Epson AcuLaser C1900 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Epson AcuLaser C1900 (418 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 12 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Epson AcuLaser C1900 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Epson |
| Categorie: | Printer |
| Model: | AcuLaser C1900 |
| Kleur van het product: | Wit |
| Gewicht: | 34000 g |
| Breedte: | 496 mm |
| Diepte: | 521 mm |
| Hoogte: | 526 mm |
| Kleur: | Ja |
| USB-poort: | Ja |
| Ethernet LAN: | Ja |
| Markt positionering: | Thuis & kantoor |
| Aantal USB 2.0-poorten: | 1 |
| Intern geheugen: | - MB |
| Maximale resolutie: | - DPI |
| USB-connector: | USB Type-B |
| Printtechnologie: | Laser |
| Printsnelheid (zwart, standaardkwaliteit, A4/US Letter): | - ppm |
| Gebruiksindicatie (maximaal): | 35000 pagina's per maand |
| Totale invoercapaciteit: | - vel |
| Totale uitvoercapaciteit: | - vel |
| Maximale ISO A-series papierformaat: | A4 |
| ISO A-series afmetingen (A0...A9): | A4 |
| Gemiddeld stroomverbruik tijdens printen: | - W |
| Geluidsdrukniveau (afdrukken): | - dB |
Handleiding Epson AcuLaser C1900 – volledige tekst
KleurenlaserprinterAlle rechten voorbehouden. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via fotokopieën of opnamen, hetzij op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van SEIKO EPSON CORPORATION. SEIKO EPSON CORPORATION wijst alle patentaansprakelijkheid af wat betreft het gebruik van de informatie in dit document.
Evenmin kan SEIKO EPSON CORPORATION aansprakelijk worden gesteld voor schade voortvloeiend uit het gebruik van de informatie in dit document.SEIKO EPSON CORPORATION noch zijn filialen kunnen door de koper van dit product of door derden verantwoordelijk worden gesteld voor schade, verliezen of onkosten ontstaan als gevolg van ongelukken, foutief gebruik of misbruik van dit product, onbevoegde wijzigingen en reparaties, of (buiten de V.S.) als de bedienings- en onderhoudsinstructies van SEIKO EPSON CORPORATION niet strikt worden gevolgd.SEIKO EPSON CORPORATION kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade of problemen voortvloeiend uit het gebruik van onderdelen of verbruiksgoederen die niet als Original Epson Products of EPSON Approved Products zijn aangemerkt door SEIKO EPSON CORPORATION.EPSON en EPSON ESC/P zijn gedeponeerde handelsmerken; EPSON ESC/P 2 is een handelsmerk van SEIKO EPSON CORPORATION.Algemene kennisgeving: Andere productnamen vermeld in dit document dienen uitsluitend als identificatie en kunnen handelsmerken zijn van hun respectieve eigenaars.
8InhoudInstellen voor clients. 166Printerdriver installeren vanaf de cd-rom. 175Op de Macintosh. 176Printer delen. 176De printer als een gedeelde printer configureren. 177Toegang tot de gedeelde printer. 178Hoofdstuk 6 Optionele onderdelen installerenPapiereenheid voor 500 vellen. 181Duplexer. 187Vaste schijf. 194Geheugenmodule. 199ROM-module voor Adobe PostScript 3. 203Interfacekaarten. 206Statusvel afdrukken. 210Hoofdstuk 7 Functies van het bedieningspaneelMenu's van het bedieningspaneel gebruiken. 213Instellingen via het bedieningspaneel opgeven. 213Menu's van het bedieningspaneel openen. 214Gegevens voor reserveertaken afdrukken en verwijderen. 215Menu Snelafdruk gebruiken. 216Menu Vertrouwelijk gebruiken. 217Menu's van het bedieningspaneel. 218Overzicht van de menu's van het bedieningspaneel. 218Menu Informatie. 220Status Menu. 223Menu Papierbak. 223Menu Emulatie. 225Menu Afdruk.
Inhoud 9Menu USB. 238Menu Netwerk. 240Menu AUX. 240Menu LJ4. 241Menu GL2. 244Menu PS3. 247Menu ESC/P2. 248Menu FX. 251Menu I239X. 254Hoofdstuk 8 Verbruiksgoederen vervangenVoorzorgsmaatregelen bij het vervangen van verbruiksgoederen257Vervangingsberichten. 258Ontwikkelingsrol. 259Fotogeleidingseenheid. 264Tonerafvalbak. 268Transfereenheid. 271Hoofdstuk 9 Printer reinigen en vervoerenPrinter reinigen. 277De invoerrol reinigen. 278Het filter van de printkop reinigen. 279Printer vervoeren. 281Hoofdstuk 10 ProbleemoplossingPapierstoringen verhelpen. 287Voorzorgsmaatregelen voor het verhelpen van papierstoringen287Vast A (klep AB). 288Vast A (klep AB). 292Vast C (klep C). 299Vast DM (klep DM). 301Printer functioneert niet optimaal. 303.
10 InhoudHet lampje Klaar gaat niet branden. 303De printer drukt niet af (het lampje Klaar brandt niet). 303Het lampje Klaar brandt, maar er wordt niet afgedrukt. 304Het optionele onderdeel is niet beschikbaar. 305Problemen met afgedrukte documenten. 305Het lettertype wordt niet afgedrukt. 305Tekens zijn verkeerd afgedrukt. 306Er wordt niet op de juiste positie op de pagina begonnen met af-drukken. 306Afbeeldingen worden niet goed afgedrukt. 307Het oppervlak is ruw (dubbelzijdig afdrukken, gecoat papier)307Problemen met afdrukken in kleur. 308Er kan niet in kleur worden afgedrukt. 308Kleuren op afdrukken wijken af als er met verschillende printers wordt afgedrukt. 308Kleuren op de afdrukken wijken af van de kleuren op het beeld-scherm. 309Gebrekkige afdrukkwaliteit. 310De achtergrond is donker of vuil. 310Afdrukken bevatten zwarte of witte strepen. 310Afdrukken bevatten witte plekken.
311De afdrukkwaliteit wisselt per pagina. 311De afdrukkwaliteit varieert (dik of gecoat papier). 311Rasterafbeeldingen worden ongelijk afgedrukt. 312Er zitten vlekken op de afdruk. 312Afbeeldingen zijn niet volledig afgedrukt. 313Er worden lege pagina's uitgevoerd. 314De afdruk is licht of vaag. 315De onbedrukte zijde van de pagina is vuil. 315Problemen met de papierverwerking. 316Het papier wordt niet op de juiste wijze ingevoerd. 316Status- en foutberichten. 316Afdrukken annuleren. 330Afdrukken annuleren met de knop Taak annuleren. 331Afdrukken annuleren met het menu Reset. 331.
15Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingenwWaarschuwingen moet u zorgvuldig in acht nemen om lichamelijk letsel te voorkomen.cVoorzorgsmaatregelen moeten worden nageleefd om schade aan het apparaat te voorkomen.Opmerkingen bevatten belangrijke informatie over en tips voor het gebruik van de printer.VeiligheidsvoorschriftenOm veilig en efficiënt met de printer te kunnen werken, moet u deze voorzorgsmaatregelen in acht nemen.❏Omdat de printer ongeveer 30 kg weegt, moet u niet proberen de printer alleen op te tillen of verplaatsen. De printer moet door twee personen worden opgetild en moet worden vastgepakt op de juiste posities, zoals hieronder wordt weergegeven.
16❏Raak nooit de fixeereenheid of haar omgeving aan, tenzij dat expliciet wordt aangegeven in deze handleiding. De fixeereenheid is gemarkeerd met het etiket CAUTION Hot Surface Avoid Contact. Wanneer de printer in gebruik is, kan de fixeereenheid zeer warm worden.❏Steek uw hand niet in de fixeereenheid. Sommige onderdelen zijn scherp en kunnen letsel veroorzaken.❏Raak de onderdelen in het binnenwerk van de printer nooit aan, tenzij dit wordt voorgeschreven in deze handleiding.❏Ga steeds rustig te werk bij het plaatsen van onderdelen. Hoewel de printer tegen een stootje kan, kunnen onderdelen door onnodig gebruik van kracht beschadigd worden.❏Plaats ontwikkelingsrollen en fotogeleidingseenheden altijd op een schoon en effen oppervlak.❏Haal ontwikkelingsrollen niet uit elkaar en breng geen aanpassingen aan. U kunt de cartridges niet opnieuw vullen.❏Raak de toner niet aan.
Zorg dat u geen toner in uw ogen krijgt.Steek uw hand niet in defixeereenheid omdat deze zeer warm kan worden, tenzij dat expliciet wordt aangegeven in deze handleiding.
17❏Verbrand gebruikte ontwikkelingsrollen, toneropvangbakken of fotogeleidingseenheden niet. Deze onderdelen kunnen exploderen en letsel veroorzaken. Neem bij het weggooien van deze onderdelen de geldende milieuvoorschriften in acht.❏Als u een ontwikkelingsrol of een fotogeleidingseenheid van een koude in een warme ruimte brengt, moet u ten minste één uur wachten voor u de rol of eenheid gebruikt om schade door condensatie te voorkomen.❏Stel de fotogeleidingseenheid bij het plaatsen niet langer dan vijf minuten bloot aan licht. De eenheid bevat een groene lichtgevoelige rol. Als u de rol blootstelt aan licht, kunnen er donkere of lichte vlekken ontstaan op de afdrukken. Ook slijt de rol dan sneller. Wanneer u de eenheid voor langere tijd uit de printer verwijdert, kunt u deze het beste afdekken met een ondoorzichtige doek.❏Maak nooit krassen op het oppervlak van de rol.
Plaats de fotogeleidingseenheid altijd op een schone en vlakke ondergrond wanneer u deze uit de printer neemt. Raak de rol niet aan; huidvetten kunnen het oppervlak definitief beschadigen en de afdrukkwaliteit nadelig beïnvloeden.❏Voor een optimale afdrukkwaliteit kunt u de fotogeleidingseenheid beter niet bewaren in ruimtes met direct zonlicht, stof, zilte lucht of bijtende gassen (bijvoorbeeld ammoniakgas). Vermijd ruimtes die onderhevig zijn aan plotselinge schommelingen in temperatuur en vochtigheid.❏Bewaar de verbruiksgoederen steeds buiten het bereik van kinderen.❏Laat vastgelopen papier niet in de printer zitten. Hierdoor kan de printer oververhit raken.
18❏Gebruik geen stopcontacten waarop andere apparaten zijn aangesloten.❏Gebruik alleen een stopcontact dat voldoet aan de stroomvereisten van de printer.Belangrijke veiligheidsvoorschriften❏Sluit de printer aan op een stopcontact dat voldoet aan de stroomvereisten voor deze printer. De stroomvereisten van de printer staan op een etiket aan de achterzijde van de printer. Neem contact op met het energiebedrijf of met uw leverancier als u vragen hebt over de specificaties voor de netvoeding.❏Indien de stekker niet in het stopcontact past, neemt u contact op met een elektricien.❏Wijzig alleen instellingen waarvoor een procedure is opgenomen in de handleiding.
Als u andere instellingen wijzigt, brengt u mogelijk schade aan het product toe die alleen door ervaren onderhoudsmonteurs kan worden hersteld.ENERGY STAR®Als internationaal ENERGY STAR®-partner heeft EPSON bepaald dat dit product voldoet aan de richtlijnen van het internationale ENERGY STAR®-programma inzake doeltreffend energieverbruik.
19Het internationale ENERGY STAR® Office Equipment Program is een vrijwillige overeenkomst tussen fabrikanten van computer- en kantoorapparatuur ter bevordering van de ontwikkeling van energiebesparende computers, beeldschermen, printers, faxen, kopieerapparaten en scanners met als doel de luchtvervuiling door stroomopwekking te beperken.Voorzorgsmaatregelen bij in- en uitschakelenSchakel de printer niet uit:❏Binnen 180 seconden nadat de printer is ingeschakeld. Wacht totdat de tekst Gereed in het LCD-scherm verschijnt.❏Als het lampje Klaar knippert❏Als het lampje Gegevens brandt of knippert❏Tijdens het afdrukken
Productinformatie 23111111111111BedieningspaneelLCD-scherm Hierop worden de statusberichten van de printer en de menu-instellingen van het bedieningspaneel weergegevenTerugOmhoogEnterOmlaagMet deze knoppen kunt u de menu's van het bedieningspaneel openen. Hierin kunt u printerinstellingen opgeven en de status van verbruiksgoederen controleren. Zie "Menu's van het bedieningspaneel gebruiken" op pagina 213 voor informatie over het gebruik van de knoppen.OmhoogEnterOmlaagLCD-schermGegevensKlaarTerugFoutTaak annulerenStart/Stop
24 ProductinformatieTaak annuleren Druk één keer op deze knop om de huidige afdruktaak te annuleren. Druk langer dan twee seconden op de knop om alle taken uit het printergeheugen te verwijderen, waaronder de taken die momenteel worden ontvangen, op de vaste schijf worden opgeslagen of worden afgedrukt.Gegevens(geel) Dit lampje brandt wanneer in de afdrukbuffer (het gedeelte van het printergeheugen voor het ontvangen van gegevens) afdrukgegevens zijn opgeslagen die nog niet zijn afgedruktHet lampje knippert wanneer de printer gegevens verwerktHet lampje brandt niet wanneer er geen gegevens in de afdrukbuffer zijnKlaar(groen) Dit lampje brandt wanneer de printer klaar is.
Dit betekent dat de printer gegevens kan ontvangen en afdrukkenHet lampje brandt niet als de printer niet gereed isStart/Stop Het afdrukken wordt onderbroken als u op deze knop drukt.Wanneer het foutlampje knippert, drukt u op deze knop om de fout te verwijderen en de status Gereed in te schakelen.Fout(rood) Dit lampje brandt of knippert wanneer een fout optreedt
Productinformatie 25111111111111Optionele onderdelen en verbruiksgoederenOptionele onderdelenU kunt een van de volgende optionele onderdelen installeren om de functionaliteit van de printer uit te breiden.❏De papiereenheid voor 500 vellen (C12C813811) bevat één papierlade. Hiermee verhoogt u de capaciteit van de papierinvoer met maximaal 500 vellen.❏Met de duplexer (C12C813921) kunt u automatisch afdrukken op beide zijden van het papier.❏Met de vaste schijf (C12C823921) kunt u de ontvangstbuffer van de printer uitbreiden wanneer u een Ethernet-interface gebruikt. Hierdoor kunt u sneller complexe en grote afdruktaken afdrukken.❏Met een optionele geheugenmodule breidt u het geheugen van de printer uit, zodat u complexe pagina's met veel afbeeldingen kunt afdrukken.❏Met de module Adobe® PostScript® 3™ ROM (C12C832531) kunt u documenten afdrukken in de printertaal PostScript.
26 Productinformatie❏De IEEE 1394-interfacekaart van type B (C12C82372✽) kan worden gebruikt voor Macintosh-gebruikers. De kaart kan worden aangesloten op een FireWire®-poort op de Macintosh-computer.❏U kunt diverse optionele interfacekaarten gebruiken in combinatie met de ingebouwde parallelle interfaces en USB- en Ethernet-interfaces van de printer. Zo breidt u de netwerkcompatibiliteit van de printer uit.Opmerking:Het sterretje (✽) staat voor het laatste cijfer van het productnummer, dat per land verschilt.VerbruiksgoederenDe printer houdt de levensduur van de volgende verbruiksgoederen voor u bij. Op de printer wordt aangegeven wanneer de verbruiksgoederen moeten worden vervangen.Ontwikkelingsrol (zwart)Ontwikkelingsrol (geel)Ontwikkelingsrol (magenta)Ontwikkelingsrol (cyaan)FotogeleidingseenheidTonerafvalbakTransfereenheidS050100S050097S050098S050099S051083S050101S053009
Productinformatie 27111111111111Met de speciale afdrukmaterialen van EPSON in de onderstaande lijst krijgt u het beste afdrukresultaat. cLet op:❏Gebruik geen andere EPSON-afdrukmaterialen, zoals speciale afdrukmaterialen voor inkjetprinters, aangezien deze papierstoringen kunnen veroorzaken en de printer kunnen beschadigen.❏Gebruik de bovenstaande afdrukmaterialen niet in andere printers, tenzij dit in de documentatie wordt aangegeven.PrinterDe printer bevat een groot aantal kenmerken voor een optimaal gebruikersgemak en kwalitatief hoogstaande afdrukken. De belangrijkste kenmerken worden hieronder beschreven.EPSON Color Laser Paper (A4)EPSON Color Laser Paper (Letter)EPSON Color Laser Transparencies (A4)EPSON Color Laser Transparencies (Letter)EPSON Color Laser Coated Paper (A4)S041215S041218S041175S041174S041383
28 ProductinformatieFunctie voor reserveertakenMet de functie voor reserveertaken kunt u een afdruktaak opslaan op de vaste schijf van de printer en kunt u deze taak op elk moment via het bedieningspaneel afdrukken zonder dat u hiervoor de computer hoeft te gebruiken. U kunt ook één exemplaar afdrukken om de inhoud te controleren voordat u meerdere exemplaren afdrukt. Als de inhoud van de afdruktaak vertrouwelijk is, kunt u een wachtwoord instellen om de toegankelijkheid van het document te beperken.
Zie "Functie voor reserveertaken gebruiken" op pagina 85 voor meer informatie voor Windows en "Functie voor reserveertaken gebruiken" op pagina 139 voor Macintosh.Opmerking:U moet een optionele vaste schijf in de printer installeren als u de functie Reserve Job wilt gebruiken.Formulieroverlays opslaan naar vaste schijfMet deze functie worden formulieroverlays sneller opgeslagen doordat u de overlaygegevens kunt opslaan op de optionele vaste schijf in plaats van de computer. Deze functie is alleen beschikbaar onder Windows. Zie "Formulieroverlays op de vaste schijf gebruiken" op pagina 77 voor meer informatie.
Productinformatie 29111111111111Voorgedefinieerde kleurinstellingen in de printerdriverDe printerdriver bevat een groot aantal voorgedefinieerde instellingen voor afdrukken in kleur, waardoor u de afdrukkwaliteit voor verschillende typen kleurendocumenten kunt optimaliseren.Zie "Voorgedefinieerde instellingen gebruiken" op pagina 58 voor meer informatie voor Windows. Zie "Voorgedefinieerde instellingen gebruiken" op pagina 122 voor meer informatie voor Macintosh.Dubbelzijdig afdrukkenMet de duplexer van EPSON kunt u eenvoudig afdrukken op beide zijden van het papier. Hiermee kunt u dubbelzijdig afgedrukte documenten van professionele kwaliteit maken.
Gebruik deze functie voor elke afdruktaak om kosten te drukken en bronnen te besparen.Resolution Improvement Technology (RITech)RITech (Resolution Improvement Technology) is de originele printertechnologie van EPSON waarmee de afdrukkwaliteit van lijnen, tekst en afbeeldingen wordt verbeterd. RITech wordt ook toegepast bij afdrukken in kleur.
Papierverwerking 31222222222222Hoofdstuk 2PapierverwerkingBeschikbaar papierIn dit gedeelte wordt uitgelegd welke soorten papier u kunt gebruiken in de printer. Gebruik alleen papiersoorten die in dit gedeelte worden genoemd.Opmerking:De printer is zeer gevoelig voor vocht. Bewaar papier in een droge omgeving.Speciaal afdrukmateriaal van EPSONEPSON biedt speciaal afdrukmateriaal voor deze printer.EPSON Color Laser PaperDit materiaal is speciaal ontworpen voor deze printer. U kunt dit materiaal invoeren vanuit de MP-lade en de optionele papierlade voor 500 vellen.S041215 (A4)S041218 (Letter)EPSON Color Laser TransparenciesDit materiaal is speciaal ontworpen voor deze printer. U kunt dit materiaal alleen in de MP-lade plaatsen.S041175 (A4)S041174 (Letter)
32 PapierverwerkingcLet op:❏Gebruik geen andere EPSON-afdrukmaterialen, zoals speciale afdrukmaterialen voor inkjetprinters, aangezien deze papierstoringen kunnen veroorzaken en de printer kunnen beschadigen.❏Gebruik de bovenstaande afdrukmaterialen niet in andere printers, tenzij dit in de documentatie wordt aangegeven.EPSON Color Laser Coated PaperEPSON Color Laser Coated Paper is speciaal ontworpen voor deze printer. Het is zwaarder dan EPSON Color Laser Paper, waardoor afdrukken meer glans hebben en van betere kwaliteit zijn. Als u wilt afdrukken op EPSON Color Laser Coated Paper, moet u de instelling Coated of Coated (Back) opgeven bij Paper Type.
Deze instellingen leveren optimale resultaten bij afdrukken op gecoat papier, maar u kunt het papier alleen in de MP-lade plaatsen.S041383 (A4)Opmerking:U kunt niet dubbelzijdig afdrukken met de optionele duplexer wanneer Thick of Thick (Back) is geselecteerd bij Paper Type in de printerdriver.
Papierverwerking 33222222222222Normaal papierNaast de in het vorige gedeelte behandelde speciale afdrukmaterialen van EPSON kunt u de volgende papiersoorten gebruiken.* Gebruik kringlooppapier uitsluitend bij een normale temperatuur en vochtigheidsgraad. Papier van slechte kwaliteit kan de afdrukkwaliteit verminderen en papierstoringen en andere problemen veroorzaken.** Als de etiketten niet goed aansluiten, kunnen deze in de printer loslaten en de printer beschadigen.Opmerking:❏Aangezien de kwaliteit van een bepaald merk of type afdrukmateriaal op elk moment door de fabrikant kan worden gewijzigd, kan EPSON de kwaliteit van geen enkel type afdrukmateriaal garanderen.
Probeer het afdrukmateriaal altijd uit voordat u een grote voorraad aanschaft of een omvangrijk bestand afdrukt.❏U mag ook papier met bedrukte briefhoofden gebruiken, vooropgesteld dat het papier en de inkt geschikt zijn voor laserprinters.Paper Type BeschrijvingGewoon papier Er kan kringlooppapier worden gebruikt.*Gewicht: 60 tot 90 g/m²Enveloppen Geen lijm of plakstripGeen plastic venster (tenzij speciaal ontworpen voor laserprinters)Etiketten Het achtervel moet volledig bedekt zijn, zonder ruimtes tussen de etiketten.**Zwaar papier Gewicht: 91 tot 163 g/m² (24 tot 43lb)Gekleurd papier Niet-gecoat
Papierverwerking 35222222222222❏Papier met variërende dikte❏Extreem zwaar of licht papier❏Papier dat te glad of te ruw is❏Papier met een verschillende voor- en achterzijde❏Gevouwen, gekreukeld, golvend of gescheurd papier❏Papier met een onregelmatige vorm, of papier waarvan de hoeken niet recht zijnPapierbronnenIn dit gedeelte wordt beschreven welke papiersoorten met welke papierbronnen kunnen worden gebruikt.
Papierverwerking 37222222222222Papiereenheid voor 500 vellenPapierbron selecterenU kunt een papierbron handmatig instellen of de printer zo instellen dat de papierbron automatisch wordt geselecteerd.Handmatig selecterenU kunt een papierbron handmatig selecteren via de printerdriver of het bedieningspaneel van de printer.❏Afdrukken annuleren vanuit de printerdriverIn Windows opent u de printerdriver, klikt u op de tab Basic Settings en selecteert u de gewenste papierbron in de lijst Paper Source. Klik vervolgens op OK.In Macintosh opent u de printerdriver, opent u het dialoogvenster Basic Settings en selecteert u de gewenste papierbron in de lijst Paper Source.
Klik vervolgens op OK.❏Bedieningspaneel van de printerOp het bedieningspaneel opent u het menu Setup, selecteert u Papierbak en geeft u de gewenste papierbron op.Automatisch selecterenAls u wilt dat de papierbron met het correcte papierformaat automatisch wordt geselecteerd, selecteert u Auto Selection in de printerdriver of Auto op het bedieningspaneel van de printer. Paper Type Papierformaat CapaciteitGewoon papier A4 Maximaal 500 vellen(totale dikte: minder dan 57 mm)
38 PapierverwerkingDe printer zoekt naar een papierbron met het opgegeven papierformaat. Hierbij wordt de onderstaande volgorde gehanteerd.Standaardconfiguratie:MP-ladeOpmerking:❏Als u in de toepassing instellingen voor papierformaat en -bron opgeeft, kunnen deze de instellingen van de printerdriver overschrijven.❏Wanneer u bij Paper Size de instelling voor enveloppen opgeeft, kunnen deze alleen via de MP-lade worden ingevoerd, ongeacht de instelling bij Paper Source.❏U kunt de prioriteit van de MP-lade wijzigen via de instelling MP MODE in het menu Setup op het bedieningspaneel.
Zie "Menu Setup" op pagina 228 voor meer informatie.Als de optionele papiereenheid voor 500 vellen is geïnstalleerd:MP-ladeOnderste papierladeOpmerking:❏Als u in de toepassing instellingen voor papierformaat en -bron opgeeft, kunnen deze de instellingen van de printerdriver overschrijven.❏Wanneer u bij Paper Size de instelling voor enveloppen opgeeft, kunnen deze alleen via de MP-lade worden ingevoerd, ongeacht de instelling bij Paper Source.❏U kunt de prioriteit van de MP-lade wijzigen via de instelling MP MODE in het menu Setup op het bedieningspaneel. Zie "Menu Setup" op pagina 228 voor meer informatie.
Papierverwerking 39222222222222Papier handmatig invoerenWanneer u papier handmatig invoert, moet u, anders dan bij normale papierinvoer, na de eerste pagina op Start/Stop N drukken om ook de rest van het document af te drukken. Wanneer u handmatig invoert, kunt u de afdrukkwaliteit van de eerste pagina bekijken voordat u de rest van het document afdrukt.Volg de onderstaande instructies om papier handmatig in te voeren.1. Open de printerdriver op een van de volgende manieren.❏Als u de printerdriver wilt openen vanuit een toepassing, klikt u op Bestand en op Afdrukken of Pagina-instelling. U moet ook klikken op Instellen, Opties, Eigenschappen of een combinatie van deze knoppen.❏Wilt u de printerdriver openen vanuit Windows XP, ME, 98, 95, 2000 of NT 4.0, dan klikt u op Start en kiest u Instellingen en Printers.
Vervolgens klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram EPSON AL-C1900 Advanced en kiest u Eigenschappen (in Windows Me, 98 of 95), Voorkeursinstellingen voor afdrukken (in Windows XP of 2000) of Standaardwaarden document (in Windows NT 4.0). ❏Als u de printerdriver wilt openen vanuit Macintosh, kiest u Afdrukken in het menu Bestand van een toepassing of klikt u op Kiezer in het Apple-menu en klikt u op het pictogram AL-C1900.2. Voor Windows klikt u op de tab Basic Settings en schakelt u het selectievakje Manual Feed in. Voor Macintosh schakelt u het selectievakje Manual Feed in het dialoogvenster Basic Settings in.
40 Papierverwerking3. Selecteer het juiste papierformaat in de lijst Paper Size.4. Als papier met het geselecteerde formaat al is geplaatst, gaat u verder met de volgende stap. Wanneer dit niet het geval is, moet u het resterende papier uit de papierlade verwijderen. Plaats een vel of stapel van het geselecteerde papierformaat met de afdrukzijde naar boven. Stel de papiergeleiders af op het formaat van het papier dat u plaatst.Opmerking:Plaats papier in de MP-lade en de optionele onderste papierlade met de afdrukzijde omhoog.5. Druk een document af vanuit de toepassing. Op het LCD-scherm wordt Handinvoer en het geselecteerde paginaformaat weergegeven.Druk op Start/Stop N om af te drukken. Er wordt een vel papier ingevoerd en afgedrukt.UitvoerladeDe afdruk-benedenlade bevindt zich aan de bovenkant van de printer. Afdrukken worden opgevangen met de bedrukte zijde naar beneden.
Papierverwerking 41222222222222Zet de papiersteun omhoog om te voorkomen dat de afdrukken van de printer glijden.Deze lade kunt u gebruiken voor de volgende papiersoorten.Papier plaatsenIn dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier plaatst in de MP-lade en de optionele onderste papierlade. Zie "Afdrukken op speciaal afdrukmateriaal" op pagina 46 als u speciaal afdrukmateriaal zoals EPSON Color Laser Transparencies of enveloppen gebruikt.Papiersoort: U kunt alle ondersteunde papiersoorten gebruiken.Capaciteit: Maximaal 200 vellen gewoon papier
42 PapierverwerkingMP-ladeDe MP-lade is de meeste flexibele papierbron waarin u verschillende papierformaten en materiaalsoorten kunt plaatsen. Tevens moet u deze papierbron gebruiken als u papier handmatig invoert. Zie "MP-lade" op pagina 36 voor meer informatie.Volg de onderstaande instructies om papier in de MP-lade te plaatsen.1. Verwijder de klep van de MP-lade en open het deksel van de MP-lade.2. Druk op de papiergeleider aan de rechterzijde en schuif deze zo ver mogelijk opzij.
Papierverwerking 432222222222223. Plaats een stapel afdrukmateriaal in het midden van de papierlade met de afdrukzijde omhoog. Schuif de rechterpapiergeleider tegen de rechterzijde van de stapel zodat de stapel stevig vast zit. Schuif de linkergeleider eveneens naar het midden. Sluit vervolgens het deksel van de MP-lade.4. Geef het formaat van het afdrukmateriaal op bij Std Papierbak in het menu Papierbak en bij de instelling voor papierformaat in het menu Afdruk.Opmerking:Als u op de achterzijde van eerder afgedrukt papier wilt afdrukken, moet u de MP-lade gebruiken. Hiervoor kunt u de optionele duplexer niet gebruiken.Optionele onderste papierladeOpmerking:Als u de optionele papierlade voor 500 vellen wilt gebruiken, selecteert u deze in het menu Optional Settings van de printerdriver nadat u de papierlade hebt geïnstalleerd.
Papierverwerking 452222222222223. Waaier een stapel papier los en stoot het blok papier op een vlakke ondergrond tot er geen vellen meer uitsteken.Opmerking:Als de afdrukken gekruld zijn of niet goed gestapeld wanneer u gewoon papier gebruikt, moet u de stapel omdraaien en opnieuw plaatsen.4. Plaats het papier in de lade, zoals hieronder wordt weergegeven. Controleer of het papier onder de metalen draadklem zit met de afdrukzijde naar boven.Opmerking:Als u te veel papier in de papierlade plaatst, kan dit papierstoringen veroorzaken.5. Schuif de lade helemaal in de printer.6. Stel de instelling Opt-type in het menu Papierbak in op het type papier dat u hebt geplaatst. Zie "Menu Papierbak" op pagina 223 voor meer informatie.
46 PapierverwerkingAfdrukken op speciaal afdrukmateriaalU kunt afdrukken op speciaal papier, zoals EPSON Color Laser Paper, EPSON Color Laser Transparencies, EPSON Color Laser Coated Paper, zwaar papier, enveloppen en etiketten.Opmerking:Aangezien de kwaliteit van een bepaald merk of type afdrukmateriaal op elk moment door de fabrikant kan worden gewijzigd, kan EPSON de kwaliteit van geen enkel type afdrukmateriaal garanderen. Probeer het afdrukmateriaal altijd uit voordat u een grote voorraad aanschaft of een omvangrijk bestand afdrukt.EPSON Color Laser PaperU kunt EPSON Color Laser Paper in de volgende papierbronnen plaatsen.EPSON Color Laser Coated PaperAls u afdrukt op EPSON Color Laser Coated Paper, hebben de afdrukken meer glans en een betere kwaliteit.
Papierverwerking 47222222222222Voor optimale afdrukresultaten moet u de instelling Coated of Coated (Back) opgeven bij Paper Type. Opmerking:Wanneer u wilt afdrukken op de achterzijde van reeds afgedrukt papier, selecteert u Coated (Back).EPSON Color Laser TransparenciesEPSON raadt het gebruik van EPSON Color Laser Transparencies aan voor presentaties of andere toepassingen.Opmerking:U kunt niet dubbelzijdig afdrukken op transparanten.In de volgende tabel vindt u instellingen die u moet opgeven als u EPSON Color Laser Transparencies wilt gebruiken.Houd rekening met het volgende wanneer u dit afdrukmateriaal gebruikt.❏Houd de vellen bij de randen vast, omdat vetten van uw vingers kunnen worden overgebracht op het oppervlak van het papier en zo de afdrukzijde van de vellen beschadigen.
Het EPSON-logo wordt weergegeven op de afdrukzijde.❏Wellicht moet u in het menu Setup voor Paper Type de instelling Trnsprncy opgeven.Paper Source MP-lade (maximaal 50 vellen)Std Papierbak in het menu PapierbakA4 of LT (Letter)STD-type in het menu Papierbak Transp.Printerdriverinstellingen Paper Size: A4 of LetterPaper Source: MP-ladePaper Type: Transparency
48 Papierverwerking❏Als u transparanten in de MP-lade plaatst, moet u de transparanten invoeren met de korte zijde naar voren en de afdrukzijde naar boven.cLet op:De afgedrukte vellen kunnen heet zijn als ze uit de printer komen.EnveloppenDe afdrukkwaliteit van enveloppen kan onregelmatig zijn omdat enveloppen niet overal even dik zijn. Druk een of twee enveloppen af om de afdrukkwaliteit te controleren.cLet op:Gebruik geen vensterenveloppen tenzij deze speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. Het plastic van de meeste soorten vensterenveloppen smelt wanneer het in contact komt met de fixeereenheid.Opmerking:Afhankelijk van de kwaliteit van de enveloppen, de afdrukomgeving en de afdrukprocedure kunnen de enveloppen gekreukeld zijn. Maak eerst een testafdruk voordat u gaat afdrukken op een groot aantal enveloppen.
Papierverwerking 49222222222222In de volgende tabel vindt u instellingen die u moet opgeven als u enveloppen wilt gebruiken.Houd rekening met het volgende wanneer u dit afdrukmateriaal gebruikt.❏Plaats de enveloppen met de flap gesloten en van u af zoals hieronder wordt weergegeven.❏Gebruik geen enveloppen met lijm of plakstrips.Paper Source MP-lade (maximaal 10 enveloppen)Std Papierbak in het menu PapierbakMon, C10, DL, C5, C6, IB5Printerdriverinstellingen Paper Size: Mon, C10, DL, C6, C5Paper Source: MP-ladePaper Type: Envelop
Papierverwerking 51222222222222In de volgende tabel vindt u instellingen die u moet opgeven als u etiketten wilt gebruiken:Opmerking:❏U moet alleen etiketten gebruiken die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters en gewone kopieerapparaten.❏Gebruik altijd etiketten die het achterblad volledig bedekken zonder ruimte tussen de etiketten. Zo voorkomt u dat de lijm van de etiketten in contact komt met de onderdelen van de printer.❏Druk een vel papier op elk vel met etiketten. Als het papier aan het vel met etiketten plakt, moet u de etiketten niet gebruiken in de printer.❏Wellicht moet u in het menu Setup voor Paper Type de instelling Thick opgeven.Paper Source MP-lade (maximaal 50 vellen)Std Papierbak in het menu Papierbak (selecteer het gewenste formaat)Printerdriverinstellingen Paper Size: (selecteer het gewenste formaat)Paper Source: MP-ladePaper Type: Zwaar
52 PapierverwerkingZwaar papierIn de volgende tabel vindt u instellingen die u moet opgeven als u zwaar papier wilt gebruiken.Papier met aangepast formaat plaatsenU kunt papier met een niet-standaardformaat in de MP-lade plaatsen als dit voldoet aan de volgende vereisten voor formaat en gewicht: ❏Open de printerdriver in Windows. Selecteer User-Defined Size in de lijst Paper Size op het tabblad Basic Settings. In het dialoogvenster User Defined Paper Size selecteert u de instellingen voor papierbreedte en -lengte en eenheid die overeenkomen met het aangepaste papierformaat.
Klik op OK om het aangepaste papierformaat op te slaan.Paper Source MP-lade (maximaal 50 vellen)Std Papierbak in het menu Papierbak (selecteer het gewenste formaat)Printerdriverinstellingen Paper Size: (selecteer het gewenste formaat)Paper Source: MP-ladePaper Type: ZwaarGewoon papier 92 ×210 mm tot 216 ×297 mm (3.6 ×8.3 in tot 8.5 ×11.7 in) (Gewicht: 60 tot 90g/m²)Zwaar papier, Envelop, Etiket 92 ×148 mm tot 216 ×297 mm (3.6 ×5.8 in tot 8.5 ×11.7 in) (Gewicht: 91 tot 163g/m²)
Papierverwerking 53222222222222❏In Macintosh moet u de printerdriver openen. Klik op Custom Size in het dialoogvenster Paper Setting. Klik vervolgens op New en selecteer de instellingen voor papierbreedte en -lengte en marges die overeenkomen met het aangepaste papierformaat. Geef de naam voor de instelling op en klik op OK om het aangepaste papierformaat op te slaan.Als u de printerdriver niet op deze manier kunt gebruiken, geeft u deze instelling op via het menu Afdruk op het bedieningspaneel en selecteert u CTM (aangepast) als instelling voor papierformaat.
Printersoftware gebruiken in Windows 55333333333333Hoofdstuk 3Printersoftware gebruiken in WindowsPrintersoftwareMet de printerdriver kunt u instellingen opgeven voor optimale printerprestaties. De printerdriver bevat het hulpprogramma EPSON Status Monitor 3, dat u kunt openen via het tabblad Utility. Met EPSON Status Monitor 3 kunt u de printerstatus controleren. Zie "Printer controleren met EPSON Status Monitor 3" op pagina 93 voor meer informatie.Printerdriver openenU kunt de printerdriver rechtstreeks openen vanuit een toepassing of vanuit Windows.Doorgaans krijgen de printerinstellingen die worden opgegeven vanuit Windows-toepassingen de voorkeur boven instellingen die worden opgegeven wanneer de printerdriver is geopend vanuit het besturingssysteem.
Voor optimale resultaten kunt u de printerdriver dus het beste openen vanuit de toepassing.Opmerking:Raadpleeg de Help bij de printerdriver voor meer informatie over de beschikbare instellingen.❏Klik op Afdrukken of Pagina-instelling in het menu Bestand om de printerdriver te openen vanuit de toepassing. U moet ook klikken op Instellen, Opties, Eigenschappen of een combinatie van deze knoppen.
56 Printersoftware gebruiken in Windows❏Als u de printerdriver wilt openen vanuit Windows, klikt u op Start, gaat u naar Instellingen en klikt u op Printers. Vervolgens klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram EPSON AL-C1900 Advanced en kiest u Eigenschappen (in Windows Me, 98 of 95), Voorkeursinstellingen voor afdrukken (in Windows XP of 2000) of Standaardwaarden document (in Windows NT 4.0).Printerinstellingen wijzigenInstelling voor afdrukkwaliteit opgevenDe kwaliteit van afdrukken kunt u aanpassen met instellingen in de printerdriver. Met de printerdriver kunt u afdrukinstellingen opgeven door een keuze te maken uit een lijst met voorgedefinieerde instellingen of door instellingen aan te passen.Afdrukkwaliteit opgeven met de instelling AutomaticU kunt de afdrukkwaliteit aanpassen waardoor u sneller of gedetailleerder kunt afdrukken.
U kunt met twee resoluties afdrukken: 300 dpi en 600 dpi. Met 600 dpi krijgt u zeer nauwkeurige afdrukken met hoge kwaliteit. Er is echter meer geheugen nodig en de afdruksnelheid wordt verminderd. Als u het keuzerondje Automatic op het tabblad Basic Settings hebt geselecteerd, wordt de printer ingesteld op basis van de kleurinstellingen die u selecteert. U hoeft alleen de kleur en resolutie in te stellen. U kunt andere instellingen, zoals het papierformaat of de afdrukstand, wijzigen in de meeste toepassingen.Opmerking:Raadpleeg de Help voor meer informatie over de beschikbare instellingen in de printerdriver.
Printersoftware gebruiken in Windows 573333333333331. Klik op de tab Basic Settings.2. Selecteer het keuzerondje Automatic. Stel met de schuifbalk de afdrukresolutie Fast (300 dpi) of Fine (600 dpi) in.3. Klik op OK om de instellingen te accepteren.Opmerking:Als u niet kunt afdrukken of als er een bericht over een geheugenfout verschijnt, kunt u het afdrukken wellicht hervatten door een lagere resolutie te selecteren.12
58 Printersoftware gebruiken in WindowsVoorgedefinieerde instellingen gebruikenDe voorgedefinieerde instellingen zijn bedoeld om de afdrukinstellingen te optimaliseren voor bepaalde documenten, zoals presentaties of afbeeldingen gemaakt met een videocamera of digitale camera.Volg de onderstaande instructies om de voorgedefinieerde instellingen te activeren.1. Selecteer het keuzerondje Advanced op het tabblad Basic Settings. De voorgedefinieerde instellingen worden weergegeven in de lijst rechts van het keuzerondje Automatic.Opmerking:Dit venster wordt weergegeven in Windows Me, 98 en 95.12
Printersoftware gebruiken in Windows 593333333333332. Selecteer de meest geschikte instelling in de lijst voor de soort document of afbeelding die u wilt afdrukken.Wanneer u een voorgedefinieerde instelling kiest, worden andere instellingen, zoals Printing Mode, Resolution, Screen en Color Management, automatisch ingesteld. Wijzigingen worden weergegeven in de lijst met huidige instellingen aan de linkerkant van het tabblad Basic Settings.
Deze printerdriver biedt de volgende voorgedefinieerde instellingen:Automatic (Standard)Geschikt voor normaal afdrukken van met name foto's.Text/GraphGeschikt voor het afdrukken van documenten met tekst en afbeeldingen, zoals presentaties.Graphic/CADGeschikt voor het afdrukken van afbeeldingen en grafieken.PhotoGeschikt voor het afdrukken van foto's.PhotoEnhance4Geschikt voor het afdrukken van afbeeldingen die zijn gemaakt met een videocamera, digitale camera of scanner. Met EPSON PhotoEnhance4 worden het contrast, de verzadiging en de helderheid van het origineel aangepast voor scherpere afdrukken met levendigere kleuren. Deze instelling heeft geen invloed op het origineel.ICM (niet voor Windows NT 4.0)Met ICM (Image Color Matching) worden de kleuren van de afdruk automatisch aangepast aan de kleuren op het scherm.
60 Printersoftware gebruiken in WindowssRGBAls u apparatuur gebruikt die ondersteuning biedt voor sRGB, wordt de functie ICM uitgevoerd voor deze apparatuur voordat er wordt afgedrukt. Neem contact op met de leverancier van de apparatuur als u zeker wilt weten of de apparatuur sRGB ondersteunt.Automatic (High Quality)Geschikt voor het afdrukken van documenten met hoge kwaliteit.Advanced Text/GraphGeschikt voor het afdrukken van documenten van hoge kwaliteit met tekst en afbeeldingen voor presentaties.Advanced Graphic/CADGeschikt voor het afdrukken van afbeeldingen, grafieken en foto's met hoge kwaliteit.Advanced PhotoGeschikt voor het afdrukken van gescande foto's en digitale beelden met hoge kwaliteit.
Printersoftware gebruiken in Windows 61333333333333Afdrukinstellingen aanpassenAls u de instellingen wilt wijzigen, moet u dit handmatig doen.Volg de onderstaande instructies om de afdrukinstellingen aan te passen.1. Selecteer het keuzerondje Advanced op het tabblad Basic Settings en klik op More Settings. Het volgende dialoogvenster verschijnt.Opmerking:Dit venster wordt weergegeven in Windows Me, 98 en 95.2. Kies Color of Black als kleurinstelling.
62 Printersoftware gebruiken in Windows3. Stel met de schuifbalk Resolution de afdrukresolutie 300 of 600 dpi in. Geef vervolgens de overige instellingen op. Raadpleeg de Help voor informatie over de instellingen.4. Klik op OK om de instellingen toe te passen en terug te keren naar het tabblad Basic Settings. Klik op Cancel om terug te keren naar het tabblad Basic Settings zonder de instellingen toe te passen.Instellingen opslaanAls u de aangepaste instellingen wilt opslaan, selecteert u het keuzerondje Advanced en klikt u op Save Settings op het tabblad Basic Settings. Het dialoogvenster Custom Settings verschijnt.Typ een naam voor de aangepaste instellingen in het vak Name en klik op Save. De instellingen worden weergegeven in de lijst links van het keuzerondje Automatic op het tabblad Basic Settings.
Printersoftware gebruiken in Windows 63333333333333Opmerking:❏Voor de aangepaste instellingen kunt u niet de naam van een voorgedefinieerde instelling gebruiken.❏Als u een aangepaste instelling wilt verwijderen, selecteert u het keuzerondje Advanced en klikt u op Save Settings op het tabblad Basic Settings. Vervolgens selecteert u de gewenste instelling in het dialoogvenster Custom Settings en klikt u op Delete.❏U kunt voorgedefinieerde instellingen niet verwijderen.Als u een instelling in het dialoogvenster More Settings wijzigt en een van de aangepaste instellingen is geselecteerd in de lijst Advanced Settings op het tabblad Basic Settings, wordt de geselecteerde instelling in de lijst gewijzigd in Custom Settings. De aangepaste instelling die eerder was geselecteerd, wordt hierdoor niet beïnvloed.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Epson AcuLaser C1900 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer Epson
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer