Epson EcoTank ET-7750 Handleiding

Epson Printer EcoTank ET-7750

Bekijk gratis de handleiding van Epson EcoTank ET-7750 (206 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 32 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Epson EcoTank ET-7750 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/206
Gebruikershandleiding
NPD5633-02 NL

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Epson
Categorie: Printer
Model: EcoTank ET-7750

Handleiding Epson EcoTank ET-7750 – volledige tekst

CopyrightNiets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën,opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schrielijke toestemming van Seiko EpsonCorporation. Er wordt geen patentaansprakelijkheid aanvaard met betrekking tot het gebruik van de informatie indeze handleiding. Evenmin wordt aansprakelijkheid aanvaard voor schade die voortvloeit uit het gebruik van deinformatie in deze publicatie. De informatie in dit document is uitsluitend bestemd voor gebruik met dit Epson-product.

Epson is niet verantwoordelijk voor gebruik van deze informatie in combinatie met andere producten.Seiko Epson Corporation noch haar lialen kunnen verantwoordelijk worden gesteld door de koper van ditproduct of derden voor schade, verlies, kosten of uitgaven die de koper of derden oplopen ten gevolge van al danniet foutief gebruik of misbruik van dit product of onbevoegde wijzigingen en herstellingen of (met uitzonderingvan de V.S.) het zich niet strikt houden aan de gebruiks- en onderhoudsvoorschrien van Seiko EpsonCorporation.Seiko Epson Corporation en haar dochterondernemingen kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voorschade of problemen voortvloeiend uit het gebruik van andere dan originele onderdelen of verbruiksgoederenkenbaar als Original Epson Products of Epson Approved Products by Seiko Epson.Seiko Epson Corporation kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade voortvloeiend uitelektromagnetische interferentie als gevolg van het gebruik van andere interfacekabels die door Seiko EpsonCorporation worden aangeduid als Epson Approved Products.©Seiko Epson Corporation 2016.De inhoud van deze handleiding en de specicaties van dit product kunnen zonder aankondiging wordengewijzigd.GebruikershandleidingCopyright2

InhoudsopgaveCopyrightHandelsmerkenOver deze handleidingIntroductie tot de handleidingen. 10Markeringen en symbolen. 10Beschrijvingen gebruikt in deze handleiding. 11Referenties voor besturingssystemen. 11Belangrijke instructiesVeiligheidsinstructies. 12Veiligheidsinstructies voor inkt. 12Printeradviezen en waarschuwingen. 13Adviezen en waarschuwingen voor hetinstellen/gebruik van de printer. 13Adviezen en waarschuwingen voor gebruikvan de printer. 14Adviezen en waarschuwingen voor hetvervoeren of opslaan van de printer. 14Adviezen en waarschuwingen voor gebruikvan de printer met een draadloze verbinding. 14Adviezen en waarschuwingen voor gebruikvan geheugenkaarten. 14Adviezen en waarschuwingen voor gebruikvan het display. 15Uw persoonlijke gegevens beschermen. 15Basisprincipes van printerNamen en functies van onderdelen. 16Bedieningspaneel. 19Knoppen. 19Uitleg bij het LCD-scherm.

Een geheugenkaart plaatsenOndersteunde geheugenkaarten. 59Een geheugenkaart plaatsen en verwijderen. 59Een cd/dvd laden om te bedrukkenBedrukbare cd's/dvd's. 62Voorzorgsmaatregelen voor het omgaan metcd's/dvd's. 62Een cd/dvd/ plaatsen en verwijderen. 62AfdrukkenAfdrukken via het bedieningspaneel. 64Foto's afdrukken door ze te selecteren op eengeheugenkaart. 64Foto's op een cd-/dvd-label afdrukken vanafeen geheugenkaart. 65Foto's met handgeschreven notitiesafdrukken vanaf een geheugenkaart. 67Gelinieerd papier, kalenders, origineelbriefpapier en originele wenskaarten afdrukken. 68Originele enveloppen afdrukken. 69Afdrukken in diverse lay-outs. 71Een kleurboek afdrukken. 72Afdrukken met DPOF. 72Menuopties voor het afdrukken via hetbedieningspaneel. 73Afdrukken vanaf een computer. 75Basisprincipes — Windows. 75Basisprincipes — Mac OS. 77Dubbelzijdig afdrukken.

79Meerdere pagina's op één vel afdrukken. 81Afdruk aanpassen aan papierformaat. 83Meerdere bestanden samen afdrukken (alleenvoor Windows). 84Eén aeelding afdrukken op meerdere vellenom een poster te maken (alleen voor Windows). 85Geavanceerde functies gebruiken voorafdrukken. 91Foto's afdrukken met Epson Easy Photo Print. 93Een cd-/dvd-label afdrukken met Epson PrintCD. 94Afdrukken met Smart Devices. 94Epson iPrint gebruiken. 94AirPrint gebruiken. 96Foto's afdrukken vanaf een digitale camera. 97Afdrukken vanaf een via USB aangeslotendigitale camera. 97Afdrukken vanaf een draadloos verbondendigitale camera. 98Afdrukken annuleren. 99Afdrukken annuleren — Printertoets. 99Afdrukken annuleren - Windows. 99Afdrukken annuleren — Mac OS. 99KopiërenNormaal kopiëren. 100Menuopties voor de modus Kopiëren. 100Foto's kopiëren. 103Menuopties voor Foto's kopiëren/herstellen.

103Kopiëren op een cd-/dvd-label. 104Menuopties voor Naar Cd/dvd kopiëren. 106ScannenScannen via het bedieningspaneel. 107Scannen naar een geheugenkaart. 107Scannen naar de cloud. 107Scannen naar een computer.

108Scannen naar een computer (WSD). 109Menuopties voor het scannen. 111Scannen vanaf een computer. 112Scannen met Epson Scan 2. 112Scannen met smart-apparaten. 118Epson iPrint installeren. 118Scannen met Epson iPrint. 118Inkt bijvullen en onderhoudscassettes vervangenDe niveaus van de resterende inkt en deonderhoudscassette controleren. 120De status van de onderhoudscassettecontroleren — Bedieningspaneel. 120De niveaus van de resterende inkt en deonderhoudscassette controleren - Windows. 120De niveaus van de resterende inkt en deonderhoudscassette controleren - Mac OS. 121Codes van de inktessen. 121Voorzorgsmaatregelen voor inktessen. 122De inkttanks bijvullen. 123Onderhoudscassettecode. 127Voorzorgsmaatregelen voor deonderhoudscassette. 127Een onderhoudscassette vervangen. 127De printer onderhoudenDe printkop controleren en reinigen. 130GebruikershandleidingInhoudsopgave6.

Papier wordt niet goed ingevoerd. 165Papier loopt vast. 166Papier wordt schuin ingevoerd. 166Er worden meerdere vellen papier tegelijkuitgevoerd. 166Het papier komt uit de Papiertoevoer achterzonder dat erop is afgedrukt. 166Cd-/dvd-lade wordt uitgeworpen. 166Problemen met stroomtoevoer enbedieningspaneel. 167De stroom wordt niet ingeschakeld. 167Lampjes gingen aan en toen weer uit. 167De stroom wordt niet uitgeschakeld. 167Stroom schakelt automatisch uit. 167Het display wordt donker. 168De functie Autom. inschakeling werkt niet. 168Kan niet afdrukken vanaf een computer. 168Wanneer u de netwerkinstellingen niet kuntcongureren. 169Kan geen verbinding maken vanaf apparatenterwijl de netwerkinstellingen correct zijn. 169De SSID controleren waarmee de printer isverbonden. 171De SSID voor de computer controleren. 172De printer kan opeens niet afdrukken via eennetwerkverbinding.

173De printer kan opeens niet afdrukken via eenUSB-verbinding. 173Kan niet afdrukken vanaf een iPhone of iPad. 174Afdrukproblemen. 174De afdruk is gekrast of er ontbreken kleuren. 174Er verschijnen strepen of onverwachte kleuren. 174Gekleurde streepvorming zichtbaar met eentussenafstand van ongeveer 2. 5 cm. 175Onscherpe afdrukken, verticale strepen ofverkeerde uitlijning. 175Afdrukkwaliteit is slecht. 176Papier vertoont vlekken of is bekrast. 177Vlekken op het papier bij automatischdubbelzijdig afdrukken. 178Afgedrukte foto's zijn plakkerig. 178Aeeldingen of foto's worden afgedrukt metde verkeerde kleuren. 178De kleuren verschillen van wat u op hetscherm ziet. 179Kan niet afdrukken zonder marges. 179Randen van de aeelding vallen weg bij hetrandloos afdrukken. 179Positie, formaat of marges van de afdruk zijnniet juist. 180Er worden meerdere originelen gekopieerdop één vel papier.

181Mozaïekachtige patronen op de afdrukken. 181Op de gekopieerde afdruk verschijnenongelijke kleuren, vegen, vlekken of rechtelijnen. 182Er verschijnt een webachtig patroon (ook wel"moiré" genoemd) op de gekopieerdeaeelding. 182De achterkant van het origineel is te zien opde gekopieerde aeelding. 182Het probleem kon niet worden opgelost. 182Overige afdrukproblemen. 183Afdrukken verloopt te traag. 183Afdrukken vertraagt aanzienlijk tijdens hetcontinu afdrukken. 183Kan het afdrukken niet annuleren vanaf eencomputer met Mac OS X 10. 6. 8. 183Kan niet beginnen met scannen. 184Kan scannen niet starten via bedieningspaneel. 184Problemen met gescande aeeldingen. 185Ongelijke kleuren, vuil, vlekken, enzovoortworden weergegeven bij scannen vanaf deglasplaat van de scanner. 185De aeeldingskwaliteit is ruw. 185De oset schijnt door in de achtergrond vanaeeldingen. 185De tekst is onscherp.

186Moiré-patronen (webachtige schaduwen)verschijnen. 186Kan het juiste gebied niet scannen op deglasplaat. 186Kan geen voorbeeld weergeven in umbnail. 187Tekst wordt niet correct herkend wanneer ikopsla als een Searchable PDF. 187Problemen in gescande aeelding kunnenniet worden opgelost. 188Andere scanproblemen. 188Scansnelheid is laag. 188Scannen stopt bij het scannen naar een PDF/Multi-TIFF. 189Overige problemen. 189Lichte elektrische schok wanneer u de printeraanraakt. 189Printer maakt veel lawaai tijdens werking. 189Kan gegevens niet opslaan op eengeheugenkaart. 189GebruikershandleidingInhoudsopgave8.

Over deze handleidingIntroductie tot de handleidingenDe volgende handleidingen worden meegeleverd met uw Epson-printer. Naast de handleidingen kunt u ook deverschillende hulpmogelijkheden op de printer zelf of in de toepassingen raadplegen.❏Hier beginnen (gedrukte handleiding)Bevat informatie over het instellen van de printer, het installeren van de soware, het gebruik van de printer, hetoplossen van problemen enzovoort.❏Gebruikershandleiding (digitale handleiding)Deze handleiding.

Biedt algehele informatie en instructies voor het gebruik van de printer, voornetwerkinstellingen wanneer de printer in een netwerk wordt gebruikt en voor het oplossen van problemen.U kunt de meest recente versie van de bovenstaande handleidingen in uw bezit krijgen op de volgende manieren.❏Gedrukte handleidingGa naar de ondersteuningssite van Epson Europe (http://www.epson.eu/Support) of de wereldwijdeondersteuningssite van Epson (http://support.epson.net/).❏Digitale handleidingStart EPSON Soware Updater op uw computer.

EPSON Soware Updater controleert of er updatesbeschikbaar zijn voor Epson-toepassingen of digitale handleidingen en laat u vervolgens de meest recente versiedownloaden.Gerelateerde informatie&“EPSON Soware Updater” op pagina 155Markeringen en symbolen!Let op:Instructies die zorgvuldig moeten worden gevolgd om lichamelijk letsel te voorkomen.cBelangrijk:Instructies die moeten worden gevolgd om schade aan het apparaat te voorkomen.Opmerking:Biedt aanvullende informatie en referentiegegevens.& Gerelateerde informatieKoppelingen naar de verwante paragrafen.GebruikershandleidingOver deze handleiding10

Beschrijvingen gebruikt in deze handleiding❏Screenshots van de schermen van de printerdriver en Epson Scan 2 (scannerdriver) zijn van Windows 10 of OSX El Capitan. De inhoud die op de schermen wordt weergegeven, is aankelijk van het model en de situatie.❏Aeeldingen van de printer gebruikt in deze handleiding dienen uitsluitend als voorbeeld. Er zijn kleineverschillen tussen elk model, maar de gebruiksmethode blij hetzelfde.❏Sommige menu-items op de display variëren naargelang het model en de instellingen.Referenties voor besturingssystemenWindowsIn deze handleiding verwijzen termen zoals "Windows 10", "Windows 8.1", "Windows 8", "Windows 7", "WindowsVista", en "Windows XP" naar de volgende besturingssystemen.

Bovendien wordt "Windows" gebruikt om alleversies ervan aan te duiden.❏Microso® Wi nd ows® 10 besturingssysteem❏Microso® Wi nd ows® 8.1 besturingssysteem❏Microso® Wi nd ows® 8 besturingssysteem❏Microso® Wi nd ows® 7 besturingssysteem❏Microso® Wi nd ows Vist a® besturingssysteem❏Microso® Wi nd ows® XP besturingssysteem❏Microso® Wi nd ows® XP Professional x64 Edition besturingssysteemMac OSIn deze handleiding wordt "Mac OS" gebruikt om te verwijzen naar macOS Sierra, OS X El Capitan, OS XYosemite, OS X Mavericks, OS X Mountain Lion, Mac OS X v10.7.x en Mac OS X v10.6.8.GebruikershandleidingOver deze handleiding11

Belangrijke instructiesVeiligheidsinstructiesLees en volg deze instructies om deze printer veilig te gebruiken. Bewaar deze handleiding voor latereraadplegingen. Let ook op al de waarschuwingen en instructies die op de printer staan. ❏Sommige van de symbolen die gebruikt worden op uw printer zijn bedoeld om de veiligheid en het juistegebruik van de printer te garanderen. Bezoek de volgende website voor de betekenis van de symbolen. http://support. epson. net/symbols❏Gebruik alleen het netsnoer dat met de printer is meegeleverd en gebruik het snoer niet voor andere apparatuur. Gebruik van andere snoeren met deze printer of gebruik van het meegeleverde netsnoer met andere apparatuurkan leiden tot brand of elektrische schokken. ❏Zorg ervoor dat het netsnoer voldoet aan de relevante plaatselijke veiligheidsnormen.

❏Haal het netsnoer, de stekker, de printer, de scanner of de accessoires nooit uit elkaar en probeer dezeonderdelen nooit zelf te wijzigen of te repareren, tenzij zoals uitdrukkelijk staat beschreven in de handleidingenvan het apparaat. ❏Trek in de volgende gevallen de stekker uit het stopcontact en laat het onderhoud aan een onderhoudstechnicusover:Als het netsnoer of de stekker beschadigd is, als er vloeistof in de printer is gekomen, als de printer is gevallen ofals de behuizing beschadigd is, als de printer niet normaal werkt of als er een duidelijke wijziging in deprestaties optreedt. Wijzig geen instellingen als hiervoor in de gebruiksaanwijzing geen instructies wordengegeven. ❏Zet het apparaat in de buurt van een wandstopcontact waar u de stekker gemakkelijk uit het stopcontact kunthalen.

❏Plaats of bewaar de printer niet buiten en zorg ervoor dat de printer niet wordt blootgesteld aan vuil, stof, waterof hittebronnen. Vermijd plaatsen die onderhevig zijn aan schokken, trillingen, hoge temperaturen ofluchtvochtigheid. ❏Zorg ervoor dat u geen vloeistoen op de printer morst en pak de printer niet met natte handen vast.

❏Houd de printer ten minste 22 cm verwijderd van pacemakers. De radiogolven die door deze printer wordenuitgezonden, kunnen een negatieve invloed hebben op de werking van pacemakers. ❏Neem contact op met uw leverancier als het display beschadigd is. Als u vloeistof uit het display op uw handenkrijgt, was ze dan grondig met water en zeep. Als u vloeistof uit het display in uw ogen krijgt, moet u uw ogenonmiddellijk uitspoelen met water. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u ondanks grondig spoelen problemenkrijgt met uw ogen of nog steeds ongemak ondervindt. Veiligheidsinstructies voor inkt❏Zorg ervoor dat u de inkt niet aanraakt bij het omgaan met de inkttanks, de doppen van de inkttanks ofgeopende inktessen of doppen. ❏Als u inkt op uw huid krijgt, wast u de plek grondig met water en zeep. ❏Als u inkt in uw ogen krijgt, moet u uw ogen onmiddellijk uitspoelen met water.

❏Haal de onderhoudscassette niet uit elkaar, omdat u inkt in uw ogen of op uw huid kunt krijgen. ❏Schud de es niet met overdreven kracht en stel de es niet bloot aan sterke schokken. Hierdoor kan inktlekken. ❏Houd inktessen, de inkttank en de onderhoudscassette buiten het bereik van kinderen. Laat kinderen niet uitde inktessen drinken en laat ze niet spelen met de inktessen en de dop van de essen. Printeradviezen en waarschuwingenLees en volg deze instructies om schade aan de printer of uw eigendommen te voorkomen. Bewaar dezehandleiding voor toekomstig gebruik. Adviezen en waarschuwingen voor het instellen/gebruik van deprinter❏De openingen in de behuizing van de printer niet blokkeren of afdekken. ❏Gebruik alleen het type stroombron dat staat vermeld op het etiket op de printer.

❏Gebruik geen stopcontacten in dezelfde groep als fotokopieerapparaten, airconditioners of andere apparaten dieregelmatig worden in- en uitgeschakeld. ❏Gebruik geen stopcontacten die met een wandschakelaar of een automatische timer kunnen worden in- enuitgeschakeld. ❏Plaats het hele computersysteem uit de buurt van apparaten die elektromagnetische storing kunnenveroorzaken, zoals luidsprekers of basisstations van draagbare telefoons. ❏Plaats het netsnoer zodanig dat geen slijtage, inkepingen, rafels, plooien en knikken kunnen optreden. Plaatsgeen voorwerpen op het netsnoer en plaats het netsnoer zodanig dat niemand erop kan stappen. Let er vooralop dat snoeren mooi recht blijven aan de uiteinden en de punten waar deze de transformator in- en uitgaan.

❏Als u een verlengsnoer gebruikt voor de printer, mag de totale stroombelasting in ampère van alle aangeslotenapparaten niet hoger zijn dan de maximale belasting voor het verlengsnoer. Zorg er bovendien voor dat hettotaal van de ampèrewaarden van alle apparaten die zijn aangesloten op het wandstopcontact, niet hoger is dande maximumwaarde die is toegestaan voor het stopcontact.

❏Als u de printer in Duitsland gebruikt, moet u rekening houden met het volgende: de installatie van het gebouwmoet beschikken over een stroomonderbreker van 10 of 16 A om de printer te beschermen tegen kortsluiting enstroompieken. ❏Let bij het aansluiten van de printer op een computer of ander apparaat, op de juiste richting van de stekkersvan de kabel. Elke stekker kan maar op één manier in het apparaat worden gestoken. Wanneer u een stekker opeen verkeerde manier in het apparaat steekt, kunnen beide apparaten die via de kabel met elkaar verbondenzijn, beschadigd raken. ❏Plaats de printer op een vlakke, stabiele ondergrond die groter is dan de printer zelf. De printer werkt niet goedals deze scheef staat. ❏Laat boven de printer voldoende ruimte vrij om het deksel volledig te kunnen openen.

Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van de printer❏Steek geen voorwerpen door de openingen in de printer. ❏Steek uw hand niet in de printer tijdens het afdrukken. ❏Raak de witte, platte kabel en inktbuisjes binnen in de printer niet aan. ❏Gebruik geen spuitbussen met ontvlambare stoen in of in de buurt van de printer. Dit kan brand veroorzaken. ❏Verplaats de printkop niet handmatig; anders kunt u de printer beschadigen. ❏Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten. ❏Let erop dat u nooit te hard op de scannerglasplaat drukt wanneer u er een origineel op legt. ❏Langdurig gebruik van de printer wanneer de inkt lager staat dan de onderste lijn, kan de printerbeschadigen. Vul de inkttank tot de bovenste lijn wanneer de printer niet in werking is. Reset het inktniveaunadat u de tank hebt gevuld om het juiste geschatte inktniveau weer te geven.

❏Zet de printer altijd uit met de knop P. Trek de stekker niet uit het stopcontact en sluit de stroom naar hetstopcontact niet af zolang het lampje P nog knippert. ❏Als u de printer gedurende langere tijd niet gebruikt, trek dan de stekker uit het stopcontact. Adviezen en waarschuwingen voor het vervoeren of opslaan van deprinter❏Zorg er bij opslag of transport van de printer voor dat deze niet gekanteld, verticaal of ondersteboven wordtgehouden, anders kan er inkt lekken. ❏Controleer vóór het vervoeren van de printer of de printkop zich in de uitgangspositie (uiterst rechts) bevindt. Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van de printer met eendraadloze verbinding❏Radiogolven van deze printer kunnen nadelige gevolgen hebben voor de werking van medische elektronischeapparatuur, waardoor deze apparatuur defect kan raken.

Wanneer u deze printer gebruikt in een medischeinstelling of in de buurt van medische apparatuur, volg dan de aanwijzingen van het bevoegd personeel van demedische instelling en volg alle waarschuwingen en aanwijzingen die op de medische apparatuur zelf staan. ❏Radiogolven uit deze printer kunnen de werking van automatisch gestuurde apparaten, zoals automatischedeuren of een brandalarm, storen en kunnen tot ongevallen leiden als gevolg van storing. Volg allewaarschuwingen en aanwijzingen die op deze apparatuur zijn aangeduid wanneer u deze printer gebruikt in debuurt van automatisch aangestuurde apparaten. Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van geheugenkaarten❏Verwijder een geheugenkaart niet en schakel de printer niet uit wanneer het lampje van de geheugenkaartknippert. ❏Het gebruik van geheugenkaarten verschilt per type kaart.

Gerelateerde informatie&“Ondersteunde geheugenkaartspecicaties” op pagina 195Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van het display❏Het display kan een paar kleine heldere of donkere puntjes vertonen en is mogelijk niet overal even helder. Ditis normaal en wil geenszins zeggen dat het display beschadigd is.❏Maak het display alleen schoon met een droge, zachte doek. Gebruik geen vloeibare of chemischereinigingsmiddelen.❏De buitenkant van de display kan breken als deze een grote weerslag krijgt. Neem contact op met uwwederverkoper als het oppervlak van het scherm barst of splintert. Raak de gebroken stukken nooit aan enverwijder ze niet.Uw persoonlijke gegevens beschermenAls u de printer aan iemand anders gee of wilt weggooien, kunt u het geheugen als volgt wissen: selecteerInstellingen > Standaardinst.

Basisprincipes van printerNamen en functies van onderdelenAPapiertoevoer achter Voor het handmatig laden van telkens één vel papier.BPapiersteun Ondersteuning voor geladen papier.CKlep van papiertoevoer aanachterzijdeHiermee voorkomt u dat ongewenste zaken in de printer terechtkomen.Blijftmeestal gesloten.DZijgeleider Hiermee wordt het papier recht in de printer ingevoerd.Schuif deze naar deranden van het papier.EBedieningspaneel Voor bediening van de printer.U kunt de hoek van het bedieningspaneelhandmatig instellen.FCd-/dvd-lade Voor plaatsing van een cd/dvd om daar een label op af te drukken.Wordtmeestal opgeborgen onder de printer.GebruikershandleidingBasisprincipes van printer16

AInkttankafdekking Open om de inkttank bij te vullen.BInktreservoirs (inkttanks) Brengt inkt naar de printkop.CInkttankeenheid Bevat de inkttanks.DPrintkop Inkt komt uit de spuitkanaaltjes van de printkop.AVoorpaneel Openen om papier te kunnen laden in de papiercassette.BUitvoerlade Opvanglade voor het papier dat uit de printer komt.Handmatig uittrekken enweer induwen voor bewaring.CPapiercassette 1 Laadt papier.DPapiercassette 2EZijgeleider Hiermee wordt het papier recht in de printer ingevoerd.Schuif deze naar deranden van het papier.GebruikershandleidingBasisprincipes van printer17

ADocumentdeksel Houdt extern licht tegen tijdens het scannen.BScannerglasplaat Plaats de originelen.CScannereenheid Scant de geplaatste originelen.Open om inkttanks opnieuw te vullen ofvastgelopen papier te verwijderen.Deze eenheid blijft meestal gesloten.DGeheugenkaartsleuf Plaats een geheugenkaart in het apparaat.EExterne USB-poort Voor aansluiting van een extern opslagapparaat of een apparaat metPictBridge-ondersteuning.ANetaansluiting Voor aansluiting van het netsnoer.BAfdekking onderhoudscassette Verwijder deze afdekking wanneer u de onderhoudscassette wiltvervangen.De onderhoudscassette is een houder waarin kleinehoeveelheden overtollige inkt wordt opgevangen tijdens het reinigen ofafdrukken.GebruikershandleidingBasisprincipes van printer18

CAchterpaneel Verwijderen bij het verwijderen van vastgelopen papier.DUSB-poort Voor aansluiting van een USB-kabel als verbinding met een computer.ELAN-poort Voor aansluiting van een LAN-kabel.BedieningspaneelU kunt het bedieningspaneel in een andere hoek zetten.KnoppenAHiermee schakelt u de printer in of uit.Niet uitschakelen zolang het aan/uit-lampje knippert (wanneer de printer bezig is of gegevensverwerkt).Haal het netsnoer uit het stopcontact als het aan/uit-lampje uit staat.BHiermee opent u het startscherm.CHiermee selecteert u het aantal pagina's dat u wilt afdrukken.DHiermee stopt u de actieve bewerking.EHiermee geeft u menu's weer, zoals voor het afdrukken van cd-/dvd-labels en voor kopiëren.FHiermee keert u terug naar het vorige scherm.Gu d l rOK Met de knoppen u d l r selecteert u een menu en vervolgens opent u het geselecteerdemenu met de knop OK.HHiermee start u een taak, zoals afdrukken of kopiëren.GebruikershandleidingBasisprincipes van printer19

Uitleg bij het LCD-schermOp het LCD-scherm worden menu's en berichten weergegeven. Selecteer een menu of instelling door te drukkenop de knoppen u d l r.Uitleg bij het startschermDe volgende pictogrammen en menu's worden weergegeven op het startscherm.AHier staan pictogrammen die de netwerkstatus aangeven.U kunt de betekenis van de pictogrammen achterhalenvia het menu Hulp.Ga in het startscherm naar Hulp met de knop l of r en druk vervolgens op de knopOK.Selecteer Lijst met pictogrammen met de knop u of d en druk vervolgens op de knop OK.BGeeft de status van de onderhoudscassette weer.U kunt de betekenis van het pictogram achterhalen via het menuHulp.GebruikershandleidingBasisprincipes van printer20

CFunctiepictogrammen en namen worden weergegeven als moduspictogrammen. Kopiëren Hiermee kunt u een document kopiëren. Foto's afdrukken Hiermee kunt foto's afdrukken die op een geheugenkaart staan. Scannen Hiermee kunt u een document of foto scannen. Meer functies Hiermee krijgt u toegang tot verschillende afdrukfuncties, zoals voor het kopiëren van foto's,het afdrukken van foto's in verschillende lay-outs en het kopiëren of afdrukken op een cd/dvd. Stille modus Hiermee geeft u de instelling Stille modus weer, waarmee u ervoor zorgt dat de printerminder geluid maakt. Als u deze optie inschakelt, kan de afdruksnelheid minder zijn. Afhankelijkvan de door u gekozen instellingen voor het papiertype en de afdrukkwaliteit, merkt umogelijk niet veel verschil in het geluid dat de printer produceert. Dit is een snelkoppeling naarhet volgende menu.

Instellingen > Printerinstellingen > Stille modusInstellingen Hiermee kunt u onderhoud uitvoeren en verschillende instellingen congureren voor defuncties en bewerkingen van de printer. Onderhoud Open de aanbevolen menu's om de kwaliteit van de afdrukken te verbeteren. Dit is eensnelkoppeling naar het volgende menu. Instellingen > OnderhoudHulp Hiermee geeft u uitleg weer over basishandelingen, de betekenis van de pictogrammen op hetdisplay en informatie over het oplossen van problemen. Wi-Fi instellen Hiermee geeft u menu's weer voor het instellen van de printer voor gebruik in een draadloosnetwerk. DWanneer l en r worden weergegeven, kunt u naar rechts of links bladeren. EHier staan de knoppen die u kunt gebruiken. In dit voorbeeld kunt u naar het geselecteerde menu gaan door op OKte drukken en kunt u een ander menu selecteren door op l of r te drukken.

Gerelateerde informatie&“Normaal kopiëren” op pagina 100&“Foto's afdrukken door ze te selecteren op een geheugenkaart” op pagina 64&“Scannen via het bedieningspaneel” op pagina 107&“Foto's kopiëren” op pagina 103&“Afdrukken in diverse lay-outs” op pagina 71&“Foto's op een cd-/dvd-label afdrukken vanaf een geheugenkaart” op pagina 65&“Menuopties voor de modus Instellingen” op pagina 138&“Menuopties voor Onderhoud” op pagina 138&“Menuopties voor Netwerkinstellingen” op pagina 140Tekens invoerenAls u via het bedieningspaneel tekens en symbolen wilt invoeren voor de netwerkinstellingen, gebruik dan deknoppen u, d, l en r en het sowaretoetsenbord op het display. Druk op de knop u, d, l of r om een tekenof functietoets te selecteren op het toetsenbord en druk vervolgens ter bevestiging op OK.

Hoe het weergegeven scherm eruitziet, hangt af van de gekozen instellingen. Dit is het scherm voor het invoerenvan het wachtwoord voor het Wi-Fi-netwerk.Pictogrammen BeschrijvingAB12 Hiermee verandert u kleine letters in hoofdletters.ab12 Hiermee verandert u hoofdletters in kleine letters.Symb. Hiermee geeft u symbolen weer.l rHiermee verplaatst u de cursor naar links of rechts.Hiermee wist u het teken links van de cursor (Backspace).Spatie Hiermee voert u een spatie in rechts naast de cursor.Klaar Hiermee sluit u het softwaretoetsenbord en geeft u een bevestigingsscherm weer of gaat u naar hetvolgende scherm.GebruikershandleidingBasisprincipes van printer22

NetwerkinstellingenTypen netwerkverbindingenU kunt de volgende verbindingsmethoden gebruiken.Ethernet-verbindingVerbind de printer met een hub met behulp van een Ethernet-kabel.Gerelateerde informatie&“Een computer verbinden” op pagina 24&“Geavanceerde netwerkinstellingen congureren” op pagina 29Wi-Fi-verbindingSluit de printer en de computer of het smart device aan op het toegangspunt. Dit is de meest gebruikelijke maniervan verbinden voor netwerken thuis en op kantoor waar de Wi-Fi-verbindingen worden verzorgd door eentoegangspunt.GebruikershandleidingNetwerkinstellingen23

Gerelateerde informatie&“Een computer verbinden” op pagina 24&“Een smart device verbinden” op pagina 25&“Wi-Fi-instellingen congureren op de printer” op pagina 25Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt)Gebruik deze verbindingsmethode wanneer u thuis of op kantoor geen Wi-Fi hebt of wanneer u de printer en hetsmart device rechtstreeks met elkaar wilt verbinden. In deze modus fungeert de printer als toegangspunt en kunt umaximaal vier apparaten met de printer verbinden zonder dat u een apart toegangspunt nodig hebt. Smart devicesdie rechtstreeks met de printer zijn verbonden kunnen echter niet met elkaar communiceren via de printer.Opmerking:Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt) is een verbindingsmodus die is ontwikkeld als vervanging voor de ad-hocmodus.De printer kan tegelijk verbinding hebben via Wi-Fi of Ethernet en Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt).

Als uechter een netwerkverbinding start in Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) wanneer de printer verbinding heevia Wi-Fi, wordt de Wi-Fi-verbinding tijdelijk verbroken.Gerelateerde informatie&“Instellingen voor Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt) congureren” op pagina 28Een computer verbindenHet wordt aanbevolen het installatieprogramma te gebruiken om de printer te verbinden met een computer.U kunthet installatieprogramma op een van de volgende manieren uitvoeren.❏Instellen vanaf de websiteOpen de volgende website en voer de productnaam in.Ga naar Instellen en congureer de instellingen.http://epson.sn❏Instellen met de soware-cd (alleen voor modellen die worden geleverd met een soware-cd en gebruikers diebeschikken over een computer met een schijfstation.)Plaats de soware-cd in de computer en volg de instructies op het scherm.GebruikershandleidingNetwerkinstellingen24

De verbindingsmethoden selecterenVolg de instructies op het scherm totdat het volgende scherm wordt weergegeven en selecteer vervolgens degewenste methode om de printer met de computer te verbinden.Selecteer het verbindingstype en klik vervolgens op Volgende.Volg de instructies op het scherm.Een smart device verbindenU kunt de printer gebruiken vanaf een smart device wanneer u de printer verbindt met hetzelfde Wi-Fi-netwerk(SSID) als het smart device. Als u de printer wilt gebruiken vanaf een smart device, stelt u dit in vanaf de volgendewebsite.

Open de website vanaf een smart device waarmee u verbinding wilt maken met de printer.http://epson.sn > InstellenOpmerking:Als u tegelijkertijd een computer en een smart device met de printer wilt verbinden, wordt aangeraden als eerste decomputer te verbinden.Wi-Fi-instellingen congureren op de printerOp het bedieningspaneel van de printer kunt u op verschillende manieren de netwerkinstellingen congureren.Kies de verbindingsmethode die overeenkomt met uw omgeving en de voorwaarden die u gebruikt. Als u beschiktover de informatie voor het toegangspunt, zoals de SSID en het wachtwoord, kunt u de instellingen handmatigcongureren. Als het toegangspunt WPS ondersteunt, kunt u de instellingen congureren metdrukknopinstellingen.GebruikershandleidingNetwerkinstellingen25

Nadat de printer verbinding hee gemaakt met het netwerk, maakt u verbinding tussen de printer en het apparaatdat u wilt gebruiken (computer, smart device, tablet, enz. )Handmatig Wi-Fi-instellingen congurerenU kunt de gegevens die voor de verbinding met een toegangspunt nodig zijn handmatig opgeven op hetbedieningspaneel van de printer. Voor het handmatig instellen hebt u de SSID en het wachtwoord van eentoegangspunt nodig. Opmerking:Als u een toegangspunt met de standaardinstellingen gebruikt, gebruikt u de SSID die en het wachtwoord dat op het labelvermeld staan. Als u de SSID en het wachtwoord niet weet, neem dan contact op met de persoon die het toegangspunt heeingesteld of raadpleeg de documentatie van het toegangspunt. 1. Selecteer Wi -Fi in st el le n op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK. 2. Selecteer Wi -Fi (a an b e v o l e n) en druk vervolgens op de knop OK.

3. Druk op de knop OK. 4. Selecteer Wi-Fi instel-wizard en druk vervolgens op de knop OK. 5. Selecteer de SSID voor het toegangspunt op het bedieningspaneel van de printer en druk op de knop OK. Opmerking:❏Als de SSID waarmee u wilt verbinden, niet wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer, selecteert uOpnieuw zoeken om de lijst te vernieuwen. Als deze nog steeds niet wordt weergegeven, selecteert u Anderenetwerken en voert u de SSID rechtstreeks in. ❏Als u de SSID niet kent, controleer dan of deze vermeld staat op het label van het toegangspunt. Als u hettoegangspunt gebruikt met zijn standaardinstellingen, gebruikt u de SSID die op het label staat. 6. Voer het wachtwoord in en selecteer Klaar. Druk op de knop OK. Opmerking:❏Het wachtwoord is hoofdlettergevoelig. ❏Als u het wachtwoord niet kent, controleer dan of het vermeld staat op het label van het toegangspunt.

Als u hettoegangspunt gebruikt met zijn standaardinstellingen, gebruikt u het wachtwoord dat op het label staat. Hetwachtwoord kan ook een sleutel of wachtwoordzin worden genoemd.

8. Selecteer of u al dan niet een netwerkverbindingsrapport wilt afdrukken na het voltooien van de instellingen.Opmerking:Als u geen verbinding kunt maken, laadt u papier en drukt u vervolgens op de knop om eennetwerkverbindingsrapport af te drukken.Gerelateerde informatie&“De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 30&“Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 169Wi-Fi-instellingen congureren via de drukknopinstellingU kunt automatisch een Wi-Fi-netwerk instellen door op een knop op het toegangspunt te drukken.

Als aan devolgende voorwaarden is voldaan, kunt u deze manier van instellen gebruiken.❏Het toegangspunt is compatibel met WPS (Wi-Fi Protected Setup).❏De huidige Wi-Fi-verbinding is tot stand gebracht door op een knop op het toegangspunt te drukken.Opmerking:Als u de knop niet kunt vinden of als u instelt met behulp van de soware, raadpleeg dan de documentatie van hettoegangspunt.1. Selecteer Wi -Fi in st el le n op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK.2. Selecteer Wi -Fi (a an b e v o l e n) en druk vervolgens op de knop OK.3. Druk op de knop OK.4. Selecteer Instellen met drukknop (WPS) en druk vervolgens op de knop OK.5. Houd de knop [WPS] op het toegangspunt ingedrukt tot het beveiligingslampje knippert.Als u niet weet waar de [WPS]-knop zit, of als het toegangspunt geen knoppen hee, raadpleeg dan dedocumentatie van het toegangspunt voor meer informatie.6.

Druk op de knop OK op het bedieningspaneel van de printer. Volg de instructies op het scherm die wordenweergegeven.Opmerking:Als de verbinding mislukt, start dan het toegangspunt opnieuw, zet het dichter bij de printer en probeer het nog een keer.Als het nog steeds niet werkt, druk dan een netwerkverbindingsrapport af en controleer de oplossing.GebruikershandleidingNetwerkinstellingen27

Gerelateerde informatie&“De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 30&“Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 169Wi-Fi-instellingen congureren via de PIN code-instelling (WPS)U kunt verbinding maken met een toegangspunt door gebruik te maken van een pincode. U kunt deze methodegebruiken als uw toegangspunt WPS (Wi-Fi Protected Setup) ondersteunt. Gebruik een computer om een pincodein te voeren in het toegangspunt. 1. Selecteer Instellingen op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK. 2. Selecteer Netwerkinstellingen en druk vervolgens op de knop OK. 3. Selecteer Wi -Fi in st el le n op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK. 4. Selecteer Instellen met PIN-code (WPS) en druk vervolgens op de knop OK. 5.

Gebruik uw computer om de pincode (acht cijfers) die op het bedieningspaneel van de printer wordtweergegeven in te voeren in het toegangspunt. U hebt hier twee minuten de tijd voor. Opmerking:Raadpleeg de documentatie van het toegangspunt voor meer informatie over het invoeren van een pincode. 6. Druk op de knop OK. Het instellen is voltooid wanneer dit wordt gemeld in een bericht. Opmerking:Als de verbinding mislukt, start dan het toegangspunt opnieuw, zet het dichter bij de printer en probeer het nog een keer. Als het nog steeds niet werkt, druk dan een verbindingsrapport af en controleer de oplossing.

Gerelateerde informatie&“De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 30&“Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 169Instellingen voor Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudigtoegangspunt) congurerenDeze methode maakt het mogelijk om de printer rechtstreeks, dus zonder toegangspunt, te verbinden met eencomputer of smart device. De printer fungeert zelf als toegangspunt.

cBelangrijk:Wanneer u een computer of smart device verbindt met de printer met de Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudigtoegangspunt), is de printer verbonden met hetzelfde Wi-Fi-netwerk (SSID) als de computer of het smart device envindt communicatie tussen de beide apparaten plaats. Omdat de computer of het smart device automatisch wordtverbonden met het andere verbindbare Wi-Fi-netwerk als de printer wordt uitgeschakeld, wordt niet opnieuwverbinding gemaakt met het vorige Wi-Fi-netwerk als de printer wordt ingeschakeld. Maak vanuit de computer ofhet smart device opnieuw verbinding met de SSID van de printer voor Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudigtoegangspunt). Als u niet steeds opnieuw verbinding wilt maken wanneer u de printer in- of uitschakelt, wordtaangeraden een Wi-Fi-netwerk te gebruiken door de printer te verbinden met een toegangspunt. GebruikershandleidingNetwerkinstellingen28.

1. Selecteer Wi -Fi in st el le n op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK.2. Selecteer Wi -Fi Di re c t en druk vervolgens op de knop OK.3. Druk op de knop OK.4. Druk op de knop OK om de installatie te starten.5. Druk op de knop OK.6. Kijk op het bedieningspaneel van de printer welke SSID en welk wachtwoord worden weergegeven. Selecteerin het scherm Netwerkverbinding van de computer of het smart device de SSID die wordt weergegeven op hetbedieningspaneel van de printer om verbinding te maken.7. Voer op de computer of het smart device het wachtwoord in dat wordt weergegeven op het bedieningspaneelvan de printer.8. Nadat de verbinding is gemaakt, drukt u op de knop OK op het bedieningspaneel van de printer.9.

Druk op de knop OK.Gerelateerde informatie&“De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 30&“Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 169Geavanceerde netwerkinstellingen congurerenU kunt de naam van de netwerkprinter, TCP/IP-instellingen, DNS-server enzovoort aanpassen.Controleer denetwerkomgeving voordat u wijzigingen aanbrengt.1. Selecteer Instellingen op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK.2. Selecteer Netwerkinstellingen en druk vervolgens op de knop OK.3. Selecteer Handmatige netwerkinstelling en druk vervolgens op de knop OK.4.

Voer de apparaatnaam in.U kunt de volgende tekens gebruiken.Als u de apparaatnaam wilt vastleggen, plaatst u de cursor op Klaar endrukt u vervolgens op de knop OK.❏Tekenlimiet: 2 t/m 15 (u moet minstens 2 tekens invoeren)❏Toegestane tekens: A t/m Z, a t/m z, 0 t/m 9, -.❏Tekens die u niet bovenaan kunt gebruiken: 0 t/m 9, -.❏Tekens die u niet onderaan kunt gebruiken: -Opmerking:Als u op de knop OK drukt zonder de apparaatnaam in te voeren, worden de standaardapparaatnaam (EPSON en delaatste zes cijfers van het MAC-adres van het apparaat) ingesteld.GebruikershandleidingNetwerkinstellingen29

5. Selecteer op welke manier het IP-adres wordt opgevraagd (TCP/IP-instelling). ❏AutoSelecteer deze optie wanneer u thuis een toegangspunt gebruikt of wanneer u het IP-adres automatisch laattoewijzen via DHCP. ❏HandmatigSelecteer deze optie wanneer u niet wilt dat het IP-adres van de apparaat wordt gewijzigd. Voer het IP-adres,het subnetmasker, de standaardgateway, de primaire DNS-server en secundaire DNS-server in, aankelijkvan uw netwerkomgeving. Druk op de knop OK en ga naar stap 7. 6. Selecteer de manier waarop de DNS-server wordt ingesteld. ❏AutoSelecteer deze optie wanneer het IP-adres automatisch moet worden opgevraagd. ❏HandmatigSelecteer deze optie wanneer u een uniek DNS-serveradres wilt instellen voor de printer. Voer het adres invan de primaire DNS-server en van de secundaire DNS-server. 7. Selecteer of u al dan niet een proxyserver wilt gebruiken.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Epson EcoTank ET-7750 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden