileerd voordat u in het systeem inbreekt of warmtewerkzaamheden uitvoert. Gedurende de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd, dient een zekere mate van ventilatie worden voortgezet. De ventilatie moet eventueel vrijgekomen koudemiddel veilig verspreiden en bij voorkeur extern in de atmosfeer afvoeren. 7. Controle van de koelapparatuurWanneer elektrische componenten worden vervangen, moeten deze geschikt zijn voor het doel en voldoen aan de juiste specificaties. De onderhouds- en servicerichtlijnen van de fabrikant moeten te allen tijde worden opgevolgd. Raadpleeg bij twijfel de technische afdeling van de fabrikant voor assistentie.
De volgende controles worden toegepast op installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken: ● De grootte van de opvulling is in overeenstemming met de grootte van de ruimtewaarin de koudemiddelhoudende onderdelen zijn geïnstalleerd. ● De ventilatieapparatuur en uitlaten werken naar behoren en worden niet belemmerd. ● Indien een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moet het secundaire circuit wordengecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel. ● Markering op de apparatuur blijft zichtbaar en leesbaar. Opschriften en tekens dieonleesbaar zijn, worden gecorrigeerd. ● Koelleiding of -componenten zijn geïnstalleerd op een plaats waar hetonwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan enige stof diekoudemiddelhoudende componenten kan aantasten, tenzij de componenten zijngemaakt van materialen die inherent corrosiebestendig zijn of voldoende beschermdzijn tegen corrosie. 8.
Controle van elektrische apparatenReparatie en onderhoud aan elektrische componenten moeten initiële veiligheidscontroles en inspectieprocedures voor componenten omvatten. Als er een storing is die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten, totdat deze naar tevredenheid is verholpen.
Als de storing niet onmiddellijk kan worden verholpen, maar het bedrijf moet worden voortgezet, wordt een passende tijdelijke oplossing gebruikt. Dit wordt gerapporteerd aan de eigenaar van de apparatuur, zodat alle partijen worden geïnformeerd. De eerste veiligheidscontroles zullen omvatten: ● Dat condensatoren ontladen zijn: dit moet op een veilige manier gebeuren omvonkvorming te voorkomen. ● Dat er geen spanningvoerende elektrische componenten en bedradingen wordenblootgesteld tijdens het opladen, herstellen of doorspoelen van het systeem. ● Dat er continuïteit is in de aardverbinding. 17.
Reparaties aan verzegelde componenten 1. Tijdens reparaties aan verzegelde componenten moeten alle elektrische voedingenworden losgekoppeld van de apparatuur waaraan wordt gewerkt voordat verzegelde afdekkingen etc. worden verwijderd. Als het absoluut noodzakelijk is om tijdens het onderhoud een elektrische voeding naar de apparatuur te hebben, dan moet een permanent werkende vorm van lekdetectie op het meest kritieke punt worden geplaatst om te waarschuwen bij storing door een potentieel gevaarlijke situatie. 2. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan het volgende om ervoorte zorgen dat door werkzaamheden aan elektrische componenten de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt beïnvloed.
Dit omvat schade aan kabels, overmatig aantal aansluitingen, klemmen die niet volgens de oorspronkelijke specificatie zijn gemaakt, schade aan afdichtingen, onjuiste montage van wartels, enz. ● Zorg ervoor dat het apparaat stevig is gemonteerd. ● Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtingsmaterialen niet zodanig zijn verslechterddat ze niet langer dienen om het binnendringen van brandbare atmosferen tevoorkomen. Vervangende onderdelen moeten in overeenstemming zijn met despecificaties van de fabrikant. Opmerking: Het gebruik van siliconenkit kan de effectiviteit van sommige soorten lekdetectieapparatuur belemmeren. Intrinsiek veilige componenten hoeven niet te worden geïsoleerd voordat eraan wordt gewerkt. 3.
Reparatie van intrinsiek veilige componentenPas geen permanente inductieve of capaciteitsbelastingen toe op het circuit zonder ervoor te zorgen dat dit de toegestane spanning en stroom die is toegestaan voor de gebruikte apparatuur niet overschrijdt. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige typen waaraan gewerkt kan worden terwijl ze gebruikt worden in aanwezigheid van een brandbare atmosfeer. De testapparatuur moet de juiste classificatie hebben. Vervang onderdelen alleen door onderdelen die zijn gespecificeerd door de fabrikant.
Andere onderdelen kunnen leiden tot ontbranding van koudemiddel in de atmosfeer door een lek. 4. BekabelingControleer of de bekabeling niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige milieueffecten. Bij de controle moet ook rekening worden gehouden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen van bronnen, zoals compressoren of ventilatoren. 5. Detectie van brandbare koudemiddelenIn geen geval mogen potentiële ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of detecteren van koudemiddellekken. Een halogenide toorts (of een andere detector die een open vlam gebruikt) mag niet worden gebruikt. 18.
6. LekdetectiemethodenDe volgende lekdetectiemethoden worden aanvaardbaar geacht voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten: ● Elektronische lekdetectoren worden gebruikt om brandbare koelmiddelen tedetecteren, maar de gevoeligheid is mogelijk niet voldoende of moet mogelijkopnieuw worden gekalibreerd. (Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in eenkoelmiddelvrije ruimte. ) Zorg ervoor dat de detector geen potentiële ontstekingsbronis en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekdetectieapparatuur wordtingesteld op een percentage van de LFL van het koelmiddel en wordt gekalibreerdop het koelmiddel en het juiste percentage gas (maximaal 25%) wordt bevestigd.
● Lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koudemiddelen,maar het gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen moet worden vermedenaangezien het chloor kan reageren met het koudemiddel en de koperen leidingenkan aantasten. Als er een lek wordt vermoed, moet alle open vuur worden verwijderden/of gedoofd. Als er een koudemiddellek wordt gevonden waarvoor solderen vereist is, moet al het koelmiddel uit het systeem worden teruggewonnen of worden geïsoleerd (door middel van afsluiters) in een deel van het systeem dat ver van het lek verwijderd is. Zuurstofvrije stikstof (OFN) zal dan zowel voor als tijdens het soldeerproces door het systeem worden gespoeld. 7. Verwijdering en evacuatieBij het inbreken in het koudemiddelcircuit voor reparatie - of voor enig ander doel - moeten conventionele procedures worden gebruikt.
Het is echter belangrijk dat de beste praktijken worden gevolgd, aangezien ontvlambaarheid een overweging is. De volgende procedure moet worden gevolgd: ● Verwijder koudemiddel. ● Spoel het circuit door met inert gas. ● Evacueer het gas. ● Spoel opnieuw met inert gas. ● Open het circuit door te snijden of te solderen. De koudemiddelvulling wordt teruggewonnen in de juiste terugwinningscilinders.
Het systeem moet worden "gespoeld" met OFN om de unit veilig te maken. Dit proces moet mogelijk meerdere keren worden herhaald. Voor deze taak mag geen perslucht of zuurstof worden gebruikt. Het spoelen wordt bereikt door het vacuüm in het systeem met OFN te onderbreken en door te gaan met vullen tot de werkdruk is bereikt, vervolgens te ontluchten naar de atmosfeer en tenslotte naar een vacuüm te trekken. Dit proces wordt herhaald totdat er geen koelmiddel in het systeem meer aanwezig is. Wanneer de laatste OFN-lading wordt gebruikt, moet het systeem worden ontlucht tot atmosferische druk om het werk mogelijk te maken. Deze handeling is absoluut noodzakelijk als er soldeerwerkzaamheden aan de leidingen moeten plaatsvinden. Zorg ervoor dat de uitlaat voor de vacuümpomp zich niet in de buurt van ontstekingsbronnen bevindt en dat er ventilatie aanwezig is. 19.
8. OplaadproceduresNaast conventionele oplaadprocedures moeten de volgende vereisten worden gevolgd: ● Zorg ervoor dat tijdens het gebruik van vulapparatuur geen vervuiling vanverschillende koelmiddelen optreedt. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijkzijn om de hoeveelheid koelmiddel erin te minimaliseren. ● Cilinders moeten rechtop worden gehouden. ● Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is voordat u het systeem met koelmiddelvult. ● Label het systeem wanneer het opladen is voltooid. ● Wees er uiterst voorzichtig mee dat het koelsysteem niet te vol wordt gevuld. Voordat het systeem opnieuw wordt opgeladen, moet het onder druk worden getestmet OFN. Het systeem moet op lekken worden getest na voltooiing van het laden,maar vóór inbedrijfstelling. Voordat de locatie wordt verlaten, moet een vervolglektestworden uitgevoerd. 9.
BuitenbedrijfstellingVoordat u deze procedure uitvoert, is het essentieel dat de technicus volledig vertrouwd is met de apparatuur en al zijn details. Het wordt aanbevolen om alle koudemiddelen veilig terug te winnen. Voordat de taak wordt uitgevoerd, moet een olie- en koudemiddelmonster worden genomen voor het geval dat analyse vereist is voordat het teruggewonnen koelmiddel opnieuw wordt gebruikt. Het is essentieel dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat met de taak wordt begonnen. a. Raak vertrouwd met de apparatuur en de bediening ervan. b. Het systeem elektrisch isoleren. c. Voordat u de procedure probeert, moet u ervoor zorgen dat: i. Mechanische behandelingsapparatuur, indien nodig, beschikbaar isvoor het hanteren van koelmiddelcilinders. ii. Alle persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig zijn en correctworden gebruikt. iii.
Als een vacuüm niet mogelijk is, maak dan een verdeelstuk zodat hetkoudemiddel uit verschillende delen van het systeem kan worden verwijderd. f. Zorg ervoor dat de cilinder zich op de weegschaal bevindt voordat herstelplaatsvindt. g. Start de herstelmachine en bedien hem in overeenstemming met deinstructies van de fabrikant. h. Overvul cilinders niet. (Niet meer dan 80% vloeistofvulling). i. Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, ook niet tijdelijk. j. Als de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, zorg er dan voordat de cilinders en de apparatuur onmiddellijk van de locatie wordenverwijderd en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur zijn gesloten. k. Teruggewonnen koudemiddel mag niet in een ander koelsysteem wordengeladen tenzij het is gereinigd en gecontroleerd. 20.
10. EtiketteringDe apparatuur moet zijn voorzien van een label waarop staat dat deze is ontmanteld en dat er geen koelmiddel in zit. Het etiket wordt gedateerd en ondertekend. Zorg ervoor dat er labels op de apparatuur zijn die aangeven dat de apparatuur brandbaar koelmiddel bevat. 11. HerstelBij het verwijderen van koudemiddel uit een systeem, zowel voor onderhoud als buitenbedrijfstelling, wordt aanbevolen om alle koudemiddelen veilig te verwijderen. Zorg er bij het overbrengen van koudemiddel in cilinders voor dat alleen geschikte koelmiddel terugwinningscilinders worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal cilinders voor de totale systeemvulling beschikbaar zijn. Alle te gebruiken cilinders zijn bedoeld voor het teruggewonnen koudemiddel en gelabeld voor dat koudemiddel (dwz speciale cilinders voor het terugwinnen van koudemiddel).
Cilinders zijn compleet met overdrukventiel en bijbehorende afsluiters in goede staat. Lege opvangcilinders worden leeggepompt en, indien mogelijk, gekoeld voordat herstel plaatsvindt. De terugwinningsapparatuur moet in goede staat verkeren met een set instructies met betrekking tot de apparatuur die voorhanden is en moet geschikt zijn voor het terugwinnen van brandbare koelmiddelen. Bovendien moet een set gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn en in goede staat verkeren. Slangen moeten compleet zijn met lekvrije ontkoppelingskoppelingen en in goede staat verkeren. Voordat u de herstelmachine gebruikt, moet u controleren of deze in goede staat verkeert, goed is onderhouden en of alle bijbehorende elektrische componenten zijn verzegeld om ontsteking te voorkomen in het geval dat koudemiddel vrijkomt. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant.
Het teruggewonnen koudemiddel moet naar de koudemiddelleverancier worden teruggegstuurd in de correcte terugwinningscilinder, en de relevante afvaltransportnota opgesteld. Meng geen koudemiddelen in terugwinningseenheden en zeker niet in cilinders.
Als compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, zorg er dan voor dat ze tot een aanvaardbaar niveau zijn afgevoerd om er zeker van te zijn dat er geen brandbaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het evacuatieproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor aan de leveranciers wordt geretourneerd. Alleen elektrische verwarming van het compressorlichaam mag worden gebruikt om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit veilig gebeuren. Zekering parameters van het apparaat Type : 5TE of 932 Spanning: 250 V Stroom: 3,15 A 21.
Problemen oplossen Repareer of demonteer de airconditioner niet zelf. Ongekwalificeerde reparatie leidt tot het falen van de garantiekaart en kan schade toebrengen aan gebruikers of hun eigendommen. Problemen Redenen Oplossingen De airconditioner werkt niet. Er is geen elektriciteit. Schakel het in nadat u het op een stopcontact met elektriciteit hebt aangesloten. De waterbak-vol indicator knippert. Voer het water uit de waterbak af. De omgevingstemperatuur is te laag of te hoog Er wordt aangeraden om het apparaat te gebruiken bij een temperatuur van 7- 35 ℃(44- 95 ℉).In de koel-modus is de kamertemperatuur lager dan de ingestelde temperatuur; in de verwarming-modus is de kamertemperatuur hoger dan de ingestelde temperatuur. Verander de ingestelde temperatuur. In de ontvochtiging-modus is de omgevingstemperatuur laag.
Het apparaat wordt in een kamer geplaatst met een omgevingstemperatuur hoger dan 17 ℃ ℉ (62 ). Het verkoelende effect is niet goed. Er is direct zonlicht. Sluit een gordijn en/of zonnewering. Deuren of ramen staan open; er zijn veel mensen; of in de koel-modus zijn er andere warmtebronnen. Sluit deuren en ramen en voeg een extra airconditioner toe. Het filterscherm is vuil. Reinig of vervang het filterscherm. De luchtinlaat of -uitlaat is geblokkeerd. Verwijder obstakels. Het apparaat maakt teveel geluid. De airconditioner staat niet op een vlakke ondergrond. Zet de airconditioner op een vlakke en verharde plek (om geluid te verminderen). De compressor werkt niet. De vorstbeveiliging is ingeschakeld. Wacht 3 minuten tot de temperatuur is gedaald en start het apparaat opnieuw. Bescherming tegen oververhitting begint. 22
De afstandsbediening doet het niet. De afstand tussen het apparaat en de afstandsbediening is te groot. Breng de afstandsbediening dicht bij de airconditioner en zorg ervoor dat de afstandsbediening recht in de richting van de ontvanger van de airconditioner is gericht. De afstandsbediening is niet uitgelijnd met de richting van de ontvanger van de afstandsbediening. Batterijen zijn leeg. Vervang batterijen. Geeft 'E1' weer. De kamertemperatuursensor is abnormaal. Controleer de kamertemperatuursensor en de bijbehorende schakelingen. Geeft 'E2' weer De buis temperatuursensor is abnormaal. Controleer de buis temperatuursensor en de bijbehorende schakelingen. Opmerking: als er problemen optreden die niet in de tabel staan of de aanbevolen oplossingen niet werken, neem dan contact op met de professionele serviceorganisatie.
X.Addendum Schematisch diagram voor airconditioning De specifieke technische parameters van (het apparaat zijn onderhevig aan het typeplaatje op het product) CondensorCompressorVerdamperCapillair Afdanking: Plaats het apparaat niet bij ongesorteerd afval. Dergelijk afval moet apart worden verwijderd voor overig bijzonder gebruik. 23
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Evolar EVO-90C stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Evolar
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco