Epson AcuLaser 2600 Handleiding

Epson Printer AcuLaser 2600

Bekijk gratis de handleiding van Epson AcuLaser 2600 (509 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Epson AcuLaser 2600 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/509
1
Kleurenlaserprinter
Auteursrechten
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd
gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij
elektronisch, mechanisch, via fotokopieën of opnamen, hetzij op enige andere wijze, zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van Seiko Epson Corporation. SEIKO EPSON
CORPORATION wijst alle patentaansprakelijkheid af wat betreft het gebruik van de
informatie in dit document. Evenmin kan SEIKO EPSON CORPORATION aansprakelijk
worden gesteld voor schade voortvloeiend uit het gebruik van de informatie in dit document.
Seiko Epson Corporation noch zijn filialen kunnen door de koper van dit product of door
derden verantwoordelijk worden gesteld voor schade, verliezen of onkosten ontstaan als
gevolg van ongelukken, foutief gebruik of misbruik van dit product, onbevoegde wijzigingen
en reparaties, of (buiten de Verenigde Staten) als de bedienings- en onderhoudsinstructies
van Seiko Epson Corporation niet strikt worden gevolgd.
Seiko Epson Corporation en zijn filialen kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor
schade of problemen voortvloeiend uit het gebruik van onderdelen of verbruiksgoederen die
niet als Original Epson Products of Epson Approved Products zijn aangemerkt door Seiko
Epson Corporation.
Met het Integrated Print System XL (IPS/XL) van Zoran Corporation voor PCLXL-emulatie.
NEST Office Kit Copyright © 1996, Novell, Inc. Alle rechten voorbehouden.
Handelsmerken
IBM en PS/2 zijn gedeponeerde handelsmerken van International Business Machines
Corporation. Microsoft® en Windows® zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft
Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Apple® en Macintosh® zijn
gedeponeerde handelsmerken van Apple Computer, Inc.
EPSON en EPSON ESC/P zijn gedeponeerde handelsmerken en EPSON AcuLaser en EPSON
ESC/P 2 zijn handelsmerken van Seiko Epson Corporation.
Coronet is een handelsmerk van Ludlow Industries (UK) Ltd.

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Epson
Categorie: Printer
Model: AcuLaser 2600

Handleiding Epson AcuLaser 2600 – volledige tekst

1KleurenlaserprinterAuteursrechtenNiets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via fotokopieën of opnamen, hetzij op enige andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Seiko Epson Corporation. SEIKO EPSON CORPORATION wijst alle patentaansprakelijkheid af wat betreft het gebruik van de informatie in dit document.

Evenmin kan SEIKO EPSON CORPORATION aansprakelijk worden gesteld voor schade voortvloeiend uit het gebruik van de informatie in dit document.Seiko Epson Corporation noch zijn filialen kunnen door de koper van dit product of door derden verantwoordelijk worden gesteld voor schade, verliezen of onkosten ontstaan als gevolg van ongelukken, foutief gebruik of misbruik van dit product, onbevoegde wijzigingen en reparaties, of (buiten de Verenigde Staten) als de bedienings- en onderhoudsinstructies van Seiko Epson Corporation niet strikt worden gevolgd.Seiko Epson Corporation en zijn filialen kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade of problemen voortvloeiend uit het gebruik van onderdelen of verbruiksgoederen die niet als Original Epson Products of Epson Approved Products zijn aangemerkt door Seiko Epson Corporation.Met het Integrated Print System XL (IPS/XL) van Zoran Corporation voor PCLXL-emulatie.

2Marigold is een handelsmerk van Arthur Baker en is mogelijk gedeponeerd in bepaalde rechtsgebieden.CG Times en CG Omega zijn handelsmerken van Agfa Monotype Corporation en zijn mogelijk gedeponeerd in bepaalde rechtsgebieden.Arial, Times New Roman en Albertus zijn handelsmerken van The Monotype Corporation en zijn mogelijk gedeponeerd in bepaalde rechtsgebieden.ITC Avant Garde Gothic, ITC Bookman, ITC Zapf Chancery en ITC Zapf Dingbats zijn gedeponeerde handelsmerken van de International Typeface Corporation en zijn mogelijk gedeponeerd in bepaalde rechtsgebieden.Antique Olive is een handelsmerk van Fonderie Olive.Helvetica, Palatino, Times, Univers, Clarendon, New Century Schoolbook, Miriam en David zijn handelsmerken van Heidelberger Druckmaschinen AG en zijn mogelijk gedeponeerd in bepaalde rechtsgebieden.Wingdings is een handelsmerk van Microsoft Corporation en is mogelijk gedeponeerd in bepaalde rechtsgebieden.HP en HP LaserJet zijn gedeponeerde handelsmerken van Hewlett-Packard Company.Adobe, het Adobe-logo en PostScript3 zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated en zijn mogelijk gedeponeerd in bepaalde rechtsgebieden.Algemene kennisgeving: andere productnamen vermeld in dit document dienen uitsluitend als identificatie en kunnen handelsmerken zijn van hun respectieve eigenaars.

Veiligheidsvoorschriften 3VeiligheidsvoorschriftenVeiligheidWaarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingenwWaarschuwingenmoet u zorgvuldig in acht nemen om lichamelijk letsel te voorkomen.cVoorzorgsmaatregelenworden aangeduid met 'Let op' en moeten worden nageleefd om schade aan het apparaat te voorkomen.Opmerkingenbevatten belangrijke informatie over en tips voor het gebruik van de printer.

4VeiligheidsvoorschriftenVeiligheidsvoorschriftenU moet deze voorzorgsmaatregelen in acht nemen om veilig en efficiënt met de printer te kunnen werken.❏U moet de printer niet alleen optillen of verplaatsen, omdat de printer met de geïnstalleerde verbruiksgoederen ongeveer 37 kg weegt. De printer moet door twee personen worden opgetild en moet worden vastgepakt op de juiste posities, zoals hieronder wordt weergegeven.* De printer niet hier optillen.*

Veiligheidsvoorschriften 5❏Raak nooit de fixeereenheid of de omgeving van de eenheid aan. De fixeereenheid is gemarkeerd met het etiket CAUTION HIGH TEMPERATURE (LET OP: HOGE TEMPERATUUR). Wanneer de printer in gebruik is, kan de fixeereenheid zeer warm worden. Als u een van deze delen moet aanraken, moet u het apparaat eerst 30 minuten laten afkoelen.1. Steek uw hand niet te ver in de fixeereenheid.2. CAUTION HIGH TEMPERATURE (LET OP: HOGE TEMPERATUUR)❏Steek uw hand niet te ver in de fixeereenheid. Sommige onderdelen zijn scherp en kunnen letsel veroorzaken.❏Raak de onderdelen in het binnenwerk van de printer nooit aan, tenzij dit wordt voorgeschreven in deze handleiding.❏Ga steeds rustig te werk bij het plaatsen van onderdelen.

Hoewel de printer tegen een stootje kan, kunnen onderdelen door onnodig gebruik van kracht beschadigd worden.❏Plaats een tonercartridge altijd op een schone, vlakke ondergrond.21

6Veiligheidsvoorschriften❏Haal tonercartridges niet uit elkaar en breng geen aanpassingen aan. U kunt de cartridges niet opnieuw vullen.❏Raak de toner niet aan. Zorg dat u geen toner in uw ogen krijgt.❏Verbrand een gebruikte tonercartridge, fotogeleidingseenheid, fixeereenheid of afvalbak voor toner niet. Ze kunnen exploderen en letsel veroorzaken. Neem bij het weggooien van deze onderdelen de geldende milieuvoorschriften in acht.❏Gebruik een stoffer en blik of een vochtig doekje met water en zeep om gemorste toner op te ruimen.

Gebruik geen stofzuiger, omdat het gebruik van een stofzuiger een brand of explosie kan veroorzaken wanneer de kleine deeltjes in contact komen met een vonk.❏Als u een tonercartridge van een koude in een warme ruimte brengt, moet u ten minste één uur wachten voor u de cartridge gebruikt om schade door condensatie te voorkomen.❏Stel de fotogeleidingseenheid bij het plaatsen niet langer dan vijf minuten bloot aan licht. De eenheid bevat een groene lichtgevoelige rol. Als u de rol blootstelt aan licht, kunnen er donkere of lichte vlekken ontstaan op de afdrukken. Ook slijt de rol dan sneller. Wanneer u de eenheid voor langere tijd uit de printer verwijdert, kunt u deze het beste afdekken met een ondoorschijnende doek.❏Pas op voor krassen aan het oppervlak van de rol. Plaats de fotogeleidingseenheid altijd op een schone en vlakke ondergrond wanneer u de eenheid uit de printer neemt.

Veiligheidsvoorschriften 7❏Voor een optimale afdrukkwaliteit kunt u de fotogeleidingseenheid beter niet bewaren in ruimten met direct zonlicht, stof, zilte lucht of bijtende gassen (bijvoorbeeld ammoniakgas). Vermijd ruimtes die onderhevig zijn aan plotselinge schommelingen in temperatuur en vochtigheid.❏Bewaar de verbruiksgoederen buiten het bereik van kinderen.❏Laat vastgelopen papier niet in de printer zitten.

Hierdoor kan de printer oververhit raken.❏Gebruik geen stopcontacten waarop andere apparaten zijn aangesloten.❏Gebruik alleen een stopcontact dat voldoet aan de stroomvereisten van de printer.Belangrijke veiligheidsvoorschriftenVoordat u de printer in gebruik neemt moet u alle onderstaande instructies goed lezen.Plaats en voeding voor de printer kiezen❏Plaats de printer in de buurt van een stopcontact, zodat u de stekker makkelijk in het stopcontact kunt steken en ook weer makkelijk kunt verwijderen.❏Zet de printer niet op een onstabiele ondergrond.❏Plaats de printer zodanig dat niemand op het netsnoer kan gaan staan.

8Veiligheidsvoorschriften❏De openingen in de behuizing dienen voor ventilatie. U mag deze openingen niet afdekken. Zet de printer niet op een bed, bank, tapijt of soortgelijke ondergrond. Zet de printer ook nooit in een kleine, afgesloten ruimte, tenzij er voldoende ventilatie rond de printer is.❏Alle interfaceconnectors van deze printer zijn onbeperkte stroombronnen (Non-LPS).❏Sluit de printer aan op een stopcontact dat voldoet aan de stroomvereisten voor deze printer. De stroomvereisten van de printer staan op een etiket aan de achterzijde van de printer.

Neem contact op met het energiebedrijf of met uw leverancier als u vragen hebt over de specificaties voor de netvoeding.❏Als de stekker niet in het stopcontact past, neemt u contact op met een elektricien.❏Gebruik geen stopcontacten waarop andere apparaten zijn aangesloten.❏Gebruik alleen de netspanning die staat vermeld op het etiket op de printer. Neem contact op met uw leverancier of het energiebedrijf als u vragen hebt over het type netvoeding.❏Als de stekker niet in het stopcontact past, neemt u contact op met een elektricien.❏Let bij het aansluiten van dit apparaat op een computer of ander apparaat op de juiste richting van de stekkers van de kabel. Elke stekker kan maar op één manier in het apparaat worden gestoken. Wanneer u een stekker op een verkeerde manier in het apparaat steekt, kunnen beide apparaten die via de kabel met elkaar verbonden zijn, beschadigd raken.

Veiligheidsvoorschriften 9❏Als u een verlengsnoer gebruikt voor de printer, mag de totale stroombelasting in ampère van alle aangesloten apparaten niet hoger zijn dan de maximale belasting voor het verlengsnoer.❏Haal in de volgende gevallen de stekker uit het stopcontact en doe een beroep op een onderhoudsmonteur:Gebruik van de printer❏Neem alle waarschuwingen en voorschriften die op de printer zelf staan in acht.❏Trek de stekker van de printer uit het stopcontact vóór het schoonmaken.❏Gebruik voor het schoonmaken een licht vochtige doek. Gebruik geen vloeibare reinigingsmiddelen of spuitbussen.A. als het netsnoer of de stekker beschadigd is;B. als er vloeistof in de printer is gekomen;C. als de printer is blootgesteld aan regen of water;D.

als de printer niet normaal werkt terwijl alle instructies goed zijn opgevolgd (wijzig alleen instellingen waarvoor een procedure is opgenomen in de handleiding. Als u andere instellingen wijzigt, brengt u mogelijk schade aan het product toe die alleen door een ervaren onderhoudsmonteur kan worden hersteld);E. als de printer is gevallen of als de behuizing beschadigd is;F. als de printer niet normaal werkt of als er een duidelijke wijziging in de prestaties optreedt.

10 Veiligheidsvoorschriften❏Raak de onderdelen in het binnenwerk van de printer nooit aan, tenzij dit wordt voorgeschreven in de documentatie van de printer.❏Ga steeds rustig te werk bij het plaatsen van onderdelen. Hoewel de printer tegen een stootje kan, kunnen onderdelen door onnodig gebruik van kracht beschadigd worden.❏Bewaar de verbruiksgoederen buiten het bereik van kinderen.❏Gebruik de printer niet in een vochtige omgeving.❏Laat vastgelopen papier niet in de printer zitten. Hierdoor kan de printer oververhit raken.❏Steek nooit iets door de openingen in de behuizing.

U zou onderdelen kunnen raken die onder een gevaarlijk hoge spanning staan of u zou kortsluiting kunnen veroorzaken met alle risico’s van dien voor brand of elektrische schokken.❏Mors geen vloeistoffen in de printer.❏Probeer dit apparaat niet zelf te repareren, tenzij dit duidelijk staat uitgelegd in de printerdocumentatie. Wanneer u kleppen opent en verwijdert waarbij staat vermeld dat ze niet mogen worden verwijderd (Do Not Remove), kunt u worden blootgesteld aan punten die onder een gevaarlijk hoge spanning staan of aan andere risico’s. Laat al het onderhoud in de desbetreffende delen van het apparaat over aan een bevoegd onderhoudsmonteur.❏Wijzig alleen instellingen waarvoor een procedure is opgenomen in de handleiding. Als u andere instellingen wijzigt, brengt u mogelijk schade aan het product toe die alleen door een ervaren onderhoudsmonteur kan worden hersteld.

Veiligheidsvoorschriften 11ENERGY STAR®Als ENERGY STAR®-partner heeft Epson bepaald dat dit product voldoet aan de richtlijnen van het ENERGY STAR®-programma inzake doeltreffend energieverbruik.Het internationale ENERGY STAR® Office Equipment Program is een vrijwillige overeenkomst tussen fabrikanten van computer- en kantoorapparatuur ter bevordering van de ontwikkeling van energiebesparende computers, beeldschermen, printers, faxen, kopieerapparaten, scanners en multifunctionele apparaten met als doel de luchtvervuiling door stroomopwekking te beperken. De gebruikte normen en logo’s zijn voor alle deelnemende landen gelijk.VeiligheidsinformatieNetsnoercLet op:Het netsnoer moet voldoen aan de lokale veiligheidsnormen.Gebruik alleen het netsnoer dat u bij dit apparaat hebt gekregen.

Gebruik van een ander netsnoer kan brand of elektrische schokken veroorzaken.Het bij dit apparaat geleverde netsnoer is uitsluitend bedoeld voor gebruik in combinatie met dit apparaat. Gebruik met andere apparaten kan brand of elektrische schokken veroorzaken.

12 VeiligheidsvoorschriftenLaserbeveiligingwWaarschuwing:Het uitvoeren van procedures en aanpassingen die niet in de documentatie van de printer staan beschreven, kan leiden tot blootstelling aan gevaarlijke straling. Uw printer is een product met een laser van klasse 1 zoals vastgelegd in IEC60825. In de landen waar dit verplicht is, is het hier getoonde label achter op de printer aangebracht.Interne laserstralingHet betreft hier een laserdiode van klasse III b met onzichtbare laserstraal. De printkop vergt GEEN ENKEL ONDERHOUD. De printkop mag in geen enkel geval worden geopend. Binnen in de printer is een extra waarschuwingslabel voor de laser aangebracht.CDRH-voorschriftenZie "Standaard en goedkeuringen" op pagina 443 voor meer informatie over het Center for Devices and Radiological Health van het Amerikaanse ministerie voor voedsel en geneesmiddelen (FDA).Max. gem.

Dit gebeurt alleen tijdens het afdrukken.OzonlimietDe aanbevolen limiet voor de blootstelling aan ozon bedraagt 0,1 ppm (parts per million; gemiddelde concentratie in een periode van acht (8) uur).Laserprinters van Epson produceren minder dan 0,1 ppm in een periode van acht (8) uur onafgebroken afdrukken.RisicobeperkingU kunt het risico van blootstelling aan ozon minimaliseren door de volgende omstandigheden te voorkomen: ❏gebruik van meerdere laserprinters in een kleine ruimte;❏gebruik in een zeer lage luchtvochtigheid;❏gebruik in slecht geventileerde ruimten;❏langdurig en onafgebroken afdrukken in een van de hierboven genoemde omstandigheden.Locatie van de printer De printer moet zodanig worden geplaatst dat de geproduceerde gassen en warmte:❏niet rechtstreeks in het gezicht van de gebruiker worden geblazen;❏zo mogelijk rechtstreeks worden afgevoerd tot buiten het gebouw.

14 VeiligheidsvoorschriftenVoorzorgsmaatregelen bij in- en uitschakelenIn de volgende gevallen moet u de printer niet uitschakelen:❏Als u de printer hebt ingeschakeld, wacht u totdat Ready (Gereed) op het LCD-scherm verschijnt.❏Als het lampje knippert dat normaal aangeeft dat de printer gebruiksklaar is.❏Als het lampje Data brandt of knippert.❏Tijdens het afdrukken.

19De PostScript-printerdriver gebruiken onder Windows. 222PostScript-printerdriver installeren voor de parallelle interface. 222PostScript-printerdriver installeren voor de USB-interface. 224PostScript-printerdriver installeren voor de netwerkinterface. 226De PostScrip-printerdriver openen. 229PostScript-printerinstellingen wijzigen. 230De functie Reserve Job (Reserveertaak) gebruiken. 231AppleTalk gebruiken onder Windows 2000 of NT 4. 232De PostScript-printerdriver gebruiken onder Macintosh. 233De PostScrip-printerdriver installeren. 233Printer selecteren. 235De PostScrip-printerdriver openen. 240PostScript-printerinstellingen wijzigen. 240Hoofdstuk 7 Bedieningspaneel gebruikenMenu's van het bedieningspaneel gebruiken. 242Instellingen via het bedieningspaneel opgeven. 242Menu's van het bedieningspaneel openen. 243Menu's van het bedieningspaneel. 244Menu Information (Informatie).

22Hoofdstuk 11 ProbleemoplossingPapierstoringen verhelpen. 374Voorzorgsmaatregelen voor het verhelpen van papierstoringen. 374Jam A (Vast A) (klep A). 375Jam A, B (Vast A, B) (klep A en B). 378Jam MP, A (Vast MP, A) (MP-lade en klep A). 387Jam A, C1 (Vast A, C1) (klep A en onderste standaardpapierlade). 390Jam A, E, C2 (Vast A, E, C2) (klep A, E optionele papierlade). 395Statusvel afdrukken. 400Printer functioneert niet optimaal. 401Het lampje Ready (Gereed) gaat niet branden. 401De printer drukt niet af (het lampje Klaar brandt niet). 401Het lampje Klaar brandt, maar er wordt niet afgedrukt. 402Het optionele onderdeel is niet beschikbaar. 403Het dialoogvenster Properties (Eigenschappen) wordt niet, of pas na lange tijd, geopend. (Alleen voor gebruikers van Windows). 404Problemen met afgedrukte documenten. 404Het lettertype kan niet worden afgedrukt. 404Tekens zijn verkeerd afgedrukt.

405De afdrukpositie klopt niet. 405Afbeeldingen worden niet goed afgedrukt. 406Toner zit niet goed vast aan het papier. 406Problemen met afdrukken in kleur. 407Er kan niet in kleur worden afgedrukt. 407Kleuren op afdrukken wijken af als er met verschillende printers wordt afgedrukt. 407Kleuren op de afdrukken wijken af van de kleuren op het beeldscherm. 408Gebrekkige afdrukkwaliteit. 409De achtergrond is donker of vuil. 409Afdrukken bevatten witte plekken. 409Afdrukkwaliteit of raster is ongelijkmatig. 410Rasterafbeeldingen worden ongelijk afgedrukt. 410Er zitten vlekken op de afdruk. 411.

23Afbeeldingen zijn niet volledig afgedrukt. 412Er worden lege pagina's uitgevoerd. 412De afdruk is licht of vaag. 413De onbedrukte zijde van de pagina is vuil. 414Geheugenproblemen. 414Verminderde afdrukkwaliteit. 414Onvoldoende geheugen voor de huidige taak. 415Onvoldoende geheugen om alle exemplaren af te drukken. 415Problemen met de papierverwerking. 416Het papier wordt niet op de juiste wijze ingevoerd. 416Problemen bij het gebruik van de onderdelen. 417Het bericht Invalid AUX/IF Card (Verkeerd opt. int. ) wordt op het LCD-scherm weergegeven. 417Het papier wordt niet vanuit de juiste papierlade ingevoerd. 417Invoerprobleem bij gebruik van de optionele papierlade. 418Een geïnstalleerd onderdeel kan niet worden gebruikt. 418USB-problemen oplossen. 419USB-aansluitingen. 419Besturingssysteem Windows. 419Installatie van de printersoftware. 419Status- en foutberichten.

426Afdrukken annuleren. 426Problemen bij het afdrukken met PostScript 3. 427De printer drukt niet goed af in PostScript-modus. 427De printer drukt niet af. 428De afdrukken zijn zwart-wit, terwijl Color (Kleur) is ingesteld bij Resolution (Resolutie) in de printerdriver. (Alleen voor gebruikers van Mac OS X en alleen wanneer wordt afgedrukt met een AL-2600 die op kleurmodus staat). 429De printerdriver of printer die u nodig hebt wordt niet weergegeven in het onderdeel Printer Setup Utility (Printerconfiguratie, Mac OS X 10. 3), Print Center (Afdrukbeheer, Mac OS X 10. 2) of de Chooser (Kiezer, Mac OS 9). 429Het lettertype op de afdruk is anders dan het lettertype op het scherm. 430.

24De printerlettertypen kunnen niet worden geïnstalleerd. 431Tekst en afbeeldingen hebben geen strakke randen. 431De printer drukt niet normaal af via de parallelle interface (alleen Windows 98). 431De printer drukt niet normaal af via de USB-interface. 432De printer drukt niet normaal af via de netwerkinterface. 432Er is een niet nader gespecificeerde fout opgetreden (alleen Macintosh). 434Onvoldoende geheugen voor het afdrukken van gegevens (alleen Macintosh). 434Appendix A KlantenserviceContact opnemen met de klantenservice. 435Website voor technische ondersteuning. 436Appendix B Technische specificatiesPapier. 437Beschikbare papiersoorten. 437Ongeschikt papier. 438Afdrukgebied. 439Printer. 440Algemeen. 440Omgevingsspecificaties. 441Technische specificaties. 442Elektrische specificaties. 443Standaard en goedkeuringen. 443Interfaces. 446Parallelle interface. 446USB-interface.

26 Printeronderdelen en -functiesHoofdstuk 1 Printeronderdelen en -functiesInformatiebronnenInstallatiehandleidingHierin vindt u informatie over het monteren van de printer en het installeren van de printerdriver.Gebruikershandleiding (deze handleiding)Hierin vindt u gedetailleerde informatie over printerfuncties, optionele producten, onderhoud, probleemoplossing en technische specificaties.NetwerkhandleidingDeze handleiding bevat informatie voor netwerkbeheerders over de printerdriver en de netwerkinstellingen. U moet deze handleiding eerst vanaf de netwerk-cd-rom op de vaste schijf van de computer installeren voordat u hem kunt raadplegen.Handleiding bij papierstoringenDeze handleiding bevat oplossingen voor papierstoringen in de printer. U moet deze handleiding wellicht regelmatig raadplegen.

Wij raden u aan deze handleiding af te drukken en deze in de buurt van de printer te bewaren.Online-Help van de printersoftwareKlik op Help voor gedetailleerde informatie en instructies met betrekking tot de printersoftware die uw printer aanstuurt. De online-Help wordt automatisch geïnstalleerd wanneer u de printersoftware installeert.

30 Printeronderdelen en -functiesBedieningspaneela. LCD-scherm Hierop worden de statusberichten van de printer en de menu-instellingen van het bedieningspaneel weergegeven.b.c.d.e.Terug Omhoog Enter Omlaag Met deze knoppen kunt u de menu's van het bedieningspaneel openen. Hierin kunt u printerinstellingen opgeven en de status van verbruiksgoederen controleren. Zie "Menu's van het bedieningspaneel gebruiken" op pagina 242 voor informatie over het gebruik van de knoppen.f. Gereed (groen lampje)Dit lampje brandt wanneer de printer gebruiksklaar is. Dit betekent dat de printer gegevens kan ontvangen en afdrukken.Het lampje brandt niet als de printer niet gereed is.g. Fout (rood lampje)Dit lampje brandt of knippert wanneer een fout optreedt.c ebijhgfda

Printeronderdelen en -functies 31111111111111h. Start/Stop Het afdrukken wordt onderbroken als u op deze knop drukt.Wanneer het foutlampje knippert, drukt u op deze knop om de fout te verwijderen en de printer weer gebruiksklaar te maken.i. Data (oranje lampje)Dit lampje brandt wanneer in de afdrukbuffer (het gedeelte van het printergeheugen voor het ontvangen van gegevens) afdrukgegevens zijn opgeslagen die nog niet zijn afgedrukt.Het lampje knippert wanneer de printer gegevens verwerkt.Het lampje brandt niet wanneer er geen gegevens in de afdrukbuffer zijn.j. Taak annuleren Druk één keer op deze knop om de huidige afdruktaak te annuleren. Druk langer dan twee seconden op de knop om alle taken uit het printergeheugen te verwijderen.

32 Printeronderdelen en -functiesOptionele onderdelen en verbruiksgoederenOptionele onderdelenU kunt een van de volgende optionele onderdelen installeren om de functionaliteit van de printer uit te breiden.❏Optionele papierlade (C12C802211)Hiermee verhoogt u de capaciteit van de papierinvoer met maximaal 500 vellen.❏Duplexer (C12C802221)Hiermee kunt u automatisch afdrukken op beide zijden van het papier.❏Vaste schijf (C12C824172)Hiermee breidt u de capaciteit van de printer uit, doordat u complexe en grote afdruktaken met hoge snelheid kunt afdrukken. Ook wordt het hiermee mogelijk om de functie Reserve Job (Reserveertaak) te activeren.

Met de functie Reserve Job (Reserveertaak) kunt u afdruktaken opslaan op de vaste schijf van de printer en deze taken later rechtstreeks vanaf het bedieningspaneel van de printer afdrukken.❏P5C-emulatiekit (C12C832641)Hiermee kunt u deze printer gebruiken voor het afdrukken van documenten in de afdruktaal PCL5c. Deze apart verkrijgbare kit bestaat uit een ROM-module en printerdriver.❏GeheugenmoduleHiermee breidt u het geheugen van de printer uit, zodat u ingewikkelde documenten met veel afbeeldingen kunt afdrukken. Uw printer kan maximaal 512 MB geheugen aan.

Printeronderdelen en -functies 33111111111111Opmerking:Zorg ervoor dat u een geheugenmodule (type DIMM) gebruikt die compatibel is met de producten van EPSON. Neem voor meer informatie contact op met de leverancier van deze printer of een officiële EPSON-onderhoudsmonteur.VerbruiksgoederenDe printer houdt de levensduur van de volgende verbruiksgoederen voor u bij.

34 Printerkenmerken en verschillende afdrukoptiesHoofdstuk 2 Printerkenmerken en verschillende afdrukoptiesPrinterkenmerkenDe printer bevat een groot aantal kenmerken voor een optimaal gebruikersgemak en kwalitatief hoogstaande afdrukken. De belangrijkste kenmerken worden hieronder beschreven:Afdrukken met hoge kwaliteitWanneer u de bijgeleverde driver gebruikt, drukt de printer af met een resolutie van 2400RIT* en een snelheid van maximaal 30 pagina’s per minuut (op A4-papier en in zwart-wit).

Printerkenmerken en verschillende afdrukopties 35222222222222Afdrukken in kleur en afdrukken in zwart-witDe printer kan afdrukken in zowel kleur als zwart-wit. De printer heeft drie verschillende kleurmodi: afdrukken in kleur, afdrukken in zwart-wit met één zwarte tonercartridge en afdrukken in zwart-wit met vier zwarte tonercartridges.TonerbesparingsmodusU kunt conceptversies afdrukken met de tonerbesparingsmodus om het inktverbruik tijdens het afdrukproces te beperken.Resolution Improvement Technology en Enhanced MicroGray TechnologyRITech (Resolution Improvement Technology) is een originele printertechnologie van Epson, waarmee haarscherpe diagonale en kromme lijnen worden afgedrukt in zowel tekst als afbeeldingen. Enhanced MicroGray Technology zorgt ervoor dat de halftonen van afbeeldingen beter worden afgedrukt.

De bijgeleverde driver zorgt ervoor dat de resolutie van de printer wordt verbeterd met RITech en Enhanced MicroGray Technology.Grote verscheidenheid aan lettertypenDe printer wordt geleverd met 93 schaalbare lettertypen die compatibel zijn met de LaserJet en met 7 bitmaplettertypen in de LJ4-emulatiemodus, zodat u met deze lettertypen professioneel uitziende documenten kunt maken.

36 Printerkenmerken en verschillende afdrukoptiesAdobe PostScript 3De printer heeft een modus voor Adobe PostScript 3, die het mogelijk maakt om documenten af te drukken die zijn opgemaakt voor een PostScript-printer. Zeventien schaalbare lettertypen zijn bijgeleverd. Ondersteuning voor IES (Intelligent Emulation Switch) en SPL (Shared Printer Language) zorgt ervoor dat de printer zelf, bij het ontvangen van gegevens, omschakelt van PostScript naar andere emulaties (en omgekeerd).P5C-emulatiemodusHiermee kunt u deze printer gebruiken voor het afdrukken van documenten in de afdruktaal PCL5c. Wanneer u deze optionele geheugenmodules in de printer installeert, laat deze printerdriver de besturing van de P5C-printer over aan de computer.

Printerkenmerken en verschillende afdrukopties 37222222222222Verschillende afdrukoptiesDe printer beschikt over verschillende afdrukopties. U kunt in verschillende indelingen afdrukken of verschillende papiersoorten gebruiken voor het afdrukken.Hieronder worden de procedures voor de verschillende afdruktypen beschreven. Kies het geschikte afdruktype.Dubbelzijdig afdrukken "Duplexer" op pagina 320 "Dubbelzijdig afdrukken" op pagina 97 (Windows) "Dubbelzijdig afdrukken" op pagina 184 (Macintosh)Hiermee kunt u op beide zijden van het papier afdrukken.Opmerking:In uw printer moet een apart verkrijgbare duplexer zijn geïnstalleerd om automatisch op beide zijden van het papier te kunnen afdrukken.

38 Printerkenmerken en verschillende afdrukoptiesFit to page printing (Aanpassen aan pagina voor afdrukken) "Afdrukformaat aanpassen" op pagina 77 (Windows) "Afdrukformaat aanpassen" op pagina 174 (Macintosh)Opmerking:Deze functie is niet beschikbaar voor Mac OS X.Hiermee wordt het formaat van een document automatisch vergroot of verkleind om op het geselecteerde papierformaat te passen.

Printerkenmerken en verschillende afdrukopties 39222222222222Pagina's per vel afdrukken "Afdruklay-out aanpassen" op pagina 80 (Windows) "Afdruklay-out aanpassen" op pagina 176 (Macintosh)Hiermee kunt u twee of vier pagina's op een enkel vel afdrukken.Watermerken afdrukken "Watermerken gebruiken" op pagina 82 (Windows) "Watermerken gebruiken" op pagina 179 (Macintosh)Opmerking:Deze functie is niet beschikbaar voor Mac OS X.

40 Printerkenmerken en verschillende afdrukoptiesHiermee kunt u tekst of afbeeldingen als watermerk afdrukken. U kunt bijvoorbeeld “Vertrouwelijk” op een belangrijk document zetten.Overlays afdrukken "Overlays gebruiken" op pagina 85 (Windows)Hiermee kunt u op de afdruk standaardformulieren of sjablonen maken die u als overlays kunt gebruiken wanneer u andere documenten afdrukt.Opmerking:De functie voor overlays kan niet worden gebruikt in de PostScript 3-modus.

Printerkenmerken en verschillende afdrukopties 41222222222222De functie Reserve Job (Reserveertaak) gebruiken "Vaste schijf" op pagina 324 "De functie Reserve Job (Reserveertaak) gebruiken" op pagina 106 (Windows) "De functie Reserve Job (Reserveertaak) gebruiken" op pagina 189 (Macintosh)Hiermee kunt u afdruktaken die al eerder op de vaste schijf zijn opgeslagen, rechtstreeks vanaf het bedieningspaneel van de printer afdrukken.Opmerking:U moet een optionele vaste schijf in de printer installeren als u de functie Reserve Job (Reserveertaak) wilt gebruiken.Formulieroverlays op de vaste schijf gebruiken "Vaste schijf" op pagina 324 "Formulieroverlays op de vaste schijf gebruiken" op pagina 91 (Windows)

Papierverwerking 43333333333333* Als het papier hierboven staat vermeld, kunt u ook de achterzijde van eerder in deze printer bedrukt papier bedrukken.Onderste standaardpapierladeOptionele papierladeEPSON Color Laser PaperA4 Maximaal 150 vellen(maximale stapeldikte: 16,5 mm)EPSON Color Laser TransparenciesA4, Letter (LT) Maximaal 60 vellenPapiersoort Papierformaat CapaciteitGewoon papierGewicht: 64 tot 90 g/m²A4, Letter (LT) Maximaal 500 vellen(maximale stapeldikte: 55 mm)EPSON Color Laser PaperA4 Maximaal 500 vellen(maximale stapeldikte: 55 mm)Papiersoort Papierformaat CapaciteitGewoon papierGewicht: 64 tot 90 g/m²A4, Letter (LT) Maximaal 500 vellen(maximale stapeldikte: 55 mm)EPSON Color Laser PaperA4 Maximaal 500 vellen(maximale stapeldikte: 55 mm)

44 PapierverwerkingPapierbron selecterenU kunt een papierbron handmatig instellen of de printer zo instellen dat de papierbron automatisch wordt geselecteerd.Handmatig selecterenU kunt een papierbron handmatig selecteren via de printerdriver of het bedieningspaneel van de printer.Meer informatie over het openen van de printerdriver vindt u (voor Windows) in "De printerdriver openen" op pagina 68 en (voor Macintosh) in "De printerdriver openen" op pagina 165.Zie "Menu's van het bedieningspaneel gebruiken" op pagina 242 voor meer informatie over het gebruik van het bedieningspaneel van de printer.De printerdriver gebruiken❏Voor Windows: open de printerdriver, klik op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen) en selecteer de gewenste papierbron in de lijst Paper Source (Papierinvoer).

Klik vervolgens op OK.❏Voor Macintosh:Open de printerdriver, selecteer Printer Settings (Printerinstellingen) in de vervolgkeuzelijst en klik op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen, Mac OS X) of open het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen, Mac OS 9). Selecteer vervolgens de gewenste papierbron in de lijst Paper Source (Papierinvoer) en klik op OK.Het bedieningspaneel van de printer gebruikenOpen het Setup Menu (Menu Setup) op het bedieningspaneel, selecteer Paper Source (Papierbak) en geef de gewenste papierbron op.

Papierverwerking 45333333333333Automatisch selecterenU kunt automatisch een papierbron met het juiste papierformaat laten selecteren via de printerdriver of het bedieningspaneel van de printer.Meer informatie over het openen van de printerdriver vindt u (voor Windows) in "De printerdriver openen" op pagina 68 en (voor Macintosh) in "De printerdriver openen" op pagina 165.Zie "Menu's van het bedieningspaneel gebruiken" op pagina 242 voor meer informatie over het gebruik van het bedieningspaneel van de printer.De printerdriver gebruiken❏Voor Windows:Open de printerdriver, klik op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen) en selecteer Auto Selection (Automatisch selecteren) als papierbron.

Klik vervolgens op OK.❏Voor Macintosh:Open de printerdriver, selecteer Printer Settings (Printerinstellingen) in de vervolgkeuzelijst en klik op het tabblad Basic Settings (Basisinstellingen, Mac OS X) of open het dialoogvenster Basic Settings (Basisinstellingen, Mac OS 9). Selecteer vervolgens Auto Selection (Automatisch selecteren) als papierbron en klik op OK.De printer zoekt naar een papierbron met het opgegeven papierformaat. Hierbij wordt de onderstaande volgorde gehanteerd.Standaardconfiguratie:MP-ladeOnderste papierlade 1Wanneer de optionele papierlade is geïnstalleerd:MP-ladeOnderste papierlade 1Onderste papierlade 2

46 PapierverwerkingOpmerking:❏Als u in de toepassing instellingen voor papierformaat en -bron opgeeft, kunnen deze de instellingen van de printerdriver overschrijven.❏Wanneer u bij Paper Size (Papierformaat) de instelling voor enveloppen opgeeft, kunnen deze alleen via de MP-lade worden ingevoerd, ongeacht de instelling bij Paper Source (Papierbak).❏U kunt de prioriteit van de MP-lade wijzigen met de instelling MP Mode (MP MODE) in het Setup Menu (Menu Setup) op het bedieningspaneel. Zie "Setup Menu (Menu Setup)" op pagina 254 voor meer informatie.Het bedieningspaneel van de printer gebruikenOpen het Setup Menu (Menu Setup) op het bedieningspaneel en selecteer Paper Source (Papierbak) gevolgd door Auto.

Papierverwerking 493333333333333. Knijp het uitstekende deel en de papiergeleider samen en schuif de papiergeleider aan de rechterzijde naar buiten.4. Plaats een stapel van het gewenste afdrukmateriaal in het midden van de papierlade. De afdrukzijde van het papier moet naar beneden gekeerd zijn.Opmerking:❏Plaats het papier met de korte zijde naar voren.❏Let erop dat de stapel papier niet boven de maximale stapelhoogte komt.

50 Papierverwerking❏Papier dat al eerder is bedrukt, moet u goed recht maken voordat u het in de printer plaatst.5. Knijp het uitstekende deel en de papiergeleider samen en schuif de zijgeleider goed tegen de rechterzijde van het papier.Opmerking:Wanneer het papier is geplaatst stelt u bij MP Tray Size (Std Papierbak) op het bedieningspaneel van de printer het geplaatste papierformaat in.Onderste standaardpapierlade en optionele papierladePapier plaatsenVolg de onderstaande instructies om papier in de printer te plaatsen. In de afbeeldingen wordt de onderste standaardpapierlade weergegeven.

52 Papierverwerking3. Leg een stapel papier in de papierlade. De afdrukzijde van het papier moet naar boven gekeerd zijn.Opmerking:❏Maak altijd een rechte stapel voordat u het papier in de printer plaatst.❏Let erop dat de stapel papier niet boven de maximale stapelhoogte komt.❏Zie "Papierformaat wijzigen" op pagina 53 voor instructies als u een ander formaat papier in de papierlade wilt plaatsen.

Papierverwerking 533333333333334. Schuif de papierlade terug in de printer.Opmerking:Wanneer het papier is geplaatst stelt u bij LC Size (Form. Opt-bak) op het bedieningspaneel van de printer het geplaatste papierformaat in.Papierformaat wijzigenVolg de onderstaande instructies als u een ander formaat papier in de papierlade wilt plaatsen.1. Trek de papierlade naar buiten. Haal het eventueel reeds aanwezige papier uit de lade.

Papierverwerking 57333333333333UitvoerladeDe uitvoerlade bevindt zich aan de bovenkant van de printer. Aangezien de afdrukken met de afdrukzijde naar beneden in de papierlade terechtkomen, wordt deze lade ook wel de afdruk-benedenlade genoemd. De maximale capaciteit van deze lade is 250 vellen.Als de afdrukken niet netjes op elkaar komen te liggen, moet u het verlengstuk van de uitvoerlade omhoog klappen.

58 PapierverwerkingAfdrukken op speciaal afdrukmateriaalU kunt afdrukken op diverse speciale afdrukmaterialen, zoals de volgende Epson-materialen. Opmerking:Aangezien de kwaliteit van een bepaald merk of type afdrukmateriaal op elk moment door de fabrikant kan worden gewijzigd, kan Epson de kwaliteit van geen enkel type afdrukmateriaal garanderen. Probeer het afdrukmateriaal altijd uit voordat u een grote voorraad aanschaft of een omvangrijk bestand afdrukt.EPSON Color Laser PaperBij gebruik van EPSON Color Laser Paper moet u de volgende papierinstellingen opgeven:❏Geef de juiste instellingen op bij Basic Settings (Basisinstellingen) in de printerdriver.❏U kunt deze instellingen ook in het Tray Menu (Menu Papierbak) van het bedieningspaneel wijzigen.

Papierverwerking 59333333333333EPSON Color Laser TransparenciesEpson beveelt het gebruik van EPSON Color Laser Transparencies aan.Opmerking:U kunt niet dubbelzijdig afdrukken op transparanten.Transparanten kunnen alleen in de MP-lade worden geplaatst. Als u transparanten gebruikt, dient u de volgende papierinstellingen te gebruiken:❏Geef de juiste instellingen op bij Basic Settings (Basisinstellingen) in de printerdriver.❏U kunt deze instellingen ook in het Tray Menu (Menu Papierbak) van het bedieningspaneel wijzigen. Zie "Tray Menu (Menu Papierbak)" op pagina 248 voor meer informatie.Houd rekening met het volgende wanneer u dit afdrukmateriaal gebruikt:❏Houd de vellen bij de randen vast, omdat vetten van uw vingers kunnen worden overgebracht op het oppervlak van het papier en zo de afdrukzijde van de vellen beschadigen.

60 Papierverwerking❏Als u transparanten in de MP-lade plaatst, moet u de transparanten met de korte zijde naar voren plaatsen, zoals hieronder wordt weergegeven.❏Als u wilt afdrukken op transparanten, plaatst u de transparanten in de MP-lade en stelt u in de printerdriver de papiersoort in op Transparency (Transparant).❏Als u in de printerdriver de papiersoort hebt ingesteld op Transparency (Transparant), kunt alleen transparanten in de printer plaatsen.❏Afdrukken op transparanten kan erg lang duren.cLet op:Pas bedrukte vellen zijn mogelijk heet.

Papierverwerking 61333333333333EnveloppenDe afdrukkwaliteit van enveloppen kan onregelmatig zijn omdat enveloppen niet overal even dik zijn. Druk een of twee enveloppen af om de afdrukkwaliteit te controleren.cLet op:Gebruik geen vensterenveloppen. Van de meeste venstertjes smelt het plastic wanneer het in contact komt met de fixeereenheid.Opmerking:❏Afhankelijk van de kwaliteit van de enveloppen, de afdrukomgeving en de afdrukprocedure kunnen de enveloppen gekreukeld zijn. Maak eerst een testafdruk voordat u gaat afdrukken op een groot aantal enveloppen.❏U kunt niet dubbelzijdig afdrukken op enveloppen.Als u enveloppen gebruikt, moet u de volgende papierinstellingen opgeven:❏Geef de juiste instellingen op bij Basic Settings (Basisinstellingen) in de printerdriver.❏U kunt deze instellingen ook in het Tray Menu (Menu Papierbak) van het bedieningspaneel wijzigen.

62 Papierverwerking❏Bij het bedrukken van enveloppen moet u de hendel op de fixeereenheid in de speciale stand voor enveloppen zetten voordat u de enveloppen in de printer plaatst. Zet de hendel weer terug wanneer u klaar bent met het bedrukken van enveloppen. Wanneer de hendel op de stand voor enveloppen staat en u drukt af op ander materiaal dan enveloppen, kan de afdrukkwaliteit te wensen overlaten. In deze omstandigheden kan de toner namelijk niet goed aan het afdrukmateriaal worden gehecht. Ook kunt u papierstoringen en verontreinigde afdrukken krijgen, doordat er toner blijft hangen aan de rollen binnen in de printer. Wanneer dit gebeurt moet u de hendel op de oorspronkelijke stand zetten en enkele lege pagina's afdrukken, totdat het papier dat uit de printer komt weer helemaal schoon is.cLet op:Raak nooit de fixeereenheid of de omgeving van de eenheid aan.

De fixeereenheid is gemarkeerd met het etiket CAUTION HIGH TEMPERATURE (LET OP: HOGE TEMPERATUUR). Wanneer de printer in gebruik is, kan de fixeereenheid zeer warm worden. Als u een van deze delen moet aanraken, moet u klep A en B openen en het apparaat 30 minuten laten afkoelen.

64 PapierverwerkingLabels (Etiketten)U kunt een stapel etiketten van maximaal 16,5 mm in de MP-lade plaatsen. Bepaalde etiketten moet u echter vel voor vel invoeren of handmatig plaatsen.Opmerking:❏U kunt niet dubbelzijdig afdrukken op etiketten.❏Afhankelijk van de kwaliteit van de etiketten, de afdrukomgeving en de afdrukprocedure kunnen de etiketten gekreukeld zijn. Maak eerst een testafdruk voordat u gaat afdrukken op een groot aantal etiketten.Als u labels gebruikt, moet u de volgende papierinstellingen opgeven:❏Geef de juiste instellingen op bij Basic Settings (Basisinstellingen) in de printerdriver.❏U kunt deze instellingen ook in het Tray Menu (Menu Papierbak) van het bedieningspaneel wijzigen.

Papierverwerking 65333333333333❏Druk een vel papier op elk vel met etiketten. Als het papier aan het vel met etiketten plakt, moet u de etiketten niet gebruiken in de printer.❏Misschien moet u de instelling Thick (Zwaar) opgeven bij Paper Type (Pap soort) in het Setup Menu (Menu Setup).❏Afdrukken op etiketten kan erg lang duren.Zwaar papierU kunt zwaar papier (91 tot 163 g/m²) gebruiken in deze printer.Als u zwaar papier gebruikt, moet u de volgende papierinstellingen opgeven:❏Geef de juiste instellingen op bij Basic Settings (Basisinstellingen) in de printerdriver.Opmerking:Als u zwaar papier gebruikt, kunt u niet automatisch dubbelzijdig afdrukken. Als u zwaar papier dubbelzijdig wilt bedrukken, moet u het afdrukmateriaal in de printerdriver instellen op Thick (Back) (Zwaar (Achter)) en vervolgens handmatig afdrukken.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Epson AcuLaser 2600 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden