Epson Aculaser C1100 series Handleiding

Epson Printer Aculaser C1100 series

Bekijk gratis de handleiding van Epson Aculaser C1100 series (324 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Epson Aculaser C1100 series of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/324
1
Kleurenlaserprinter
Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd,
opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige
vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via fotokopieën of opnamen, hetzij
op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Seiko Epson
Corporation. SEIKO EPSON CORPORATION wijst alle patentaansprakelijkheid af wat
betreft het gebruik van de informatie in dit document. Evenmin kan SEIKO EPSON
CORPORATION aansprakelijk worden gesteld voor schade voortvloeiend uit het gebruik
van de informatie in dit document.
Seiko Epson Corporation noch zijn filialen kunnen door de koper van dit product of door
derden verantwoordelijk worden gesteld voor schade, verliezen of onkosten ontstaan als
gevolg van ongelukken, foutief gebruik of misbruik van dit product, onbevoegde wijzigingen
en reparaties, of (buiten de Verenigde Staten) als de bedienings- en onderhoudsinstructies
van Seiko Epson Corporation niet strikt worden gevolgd.
Seiko Epson Corporation en zijn filialen kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor
schade of problemen voortvloeiend uit het gebruik van onderdelen of verbruiksgoederen die
niet als Original Epson Products of Epson Approved Products zijn aangemerkt door Seiko
Epson Corporation.
IBM en PS/2 zijn gedeponeerde handelsmerken van International Business Machines
Corporation.
Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de
Verenigde Staten en/of andere landen.
Apple en Macintosh zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Computer, Inc.
EPSON is een gedeponeerd handelsmerk en EPSON AcuLaser een gewoon handelsmerk van
Seiko Epson Corporation.
Algemene kennisgeving: Andere productnamen vermeld in dit document dienen uitsluitend
als identificatie en kunnen handelsmerken zijn van hun respectieve eigenaars. Epson maakt
geen enkele aanspraak op deze merken.
Copyright © 2004 Seiko Epson Corporation, Nagano, Japan.
®

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Epson
Categorie: Printer
Model: Aculaser C1100 series

Handleiding Epson Aculaser C1100 series – volledige tekst

1KleurenlaserprinterAlle rechten voorbehouden. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via fotokopieën of opnamen, hetzij op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Seiko Epson Corporation. SEIKO EPSON CORPORATION wijst alle patentaansprakelijkheid af wat betreft het gebruik van de informatie in dit document. Evenmin kan SEIKO EPSON CORPORATION aansprakelijk worden gesteld voor schade voortvloeiend uit het gebruik van de informatie in dit document.

Seiko Epson Corporation noch zijn filialen kunnen door de koper van dit product of door derden verantwoordelijk worden gesteld voor schade, verliezen of onkosten ontstaan als gevolg van ongelukken, foutief gebruik of misbruik van dit product, onbevoegde wijzigingen en reparaties, of (buiten de Verenigde Staten) als de bedienings- en onderhoudsinstructies van Seiko Epson Corporation niet strikt worden gevolgd. Seiko Epson Corporation en zijn filialen kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade of problemen voortvloeiend uit het gebruik van onderdelen of verbruiksgoederen die niet als Original Epson Products of Epson Approved Products zijn aangemerkt door Seiko Epson Corporation. IBM en PS/2 zijn gedeponeerde handelsmerken van International Business Machines Corporation.

Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Apple en Macintosh zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Computer, Inc. EPSON is een gedeponeerd handelsmerk en EPSON AcuLaser een gewoon handelsmerk van Seiko Epson Corporation. Algemene kennisgeving: Andere productnamen vermeld in dit document dienen uitsluitend als identificatie en kunnen handelsmerken zijn van hun respectieve eigenaars. Epson maakt geen enkele aanspraak op deze merken.

2InformatiebronnenInstallatiehandleidingHierin vindt u informatie over het monteren van de printer en het installeren van de printerdriver.Gebruikershandleiding (deze handleiding)Hierin vindt u gedetailleerde informatie over printerfuncties, optionele producten, onderhoud, probleemoplossing en technische specificaties.NetwerkhandleidingDeze handleiding bevat informatie voor netwerkbeheerders over de printerdriver en de netwerkinstellingen. U moet deze handleiding eerst vanaf de cd Network Utility installeren op de vaste schijf van de computer, voordat u de handleiding kunt raadplegen.Handleiding bij papierstoringenDeze handleiding bevat oplossingen voor papierstoringen in de printer. U moet deze handleiding wellicht regelmatig raadplegen.

Wij raden u aan deze handleiding af te drukken en deze in de buurt van de printer te bewaren.Online-Help voor printersoftwareKlik op Help voor gedetailleerde informatie en instructies met betrekking tot de printersoftware die uw printer aanstuurt. De online-Help wordt automatisch geïnstalleerd wanneer u de printersoftware installeert.

7Jam E (Vast A) (klep E). 203Jam F (Vast F) (klep F). 204Jam DM (Vast DM) (klep DM). 207Jam MP (Vast MP) (MP-lade). 208Jam LC (Vast LC) (onderste papierlade). 209Jam G (Vast G) (klep G). 210Transparanten vastgelopen bij de MP-lade. 212Statusvel afdrukken. 213Printer functioneert niet optimaal. 215Het lampje Klaar gaat niet branden. 215De printer drukt niet af (het lampje Klaar brandt niet). 215Het lampje Klaar brandt, maar er wordt niet afgedrukt. 216Het optionele onderdeel is niet beschikbaar. 217Problemen met delen. 217Netwerkprinters kunnen niet worden gecontroleerd in een Windows 95-omgeving. 217Problemen met afgedrukte documenten. 218Tekens zijn verkeerd afgedrukt. 218Problemen met afdrukken in kleur. 218Er kan niet in kleur worden afgedrukt. 218Kleuren op afdrukken wijken af als er met verschillende printers wordt afgedrukt.

219Kleuren op de afdrukken wijken af van de kleuren op het beeldscherm. 220Gebrekkige afdrukkwaliteit. 221De achtergrond is donker of vuil. 221Afdrukken bevatten witte plekken. 221Afdrukkwaliteit of raster is ongelijkmatig. 222Rasterafbeeldingen worden ongelijk afgedrukt. 222Er zitten vlekken op de afdruk. 223Afbeeldingen zijn niet volledig afgedrukt. 224Er worden lege pagina's uitgevoerd. 224De afdruk is licht of vaag. 226De onbedrukte zijde van de pagina is vuil. 226Geheugenproblemen. 227Verminderde afdrukkwaliteit. 227Onvoldoende geheugen voor de huidige taak. 227Onvoldoende geheugen om alle exemplaren af te drukken. 228.

8Problemen met de papierverwerking. 228Het papier wordt niet op de juiste wijze ingevoerd. 228Problemen bij het gebruik van de onderdelen. 229Het papier wordt niet vanuit de juiste papierlade ingevoerd. 229Invoerprobleem bij gebruik van de optionele papierlade. 230Een geïnstalleerd onderdeel kan niet worden gebruikt. 231USB-problemen oplossen. 231USB-aansluitingen. 231Besturingssysteem Windows. 232Installatie van de printersoftware. 232Status- en foutberichten. 239Afdrukken annuleren. 252Afdrukken annuleren met de knop Taak annuleren. 252Het menu Reset gebruiken. 253Hulp inroepen. 254Appendix A Technische specificatiesPrinterkenmerken. 256Afdrukken met hoge kwaliteit. 256Dubbelzijdig afdrukken. 256Voorgedefinieerde kleurinstellingen in de printerdriver. 257Tonerbesparingsmodus. 257Resolution Improvement Technology en Enhanced MicroGray Technology. 257Papier. 258Beschikbare papiersoorten.

9Interfaces. 265Parallelle interface. 265USB-interface. 266Ethernetinterface. 266Optionele onderdelen en verbruiksgoederen. 267Optionele papiereenheid van 500 vellen. 267Duplexer. 268Geheugenmodules. 268Tonercartridge. 269Fotogeleidingseenheid. 271Appendix B Functies van het bedieningspaneelMenu's van het bedieningspaneel gebruiken. 272Instellingen via het bedieningspaneel opgeven. 272Menu's van het bedieningspaneel openen. 273Menu's van het bedieningspaneel. 274Menu Information (Informatie). 275Menu Status. 277Menu Tray (Papierbak). 278Menu Setup. 279Menu Reset. 281Parallel Menu (Menu Parallel). 282Menu USB. 283Menu Network (Netwerk). 285Menu Printer Adjust (Printeraanpassing). 285Appendix C Werken met lettertypenEPSON BarCode Fonts (alleen Windows). 288Systeemvereisten. 290EPSON BarCode Fonts installeren. 290Afdrukken met EPSON BarCode Fonts. 292Specificaties BarCode Fonts. 297.

11VeiligheidsinformatieWaarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingenwWaarschuwingenmoet u zorgvuldig in acht nemen om lichamelijk letsel te voorkomen.cVoorzorgsmaatregelenworden aangeduid met 'Let op' en moeten worden nageleefd om schade aan het apparaat te voorkomen.Opmerkingenbevatten belangrijke informatie over en tips voor het gebruik van de printer.VeiligheidsvoorschriftenU moet de voorzorgsmaatregelen in acht nemen om veilig en efficiënt met de printer te kunnen werken.

12❏U moet de printer niet alleen optillen of verplaatsen, omdat de printer met de geïnstalleerde verbruiksgoederen ongeveer 28 kg weegt. De printer moet door twee personen worden opgetild en moet worden vastgepakt op de juiste posities, zoals hieronder wordt weergegeven.❏Raak nooit de fixeereenheid of de omgeving van de eenheid aan. De fixeereenheid is gemarkeerd met het etiket LET OP: HOGE TEMPERATUUR. Wanneer de printer in gebruik is, kan de fixeereenheid zeer warm worden.* CAUTION HIGH TEMPERATURE (LET OP: HOGE TEMPERATUUR)**

13❏Steek uw hand niet te ver in de fixeereenheid. Sommige onderdelen zijn scherp en kunnen letsel veroorzaken.❏Raak de onderdelen in het binnenwerk van de printer nooit aan, tenzij dit wordt voorgeschreven in deze handleiding.❏Ga steeds rustig te werk bij het plaatsen van onderdelen. Hoewel de printer tegen een stootje kan, kunnen onderdelen door onnodig gebruik van kracht worden beschadigd.❏Plaats een tonercartridge altijd op een schone, vlakke ondergrond.❏Haal tonercartridges niet uit elkaar en breng geen aanpassingen aan. U kunt de cartridges niet opnieuw vullen.❏Raak de toner niet aan. Zorg ervoor dat u geen toner in uw ogen krijgt.❏Verbrand een gebruikte tonercartridge, fotogeleidingseenheid of fixeereenheid niet. Ze kunnen exploderen en letsel veroorzaken.

Neem bij het weggooien van deze onderdelen de geldende milieuvoorschriften in acht.❏Gebruik een stoffer en blik of een vochtig doekje met water en zeep om gemorste toner op te ruimen. Gebruik geen stofzuiger, omdat het gebruik van een stofzuiger een brand of explosie kan veroorzaken wanneer de kleine deeltjes in contact komen met een vonk.❏Als u een tonercartridge van een koude in een warme ruimte brengt, moet u ten minste één uur wachten voor u de cartridge gebruikt om schade door condensatie te voorkomen.

14❏Stel de fotogeleidingseenheid bij het plaatsen niet langer dan vijf minuten bloot aan licht. De eenheid bevat een blauwe lichtgevoelige rol. Als u de rol blootstelt aan licht, kunnen er donkere of lichte vlekken ontstaan op de afdrukken. Ook slijt de rol dan sneller. Wanneer u de eenheid voor langere tijd uit de printer verwijdert, kunt u deze het beste afdekken met een ondoorschijnende doek.❏Pas op voor krassen aan het oppervlak van de rol en riem. Plaats de fotogeleidingseenheid altijd op een schone en vlakke ondergrond wanneer u deze uit de printer neemt. Raak de rol niet aan; huidvetten kunnen het oppervlak definitief beschadigen en de afdrukkwaliteit nadelig beïnvloeden.❏Voor een optimale afdrukkwaliteit kunt u de fotogeleidingseenheid beter niet bewaren in ruimtes met direct zonlicht, stof, zilte lucht of bijtende gassen (bijvoorbeeld ammoniakgas).

Vermijd ruimtes die onderhevig zijn aan plotselinge schommelingen in temperatuur en vochtigheid.❏Bewaar de verbruiksgoederen buiten het bereik van kinderen.❏Laat vastgelopen papier niet in de printer zitten. Hierdoor kan de printer oververhit raken.❏Gebruik geen stopcontacten waarop andere apparaten zijn aangesloten.❏Gebruik alleen een stopcontact dat voldoet aan de stroomvereisten van de printer.

15Belangrijke veiligheidsvoorschriften❏Sluit de printer aan op een stopcontact dat voldoet aan de stroomvereisten voor deze printer. De stroomvereisten van de printer staan op een etiket aan de achterzijde van de printer. Neem contact op met het energiebedrijf of met uw leverancier als u vragen hebt over de specificaties voor de netvoeding.❏Als de stekker niet in het stopcontact past, neemt u contact op met een elektricien.❏Wijzig alleen instellingen waarvoor een procedure is opgenomen in de handleiding.

Als u andere instellingen wijzigt, brengt u mogelijk schade aan het product toe die alleen door ervaren onderhoudsmonteurs kan worden hersteld.ENERGY STAR®Als internationaal ENERGY STAR®-partner heeft Epson bepaald dat dit product voldoet aan de richtlijnen van het internationale ENERGY STAR®-programma inzake doeltreffend energieverbruik.Het internationale ENERGY STAR® Office Equipment Program is een vrijwillige overeenkomst tussen fabrikanten van computer- en kantoorapparatuur ter bevordering van de ontwikkeling van energiebesparende computers, beeldschermen, printers, faxen, kopieerapparaten, scanners en multifunctionele apparaten met als doel de luchtvervuiling door stroomopwekking te beperken. De gebruikte normen en logo’s zijn voor alle deelnemende landen gelijk.

16Voorzorgsmaatregelen bij in- en uitschakelenIn de volgende gevallen moet u de printer niet uitschakelen:❏Als u de printer hebt ingeschakeld, wacht u totdat Ready (Gereed) op het LCD-scherm verschijnt.❏Als het lampje Klaar knippert.❏Als het lampje Gegevens brandt of knippert.❏Tijdens het afdrukken.

Printeronderdelen en -functies 19111111111111a. fotogeleidingseenheidb. tonercartridgeBedieningspaneela. LCD-scherm Hierop worden de statusberichten van de printer en de menu-instellingen van het bedieningspaneel weergegeven.b.c.d.e.TerugOmhoogEnterOmlaagMet deze knoppen kunt u de menu's van het bedieningspaneel openen. Hierin kunt u printerinstellingen opgeven en de status van verbruiksgoederen controleren. Zie “Menu's van het bedieningspaneel gebruiken” op pagina 272 voor informatie over het gebruik van de knoppen.f. Fout(rood)Dit lampje brandt of knippert wanneer een fout optreedt.abcfgdheij

20 Printeronderdelen en -functiesg. Klaar(groen)Dit lampje brandt wanneer de printer klaar is. Dit betekent dat de printer gegevens kan ontvangen en afdrukken.Het lampje brandt niet als de printer niet gereed is.h. Start/Stop Het afdrukken wordt onderbroken als u op deze knop drukt.Wanneer het foutlampje knippert, drukt u op deze knop om de fout te verwijderen en de status Gereed in te schakelen.i. Gegevens(geel)Dit lampje brandt wanneer in de afdrukbuffer (het gedeelte van het printergeheugen voor het ontvangen van gegevens) afdrukgegevens zijn opgeslagen die nog niet zijn afgedrukt.Het lampje knippert wanneer de printer gegevens verwerkt.Het lampje brandt niet wanneer er geen gegevens in de afdrukbuffer zijn.j. Taak annuleren Druk één keer op deze knop om de huidige afdruktaak te annuleren. Druk langer dan twee seconden op de knop om alle taken uit het printergeheugen te verwijderen.

Printeronderdelen en -functies 21111111111111Optionele onderdelen en verbruiksgoederenOptionele onderdelenU kunt een van de volgende optionele onderdelen installeren om de functionaliteit van de printer uit te breiden.❏papiereenheid van 500 vellen (C12C802182)De papiereenheid van 500 vellen bevat één papierlade. Hiermee verhoogt u de capaciteit van de papierinvoer met maximaal 500 vellen. Zie “Optionele papierlade” op pagina 165 voor meer informatie.❏Duplexer (C12C802192)Hiermee kunt u automatisch afdrukken op beide zijden van het papier. Zie “Duplexer” op pagina 168 voor meer informatie.VerbruiksgoederenDe printer houdt de levensduur van de volgende verbruiksgoederen voor u bij.

22Verschillende afdrukoptiesDe printer beschikt over verschillende afdrukopties. U kunt in verschillende indelingen afdrukken of verschillende papiersoorten gebruiken voor het afdrukken.Hieronder worden de procedures voor de verschillende afdruktypen beschreven. Kies het geschikte afdruktype.Dubbelzijdig afdrukken“Duplexer installeren” op pagina 168“Dubbelzijdig afdrukken” op pagina 64 (Windows)“Dubbelzijdig afdrukken” op pagina 119 (Macintosh)Hiermee kunt u op beide zijden van het papier afdrukken.Opmerking:In uw printer moet een apart verkrijgbare duplexer zijn geïnstalleerd om automatisch op beide zijden van het papier te kunnen afdrukken.

23Fit to page printing (Aanpassen aan pagina voor afdrukken)“Afdrukformaat aanpassen” op pagina 55 (Windows)“Afdrukformaat aanpassen” op pagina 109 (Macintosh)Opmerking:Deze functie is niet beschikbaar voor Mac OS X.Hiermee wordt het formaat van een document automatisch vergroot of verkleind om op het geselecteerde papierformaat te passen.

24Pagina's per vel afdrukken“Afdrukindeling aanpassen” op pagina 58 (Windows)“Afdrukindeling aanpassen” op pagina 110 (Macintosh)Hiermee kunt u twee of vier pagina's op een enkel vel afdrukken.Watermerken afdrukken“Watermerken gebruiken” op pagina 60 (Windows)“Watermerken gebruiken” op pagina 112 (Macintosh)Opmerking:Deze functie is niet beschikbaar voor Mac OS X.Hiermee kunt u een tekst of afbeelding als watermerk afdrukken. U kunt bijvoorbeeld "Vertrouwelijk" op een belangrijk document zetten.

Papierverwerking 25222222222222Hoofdstuk 2PapierverwerkingPapierbronnenIn dit gedeelte wordt beschreven welke papiersoorten met welke papierbronnen kunnen worden gebruikt.MP-ladePaper Type (Pap soort)Papierformaat CapaciteitGewoon papierGewicht: 64 tot 80 g/m²A4, A5, B5, Letter (LT), Government Letter (GLT), Half Letter (HLT), Executive (EXE)Papier met aangepast formaat: 90 × 110 mm minimaal220 × 297 mm maximaalMaximaal 180 vellen(totale dikte van stapel: tot 20 mm)Halfzwaar papierGewicht: 80 tot 105 g/m²A4, A5, B5, Letter (LT), Government Letter (GLT), Half Letter (HLT), Executive (EXE)Papier met aangepast formaat:90 × 110 mm minimaal220 × 297 mm maximaalTot een maximale stapeldikte van 20 mmEnveloppen C5, C6, C10, DL, Monarch, ISO-B5Maximaal 20 vellen(totale dikte van stapel: tot 20 mm)

26 PapierverwerkingLabels (Etiketten) A4, Letter (LT) Maximaal 75 vellenZwaar papierGewicht: 106 tot 163 g/m²A4, A5, B5, Letter (LT), Government Letter (GLT), Half Letter (HLT), Executive (EXE)Papier met aangepast formaat:90 × 110 mm minimaal220 × 297 mm maximaalTot een maximale stapeldikte van 20 mmExtra zwaar papierGewicht: 164 tot 210 g/m²90 × 110 mm minimaal220 × 297 mm maximaalTot een maximale stapeldikte van 20 mmGecoat papierGewicht: 105 tot 210 g/m²A4, A5, B5, Letter (LT), Government Letter (GLT), Half Letter (HLT), Executive (EXE)Papier met aangepast formaat:90 × 110 mm minimaal220 × 297 mm maximaalTot een maximale stapeldikte van 20 mmEPSON Color Laser PaperA4 Maximaal 180 vellen(totale dikte: tot 20 mm)EPSON Color Laser TransparenciesA4, Letter (LT) Maximaal 75 vellenEPSON Color Coated paperA4 Tot een maximale stapeldikte van 20 mmPaper Type (Pap soort)Papierformaat Capaciteit

Papierverwerking 27222222222222Optionele papierladePapierbron selecterenU kunt een papierbron handmatig instellen of de printer zo instellen dat de papierbron automatisch wordt geselecteerd.Handmatig selecterenU kunt een papierbron handmatig selecteren via de printerdriver.Meer informatie over het openen van de printerdriver vindt u (voor Windows) in “De printerdriver openen” op pagina 45 en (voor Macintosh) in “De printerdriver openen” op pagina 100. ❏Voor WindowsOpen de printerdriver, klik op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen) en selecteer de gewenste papierbron in de lijst Paper Source (Papierinvoer).

Klik vervolgens op OK.❏Voor MacintoshOpen de printerdriver, selecteer Printer Settings (Printerinstellingen) in de vervolgkeuzelijst en klik op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen) (voor Mac OS X) of open het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen, voor Mac OS 9). Selecteer vervolgens de gewenste papierbron in de lijst Paper Source (Papierinvoer) en klik op OK.Paper Type (Pap soort)Papierformaat CapaciteitGewoon papier A4, Letter (LT) Maximaal 500 vellen in elke papierlade(totale dikte: tot 56 mm)EPSON Color Laser PaperA4 Tot een maximale stapeldikte van 56 mm

28 PapierverwerkingAutomatisch selecterenU kunt automatisch een papierbron met het juiste papierformaat laten selecteren via de printerdriver.Meer informatie over het openen van de printerdriver vindt u (voor Windows) in “De printerdriver openen” op pagina 45 en (voor Macintosh) in “De printerdriver openen” op pagina 100.❏Voor WindowsOpen de printerdriver, klik op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen) en selecteer Auto Selection (Automatisch selecteren) als papierbron. Klik vervolgens op OK.❏Voor MacintoshOpen de printerdriver, selecteer Printer Settings (Printerinstellingen) in de vervolgkeuzelijst en klik op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen) (voor Mac OS X) of open het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen, voor Mac OS 9).

Selecteer vervolgens Auto Selection (Automatisch selecteren) als papierbron en klik op OK.De printer zoekt naar een papierbron met het opgegeven papierformaat. Hierbij wordt de onderstaande volgorde gehanteerd.Standaardconfiguratie:MP tray (MP-lade)Met optionele papiereenheid van 500 vellen geïnstalleerd:MP tray (MP-lade)Lower Cassette (Onderste papierlade)Opmerking:❏Ander papier dan A4- of Letter-formaat kan alleen worden ingevoerd via de MP-lade.

Papierverwerking 29222222222222❏Als u in de toepassing instellingen voor papierformaat en -bron opgeeft, kunnen deze de instellingen van de printerdriver overschrijven.❏Wanneer u bij Paper Size (Papierformaat) de instelling voor enveloppen opgeeft, kunnen deze alleen via de MP-lade worden ingevoerd, ongeacht de instelling bij Paper Source (Papierinvoer).❏U kunt de prioriteit van de MP-lade wijzigen met de instelling MP Mode (MP MODE) in het menu Setup (Instellen) op het bedieningspaneel. Zie “Menu Setup” op pagina 279 voor meer informatie.Papier plaatsenIn dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier in de printer plaatst. Zie “Afdrukken op speciaal afdrukmateriaal” op pagina 34 als u speciaal afdrukmateriaal zoals transparanten of enveloppen gebruikt.MP tray (MP-lade)Volg de onderstaande instructies om papier in de printer te plaatsen.1. Zet de printer aan en open de klep van de MP-lade.

30 Papierverwerking2. Knijp de hendel en de papergeleider samen in en schuif de rechterpapiergeleider naar buiten.3. Plaats een stapel van het gewenste afdrukmateriaal in het midden van de papierlade met de afdrukzijde naar boven. Knijp vervolgens de hendel en de papiergeleider samen in en stel de papiergeleider af op het formaat van het papier dat u plaatst.Opmerking:❏Plaats het afdrukmateriaal met de korte zijde naar voren in de printer.❏Ga niet boven de maximale stapeldikte.

Papierverwerking 312222222222224. Sluit de klep van de MP-lade.Opmerking:Na het plaatsen van papier in de printer moet u op het bedieningspaneel de optie MP Tray Size (Std Papierbak) instellen op het papierformaat dat u in de printer hebt geplaatst.Optionele papiereenheid van 500 vellenVolg de onderstaande instructies om papier in de printer te plaatsen.1. Zet de printer aan en trek de optionele lade naar buiten.

Papierverwerking 332222222222224. Knijp de papiergeleider in en schuif de geleider tegen het papier.5. Plaats de papierlade terug in de printer.Opmerking:Na het plaatsen van papier in de printer moet u op het bedieningspaneel de optie LC Size (LC-formaat) instellen op het papierformaat dat u in de printer hebt geplaatst.

34 PapierverwerkingUitvoerladeDe uitvoerlade bevindt zich aan de bovenkant van de printer. Aangezien de afdrukken met de afdrukzijde naar beneden in de papierlade terechtkomen, wordt deze lade ook wel de afdruk-benedenlade genoemd. De maximale capaciteit van deze lade is 250 vellen. Breng de stopper in positie om te verhinderen dat afdrukken van de printer afglijden.Als de afdrukken niet netjes worden gestapeld, moet u het extra deel van de stopper van de uitvoerlade openklappen.Afdrukken op speciaal afdrukmateriaalU kunt afdrukken op diverse speciale afdrukmaterialen, zoals de volgende Epson-materialen. Opmerking:Aangezien de kwaliteit van een bepaald merk of type afdrukmateriaal op elk moment door de fabrikant kan worden gewijzigd, kan Epson de kwaliteit van geen enkel type afdrukmateriaal garanderen.

Papierverwerking 35222222222222EPSON Color Laser PaperBij gebruik van EPSON Color Laser Paper moet u de volgende papierinstellingen opgeven:❏Geef de juiste instellingen op bij Basic Settings (Basisinstellingen) in de printerdriver.Opmerking:Selecteer Semi-Thick (Back) Halfzwaar (achter) wanneer u afdrukt op de achterkant van eerder bedrukt papier.❏U kunt deze instellingen ook in het menu Tray (Papierlade) van het bedieningspaneel wijzigen. Zie “Menu Tray (Papierbak)” op pagina 278 voor meer informatie.Paper Size (Papierformaat):A4Paper Source (Papierinvoer):MP Tray (MP-lade, maximaal 180 vellen of maximale stapeldikte van 20 mm)Lower Cassette (Onderste papierlade, maximaal 500 vellen of maximale stapeldikte van 56 mm)Paper Type (Papiersoort):Semi-Thick (Halfzwaar)

36 PapierverwerkingEPSON Color Laser TransparenciesEpson beveelt het gebruik van EPSON Color Laser Transparencies aan.Opmerking:U kunt niet dubbelzijdig afdrukken op transparanten.Transparanten kunnen alleen in de MP-lade worden geplaatst. Als u transparanten gebruikt, dient u de volgende papierinstellingen te gebruiken:❏Geef de juiste instellingen op bij Basic Settings (Basisinstellingen) in de printerdriver.❏U kunt deze instellingen ook in het menu Tray (Papierlade) van het bedieningspaneel wijzigen. Zie “Menu Tray (Papierbak)” op pagina 278 voor meer informatie.Houd rekening met het volgende wanneer u dit afdrukmateriaal gebruikt:❏Houd de vellen bij de randen vast, omdat vetten van uw vingers kunnen worden overgebracht op het oppervlak van het papier en zo de afdrukzijde van de vellen beschadigen.

Papierverwerking 37222222222222❏Als u transparanten in de MP-lade plaatst, moet u de transparanten met de korte zijde naar voren plaatsen, zoals hieronder wordt weergegeven.❏Als transparanten onjuist worden geplaatst, wordt het bericht Check Transparency (Controleer de transparant) op het LCD-scherm weergegeven. Verwijder de vastgelopen transparanten uit de printer. Zie “Transparanten vastgelopen bij de MP-lade” op pagina 212 om vastgelopen papier te verwijderen. ❏Als u wilt afdrukken op transparanten, plaatst u de transparanten in de MP-lade en stelt u in de printerdriver de papiersoort in op Transparency (Transparant).❏Als u in de printerdriver de papiersoort hebt ingesteld op Transparency (Transparant), kunt alleen transparanten in de printer plaatsen.cLet op:Pas bedrukte vellen zijn mogelijk heet.

38 PapierverwerkingEPSON Color Laser Coated PaperMet EPSON Color Laser Coated Paper krijgt u een afdruk die meer glanst, voor extra kwaliteit. Bij gebruik van EPSON Color Laser Coated Paper moet u de volgende papierinstellingen opgeven:❏Geef de juiste instellingen op bij Basic Settings (Basisinstellingen) in de printerdriver.Opmerking:Selecteer Coated (Back) Gecoat (achter) wanneer u afdrukt op de achterkant van eerder bedrukt papier.❏U kunt deze instellingen ook in het menu Tray (Papierlade) van het bedieningspaneel wijzigen. Zie “Menu Tray (Papierbak)” op pagina 278 voor meer informatie.Paper Size (Papierformaat):A4Paper Source (Papierinvoer):MP Tray (MP-lade, maximale stapeldikte van 20 mm)Paper Type (Papiersoort):Coated (Gecoat)

Papierverwerking 39222222222222EnveloppenDe afdrukkwaliteit van enveloppen kan onregelmatig zijn omdat enveloppen niet overal even dik zijn. Druk een of twee enveloppen af om de afdrukkwaliteit te controleren.cLet op:Geen vensterenveloppen gebruiken. Het plastic van de meeste soorten vensterenveloppen smelt wanneer het in contact komt met de fixeereenheid.Opmerking:❏Afhankelijk van de kwaliteit van de enveloppen, de afdrukomgeving en de afdrukprocedure kunnen de enveloppen gekreukeld zijn. Maak eerst een testafdruk voordat u gaat afdrukken op een groot aantal enveloppen.❏U kunt niet dubbelzijdig afdrukken op enveloppen.Als u enveloppen gebruikt, moet u de volgende papierinstellingen opgeven:❏Geef de juiste instellingen op op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen) in de printerdriver.❏U kunt deze instellingen ook in het menu Tray (Papierlade) van het bedieningspaneel wijzigen.

40 PapierverwerkingHoud rekening met het volgende wanneer u dit afdrukmateriaal gebruikt.❏Plaats enveloppen met de afdrukzijde naar boven, zoals beneden afgebeeld.a. MONb. C6, DLc. C5, IB5d. C10❏Gebruik geen enveloppen met lijm of plakstrips.Labels (Etiketten)U kunt maximaal 75 vellen met etiketten tegelijkertijd in de MP-lade plaatsen. Bepaalde etiketten moet u echter vel voor vel invoeren of handmatig plaatsen.Opmerking:❏U kunt niet dubbelzijdig afdrukken op etiketten.abcd

Papierverwerking 41222222222222❏Afhankelijk van de kwaliteit van de etiketten, de afdrukomgeving en de afdrukprocedure kunnen de etiketten gekreukeld zijn. Maak eerst een testafdruk voordat u gaat afdrukken op een groot aantal etiketten.Als u labels gebruikt, moet u de volgende papierinstellingen opgeven:❏Geef de juiste instellingen op op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen) in de printerdriver.❏U kunt deze instellingen ook in het menu Tray (Papierlade) van het bedieningspaneel wijzigen. Zie “Menu Tray (Papierbak)” op pagina 278 voor meer informatie.Opmerking:❏U moet alleen etiketten gebruiken die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters of kopieerapparaten.❏Gebruik altijd etiketten die het achterblad volledig bedekken zonder ruimte tussen de etiketten.

Zo voorkomt u dat de lijm van de etiketten in contact komt met de onderdelen van de printer.❏Druk een vel papier op elk vel met etiketten. Als het papier aan het vel met etiketten plakt, moet u de etiketten niet gebruiken in de printer.Paper Size (Papierformaat):A4 of LTPaper Source (Papierinvoer):MP Tray (MP-lade, maximaal 75 vellen)Paper Type (Papiersoort):Labels (Etiketten)

42 PapierverwerkingZwaar en extra zwaar papierU kunt zwaar papier (106 tot 163 g/m²) of extra zwaar papier (164 tot 210 g/m²) in de MP-lade plaatsen.Als u (extra) zwaar papier gebruikt, moet u de volgende papierinstellingen opgeven:❏Geef de juiste instellingen op op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen) in de printerdriver.❏U kunt deze instellingen ook in het menu Tray (Papierlade) van het bedieningspaneel wijzigen. Zie “Menu Tray (Papierbak)” op pagina 278 voor meer informatie.Opmerking:Als u zwaar of extra zwaar papier gebruikt, kunt u niet automatische dubbelzijdig afdrukken. Als u zwaar papier dubbelzijdig wilt bedrukken, moet u de papiersoort in de printerdriver instellen op Thick (Back) (Zwaar (achter)), Extra Thick (Back) (Extra zwaar (achter)), Thick (Zwaar) of Extra Thick (Extra zwaar).

Papierverwerking 43222222222222TransparantenAls u transparanten gebruikt, moet u de volgende papierinstellingen opgeven:❏Geef de juiste instellingen op op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen) in de printerdriver.❏U kunt deze instellingen ook in het menu Tray (Papierlade) van het bedieningspaneel wijzigen.

Zie “Menu Tray (Papierbak)” op pagina 278 voor meer informatie.Papier met aangepast formaat plaatsenU kunt papier met een niet-standaardformaat (90 × 110 mm tot 220 × 297 mm) in de MP-lade plaatsen als dit voldoet aan de volgende vereisten:Als u een aangepast papierformaat gebruikt, moet u de volgende papierinstellingen opgeven:❏Geef de juiste instellingen op op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen) in de printerdriver.Paper Size (Papierformaat):A4 of LTPaper Source (Papierinvoer):MP Tray (MP-lade, maximaal 75 vellen)Paper Type (Papiersoort):Transparency (Transparant)Paper Size (Papierformaat):Door de gebruiker ingesteld papierformaat

44 PapierverwerkingOpmerking:❏Voor Windows opent u de printerdriver en selecteert u User-Defined Size (Door de gebruiker ingesteld papierformaat) in de lijst Paper Size (Papierformaat) op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen). In het dialoogvenster User Defined Paper Size (Door de gebruiker ingesteld papierformaat) selecteert u de instellingen voor papierbreedte en -lengte en eenheid die overeenkomen met het aangepaste papierformaat. Klik op OK om het aangepaste papierformaat op te slaan.❏In Macintosh moet u de printerdriver openen. Klik op Custom Size (Aangepast formaat) in het dialoogvenster Paper Setting (Papierinstelling). Klik vervolgens op New (Nieuw) en selecteer de instellingen voor papierbreedte en -lengte en marges die overeenkomen met het aangepaste papierformaat.

Geef de naam voor de instelling op en klik op OK om het aangepaste papierformaat op te slaan.❏U kunt deze instellingen ook in het menu Tray (Papierlade) van het bedieningspaneel wijzigen. Zie “Menu Tray (Papierbak)” op pagina 278 voor meer informatie.Paper Source (Papierinvoer):MP Tray (MP-lade, maximale stapeldikte van 20 mm)Paper Type (Papiersoort):Plain (Wit), Semi-Thick (Halfzwaar), Thick (Zwaar) of Extra Thick (Extra zwaar)

De printersoftware voor Windows gebruiken 45333333333333Hoofdstuk 3De printersoftware voor Windows gebruikenPrintersoftwareMet de printerdriver kunt u instellingen opgeven voor optimale printerprestaties. De printerdriver bevat het hulpprogramma EPSON Status Monitor 3, dat u kunt openen via het tabblad Utility (Hulpprogramma). Met EPSON Status Monitor 3 kunt u de printerstatus controleren. Zie “Printer controleren met EPSON Status Monitor 3” op pagina 71 voor meer informatie.De printerdriver openenU kunt de printerdriver rechtstreeks openen vanuit een toepassing of vanuit Windows.Doorgaans krijgen de printerinstellingen die worden opgegeven vanuit Windows-toepassingen de voorkeur boven instellingen die worden opgegeven wanneer de printerdriver is geopend vanuit het besturingssysteem.

Voor optimale resultaten kunt u de printerdriver dus het beste openen vanuit de toepassing.Vanuit de toepassingKlik op Print (Afdrukken) of Page Setup (Pagina-instelling) in het menu File (Bestand) om de printerdriver te openen. U moet ook klikken op Setup (Instellen), Options (Opties), Properties (Eigenschappen) of een combinatie van deze knoppen.

De printersoftware voor Windows gebruiken 47333333333333Printerinstellingen wijzigenInstelling voor afdrukkwaliteit opgevenDe kwaliteit van afdrukken kunt u aanpassen met instellingen in de printerdriver. Met de printerdriver kunt u afdrukinstellingen opgeven door een keuze te maken uit een lijst met voorgedefinieerde instellingen of door instellingen aan te passen.Afdrukkwaliteit opgeven met de instelling Automatic (Automatisch)U kunt de afdrukkwaliteit aanpassen waardoor u sneller of gedetailleerder kunt afdrukken. U kunt op twee resoluties afdrukken: 300 dpi en 600 dpi. Met 600 dpi krijgt u zeer nauwkeurige afdrukken met hoge kwaliteit. Er is echter meer geheugen nodig en de afdruksnelheid wordt verminderd. Als u Automatic (Automatisch) op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen) hebt geselecteerd, wordt de printer ingesteld op basis van de kleurinstellingen die u selecteert.

U hoeft alleen de kleur en resolutie in te stellen. U kunt andere instellingen, zoals het papierformaat of de afdrukstand, wijzigen in de meeste toepassingen.Opmerking:Raadpleeg de Help bij de printerdriver voor meer informatie over de beschikbare instellingen.1. Klik op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen).

48 De printersoftware voor Windows gebruiken2. Klik op Automatic (Automatisch). Stel met de schuifbalk de afdrukresolutie Fast (Snel) (300 dpi) of Fine (Fijn) (600 dpi) in.3. Klik op OK om de instellingen toe te passen.Opmerking:Als u niet kunt afdrukken of als er een bericht over een geheugenfout verschijnt, kunt u het afdrukken wellicht hervatten door een lagere resolutie te selecteren.12

De printersoftware voor Windows gebruiken 49333333333333Voorgedefinieerde instellingen gebruikenDe voorgedefinieerde instellingen zijn bedoeld om de afdrukinstellingen te optimaliseren voor bepaalde documenten, zoals presentaties of afbeeldingen gemaakt met een videocamera of digitale camera.Volg de onderstaande instructies om de voorgedefinieerde instellingen te gebruiken.1. Klik op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen).2. Selecteer Advanced (Geavanceerd). De voorgedefinieerde instellingen worden weergegeven in de lijst rechts naast Automatic (Automatisch).Opmerking:De precieze afbeelding hangt af van (de versie van) uw besturingssysteem.21

50 De printersoftware voor Windows gebruiken3. Selecteer de meest geschikte instelling in de lijst voor de soort document of afbeelding die u wilt afdrukken.Wanneer u een voorgedefinieerde instelling kiest, worden andere instellingen, zoals Printing Mode (Modus), Resolution (Resolutie), Screen (Scherm) en Color Management (Kleurenmanagement), automatisch ingesteld. Wijzigingen worden weergegeven in de lijst met huidige instellingen aan de linkerkant van het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen).

Deze printerdriver biedt de volgende voorgedefinieerde instellingen:Automatic (Standard) (Automatisch (standaard))Geschikt voor normaal afdrukken van met name foto's.Text/Graph (Tekst/Grafisch)Geschikt voor het afdrukken van documenten met tekst en afbeeldingen, zoals presentaties.Graphic/CAD (Grafisch/CAD)Geschikt voor het afdrukken van afbeeldingen en grafieken.Photo (Foto)Geschikt voor het afdrukken van foto's.PhotoEnhance4Geschikt voor het afdrukken van afbeeldingen die zijn gemaakt met een videocamera, digitale camera of scanner. Met EPSON PhotoEnhance4 worden het contrast, de verzadiging en de helderheid van het origineel aangepast voor scherpere afdrukken met levendigere kleuren. Deze instelling heeft geen invloed op het origineel.

De printersoftware voor Windows gebruiken 51333333333333ICM (niet voor Windows NT 4.0)ICM staat voor Image Color Matching. worden de kleuren van de afdruk automatisch aangepast aan de kleuren op het scherm.sRGBAls u apparatuur gebruikt die ondersteuning biedt voor sRGB, wordt de functie ICM uitgevoerd voor deze apparatuur voordat er wordt afgedrukt.

Neem contact op met de leverancier van de apparatuur als u zeker wilt weten of de apparatuur sRGB ondersteunt.Automatic (High Quality) (Automatisch (Hoge kwaliteit))Geschikt voor het afdrukken van documenten met hoge kwaliteit.Advanced Text/Graph (Geavanceerd Tekst/Grafisch)Geschikt voor het afdrukken van documenten van hoge kwaliteit met tekst en afbeeldingen voor presentaties.Advanced Graphic/CAD (Geavanceerd Grafisch/CAD)Geschikt voor het afdrukken van afbeeldingen, grafieken en foto's met hoge kwaliteit.Advanced Photo (Geavanceerd Foto)Geschikt voor het afdrukken van gescande foto's en digitale beelden met hoge kwaliteit.

De printersoftware voor Windows gebruiken 533333333333334. Klik op OK om de instellingen toe te passen en terug te keren naar het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen).Instellingen opslaanAls u de aangepaste instellingen wilt opslaan, klikt u op Advanced (Geavanceerd) gevolgd door Save Settings (Bewaar instellingen) op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen). Het dialoogvenster Custom Settings (Aangepaste instellingen) verschijnt.Typ een naam voor de aangepaste instellingen in het vak Name (Naam) en klik op Save (Bewaar). De instellingen worden weergegeven in de lijst links naast Automatic (Automatisch) op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen).

54 De printersoftware voor Windows gebruikenOpmerking:❏Voor de aangepaste instellingen kunt u niet de naam van een voorgedefinieerde instelling gebruiken.❏Als u een aangepaste instelling wilt verwijderen, klikt u op Advanced (Geavanceerd) gevolgd door Save Settings (Bewaar instellingen) op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen). Vervolgens selecteert u de gewenste instelling in het dialoogvenster Custom Settings (Aangepaste instellingen) en klikt u op Delete (Verwijder).❏U kunt voorgedefinieerde instellingen niet verwijderen.Als u een instelling in het dialoogvenster More Settings (Meer instellingen) wijzigt en een van de aangepaste instellingen is geselecteerd in de lijst Advanced Settings (Geavanceerde instellingen) op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen), wordt de geselecteerde instelling in de lijst gewijzigd in Custom Settings (Aangepaste instellingen).

De printersoftware voor Windows gebruiken 55333333333333Afdrukformaat aanpassenU kunt documenten vergroot of verkleind afdrukken.Pagina's automatisch aanpassen aan het afdrukmateriaal1. Klik op het tabblad Layout (Lay-out).2. Schakel het selectievakje Zoom Options (Zoomopties) in en selecteer het gewenste papierformaat in de vervolgkeuzelijst Output Paper (Uitvoerpapier). De pagina wordt aangepast zodat deze kan worden afgedrukt op het geselecteerde papier.12

56 De printersoftware voor Windows gebruiken3. Selecteer bij de instelling Location (Locatie) de optie Upper Left (Boven links) als u de afbeelding verkleind wilt afdrukken in de linkerbovenhoek van het papier of Center (Midden) als u de afbeelding verkleind in het midden van het papier wilt afdrukken.4. Klik op OK om de instellingen toe te passen.Pagina's aanpassen volgens een opgegeven percentage1. Klik op het tabblad Layout (Lay-out).2. Schakel het selectievakje Zoom Options (Zoomopties) in.3. Schakel het selectievakje Zoom To (Zoomen naar) in en geef vervolgens het vergrotingspercentage op in het vakje.12

58 De printersoftware voor Windows gebruikenAfdrukindeling aanpassenU kunt twee of vier pagina's op één pagina afdrukken en de afdrukvolgorde bepalen. De pagina's worden automatisch aangepast aan het opgegeven papierformaat. U kunt de documenten ook met een kader afdrukken.1. Klik op het tabblad Layout (Lay-out).2. Schakel het selectievakje Print Layout (Afdruklay-out) in en klik op Print Layout Settings (Afdruklay-out instellingen). Het dialoogvenster Print Layout Settings (Afdruklay-out instellingen) verschijnt.12

De printersoftware voor Windows gebruiken 593333333333333. Selecteer het aantal pagina's dat u wilt afdrukken op één vel papier. Geef de volgorde op waarin u de pagina's wilt afdrukken op elk vel.4. Schakel het selectievakje Print the Frame (Print kader) in als u de pagina's wilt afdrukken met een kader.Opmerking:De opties voor paginavolgorde zijn afhankelijk van het aantal pagina's dat in het dialoogvenster hierboven is geselecteerd en de afdrukstand (Portrait (Staand) of Landscape (Liggend)) die op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen) is geselecteerd.5. Klik op OK om de instellingen toe te passen en terug te keren naar het tabblad Layout (Lay-out).12

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Epson Aculaser C1100 series stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden