Epson EXPRESSION HOME XP-455 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Epson EXPRESSION HOME XP-455 (175 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 328 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Epson EXPRESSION HOME XP-455 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Epson |
| Categorie: | Printer |
| Model: | EXPRESSION HOME XP-455 |
Handleiding Epson EXPRESSION HOME XP-455 – volledige tekst
CopyrightNiets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën,opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schrielijke toestemming van Seiko EpsonCorporation. Er wordt geen patentaansprakelijkheid aanvaard met betrekking tot het gebruik van de informatie indeze handleiding. Evenmin wordt aansprakelijkheid aanvaard voor schade die voortvloeit uit het gebruik van deinformatie in deze publicatie. De informatie in dit document is uitsluitend bestemd voor gebruik met dit Epson-product.
Epson is niet verantwoordelijk voor gebruik van deze informatie in combinatie met andere producten.Seiko Epson Corporation noch haar lialen kunnen verantwoordelijk worden gesteld door de koper van ditproduct of derden voor schade, verlies, kosten of uitgaven die de koper of derden oplopen ten gevolge van al danniet foutief gebruik of misbruik van dit product of onbevoegde wijzigingen en herstellingen of (met uitzonderingvan de V.S.) het zich niet strikt houden aan de gebruiks- en onderhoudsvoorschrien van Seiko EpsonCorporation.Seiko Epson Corporation en haar dochterondernemingen kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voorschade of problemen voortvloeiend uit het gebruik van andere dan originele onderdelen of verbruiksgoederenkenbaar als Original Epson Products of Epson Approved Products by Seiko Epson.Seiko Epson Corporation kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade voortvloeiend uitelektromagnetische interferentie als gevolg van het gebruik van andere interfacekabels die door Seiko EpsonCorporation worden aangeduid als Epson Approved Products.© 2017 Seiko Epson CorporationDe inhoud van deze handleiding en de specicaties van dit product kunnen zonder aankondiging wordengewijzigd.GebruikershandleidingCopyright2
InhoudsopgaveCopyrightHandelsmerkenOver deze handleidingIntroductie tot de handleidingen. 8Informatie zoeken in de handleiding. 8Markeringen en symbolen. 10Beschrijvingen gebruikt in deze handleiding. 10Referenties voor besturingssystemen. 10Belangrijke instructiesVeiligheidsinstructies. 11Printeradviezen en waarschuwingen. 12Adviezen en waarschuwingen voor hetinstellen/gebruik van de printer. 12Adviezen en waarschuwingen voor gebruikvan de printer met een draadloze verbinding. 13Adviezen en waarschuwingen voor gebruikvan geheugenkaarten. 13Adviezen en waarschuwingen voor gebruikvan het display. 13Uw persoonlijke gegevens beschermen. 14Basisprincipes van printerNamen en functies van onderdelen. 15Bedieningspaneel. 17Knoppen. 17Uitleg bij het LCD-scherm. 18NetwerkinstellingenTypen netwerkverbindingen. 21Wi-Fi-verbinding. 21Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudigtoegangspunt).
Originele enveloppen afdrukken. 51Afdrukken in diverse lay-outs. 53Afdrukken vanuit een diavoorstelling. 54Afdrukken met DPOF. 54Menuopties voor de modus Foto afdr. 55Afdrukken vanaf een computer. 56Basisprincipes van printer — Windows. 56Basisprincipes voor afdrukken — Mac OS. 57Dubbelzijdig afdrukken (alleen voor Windows). 60Meerdere pagina's op één vel afdrukken. 61Afdruk aanpassen aan papierformaat. 62Meerdere bestanden samen afdrukken (alleenvoor Windows). 64Eén aeelding afdrukken op meerdere vellenom een poster te maken (alleen voor Windows). 65Geavanceerde functies gebruiken voorafdrukken. 71Foto's afdrukken met Epson Easy Photo Print. 73Afdrukken met Smart Devices. 74Epson iPrint gebruiken. 74AirPrint gebruiken. 76Afdrukken annuleren. 76Afdrukken annuleren — Printertoets. 76Afdrukken annuleren - Windows. 77Afdrukken annuleren — Mac OS. 77KopiërenNormaal kopiëren.
78Menuopties voor de modus Kopiëren. 78Foto's kopiëren. 80Menuopties voor Foto's kopiëren/herstellen. 81ScannenScannen via het bedieningspaneel. 82Scannen naar een geheugenkaart. 82Scannen naar de cloud. 82Scannen naar een computer. 83Scannen naar een computer (WSD). 84Menuopties voor het scannen. 86Scannen vanaf een computer. 87Scannen met Epson Scan 2. 87Scannen met smart-apparaten. 93Epson iPrint installeren. 93Scannen met Epson iPrint. 93Inktpatronen vervangenHet inktpeil controleren. 95Het inktpeil controleren — Bedieningspaneel. 95Het inktpeil controleren - Windows. 95Het inktniveau controleren — Mac OS. 95Codes van de cartridges. 95Voorzorgsmaatregelen voor inktpatronen. 96Cartridges vervangen. 99Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken. 101Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken - Windows. 103Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken — Mac OS.
135Problemen oplossenDe printerstatus controleren. 136Berichten op het display bekijken. 136De printerstatus controleren - Windows. 137De printerstatus controleren — Mac OS. 137Vastgelopen papier verwijderen. 138Vastgelopen papier verwijderen uit dePapiertoevoer achter. 138Vastgelopen papier uit de uitvoerladeverwijderen. 138Vastgelopen papier binnen in de printerverwijderen. 139Papier wordt niet goed ingevoerd. 140Papier loopt vast. 141Papier wordt schuin ingevoerd. 141Er worden meerdere vellen papier tegelijkuitgevoerd. 141Problemen met stroomtoevoer enbedieningspaneel. 141De stroom wordt niet ingeschakeld. 141De stroom wordt niet uitgeschakeld. 141Het display wordt donker. 142Kan niet afdrukken vanaf een computer. 142De verbinding controleren (USB). 142De verbinding controleren (netwerk). 142De soware en gegevens controleren. 143De printerstatus controleren vanaf decomputer (Windows).
146Kan geen verbinding maken vanaf apparatenterwijl de netwerkinstellingen correct zijn. 146De SSID controleren waarmee de printer isverbonden. 148De SSID voor de computer controleren. 148Kan niet afdrukken vanaf een iPhone of iPad. 149Het afdrukken is gepauzeerd. 149Afdrukproblemen. 149De afdruk is gekrast of er ontbreken kleuren. 149Er verschijnen strepen of onverwachte kleuren. 150Gekleurde streepvorming zichtbaar met eentussenafstand van ongeveer 2. 5 cm. 150Onscherpe afdrukken, verticale strepen ofverkeerde uitlijning. 151Afdrukkwaliteit is slecht. 151Papier vertoont vlekken of is bekrast. 152Afgedrukte foto's zijn plakkerig. 153Aeeldingen of foto's worden afgedrukt metde verkeerde kleuren. 153De kleuren verschillen van wat u op hetscherm ziet. 153Kan niet afdrukken zonder marges. 153Randen van de aeelding vallen weg bij hetrandloos afdrukken.
Er verschijnt een webachtig patroon (ook wel"moiré" genoemd) op de gekopieerdeaeelding. 156De achterkant van het origineel is te zien opde gekopieerde aeelding. 156Het probleem kon niet worden opgelost. 156Overige afdrukproblemen. 156Afdrukken verloopt te traag. 156Afdrukken vertraagt aanzienlijk tijdens hetcontinu afdrukken. 157Kan het afdrukken niet annuleren vanaf eencomputer met Mac OS X 10. 6. 8. 157Kan niet beginnen met scannen. 157Kan scannen niet starten via bedieningspaneel. 158Problemen met gescande aeeldingen. 158Ongelijke kleuren, vuil, vlekken, enzovoortworden weergegeven bij scannen vanaf deglasplaat van de scanner. 158De aeeldingskwaliteit is ruw. 159De oset schijnt door in de achtergrond vanaeeldingen. 159De tekst is onscherp. 159Moiré-patronen (webachtige schaduwen)verschijnen. 160Kan het juiste gebied niet scannen op deglasplaat.
160Kan geen voorbeeld weergeven in umbnail. 160Tekst wordt niet correct herkend wanneer ikopsla als een Searchable PDF. 161Problemen in gescande aeelding kunnenniet worden opgelost. 161Andere scanproblemen. 162Scannen verloopt te traag. 162Scannen stopt bij het scannen naar een PDF/Multi-TIFF. 162Overige problemen. 163Lichte elektrische schok wanneer u de printeraanraakt. 163Printer maakt veel lawaai tijdens werking. 163Kan gegevens niet opslaan op eengeheugenkaart. 163Soware wordt geblokkeerd door een rewall(alleen Windows). 163'. ' wordt weergegeven in het fotoselectiescherm 163BijlageTechnische specicaties. 165Printer specicaties. 165Scannerspecicaties. 166Interface-specicaties. 166Lijst met netwerkfuncties. 167Wi-Fi-specicaties. 167Beveiligingsprotocol. 168Ondersteunde services van derden. 168Specicaties externe opslagapparaten. 168Dimensies. 169Elektrische specicaties.
Over deze handleidingIntroductie tot de handleidingenDe volgende handleidingen worden meegeleverd met uw Epson-printer. Naast de handleidingen kunt u ook deverschillende hulpmogelijkheden op de printer zelf of in de toepassingen raadplegen.❏ Hier beginnen (gedrukte handleiding)Bevat informatie over het instellen van de printer, het installeren van de soware, het gebruik van de printer, hetoplossen van problemen enzovoort.❏ Gebruikershandleiding (digitale handleiding)Deze handleiding.
Biedt algehele informatie en instructies voor het gebruik van de printer, voornetwerkinstellingen wanneer de printer in een netwerk wordt gebruikt en voor het oplossen van problemen.U kunt de meest recente versie van de bovenstaande handleidingen in uw bezit krijgen op de volgende manieren.❏ Gedrukte handleidingGa naar de ondersteuningssite van Epson Europe (http://www.epson.eu/Support) of de wereldwijdeondersteuningssite van Epson (http://support.epson.net/).❏ Digitale handleidingStart EPSON Soware Updater op uw computer.
EPSON Soware Updater controleert of er updatesbeschikbaar zijn voor Epson-toepassingen of digitale handleidingen en laat u vervolgens de meest recente versiedownloaden.Gerelateerde informatie& “EPSON Soware Updater” op pagina 132Informatie zoeken in de handleidingIn de PDF-handleiding kunt u naar informatie zoeken via een zoekwoord, of direct naar een bepaald gedeelte gaanmet behulp van de bladwijzers.U kunt ook alleen de pagina's afdrukken die u nodig hebt.Dit gedeelte bevat uitlegover het gebruik van een PDF-handleiding die in Adobe Reader X is geopend op de computer.GebruikershandleidingOver deze handleiding8
Zoeken met een zoekwoordKlik op Bewerken > Geavanceerd zoeken.Voer in het zoekvenster het zoekwoord (tekst) in voor de informatie dieu zoekt en klik vervolgens op Zoeken.Zoekresultaten worden weergegeven in een lijst.Klik op een van deweergegeven zoekresultaten om naar de betreende pagina te gaan.Direct naar informatie gaan via bladwijzersKlik op een titel om naar de betreende pagina te gaan.Klik op + of > en bekijk de onderliggende titels in datgedeelte.Voer de volgende bewerking uit op het toetsenbord als u wilt terugkeren naar de vorige pagina.❏ Wi ndows: h ou d d e Alt-toets ingedrukt en druk op ←.❏ Mac OS: houd de command-toets ingedrukt en druk op ←.Alleen pagina's afdrukken die u nodig hebtU kunt alleen de pagina's die u nodig hebt extraheren en afdrukken.Klik op Afdrukken in het menu Bestand engeef in Pagina's bij Pagina's die moeten worden afgedrukt de pagina's op die u wilt afdrukken.❏ Als u een paginareeks wilt opgeven, voert u tussen de begin- eindpagina een areekstreepje in.Voorbeeld: 20-25❏ Als u niet-opeenvolgende pagina's wilt opgeven, scheidt u de pagina's met komma's.Voorbeeld: 5, 10, 15GebruikershandleidingOver deze handleiding9
Markeringen en symbolen!Let op:Instructies die zorgvuldig moeten worden gevolgd om lichamelijk letsel te voorkomen.cBelangrijk:Instructies die moeten worden gevolgd om schade aan het apparaat te voorkomen.Opmerking:Biedt aanvullende informatie en referentiegegevens.& Gerelateerde informatieKoppelingen naar de verwante paragrafen.Beschrijvingen gebruikt in deze handleiding❏ Screenshots van de schermen van de printerdriver en Epson Scan 2 (scannerdriver) zijn van Windows 10 ofmacOS High Sierra. De inhoud die op de schermen wordt weergegeven, is aankelijk van het model en desituatie.❏Aeeldingen van de printer gebruikt in deze handleiding dienen uitsluitend als voorbeeld.
Bovendien wordt "Windows" gebruikt om alleversies ervan aan te duiden.❏Microso® Wi nd ows® 10 besturingssysteem❏ Microso® Wi nd ows® 8.1 besturingssysteem❏Microso® Wi nd ows® 8 besturingssysteem❏ Microso® Wi nd ows® 7 besturingssysteem❏ Microso® Wi nd ows Vista® besturingssysteem❏Microso® Wi nd ows® XP besturingssysteem❏ Microso® Wi nd ows® XP Professional x64 Edition besturingssysteemMac OSIn deze handleiding wordt "Mac OS" gebruikt om te verwijzen naar macOS High Sierra, macOS Sierra, OS X ElCapitan, OS X Yosemite, OS X Mavericks, OS X Mountain Lion, Mac OS X v10.7.x en Mac OS X v10.6.8.GebruikershandleidingOver deze handleiding10
Belangrijke instructiesVeiligheidsinstructiesLees en volg deze instructies om deze printer veilig te gebruiken. Bewaar deze handleiding voor latereraadplegingen. Let ook op alle waarschuwingen en instructies die op de printer staan. ❏ Sommige van de symbolen die worden gebruikt op de printer zijn bedoeld om de veiligheid en het juistegebruik van de printer te garanderen. Ga naar de volgende website voor de betekenis van de symbolen. http://support. epson. net/symbols❏ Gebruik alleen het netsnoer dat met de printer is meegeleverd en gebruik het snoer niet voor andere apparatuur. Gebruik van andere snoeren met deze printer of gebruik van het meegeleverde netsnoer met andere apparatuurkan leiden tot brand of elektrische schokken. ❏ Zorg ervoor dat het netsnoer voldoet aan de relevante plaatselijke veiligheidsnormen.
❏ Haal het netsnoer, de stekker, de printer, de scanner of de accessoires nooit uit elkaar en probeer dezeonderdelen nooit zelf te wijzigen of te repareren, tenzij zoals uitdrukkelijk staat beschreven in de handleidingenvan het apparaat. ❏ Trek in de volgende gevallen de stekker uit het stopcontact en laat het onderhoud aan een onderhoudstechnicusover:Als het netsnoer of de stekker beschadigd is, als er vloeistof in de printer is gekomen, als de printer is gevallen ofals de behuizing beschadigd is, als de printer niet normaal werkt of als er een duidelijke wijziging in deprestaties optreedt. Wijzig geen instellingen als hiervoor in de gebruiksaanwijzing geen instructies wordengegeven. ❏ Zet het apparaat in de buurt van een stopcontact waar u de stekker gemakkelijk uit het stopcontact kunt halen.
❏ Plaats of bewaar de printer niet buiten en zorg ervoor dat de printer niet wordt blootgesteld aan vuil, stof, waterof hittebronnen. Vermijd plaatsen die onderhevig zijn aan schokken, trillingen, hoge temperaturen ofluchtvochtigheid. ❏ Zorg ervoor dat u geen vloeistoen op de printer morst en pak de printer niet met natte handen vast.
❏ Houd de printer ten minste 22 cm verwijderd van pacemakers. De radiogolven die door deze printer wordenuitgezonden, kunnen een negatieve invloed hebben op de werking van pacemakers. ❏ Neem contact op met uw leverancier als het lcd-scherm beschadigd is. Als u vloeistof uit het scherm op uwhanden krijgt, was ze dan grondig met water en zeep. Als u vloeistof uit het scherm in uw ogen krijgt, moet uuw ogen onmiddellijk uitspoelen met water. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u ondanks grondig spoelenproblemen krijgt met uw ogen of nog steeds ongemak ondervindt. ❏ Wees voorzichtig met gebruikte cartridges. Er kan inkt rond de inkttoevoer kleven. ❏ Als u inkt op uw huid krijgt, wast u de plek grondig met water en zeep. ❏ Als u inkt in uw ogen krijgt, moet u uw ogen onmiddellijk uitspoelen met water.
Raadpleeg onmiddellijk eenarts als u ondanks grondig spoelen problemen krijgt met uw ogen of nog steeds ongemak ondervindt. ❏ Als er inkt in uw mond terechtkomt, raadpleegt u direct een arts. ❏ Haal de cartridge niet uit elkaar, omdat u inkt in uw ogen of op uw huid kunt krijgen. ❏ Schud de cartridges niet te hard en laat ze niet vallen. Wees ook voorzichtig dat u ze niet ineendrukt of hunetiket scheurt. Omdat hierdoor inkt kan lekken. ❏ Houd cartridges buiten het bereik van kinderen. GebruikershandleidingBelangrijke instructies11.
Printeradviezen en waarschuwingenLees en volg deze instructies om schade aan de printer of uw eigendommen te voorkomen. Bewaar dezehandleiding voor toekomstig gebruik. Adviezen en waarschuwingen voor het instellen/gebruik van deprinter❏ Blokkeer de openingen in de behuizing van de printer niet en dek deze niet af. ❏ Gebruik uitsluitend het type voedingsbron dat is vermeld op het etiket van de printer. ❏ Gebruik geen stopcontacten in dezelfde groep als kopieerapparaten, airconditioners of andere apparaten dieregelmatig worden in- en uitgeschakeld. ❏ Gebruik geen stopcontacten die met een wandschakelaar of een automatische timer kunnen worden in- enuitgeschakeld. ❏ Plaats het hele computersysteem uit de buurt van apparaten die elektromagnetische storing kunnenveroorzaken, zoals luidsprekers of basisstations van draadloze telefoons.
❏ Plaats het netsnoer zodanig dat geen slijtage, inkepingen, rafels, plooien en knikken kunnen optreden. Plaatsgeen voorwerpen op het netsnoer en plaats het netsnoer zodanig dat niemand erop kan stappen. Let er vooralop dat snoeren mooi recht blijven aan de uiteinden en de punten waar deze de transformator in- en uitgaan. ❏ Als u een verlengsnoer gebruikt voor de printer, mag de totale stroombelasting in ampère van alle aangeslotenapparaten niet hoger zijn dan de maximale belasting voor het verlengsnoer. Zorg er bovendien voor dat hettotaal van de ampèrewaarden van alle apparaten die zijn aangesloten op het stopcontact, niet hoger is dan demaximumwaarde die is toegestaan voor het stopcontact.
❏ Als u de printer in Duitsland gebruikt, moet u rekening houden met het volgende: de installatie van het gebouwmoet beschikken over een stroomonderbreker van 10 of 16 A om de printer te beschermen tegen kortsluiting enstroompieken. ❏ Let bij het aansluiten van de printer op een computer of ander apparaat op de juiste richting van de stekkers vande kabel. Elke stekker kan maar op een manier op het apparaat worden aangesloten.
Wanneer u een stekker opeen verkeerde manier in het apparaat steekt, kunnen beide apparaten die via de kabel met elkaar zijn verbondenbeschadigd raken. ❏ Plaats de printer op een vlakke, stabiele ondergrond die groter is dan de printer zelf. De printer werkt niet goedals deze scheef staat. ❏ Zorg er bij opslag of transport van de printer voor dat deze niet gekanteld, verticaal of ondersteboven wordtgehouden, anders kan er inkt lekken. ❏ Laat boven de printer voldoende ruimte vrij om het deksel volledig te kunnen openen. ❏ Zorg ervoor dat aan de voorkant van de printer voldoende ruimte is voor het papier dat uit de printer komt. ❏ Vermijd plaatsen met grote schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid. Houd de printer ook uit debuurt van direct zonlicht, fel licht of warmtebronnen. ❏ Steek geen voorwerpen door de openingen in de printer.
❏ Steek uw hand niet in de printer tijdens het afdrukken. ❏ Raak de witte, platte kabel binnen in de printer niet aan. ❏ Gebruik geen spuitbussen met ontvlambare stoen in of in de buurt van de printer. Dit kan brand veroorzaken. ❏ Verplaats de printkop niet handmatig; anders kunt u de printer beschadigen. GebruikershandleidingBelangrijke instructies12.
❏ Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten. ❏ Let erop dat u nooit te hard op de scannerglasplaat drukt wanneer u er een origineel op legt. ❏ Zet de printer altijd uit met de knop P. Trek de stekker niet uit het stopcontact en sluit de stroom naar hetstopcontact niet af zolang het lampje P nog knippert. ❏ Controleer voordat u de printer vervoert of de printkop zich in de uitgangspositie bevindt (uiterst rechts) en ofde cartridges aanwezig zijn. ❏ Als u de printer gedurende langere tijd niet gebruikt, neem dan de stekker uit het stopcontact. Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van de printer met eendraadloze verbinding❏ Radiogolven van deze printer kunnen nadelige gevolgen hebben voor de werking van medische elektronischeapparatuur, waardoor deze apparatuur defect kan raken.
Wanneer u deze printer gebruikt in een medischeinstelling of in de buurt van medische apparatuur, volg dan de aanwijzingen van het bevoegd personeel van demedische instelling en volg alle waarschuwingen en aanwijzingen die op de medische apparatuur zelf staan. ❏ Radiogolven uit deze printer kunnen de werking van automatisch gestuurde apparaten, zoals automatischedeuren of een brandalarm, storen en kunnen tot ongevallen leiden als gevolg van storing. Volg allewaarschuwingen en aanwijzingen die op deze apparatuur zijn aangeduid wanneer u deze printer gebruikt in debuurt van automatisch aangestuurde apparaten. Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van geheugenkaarten❏ Verwijder een geheugenkaart niet en schakel de printer niet uit wanneer het lampje van de geheugenkaartknippert. ❏ Het gebruik van geheugenkaarten verschilt per type kaart.
Gerelateerde informatie& “Ondersteunde geheugenkaartspecicaties” op pagina 168Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van het display❏ Het display kan een paar kleine heldere of donkere puntjes vertonen en is mogelijk niet overal even helder. Ditis normaal en wil geenszins zeggen dat het display beschadigd is. ❏ Maak het display alleen schoon met een droge, zachte doek. Gebruik geen vloeibare of chemischereinigingsmiddelen. ❏ De buitenkant van de display kan breken als deze een grote weerslag krijgt. Neem contact op met uwwederverkoper als het oppervlak van het scherm barst of splintert. Raak de gebroken stukken nooit aan enverwijder ze niet. GebruikershandleidingBelangrijke instructies13.
Basisprincipes van printerNamen en functies van onderdelenAZijgeleider Zorgen ervoor dat het papier recht in de printer wordt ingevoerd. Schuif zenaar de randen van het papier.BPapiertoevoer achter Laadt papier.CPapiersteun Ondersteuning voor geladen papier.DInvoerbescherming Voorkomt dat ongewenste zaken in de printer terechtkomen. Laat dezebescherming over het algemeen dicht.EUitvoerlade Opvanglade voor het papier dat uit de printer komt. Zet vóór het afdrukken destop omhoog om te voorkomen dat het uitgeworpen papier van de lade valt.FBedieningspaneel Voor bediening van de printer.ABGebruikershandleidingBasisprincipes van printer15
AGeheugenkaartsleuf Plaats een geheugenkaart in het apparaat.BCartridgehouder Installeer de cartridges. Aan de onderkant komt inkt uit de spuitkanaaltjes vande printkop.ADocumentdeksel Houdt het licht van buitenaf tegen tijdens het scannen.BScannerglasplaat Plaats de originelen.CScannereenheid Scant de originelen die u hebt geplaatst. Open dit om cartridges te vervangenof papier dat in de printer is vastgelopen, te verwijderen.ABANetaansluiting Voor aansluiting van het netsnoer.BUSB-poort Aansluiting voor een USB-kabel.GebruikershandleidingBasisprincipes van printer16
BedieningspaneelU kunt het bedieningspaneel in een andere hoek zetten.Als u het bedieningspaneel lager wilt zetten, moet u de hendel aan de achterkant van het paneel induwen, zoalshieronder getoond.KnoppenAHiermee schakelt u de printer in of uit.Niet uitschakelen zolang het aan-uitlampje knippert (wanneer de printer bezig is of gegevensverwerkt).Haal het netsnoer uit het stopcontact als het aan-uitlampje gedoofd is.BHiermee opent u het startscherm.CTerugkeren naar het vorige scherm.Du d l r OK Met de knoppen u d l r selecteert u een menu en met een druk op de knop OK opent u hetgeselecteerde menu.EHiermee selecteert u het aantal pagina's dat u wilt afdrukken.FHiermee stopt u de actieve bewerking.GHiermee start u een taak, zoals afdrukken of kopiëren.GebruikershandleidingBasisprincipes van printer17
Uitleg bij het LCD-schermOp het LCD-scherm worden menu's en berichten weergegeven. Selecteer een menu of instelling door te drukkenop de knoppen u d l r.Uitleg bij het startschermDe volgende pictogrammen en menu's worden weergegeven op het startscherm.AHier staan pictogrammen die de netwerkstatus aangeven. U kunt de betekenis van de pictogrammen achterhalenvia het menu Help. Ga in het startscherm naar Help met de knop l of r en druk vervolgens op de knop OK.Selecteer Pictogrammenlijst met de knop u of d en druk vervolgens op de knop OK.GebruikershandleidingBasisprincipes van printer18
BFunctiepictogrammen en namen worden weergegeven als moduspictogrammen. KopiërenHiermee activeert u de modus Kopiëren, waarmee u een document kunt kopiëren. Foto afdr. Hiermee activeert u de modus Foto afdr. , waarmee u foto's kunt afdrukken die op eengeheugenkaart staan. ScannenHiermee activeert u de modus Scannen, waarmee u een document of foto kunt scannen. Meer functiesHiermee activeert u de modus Meer functies die u verschillende afdrukfuncties biedt, zoalshet kopiëren van foto's en het afdrukken van origineel lijntjespapier of kalenders, op basis vanfoto's op uw geheugenkaart. Stille modusHiermee geeft u de instelling Stille modus weer, waarmee u ervoor zorgt dat de printerminder geluid maakt. Als u deze optie inschakelt, kan de afdruksnelheid minder zijn.
Afhankelijk van de door u gekozen instellingen voor het papiertype en de afdrukkwaliteit,merkt u mogelijk niet veel verschil in het geluid dat de printer produceert. Dit is een snelkoppeling naar het volgende menu. Inst > Printerinstellingen > Stille modusInstHiermee activeert u de modus Inst, waarmee u onderhoud kunt uitvoeren en printer- ennetwerkinstellingen kunt opgeven. Help Hiermee geeft u uitleg weer over basishandelingen, de betekenis van de pictogrammen op hetdisplay en informatie over het oplossen van problemen. Inst Wi-Fi Hiermee geeft u menu's weer voor het instellen van de printer voor gebruik in een draadloosnetwerk. Dit is een snelkoppeling naar het volgende menu. Inst > Netwerkinstellingen > Inst Wi-FiCWanneer l en r worden weergegeven, kunt u naar rechts of links bladeren. DHier staan de knoppen die u kunt gebruiken.
In dit voorbeeld kunt u naar het geselecteerde menu gaan door op OKte drukken. Tekens invoerenAls u via het bedieningspaneel tekens en symbolen wilt invoeren voor de netwerkinstellingen, gebruik dan deknoppen u, d, l en r en het sowaretoetsenbord op het display.
Hoe het weergegeven scherm eruitziet, hangt af van de gekozen instellingen. Dit is het scherm voor het invoerenvan het wachtwoord voor het Wi-Fi-netwerk.Pictogrammen BeschrijvingAB12 Hiermee verandert u kleine letters in hoofdletters.ab12 Hiermee verandert u hoofdletters in kleine letters.Symbool Hiermee geeft u symbolen weer.l rHiermee verplaatst u de cursor naar links of rechts.Hiermee wist u het teken links van de cursor (Backspace).Spatie Hiermee voert u een spatie in rechts naast de cursor.Klaar Hiermee sluit u het softwaretoetsenbord en geeft u een bevestigingsscherm weer of gaat u naar hetvolgende scherm.GebruikershandleidingBasisprincipes van printer20
NetwerkinstellingenTypen netwerkverbindingenU kunt de volgende verbindingsmethoden gebruiken.Wi-Fi-verbindingSluit de printer en de computer of het smart device aan op het toegangspunt. Dit is de meest gebruikelijke maniervan verbinden voor netwerken thuis en op kantoor waar de Wi-Fi-verbindingen worden verzorgd door eentoegangspunt.Gerelateerde informatie& “Een computer verbinden” op pagina 22& “Een smart device verbinden” op pagina 23& “Wi-Fi-instellingen congureren op de printer” op pagina 23Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt)Gebruik deze verbindingsmethode wanneer u thuis of op kantoor geen Wi-Fi hebt of wanneer u de printer en hetsmart device rechtstreeks met elkaar wilt verbinden. In deze modus fungeert de printer als toegangspunt en kunt umaximaal vier apparaten met de printer verbinden zonder dat u een apart toegangspunt nodig hebt.
Als u echter eennetwerkverbinding start in Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) wanneer de printer verbinding hee via Wi-Fi,wordt de Wi-Fi-verbinding tijdelijk verbroken.Gerelateerde informatie& “Instellingen voor Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt) congureren” op pagina 26Een computer verbindenHet wordt aanbevolen het installatieprogramma te gebruiken om de printer te verbinden met een computer.U kunthet installatieprogramma op een van de volgende manieren uitvoeren.❏ Instellen vanaf de websiteOpen de volgende website en voer de productnaam in.Ga naar Instellen en congureer de instellingen.http://epson.sn❏ Instellen met de soware-cd (alleen voor modellen die worden geleverd met een soware-cd en gebruikers diebeschikken over een computer met een schijfstation.)Plaats de soware-cd in de computer en volg de instructies op het scherm.De verbindingsmethoden selecterenVolg de instructies op het scherm totdat het volgende scherm wordt weergegeven en selecteer vervolgens degewenste methode om de printer met de computer te verbinden.GebruikershandleidingNetwerkinstellingen22
Selecteer het verbindingstype en klik vervolgens op Volgen de.Volg de instructies op het scherm.Een smart device verbindenU kunt de printer gebruiken vanaf een smart device wanneer u de printer verbindt met hetzelfde Wi-Fi-netwerk(SSID) als het smart device. Als u de printer wilt gebruiken vanaf een smart device, stelt u dit in vanaf de volgendewebsite.
Open de website vanaf een smart device waarmee u verbinding wilt maken met de printer.http://epson.sn > InstellenOpmerking:Als u tegelijkertijd een computer en een smart device met de printer wilt verbinden, wordt aangeraden als eerste decomputer te verbinden.Wi-Fi-instellingen congureren op de printerOp het bedieningspaneel van de printer kunt u op verschillende manieren de netwerkinstellingencongureren.Kies de verbindingsmethode die overeenkomt met uw omgeving en de voorwaarden die u gebruikt.Als u beschikt over de informatie voor het toegangspunt, zoals de SSID en het wachtwoord, kunt u de instellingenhandmatig congureren.Als het toegangspunt WPS ondersteunt, kunt u de instellingen congureren met drukknopinstellingen.Nadat de printer verbinding hee gemaakt met het netwerk, maakt u verbinding tussen de printer en het apparaatdat u wilt gebruiken (computer, smart device, tablet, enz.)Congureer geavanceerde netwerkinstellingen om een statisch IP-adres te gebruiken.GebruikershandleidingNetwerkinstellingen23
Gerelateerde informatie& “Handmatig Wi-Fi-instellingen congureren” op pagina 24& “Wi-Fi-instellingen congureren via de drukknopinstelling” op pagina 25& “Wi-Fi-instellingen congureren via de PIN code-instelling (WPS)” op pagina 26& “Instellingen voor Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt) congureren” op pagina 26& “Geavanceerde netwerkinstellingen congureren” op pagina 27Handmatig Wi-Fi-instellingen congurerenU kunt de gegevens die voor de verbinding met een toegangspunt nodig zijn handmatig opgeven op hetbedieningspaneel van de printer. Voor het handmatig instellen hebt u de SSID en het wachtwoord van eentoegangspunt nodig. Opmerking:Als u een toegangspunt met de standaardinstellingen gebruikt, gebruikt u de SSID die en het wachtwoord dat op het labelvermeld staan.
Als u de SSID en het wachtwoord niet weet, neem dan contact op met de persoon die het toegangspunt heeingesteld of raadpleeg de documentatie van het toegangspunt. 1. Selecteer Instellingen draadloos LAN op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK. 2. Selecteer Wi - Fi ( a a n b e v o l e n ) en druk vervolgens op de knop OK. 3. Druk op de knop OK. 4. Selecteer Wi-Fi instelwizard en druk vervolgens op de knop OK. 5. Selecteer de SSID voor het toegangspunt op het bedieningspaneel van de printer en druk op de knop OK. Opmerking:❏ Als de SSID waarmee u wilt verbinden, niet wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer, selecteert uOpnieuw zoeken om de lijst te vernieuwen. Als deze nog steeds niet wordt weergegeven, selecteert u Andere SSID'sen voert u de SSID rechtstreeks in. ❏ Als u de SSID niet kent, controleer dan of deze vermeld staat op het label van het toegangspunt.
Als u hettoegangspunt gebruikt met zijn standaardinstellingen, gebruikt u de SSID die op het label staat. 6. Voer het wachtwoord in en selecteer Klaar. Druk op de knop OK. Opmerking:❏ Het wachtwoord is hoofdlettergevoelig.
❏ Als u het wachtwoord niet kent, controleer dan of het vermeld staat op het label van het toegangspunt. Als u hettoegangspunt gebruikt met zijn standaardinstellingen, gebruikt u het wachtwoord dat op het label staat. Hetwachtwoord kan ook een sleutel of wachtwoordzin worden genoemd. ❏ Als u het wachtwoord voor het toegangspunt niet kent, raadpleegt u de documentatie die bij het toegangspunt isgeleverd of neemt u contact op met de persoon die dit hee ingesteld. GebruikershandleidingNetwerkinstellingen24.
7. Controleer de instellingen en druk vervolgens op de knop OK.8. Selecteer of u al dan niet een netwerkverbindingsrapport wilt afdrukken na het voltooien van de instellingen.Opmerking:Als u geen verbinding kunt maken, laadt u papier en drukt u vervolgens op de knop om eennetwerkverbindingsrapport af te drukken.Gerelateerde informatie& “Tekens invoeren” op pagina 19& “De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 28& “Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 146Wi-Fi-instellingen congureren via de drukknopinstellingU kunt automatisch een Wi-Fi-netwerk instellen door op een knop op het toegangspunt te drukken.
Als aan devolgende voorwaarden is voldaan, kunt u deze manier van instellen gebruiken.❏ Het toegangspunt is compatibel met WPS (Wi-Fi Protected Setup).❏ De huidige Wi-Fi-verbinding is tot stand gebracht door op een knop op het toegangspunt te drukken.Opmerking:Als u de knop niet kunt vinden of als u instelt met behulp van de soware, raadpleeg dan de documentatie van hettoegangspunt.1. Selecteer Instellingen draadloos LAN op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK.2.Selecteer Wi - Fi ( a an b e v o l e n ) en druk vervolgens op de knop OK.3. Druk op de knop OK.4. Selecteer Drukknopinstelling (WPS) en druk vervolgens op de knop OK.5.
Houd de knop [WPS] op het toegangspunt ingedrukt tot het beveiligingslampje knippert.Als u niet weet waar de [WPS]-knop zit, of als het toegangspunt geen knoppen hee, raadpleeg dan dedocumentatie van het toegangspunt voor meer informatie.GebruikershandleidingNetwerkinstellingen25
6. Druk op de knop OK op het bedieningspaneel van de printer. Volg de instructies op het scherm die wordenweergegeven. Opmerking:Als de verbinding mislukt, start dan het toegangspunt opnieuw, zet het dichter bij de printer en probeer het nog een keer. Als het nog steeds niet werkt, druk dan een netwerkverbindingsrapport af en controleer de oplossing. Gerelateerde informatie& “De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 28& “Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 146Wi-Fi-instellingen congureren via de PIN code-instelling (WPS)U kunt verbinding maken met een toegangspunt door gebruik te maken van een pincode. U kunt deze methodegebruiken als uw toegangspunt WPS (Wi-Fi Protected Setup) ondersteunt. Gebruik een computer om een pincodein te voeren in het toegangspunt. 1. Selecteer Inst op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK. 2.
Selecteer Netwerkinstellingen en druk vervolgens op de knop OK. 3. Selecteer Instellingen draadloos LAN op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK. 4. Selecteer Instellingen pincode (WPS) en druk vervolgens op de knop OK. 5. Gebruik uw computer om de pincode (acht cijfers) die op het bedieningspaneel van de printer wordtweergegeven in te voeren in het toegangspunt. U hebt hier twee minuten de tijd voor. Opmerking:Raadpleeg de documentatie van het toegangspunt voor meer informatie over het invoeren van een pincode. 6. Druk op de knop OK. Het instellen is voltooid wanneer dit wordt gemeld in een bericht. Opmerking:Als de verbinding mislukt, start dan het toegangspunt opnieuw, zet het dichter bij de printer en probeer het nog een keer. Als het nog steeds niet werkt, druk dan een verbindingsrapport af en controleer de oplossing.
Gerelateerde informatie& “De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 28& “Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 146Instellingen voor Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudigtoegangspunt) congurerenDeze methode maakt het mogelijk om de printer rechtstreeks, dus zonder toegangspunt, te verbinden met eencomputer of smart device. De printer fungeert zelf als toegangspunt. GebruikershandleidingNetwerkinstellingen26.
cBelangrijk:Wanneer u een computer of smart device verbindt met de printer met de Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudigtoegangspunt), is de printer verbonden met hetzelfde Wi-Fi-netwerk (SSID) als de computer of het smart device envindt communicatie tussen de beide apparaten plaats. Omdat de computer of het smart device automatisch wordtverbonden met het andere verbindbare Wi-Fi-netwerk als de printer wordt uitgeschakeld, wordt niet opnieuwverbinding gemaakt met het vorige Wi-Fi-netwerk als de printer wordt ingeschakeld. Maak vanuit de computer ofhet smart device opnieuw verbinding met de SSID van de printer voor Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudigtoegangspunt). Als u niet steeds opnieuw verbinding wilt maken wanneer u de printer in- of uitschakelt, wordtaangeraden een Wi-Fi-netwerk te gebruiken door de printer te verbinden met een toegangspunt. 1.
Selecteer Instellingen draadloos LAN op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK. 2. Selecteer Wi - Fi D i re c t en druk vervolgens op de knop OK. 3. Druk op de knop OK. 4. Druk op de knop OK om de installatie te starten. 5. Druk op de knop OK. 6. Kijk op het bedieningspaneel van de printer welke SSID en welk wachtwoord worden weergegeven. Selecteerin het scherm Netwerkverbinding van de computer of het smart device de SSID die wordt weergegeven op hetbedieningspaneel van de printer om verbinding te maken. 7. Voer op de computer of het smart device het wachtwoord in dat wordt weergegeven op het bedieningspaneelvan de printer. 8. Nadat de verbinding is gemaakt, drukt u op de knop OK op het bedieningspaneel van de printer. 9. Druk op de knop OK.
Gerelateerde informatie& “De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 28& “Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 146Geavanceerde netwerkinstellingen congurerenU kunt de naam van de netwerkprinter, TCP/IP-instellingen, DNS-server enzovoort aanpassen. Controleer denetwerkomgeving voordat u wijzigingen aanbrengt. 1.
Selecteer Inst op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK. 2. Selecteer Netwerkinstellingen en druk vervolgens op de knop OK. 3. Selecteer Handmatige netwerkinst. en druk vervolgens op de knop OK. 4. Voer de apparaatnaam in. U kunt de volgende tekens gebruiken. Als u de apparaatnaam wilt vastleggen, plaatst u de cursor op Klaar endrukt u vervolgens op de knop OK. ❏ Tekenlimiet: 2 t/m 15 (u moet minstens 2 tekens invoeren)GebruikershandleidingNetwerkinstellingen27.
❏ Toegestane tekens: A t/m Z, a t/m z, 0 t/m 9, -. ❏ Tekens die u niet bovenaan kunt gebruiken: 0 t/m 9, -. ❏ Tekens die u niet onderaan kunt gebruiken: -Opmerking:Als u op de knop OK drukt zonder de apparaatnaam in te voeren, worden de standaardapparaatnaam (EPSON en delaatste zes cijfers van het MAC-adres van het apparaat) ingesteld. 5. Selecteer op welke manier het IP-adres wordt opgevraagd (TCP/IP-instelling). ❏ Aut. Selecteer deze optie wanneer u thuis een toegangspunt gebruikt of wanneer u het IP-adres automatisch laattoewijzen via DHCP. ❏ HandmatigSelecteer deze optie wanneer u niet wilt dat het IP-adres van de apparaat wordt gewijzigd. Voer het IP-adres,het subnetmasker, de standaardgateway, de primaire DNS-server en secundaire DNS-server in, aankelijkvan uw netwerkomgeving. Druk op de knop OK en ga naar stap 7. 6. Selecteer de manier waarop de DNS-server wordt ingesteld. ❏ Aut.
Selecteer deze optie wanneer het IP-adres automatisch moet worden opgevraagd. ❏ HandmatigSelecteer deze optie wanneer u een uniek DNS-serveradres wilt instellen voor de printer. Voer het adres invan de primaire DNS-server en van de secundaire DNS-server. 7. Selecteer of u al dan niet een proxyserver wilt gebruiken. ❏ Niet gebruikenSelecteer deze optie wanneer u de printer gebruikt in een thuisnetwerk. ❏ GebruikenSelecteer deze optie wanneer u in uw netwerkomgeving een proxyserver gebruikt en u dit wilt instellen inde printer. Voer het adres en poortnummer van de proxyserver in. 8. Controleer de instellingen en druk op de knop OK. Wanneer u klaar bent met de netwerkinstellingen, wordt een bericht weergegeven op het display. Kort daarnawordt opnieuw het startscherm weergegeven. De status van de netwerkverbinding controlerenU kunt de netwerkstatus als volgt controleren.
De netwerkstatus controleren met het netwerkpictogramU kunt de status van de netwerkverbinding controleren aan de hand van het netwerkpictogram op het startschermvan de printer.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Epson EXPRESSION HOME XP-455 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer Epson
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer